Ds. J.J. van Eckeveld - Handelingen 24 : 25

Later, het woord van Felix

1. Felix sprak dit na een indringende prediking
2. Felix sprak dit bij een diepe indruk
3. Felix sprak dit in een verschrikkelijk antwoord

Handelingen 24 : 25

Handelingen 24
25
En als hij handelde van rechtvaardigheid, en matigheid, en van het toekomende oordeel, Felix, zeer bevreesd geworden zijnde, antwoordde: Voor ditmaal ga heen; en als ik gelegenen tijd zal hebben bekomen, zo zal ik u tot mij roepen.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 1: 1, 3
Lezen : Handelingen 24: 10-27
Zingen : Psalm 4: 2, 4
Zingen : Psalm 139: 1
Zingen : Psalm 95: 5

Gemeente we letten in deze dienst op de woorden die Felix sprak tot Paulus in Handelingen 24 vers 25. Daar lezen we:

En als hij handelde van rechtvaardigheid en matigheid en van het toekomende oordeel, Felix, zeer bevreesd geworden zijnde, antwoordde: Voor ditmaal ga heen; en als ik gelegene tijd zal hebben bekomen, zo zal ik u tot mij roepen.

 

Felix zegt eigenlijk tegen Paulus: ‘Ga nu maar weg. Als ik gelegene tijd zal bekomen hebben, dan zal ik u tot mij roepen. Nu niet, maar later…’

We letten dan ook op: Later, het woord van Felix. Drie gedachten:

  1. Felix sprak dit na een indringende prediking. Want Paulus sprak over rechtvaardigheid,

over matigheid en over het toekomende oordeel.

  1. Felix sprak dit bij een diepe indruk. Want we lezen van Felix: zeer bevreesd geworden zijnde…
  2. Felix sprak dit in een verschrikkelijk antwoord. Hij antwoordde Paulus: Voor ditmaal ga heen; en als ik gelegen tijde zal hebben bekomen, zo zal ik u tot mij roepen. Later…
  1. Felix sprak dit na een indringende prediking

Later… Als je erover nadenkt, gemeente, dan is dit toch eigenlijk wel een verschrikkelijk woord, een gevaarlijk woord. Laat ik enkele voorbeelden noemen. Die kinderen, die in onmin met hun ouders leefden, zeiden: ‘Later zullen we het in orde maken.’ Maar er kwam geen later meer. Die ouders stierven kort na elkaar en later werd te laat.

De zieke kwam op zijn ziekbed met allerlei goede voornemens: ‘Later, als ik beter ben, dan zal ik meer in mijn Bijbel gaan lezen, dan zal ik meer bidden, dan zal ik trouwer naar de kerk komen. Later…’ Maar de ziekte verergerde en er kwam geen later. Het werd te laat.

Ik denk aan die jongen, die eerst nog van de wereld wilde genieten. Eerst nog genieten en dan… later... dan zal ik denken aan de dingen van de eeuwigheid, dan zal ik denken aan mijn bekering. Maar een aangrijpend verkeersongeluk nam hem weg en het werd eeuwigheid. Later werd te laat.

 

Gemeente, wat is het woordje ‘later’ dan een aangrijpend woord! Zo klonk het ook uit de mond van Felix, toen hij tegen Paulus zei: ‘Voor ditmaal ga heen. Voor deze keer ga weg. Maar later, later, als ik gelegen tijd zal hebben bekomen, dan zal ik u tot mij roepen. Dan mag u mij het woord weer brengen, dan zal ik luisteren. Later!’ Maar voor Felix is er geen later meer gekomen. Het werd te laat.

 

Felix was door de Romeinse keizer Claudius aangesteld tot stadhouder over Judea. Zijn vrouw Drusilla was al zijn derde vrouw. Zij was een Jodin, een dochter van de Herodes die Jakobus liet vermoorden en van wie wij lezen dat hij later door de wormen gegeten werd.

Felix en Drusilla, twee mensen die in de zonde leefden… Flavius Josephus beschrijft de wreedheid van Felix en de bekende klassieke schrijver Tacitus schrijft dat Felix genoot van wreedheid en wellust. Drusilla, zijn vrouw, was al op veertienjarige leeftijd uitgehuwelijkt aan Asyzus, de koning van Emeza in het tegenwoordige Syrië. Asyzus liet zich zelfs ter wille van haar besnijden, omdat zij van oorsprong een Jodin was. Met behulp van een Syrische tovenaar werd Drusilla overgehaald om haar man te verlaten en met de stadhouder Felix te trouwen. Ze kregen samen een zoon die later op een verschrikkelijke manier is omgekomen bij de uitbarsting van de vulkaan Vesuvius.

