Ds. J.B. Zippro - Johannes 19 : 26 - 27

Jezus’ liefde voor de Zijnen vanaf het kruis

Zijn liefdesoog
Zijn liefdeszorg
Zijn liefdesvrucht

Johannes 19 : 26 - 27

Johannes 19
26
Jezus nu, ziende Zijn moeder, en den discipel, dien Hij liefhad, daarbij staande, zeide tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon.
27
Daarna zeide Hij tot den discipel: Zie, uw moeder. En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 22: 11 en 12
Zingen : Psalm 69: 4
Lezen : Johannes 19: 17-27
Zingen : Psalm 133: 1, 2 en 3
Zingen : Psalm 31: 16, 17
Zingen : Psalm 103: 7

Gemeente, het Woord van God waarbij ik u met Gods hulp wil bepalen, kunt u vinden in het u voorgelezen Schriftgedeelte: Johannes 19 de verzen 26 en 27. We lezen daar:

 

26. Jezus nu, ziende Zijn moeder, en den discipel dien Hij liefhad, daarbij staande, zeide tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon.

27. Daarna zeide Hij tot den discipel: Zie, uw moeder. En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis.

 

Het thema van de preek is: Jezus’ liefde voor de Zijnen vanaf het kruis.

 

We lezen eerst dat Jezus Zijn moeder ziet. Zijn liefdesoog is op haar (vers 26a). Dan lezen we van de zorg van Jezus voor Zijn moeder en voor Johannes (vers 26b). Dat is de liefdezorg. En tenslotte lezen we ook van de vrucht van deze liefde (vers 27)

 

Dus er zijn drie gedachten:

 

  1. Zijn liefdesoog
  2. Zijn liefdeszorg
  3. Zijn liefdesvrucht

 

1. Zijn liefdesoog

Gemeente, wat een liefde heeft de Heere Jezus willen schenken en openbaren aan het kruis op Golgotha. Hij hangt aan het vloekhout in de vreselijkste pijnen, maar Hij is vol liefde en ontferming. Hij is vol van zorg. Wie zal dit ooit kunnen bevatten? Die liefde is met geen pen te beschrijven, maar het ontzaglijke lijden dat de Heere Jezus ondergaat, is ook niet in woorden te vatten. Maar dat geldt vooral voor Zijn onuitsprekelijke liefde. Wie zal de lengte, de hoogte en diepte van Zijn liefde kunnen bevatten? Dat valt alleen maar te bewonderen.

 

Nooit openbaarde zich groter liefde dan hier op Golgotha, maar ook: nooit openbaarde zich ook meer haat en vijandschap. Wat is de mens is als hij losgelaten wordt. Wat een vreselijke hoon en spot vallen Jezus ten deel. Hoor dat spotlied: Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven niet verlossen. Indien Hij de Koning Israëls is, dat Hij nu afkome van het kruis, en wij zullen Hem geloven (Matth.27:42). Daarbij komt nog andere smaadtaal die Jezus moet aanhoren.

Nooit openbaarde zich meer haat en vijandschap tegen God en tegen Christus. Maar tegelijk zien we nooit méér liefde en ontferming, goedheid en barmhartigheid, dan daar op die vloekheuvel van Golgotha. Daar heeft Jezus de Zijnen liefgehad tot het einde.

 

Die liefde van Christus komt voort uit het liefdeshart van de Vader. De Vader heeft Jezus liefgehad met een eeuwige liefde. De Vader heeft Hem in deze verloren wereld gezonden. Hij is het geschenk van Zijn liefde. Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe (Joh.3:16). Zo is Hij in deze wereld gekomen en heeft Hij Zijn discipelen geroepen met de trekkende liefde.

Hij heeft hen ook tot in de dood liefgehad. Als Johannes de evangelist Zijn lijden beschrijft vanaf Johannes 13, zegt hij in het eerste vers – het is één van de mooiste en diepste verzen van het hele Evangelie: Alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.

