Ds. J. Driessen - Handelingen 17 : 32 - 34

Evangelieprediking op de wereldmarkt

de nodiging die daarin klinkt
de reactie die daarop komt
de overwinning die daardoor behaald wordt

Handelingen 17 : 32 - 34

Handelingen 17
32
Als zij nu van de opstanding der doden hoorden, spotten sommigen daarmede; en sommigen zeiden: Wij zullen u wederom hiervan horen.
33
En alzo is Paulus uit het midden van hen uitgegaan.
34
Doch sommige mannen hingen hem aan, en geloofden; onder welke was ook Dionysius, de Areopagiet, en een vrouw, met name Damaris, en anderen met dezelve.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 123: 3
Lezen : Handelingen 17: 15 - 34
Zingen : Psalm 48: 6
Zingen : Psalm 96: 1, 2 en 3
Zingen : Psalm 98: 4
Zingen : Psalm 87: 3 en 4

Gemeente, het Schriftwoord dat we met de hulp des Heeren met u willen overdenken, vindt u in het Schriftgedeelte dat ons gelezen is, Handelingen 17. Ik lees u nog de verzen 32 tot 34:

 

Als zij nu van de opstanding der doden hoorden, spotten sommigen daarmede; en sommigen zeiden: Wij zullen u wederom hiervan horen.

En alzo is Paulus uit het midden van hen uitgegaan.

Doch sommige mannen hingen hem aan, en geloofden; onder welke was ook Dionysius, de Areopagiet, en een vrouw, met name Damaris, en anderen met dezelve.

 

Dit Schriftwoord bepaalt ons bij Evangelieprediking op de wereldmarkt. We willen nader ingaan op drie aandachtspunten:

 

1. de nodiging die daarin klinkt;

2. de reactie die daarop komt;

3. de overwinning die daardoor behaald wordt.

 

1. De nodiging die daarin klinkt

Wanneer we ons verdiepen in de zendingsreizen van de apostel Paulus, valt op welke moeite en teleurstelling hij daarbij ondervonden heeft. Vanaf het moment dat de Heere hem staande hield op de weg naar Damascus, is hij volop gewikkeld in de strijd van de kerk des Heeren. Maar met nog meer ijver dan waarmee hij vroeger de christenen vervolgde, is hij nu onafgebroken bezig mensen voor het Evangelie te winnen. Dat Evangelie moet verkondigd worden aan farizeeën en Schriftgeleerden, aan tollenaren en aan heidenen. Aan een rijke kamerling uit Morenland, maar ook aan een vrouw met een ontvankelijk hart als Lydia.  

 

In ons teksthoofdstuk gaat het nog verder. Daar wordt geschreven dat het Evangelie ook gepredikt wordt aan heidense wijsgeren die er spottend tegenover staan. We vinden dat misschien een beetje vreemd. Wij zouden het niet zo nodig vinden. Wij zouden misschien het Bijbelwoord hanteren: Werp toch geen paarlen voor de zwijnen (Matth.7:6). Maar de Heere denkt er anders over. Hij heeft er Zijn bedoeling mee en daarom moet er gezaaid worden aan alle wateren, want Gód zal het doen.

Op een van zijn reizen komt Paulus in de grote stad Athene. Wereldberoemde denkers en dichters, wijsgeren en kunstenaars zijn uit deze stad afkomstig. In de dagen van de apostel Paulus had de stad al veel van zijn vroegere glorie verloren. In de grote politiek had Athene weinig meer in te brengen. Ook in hun stad waren de Romeinen de baas. Maar nog altijd teerde men op de roem van het verleden. Van heinde en ver trok men ook naar Athene om aan een van de beroemde scholen die daar gevestigd waren, onderwijs te ontvangen. Wetenschap en cultuur stonden er in hoog aanzien. Vele tempels en godsdienstige feesten trokken nog steeds grote scharen mensen.

In dit brandpunt van cultuur en wetenschap komt Paulus, de apostel van Jezus Christus. God zorgt ervoor dat het Evangelie ook gehoord wordt in de centra van het leven, toen en ook vandaag. Het moderne denken moge God dood verklaren en beweren dat de dienst van God een afgedane zaak is, maar vergis u niet … ook vandaag verschaft de levende God Zichzelf gehoor en Zijn Woord vindt zijn weg ook naar de cultuurcentra van onze tijd. Uit die zekerheid mag de arbeid in het Koninkrijk van God verricht worden. God baant altijd Zelf een weg voor Zijn Woord.

