Ds. A.T. Vergunst - Spreuken 6 : 26 - 27

Keuzes hebben gevolgen

God verwacht van je dat je goede keuzes maakt, die Hij belooft te zegenen
God verwacht van je dat je kiest door Zijn aanwijzingen op te volgen
Preek voor de jeugd 

Spreuken 6 : 26 - 27

Spreuken 6
26
Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk broods; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.
27
Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden?

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 1: 1, 4
Lezen : Spreuken 6: 20-35 en Spreuken 7
Zingen : Psalm 98: 1, 4
Zingen : Psalm 119: 5, 10, 53
Zingen : Psalm 34: 2, 6

Gemeente, jong zijn zijn we maar eens.  Maar sommige keuzen die we maken in onze jeugd gaan de rest van ons leven mee. Dat is mooi als we de juiste keuzen maken.  Maar hoe verdrietig en moeilijk als we de verkeerde keuze maken.  Velen ouderen hier, jongelui, denken met spijt terug over hun jeugd jaren.

Daarom is het zo belangrijk dat jullie het boek Spreuken aandachtig lezen en herlezen.  Spreuken is geschreven voor de jeugd.  Als het ware zet de Heere een ‘wijs hoofd op jonge schouders.

Het boek is zo practisch!  God spreekt hierin over hoe je je geld verstandig kan besteden of hoe je je mond moet gebruiken om anderen te troosten. Hij wijst heel concreet aan hoe je voorkomt dat je je geduld verliest, of hoe je de gevaren van hoogmoed kan omzeilen. Hij tekent het belang van vrienden die eerlijk met je omgaan en Hij vertelt wat je moet doen om goede vrienden niet te verliezen.

Vandaag ga je luisteren naar de goede raad van God over hoe je tot wijze keuzes komt.

 

Ik neem als inval op dit belangrijke onderwijs de Woorden in Spreuken 6:26-27,

 

26. Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk brood; en eens mans huisvrouw jaagt de kostelijke ziel.

27. Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden?

 

Keuzen maken doen we elke dag, velen keren.

Hoe vaak heb je vandaag al gekozen, een keuze gemaakt?

Als je probeert een antwoord op deze vraag te geven, zul je zien dat je leven vol is van keuzes. Zelfs op dit moment sta je voor de keuze of je wel of niet zult luisteren naar wat God door Zijn Woord tot je zegt. Als je nu besluit om echt te luisteren, zal je de Heere dan ook gehoorzamen? Zal je dat kiezen?

Wanneer je straks thuiskomt, maak je weer een keus. Zal ik bidden over wat ik heb gehoord? Ga je op zoek om wat meer te leren over deze teksten door andere boeken erbij te pakken? Ga ik bewust in gesprek met mijn ouders en broers of zussen?

Morgen wachten je ook weer allerlei keuzes, op school of op je werk. Doe je mee als anderen in de klas oneerlijk of brutaal zijn? Toon je de moed om op te komen voor de klasgenoot die aan de kant geschoven of gepest wordt? Geef je toe aan je gemakzucht, waarmee je tijd en kansen om iets te leren vergooit? Of kies je er juist voor om het voorbeeld van de mier uit Spreuken te volgen en ijverig te gaan studeren?

Of zet je je in op het leveren van topprestaties omdat ... ja waarom?

 

Als je 15 jaar bent, dan zullen de volgende tien jaren heel belangrijk zijn.  Allerlei heel cruciale keuzes staan voor je. Keuzes die invloed hebben op de rest van je leven. Denk bijvoorbeeld aan de keuze om je door middel van verdere hogere opleiding met de gaven die de Heere je gaf. Of ga je niet verder studeren maar een baan zoeken? En wat je doen met de gevoelens voor die jongen of meisje?  Er zal een keuze gemaakt worden om je relatie met een jongen of meisje te verdiepen of te breken? Zal ik kiezen om het met mijn ouders te bespreken en naar hun wijsheid te luisteren?

Sommige keuzes hebben beperkte gevolgen, andere hebben levenslange gevolgen. Keuzes, gemaakt tijdens één nachtelijk feestje met seksuele verleidingen, kunnen uitlopen op gevolgen die je nooit meer uit kunt wissen.

Wat we gelezen hebben in Spreuken 7 is een van de indringendste beschrijvingen van een verloren leven als gevolg van een dwaze keuze. Let er eens op hoe Salomo in vers 27 het einde tekent van deze jongen. Hij noemt dit: wegen des grafs, dalende naar de binnenkameren des doods.

 

Kiezen kan ook iets angstigs hebben. Toch verwacht God van jou dat je nog heel wat belangrijke keuzes zult maken. Gelukkig laat Hij je daarin niet zonder Zijn geheiligde ondersteuning om tot wijze keuzes te komen, keuzes waar je geen spijt van zult krijgen.

