Ds. H. Brons - Mattheüs 28 : 6

Jezus leeft

1. Hij leeft te midden van verwarring
2. Hij leeft door een wonder
3. Hij leeft naar Zijn Woord

MattheĆ¼s 28 : 6

Mattheüs 28
6
Hij is hier niet; want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft. Komt herwaarts, ziet de plaats, waar de Heere gelegen heeft.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 98:1, 2
Lezen : Mattheüs 28: 1-10
Zingen : Psalm 116:1, 2, 4, 5
Zingen : Psalm 21:1, 4
Zingen : Psalm 150: 1

Gemeente,

Het Schriftwoord dat ik u met de hulp van de Heere mag prediken, vindt u in Mattheüs 28. Het eerste gedeelte van vers 6 is ons uitgangspunt.

 

Hij is hier niet; want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft.

 

Gemeente, ons thema voor deze dienst is: Jezus leeft.

 

We staan stil bij drie aandachtspunten:

  1. Hij leeft te midden van verwarring. We lezen aan het begin van het teksthoofdstuk dat er veel verwarring is bij de vrouwen en in Jeruzalem. 
  2. Hij leeft door een wonder. We horen: Want Hij is opgestaan. Hij is werkelijk gestorven, dat hebben we op Goede Vrijdag gezien. Maar nu het wonder: Hij leeft.
  3. Hij leeft naar Zijn Woord. Want er staat: Gelijk Hij gezegd heeft.

 

1. Jezus leeft te midden van verwarring

De Heere Jezus leeft. Wat is dat een rijk Evangelie op Paasmorgen. Het graf is geopend. Straks zullen de vrouwen het zien, maar nog niet begrijpen. Maar nu klinkt het bericht: Hij leeft voor eeuwig. Hij heeft het leven aangedaan. Daarom is er hoop en verwachting. Want Hij heeft nakomelingen en die geeft Hij het eeuwige leven.

In het begin van Mattheüs 28 is daar nog geen zicht op; er is geen verwachting. We ontmoeten daar mensen aan wie alle hoop ontvallen is. Bij enkelen was het anders. Zoals bij Jozef, die Hem samen met Nicodemus begraven heeft. Al eerder was er de zuster van Lazarus, die Zijn voeten gezalfd heeft. Maar zo weinigen hebben het verstaan en hebben hoop op deze Paasmorgen. De discipelen blijven thuis. Hoe kan het ook anders? Zij hebben Hem verlaten.

Johannes is nog wel teruggekomen bij het kruis, maar van de anderen lezen we dat niet. Allen hebben Hem in de steek gelaten. Eén is er geweest die Hem zelfs verloochend heeft. Zijn leven is totaal in de war vanwege de grote schuld aan zijn Meester. Judas heeft Hem verraden, en is niet meer.

Bij de discipelen is er geen geloof meer, de hoop is ontvallen en we merken van de liefde ook weinig meer. Al is er niet veel nodig om dat weer te laten ontvonken. Het is een bedroefde, en teleurgestelde liefde.

Hier bij de vrouwen zie je ook dat er geen hoop is, en dat het geloof is gedoofd. Het is als een kaars die is uitgegaan, maar nog een klein beetje rookt. Zo’n kaars geeft geen licht meer. Toch is er wel liefde, en daarom gaan ze op pad. Nadat ze de wacht hadden gehouden bij het graf, net voordat de sabbat begon, hebben ze zich gehaast om nog zalf te kopen. Nu de sabbat voorbij is, gaan ze zo vroeg mogelijk op pad naar het graf, waar ze niet vandaan kunnen blijven.

 

Want de stille zaterdag is voorbij. Deze vrouwen gedaan hebben gewaakt bij het graf. Ook toen ze naar huis teruggingen, hebben ze daar in gedachten gewaakt. Ze zijn met de middelen die ze hadden, zo gauw ze konden naar het graf teruggegaan. Ze hadden er niets meer te zoeken en er was ook niets meer te vinden, want Hij was gestorven. Maar toch, ze konden niet anders. Want zij hadden lief.

Dat zij als eersten gaan, is iets om op te letten. Vrouwen zijn de eersten die gaan en geroepen worden tot getuigen. Als je Mattheüs leest, valt op dat vrouwen steeds getuigen zijn van al die feiten. Ze waren ook bij het kruis. Ze konden hun ogen er niet van afhouden. Later heeft de Heere dat willen gebruiken tot troost en onderwijs. Dat zwaard dat door je ziel gegaan is, Maria, toen je daar stond te kijken en alles aanschouwd hebt – dat zal je tot een eeuwige zegen zijn. Ze hebben toegekeken bij de graflegging en mogen er later van getuigen. Waar was je, Mattheüs? Je was er niet. Maar vrouwen zijn je vóór geweest.