 

Wanneer Paulus in Athene komt, gaat hij in afwachting van de komst van Silas en Timotheüs eerst wat het terrein verkennen. Hij maakt een wandeling door de stad. Hij beziet de stad. Niet met de ogen van een toerist, maar met de ogen van een apostel van Christus, gedreven door de liefde tot het Koninkrijk van God. Dat mag ook ons wat te zeggen hebben. Met welke ogen bezien wij deze wereld, de volkeren in Oost-Europa bijvoorbeeld en in Azië en de landen van de derde wereld? Met de blik van mensen die de veranderingen die er wereldwijd plaatsvinden, registeren en er ook het hunne van weten te zeggen? Of is het de liefde van Christus, die ons dringt?

 

Van Paulus lezen we dat zijn geest in hem ontstoken wordt als hij ziet hoe afgodisch de stad is. Zijn geest wordt in hem ontstoken. Wat betekent dat? Dat hij zich ergert? Dat ook. Maar ergernis alleen heeft niet zoveel waarde. We kunnen ons ergeren aan de wereld van vandaag. Als je hoort wat er allemaal gebeurt, in Amsterdam bijvoorbeeld, voor die wereld waarschuwen we onze kinderen. Dat is goed natuurlijk. Maar het is niet goed dat we elkaar ernstig waarschuwen voor de wereld en dat we die dan verder maar vergeten! Dan blijft de wereld zonder onze waarschuwing.

 

Als van Paulus geschreven staat dat zijn geest in hem ontstoken wordt, betekent het dat er medelijden in zijn hart is, bewogenheid met al die duizenden die de Heere der Schriften niet kennen. Zij weten niet van Golgotha, niet van de paasmorgen. Zij weten niet van de pinksterdag en niet van Jezus’ wederkomst op de wolken des hemels. Daarom gaat Paulus getuigen van de enige Naam, tot redding gegeven. Hij klampt de Joden aan in hun synagoge. Hij richt het Woord van de Heere tot de heidenen op de markten. Dat alles blijft niet onopgemerkt. De geleerden van Athene gaan zich ermee bemoeien. Sommigen zijn heel vlug klaar met hun oordeel. Ze vinden Paulus eigenlijk te onbeduidend om er serieus op in te gaan. ‘Wat wil deze klapper beweren?’ Paulus is in hun ogen een derderangs geleerde. Anderen willen er wat meer van weten. Ze nemen Paulus mee naar de Areopagus, een heuvel waar in de oude tijd de rechtbank vergaderde. Min of meer komt Paulus dus te staan voor een gezelschap van rechters.  Voor het forum van de geleerde Griekse wereld.  Maar men blijft beschaafd. In alle rust wil men met de apostel van gedachten wisselen en Paulus ontloopt dat gesprek niet. Dat zegt ons dat het helemaal niet zo verkeerd is om met andersdenkenden in gesprek te gaan, als het maar geen vrijblijvend gesprek wordt. Ook op de Areopagus gaat het de apostel erom zondaren te winnen voor Christus.

 

De vraag komt ook: wat willen Paulus’ gesprekspartners? Is er echt serieuze belangstelling bij deze mensen? Op het eerste gehoor zijn we geneigd om te zeggen: Wat is het een voorrecht als men echt wil luisteren. Maar Lukas, de schrijver van de Handelingen zegt in vers 21: Die van Athene nu allen, en de vreemdelingen, die zich daar onthielden, besteedden hun tijd tot niets anders dan om wat nieuws te zeggen en te horen.

Als u in uw Bijbeltje kijkt, ziet u dat dit vers in de Statenvertaling tussen haakjes staat. We doen er misschien goed aan om vandaag die haakjes een poosje weg te halen. Het zijn mensen die alleen maar tijd hebben voor iets nieuws. Zo stonden de Atheners bekend. Ze leefden, om zo te zeggen, van de laatste nieuwtjes.

Dat kenmerkt de levensleegte van deze mensen in Athene. Het laatste nieuws dat ze hoorden, was als het ware de injectie waarop ze weer een tijdje konden leven. Was de injectie uitgewerkt, dan zocht men nieuwe sensatie. Zo bezien ze ook Paulus. ‘Wat wil deze man toch? Is hij niet afkomstig uit die geheimzinnige, oosterse wereld? Hij schijnt een verkondiger te zijn van vreemde goden. Hij heeft het over een zekere Jezus en over de opstanding uit de doden. Zo’n man kom je niet elke dag tegen. Interessant geval, zeg! Het laatste nieuwtje, daar kun je weer een poosje op teren.’

 

Dat is vandaag niet anders. Elke dag worden er via de media grote hoeveelheden nieuws over ons uitgegoten. Nieuws uit alle delen van de wereld. Verheugend nieuws en nieuws waarvan je intens verdrietig wordt. Iedereen pikt een deel van dat nieuws mee. Maar je ervaart ook: het is snel oud nieuws. Wat vandaag nog voorpaginanieuws is, komt over enkele dagen helemaal niet meer ter sprake. Veelbelovende ontwikkelingen die een nieuwe toekomst schijnen in te luiden, lopen dood. Uiteindelijk blijft alles bij het oude.