In deze dienst willen we gaan luisteren naar wat God ons zegt over het maken van keuzes. We doen dat aan de hand van twee aandachtspunten:

1. God verwacht van je dat je goede keuzes maakt, die Hij belooft te zegenen.

2. God verwacht van je dat je kiest door Zijn aanwijzingen op te volgen.

 

1. God verwacht van je dat je goede keuzes maakt, die Hij belooft te zegenen

Zoals ik al zei, verwacht God van jou dat je keuzes zult maken. Luister maar naar wat God zegt in Deuteronomium: Ik neem heden tegen ulieden tot getuigen den hemel en de aarde; het leven en den dood heb ik u voorgesteld, den zegen en den vloek. Kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw zaad (Deut.30:19).

En in 1 Koningen 18 roept de Heere de Israëlieten op tot het doen van een keuze: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de Heere God is, volgt Hem na, en zo het Baäl is, volgt hem na. Maar het volk antwoordde hem niet één woord (1Kon.18:21). Ze wilden hier geen antwoord geven, want ze dachten dat het veiliger was om maar niks te zeggen. Herkennen jullie dat? Dat zwijgen ontsloeg ze echter niet van het appel dat God op hen deed.

Koester daarom nooit de gedachte dat je de goede keuze niet zou hoeven te maken omdat je dat niet kan. Misschien zeg je wel tegen jezelf: Dat kan ik zelf niet doen; wij zijn gevallen mensen. Die keuze moet mij gegeven worden.

Dat is waar. Wij zijn geestelijk totaal verdorven. Je kunt je hart niet veranderen. Je kunt jezelf niet redden. Je kunt zelfs God en je naaste geen moment liefhebben op de manier die Hij in Zijn wet eist.

Maar dat je dat niet kunt, heft Gods gebod niet op. Jouw onvermogen ontslaat je niet van Gods eis. Integendeel: het feit dat je Gods wil niet kunt volbrengen, verergert de zaak alleen maar. Je bent namelijk niet geschapen in deze toestand. Jouw niet-kunnen is geworteld in de verschrikkelijke en verdorven keuze van jouw en mijn eerste ouders om tegen God op te staan.

God rekent het het menselijk geslacht aan dat wij volledig onbekwaam én schuldig zijn. Wat je hier ook tegenin zou willen brengen, het verandert niets aan dit feit.

Het is de eerste stap in de juiste richting als we dit allemaal zouden erkennen en uiteindelijk tot dit inzicht zouden komen, dat we ons voor God, onze Schepper, zouden verootmoedigen in plaats van te redeneren en deze harde feiten te ontkennen.

 

Hoe dan ook: God verwacht nog steeds van ons dat we goede keuzes maakt, keuzes waar Hij Zijn zegen over heeft beloofd. Er zijn nog heel veel goede keuzes die je wél kunt maken. In onze gevallen staat zijn we geen koude stenen geworden zoals die in een rivier door de kracht van de stroming heen en weer geschud worden. We hebben nog altijd ons verstand, al is het dan verduisterd. We hebben een wil, al is die niet meer vrij. We kunnen nog altijd een aantal hele goede keuzes maken, maar dat moeten we dan wel willen en doen.

Kies jij ervoor om je wekker vroeg genoeg te zetten, zodat je wat rustige tijd hebt om de Heere te zoeken voordat je aan je dag begint? Om in rust en stilte Zijn woord te lezen en Hem aan te roepen over wat Hij zegt? Dat is een keuze die jij kunt maken!

Kies je ervoor om je telefoon uit te zetten en uit te loggen uit Facebook en andere social media, om zo een dag offline te zijn? Je weet dat je leven er echt niet van afhangt!  Je hoeft niet continu digitaal verbonden zijn met je vrienden, familie enzovoorts. Je weet dat het je kan afleiden. Een poosje ‘niet verbonden’ zijn om je hoofd leeg te maken en je te concentreren op het Woord van God is een keuze die jij kunt maken!

 

Het maken van goede keuzes ligt dus niet buiten ons bereik. De Heere Jezus was er van overtuigd dat wij dat kunnen.  Hij spoort ons aan in Johannes: Werkt niet om de spijze die vergaat, maar om de spijze die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen ulieden geven zal; want Dezen heeft God de Vader verzegeld (Joh.6:27).

De spijze die Hij geeft, komt voort uit genade en genade alleen. Toch verwacht de Heere van ons dat wij ons daarvoor inzetten. En hoe ijveriger wij hierin zijn, des te meer mogen wij rekenen op Zijn belofte en genadige zegen.