 

In de wereld van toen telden vrouwen niet mee. Ze konden nauwelijks als getuige worden opgeroepen in een proces. Maar de Bijbel zegt straks: kom maar tevoorschijn, je mag het als eerste zien. Jullie mogen de grote daden van God en het grote werk van Christus zien. Zij zijn op weg om de eerste getuigen te zijn van de opstanding van Christus. Jullie ogen mogen het indrinken – echter wel met een hart dat doorwond is, als het gaat om het kruis en de graflegging. Ik zal er Mijn zegen over geven. Jullie getuigenis zal Ik waarmaken. Ik zal ervoor zorgen dat er gehoor is. Mattheüs heeft het mogen opschrijven.

 

Ze zijn al vroeg op. We lezen het: En laat, na den sabbat, als het begon te lichten. De sabbat was voorbij toen het weer donker was geworden. De nieuwe dag begon bij de Joden op zaterdagavond. Als je zondagmorgen heel vroeg opstaat, noemt Mattheüs dat toch: En laat na den sabbat, als het begon te lichten. Zo vroeg mogelijk. Buiten begint er al licht te gloren. De vrouwen gaan op weg. Maria Magdalena, de andere Maria en ook Maria, de moeder van de Heere Jezus, gaan naar het graf.

 

Buiten wordt het wel licht, maar vanbinnen niet. Vanbinnen zijn ze in de banden, gevangen in duisternis en dood. We zongen ervan uit Psalm 116. De schaduw van de dood is over hun hart. Dat kun je begrijpen.  Als je zoveel van iemand houdt die gestorven is, ga je nog wel op weg, maar je vindt alleen de herinnering. Je kunt niets meer voor hem doen. En hij kan niets meer voor jou doen. Wat ben je dan verdrietig.

Ze hebben heel hun leven op Hem gebouwd. Hij was de Grond van hun leven en het Voorwerp van hun liefde. Als dan de grond eronderuit is, val je in een bodemloze diepte. Dan heb je geen hoop, en vastheid meer. Als je in zo’n diepte valt, hebben allerlei stemmen een kans: Maria, is dit nu de Koning Die beloofd was door de engel? Bij Maria Magdalena zijn duivelen uitgeworpen. Nu kunnen ze weer terugkomen en op je aanvallen. Ze zullen het verloren terrein heroveren en je voor altijd bezetten. Hun geloof in Jezus is nu zo klein.  Er is wel veel liefde, maar … Ze hebben het allemaal wel gezien, maar niet verstaan. Ze begrepen de tekenen niet van de doorboorde handen, Zijn doorstoken zijde en van de graflegging.

 

Er is wel iets veranderd. Wat is die grote verandering? Al zolang was er ergernis aan de weg van Christus, en aan het kruis. Sommige discipelen hebben dat heel nadrukkelijk uitgesproken. Petrus heeft gezegd: Dit zal U geenszins geschieden (Matth.16:22). Ze wilden niet dat hun geliefde Meester de weg van nederlaag en sterven zou inslaan. Dat zou ook voor hen de ondergang, de nederlaag en het verlies van krachten betekenen. Vanwege de grote ergernis aan het kruis hebben ze zich daar tot het uiterste tegen verzet. Maar dat is nu veranderd. Die ergernis is weg.

Ze hebben de werkelijkheid van het kruis gezien, maar ze missen de zegen ervan. Als je dat alles mist, mis je zoveel. Dan wankel je ook, al is dat voor het oog misschien niet zichtbaar. Je hebt een onzekere gang. Dan ga je wel op weg naar het graf, maar wat kun je er vinden en verwachten?

 

En weet je, wat zo erg is? Als je in de Heere Jezus geloofd en op Hem gehoopt hebt, en zoals Maria Magdalena gezien hebt dat Hij al de duivelen kan uitwerpen – maar dat Hij er nu niet meer is! Zijn lichaam is er nog wel, maar Hijzelf niet meer. Dan kunnen niet alleen de duivelen terugkomen, maar ook het woord dat je aanklaagde. Dan kan ook de schuld met kracht terugkomen, waarvan Hij gesproken heeft: Uw zonden zijn u vergeven (Luk7:48). Niets heeft dan kracht meer. Want als Hij er niet meer is, als Hij voor altijd gestorven is, kan Hij ook dát woord niet waarmaken. Dan loop je met een gebogen hoofd en neergebogen schouders onder een levensgrote, loodzware last. Het is te begrijpen dat je wankelt. Waar is mijn hoop, mijn moed gebleven? Maar ook: waar ga ik heen met mijn schuld? Die weegt, er is een open rekening met de Heere, die niet betaald is.

Wat ben je dan in verwarring. Dan kunnen allerlei gevoelens over elkaar heen tuimelen.

