Ds. A. Elshout - Handelingen 2 : 1 - 4

De feiten van het pinkstergebeuren te Jeruzalem

Het uitwendige en waarneembare van die feiten
Het inwendige en het merkbare van die feiten
Het genadige en het wonderbare van die feiten

Handelingen 2 : 1 - 4

Handelingen 2
1
En als de dag van het Pinkster feest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen.
2
En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten.
3
En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen.
4
En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 105:1
Lezen : Handelingen 2: 1 - 21
Zingen : Psalm 87:3, 4
Zingen : Psalm 33: 2
Zingen : Psalm 103: 11

Het Schriftwoord dat we vanmorgen met u willen overdenken, vindt u in Handelingen 2, de verzen 1 tot en met 4. We lezen daar:

 

En als de dag van het pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen. En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen gedreven wind, en vervulde het gehele huis waar zij zaten. En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

 

Op deze pinksterdag worden we bepaald bij: De feiten van het pinkstergebeuren te Jeruzalem.

 

Wij willen aan de hand van drie aandachtspunten stilstaan bij:

 

1. Het uitwendige en waarneembare van die feiten.

2. Het inwendige en het merkbare van die feiten.

3. Het genadige en het wonderbare van die feiten.

 

Wij vragen dus uw aandacht voor de feiten rond het pinkstergebeuren in Jeruzalem:

In de eerste plaats voor het uitwendige en waarneembare van die feiten: Een geweldig gedreven wind, het geluid daarvan en de verdeelde tongen als van vuur: En het zat op een iegelijk van hen.  

In de tweede plaats voor het inwendige en merkbare: En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken.

En in de derde plaats voor het genadige en het wonderbaarlijke van die pinksterfeiten; want het was natuurlijk één en al genade dat dit gebeurde. Zij begonnen te spreken in allerlei talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Talen, waarin ze geen onderwijs hadden gehad, talen waarin ze de grote werken van God zomaar gingen spreken, zodat iedereen het in zijn eigen taal kon verstaan.

 

 

 

 

1. Het uitwendige en waarneembare van die feiten

 

Het pinksterwonder, de uitstorting van de Heilige Geest, heeft tien dagen na de Hemelvaart van de Heere Jezus plaatsgevonden. De Heere Jezus had voor Zijn Hemelvaart gezegd dat Zijn discipelen terug moesten gaan naar Jeruzalem. Ze moesten daar blijven tot de vervulling van de belofte van God de Vader, die inhield dat Hij Zijn Geest zou uitstorten op alle vlees. De profeet Joël had dit alles voorzegd en het is waar geworden. Niet lang na de Hemelvaart van de Heere Jezus, tien dagen later, vond het heerlijke heilsfeit plaats waarnaar eeuwenlang was uitgezien.

De uitstorting van de Heilige Geest bewijst dat de Heere Jezus werkelijk in de hemel is aan de rechterhand van de Majesteit Gods. Het is geen verhaaltje, het is niet maar een fabeltje, dat Hij ten hemel is opgevaren, en daar aan de rechterhand van God zit. De feiten hebben het bewezen.

 

Zowel op die pinksterdag in Jeruzalem alsook tot op vandaag kan de werkelijkheid van Zijn zitten ter rechterhand Gods worden aangetoond. Niet met bewijzen die de wereldse geest en het zondige hart van mensen kunnen bevredigen, maar wel met bewijzen die door de werking van de Heilige Geest worden geloofd en ondervonden. Hij is nog steeds werkzaam om uit Christus’ volheid mensen te doen delen in het heil des Heeren. Mensen worden wedergeboren tot nieuwe mensen. Zij worden in het spoor der gerechtigheid geleid. Ze worden door Gods genade en door Gods Geest gewillig gemaakt om te doen wat de Heere welbehaaglijk is.