 

Jezus’ liefde is ook onveranderlijke liefde. Onze liefde verandert nogal eens. Hoeveel huwelijken stranden tegenwoordig niet? Waarom? ‘Ja, ik hou niet meer van haar, het is over.’ Maar Jezus heeft als Bruidegom Zijn Bruidsgemeente lief tot het einde. Hij zegt niet: ‘Nu is het over.’ Al heeft Hij er wel reden toe. De discipelen hebben Hem in de Hof van Gethsémané allen verlaten. Ze kunnen nog geen uur met Hem waken en zijn weggevlucht. Ze spreken wél grote woorden: Ik zal mijn leven voor U zetten (Joh.13:37), maar wat is er van terechtgekomen? Helemaal niets. Jezus heeft alle reden gehad om de liefdesrelatie met Zijn kinderen te beëindigen, maar Hij heeft de Zijnen vastgehouden. Hij blijft van hen houden, ondanks alles. Ondanks al hun zonden en dwaasheid. Wat een onveranderlijke, onpeilbare liefde van God, in Jezus Christus. ‘O liefde, die om zondaars te bevrijden, zo zwaar moest lijden.’

 

Gemeente, nu gaat het erom dat wij die liefde mogen bewonderen. Nee, zij is niet te bevatten. Niet te verklaren. We kunnen alleen maar zeggen: ‘Heere, wat bent U oneindig goed geweest in dat lijden. U hebt Uw kinderen vastgehouden.’ De goede Herder stelt Zijn leven voor de schapen (Joh.10:11). Niemand zal ze uit Mijn hand rukken (Joh.10:28). Dat is wel geprobeerd door de vorst der duisternis: De satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe; Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude (Luk.22:31-32). Zo heeft Hij de Zijnen liefgehad tot het einde.

 

Nogmaals, bij ons is de liefde wel veranderlijk. Misschien heb je het wel eens meegemaakt, jongens en meisjes. Je hebt verkering en ineens krijg je te horen: ‘Het is over! In het begin dacht ik dat je de ware was. Maar ja, nu is het anders.’ Ineens is het afgelopen. Wat kan dat een pijn doen. Ook bij de ander. Maar gemeente, zo is het bij Jezus niet. Hij geeft Zijn kinderen niet halverwege op. Hij houdt de Zijnen vast tot op het kruis. In die smartelijke, helse pijn denkt Hij nóg aan hen. Dan nog is zijn hart vervuld met Goddelijke liefde.

Jezus vervulde zo het liefdesgebod van de wet der Tien Geboden. Wat zegt die wet? God liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf. Dat is de liefdeswet, het liefdesgebod. Dat heeft Jezus volmaakt onderhouden. Allereerst de liefde tot Zijn Vader. Dat boven alles. Hij sprak al als kind tot Zijn moeder Maria: Wist gij niet dat ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders? (Luk.2:49). Alles heeft Hij gedaan om Zijn vader te verheerlijken.

Maar ook de liefde tot Zijn naaste heeft Hij volmaakt onderhouden. Hij vervulde daarmee de tweede tafel van de wet.

 

In het eerste kruiswoord bidt Hij voor Zijn vijanden! Wie zou dat doen? Je zou toch buiten jezelf van boosheid en woede zijn? Hij heeft onschuldig geleden, maar geen woord van haat of vijandschap komt er van Zijn lippen. Integendeel: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen (Luk.23:34).

In het tweede kruiswoord klinkt liefde tot een moordenaar. Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn (Luk.23:43). Opnieuw Zijn onuitsprekelijke en onpeilbare liefde, betoond aan een moordenaar.

En in het derde kruiswoord zien we liefde tot de Zijnen: Zijn kinderen, Zijn Kerk en Zijn volgelingen. Ze staan daar bij het kruis, of veraf. Toch heeft de Heere Jezus ook nog een woord voor hen. Hij bewijst Zijn liefde tot Johannes en Maria en de anderen die erbij staan. Het is maar een klein groepje. Machteloos staan ze daar. Ze kunnen helemaal niks meer doen. Is dat nu de Kerk? Dat kleine groepje? Waar is Simon Petrus? Nergens te bekennen. Waar zijn Jakobus en Andreas? Niet aanwezig.

