Ds. A.T. Vergunst - Johannes 8 : 12

Ik ben het Licht der wereld

De hoopgevende openbaring van Hemzelf in een donkere wereld
De zeer ruime nodiging om uit onze duisternis tot Hem te komen
Nr 2 uit de serie "Ik ben". Vertaling uit het Engels. 

Johannes 8 : 12

Johannes 8
12
Jezus dan sprak wederom tot henlieden, zeggende: Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 8: 1 en 4
Lezen : Johannes 8: 12-59
Zingen : Psalm 1: 1
Zingen : Psalm 42: 3 en 7
Zingen : Psalm 89: 7 en 8
Zingen : Psalm 130: 3 en 4

Geliefde gemeente, opnieuw zijn er veel mensen bij elkaar gekomen in Jeruzalem. Deze keer is het om het jaarlijkse Loofhuttenfeest te vieren. Het feest werd gevierd om te herdenken hoe God tijdens hun reis door de woestijn voor Israël zorgde.

De kinderen vonden dit altijd een prachtig feest omdat het gezin in kleine hutjes buiten kampeerde. Door de jaren heen hadden de Joden een aantal dingen aan het feest toegevoegd die er oorspronkelijk geen deel van uitmaakten. In oude Joodse geschiedenisboeken lezen we dat op de laatste avond van het feest de hele tempel verlicht werd door vier enorme lampen die in het voorhof waren neergezet. Deze lampen waren bedoeld om eraan te herinneren hoe God in de donkere nachten in de woestijn de vuurkolom had gegeven.

Mensen die oprecht de Heere vreesden dachten daar met dankbaarheid aan terug. Want die vuurkolom was het symbool van Gods aanwezigheid in hun midden. Ze vertelden hun kinderen hoe Israëls Verbondsgod hun vaderen op hun reis door de woestijn ’s nachts door de vuurkolom had geleid. Als Israël zijn kamp opsloeg bleef dit helder brandende licht recht boven de Tabernakel staan, om troost en veiligheid te bieden in het donker. Net zoals een nachtlampje ons een gevoel van troost biedt.

 

Alleen het Joodse volk kreeg ooit zulke bijzondere gaven. Niemand had een God zoals zij. Geen wonder dat Mozes hen er in Deuteronomium 4 vers 7 aan herinnerde: Want wat groot volk is er, hetwelk de goden zo nabij zijn als de Heere, onze God, zo dikwijls als wij Hem aanroepen? Hij was de God die zorgde en spaarde. De God die hen leidde door de woestijn met al haar gevaren.

Bent u zich ervan bewust dat wij als onderdeel van de zichtbare kerk dezelfde voorrechten krijgen? Voor ons is het Woord van God die vuurkolom!  Het is er om ons te leiden door het donker van deze zondige en lijdende wereld. Gods Woord biedt daarom echte veiligheid.

 

Op de laatste dag van het feest vierden de mensen tot laat in de avond feest. Verdrietig genoeg, maakten velen van die laatste dag een goddeloze feestdag. Het geval van overspel dat in dit hoofdstuk genoemd wordt, vormde helaas geen uitzondering op deze avond!

Toen iedereen eindelijk naar huis was gegaan, ging Jezus naar de Olijfberg, zoals we in lezen in vers 1. Hij was daar niet eenzaam maar Hij wilde graag alleen zijn in de kathedraal van de natuur. Hij wilde alleen zijn met Zijn Vader, in het gebed.

Bad Hij over de preek die Hij die dag gehouden had? Hij was immers in alle liefde en oprechtheid opgestaan en had uitgeroepen: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.

Maar in plaats dat ze naar Hem komen luisteren begon de menigte over Hem en Zijn preek te ruziën. De oversten stuurden zelfs de tempelpolitie op Hem af om Hem op te pakken.

O, wat verlangde Hij ernaar dat hun ogen geopend zouden worden om Hem in Zijn heerlijkheid te zien. Maar Hij wist dat ze de volgende dag weer naar huis zouden gaan. Het feest was dan voorbij. Al die mensen zouden weer geconfronteerd worden met de duisternis van hun leven, zonder God en zonder hoop. Hij wist van hun gebroken gezinnen en van hun ongelukkige en onvervulde levens. Hij kende de vele harten die verwond waren vanwege verraad en ontrouw. Hij kende het verdriet als hun geliefden werden weggenomen en de ziekten waaronder ze leden. Hij kende de onrechtvaardigheid van de rijken en hun onderdrukking van de armen. Hij kende de morele donkerheid van hun onrechtvaardige leefwereld. Hij wist hoe ze gebukt gingen onder het Romeinse juk.