Mensen die rouw kennen, weten dat wel. Het kan zo verwarrend zijn als er heel veel gevoelens tegelijk komen. Gedachten als: Was mijn geliefde er nog maar. En dan het gemis: Had ik nog maar iets kunnen zeggen ... Kon ik nog maar iets geven ... Verwarrende gevoelens. Als dan heel je wereld instort, je moed, en je kracht – wat heb je dan een sterke liefde als je aan het begin van een nieuwe dag, als het daglicht net begint te gloren, toch op weg gaat.

 

Maar weet u, er is op nog wel meer plekken verwarring. Want we lezen: En zie, er geschiedde een grote aardbeving; want een engel des Heeren, nederdalende uit den hemel, kwam toe en wentelde den steen af.

Er zijn verschillende wachten bij het graf geweest. Na de wacht van de vrouwen in de loop van de zaterdag is er die van sterke soldaten gekomen. Dat zijn mannen uit één stuk. Ze zijn nergens bang voor. Totdat er een grote aardbeving plaatsvindt en alles om hen heen wankelt. Daarbovenop komt er een engel uit de hemel. We lezen dat het een hemels licht is. Dan kun je nog zo stoer en sterk zijn, maar dan word je hart heel klein, het smelt als was, als een kaars in het vuur.

 

Mattheüs zegt niet hoe de opstanding zelf is gegaan. Dat is een geheim. Een geheim tussen God de Vader en Zijn geliefde Zoon, waar soms een tipje van de sluier van wordt opgelicht. Hier beschrijft Mattheüs de gevolgen. Het is zo indringend en indrukwekkend, gemeente, als je in contact komt met de hemel. Wanneer Gods eeuwigheid zich opent en de Heere laat zien: Ik ben er en zó ben Ik: hemels en heilig.

Dan je kun wel een schild hebben en een groot zwaard, maar die helpen je niets. Met dat zwaard begin je niets tegen zo’n engel en zo’n schild helpt je niet tegen dat felle, hemelse licht. Dat dringt naar binnen tot in je hart en daarom smelt het. Dan ervaar je dat je zo klein bent.

We lezen: En werden als doden. Vrees is op die wachters gevallen. Zeer verschrikt zijn ze. Een gedaante, als de bliksem? Dat is als onweer in het donker, zo fel, wit als sneeuw, en dan blinkend. Die sterke mannen worden heel bang, schrik om hen heen en in hun hart. Als een dode worden ze. Er zijn twee groepen mensen in verwarring. Sterke soldaten, en wanhopige, maar wel liefhebbende vrouwen.

Ze krijgen met diezelfde engel te doen, een boodschapper uit de hemel. Maar let op het grote verschil. De engel komt wel tot de soldaten, maar spreekt niet. Hij jaagt hen schrik en ze vluchten weg. De engel spreekt echter tot de vrouwen: Vreest gijlieden niet. Zij hoeven juist niet te schrikken.

Gemeente, dat heeft ons veel te zeggen. Weet u, weet jij wat dat betekent? Als Gods heiligheid in je leven komt en je bent onverzoend buiten Christus, dan is er geen enkele reden om te zeggen: Wees maar niet bang. Dan zijn dat lege woorden.

Want als je buiten Christus en Zijn vergeving bent, en zonder de bescherming van het offer van Christus – dan staat er nog een rekening open bij God. Die blinkende verschijning herinnert ons daaraan. Dan is er geen reden om niet te vrezen, maar om te beven.

 

Wat doen de soldaten? Die doen precies het verkeerde. Zij vluchten weg van dat graf. Weg van waar Jezus voor het laatst gezien is. Nu lukt dat nog wel. Maar straks op de jongste dag niet meer. Alsdan zullen zij beginnen te zeggen tot de bergen: Valt op ons; en tot de heuvelen: Bedekt ons (Luk. 23:30). Op de wolken verschijnt dan deze Opgestane als Rechter. Dan is er geen uitstel meer mogelijk.

Daarom, als u niet veilig bent, gemeente, vlucht naar de plaats toe waar Jezus te vinden is. Vlucht dan niet weg, gemeente, maar ga naar Jezus toe. U zegt misschien: Waar moet ik Hem zoeken? Waar kan ik Hem vinden?

 

Laten we luisteren naar de engel, Hij zal hen naar Jezus wijzen. Hij wacht nu op die steen daar op de vrouwen. We zagen hen al in verwarring. Bij één van de evangelisten, Markus, lezen we dat ze onderweg schrikken omdat er iets in hun gedachten komt. Ze hadden toch de begrafenis gezien? Ze hadden toch gezien hoe een zware steen voor de mond van het graf werd gerold? Die is veel te zwaar voor hen. Die kunnen ze nooit van zijn plek rollen. Wat moeten ze dan? Toch gaan ze verder. Daar alle hoop hen gans ontviel en niemand zorgde voor hun ziel ...