Die Geest is met Pinksteren uitgestort. Niet eerder en niet later dan voorzegd was. Er is voor alles een tijd. Voor het heilsgebeuren in zijn totaliteit, maar ook in het persoonlijke leven van degenen voor wie de Heere de zaligheid heeft uitgedacht. Deze zaligheid wordt naar Zijn eeuwig welbehagen uitgewerkt en deelachtig gemaakt.

 

De uitstorting van Zijn Heilige Geest was niet alleen de vervulling van een belofte aan de discipelen, maar ook aan de gehele Oudtestamentische gemeente. Het was voorzegd door de profeet Joël – het is ons voorgelezen – dat de Heere Zijn Geest zou uitstorten in het laatste der dagen. Niet alleen op enkelen, op profeten en priesters, op mensen die de Heere voor bijzondere functies wilde gebruiken, maar op alle vlees. Op zonen en dochters, op jonge mensen: jongelingen zullen gezichten zien. O, de Heere zou Zijn Geest uitstorten in een mate zoals dat nog nooit was gebeurd.

Onder het Oude Testament drupte het van de bediening van de Geest. Maar in de dagen van het Nieuw Testament, in het Messiaanse tijdperk, dan zou het druipen van zegen. Stromen van zegen zullen neerdalen; zo was het al voorzegd, en in visioenen was het gezien.

Jesaja had er al van mogen zeggen: En de Heere der heirscharen zal op dezen berg allen volken een vetten maaltijd maken, een maaltijd van reinen wijn, van vet vol merg, van reine wijnen die gezuiverd zijn. En Hij zal op dezen berg verslinden het bewindsel des aangezichts waarmede alle volken bewonden zijn, en het deksel waarmede alle natiën bedekt zijn. Hij zal den dood verslinden tot overwinning, en de Heere Heere zal de tranen van alle aangezichten afwissen; en Hij zal de smaadheid Zijns volks van de ganse aarde wegnemen, want de H heeft het gesproken. En men zal te dien dage zeggen: Zie, Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zalig maken; Deze is de Heere, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid (Jes.25:6-9).

Vijftig dagen na de opstanding van de Heere Jezus uit de dood heeft wat Jesaja profeteerde plaatsgevonden. Nadat de Heere Jezus de dood had verslonden tot overwinning is de Heilige Geest uitgestort op alle vlees. Niet alleen op het Jodendom. In het feit dat de Heere het heilsfeit van Pinksteren meteen liet verkondigen in andere talen, lag opgesloten, dat het hele mensdom, alle geslachten van het aardrijk, daarin zouden delen. Christus regeert!

 

Men zegt weleens: We zien er zo weinig van; het lijkt wel of de duivel regeert. Denk maar aan onze tijd; wat is er niet allemaal gaande? Het is immers waar dat de activiteiten van de vorst der duisternis zich op huiveringwekkende wijze vermenigvuldigen.

Maar, gemeente, het werk van Christus ligt ook niet stil!

Wat is daar in onze dagen het beste bewijs van?

Wel, nog nooit in de geschiedenis van de mensheid is het Woord van God in zoveel talen vertaald dan nu. Met indrukwekkende snelheid worden nog steeds delen van het Woord van God, of de gehele Bijbel, vertaald in talen waarin dat nog nooit is gebeurd. Waar men vroeger 25 tot zelfs 50 jaar voor nodig had, is dat nu mede door het gebruik van de computer, een kwestie van zeer korte tijd geworden. Het is ongelooflijk hoe die met hun indrukwekkende snelheid het vertaalwerk kunnen bevorderen. Vroeger durfde men daar niet van te dromen. Christus regeert ook dáárover. Want het werk van de Heere heeft haast! De voleinding van de wereld kan immers niet komen en zal ook niet komen, voordat het ganse mensdom in de gelegenheid zal zijn gesteld om het Woord des levens te ontvangen en te verstaan. Daarom zien we juist ook in onze tijd zo’n duizelingwekkende ontwikkeling, ook op het zendingsterrein.