Maar Hij kende ook de dwaasheid en hopeloosheid van het onderwijs dat zalig worden iets is dat je zelf verdienen moet door goed te zijn en te doen. Daarom kwam Jezus de volgende dag, vroeg in de morgen, naar de tempel om voordat de deelnemers aan het Loofhuttenfeest weer naar huis gingen, onderwijs te geven.

Aangekomen in de tempel dromt de menigte direct om Jezus heen. Nog één keer wil Hij hen zeggen wie Hij echt is. Hij wil dat ze weten dat Hij niet gewoon de zoon van Maria is, maar dat Hij de Zoon van God is, Die door de Vader gezonden is! De mensen moeten weten dat Hij Zélf God is! Hij wil dat ze weten dat Hij Jehova, de God van het Verbond is, de Heere God!

 

Gemeente, zoals we zo meteen zullen zien, verklaart Hij in dit hoofdstuk vier keer: Ik ben… Jezus eerste verklaring – Ik ben – lezen we in vers 12: Ik ben het Licht der wereld. Maar hoe meer Hij het licht van de waarheid laat schijnen, des te meer komt de duisternis van hun verdorven hart openbaar. Als u aandachtig Johannes 8 doorleest, voelt u de vijandschap en de woede ten opzichte van Jezus van de pagina’s afspatten.

Ik ben het Licht der wereld. Onmiddellijk roept die uitspraak een reactie op van de oversten. Ze beschuldigen Hem er in vers 13 van dat Hij van Zichzelf getuigt en dat zo’n getuigenis daarom geen waarde heeft.

Rustig antwoordt Hij: ‘Ik getuig niet alleen van Mijzelf, maar Mijn Vader getuigt ook van Mij.’

Onmiddellijk volgt een venijnige reactie in de vorm van de beladen vraag: Waar is Uw Vader? Een beladen vraag, want de oversten zijn namelijk goed op de hoogte van de geruchten over Zijn geboorte. Ze weten dat Maria Zijn moeder is. Maar wie is eigenlijk Zijn vader?

Jezus antwoordt dan: Ik ben van boven (…) Ik ben niet uit deze wereld. En dan volgt de tweede verklaring van wie Hij is in vers 24: Want indien gij niet gelooft dat Ik Die ben, gij zult in uw zonden sterven. Let er vooral dat het cursief geschreven woordje ‘Die’ in de Statenvertaling is toegevoegd dus de nadruk ligt eigenlijk op Ik ben.

 

In vers 25 gaan de oversten van het volk opnieuw in tegen wat Hij over Zichzelf zegt. Ze stellen de vraag: Wie zijt Gij? Ze kunnen Zijn bewering dat Hij Jehova is gewoonweg niet accepteren.

Geduldig herhaalt Jezus het weer: Wat Ik van den beginne ulieden ook zegge… En voor de derde keer verklaart Hij in vers 28: Want indien gij den Zoon des mensen zult verhoogd hebben, dan zult gij verstaan dat Ik Die ben… En met vreugde voegt Johannes er in vers 30 aan toe dat Zijn Woord niet helemaal zonder vrucht is. Velen van hen geloofden in Hem.

 

Als Jezus vervolgens in vers 31 Zijn nieuwe discipelen moed inspreekt, reageren de omstanders weer. Hun reacties zijn feller dan die we tot nu toe gezien hebben. Nadat Jezus hun boosheid en hun plannen om Hem te doden heeft blootgelegd, beginnen ze met scheldwoorden te gooien. Ze bedreigen Hem zelfs; want in vers 40 kezen we: Maar nu zoekt gij Mij te doden, een Mens, Die u de waarheid gesproken heb, welke Ik van God gehoord heb. Dat deed Abraham niet.

Onmiddellijk kaatsen ze in vers 41 terug met een openlijke beschuldiging: Wij zijn niet geboren uit hoererij; wij hebben een Vader, namelijk God.

Hoort u de indirecte lastering?

‘U bent niets meer dan een buitenechtelijk kind! U hebt een slechte achtergrond! Wij zijn niet van zo’n bedenkelijke komaf!’

Vervolgens worden ze racistisch en schelden: Zeggen wij niet wel, dat Gij een Samaritaan zijt, en den duivel hebt? Uiteindelijk wordt de situatie zo vijandig en dreigend dat ze stenen oppakken om de Prediker te doden.

 

Wat is de druppel die hen ertoe brengt stenen op te pakken om Hem te stenigen?

Het is Zijn vierde uitspraak dat Hij Jehovah is, de IK BEN! Want in vers 58 zegt Hij: Voorwaar, voorwaar zeg Ik U: Eer Abraham was, ben Ik!

Johannes is dit spanningsvolle moment nooit vergeten. In gedachten ziet Hij zijn Meester rustig de tempel verlaten om Zich te verbergen. Ongetwijfeld had de Heere tranen in Zijn ogen. Opnieuw keek Hij de harde werkelijkheid van de vreselijke val van de mens in de ogen.