 

Herkent u dat: stenen en verwarring? Vindt u de boodschap over Gods heiligheid ongemakkelijk? Het kan je even raken, zodat je ervan huivert en denkt: ‘Ja, ik hoef gelukkig niet zo hard te rennen als die soldaten, alleen maar mijn gedachten ergens anders op te richten en dan ben ik het gelukkig weer kwijt.’ Is dat waar? Gemeente, dat kan hier op aarde, dat kan op zondag. Dat kan zelfs op paasmorgen. Maar daar red je jezelf niet mee. U moet naar Hem toe.

Hebt u te maken met stenen? Waren er op stille zaterdag stenen in de overdenking bij het wachthouden? Welke waren dat? Kon u ze niet wegrollen? Of mocht u ze toch wegrollen op Jezus? Wentel uw weg op den Heere (Ps.37: 5).

 

Ze komen bij het graf en verwachten daar niets en niemand meer. Maar dan is er toch iemand die hen opvangt. Dat is diezelfde blinkende verschijning, de engel. Maar tot deze vrouwen spreekt hij: Wees maar niet bang. Vreest gij niet. Jullie hebben hier niets te vrezen. Wonderlijk. Dat laat zien dat die vrouwen een levende betrekking op de Heere Jezus hadden. Er was leven in hun hart, al lag het nog zo onder de as. Al waren er nog zoveel stenen voor het graf gerold.

 

Nu blijkt dat de engel die vrouwen doorziet. Ik weet dat gij zoekt Jezus. Wat een inzicht.  Dat heeft die engel van de Heere ontvangen. Herkent u dat? Dat de Heere, misschien nu in de preek tegen u zegt: ‘Ik weet het wel, wie je bent. Ik weet hoe het is en wat er in je hart is; Ik ken je diepe verlangens in de ziel. Ik weet dat je zoekt Jezus. Hij is hier niet.

Je zoekt verkeerd, maar Ik zal je de goede weg wijzen. Dat geldt ook voor ons. Of we de Heere zoeken of niet, ons wordt hier de weg gewezen.

 

2. Jezus leeft door een wonder

 Hij is hier niet, zegt de engel. Waar moet je dan heen? Waar is Hij dan wel? Die vraag zal Maria Magdalena straks stellen aan een Vreemde, Die ze in dezelfde tuin ontmoet. Zeg mij waar gij Hem gelegd hebt (Joh.20:15). Maria Magdalena, die zo wankelde en zo bedroefd was, is achtergebleven. De andere vrouwen komen niet toe aan het stellen van die vraag. De engel antwoordt hen. Gods Evangelie geeft antwoord aan verlorenen, aan zoekers en altijd op Gods tijd.

Voor Maria Magdalena komt die tijd nog. Voor de vrouwen volgt het antwoord hier onmiddellijk: Hij is hier niet; want Hij is opgestaan. Hij is het antwoord op al de vragen, nog voor je ze gesteld hebt. Hij leeft.

 

Dat is de boodschap van Pasen. Dan is het alsof de trompet door Jeruzalem schalt: De Heere is waarlijk opgestaan (Luk.24:34). Dood en graf konden Hem niet houden. Hoor, vrouwen! Zing maar van Pasen vol vreugde. Dit is echte muziek, andere dan die we gewend zijn te horen in onze wereld.

We leven in een moderne samenleving. De wereld om ons heen houdt ons voor dat je alleen in het hier en nu leeft. Dat je hier, aan deze kant van het graf, het geluk moet zoeken en vinden. Want waar kun je het anders vinden?  Dood is immers dood! Dat is de cultuur van de dood, waarin we leven. Dan is een momentje van geluk het beste wat er te vinden is. Dat geluk is zo kwetsbaar, het kan je elk moment ontvallen. En zorg maar voor jezelf, want wie komt er anders voor je op? Onverschilligheid ten top!

We moeten weg van die cultuur van de dood waarin we opgeroepen worden te kiezen voor onszelf, en voor de wereld. Een cultuur die roept met muziek en beelden dat er hierna niets is, en dat je uit het leven moet halen wat erin zit. Kom op voor jezelf. Onderwerp je niet aan wat waar en goed is. Zoek geen echte liefde. Zoek je je geluk bij het graf? Luister dan naar wat het graf zegt: het geluk is hier niet!

 

Gemeente, uit onszelf is er geen zoeken of vragen naar de Levensvorst. En als Hij in ons leven komt, vluchten we weg. Er is echt een wonder voor nodig om het anders te maken. Maar ik mag u nu prediken dat het wonder gebeurd is en daarom kracht heeft. Jezus is opgestaan en Hij breekt in mensenlevens in met macht en majesteit. Waar de macht van zonde en dood heersen, brengt Hij echt, nieuw leven.