In vers 25 lezen we wie op de kruisheuvel staan: En bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder en Zijner moeders zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Gemeente, jongelui, dát is de Kerk bij het kruis. De Kerk onder het kruis. Het is maar een handjevol mensen. Ja, zo kan het soms lijken: een handjevol mensen, dat overgebleven is. Maar de Heere kan het zó veranderen, want op Pinksteren komen er drieduizend zielen tot bekering. Op Golgotha schijnt het maar een gering, onbetekenend groepje: een paar vrouwen en nog een discipel en dat is het. ‘Een kleine kudde’, zegt Jezus Zelf. En toch: Vrees niet, klein kuddeke, want het is des Vaders welbehagen ulieden het Koninkrijk te geven (Luk.12:32). Dat kleine hoopje volk is tóch de Kerk. En waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen (Matth.18:20). Hij onderwijst daar. Hij bewijst er Zijn liefde. Dan kun je beter met een handjevol mensen samenkomen, dan in een stampvolle kerk waar ze niets begrijpen van de liefde van Christus.

 

Drie Maria’s staan daar op de kruisheuvel: Maria, de moeder van de Heere Jezus, wordt als eerste genoemd. Er is ook nog een zuster van haar bij, waarschijnlijk Salome. Ze worden door Mattheüs en Lukas ‘vrouwen uit Galilea’ genoemd. Maria, de vrouw van Klopas, is de tweede Maria. Dan is er nog een derde Maria, haar naam is Maria Magdalena. Van haar weten we dat het een vrouw met genade was, want er waren zeven duivelen uit haar geworpen. Een duivels figuur. ‘Niets mee te beginnen’, zouden wij zeggen. ‘Dat is verloren.’ Maar de Heere Jezus heeft Zijn macht in haar leven betoond en de zeven duivelen uitgeworpen. Wat een wonder. Zij staat ook bij het kruis.

Hoe kan dat? Hoe kun je dat volhouden om al dat afgrijselijke lijden aan te zien? De pijn en marteling die hun lieve Meester en Zaligmaker moet ondergaan? Je zou toch wegvluchten? Hoe is het mogelijk dat deze vrouwen tóch gekomen zijn? Dat is het geheim van de liefde. Het is die liefde waarmee zij aan Jezus verbonden waren. Dat alleen.

 

Wat blijft er van hun geloof over? Ach ja, ik denk dat ze niet zo veel geloof hadden. Is dat nu de weg? Wij hoopten, dat Hij was Degene, Die Israël verlossen zou (Luk.24:21). En kijk eens wat er nu gebeurt. Wat blijft er soms van je geloof over en van je hoop. Maar die liefde… dat liefdesvuur blijft branden.

Natuurlijk probeert de duivel dat liefdesvuur uit te doven. Dat doet hij vandaag ook nog. Door allerlei moeite en teleurstellingen probeert hij het vuur van de liefde uit te doven in uw leven. Hij wil dat daar niks meer van over blijft. Dat je boos en moedeloos wordt. Maar de Heere houdt de liefde in stand! Daarom zijn ook deze vrouwen naar het kruis gekomen, vanwege de liefdesbanden met hun Zaligmaker. Al hebben ze veel smart – want scheiden doet lijden – ze kunnen Hem niet missen! Veel vragen zijn er, veel strijd is er in hun hart.

Kunt u dat begrijpen? Wat een strijd kan er niet zijn. Maar ondanks alle smart is het een liefdessmart.