Ze hadden echt de duisternis liever dan het licht, zoals Hij Zelf gezegd had in Johannes 3: En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.

 

Geliefde gemeente, laten we na deze samenvatting van dit verdrietige hoofdstuk onze aandacht geven aan vers 12. Het is de tekst voor de preek:

 

Jezus dan sprak wederom tot henlieden, zeggende: Ik ben het Licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben.

 

Er zijn twee belangrijke punten die we gaan overdenken:

 

1. De hoopgevende openbaring van Hemzelf in een donkere wereld.

2. De zeer ruime nodiging om uit onze duisternis tot Hem te komen.

 

Laten we eerst nadenken over de hoopgevende openbaring in deze preek die Jezus over Zichzelf hield.

 

  1. De hoopgevende openbaring

 

Het was een donkere dag waarop Jezus deze woorden sprak. De avond ervoor was er alom kunstlicht. Kunstlicht is alles wat de wereld en vormelijke godsdienstige feestdagen ons kunnen geven. Jezus wist dat de mensen, toen het feest voorbij was, weer oog in oog stonden met de leegte van het leven. Het nationale hoogtepunt van dit feest was niet meer dan een korte onderbreking van de donkere omstandigheden! De mensen waren vol verwachting en opwinding naar het feest gekomen. Maar het bleek allemaal maar een tijdelijke afleiding te zijn. Het gaf slechts een kleine impuls aan hun eentonige levens.

Maar Jezus wist dat het feest de doffe pijn van hun lege levens niet verjaagde. De Heere wist dat de schuldenlast niet kleiner maar juist steeds groter werd! Hij hoorde de knagende stem van hun geweten. Dat blijkt uit Zijn vraag in vers 7. Hij wist dat de gapende kloof tussen hen en hun Schepper niet verdwenen was. Hij zag dat hun harten geen vrede kenden. De feestdagen bleken net zo te zijn als vuurwerk dat heel even helder oplicht aan een donkere hemel. Als het uitdooft, is het weer donker.

 

Is dat ook uw ervaring met alle feestdagen in het kerkelijk jaar? Brengen al die godsdienstige activiteiten geen vrede in het hart en geen vrede met God? Bevindt u zich, ondanks dat u de goede tradities trouw in ere houdt, nog steeds in de duisternis?

Verlaat u vervuld de kerkdienst? Aangeraakt? Gevoed? Getroost? Vernieuwd? Hoopvol? Of keert u weer terug naar de duisternis waarin u zich bevindt?

Misschien is uw leven wel vol van zware lasten. Misschien is uw hart vervuld met zondige begeerten en hartstochten die u niet kunt beheersen of onderdrukken; een last waarvan u niet weet wat u ermee aan moet?

Of erger nog, voelt u misschien dat u zonder God en zonder Christus bent – en daarom zonder hoop? Komt u erachter dat het waar is wat de oude profeet Jesaja vroeg? Waarom weegt gijlieden geld uit voor hetgeen geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan?

Niemand wist dit alles beter dan Jezus Zelf. Daarom preekte Hij over Zichzelf: Ik ben het licht der wereld; wie Mij volgt, wie op Mij vertrouwt, wie naar Mij opziet… zal niet in de duisternis wandelen, maar het Licht des levens hebben.

 

Er is nog een tweede reden waarom Jezus deze woorden spreekt.

Vlak voor Zijn preek had Hij tegenover een groep huichelachtige Farizeeën en Schriftgeleerden gestaan.

Ze hadden een schuldige vrouw voor Hem gesleept. Zonder zich ook maar enigszins om haar waardigheid te bekommeren, hadden ze haar publiekelijk vernederd door haar zonde openbaar te maken.

Natuurlijk is zonde zonde, en Jezus deed niets af van haar zondigheid. Uiteindelijk veroordeelde Hij haar zonde wel, maar Hij deed dat niet zonder haar Zijn tere liefde te betonen.

Maar deze religieuze leiders waren helemaal niet echt geïnteresseerd in haar zonde of haar zaligheid. Ze waren er alleen maar op uit Jezus in de val te laten lopen.

Ziet u dit duistere schouwspel voor u?

Het was de duisternis van hypocrisie, liefdeloosheid, egoïsme en onreinheid. Let er eens op hoe ze allemaal afdropen; overtuigd dat ze waren van hun eigen zonden van overspel, maar toch niet verootmoedigd!