Felix en Drusilla, twee zondige mensen, die zich door hartstocht en seksuele begeerten lieten leiden. Maar de Heere bracht hen in aanraking met het Evangelie. De Heere liet zelfs aan deze goddeloze mensen Zijn Evangelie, Zijn Woord, verkondigen, want de Heere heeft geen lust in de dood van de goddelozen. Wat een wonder, dat de Heere, die Heilige, die rechtvaardige God, met slechte mensen te doen wil hebben. Hij wil ook nog met u te doen hebben, hoe uw leven ook is, hoe groot uw schuld ook is. Hij wilde zelfs te doen hebben met Felix en Drusilla, want ook tot die twee mensen kwam het Woord van God.

We lezen immers in het voorgaande dat de apostel Paulus in Jeruzalem gevangen genomen werd. Toen er door de Joden in Jeruzalem een complot tegen hem werd gesmeed, liet de Romeinse commandant van Jeruzalem, Lysias, hem overbrengen naar Cesarea, aan de kust van de Middellandse Zee. Daar in Cesarea verbleef de stadhouder Felix. Felix heeft in Cesarea een eerste verhoor van Paulus laten plaatsvinden. Paulus werd aangeklaagd door Tertullus, als woordvoerder van de Joden. Daarna heeft Paulus zich in dat verhoor op een indrukwekkende wijze verdedigd.

Waarschijnlijk heeft de verdediging van Paulus Felix overtuigd van diens onschuld, want Felix stelde zich vriendelijk op tegenover Paulus. Hij gaf bevel om hem niet streng te behandelen. Vrienden van de apostel Paulus kregen gelegenheid hem in zijn gevangenschap op te zoeken. Alleen… Felix deed officieel geen uitspraak over Paulus’ onschuld. Maar wel is op een bepaalde wijze zijn belangstelling gewekt voor de prediking van Paulus. Daarom heeft Felix Paulus bij zich laten komen, opdat hij samen met zijn vrouw Drusilla naar de prediking van de apostel zou kunnen luisteren. Zo zijn die twee mensen, Felix en Drusilla, in aanraking gekomen met het Woord van God.

Een mens kan op verschillende manieren in aanraking komen met het Woord van God. Het kan omdat je onder de prediking als het ware mag opgroeien, zoals velen van ons. Het kan ook dat je van buitenaf bij de kerk gebracht wordt.

 

Paulus sprak over rechtvaardigheid en het toekomende oordeel. Felix was een onrechtvaardig mens. Hij handhaafde het recht niet, want hoewel Paulus onschuldig was, liet hij Paulus niet vrij. Hij was ook gevoelig voor omkoping, want we lezen in het volgende vers dat hij hoopte dat Paulus hem geld zou geven en daarna zou hij Paulus loslaten.

Tegenover dat schuldige leven van Felix handelde Paulus over rechtvaardigheid en ook over matigheid. Dat woordje ‘matigheid’ betekent: zelfbeheersing, ingetogenheid. Felix was een slaaf van zijn wreedheid en seksuele hartstochten. Hij leefde met die vrouw in overspel. Hij liet zich door zijn hartstochten meeslepen. Daartegenover sprak Paulus over matigheid, zelfbeheersing.

Zo heeft de apostel Paulus in zijn prediking Felix schuldig gesteld, Felix’ schuld aangewezen. Zo heeft Paulus duidelijk gemaakt dat het leven van die twee mensen, Felix en Drusilla, in strijd was met de wil van God.

Zo worden ook wij door het Woord van God schuldig gesteld. Beseft u dat wel? Het Woord van God klaagt ons aan en dat Woord stelt ons schuldig. Dat roept ons toe: U hebt gezondigd en uw leven is in strijd met de wet van God.

En met die God krijgen we allemaal te maken, want Paulus sprak niet alleen over rechtvaardigheid en matigheid, maar ook over het toekomende oordeel. Hij heeft Felix en Drusilla voorgehouden: Het gaat naar het oordeel! Christus komt om te oordelen de levenden en de doden en u kunt niet bestaan als de boeken opengaan. Het toekomende oordeel...