Wat is het een zegen dat wij daar als gemeenten ook aan mogen meewerken. En dat u vandaag uit dankbaarheid, omdat u het Woord in uw eigen taal kunt horen, in de collecte uw dankoffer brengen mag.

Christus regeert en niet de duivel. Dacht u dat het de duivel aanstaat dat de Bijbel in allerlei talen vertaald wordt? En dat alle Bijbelgenootschappen bij elkaar, in heel Europa en waar ook ter wereld, niet in staat zijn, om aan de vraag naar Bijbels te voldoen? Er worden miljoenen Bijbels gedrukt. En ze vliegen weg. Er is nog steeds een groot tekort! Men kan aan alle aanvragen niet voldoen. Is dát niet een bewijs dat Christus regeert? Wilde u nog een duidelijker bewijs hebben dat niet de duivel regeert, maar Christus?

 

Vijftig dagen na Pasen. Het woord ‘Pinksteren’ komt van het woord pentecoste; het betekent ‘vijftigste’. Het was geen toeval dat de Heilige Geest op het pinksterfeest is uitgestort. Want, gemeente, Israël kende ook het Pinksterfeest. Als we aan het pinksterfeest denken, moeten we dus ook in het Oude Testament gaan graven naar omstandigheden en feiten die te maken hebben met dat getal ‘vijftig’.

Wij gaan vaak zo gemakkelijk aan getallen voorbij, maar dat doen de Joden niet zo. Zeker in de heilsgeschiedenis hebben getallen vaak een belangrijke symbolische betekenis. Dat is ook zo met het getal ‘vijftig’.

Het begon al op de vijftigste dag na de uittocht uit Egypte. Wat is er toen gebeurd? Weet u dat? De Joden – zeker de orthodoxe – vieren tot op heden het zogenaamde ‘Feest der Wet’. Waaraan denken ze dan aan? Wel, aan het feestelijke gebeuren dat God op de berg Horeb Zijn wet heeft gegeven, waar Hij deze woorden horen deed:

 

Ik ben de Heer’, uw God en Koning,

Die van Egypte u bevrij’.

 

We zien hierin het heilshandelen van de Heere met Zijn volk. Vijftig dagen nadat het Pascha werd ingesteld aanvaardde God met het afkondigen van de Tien Geboden de nakomelingen van Abraham, Izak en Jakob als Zijn volk, als Zijn bondsvolk. Het nageslacht van Abraham, Izak en Jakob werd toen als het ware officieel geadopteerd. Ik ben de Heere, uw God (Ex.20:2). Ik schenk u Mijn wet om naar te leven. Zijt heilig, want Ik ben heilig (1Petr.1:16).

Wij mogen die wet nog steeds hebben, als een geschenk uit het genadeverbond. Als een kenbron van onze ellende. Als een tuchtmeester tot Christus. En als een regel om naar Gods wil te wandelen. Tot Zijn eer en onze zaligheid.

 

Pinksteren betekent vijftigste. De officiële aanvaarding, de Geest der aanneming tot kinderen, door Welken Gods Kerk mag roepen: Abba, Vader, is uitgestort over alle vlees. Hij is de Geest der aanneming. Letterlijk staat er: ‘de Geest der adoptie’. Het bewijs van de adoptie, het bewijs van het om Christus’ wil tot kinderen van God aangenomen te zijn. Dat betekent Pinksteren, vijftigste.

Het getal vijftig speelde ook een rol in de ceremoniële en burgerlijke wetten van Israël. We denken met Pinksteren ook aan het jubeljaar. Eens in de vijftig jaar was er een jubeljaar, een vrijheidsjaar. Wanneer men dienstbaar geworden was en in boeien en banden terechtgekomen was, moesten deze mensen vrijgelaten worden.