Ook in onze wereld hebben we voor niets anders tijd dan om wat nieuws te zeggen en te horen. Daarom doen we er goed aan het portret van deze Atheners eens grondig te bekijken, want is er zoveel verschil tussen de Griekse wereld in de dagen van Paulus en de wereld van nu? Is er zoveel verschil tussen de mensen van Athene en de mensen van nu? Is de nieuwtjesjacht nu verleden tijd? Is de levenshouding van de Atheners niet heel kenmerkend voor een mens die God niet echt kent.

Ook onze wereld, zelfs onze kerkelijke wereld, zit boordevol Atheners. Je komt ze buiten en ook binnen de kerk tegen. Het nieuwe wordt gezocht om de leegte op te vullen. Een leven zonder kennis van de levende God is immers een leeg leven, ook al lijkt het nog zo boordevol te zijn. Het laatste nieuws op politiek, sociaal of godsdienstig terrein moet dienen om de massa te bevredigen en om een beetje afleiding te verschaffen. Propagandisten van allerlei slag proberen steeds weer om de massa tevreden te stellen door hun leuzen en partijprogramma’s. Nieuwe leiders komen op, maar na een poosje luistert niemand meer naar hen en verdwijnen ze weer. Wat vandaag nog actueel is, heeft morgen zijn tijd gehad.

 

Zo dobbert een mens maar rond, stuurloos en eenzaam; en ondanks al die nieuwtjes blijft alles bij het oude. Ook de angst blijft, en de onzekerheid. Machteloos overgegeven aan de goden en de machten van de tijd.

Nu hoop ik niet dat u zult zeggen: ‘Ja, dat merk ik, dat zie je in de wereld rondom je. Maar wij kerkmensen hebben daar toch niet zo’n last van?’ Als u dat denkt, misleidt u uzelf. U kunt niet wegkruipen achter een beschermende muur. De Bijbel leert wat anders. Geldt niet van ieder mens, ook al draagt hij een kerkelijk jasje, dat hij vervreemd is van het leven met de Heere? Geldt niet van ieder mens, zoals hij is van zichzelf: verduisterd van verstand? Wordt het niet iedere dag weer door de ervaring bevestigd? Het proces van verwereldlijking houdt echt geen halt voor de muren van de kerk.

 

Atheners bevinden zich ook binnen de gemeente. Ook binnen een gemeente tref je de nieuwtjesjacht aan om de innerlijke leegte te verdrijven. De jacht kan ook gekleed gaan in een keurig, gereformeerd jasje. Dan is bijvoorbeeld de prediking naar de Schriften te gewoon. Het gewone brood van het Evangelie smaakt niet meer. Men gaat op zoek naar wat nieuws, naar wat anders. Vindt men het in de eigen kerk niet, waarom dan niet naar een andere kerk? Als dominee A niet meer bevalt, loopt men achter dominee B aan en als dominee B ook niet meer boeit, is er wel weer een nieuwe ster. Alleen maar tijd voor wat nieuws. Dat is Athene, maar Athene ligt heel dicht bij huis.

Is de leegheid niet de nood van veler leven? Van huis uit kunnen wij de Heere zo best missen. Dan hebben we geen behoefte aan het Brood des levens. Dan gaan we week in week uit voorbij aan het aanbod van Gods genade. Intussen houden we onszelf op de been met de laatste nieuwtjes.

Maar wees gewaarschuwd: u verdrijft er de leegheid van uw leven niet mee! Integendeel, u komt er mee om! Wat is het nodig dat de Heere ons laat zien hoe schuldig we voor Hem staan door al dat jagen naar wat nieuws! Wat is dat nodig, opdat we niet verblind en verduisterd voortleven, maar ons zullen wenden tot Zijn genade.

 

Dat is het wonder van dit Schriftwoord. God laat deze nieuwsjagers in Athene niet begaan. Hij zoekt hen op met Zijn Woord. Hij komt tot hen met Zijn reddend Evangelie. Paulus komt tot deze keurmeesters en fijnproevers op de Areopagus niet met zijn eigen woord, maar hij komt tot hen met de boodschap van Jezus Christus, van de verhoogde Koning. Hij is het Die Zijn gezanten uitzendt tot aan de einden van de aarde. Hij wil verloren mensen, verzonken in de afgodendienst en verzonken in zonde en schuld, tot Zijn onderdanen maken. Hij wil hen tot geloof en tot bekering brengen. Het is immers Pinksteren geweest! De Geest is uitgestort om Christus te verheerlijken!