 

Ons eerste aandachtspunt was: God verwacht van je dat je goede keuzes maakt, die Hij belooft te zegenen. Om dit af te ronden, stel ik een paar vragen aan jullie, vrienden.

Kiezen jullie ervoor om het juiste pad te bewandelen en niet op de weg van de zondaars te gaan, zoals we uit Psalm 1 hebben gezongen? Weigeren jullie om in de raad van de goddelozen te wandelen? Dat houdt in dat je je hart niet vult met het gedachtegoed van de cultuur om ons heen, omdat die ons bedelft onder goddeloze principes en gedachten.

Weigeren jullie om te staan op de weg van de zondaren en keren jullie je af van hun vergiftigende ideeën? Als ik je een beker met gif zou aanbieden, weet ik zeker dat je zou zeggen: nee, dank u. Dat ga ik niet van drinken. Maar waarom maak je dan niet dezelfde keuze wanneer de goeroes van onze wereld je gedachten willen doordrenken met hun giftige gedachtegoed?

Psalm 1 waarschuwt ons dat zulke keuzes over waar je wilt staan of wilt lopen, je uiteindelijk doen zitten op de stoel van de spotters.

 

Wat al die giftige ideeën inhouden, kunnen we hier nu niet verder uitdiepen, maar onthoud dat alles wat niet Bijbels is, giftig is. Ik smeek jullie, toets alles wat op je afkomt. Komt het overeen met wat God tegen je zegt? Zoals hier in Spreuken, maar ook op andere plaatsen in de Bijbel.

Mijn jonge vrienden, maak de goede keuzes als je kiest. Want God heeft beloofd hen te zegenen die dat doen. Luister nog eens naar onze openingspsalm: ‘Maar 's Heeren wet blijmoedig dag en nacht herdenkt, bepeinst, en ijverig betracht.’ Zulke mensen worden door de Heere gezegend, want Hij zegt : Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geeft op zijn tijd en welks blad niet afvalt; en al wat hij doet, zal welgelukken (Ps.1:3).

Het huis van Obed-Edom werd gezegend toen de ark van God daar verbleef. 

Jozef werd rijk gezegend toen hij zich hield aan het woord uit Spreuken 7. Zal hij gebeden hebben?  Natuurlijk.  Maar toch moest hij kiezen om niet bij de vreselijke vrouw te blijven die hem met woord en daad in bed wilde trekken.

Daniël en zijn vrienden werden gezegend toen zij een streep trokken zoals in Gods geboden was aangegeven.  Zelfs het eten in Babylon was niet onschuldig.

 

God heeft ons ook voorbeelden gegeven van mensen die niet het goede kozen, hoewel ze wil wisten wat het goed was.

De Bijbel begint met de kwalijke keuze van Adam en Eva. Zij hebben daardoor de hele mensheid in de ellende, ja, in de dood gestort. Kain koos niet naar de waarschuwende stem van God te luisteren.  Hij sloeg zijn broer dood.

Lot liet zich in zijn kiezen leiden door zijn begeerten en misschien zijn vrouw die hij gekozen had in Egypte.  Het eindigde met de verwoesting van zijn hele gezin en het kwellen van zijn eigen rechtvaardige ziel in Sodom.

David koos ervoor om toe te geven aan zijn zondige seksuele lusten.  Zijn zoon volgde het kwaam van vader met de verkrachting van zijn zuster.  Dat leed tot een moord. Allemaal vrucht van een keus.

Dina koos om naar Sichem te gaan.  Domme meid, ze werd er verleid tot sexuele zonde.

 

Hoe begonnen al de aflopende wegen?  Ze begonnen allemaal op dezelfde manier: met één klein stapje in een verkeerde richting.

Zul je daarom ook, met al deze voorbeelden van goede en slechte keuzes in gedachten, luisteren naar de stem van God? Mijn zoon, mijn dochter, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet. Nu dan, kinderen, hoort naar mij, en luistert naar de redenen mijns monds.

 

Je zult dus goede keuzes moeten maken en God heeft Zijn zegen daarover beloofd. Maar hoe kom je dan tot zulke goede keuzes?

Om het antwoord op deze vraag te kunnen geven, heeft God ons niet zonder goede raad gelaten.

 

Maar laten we eerst zingen van Psalm 119, de verzen 5, 10 en 53:

 

Waarmede zal de jongeling zijn pad,

door ijdelheên omsingeld, rein bewaren?

Gewis, als hij het houdt naar 't heilig blad.

U zoekt mijn hart, mijn oog blijft op U staren;

laat mij van 't spoor, in Uw geboôn vervat,

niet dwalen, Heer’; laat mij niet hulp'loos varen.