De Heere Jezus heeft daar ook op gewezen. Het genadejaar des Heeren is gekomen, zei Hij. De Geest des Heeren Heeren is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft (…) om vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis (Jes.61:1). Het Pinksterfeest is een jubeljaar; een jubelperiode, waarin de Heere Zijn Gemeente zal doen staan in de vrijheid, waarmede Christus Zijn Gemeente vrijgemaakt heeft. Hij heeft daarvan gezegd: Indien gijlieden in Mijn Woord blijft (…) zult ge de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken. Indien dan de Zoon u zal hebben vrijgemaakt, zo zult gij waarlijk vrij zijn (Joh.8:31,32,36). En de apostel Paulus heeft ervan gezegd: Waar de Geest des Heeren is, aldaar is vrijheid (2Kor.3:17).

De discipelen stonden in die vrijheid. Van zorg, van vrees, van alles ontslagen, mochten ze staan in de ruimte, en roemen uit de volheid van het gemoed, gedachtig aan de milde overvloed van de gunst van de Heere.

 

Weet u wat het verschil is tussen de heilsfeiten van de geboorte van Christus, van het sterven van Christus, van de opstanding en de Hemelvaart van Christus, van het zitten ter rechterhand Gods van Christus en het heilsfeit van Pinksteren? Kent u dat verschil?

Gemeente, het verschil is dit: geboorte, sterven, opstaan, hemelvaart en het zitten ter rechterhand van Christus zijn heilsfeiten tot zaligheid, maar het Pinkstergebeuren is de zaligheid zelf; de uitwerking van die eerstgenoemde heilsfeiten; de voorbereiding op de wederkomst van Christus. Als op Gods tijd dat laatste tijdperk beëindigd zal zijn, en de volmaaktheid zal zijn aangebroken.

 

Kerst, de geboorte van Christus, betekent: God met ons, Immanuël. Pasen betekent: God voor ons. En Pinksteren: God in ons.

 

Het Pinksterfeest is ook oogstfeest. De nieuwe blijken van Gods gunst, de nieuwe oogst, werd dan voor het aangezicht des Heeren bewogen, opgeheven. Om met de weldaden in de Weldoener te eindigen.

Pinksteren wijst als oogstfeest ook op wat Christus, het Tarwegraan Gods, heeft teweeggebracht. Dit Tarwegraan viel in de aarde en stierf, maar het bracht rijke vruchten voort!

Wat een rijke symboliek ligt er in het Oude Testament! Die symboliek verwijst naar wat op het Pinksterfeest in Jeruzalem is gebeurd. Alles werd vervuld; alles heeft met elkaar te maken.

 

Gemeente, wij zijn gewend geraakt om lichamelijk heil en geestelijk heil te veel uit elkaar te halen; alsof ze niets met elkaar te maken zouden hebben. Maar we vergissen ons. Zeker, lichamelijke weldaden betekenen nog geen geestelijke weldaden, die waarde hebben voor de eeuwigheid. Maar ze komen wel van dezelfde Vader der lichten, van de God aller genaden. Ze komen wel uit één Bron. En voor Gods volk, voor de ware vromen, vloeien én lichamelijke én geestelijke weldaden uit hetzelfde Vaderhart Gods. De prijs daarvoor is betaald door het Borgwerk, door het dierbaar bloed van Christus. En al wat God werkte zal juichen tot Zijn eer. Als datgene wat uit God was, door God ook tot God zal wederkeren. Daar zorgt de Heilige Geest voor.

De uitwendige tekenen daarvan werden zichtbaar op die Pinksterdag, toen de Heilige Geest werd uitgestort. En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen gedreven wind. Niet één blaadje, van welke boom ook, bewoog door die wind. Het was het geluid als van een orkaan, als een geweldigen gedreven wind. Geen takje werd vernield. Het werk van de Heilige Geest in Zijn onweerstaanbare kracht; het is net als een orkaan, niet te stuiten. Het heil dat de Heere heeft teweeggebracht wordt op Pinksteren toegepast.

 

Het werk van de Heilige Geest onderscheidt Zich daarin van het werk van Christus, dat de Heilige Geest toe-eigent wat de uitverkorenen in Christus hebben. Hij is de Toepasser van dat heil.