Mensen, geroepen en bekwaamd door de Heere, mogen het zwaard van de Geest hanteren. Ze mogen het Woord van God prediken. Daarover gaat het in de Handelingen der apostelen. Dat is het zendingsboek van de kerk des Heeren. Daarin mag je ook voor vandaag de taak van Gods kerk aflezen: Predik het Woord, verkondig het Evangelie alle kreaturen (Mark.16:15). Dat is de blijvende opdracht, ook vandaag. Op de reactie daarop letten we in de tweede plaats.

 

2. De reactie die daarop volgt

Het Evangelie van Christus is het grote nieuws dat de apostel brengen mag aan deze op sensatiebeluste mensen. Het is werkelijk goed nieuws. Paulus mag in de taal die ze verstaan, verkondigen dat de Heere Zich in Christus bekendmaakt om hen vanuit de duisternis van hun bestaan te roepen tot Zijn wonderbaar licht. De Heere vraagt naar mensen die van nature niet naar Hem vragen. Daartoe Zijn Zoon overgegeven heeft tot in de dood des kruises. Wat verkondigt Paulus in Athene? Wat preekt Hij? Deze ene naam, van de levende God, Die Zich in Christus geopenbaard heeft.

 

Dat is nog altijd de taak van de kerk in deze wereld, ver weg en dichtbij. Daarom is zendingswerk ook maar niet een poging om het ontwikkelingspeil van de mensen te verbeteren, maar het is in de eerste plaats prediking van de naam van de levende God. Met deze prediking staat Paulus hier, te midden van een gehoor van godsdienstige mensen. O ja, inderdaad, dat zijn de Atheners: godsdienstige mensen. Ze hebben zelfs een altaar gebouwd, gewijd aan de dienst van de onbekende God. Dat tekent wel heel in het bijzonder hun armoede.

Zoeken, zonder ooit te vinden. Een godsdienstige ijver die met vruchteloosheid geslagen is. Want de stad doorgaande, en aanschouwende uw heiligdommen, heb ik ook een altaar gevonden, op hetwelk een opschrift stond: DEN ONBEKENDEN GOD. Dezen dan, Dien gij niet kennende dient, verkondig ik ulieden.

Deze God, zegt Paulus, deze God kennen jullie niet en toch dienen jullie hem. Hoe kan dat, hoe is dat mogelijk? Dat kan ook niet, dat is onmogelijk. Want de Bijbel verstaat onder kennen een zeer persoonlijke omgang. Paulus zegt: Jullie voelen diep in je hart het onbevredigende van al die goden wel aan. God dienen zonder Hem te kennen – dat kan toch niet.

 

Nee, dat is niet mogelijk, maar toch denken veel mensen dat dit wel kan! Je hebt ook vandaag mensen die door de natuurlijke Godskennis die ieder mens heeft, overtuigd worden van zonde en van de noodzaak van een goede levenswandel. Wat zij met het natuurlijke licht hebben vernomen van de Heere Jezus en van de vergeving van de zonden, hebben ze met hun verstand op zichzelf toegepast. De Heere Jezus noemt zulke mensen de wijzen en verstandigen, voor wie het Koninkrijk verborgen is. Ze hebben zichzelf met hun verstand geholpen, maar ze dienen eigenlijk een onbekende god.

Maar er zijn ook anderen: mensen die naar de levende God zoeken, maar Hem niet kennen of weten te vinden. Ze gaan er zelfs steeds minder van verstaan. Als we een eenzaam gebed zouden kunnen horen, zouden we hen horen zuchten: ‘Heere, ik ken U niet, Heere maak mij toch Uw wegen door Uw Woord en Geest bekend. Geef toch dat ik mezelf mag kennen en dat ik U mag kennen, zoals het tot mijn zaligheid nodig is.’

 

Dit goede nieuws dat Paulus mag verkondigen, is ook schokkend nieuws. Dit Evangelie wil niet anders dan een totale omwenteling in uw leven teweegbrengen. Dit Evangelie roept de Atheners, roept de wereld van vandaag en roept ook ons tot bekering van de afgoden naar de levende God. De Heere zegt ons in dit Evangelie dat we ons met al ons godsdienstig bezig zijn van nature op een doodlopende weg bevinden, op een weg die van God afvoert. Onomwonden worden ons in dit Evangelie de ernst van de zonde en de totale ellende waarin wij onszelf gestort hebben, aangewezen.

Paulus onthult in zijn prediking de armoe en de machteloosheid van het heidendom. Hij spreekt tegen deze mensen van hun schuldige onwetendheid. Maar hij zegt ook: God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom, dat zij zich bekeren.

 

Bekering – dat had Johannes de Doper gepredikt. De Heere Jezus Zelf had tot bekering opgeroepen. Petrus had tot bekering opgeroepen, toen hij preekte op de pinksterdag. Alle mensen hebben bekering nodig. De Joden met hun vroomheid, de Grieken met hun wijsheid en wij hier net zo goed.