 

Ik ben, o Heer’, een vreemd'ling hier beneên;

laat Uw geboôn op reis mij niet ontbreken,

daar mijne ziel, omringd door duisterheên,

zo dikwijls van verlangen is bezweken,

om U te zien ter hoge vierschaar treên,

tot straf van hen, die snood zijn afgeweken.

 

Uw woord is mij een lamp voor mijnen voet,

mijn pad ten licht, om 't donker op te klaren.

Ik zwoer, en zal dit met een blij gemoed

bevestigen, in al mijn levensjaren,

dat ik Uw wet, die heilig is en goed,

door Uw genâ bestendig zal bewaren.

 

2. God verwacht van je dat je kiest door Zijn aanwijzingen op te volgen

In het Bijbelgedeelte dat ons is voorgelezen, geeft God een aantal principes of richtlijnen mee. Het eerste principe vinden we in Spreuken 6 de verzen 20 tot en met 23 en in hoofdstuk 7 de verzen 1 tot en met 5: laat het Woord van God een deel van je dagelijkse uitrusting zijn.

Mijn zoon, mijn dochter, bewaar het gebod uws vaders, en verlaat de wet uwer moeder niet. Bind ze steeds aan uw hart, hecht ze aan uw hals. Bewaar mijn geboden en leef, en mijn wet als den appel uwer ogen.

Je kleren, je sierraden, je horloge komen ‘s morgens toch ook niet vanzelf naar je toe? Die moet je aan doen of omdoen! Zo beveelt de Heere je ook om elke dag tijd te nemen om Zijn Woord te lezen, te onthouden, je er vertrouwd mee te maken. De Schrift is Zijn geopenbaarde wil over wat goed en heilig is.

 

God’s Woord is onder het bereik van je vingers. Zoals een soldaat zijn hand op zijn wapen moet houden, wordt jullie gezegd om je hand op het Woord van God te houden. Als het Woord van God op die manier bij je is, zal het je dag en nacht leiden, bewaren en raad geven, in wat voor omstandigheden je ook belandt, of wie of wat je ook tegenkomt. Door dat Woord spreekt God tot je. Heb jij het Woord al aan je gebonden?  Leer je waarheiden uit je hoofd? Dat is waardevol. Dat heb je het Woord paraat, zoals een soldaar een geweer in zijn handen draagt.

Beschouw het als een geestelijk trainingskamp. De commandant bij de opleiding vraagt je echt niet of je zin hebt in de oefening. Die doe je en die moet je ook doen, omdat je op het slagveld geen tijd meer zal hebben om met je wapens te leren omgaan. Het zal je je leven kosten als je dan niet bekend bent met je wapen of met je tegenstander.

Zo zal ook niets je zo toerusten voor geestelijke veldslagen die wachten dan een dagelijkse doordrenking van je verstand met het Woord van God.

Het eerste principe is dus: draag elke dag het Woord van God met je mee. Luister aandachtig naar wat het je leert en het Woord zal je steeds tot gids zijn en je behoeden voor het wandelen in wegen van compromissen en verwoesting.

 

Het tweede principe luidt: blijf dicht bij het Woord van God, met de belofte dat dat Woord je zal bewaren.

God vergelijkt hier de wijsheid en het verstaan van de Schriften met het omgaan met je directe familie: Zeg tot de wijsheid: Gij zijt mijn zuster; en heet het verstand uw bloedvriend. We brengen toch allemaal graag onze tijd door met familie? Je familie is belangrijk voor je. Zijn zij het niet die zorg voor je dragen en er voor je zijn als dat nodig is? Zo zou het tenminste wel moeten zijn.

Op eenzelfde manier moeten wij de wijsheid en het verstand dat God ons in de Schriften geeft, behandelen. Beschouw ze als je naaste familie. Geef ze een plaats in je leven en blijf openstaan voor hun raad. Zoek leiding vanuit het Woord van God, elke keer als je voor keuzes wordt geplaatst. Hij heeft toegezegd je te leiden door Zijn Woord en Geest, zoals Hij dat in Spreuken belooft: Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden recht maken (Spr.3:6).

God vergelijkt Zijn geopenbaarde wil met een licht waarmee Hij jouw pad verlicht door de doolhof van keuzes waar je voor staat. Vandaag de dag word je meer dan ooit overspoeld met door jou te maken keuzes. Elke Bijbelse waarde wordt bevraagd of ter discussie gesteld, terwijl allerlei alternatieven en goddeloze waarden juist aangeprezen worden. Dat gebeurt bijvoorbeeld op scholen, in bibliotheken, in collegezalen en zelfs bij je thuis, in je eigen handen, recht voor jouw ogen door middel van social media, websites en newsfeeds.

 

Jou wordt verteld dat jij het recht hebt om zo te zijn als jij wilt, maar is dat zo? Was dat de lijn die Jozef volgde?