Zo heeft Paulus als het ware gezocht om die twee mensen te bewegen tot het geloof, wetende de schrik des Heeren. In zijn ernstige en indringende boodschap had Paulus niets anders op het oog dan hun welzijn en hun behoud. Hij heeft het hun als het ware toegeroepen: Wij bidden van Christus’ wege: laat u met God verzoenen! (2 Kor.5:20)

 

Tot ons komt geen andere boodschap. Ook tot ons komt de eis van Gods wet. Ook tot ons handelt de Heere over matigheid, over rechtvaardigheid en over het komende oordeel. Ook ons wordt toegeroepen: Wie leeft er die voor de heilige God ooit kan bestaan? Want u staat schuldig tegenover die God. Maar evenzeer komt de Heere tot ons met de oproep tot bekering: Bekeert u, bekeert u, ga toch zo niet verder! Ook tot ons wordt het geloof in Christus gepredikt.

Wat doet u ermee? Wat heeft het in uw leven uitgewerkt? Kinderen in de kerk, probeer je ook te luisteren? Heb je al een nieuw hart? Ken je de Heere al? Jongelui, hoe vaak heb je het al niet gehoord, die boodschap? Wat heeft het in je leven gedaan? De Heere komt erop terug.

Wat heeft het gedaan in het leven van Felix? Dat brengt ons bij het tweede punt van de preek. Wanneer we letten op het woordje ‘later’, dan heeft Felix dat niet alleen gesproken na een ernstige, een indringende prediking, maar ook bij een diepe indruk.

 

  1. Felix sprak dit bij een diepe indruk

U moet niet denken dat die boodschap langs Felix is heengegaan. O nee, dat woord van Paulus heeft diepe indruk op hem gemaakt. Het scherpe licht van het heilige Woord van God viel over zijn zondige leven. Dan slaat Felix, om zo te zeggen, de schrik om het hart.

 

Nee, hij spot niet met de boodschap van Paulus. Hij lacht er niet om, integendeel. Hij neemt die boodschap ernstig, zo ernstig dat hij doodsbenauwd wordt. We lezen van hem: zeer bevreesd geworden zijnde. Je zou zeggen, gemeente, dat is een zegen, als het Woord van God niet altijd en altijd maar langs je heengaat, als het Woord van God je wel eens opschrikt en wakker schudt en heen en weer schudt. Het is een zegen als het Woord van God wel eens indruk op je maakt, als het je raakt tot in het diepst van je bestaan.

Hebben jullie dat wel eens gehad, meisjes en jongens, dat een preek je zo raakte dat je het niet van je af kon schudden en dat je het meenam overdag en ’s nachts en dat het je op de knieën bracht? Ouderen, hebt u dat wel eens gehad? Of… gaat het Woord altijd maar langs u heen en bent u zelfs in de kerkbank nog bezig met wat u in de komende week weer wilt gaan doen?

Het is erg als het Woord altijd maar langs je heengaat. Dat was bij Felix niet het geval; hij werd zeer bevreesd. De heiligheid en de rechtvaardigheid van God en het toekomende oordeel verschrikken hem in het licht van zijn zondige leven. Zijn ziel krimpt ineen als hij denkt aan het toekomende oordeel. Je zou haast zeggen: die man is niet ver van het koninkrijk Gods. Je bent toch blij als je als dominee merkt dat je preken niet altijd langs de hoorders heengaan, maar dat mensen wel eens gegrepen worden en opgeschrikt en heen en weer geschud.

Je zou kunnen zeggen: Felix staat als het ware op een tweesprong. Hij wordt door het Woord heen en weer geschud. Wat zal hij doen? Hoe zal hij nu reageren op de boodschap die Paulus brengt? Hoe zult u reageren op de boodschap van het Woord van God? Dan zijn er maar twee mogelijkheden: of u valt onder het Woord, of u verhardt u. Het moet een bepaalde kant op. Tegenover het Woord van God is neutraliteit onmogelijk. Het is niet mogelijk dat je de kerk uitkomt zoals je erin kwam, want je hebt het weer gehoord en als je er niet onder vallen mocht en als je onbekeerd blijft, dan werkt het verhardend.

Felix staat hier op een tweesprong, aangegrepen, verschrikt, bevreesd vanwege de boodschap van Paulus. Wat zal hij nu doen? Welke kant gaat het nu op? We zouden zeggen: ‘Felix, val de Heere toch te voet! Bid uw Rechter toch om genade!’