 

Dat hartverscheurende verdriet heeft vooral de moeder van Jezus. Ze ziet haar kind daar hangen. Hij is haar kind; uit haar voortgekomen. Verwekt door de Heilige Geest, maar toch: háár Zoon. Wat een smart om je kind zo te zien lijden, aan Wie je met hart en ziel verbonden bent. Ik weet niet hoe het bij u is, maar als je je kind ziet lijden, is dat onnoemelijk zwaar. Wat moet het dan voor de moeder van de Heere Jezus geweest zijn dat ze haar lieve Zoon – van Wie ze weet dat Hij onschuldig is – daar ziet wegzinken en wegsterven. Terwijl God zulke rijke beloften gegeven heeft. God zal Hem de troon van Zijn vader David geven (Luk.1:32), heeft de engel gezegd. Wat blijft daarvan over? Ze heeft ervan gezongen in haar lofzang: Mijn ziel maakt groot den Heere; En mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker (Luk.1:46-47).

Je kunt wel eens gezongen hebben, maar wat kan er veel op afkomen. Wat is er veel op Maria afgekomen. Hier wordt werkelijkheid wat Simeon heeft gezegd in de tempel: Een zwaard zal door uw ziel gaan (Luk.2:35). Wat bedoelde hij? Een zwaard? Ja, er moet licht vallen over die woorden. Hier bij het kruis gebeurt het. Daar gaat dat zwaard door haar ziel. Ze zal er later vaak aan teruggedacht hebben.

 

Wat moeten we veel leren in het leven der genade. Wat moet Maria hier veel leren. Ze moet afstand nemen van haar Zoon. Ze is nog met alle vezels van haar natuurlijke bestaan aan Hem verbonden. Maar nu zal God ervoor zorgen dat ze Hem weer terug zal ontvangen: als haar Borg en Zaligmaker.

We kunnen ons voorstellen dat er veel smart, aanvechting en strijd in de harten van die vrouwen en het hart van Johannes was. Maar er staat nog iets: Jezus ziet het! Jezus nu ziende Zijn moeder. Vanaf het kruis heeft Hij hen gezien. Zijn oog slaat hen in liefde gade, vol ontferming en barmhartigheid. En daarom gaat hij spreken.

Gemeente, wat kan er een strijd zijn in uw leven, of zo’n smartelijke weg die u moet gaan. U denkt misschien: Zou de Heere van mij afweten? Zou Hij met mij te maken willen hebben? Het lijkt alsof alles mis gaat in m’n leven. Dat alles vastloopt. Ik weet het niet meer. Maar… Jezus nu ziende Zijn moeder. Jezus ziet u. Hij ziet ons ook nu. Hij ziet op ons neer. Hij vraagt: ‘Wat scheelt eraan?’

 

Jezus nu, ziende Zijn moeder, en den discipel dien Hij liefhad, daarbij staande. Die discipel is de evangelist Johannes zelf. Hij schrijft over zichzelf als de discipel dien Hij liefhad. Het woordje ‘dien’ is heel belangrijk. Hoe zit dat? Hij, Johannes, heeft de Heere Jezus lief? Nee, dat staat er niet. Jezus heeft hém lief. Zo noemt Johannes zichzelf. De apostel der liefde. Dat is voor hem het belangrijkste, dat Jezus hem liefheeft.

Andersom is het ook waar natuurlijk. Later zal hij in zijn zendbrief schrijven: Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft (1Joh.4:19). Jezus is de Eerste.

Hoe ligt dit nu in ons leven? Hebt u en jij ook Jezus lief? Als de vrucht Zijn liefde? Hij is de Eerste, hoor! Hij is de Eerste, Die naar een zondaar omziet, naar mensen die nooit naar Hem gevraagd hebben. Maar de Heere vraagt naar ú. Daar zit Levi in zijn tolhuis te rekenen. Ineens komt Jezus langs: Volg Mij! (Mark.2:14). Het is gebeurd. Maar een paar woorden en Levi verlaat het tolhuis. Wie is nu de eerste in het leven van Levi? Dat is toch de Heere Jezus?