Jou wordt verteld dat je gerust zonder risico iemand voor één nachtje aan de haak mag slaan; dat doet iedereen weleens. Maar is dat waar? Kijk nog eens naar vers 26 van hoofdstuk 7: Want zij heeft veel gewonden nedergeveld, en al haar gedoden zijn machtig vele.

De idolen van de filmwereld sporen je aan om jezelf te ontwikkelen en te ontdekken en alles uit te proberen wat je aantrekkelijk lijkt. Maar was dat de keuze van de jongeren Daniël, Sadrach, Mesach en Abed-nego?

Reclames en films tonen je jonge mensen die enorme risico’s nemen in sporten of stunts: hoe extremer, hoe beter. Nóg dichter langs het randje is nóg spannender en indrukwekkender. Als mensen hierbij omkomen, zeggen ze nog: hij is in elk geval gestorven terwijl hij bezig was met zijn passie, met wat hij zo graag deed.

Spreekt God ook zo over de waarde en het doel van jouw leven? Draait jouw leven alleen om plezier hebben? Of draait het om het dienen van Hem en jezelf verloochenen voor anderen? Bestaat er echt niet meer dan het leven van ‘het hier en nu’?

Wij zijn hier om God te eren en eeuwig Hem te genieten. Dat is de belangrijkste bedoeling van ons bestaan.

 

God spreekt in Spreuken 6 over een slechte vrouw die je vleit en haar charmes voor je etaleert en haar met je ogen bewerkt om je te vangen. Met het beeld van deze vrouw waarschuwt de Heere, maar niet alleen voor vrouwen en seksuele zonden. We kunnen dit zien als een beeld van allerlei verleidingen tot de zonde, van allerlei verzoekingen. Denk bijvoorbeeld aan oneerlijk zijn in zaken waar grote bonussen aan vastzitten of aan het sluiten van compromissen die je een mooie promotie opleveren.

In Spreuken 7 gebruikt God opnieuw het voorbeeld van een prostituee om te wijzen op de verleiding en aantrekkingskracht van allerlei zonden. Wat God daar wil benadrukken is wie haar aandacht trok, wie zij in haar net verstrikte. In vers 7 wordt omschreven op wie haar oog viel: En ik zag onder de slechten, ik merkte onder de jonge gezellen een verstandelozen jongeling.

 

Valt het je ook op? Hij was jong en hij geen verstand.

Hoe kwam dat? Omdat hij jong was? Of was hij zo onwetend omdat hij verzuimd had om vertrouwd te raken met de Schriften? Was het omdat hij geen tijd genomen had om de Schriften op zijn hart en op zijn handen te binden? Kwam het doordat hij de geboden van God niet bewaarde als zijn oogappel? Of had hij geen tijd genomen om zich met Gods Woord om te gaan, zoals je de tijd neemt om je familie te ontmoeten?

Hij was inderdaad jong en onervaren, maar hij nagelaten het Woord van God te gebruiken. Hij was als degene die in het eerste hoofdstuk wordt omschreven: En hebt al Mijn raad verworpen en Mijn bestraffing niet gewild (Spr.1:25). In vers 29 voegt God daaraan toe: Daarom dat zij de wetenschap gehaat hebben en de vreze des Heeren niet hebben verkoren.

 

Jonge vrienden, God roept je op om Hem vandaag nog te zoeken, ja, elke dag. Hem zoeken is het graven in de schatten van Zijn Woord. Omdat je te maken hebt met de aartsverleider die Adam en Eva ook misleidde, is het van groot belang om elke dag Zijn nabijheid te zoeken en te horen wat Hij jou te zeggen heeft.

Vergeet niet dat jullie eerste ouders mensen zonder tekortkomingen waren. Toch besloten zij om hun ogen en verbeelding te volgen, geprikkeld door hoe de meester‑leugenaar satan het hen voorspiegelde, in plaats van zich te houden aan de woorden van God. Jullie zijn nu niet meer zoals Adam en Eva toen waren. Jouw hart is als een vat buskruit en elke verleiding is dan een levensgevaarlijke vonk! O, luister toch naar Gods oproep: bind jezelf aan de Schrift.

 

Laten we vervolgens het derde principe overwegen dat God je voorhoudt in Spreuken 6 de verzen 27 en 28: Zal iemand vuur in zijn boezem nemen, dat zijn klederen niet verbrand worden? Zal iemand op kolen gaan, dat zijn voeten niet branden?

Het beeld is helder: Hij wijst je de weg van ‘denken voordat je doet’.

Geen weldenkend mens zou toch kiezen voor de genoemde dingen? Alleen als je je verstand stilzet, zou je verleid kunnen worden om een brandend voorwerp in je borstzakje te stoppen of om met blote voeten over gloeiende kolen te gaan lopen.