We spreken over God de Vader en onze schepping, God de Zoon en onze verlossing en God de Heilige Geest en onze heiligmaking. In de orde des heils gaat de rechtvaardigmaking vóór de heiligmaking. Ook in de toe-eigening van het verworven heil gaat de rechtvaardigmaking vóór de heiligmaking. Om de vreugde des heils te kennen moet er plaats voor zijn gemaakt door de Heilige Geest, Die overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel. Dat heilgenot zal niet achterwege blijven; de Heilige Geest werkt door Zijn onweerstaanbare kracht dat goede werk van wedergeboorte en vernieuwing.

 

Dit brengt ons bij het tweede punt:

 

 

 

2. Het inwendige en merkbare van de pinksterfeiten

 

Haastelijk… Plotseling gebeurde het. Ja, zo is het ook met het wonderlijke werk van Gods Geest in het toepassen van het werk van de zaligheid. Dat gaat onweerstaanbaar. Op een bepaald ogenblik roept Hij uit de dood tot het leven. Dan gaan dorre doodsbeenderen reageren op de werkzaamheid van Gods Geest.

Dan zien we grote wonderen gebeuren. Mensen, van nature dood in de zonden en misdaden, gaan vragen naar de Heere en Zijn sterkte. Zij krijgen een verlangen om de Heere te vrezen; het allerhoogst’ en eeuwig Goed. Zij raken bekommerd vanwege hun zonden en worden hartelijk verlegen om de vergeving van hun zonden. Er ontstaat een verlangen om met God in een verzoende betrekking hersteld te worden. Om weer in de gemeenschap met God te mogen verkeren. O, daarvoor zorgt die geweldigen gedreven wind, dat dynamiet, die kracht van de Heilige Geest. Hij verbreekt stenen harten, vlezen harten, Hij verlicht het duistere hart en het duistere verstand. De tekenen van vuur verwijzen daarnaar. Die tekenen waren zichtbaar op een iegelijk van hen.

 

Vuur! Vuur dat verlicht.

O, wat een blijdschap is er als we in het donker zitten en het licht gaat aan. Wat een vreugde brengt dat met zich mee. Wel, in nog veel heerlijker zin geldt het als Gods Geest ons uit de duisternis verlost en tot Zijn wonderbaar licht brengt. Om in het aangezicht van Jezus Christus en Zijn Borgwerk te mogen zien dat er ook voor ons een weg is om de welverdiende straf te ontgaan en wederom tot genade te komen. En dat door een Middelaar, een Zaligmaker. De Held bij Wien God hulp besteld heeft.

 

Die de Naam des Heeren zal aanroepen zal zalig worden. Hij kan niet alleen zalig worden, maar hij zal zalig worden. Dankzij de genade en de barmhartigheid van de Heere. Ze zullen niet beschaamd uitkomen, allen die naar Zijn reine leer in Hem hun heil, hun hoogst geluk leerden beschouwen. Zondaren, die het toevlucht nemen in de praktijk leren beoefenen. Van wie de Schrift zegt: Opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe (Joh.3:15).

 

Het werk van de Geest is het heil des Heeren toepassen, om het heilgenot des Heeren te kennen. O, het zal worden ervaren. Daar zal dat heilige vuur van de Geest toe dienen. Want vuur doet immers ijs smelten. Het pinkstervuur doet boeien en banden waarmee men gebonden is, afvallen. Dit vuur, het verwarmt immers ook het koudste hart? O, het doet delen in het heil des Heeren.

 

Gemeente, van alle heilsfeiten is het Pinksterfeest het moeilijkst te begrijpen.

Waarom, vraagt u?

Wel, het is zo geestelijk. Met het natuurlijke verstand is het werk van de Heilige Geest niet te begrijpen. Het is geen wonder dat de mensen toen zeiden: Zij zijn vol zoeten wijn. Het lijkt wel alsof ze dronken zijn.