 

Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij? (Hand.9:4). Saulus is blazende dreiging en moord (Hand.9:1) op weg naar Damascus. Ik zál die christenen, denkt hij. Ik zal er een heleboel uitmoorden. Maar Jezus komt. Zo ook bij Johannes, al weten we verder niet zoveel van zijn bekering. Toch is hij de discipel die Jezus liefheeft. De Heere Jezus heeft hem lief; het gaat van Hem uit.

Er zijn mensen die het heel hoogmoedig van Johannes vinden om zo over zichzelf te spreken. Alsof Johannes een streepje voorheeft bij de Heere Jezus. Maar dat is echt niet de bedoeling van Johannes geweest. Hij wil niet boven de andere uitsteken. Nee, als hij over zichzelf spreekt, bedoelt hij niet dat hij een beetje beter is dan de anderen. Hij wil zeggen dat Jezus zich over hem wilde ontfermen. Het komt bij Jezus vandaan. Dan geeft dat natuurlijk wederliefde. Een ouderling in Amsterdam zei vroeger altijd: ‘Zijn liefde baart wederliefde.’ Een beetje wonderlijk uitgedrukt, maar het is waar: ‘God heb ik lief, want die getrouwe Heer’, Hoort mijne stem, mijn smekingen mijn klagen.’

 

Nu is de Heere ook vanaf het kruis vol ontferming. Wanneer Hij in de grootste smarten is, slaat Hij Zijn oog van ontfermen neer op moeder Maria. Bij Maria staat Johannes, de discipel welke Hij lief had. Hij spreekt woorden van afscheid. Woorden van liefde tot Zijn geliefden. Die kruiswoorden kun je wel inlijsten. Zij zijn een prediking op zich. Het zijn maar enkele woorden, maar wát een inhoud! Vrouw, zie uw zoon. En tegen Johannes: Zie uw moeder. Wat een prediking. Woorden van genade vloeien van de lippen van de Zaligmaker. Psalm 45 zegt: Genade is op Uw lippen uitgestort. Woorden van liefde en genade. Voor elk heeft de Heere Jezus een bijzonder woord. Voor moeder Maria en voor Johannes. Voor ieder een woord apart.

 

Maar de Heere weet niet alleen wat Maria en Johannes nodig hebben, maar ook wat u en jij nodig hebt. De één heeft een woord van onderwijs, de ander een woord van bestraffing nodig. Een ander een woord van bemoediging en vertroosting.

Lange zinnen kan de Heere Jezus niet meer maken vanaf het kruis. Maar dat is ook helemaal niet nodig. Misschien preek ik nu ook weer zo. U denkt: het zijn weer veel woorden. Je kunt veel woorden gebruiken, maar tegelijkertijd zo weinig zeggen. Soms kun je een paar woorden spreken, maar wat een inhoud. Dat doet soms meer. Zo is het ook nu de Heere Jezus spreekt. Het zijn maar enkele woorden: Vrouw, zie uw zoon. Maar wát een inhoud. En tot de discipel: Zie uw moeder. 

We gaan eerst zingen. Psalm 31 vers 16 en 17:

 

            Gij zult uw volk een schuilplaats wezen;

            Gij bergt hen in het licht,

            Van ’t Godd’lijk aangezicht,

            Daar zij geen leed van trotsen vrezen;

            Een hut, waarin zij ’t woelen,

            Den twist der tong niet voelen.

 

Geloofd zij God, Die Zijn genade,   

Aan mij heeft groot gemaakt;

Die voor mijn welstand waakt:

Zijn oog slaat mij in liefde gade;

Hij wil mij heil bereiden;

Mij in een vesting leiden.

 

Gemeente, nu ons tweede punt:

 

2. Zijn liefdeszorg  

Jezus kijkt met een oog vol liefde neer op Maria en Zijn discipel, die Hij liefhad. Liefdeszorg; want Hij gaat de zorg voor Maria toevertrouwen aan Johannes. Hij neemt afscheid. Naar Zijn menselijke natuur zal Hij niet meer bij Johannes zijn. Maar naar Zijn goedheid, genade, majesteit en geest, zal Hij nimmermeer van hen wijken. Maar toch: het geeft smart. Je kunt elkaar toch niet missen als je met liefdesbanden aan elkaar verbonden bent? U hebt het misschien zelf ook meegemaakt dat geliefden u ontvielen. Zo is dat voor Maria nu ook ontzaglijk pijnlijk dat de Heere Jezus niet langer bij haar kan zijn. Haar lieve en geliefde Zoon in Zijn menselijke natuur. Wie zal er nu voor Maria zorgen?