Toch is dat wat jongere én oudere mensen voortdurend doen. Wat te denken van een jonge man of vrouw die zich voegt bij een groep waar drank en drugs gebruikt worden? En wat van de jongere die zich open opstelt voor de giftige gedachte dat gender eenvoudigweg een kwestie is van jouw eigen keuze? Wat te denken van hen die meegaan in de gedachte dat vooruitgang vooral betekent: verander de oude dingen en omarm de betere. Met die oude dingen bedoelen ze dan de Bijbelse waarden en met de betere of de nieuwe dat wat jijzelf belangrijk vindt. Wat te denken van die jongere die steeds meer tijd doorbrengt met iemand van het andere geslacht die geen enkele notie heeft van Bijbelse grenzen en waarden?

Zien jullie, jonge vrienden, dat je dan bezig bent als degene die een brandende kool in zijn borstzak stopt of die met blote voeten over gloeiend hete kolen gaat lopen? Als je on‑Bijbelse ideeën gaat koesteren en je ontdoet van de waarheid dan ben je zo dwaas als hen die hun schoenen en sokken uitdoen en op een kolen vuurtje gaat staan?

Bid dat God dit sprekende beeld van die brandende kool in je borstzakje of die gloeiende kolen aan je voeten op je hart wil binden, zodat je het je zult herinneren wanneer je voor een keuze komt te staan.

 

Laten we nu nagaan wat het vierde principe is dat God geeft in Spreuken 6 vers 25: Begeer haar schoonheid niet in uw hart, en laat haar u niet vangen met haar oogleden. Want door een vrouw, die een hoer is, komt men tot een stuk brood.

In het volgende hoofdstuk schildert de Heere een vergelijkbaar beeld, als Hij het handelen van een hoer omschrijft: En zij greep hem aan en kuste hem; zij sterkte haar aangezicht en zeide tot hem: Dankoffers zijn bij mij, ik heb heden mijn geloften betaald. Ik heb mijn bedstede met tapijtsieraad toegemaakt, met uitgehouwen werken, met fijn linnen van Egypte. Kom, laat ons dronken worden van minne tot den morgen toe, laat ons ons vrolijk maken in grote liefde.

Wat is nu de aanwijzing die God je hier geeft?

Deze: laat je niet leiden door opwindende gevoelens.

 

Stel je maar voor wat voor gevoelens er aangewakkerd worden door deze suggestieve voorstellen, deze vleierij en het gedane aanbod. Satan weet dat de meest effectieve manier om jou te laten toehappen, is om zonde zo aantrekkelijk mogelijk voor te stellen. Hij weet dat dat gevoelens bij je losmaakt van genot, plezier, opwinding en meetellen en ook sexuele gevoelens, en dan ben je een makkelijke prooi. Hij is erop uit dat je je laat leiden door je gevoelens in plaats van door je verstand. Als je die gevoelens navolgt, dan eindig je ten slotte zoals deze jongeman in Spreuken 7 vers 22: Hij ging haar straks achterna, gelijk een os ter slachting gaat, en gelijk een dwaas tot de tuchtiging der boeien.

Zien jullie het voor je? Zonder na te denken zorgeloos de opwinding van het moment navolgend, dromend of fantaserend, haasten ze zich naar de slachtbank.

Salomo tekent in vers 23 het dramatische einde van deze dwaas: Totdat hem de pijl zijn lever doorsneed; gelijk een vogel zich haast naar den strik, en niet weet, dat dezelve tegen zijn leven is. Even later waarschuwt hij nog (en we kunnen alleen maar gissen of hij hier ook met wroeging spreekt over de keuzes die hij zelf gemaakt heeft in zijn eigen leven): Want zij heeft vele gewonden nedergeveld, en al haar gedoden zijn machtig vele.

 

Denk eens aan Simson. Hij nam het op tegen duizend soldaten, brak een stadspoort los met hengsels en al en droeg die een heuvel op. Hij scheurde een leeuw in stukken. Maar hij was niet opgewassen tegen Delíla.

Hij had wapens tegen de verzoekingen en de strik van deze vrouw die op zijn gevoelens werkte. Maar hij negeerde ze.  God heeft jou ook gemaakt met verstand, een wil en gevoelens. Van deze drie moet je verstand altijd de boventoon. Laat je niet leiden door je gevoelens. Iemand die door zijn gevoelens geleid wordt wordt meestal misleid. In het volmaakte paradijs ging het allemaal fout toen Eva te rade ging bij haar gevoelens. Luister maar, En de vrouw zag, dat die boom goed was tot spijze en dat hij een lust was voor de ogen, ja, een boom die begeerlijk was om verstandig te maken; en zij nam van zijn vrucht en at (Gen.3:6). Zoals een os naar de slacht wordt geleid, liet zij zichzelf door haar gevoel leiden. En Adam deed hetzelfde.