Wat blijkt ook in Athene dat het Woord van God niet naar de mens is. Het zal je toch maar gezegd worden dat die eeuwen van beschaving en cultuur die je achter de rug hebt, voor God niet anders zijn dan tijden van onwetendheid. Wat klinkt er in dit woord een ontroerende aanklacht door. Is het daarom geen schokkend nieuws?

 

Met dat schokkende nieuws komt de Heere ook tot ons! De Heere klaagt ons in Zijn Woord aan dat wij mensen Hem van nature wegbannen uit ons leven en dat wij ons vertrouwen stellen op de goden van deze tijd. De Heere eist ook van ons niet minder dan dat ons leven radicaal omgekeerd wordt. Hij vraagt van ons dat we onze zonden en schuld en verlorenheid voor Hem zullen belijden. Hij wil dat we die zonden leren haten en ervan wegvluchten. Zo ingrijpend is bekering, gemeente!

Bekering is niet alleen dat je over iets heel anders gaat denken. Dat zou voor die Grieken hier in Athene helemaal geen punt geweest zijn. Die hielden wel van iets anders. Maar zélf anders worden, dat betekent oneindig veel meer. Zelf anders worden, vernieuwd worden, betekent dat heel je bestaan komt onder het oordeel van God. Deze prediking van het Evangelie is een prediking die vierkant ingaat tegen de gesteldheid van ons hart.

 

Ook ons wordt het elke zondag weer geboodschapt dat we zonder waarachtige levensvernieuwing, zonder verzoening met God geen plaats hebben in Zijn Rijk. God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom, dat zij zich bekeren.

Reken maar dat de luisteraars naar de preek van Paulus met klemmende verbazing geluisterd hebben. Horen ze het goed? Die vreemde prediker roept hen op tot bekering, omdat de tijden van onwetendheid voorbij zijn. Ze leven nu in het heden der genade. De grote dag van het oordeel is op komst. Dat oordeel zou gelegd zijn in de handen van de verhoogde Christus, Die opgewekt is uit de doden, Die zit aan de rechterhand van God in de hemel en Die komen zal op de wolken des hemels om te oordelen de levenden en de doden.

 

Ongehoord nieuws voor deze Atheners. Nota bene, een Man Die door God zou opgewekt zijn uit de doden.  Een Man Die je niet de gelegenheid geeft om van het ene nieuwtje naar het andere te jagen.

En toch is het waar. Eenmaal zullen alle berichten zwijgen. Alle Evangeliepredikers zwijgen ook. Christus neemt dan het woord. Hij vraagt rekenschap van alle mensen, van oude mensen en jonge. Van u, van jou, van mij. Hij zal aan ieder van ons persoonlijk vragen: ‘Wat hebt u, wat heb jij met Mijn Evangelie gedaan?’ Wat vergeten we dat vaak en toch – de Rechter staat voor de deur. Dat is de prediking die overal in deze wereld mag uitgaan, en ook hier. Daarom zijt ook gij bereid (Matth.25:34), want in welke ure men het niet meent zal de Zoon des mensen komen (Matth.24:44).

 

 Zullen er dan veel zijn, die volstromen van vreugde als ze de stem van de archangel horen? Ik weet het niet. De Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde (Luk.18:8)? Voor u, voor jou, voor mij komt het erop aan bereid te zijn. Maar weet: de Wereldrechter is nú nog de Wereldredder. Is het geen wonder van genade dat de Heere alles aan ons en onze kinderen ten koste legt om te bevrijden uit de strikken van onwetendheid, van afgoderij, van vervreemding, van vijandschap?

De Heere laat het ons verkondigen: En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) dat een iegelijk die de Naam des Heeren zal aanroepen zalig zal worden (Hand.2:17, Hand.9:14)). Door Hem, Die gestorven is voor de schuld van goddelozen; door Hem Die ook opgewekt is uit de doden. Hij gaat als de verhoogde Koning nog altijd voort om door Zijn Woord en Geest zondaren te trekken uit de macht van de duisternis. Nog altijd wil de Heere tot ons komen met de boodschap van het Evangelie. Wat is de uitwerking ervan in ons leven?

 

De prediking van het Woord werkt immers altijd iets uit. Het roept allerlei reacties op, ook in Athene. Eerst heeft men met belangstelling geluisterd en als die vreemde prediker hun dichters citeert, zullen ze zeker hun oren gespitst hebben. Maar als het woord ‘bekering’ valt, begint het nieuwtje eraf te raken. Ze zoeken immers tijdverdrijf, ze zoeken geen levensvernieuwing. Als Paulus spreekt over de opstanding van de doden, doet dat voor hen helemaal de deur dicht. Dat kan toch zeker niet! Dat is toch de grootste dwaasheid. De wijsheid van God is voor deze Griekse filosofen een onverdraaglijke zaak.