Nu waren ze in zekere zin wel dronken. Niet van wijn, maar van liefde. Het hart was vol van God en van Zijn liefde. Precies zoals er Psalm 36 over gesproken wordt: Dan wordt het vette van Gods huis gesmaakt, een volle beek van wellust maakt hier elk in liefde dronken!

Als God om Christus’ wil Zijn liefde in het hart uitstort, dan zingt de psalmdichter:

 

Zo ver het west verwijderd is van 't oosten,

Zo ver heeft Hij, om onze ziel te troosten,

Van ons de schuld en zonden weggedaan.

 

Wat een zaligheid, om zó, na kortere of langere tijd in boeien en banden te hebben verkeerd, in de vrijheid te worden gesteld! O, het werk van de Heilige Geest, het ontvangen van die Geest – zoals de discipelen dat ondervonden – als een Geest der vertroosting, als een Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader... O, het ontvangen van die weldaad is zo diep geestelijk. Daar kan de wereld zich geen voorstelling van vormen.

 

Men zegt dat honing zoet is; en het is zo. Maar wie wéten het? Wel, degenen die de honing geproefd hebben. Je kunt niemand aan zijn verstand te praten, hoe zoet honing is. Er is maar één middel om erachter te komen. En dat is: om het te proeven.

Zo is het ook met de vreugde, met de blijdschap, met de vrede, met alles wat de Heilige Geest doet beleven. O, het smaken van Zijn zaligheid wordt bevindelijk geleerd.

Dat proeven is geen inbeelding, geen fantasie. Want wat er met de discipelen op het pinksterfeest gebeurde, hoe konden zij die grote dingen Gods gaan vertellen? Wel, omdat ze de waarheid verstónden. Ze spraken er niet alleen over, ze spraken eruit. Ze verstonden het. De waarheid – alles wat God gezegd had – werd opeens in zo’n heel ander licht gezien. Ook tot hun eigen zaligheid.

 

God heeft gedacht aan Zijn genade,

Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt.

 

Gemeente, dat is nog steeds zo. Als de Heere iemand in de ruimte zet, in de vrijheid stelt, dan lijkt het wel of je opeens een heel andere Bijbel leest. Dan is het alsof die oude Psalmen weer nieuw worden. Steeds weer gaat het zo. Als zogezegd de Geest in de raderen komt, dan is alles anders. Dan lijkt het wel alsof de bomen er ook anders uitzien. Dan zien we alles met andere ogen. O, hoe zalig is het om zo in die ruimte te mogen delen. We zien, met eerbied gezegd, God anders. Niet meer als een vertoornd Rechter, maar als een verzoend Vader. Dat is zaligheid. De discipelen zijn er vol van geweest. Vervuld van de Heilige Geest. Dat was het inwendige en merkbare van dat Pinkstergebeuren.

 

Voor we naar onze derde gedachte gaan we eerst Psalm 33 vers 2 zingen:

 

Roemt nu met nieuwe lofgezangen

De nieuwe blijken van Zijn gunst;

Het speeltuig moet dien toon vervangen;

Heft vrolijk aan, wijdt Hem uw kunst.

Alles moet hem eren;

Want het woord des Heeren,

‘t Richtsnoer Zijner daân,

Is volmaakt rechtvaardig,

Al onz’ achting waardig;

Eeuwig zal ’t bestaan.

 

Gemeente, in de derde plaats letten we op:

 

3. Het genadige en wonderbare van de pinksterfeiten

 

En zij begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Het was een grote genade, want ze hadden het niet verdiend. En niemand die ooit iets van die genade heeft ontvangen – al was het maar één druppeltje van die milde Geestesregen – zal kunnen zeggen het wel verdiend te hebben. Het ontvangen van iets van die milde regen kan niemand ooit kleinkrijgen. Waarom was het op mij gemunt? Waarom heb ik het gekregen? Ik had het immers niet verdiend?