Soms vraagt Hij het zo voorzichtig in Zijn liefde: M’n jongen, meisje, denk je dat de dingen waar je je op jouw momenten zo prettig bij voelt, vrede kunnen geven? O man, vrouw, denkt u dat u zich wel overeind kunt houden met dode rechtzinnigheid? Wat kiest gij, o verdwaasden, voor het leven, de dood? Ik ben opgestaan om levend te maken.

Waar leven komt ervaar je ook de afstand. Het kan dwars tegen je gevoel en wil ingaan, maar je leert en belijdt je leegheid, en verlorenheid, en de macht van de zonde waaraan je je vrijwillig overlevert. Je leert het leven te zoeken waar het te vinden is. Dat is bij God Die alle macht heeft, en bij Jezus Die zonde en dood overwon. Hij opent ons oog en hart ervoor. Als Jezus zo voor ons oog verschijnt, wat is dat een wonder!

De engel wijst ons erop. Hij spreekt: Wees maar niet bang. Hij is hier niet; want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft. Komt herwaarts. Kom maar hier. U moet nu getuigen zijn. Kijk maar: Ziet de plaats waar de Heere gelegen heeft. U moet hier kijken.

En als u komt met een hard onverschillig hart, kom dan toch maar en kijk. Het wonder is gebeurd. Als u komt met een bedroefd en verward hart, kom maar en kijk. Zoek het leven niet in uzelf, in uw tranen, uw verlorenheid, en uw liefde. Daarmee ging u wel op weg naar het graf, maar daar is het niet te vinden. Het graf is leeg.

Vrouwen, kom en zie zoals u ook toegekeken hebt bij het kruis. Blijf maar kijken, maar niet te lang, want ik heb straks nog een opdracht.

 

Laten we er eerst samen van zingen. Hij is opgestaan. Psalm 21 vers 1 en 4:

 

O HEER, de Koning is verheugd
Om Uw geducht vermogen;
Uw heil zweeft hem voor d' ogen;
En met wat blijde zielevreugd
Zal hij, door al Uw daân
Verrukt, ten reie gaan!

 

Hij heeft, o God, van U begeerd

Het onvergank'lijk leven;

Gij hebt het hem gegeven.

Zo zijn de dagen hem vermeêrd;

Zo leeft de Vorst altoos;

Zo leeft hij eindeloos.

 

De Heere Jezus is opgestaan. Dat is het geheim tussen Hem en Zijn Vader. Het is de Geest van God, Die ook op Christus rust als de Zoon van God, door Wie Hij is opgestaan. ‘Opgewekt’, schrijft Paulus vaak. Wakker gemaakt uit de dood door Zijn Vader. En dat is heel ontroerend.

Het is als een jonge man, die zijn vaderhuis en vaderland moest verlaten voor een verre reis. Daar, ver weg heeft hij een heel moeilijk werk verricht. Tientallen jaren is hij weggeweest. Dan komt hij thuis, want zijn werk is gedaan. Dan zegt zijn vader: Welkom thuis, ik heb je zo gemist.

Dat is de ontroering die doorklinkt in het Paasevangelie. God de Vader zegt: Mijn Zoon, Uw werk is gedaan, het is klaar. De opdracht die Ik U gegeven heb, is voltooid. U mag terug naar Uw Vaderland, naar Uw Vaderhuis, en naar Mijn Vaderhart. Want Ik hecht Mijn goedkeuring aan de weg die U gegaan bent.

Mijn Zoon, U bent de Liefste Die Ik heb. Toch heb Ik U gezonden, opdat anderen die Ik ook liefheb, in diezelfde liefde zullen delen. Ik heb Uw offer aanvaard. Breng het maar thuis, opdat U dit mag delen naar Uw liefste wens. De schuld is afbetaald, deel de zegen ervan maar uit.

 

Nog veertig dagen zal Jezus op aarde zijn, omdat er zulke verdrietige vrouwen zijn en Hij Zijn verwarde discipelen wil opzoeken. Daardoor mogen mensen die op Paasmorgen zo verdrietig en in de war zijn, weer weten: Hij is opgestaan. Mattheüs zegt niet hoe dat is gebeurd. Het is in de stilte van de morgen of de nacht gebeurd. We weten dat niet.

Een uitlegger zei: ‘Zo vaak werkt de Heere in stilte.’ Weet je of dat waar is? Als deze uitlegger dit zo zegt, denk ik: hij weet het uit ervaring. Hebt u die ervaring ook? Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden (Zach.4:6).