 

Laten we luisteren naar Gods vijfde aanwijzing. Die zit opgesloten in Spreuken 6 de verzen 32 en 33: Maar wie met een vrouw overspel doet, is verstandeloos (oftewel: gebruikt zijn verstand niet); hij verderft zijn ziel, die dat doet; plaag en schande zal hij vinden, en zijn smaad zal niet uitgewist worden.

De aanwijzing die God hier geeft, is: denk aan de gevolgen op de lange termijn.

Is één uur van plezier – of beter gezegd: wellust – het waard om daarvoor een leven lang schande en wonden te riskeren? Is het bezig zijn met porno echt iets waar je zomaar weer van weg kunt lopen? Is een kort leven op deze planeet waarin je je zelf zoekt en al je kansen uitbuit, het waard om je ziel voor eeuwig te verliezen in het duister van de hel?

God spoort je aan die dingen tegen elkaar af te wegen, telkens als je moet kiezen. Stel jezelf de gewichtige vraag: Waar brengt dit mij? Hoe kijk ik over tien of twintig of dertig jaar terug op deze keuze?

 

Ik sprak onlangs een man van middelbare leeftijd in een van onze kerken. In zijn jonge jaren had hij een meisje zwanger gemaakt en haar daarna gedwongen om een abortus te laten plegen; hij wilde zijn sporen uitwissen. Maar het doden van die baby wiste geen enkel spoor uit; het maakte het alleen maar erger.

Jaren geleden werd ik anoniem door een vrouw gebeld voor advies. Ze was tien of vijftien jaar eerder met een jonge man getrouwd die beloofd had alles voor haar te doen wat zij graag wilde. Hij stemde er ook mee in om met haar mee te gaan naar de kerk. Nu, jaren later dus, stelde hij op zondagmorgen zijn kinderen voor de keuze: wil je met mij mee gaan vissen of sporten, of wil je met mama mee naar de kerk? Nadat ze me dit had verteld, kwam ze tot haar eigenlijke vraag: kan ik scheiden van mijn man? Mijn antwoord was dat de Bijbel zegt dat dat niet kan, behalve wanneer er sprake is van overspel. Ze slaakte een diepe zucht, bedankte mij en eindigde het gesprek.  Wat een verdriet!  Ze was inmiddels erachter gekomen welke langetermijngevolgen aan haar keuze vastzaten – onomkeerbare gevolgen. Ze zou ermee moeten leven en eronder lijden.

 

Beste jongelui, God vraagt je om na te denken over die lange termijn. Hij waarschuwt je dat keuzes die je in je jeugd maakt, zaken zijn waar je het als je ouder wordt mee zult moeten doen.

Mozes had geen keuze wat betreft de omgeving waarin hij opgroeide: het hof van Farao. Toch lezen we in Hebreeën: Door het geloof heeft Mozes, nu groot geworden zijnde, geweigerd een zoon van Farao's dochter genaamd te worden; verkiezende liever met het volk Gods kwalijk behandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben; achtende de versmaadheid van Christus meerderen rijkdom te zijn dan de schatten in Egypte; want hij zag op de vergelding des loons (Hebr.11:24‑26).

Zie je dat Mozes zijn keuze niet maakte op basis van zijn gevoel, maar in geloof? Hij kende de woorden van God, geloofde ze en gehoorzaamde toen God hem riep.

De genietingen van de zonde waren iets van de korte termijn, de gevolgen van de zonde juist van de lange termijn. Mozes keek naar die lange termijn. Hij wist dat er geen toekomst lag in de schatten van Egypte; dat waren tijdelijke en aardse schatten. Hij wist ook dat het horen bij Christus en Zijn volk, al zou dat tijdelijk versmaadheid opleveren, veel grotere rijkdom zou brengen vanwege de beloften die God daarbij gaf. Mozes zag op de vergelding des loons. Hij wist dat het elk offer dat voor Christus gebracht werd waard was, zelfs al betekende dat het opgeven van een geweldige carrière binnen de hoogste kringen aan het hof van Egypte. Mozes besefte dat die briljante carrière tijdelijk zou zijn. Hij zag op de lange termijn: een leven van Christus volgen en dat tot in eeuwigheid.

 

Ten slotte bezien we nog één raadgeving die God in dit hoofdstuk geeft, een korte raad: vlucht voor de verzoeking!

In de laatste verzen van hoofdstuk 7 horen we hoe de stem van God jullie smeekt: Nu dan, kinderen, hoort naar mij, en luistert naar de redenen mijns monds. Laat uw hart tot haar wegen niet wijken, dwaal niet op haar paden.