De Epicureërs leren immers dat met de dood alles uit is. Alles wordt door hen gezet op de kaart van het hier en nu. De Stoïcijnen willen er ook niet aan dat er een opstanding uit de doden is.  Leef zo goed als mogelijk is en geef iedereen het zijne; dat is hun parool. Straks zal uw goddelijke ziel weer als een vonk in de godheid terugkeren.

Als zij nu van de opstanding der doden hoorden, spotten sommigen daarmede; en sommigen zeiden: Wij zullen u wederom hiervan horen.

 

Zo wordt de prediking van de daden van God bespot en genegeerd. Het ergert ons menselijk hart ten diepste, dat er alleen behoud is door een gekruiste en opgestane Christus. Het is immers een prediking die in geen mensenhart is opgeklommen. Zeker, nu zijn de tijden sinds Athene, toen Paulus daar was, flink veranderd. En toch … toch klinken dezelfde geluiden die Paulus na zijn prediking moet horen, ook ons bekend in de oren. Hoor je vandaag niet dezelfde spot en afwijzing? God is dood, en dood is dood. Opstanding? Hemel? Hel? Dat zijn primitieve gedachten. Daar kun je toch zeker als modern mens niks mee beginnen. Wat een weerstand is er, wat een spot, onverschilligheid en ergernis tegen de prediking van de daden van God in Christus!

Maar toch, eenieder die geen vreemdeling is in zijn eigen hart zal daar niet zo verbaasd over zijn. Leven dezelfde weerstanden niet bij eenieder van ons?  Het is toch enkel genade als je voor de Heere ingewonnen bent? Dan zeg je toch: ‘Heere, wie ben ik, dat U de vijandschap van mijn hart wilde overwinnen en dat ik daarvoor ingewonnen ben?’

 

Er staan op de Areopagus ook mensen die niet spotten.  Zij zijn te beschaafd om te spotten.  Heel beleefd zeggen ze tegen Paulus: ‘We willen graag het gesprek met u nog eens voortzetten, we komen nog een keer terug, hoor.’ Zo maken ook zij zich ervan af, en ook dit is helemaal uit het leven gegrepen. Ook nu zijn er mensen die te veel fatsoen hebben om te lachen of te spotten als ze in aanraking komen met het Evangelie. Heel beleefd maken ze zich ervan af. Daar hoef je zelfs nog niet onkerkelijk voor te zijn. Dat gebeurt ook onder ons wel op huisbezoek.

‘Ja, natuurlijk hoor, de broeders hebben gelijk. Nee, het moet anders, u hebt gelijk, broeders.’ Maar als de broeders vertrokken zijn, zeggen ze: ‘Zo, dat hebben we weer voor een jaar gehad.’ U accepteert misschien ten volle dat Christus zal komen om de levenden en de doden te oordelen. Maar leeft u er ook uit? Of is het zo dat u heimelijk denkt: afwachten maar, we zullen er nog weleens van horen. Misschien komt het met mij ook nog wel een keer goed.

 

Gemeente, u bent er niet mee klaar door ‘s zondags instemmend naar de prediking te luisteren. De grote vraag is: bent u er zo door geraakt dat u als een arme zondaar naar de Heere uitgedreven bent? Wat is het erg om onder het Evangelie te leven en toch jezelf te handhaven. Dan stellen we ons tevreden met een algemene beschouwing. Als het Woord in de prediking en op huisbezoek aan je hart gelegd wordt, als je indringend geroepen wordt tot bekering, schuiven we het op de lange baan. Maar we kunnen het Woord van God niet straffeloos naast ons neerleggen.

De geleerden in Athene zeggen: ‘Tot de volgende keer.’ We lezen nergens dat die volgende keer gekomen is. We lezen wel: En alzo is Paulus uit het midden van hen uitgegaan.

Uiteindelijk laten niet de hoorders de prediker staan, maar Paulus, de dienaar van Christus, verlaat hen.

God neemt Zijn Woord bij die spotters weg. Wat een indringende waarschuwing. Het Woord van God werkt altijd wat uit: of ten voordeel of ten oordeel. Zie daarom toch toe hoe u hoort. De arbeid in het Koninkrijk van God stelt je vandaag voor vele vragen. Maar de belangrijkste vraag is of Christus voor ons persoonlijk onmisbaar is geworden! Zijn we Zijn eigendom? Kennen we de enige Troost?

Bekeert u toch tot Hem, opdat de Heere de kandelaar van het Woord niet zal wegnemen. Zijn oordeel komt; en wie niet vóór Hem is, is tegen Hem. Daarvan zingen we Psalm 98 vers 4.