Intussen is er wel een onvoorstelbare kracht aan het werk: uit de dood tot het leven. Dat kun je niet ontkennen, maar het wonder is gebeurd in de stilte – het wonder dat Jezus het leven weer opneemt, en nieuw leven wil schenken.

 

Jongens en meisjes, de apostelen en de vrouwen waren natuurlijk verdrietig en wanhopig. Dat betekent dat je echt niet meer weet hoe het verder moet. Maar nu horen ze zoiets bijzonders. De vrouwen komen bij Zijn graf en schrikken eerst heel erg. Ze zien al het licht en het blinken van de engel. Maar dan horen ze: Wees maar niet bang. Je hoeft niet weg te vluchten. Kom maar, kijk maar: Hij is hier niet. Daar hoef je ook niet van te schrikken. Hij bereidt hen voor op een wonderlijk Evangelie: Hij is opgestaan. Hij leeft.

Al dat moeilijke heeft Hij juist gedaan, omdat Hij dat wilde doen voor verloren zondaren. Ben jij ook zo iemand, die verkeerde dingen doet? Dan ben je een zondaar. Nu betekent het Paasevangelie dat niemand te veel gezondigd heeft. Dat je altijd naar Hem toe mag gaan en vragen: Heere, mag ik ook kijken? Het graf is leeg. Mag ik de Heere Jezus ontmoeten? Wilt U spreken?

Hij komt tot het verlorene. Hij komt tot kinderen. Hij zegt: Laat de kinderkens tot Mij komen (Luk.18:16). Hij komt tot ouderen, en zegt: Kijk maar, en zie. Want dit wonder heeft zoveel kracht. Hij maakt dood en levend. Hij verwondt om te helen. Dat laat Hij zien in Zijn opstanding. Hij heeft al die macht. Daarom kan Hij ook het grote wonder van Goede Vrijdag wáár maken. Hij heeft al de ergernis van het kruis bij de vrouwen weggenomen, en ook bij Petrus. Petrus heeft niets meer in te brengen dan een verloren en verschuldigd leven. Alles wat hij denkt mee te brengen, is te veel voor het Paasevangelie. Er blijft alleen maar armoede, verlorenheid en schuld over.

En waar Hij de ergernis aan het kruis al heeft weggenomen, daar gaat Hij nu ook de zegen van Pasen en Goede Vrijdag geven. Hij heeft tegen de discipelen gezegd: Uw hart worde niet ontroerd; gijlieden gelooft in God. Dat geloof in God heb Ik er Zelf in gelegd als vrucht van Mijn sterven. Toen heeft Hij gezegd: Gelooft ook in Mij. (Joh.14:1). Kijk maar in het graf, daar ben Ik niet. Gelooft ook in Mij. Ik ben opgestaan en leef, om Mijn zegen te delen tot rechtvaardiging, en verzoening. Ik ga terug naar Mijn Vader, Mijn Vaderland en Vaderhuis, om u daar straks te brengen. Om vrede te schenken en verzoening te geven. Hij zegt dit tegen moordenaars, oorlogszoekers, zelfzuchtigen, trotsen, weglopers en eerzoekers. Tegen mensen die gevangen zitten in banden van slavernij, dood en wereldzin. Tegen mensen die steeds maar weer de leegte zoeken in een digitale wereld met beelden die voorbijgaan. Dat alles kan jou wel voor even boeien, maar luister goed: Ik ben het echte Leven. Ik ga niet voorbij, Ik blijf. Ik leef en schenk Mijzelf. Dat is waarachtig en getrouw.

 

Met Zijn opstanding heeft Hij alles verzegeld: Zijn overwinning over de dood en Zijn offer op Goede Vrijdag. Hij houdt het niet voor Zichzelf. Hij is teruggekomen uit de dood om leven te schenken. Dat heeft Hij begeerd van Zijn Vader. Hij heeft van U begeerd het onvergankelijk leven; Gij hebt het hem gegeven. Zo leeft de Vorst altoos; Zo leeft Hij eindeloos, en geeft Zijn volk de zegen.

 

3. Jezus leeft naar Zijn Woord

De engel gaat verder met zijn onderwijs. Hij is hier niet; want Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft. Dat weet je toch? De Heere Jezus gaat dit onderwijs bevestigen. Toen aan de vrouwen, en dat wil Hij ook nú nog doen. De opdracht en de bevestiging aan de vrouwen staat niet op zichzelf. Die heeft gevolgen, ook voor nu. Dat is zo wonderlijk.