Hoe is het met u? Misschien zijn er ook in uw leven preken die u nooit meer kunt vergeten. Preken waarin het ook zo op u afkwam, dat het u niet losliet. Maar wat hebt u toen gedaan? Bent u voor God gevallen of hebt u uzelf er weer overheen gezet? Gebeurt dat wel eens, kinderen in de kerk, dat je ’s avonds in bed ligt en je denkt eraan, dat je eens de Heere moet ontmoeten en dat kan niet? Je hebt een boos hart, je hebt nog geen nieuw hart. Maar je ligt in bed en je denkt: laat ik die gedachte maar wegdrukken, laat ik er maar niet aan denken, ik moet over andere dingen denken, wat ik morgen zal gaan doen op school en hoe ik morgen zal gaan spelen met vriendjes en vriendinnetjes. Daar kan een kind al mee bezig zijn en een volwassene niet minder. Je drukt het weg, je leeft er overheen. Is dat ook bij u gebeurd?

Er zijn hier mensen, die hebben net als Felix wel eens op de tweesprong gestaan, als het ware door God aangegrepen en heen en weer geschud. Dat kan zijn onder een preek die u hoorde, het kan zijn bij een aangrijpende gebeurtenis in uw leven, het kan zijn bij dat

 

verkeersongeluk waar iedereen van zei: ‘Wat een wonder dat hij er zo vanaf gekomen is!’ U voelde: de Heere zet me hier op een tweesprong. God is het, Die me in dit gebeuren aangrijpt.

Er zitten hier mensen die wel eens op de tweesprong gestaan hebben, net als Felix. Welke kant is het opgegaan? Wees nu eens eerlijk; het is of het één of het ander. U mocht vallen onder God of u handhaafde uzelf.

Bij Felix is het de verkeerde kant opgegaan. Er was wel vrees, maar het was een slaafse vrees. U weet het wel, die angst voor het oordeel, die angst voor de ontmoeting met God… Het was niet de kinderlijke vrees, want dan is er de liefde in het hart en dan is er heimwee naar God. Dan word je naar de Heere uitgedreven. Er was bij Felix wel benauwdheid, maar geen droefenis. U weet het wel, dat staat in Psalm 116: Ik vond benauwdheid en droefenis (Ps.116:3). Alleen benauwdheid, maar geen droefenis. Als die droefenis er is, dan is de liefde Gods in het hart uitgestort. Dan is er dat hartelijk belijden: ‘Tegen U heb ik gezondigd.’ Maar dan, dan zal de Heere wonderlijk vertroosten.

We gaan naar onze derde gedachte, maar we zingen eerst Psalm 139 vers 1: Niets is, o Oppermajesteit,

Bedekt voor Uw alwetendheid.

Gij kent mij; Gij doorgrondt mijn daân; Gij weet mijn zitten en mijn staan;

Wat ik beraad’, of wil betrachten, Gij kent van verre mijn gedachten.

‘Later… Voor ditmaal ga heen, maar later, dan…’ Felix sprak dit dus ten eerste na een indringende prediking, ten tweede bij een diepe indruk en ten derde in een verschrikkelijk antwoord.

 

  1. Felix sprak dit in een verschrikkelijk antwoord

Felix staat op een tweesprong. Welke kant gaat het op? Verschrikkelijk, als wij zouden lijken op Felix, want Felix heeft geprobeerd die stem van binnen, die stem van zijn geweten, het zwijgen op te leggen. Dan komt dat woord ‘later’. ‘Voor ditmaal ga heen, maar later, later… als ik gelegen tijd zal hebben bekomen, zo zal ik u tot mij roepen.’ Voor ditmaal ga heen. Letterlijk staat er: ‘Voor het nu zijnde…’ Voor nu, voor dit moment vindt hij het genoeg. Bij een volgende gelegenheid, als hij het er een geschikt moment voor vindt, dan zal hij Paulus opnieuw laten komen. Dan mag Paulus opnieuw het Woord brengen. Nu niet, nu niet, later…