Iets van die milde regen te mogen ontvangen, van die Geestesregen – al is het maar één druppeltje – wat geeft dat toch zo’n verruiming, zo’n blijdschap, zo’n innerlijke vergenoeging en zo’n zalige rust. Ik kan het u alleen maar met beelden duidelijk maken, maar ik verzeker u dat de beleving ervan zelfs de stoutste verwachtingen ver te boven gaat. Wat een genadig en wonderbaar gebeuren!

 

De discipelen begonnen te spreken in allerlei talen. Die milde regen was dus niet alleen voor de Joden weggelegd, maar ook voor heidenen. Wat is het een wonder als je als dienaar van het Woord de grote werken Gods ook in deze tijd mag verkondigen, in dat in verschillende talen. De heidenen hebben zich erover verwonder dat ze het Woord in hun eigen taal konden horen. Dat is inderdaad een zaak om verwonderd over te zijn, want zo gaat dat de verkondiging van dat wonderwerk van God maar door. Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen.

 

De uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag moest – zo staat het in vers 20 – plaatsvinden eer dat de grote en doorluchtige dag des Heeren komt (Hand.2:20). Het Pinksterfeest vráágt zelfs om de komst van de Heere op de wolken. Want de Geest en de bruid zeggen: Kom. En die het hoort, zegge: Kom. Kom, Heere Jezus. Ja, kom haastelijk (Openb.22:17,20). Hoe meer iemand met de Heilige Geest vervuld zal zijn, des te meer zal hij of zij smeken om de wederkomst van Christus. Dat kan niet anders.

We moeten helaas wel vaststellen dat de Christelijke kerk op dit ogenblik, over het algemeen gesproken, van haar plaats af is. Ook vele van Gods kinderen zijn van hun plaats. Het is als een thermometer waarop we kunnen aflezen hoe vurig en hoe hartelijk we verlangen naar de wederkomst van Christus. Want Zijn komst is het toch alleen die het heil volmaakt?

Het is heerlijk om bij ogenblikken iets van de werkingen van de Heilige Geest te mogen kennen. Maar het is nog niet volmaakt. Het is wél vol, maar het is een ogenblik. Het zakt weer weg, u raakt het weer kwijt. Maar het volmaakte zal wel komen. Vandaar dat de apostel Paulus, vol van de Heilige Geest, zei: Ontbonden te worden, en met Christus te zijn, dat is zeer verre het beste (Filipp.1:23).

Gemeente, hoe staat het er met ons voor? Heeft u wel eens van harte gebeden: Kom Heere Jezus. Ja, kom haastelijk? Zoals de Heere dat zegt: En die het hoort, zegge: Kom.

Misschien bidt u wel: ‘Heere, laat het alstublieft vandaag nog niet gebeuren. Laat het alstublieft nog een poosje wegblijven, want ik ben er niet op voorbereid!’ Het zou toch zo kunnen zijn? Maar Hij komt… Hij komt!

Er zat eens een jongen in de trein vreselijk te vloeken. Het gebeurde in de tijd dat nog niet iedereen vanzelfsprekend een horloge had; het was toen een zeldzaamheid als iemand zoiets wél had, Een medepassagier stapte op hem af en zei: ‘Jongen, zou jij graag dit horloge willen hebben?’ Die jongen zei: ‘Natuurlijk, meneer. Graag, hoor.’ Zijn medepassagier antwoordde: ‘Nou, jongen, hier, jij krijgt mijn horloge.’ En hij voegde eraan toe: ‘Zul je er dan aan denken dat met elke seconde die dit horloge aangeeft, je dichter bij het moment komt dat je Hem zal ontmoeten, Wiens Naam jij zo lasterlijk hebt misbruikt? Want elk moment dat die secondewijzer vooruitgaat, kom jij dichter bij het moment dat je sterven moet, en daarna komt het oordeel. Dag, jongen.’