 

Eerst gaat de engel spreken. Hoor maar: Gelijk Hij gezegd heeft. Ze mochten kijken met hun eigen ogen. Zo werden ze getuigen. Maar de engel wijst ook terug naar wat de Heere Jezus gezegd heeft. Maar wat heeft de Heere door al de preken tegen u gezegd? Die hebt u misschien al tientallen jaren gehoord. Kunt u momenten herinneren dat Hij tot u sprak? Dat het u niet meer losliet en Hij u niet meer losliet, ook al hebt u Hem losgelaten? Maar Hij maakt het u hier indachtig. Hij heeft het gezegd en komt erop terug. Hij moest en wilde sterven. Dit was de enige Weg tot het Leven om zo plaats te bereiden. Hij brengt het nu aan het licht.

Hij is opgestaan, dat is een feit. Het is echt waar. En door de woorden van de Heere Jezus daarover in herinnering te brengen, wil de engel aan al die woorden kracht geven. Dat kan de engel niet zelf, maar de Heilige Geest wel.

 

Dat komt omdat de woorden van de Heere heel anders dan gewone mensenwoorden zijn. Die kunnen je ook heel blij maken. Als je plotseling iemand ontmoet die je lang niet gezien hebt, ben je blij. Maar de woorden van de Heere Jezus geven veel meer blijdschap, en gaan dieper als de Heilige Geest daarbij komt. Dan geven ze een heel nieuwe richting aan je leven, en maken alles nieuw, anders, en heerlijk. Ze brengen een hemels licht.

Dat is heil – en daarom spreken we van een heilsfeit. Heil is genezing, volkomenheid, en vreugde. Pasen is zo een ingaan tot vreugde. ‘Sta op’, zegt de Paasvorst tot mijn vreugde. Dan laat Hij licht vallen op Zijn eigen woorden en werk. Daar gebruikt Hij boodschappers voor. Toen was het een engel, nu zijn het mensen. Maar alles gaat om Jezus.

 

De vrouwen moeten heengaan, maar krijgen eerst nog een opdracht. Ze moeten haastelijk gaan, zegt vers 7. Ze mogen hier niet lang blijven. Het kan zo goed zijn, ook in Gods huis of als je thuis meeluistert. Maar weet u, hier op aarde is de hemel nog niet en er zijn ook nog zoveel mensen ongetroost en onbekeerd. Dus je moet weer van die plaats weg. Haast je en zeg het tegen de discipelen dat Hij is opgestaan uit de doden.

Wat een tegenstelling. De wachters werden als doden, maar Jezus is opgestaan. Bij de wachters heb je niets te zoeken. Ga naar de discipelen en verlos hen uit hun wanhoop en vertwijfeling. En geef dit als opdracht aan hen mee: dat zij heengaan naar Galiléa, en aldaar zullen zij Mij zien.

 

Wat doen de vrouwen? Ze gehoorzamen. De Bijbel zegt ook wat er in hun hart is. Kun je je voorstellen wat er dan in je hart gebeurt? De emoties tuimelden over elkaar heen, toen ze in de war waren op weg naar het graf, maar nu zijn er andere gevoelens. De Bijbel noemt er twee.

Aan de ene kant is er een heel diep besef van iets zo heiligs van Gods Majesteit, dat ze met vreze vervuld zijn. Maar het is geen angst als van de soldaten. Het is als een mens beeft vanbinnen, want God is zo onmetelijk goed voor een verloren zondaar. Aan de andere kant is er een volheid, alleen maar vreugde en blijdschap in hun hart. Nu mogen ze het allemaal zien, en weten.

 

Wat een wonder als de Heere Jezus het gaat bevestigen. Ze gaan op weg, en ik denk dat het veel harder en sneller is gegaan dan op de heenweg. Ik denk dat ze de potten zalf die ze mee hadden genomen, wel hebben laten staan. Wat moet je er ook mee? Hij is hier niet, Hij leeft. Ze geloven. Geloof kan alles. Het geeft vleugels. Zo is het ook hier.

En terwijl ze gaan, worden ze opeens stilgezet. Dat kan als je met blijdschap je weg gaat. Er komt een wonderlijke ontmoeting met de Bron van hun vreugde. Jezus is haar ontmoet, met een paasgroet: Weest gegroet.  Een groet waar alles in ligt. Jullie kwamen met liefde, vrouwen. Dat keurt de Heere Jezus niet af, ook al was er zoveel onwetendheid, ongeloof en dwaasheid in hun komen. Het is wonderlijk, dat er in de Heere Jezus geen afwijzing is van een verloren mens. Maar Hij geeft er wel licht over. Je hebt zo lang gekeken naar dat kruis, en zo heb je het als het ware in je hart afgedrukt. Begrijp je nu dat het liefde was, waarom Ik daar hing? Dat Ik in Mijn weg van vernedering alle macht heb afgelegd om juist zo de grootste tegenstanders, dood, zonde en schuld, te overwinnen?