Nee, Felix wordt niet boos. Dat lees je niet. Diep van binnen is hij ervan overtuigd dat Paulus de waarheid spreekt, zijn welzijn zoekt, maar hij weigert zich gewonnen te geven. ‘Nu heb ik geen tijd, nu heb ik geen gelegenheid meer, maar later, later... Echt, het komt nog wel, later!’ Zo probeert hij zijn geweten gerust te stellen. Nee, hij wijst de oproep tot bekering niet bruut af, maar hij schuift het naar later toe. Daar heb je dat uitstel. Nu is hij er nog niet aan toe. Hij stelt het uit. Later... Nu zijn er nog zoveel andere dingen, maar later…

 

Je zou zeggen: ‘Geeft dat geen hoop?’ Want Felix wijst de boodschap niet bruut af. Hij zegt niet: ‘Paulus, het is allemaal onzin wat je zegt.’ Helemaal niet. En toch, gemeente, wat een verschrikkelijk antwoord! Later... Felix is verward in de strikken van satan. De Heere heeft de hand naar hem uitgestrekt in de prediking van Paulus, maar hij kruipt onder die uitgestoken hand vandaan. Hij wijst op een nette manier de bekering af.

Hoe vaak hebt u dat al niet gedaan? Een mens kan, om zo te zeggen, op een nette manier de prediking naast zich neerleggen. Als je de kerk uitgaat zeg je: ‘Het was een mooie preek.’ Een mooie preek, en dan? Je drinkt je kopje koffie. Je leeft weer rustig verder. Nee, nu nog niet, later, later… Nu nog geen tijd, eerst nog zoveel andere dingen. Later! En dan maak ik dat wel uit, en niet de Heere.

Maar wanneer zal die gelegener tijd er zijn? Die was er vorig jaar niet, die was er vorige maand niet, die was er vorige week niet, die is er nu niet. U zegt: ‘Nu niet, maar later.’ Echt, geloof het, dat ‘later’ zal er volgende week niet zijn en volgende maand niet en volgend jaar niet. Denkt u van wel? Houd u toch niet voor de gek, gemeente. Al zou u nog twintig of voor mijn part vijftig jaar leven, dan zou u nog zeggen: ‘Nu nog niet, nu nog niet, later, later…’ Dat zit er zó diep in bij u en bij mij. We stellen het maar uit en we schuiven het maar van ons af.

‘Later, als ik gelegener tijd zal bekomen hebben, zal ik u tot mij roepen. Ik zal het geschikte moment wel bepalen.’ Het geschikte moment om bekeerd te worden, het geschikte moment om te vallen onder het Woord van God… wanneer is dat? Zouden jullie het weten, jongelui?

Dat geschikte moment is… nú! ‘Héden’, staat er in de Bijbel, ‘nú, zo gij Zijn stem hoort, zo verhard uw harten niet!’ Heden, nu, niet later, want morgen kan het te laat zijn. Ziet, nu is het de welaangename tijd, ziet, nu is het de dag der zaligheid! (2 Kor.6:2) Nu staat de Heere te kloppen aan de deur van uw hart. Maar als u de Heere netjes afwijst, dan komt er een moment dat Hij heengaat. Zoals Paulus heenging van Felix, komt er een moment dat God je loslaat, en dan?

 

Paulus sprak over het toekomende oordeel. Gemeente, we zijn op weg naar het toekomende oordeel. Wee ons, als we dan het Evangelie hebben versmaad, als we dan het bloed van Christus dat ons gepredikt was, onrein hebben geacht. Dan zullen we in dat toekomende oordeel niet kunnen bestaan. Dan zal er niet alleen zijn de toorn van God, maar ook de toorn van het Lam, Dat ons gepredikt werd en Dat wij hebben versmaad.

O, er zijn wat een trouwe kerkmensen. Altijd in de kerk, iedere zondag en ook doordeweeks als het kerk is. Trouwe kerkgangers, die altijd en altijd maar bezig zijn om de zaak van hun bekering uit te stellen. Later, later… Ze stellen maar uit, van de ene dag in de andere, van het ene jaar naar het andere. Steeds weer is het: later, later, later… Totdat er geen ‘later’ meer is, maar wel ‘te laat’. Je kunt zomaar van het ene op het andere moment uit dit leven worden weggerukt en dan is er geen later meer!