 

Laat al de stromen vrolijk zingen,

De handen klappen naar omhoog;

't Gebergte vol van vreugde springen

En hupp'len voor des HEEREN oog.

Hij komt, Hij komt, om d' aard' te richten,

De wereld in gerechtigheid;

Al 't volk, daar 't wreed geweld moet zwichten,

Wordt in rechtmatigheid geleid.

 

3. De overwinning die daardoor behaald wordt

Paulus vertrekt uit Athene. Een schamel resultaat, zegt u misschien. Het Evangelie lijkt op de Areopagus alleen maar op weerstand te stuiten, maar dan luistert u toch maar met een half oor.  Lukas verkondigt ons in de Handelingen de daden van Christus en Hij is machtig en gewillig om Zijn naam te verheerlijken, ook in Athene.

Als Paulus weggaat, zijn daar toch mensen die van hem niet los kunnen komen. Zij kunnen van het Woord van God niet loskomen. Het Woord raakt hun hart door de kracht van de Heilige Geest. Hun tevredenheid, hun zelfgenoegzaamheid is weg. Het Woord van God heeft hun levenshuis waarin ze zo behaaglijk wonen, afgebroken en neergehaald. Nu staren ze op de puinhopen daarvan. Maar hun oog is ook gericht op het machtige gebouw van het heilsplan van God, waarvan Christus de Hoeksteen is. Dat gebouw dat een woning biedt aan mensen die hun handen tot redding naar Hem uitstrekken.

Dat is immers het werk van de Heilige Geest. Alles in ons levenshuis wordt afgebroken, zodat er plaats mag komen voor de bediening van de gezegende Middelaar, Jezus Christus. Hij gaat werken aan en in een mens. Hij laat de bergen van zonde en schuld zien, die scheiding maken tussen God en onze ziel. Hij ontdekt ons aan onze verlorenheid, aan onze schuld voor de Heere. Hij ontdekt ons aan onze armoede en blindheid. Hij zegt: ‘U denkt wel heel wat te zijn, maar u weet niet dat u ellendig bent, jammerlijk, blind, arm en naakt.’ Dat ontledigende, plaatsmakende werk van de Geest heeft de Heere Jezus Zelf voorzegd: Die gekomen zijnde zal de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel (Joh.16:8).

 

Kortom, de Geest haalt een mens van zijn troon af en zet Hem op de zondaarsbank neer. Niet voor een poosje, niet voor een week of een maand, maar zijn leven lang. Als de Geest Zijn werk in je begint, is het Hem er altijd om te doen in ons levenshuis alles af te breken, opdat Christus er Zijn intrek in zal nemen.

Wat is het daarom een zegen als je het voor de Heere mag verliezen, als Zijn Woord doordringt tot in het diepst van je hart. Wat ga je dan juist beseffen dat je een zondaar bent voor God! Je buigt je aan Zijn voeten om je ongeluk, je verdriet, je zonde en schuld voor God te belijden. Je hebt gezondigd tegen God Die zo goed voor je geweest is en Die je altijd nagewandeld heeft met Zijn geduld en liefde.

Niets maakt de zonde zo bitter dan wanneer je gaat zien dat je gezondigd hebt tegen een goeddoend God. Hoe verschillend de wegen mogen zijn die de Heere met Zijn kinderen gaat, hierin komen ze toch allen overeen: zij worden zondaar voor God. Dat wil zeggen dat je de minste, de laagste plaats voor God wil innemen.

Maar wat een wonder is het dan ook als de Geest je het welbehagen Gods in mensen gaat verklaren en als je gewezen wordt op Hem, in Wie God verzoening bereid heeft. De Geest ontdekt immers aan je schuld en verlorenheid, maar Hij doet dat niet om je daarin te laten liggen. Nee, Hij opent ook het oog voor de dierbaarheid, de algenoegzaamheid en de schoonheid van de Borg en Middelaar, de Heere Jezus Christus.

Je kunt het eigenlijk niet in woorden uitdrukken wat het is als de Geest je je zonden laat zien. Maar je kunt nog veel minder zeggen wat een wonder het is als de Geest je ogen richt op Christus. Wat is het groot als de Geest je een oog van het geloof geeft en de weldaden van Jezus in je ziel gaat verklaren. Wat een wonder als de Geest je de ruimte laat zien die er is in Jezus’ bloed voor de grootste van de zondaren. Die Geest geeft je voeten van het geloof om tot Christus te gaan. Hij geeft je armen van het geloof om Hem te omhelzen. Hij verklaart de verborgenheden van Gods hart en verbond, en Hij brengt weglopers van de Heere weer terug tot de God en Vader van de Heere Jezus Christus. Hij wil ook verzekeren dat die God nu een God van volkomen zaligheid is, en om Christus’ wil ook mijn God en mijn Vader is.