 

En let erop wanneer Hij komt. Hij komt op de gehoorzaamheid van die vrouwen. Terwijl hun hart vol vreze en blijdschap is, verschijnt Jezus hen. Zijn komst is de beste bevestiging. En in Zijn groet ligt alles. Het maakt dat het hart overstroomt van vreugde, nu het zich met volle liefde verheugt in de ontmoeting met de Heiland.

 

Wat hebben ze klein van Hem gedacht, gemeente, maar wat mogen ze nu groot van Hem denken. Wat hebben ze klein over Zijn liefde, Zijn macht en Zijn woord gedacht. Dat doet het ongeloof. Ongeloof maakt alles klein wat van de Heere komt. Dat is zoiets dwaas.

Maat datzelfde ongeloof kan onszélf heel groot maken. Dat heb je bijvoorbeeld bij zelfmedelijden. Wat is dit anders dan jezelf heel groot maken? God maakt ons klein en nederig. Wat maakt de zonde van ongeloof nog meer groot? Het maakt al de vijanden van de Heere heel groot. Het kan ook je verleden weer oprakelen, en dan kun je gemakkelijk denken: Zie je wel, de hoop die je op Hem vestigde, stelt allemaal niets voor. Maar in deze ontmoeting met Jezus gaat het precies andersom. Dan wordt alles wat scheiding maakt, heel klein; en dan wordt de Heere zo groot, dan wordt Hij Alles. En dat zeggen ze ook, in ieder geval met hun daden.

Want ze vallen aan Zijn doorboorde voeten: En zij tot Hem komende, grepen Zijn voeten en aanbaden Hem. Of ze gehuild hebben, weten we niet, maar dan zullen het tranen van vreugde zijn geweest. Dit weten we wel: ze aanbidden Hem. Of het met woorden is geweest, weten we niet. Maar ze Hem aanbeden met hun hart, in een volkomen overgave. En de Heere Jezus laat het toe.

 

Straks, als deze vrouwen weg zijn, zal ook Maria Magdalena Hem ontmoeten en aan Zijn voeten vallen. En dan zegt de Heere Jezus: Nee, Maria, raak Mij niet aan (Joh.20:17). Dat zegt Hij hier niet. Waarom niet? Omdat het een neervallen is, een omhelzen in aanbidding. Maria Magdalena wilde Hem vasthouden en binden aan de aarde. Maar deze vrouwen mogen Zijn voeten omhelzen, omdat ze Hem niet willen vasthouden en niet aan hun eigen weg willen binden. Wat is dat een paasvreugde en een paasovergave. Wat geeft deze ontmoeting een licht over het werk van de Heere Jezus en Zijn Persoon.

 

Pasen is nog niet voorbij, deze dienst bijna wel. Begrijpt u dat Pasen een wonder is? Jezus was begraven, maar nu leeft Hij! Mensen zeggen wel: ‘Nog nooit is er een mens teruggekomen uit de dood.’ Dat is de taal van het ongeloof. Maar eenmaal zullen alle graven opengaan en zal deze levende Jezus opnieuw verschijnen. De vraag is: Hoe ontmoet u Hem dan? Is Hij úw Jezus, uw Zaligmaker, en uw Leven? Waar zoekt en vindt u Hem nu? Of is Hij voor u nog een Vreemde? Opnieuw, waar zoekt u Hem dan?

 

De engel zegt: Hij is niet in dit lege graf, dat is leeg. Uw hart is leeg en u kunt het niet vol maken. Dat redt en lukt u niet. U moet naar het kruis toe, opdat het voor u geen ergernis zal zijn. U moet naar de Opgestane toe en niet weglopen. Val maar aan Zijn voeten.

Het is een wonder voor die vrouwen geweest dat ze Hem met hun gewone ogen mochten zien. Maar Hij wil Zich nu nóg bekend maken aan geestelijk geopende ogen. Hij wil Zich bekend maken aan zoekers, en dan maakt Hij hen vinders. Aan blinden geeft Hij het gezicht; doven geeft Hij het gehoor; kreupelen laat Hij wandelen en doden geeft Hij het leven.

 

De vrouwen gingen wankelend naar het graf, maar vol blijdschap gaan ze terug naar Jeruzalem. Ze gingen erheen met angst en zorg, maar met de boodschap van het Paasevangelie keren ze juichend terug. En nu zijn die vrouwen Boven om Hem voor altijd te aanbidden, en groot te maken in het Paasevangelie: Jezus leeft.

Amen.

 

Slotzang: Psalm 150 vers 1

 

Looft God, looft Zijn Naam alom;

Looft Hem in Zijn heiligdom;

Looft des Heeren grote macht,

In den hemel Zijner kracht;

Looft Hem, om Zijn mogendheden,

Looft Hem, naar zo menig blijk

Van Zijn heerlijk Koninkrijk,

Voor Zijn troon en hier beneden.