 

Felix heeft geen gelegener tijd meer gekend. Hij zal Paulus later nog wel eens ontmoet hebben, maar het ging hem om geld. Dat lees je verder ook. Toen de indrukken weer weg waren, probeerde hij middels omkoperij nog wat aan Paulus te verdienen. Felix

 

heeft zijn geweten toegeschroeid. Hij is in zijn zonden gestorven. Wij weten dat Felix twee jaar later naar Rome werd teruggeroepen voor een proces over zijn eigen wanbestuur. Drusilla is met hem meegegaan. Om de Joden een gunst te bewijzen liet hij Paulus als een gevangene achter. Felix werd door de keizer verbannen en, zoals ik al zei, hij verloor zijn enige zoon bij de uitbarsting van de Vesuvius in het jaar 79. Volgens sommigen is ook Drusilla omgekomen in de kolkende lava van de vulkaan. Dat vertelt ons althans Flavius Josephus.

Wat aangrijpend, gemeente. De gelegenheid te hebben gehad en maar uitgesteld, maar uitgesteld… Altijd was het later, totdat het te laat was. Dat woordje ‘later’ is wel een verschrikkelijk woord, ik zou haast zeggen een levensgevaarlijk woord. Later… Hoe vaak hebt u het Woord al niet gehoord? Hoe vaak hebt u de gelegenheid al niet gehad tot bekering? Altijd maar uitgesteld, niet gewild…

Dan zegt Christus tot Jeruzalem: Hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens bijeenvergadert onder de vleugels; en gijlieden hebt niet gewild (Matth.23:37). Dan zal het op een gegeven moment te laat, eeuwig te laat zijn. En dan dat toekomende oordeel, waar Paulus van sprak. O, dan zal het klinken: ‘Breng ze hier en sla ze dood aan Mijn voeten.’

Gemeente, laten Felix en Drusilla u tot een waarschuwing zijn. Laat u toch gezeggen door het Woord van God. Stel het toch niet langer uit, want ‘later’ wordt ‘te laat’. En uitstel wordt afstel. Bedenk toch wat tot uw eeuwige vrede dient! Wat kunt u er bij verliezen? Niets toch? Je moet alles toch loslaten? En wat kunt u er bij winnen? Alles toch?

Er is geen zaliger dienst dan de dienst van God. Vraag het maar aan Gods kinderen. In de tranen over de zonde ligt al meer zoetheid dan heel de wereld geven kan. Hoeveel temeer als de Heere komt met de blijken van Zijn liefde en van Zijn genade in Christus. Dan is een kruimeltje van Zijn tafel meer dan duizend werelden.

Jongelui, het is zo de moeite waard om de Heere te vrezen. Zijn dienst is een liefdedienst. En daarom, stel het toch niet uit en zeg toch niet: ‘Later, later, dan zal ik de Heere ernstiger zoeken.’ Nu, heden, zo je Zijn stem hoort, verhard je toch, niet maar laat je leiden.

Gemeente, Gods kinderen gaan het allemaal belijden: ‘Als het aan mij gelegen had, dan was het bij mij net als bij Felix gegaan. Dan was dat later té laat geworden. Maar wat een wonder: de Heere was de Eerste in mijn leven en toen kon ik niet meer. De Heere overwon mij door Zijn kracht. Toen kon het geen uitstel meer lijden en werd ik net als Christen uit ‘De Christenreis’ in die stad Verderf. Christen heeft niet gezegd: ‘Later, later zal ik die stad wel uit vluchten.’ Nee, nu! Hij vluchtte weg, al zeiden zijn vrouw en kinderen: ‘Het is vader in het hoofd geslagen.’ Hij hield het geen ogenblik langer meer uit. Het moest nú gebeuren, met een haasten en spoeden om zijns levens wil.

Zo gaat het, als God het op je hart bindt. Dat zullen al Gods kinderen zeggen: ‘De Heere was de Eerste. De Heere heeft mij overwonnen, anders was ik doorgegaan, net als Felix, en dan was dat ‘later’ in mijn leven ‘te laat’ geworden. Het grootste wonder is dat de Heere in mijn leven plaats heeft gemaakt voor Zijn Zoon, Die enige en volkomen Zaligmaker.’

 

Als dat in uw leven het geval is, dan zal het toekomende oordeel een eeuwige meevaller worden. Een eeuwige meevaller, als Jezus zeggen zal: ‘Komt in en beërft dat Koninkrijk!’

Amen.

 

Slotzang: Psalm 95:5

 

Verhardt u niet; neemt Zijn genâ Ootmoedig aan. Laat Meriba, Laat Massa u ten afschrik wezen,

Waar ‘k door uw vaders ben verzocht, Toen alles, wat Mijn almacht wrocht, Hen niet bewoog, om Mij te vrezen.