Door de overwinnende kracht van Gods genade in het werk van de Geest worden die vruchten ook gevonden op de Areopagus. Sommigen, lezen we, hingen Paulus aan en geloofden. Enkelen worden met name genoemd. Een vrouw, Damaris, en een zekere Dyonisius, één van de rechters van de Areopagus. Ziet u de overwinning van de genade van God? De Heere trekt de Zijnen, zelfs uit de geleerden in Athene. Hij maakt hun eigen wijsheid te schande, zodat ze breken met het heidendom en met hun oude leven. Ze mogen zoveel heerlijkheid zien in de dienst van de waarachtige God, dat ze Hem te voet vallen. Deze mensen konden onder de eis van bekering niet meer wegvluchten. Bij hen werd de vraag geboren naar de Man Die God uit de doden opwekte en door God gesteld is om te oordelen de levenden en de doden.

 

Hoe is het bij ons? Leeft ook bij ons die vraag: is er enig middel om de welverdiende straf te ontgaan en weder tot genade te komen? Hoe zal ik met mijn zondige, verloren leven de Rechter tegemoet gaan? Wat is het een goede boodschap om te mogen horen Wie de Man is Die God gesteld heeft om Rechter te zijn van de ganse aarde. Het is Jezus Christus. Hij heeft Zich tot zonde laten maken. Hij heeft de zonden op Zich genomen. Hij heeft Zich laten veroordelen en heeft ook het verschrikkelijke vonnis van de dood gedragen aan het kruis. Hij is de Gekruisigde. Hij is Dezelfde Die gezegd heeft: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, Ik zal u rust geven (Matth.11:28).

 

Hij zegt dat ook tegen ons: Komt herwaarts tot Mij. Als u eraan ontdekt bent dat u met uw verloren leven voor God niet verschijnen kunt, wordt de nodiging: Kom tot Mij, bij Mij is vergeving voor al uw zonden. Hij is de Man van smarten. Hij is het Lam van God Dat de zonden van de wereld wegneemt.

Het gaat er in de waarachtige bekering tot God om dat we als een verloren, uitgewerkte zondaar of zondares aan Zijn voeten komen. Het gaat er niet om dat wij van die nette, bekeerde mensen worden. We liggen aan Zijn voeten. We geven ons verloren leven aan Hem over en we ontvangen in ruil daarvoor Zijn gerechtigheid.

Die mensen zijn er ook in Athene. Zij komen door de overwinnende genade van God tot geloof. Alles staat beschreven tot onze waarschuwing en ook tot onze vertroosting. Tot onze waarschuwing, opdat we maar niet lijdelijk zullen afwachten en toezien. We hebben geloof nodig en bekering. Zonder geloof en bekering is er geen behoud. Dat is de diepe ernst van elke verkondiging van het Evangelie.

Het staat er ook tot bemoediging van in zichzelf verloren zondaren. Moet u, moet jij het belijden dat de weerstand van je hart zo groot is, en dat de boosheid van je hart zo verschrikkelijk is? Hebt u uzelf leren kennen als een onwillig mens? Weet, Jezus leeft en Hij is groot van vermogen. Zijn Geest is machtig om ook uw hart en jouw leven nieuw te maken.

Het staat er ook ter bemoediging van allen die in de arbeid van het Koninkrijk van God betrokken zijn, hier en waar ook in deze wereld. Soms lijkt het wel een onbegonnen taak en denk je: loop ik ook niet de kans om maar een beetje ‘weggespot’ te worden? Wat heb je te stellen tegenover zoveel werelds denken? Ach, van jezelf heb je niks om er tegenover te stellen. Alleen dit: het eeuwige, vaste, blijvende Woord van God. Dat is ook meer dan voldoende, want de Heere werkt door de kracht van Zijn Woord en Geest voort, ook vandaag, aan de komst van Zijn Koninkrijk.  Daardoor gebeuren er wonderen, en in die weg wordt het waar:

De Filistijn, de Tyriër, de Moren,

Zijn binnen U, o Godsstad, voortgebracht.

Van Sion zal het blijde nageslacht haast zeggen:

Deez’ en die (ook u?) is daar geboren.

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 87 vers 3 en 4

 

De Filistijn, de Tyriër, de Moren,

Zijn binnen u, o Godsstad, voortgebracht;

Van Sion zal het blijde nageslacht

Haast zeggen: “Deez' en die is daar geboren.”

 

God zal ze Zelf bevestigen en schragen,

En op Zijn rol, waar Hij de volken schrijft,

Hen tellen, als in Isrel ingelijfd,

En doen den naam van Sions kind'ren dragen.