 

Gemeente, iedere seconde telt. Dat is de ernst van het leven!  Ik zeg dat niet om u bang te maken; ik wens dat God het gebruiken wil om u zalig te maken. Haast u en spoedt u om uws levens wil. Zeg niet, of denk niet: ‘Och, dat heil zal voor mij wel niet weggelegd zijn. Het is voor Gods volk, voor de uitverkorenen. Daar hoor ik toch niet bij.’

Wie zegt dat? Wie zegt dat u, dat jij, er niet bij hoort? Heeft God u, als u bedelt dat heil te mogen ontvangen, ooit van Zijn nodiging uitgesloten? Wil de Heere er niet om gevraagd zijn? Heeft Hij niet beloofd dat Hij Zich op het gebed wil ontfermen, al hebben we het niet verdiend, maar alleen om de verdiensten van Christus?

‘Ja’, zegt u, ‘maar het is toch alleen voor de uitverkorenen?’

Dat is waar. Maar de verborgen dingen zijn voor God, en de geopenbaarde dingen zijn voor ons. Je bent toch niet voor niets gedoopt in de Naam van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest? Wees toch bezig om de betekenende zaak van de uw doop te mogen leren kennen. We zijn in zonde ontvangen en in ongerechtigheid geboren, maar God heeft plechtig verklaard dat Hij niet alleen met anderen te maken te wil hebben, maar ook nog met u of jij. Wilt u een nog duidelijker bewijs hebben dat de Heere ook met ons te doen wil hebben en met onze kinderen? Hij zegt bij monde van Amos: Zoekt Mij, en leeft (Amos 5:4). Hoe? Door Hem te zoeken. Welnu, ik wens u toe dat Hij op uw gebed Zijn Geest, Die in alle waarheid leidt, wil schenken. De Geest Die Hem en Zijn heil doet kennen.

Bovendien zegt het Evangelie: En indien dan gij die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen die Hem bidden? (Luk.11:13). Als de Heere nu die goede gaven wil schenken – al noemen we ze soms klein – hoeveel te meer is Hij gewillig, om uit genade álles te schenken wat ons ontbreekt? Maar we moeten wel erom smeken.

 

‘Maar’, zegt u misschien, ‘ik kan niet bidden, gelijk het behoort.’

Welnu, ik ook niet. Maar daarom moeten we er juist mee bij de Heere terechtkomen. En smeken of Hij ook ons die Geest der genade en der gebeden wil schenken. Om ons te leren bidden zoals het behoort. Hij geve te mogen bidden tot God om wat het meest tot Zijn eer zou mogen zijn en tot onze zaligheid.

We kunnen ook niet danken zoals het behoort. We kunnen helemaal niets, zoals het hoort. Wie denkt dat hij nog wat kan, denkt nog te goed van zichzelf…

 

O, de Geest is gewillig om intrek te nemen in het hart, ook in ons hart en leven. Al is dat hart nog zo slecht, en ons leven nog zo verdorven en krom. De Heilige Geest wil het heiligen!

Laat dan ons gebed zijn en blijven, zoals u het in het Hooglied vindt: Ontwaak, Noordenwind (Hoogl.4:16). Die wind is wel koud, maar nodig om te ontdekken en te ontgronden. Opdat er plaats gemaakt wordt voor Christus en voor al Zijn weldaden.

Er staat ook in de Schrift: Kom, Gij, Zuidenwind. Dat is de Heilige Geest als Trooster, als Verkwikker, om ons in ootmoedigheid voor Gods aangezicht te doen wandelen en Zijn lof te verkondigen.

Want: Hij, de Vorst der aard, is die hulde waard.

Dat geve ons de Heere om Christus’ wil alleen.

 

Amen.

 

Onze slotzang is Psalm 103 vers 11:

 

Looft, looft, den Heer’, gij, Zijne legerscharen,

Wier lust het is op Zijnen wenk te staren.

Dat hemel, aard’, en zee, en berg, en dal,

Hoe ver men ook Zijn scepter ziet regeren,

Nu Zijnen Naam en grote deugden eren;

En gij, mijn ziel, looft gij Hem bovenal!