Bijbelverklaringen wijzen erop dat Jozef al gestorven is. Maria is dus weduwe. Wie gaat er voor haar zorgen?

Daar zorgt Christus op wonderlijke wijze voor. Er zal iemand zijn. Dat is óók Zijn bestuur. Zo regeert Hij alle dingen. Je kunt in je leven dingen meemaken dat je zegt: ‘Hoe moet dit nu verder? Ik weet niet hoe het in de toekomst geregeld moet worden. Wie zorgt er nu voor m’n jongen? Wie zorgt er voor mijn oude moeder?’ Dan ineens zorgt de Heere voor iemand. Dat kan op wonderlijke manier gaan. Zo ook hier. Als Jezus als de Zoon van Maria niet meer bij haar kan zijn, vertrouwt Jezus haar toe aan Johannes en zegt tegen Zijn moeder: ‘Johannes, hij is nu je zoon.’ Jezus zal met Zijn ogen gewenkt hebben. Vrouw, zie uw zoon. Zie uw moeder. Zo ongeveer zal het gegaan zijn; dat hij met Zijn ogen gewenkt heeft. Liefdeszorg vanaf het kruis.

 

We gaan natuurlijk niet zover als in de katholieke traditie. De katholieken zeggen dat met dit woord uit Jezus’ mond moeder Maria aan de kerk wordt gegeven. De kerk mag Maria nu als haar moeder beschouwen. Daarom is Maria van zo’n grote betekenis en wordt zij aangebeden. Ze is bijna gelijk aan God. Dat lijkt niet op een Drie-eenheid, maar op een vier-eenheid. De aanbidding van Maria baseert men dus vooral op de woorden die de Heere Jezus gezegd heeft tegen Johannes: Zie uw moeder – dit is je moeder. Vanaf nu moet je voor haar zorgen.

We wijzen die leer van de katholieke kerk beslist af. Maar de liefdeszorg is er wél. Christus laat die hier zien. Hij zorgt dat Maria voor het tijdelijke een goed onderkomen heeft. Wat zorgt de Heere toch goed voor de Zijnen. Verwondert u zich ook daarover? Wat zorgt de Heere Jezus toch goed voor degenen die op Hem vertrouwen.

 

Dan is er nog iets. Het is toch wonderlijk dat er staat: Vrouw? De Heere Jezus spreekt Zijn moeder aan als ‘vrouw’. Dat is toch niet zo respectvol? Je zegt toch niet ‘vrouw’ tegen je moeder? Je zegt toch niet tegen je vader ‘meneer’? Of heb je je moeder zo wel eens aangesproken? Ik denk dat ze dat niet zo leuk zou vinden. Dus als je dit zo hoort, vraag je je af of die verhouding wel helemaal goed is. Waarom zegt Jezus ‘vrouw’ tegen Zijn moeder? Hij houdt toch van Maria? De Heere is toch vol van liefde voor haar? Waarom zegt Hij nu ‘vrouw’?

 

Gemeente, het is niet voor het eerst dat Hij dat doet. Denk maar aan de bruiloft te Kana. Er is te weinig wijn en Maria zegt tegen de Heere Jezus: Ze hebben geen wijn. Jezus antwoordt dan: Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn ure is nog niet gekomen (Joh.2:3,4). Ook weer die afstand. Met andere woorden: Hij ís wel de zoon van Maria naar de menselijke natuur. Maar denk erom – en dat moet Maria leren – er is meer dan het menselijke. Maria moet hier haar zoon verliezen in het natuurlijke, het menselijke. Naar de natuurlijke band moet ze Jezus verliezen. Daarna ontvangt zij Hem terug als Borg en Zaligmaker, want Hij ís haar Borg en Zaligmaker.