God weet dat jij net zo min met zonden om kunt gaan als kwetsbare motten om kunnen gaan met de hete lamp waar ze heen vliegen. Als ze daar te dichtbij komen, verschrompelen hun vleugels en komen ze om. Zo vergaat het jullie ook als je te dicht bij de zonde in de buurt komt. Jullie zijn niet opgewassen tegen de satan met al zijn verleidingen. Je bent geen partij voor zijn verleidende overtuigingskracht.

Laat het voorbeeld van de jonge Jozef uit Genesis je leiden: En het geschiedde, als zij Jozef dag op dag aansprak en hij naar haar niet hoorde om bij haar te liggen en bij haar te zijn (…) (Gen.39:10). Hij deed al het mogelijke om bij haar uit de buurt te blijven en haar niet toe te staan dicht bij hem te komen. Hij maakte die wijze keuze ongetwijfeld biddend.

 

In Thessalonicenzen geeft God nog de volgende raad: Beproeft alle dingen; behoudt het goede. Onthoudt u van allen schijn des kwaads (1Thess.5:21‑22).

Vrees voor wat kwaad lijkt en vlucht weg! Maar wees op je hoede, want kwaad ziet er niet altijd uit als kwaad, dus moet je dingen beproeven. Beproeven betekent niet dat je alles uit moet proberen om te weten wat het voorstelt. Beproeven betekent dat je bij het licht van Gods Woord gaat onderzoeken of het goed en heilzaam kan zijn voor je ziel.

Dat is waarom God je aanspoort om jezelf te binden aan de Schrift, zoals we eerder hoorden.

 

Kiezen doen wij elke dag. Al die keuzes hebben op de korte of lange termijn gevolgen die goed of slecht kunnen zijn. Ik ben het eens met wat ik iemand onlangs hoorde zeggen: ‘Doorgaans zullen de keuzes die je maakt tussen je 15e en 25e jaar keuzes zijn die je leven lang met je meegaan.’ Daarom noem ik tot slot nog een aanwijzing die je Schepper je geeft in Spreuken: Als er geen wijze raadslagen zijn, vervalt het volk; maar de behoudenis is in de veelheid der raadslieden (Spr.11:14).

Wijsheid houdt in dat je de kennis, ervaring en wijsheid van ouderen betrekt bij kritieke keuzes waar je voor staat. Zij die ouder en wijzer zijn en de Heere vrezen en Zijn Woord kennen, zullen zich niet van de wijs laten brengen door jouw gevoelens of zich laten leiden door hun eigen gevoelens. Doe daarom je winst met deze rijkdom die in je kerkelijke familie ook aanwezig is. Behalve aan je ouders kun je hierbij denken aan je grootouders, aan ouderlingen, je predikant of andere godvrezende leden van jouw gemeente.

Deel je overwegingen en plannen met hen als je voor kritieke keuzes in je leven staat. Luister naar hun ervaringen en laat hen je tot gids zijn met de inzichten en de kennis die ze opgedaan hebben door hun eigen mislukkingen of door wat zij bereikten, maar vooral ook door hun inzicht in de Bijbel.

In de veelheid van de raadslieden ligt behoud. Hun wijsheid kan je mogelijk behoeden voor een dodelijke pijl of ervoor bewaren dat je als een vogel in een strik raakt waaruit geen redding meer mogelijk is.

 

Hoor tot slot uit Spreuken 8 nog één keer wat God zegt over het maken van de juiste keuzes, die leiden tot de rijkste zegeningen: Nu dan, kinderen, hoort naar Mij; want welgelukzalig zijn zij, die Mijn wegen bewaren. Hoort de tucht en wordt wijs, en verwerpt die niet. Welgelukzalig is de mens, die naar Mij hoort, dagelijks wakende aan Mijn poorten, waarnemende de posten Mijner deuren. Want die Mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van den Heere. Maar die tegen Mij zondigt, doet zijn ziel geweld aan; allen die Mij haten, hebben den dood lief (Spr.8:32‑36).

Amen.

 

Slotzang: Psalm 34 de verzen 2 en 6

 

Komt, maakt God met mij groot;

verbreidt, verhoogt met hart en stem

den nooit volprezen naam van Hem,

Die ons behoedt in nood.

Ik zocht in mijn gebed

den Heer’, ootmoedig met geween;

Hij heeft mij in angstvalligheên

geantwoord, mij gered.

 

Komt, kind'ren, hoort naar mij;

neem mijn getrouwen raad in acht;

ik leer, opdat g' uw plicht betracht,

wat 's Heeren vreze zij.

Hebt gij in 't leven lust,

in dagen, waar men 't goed' in ziet,

waarin men vrij is van verdriet,

daar niets ons heil ontrust?