 

Jezus heeft het vijfde gebod volkomen vervuld, maar Hij is méér. Hij zal Zijn offer, Zijn leven en bloed geven. ‘Moeder Maria, vrouw, Mijn ure is nu gekomen. Nu zal Ik Mijn leven geven, tot verzoening.’ Niet alleen voor Maria, niet alleen voor Johannes, maar voor al degenen die Hij liefheeft. Het is noodzakelijk. ‘Ik zal de dood ingaan voor u, moeder Maria, vrouw, om uw Zaligmaker en Verlosser te zijn.’

Gemeente, woorden van liefde vanaf het kruis. En dan het wonderlijke. Johannes neemt die taak op zich: En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis. U ziet dan de vrucht van deze liefde. We zijn hiermee bij onze derde gedachte.

 

3. Zijn liefdesvrucht

 

Geliefden, we zien hier een rijke vrucht van de liefde van Jezus. Jezus’ liefde krijgt handen en voeten. Ze krijgt gestalte in de praktijk, want Johannes dóét het ook. Hij is gehoorzaam. Hij zegt niet: ‘Ja maar, moet ik moeder Maria in huis nemen? Dát ga ik niet doen. Kan niet iemand anders voor haar zorgen? Trouwens, er is toch nog een zuster van Maria? Kan zij niet voor Maria zorgen?’

Nee. De apostel uit geen bezwaren. Denk je eens in. Het is een hele opdracht om iemand in huis te nemen en voor iemand zorg te dragen, ….. maar Johannes doet het. Van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis. Johannes heeft dus een eigen huis. Sommigen zeggen dat de discipelen geen buidel, noch male (Luk.10:4) en geen bezittingen hadden. Hier lezen we dat Johannes een eigen huis heeft. Maar hij stelt dat huis open. Het is maar net hoe je met je bezittingen omgaat. Je mag best spullen hebben. Je mag best een eigen huis hebben. Maar de vraag is of u het ook in dienst stelt van Christus. En, mag ik die vraag stellen, waar is ons huis mee vervuld? Waar is ons hart mee vervuld?

Als uw hart vervuld is met déze liefde, kunt u veel verdragen van een ander. U brengt die liefde dan ook in praktijk. Liefdeszorg vanaf het kruis. Vanuit het menselijke kunnen we het niet lang volhouden, maar liefde vanuit Hem, dóór Hem en uit Hem, doet wonderen.

Jezus heeft het Zelf laten zien. In al Zijn daden. Dan mag je toch ook wel iets doen voor je naaste? Zorgen bijvoorbeeld voor onze jongeren. Maar niet blijven hangen in het menselijke, het horizontale. Dat houdt vaak niet zo lang stand. Maar ook die verticale lijn, vanuit Hem. Daarom kon Johannes het doen. Daarom heeft Johannes voor Maria gezorgd. ‘Kom maar, Maria, ik zorg voor je. Je bent weduwe, dus zijn er geen inkomsten. Ik zorg voor je.’ Dat is de praktijk van de liefde.

 

Brengt u het ook in praktijk? Is uw hart vervuld met deze liefde? Is ons huis vervuld met deze liefde? Breid het maar uit. Ons huis, onze gemeente, onze verenigingen. Is de liefde van Christus daar? ‘Waar liefde woont, gebiedt de Heer’ Zijn zegen: Daar woont Hij Zelf.’

 

Amen.

 

Slotzang: Psalm 103:7

 

Geen vader sloeg met groter mededogen

Op teder kroost ooit zijn ontfermend’ ogen,

Dan Isrels Heer’ op ieder, die Hem vreest;

Hij weet, wat van Zijn maaksel zij te wachten,

Hoe zwak van moed, hoe klein wij zijn van krachten,

En dat wij stof, van jongs af, zijn geweest.