Het enige licht in dit stuitende tafereel was de Heere Jezus. Hoewel Hij had kunnen instemmen met haar steniging, deed Hij dat niet. In Zijn eerste komst naar deze aarde kwam Hij niet om zondaars te veroordelen, maar om ze te redden. Toen Hij weer begon te spreken, verkondigde Hij haar dan ook het Evangelie: Ik ben Jehova! Ik ben het licht der wereld! Als u Mij volgt, dan, en alleen dan, zult u verlost worden van die vreselijke duisternis waarin u verkeert. Als u Mij volgt – op Mij vertrouwt en Mijn onderwijs omarmt – zult u het licht des levens hebben, dat wil zeggen dat u ervan zult genieten. Vriendelijk, duidelijk, liefdevol, vreugdevol en welbewust, wees Hij op Zichzelf: In Mij is hoop en de bron van vreugde!

 

Gemeente, Hij beperkte Zich niet alleen tot Israël of kerkgangers.

Nee, Hij zei: Ik ben het licht der wereld. Iedereen in deze wereld heeft Mij nodig en Ik ben de enige hoop voor iedereen in deze donkere wereld.

Maar waarom zou Jezus Zichzelf vergelijken met licht?

Allereerst, omdat er in deze wereld niets belangrijkers is dan licht. Het plantenleven en zelfs het menselijk leven kunnen niet opbloeien zonder licht. Licht is heilzaam, het geeft energie, het ondersteunt de groei, en het vrolijkt de menselijke geest op. Een wereld in het natuurlijke duister kan niet eens bestaan. Daarom was de eerste daad van de Schepper dat Hij het licht schiep.

Door Zichzelf aan te wijzen als het licht van de wereld maakt Jezus duidelijk dat Hij de eerste en enige hoop is voor het gevallen en in ellende verkerende menselijk geslacht. Hij is de Enige die ons kan redden van de zonde. Hij is de Enige die onze harten kan veranderen! En niet alleen dat, maar Hij is ook de Enige die de kloof kan overbruggen en de scheiding tussen God en ons ongedaan kan maken. 

 

Vrienden, beseft u dat er niets ergers is dan gescheiden van God te leven?

Stel je voor dat je gescheiden bent van je familie en vrienden en slaaf bent van een wrede meester! Zo is de realiteit van een leven zonder God sinds de val van Adam. Jezus zegt daarom in vers 34: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een iegelijk, die de zonde doet, is een dienstknecht der zonde.

Letterlijk betekent dit dat we slaven van de zonde zijn. We zitten in de ketenen van ons trotse hart. We worden gevangengehouden door onze zondige verlangens. We zijn de gevangenen van de lusten van ons vlees en grootsheid van het leven. Op een andere plaats noemt de Heilige Geest deze toestand, dood zijn in misdaden en zonden. Met andere woorden: wij kunnen onszelf niet verlossen uit onze doodsstaat.

Maar wat kan die duisternis wel doorbreken en verjagen?

Licht!

Als u uw zaklamp of het elektrische licht aandoet, dan weet u dat de macht van het donker direct verbroken wordt en verdwenen is. Dat geldt ook van de Heere Jezus. Als het Licht der wereld heeft Hij de macht om de duisternis en de hopeloosheid van ons leven zonder God te doorbreken. Hoor Hem zeggen: ‘Ik ben het licht der wereld. Ik ben uw hoop om aan de greep en de wanhoop van de duisternis van de zonde te ontsnappen. Ik ben uw hoop op verzoening met een heilig en rechtvaardig God. Schuldige en helwaardige zondaar, Ik ben uw hoop. Want Ik kwam niet om u te veroordelen vanwege uw zonden, maar om u van de zonden te redden!’

Hoe prachtig werd dit geïllustreerd in de voorafgaande verzen. Jezus stemde niet in met het stenigen van die vrouw, hoewel Hij daar alle recht toe had. Ze was schuldig. Maar in plaats daarvan, bediende Hij haar het Evangelie toen Hij preekte: Ik ben het licht der wereld.

 

Gemeente, u kunt niet voor Uw rechter staan en vrijgesproken worden! U staat schuldig aan het overtreden van ieder gebod in gedachten, woorden en daden. Hoe vaak neemt u niet dezelfde houding aan als de hoogmoedige Joden als u anderen om hun zonden veroordeelt! Hoe snel staat u niet klaar om anderen te veroordelen terwijl u uzelf vrijpleit?

Deze trots, deze arrogantie leeft in ons allemaal. Die is zo verkeerd en zo misplaatst!

Maar staat u oog in oog met de akelige duisternis van uw lusten, uw hebzucht, uw ontevredenheid, uw ongeloof, uw onverschilligheid, of uw koudheid? Vraagt u: ‘O, hoe kan ik ooit verlost worden uit deze geestelijke duisternis?’ Hoe kan ik ooit gered worden van deze verdorvenheid en de ketens van mijn zonden? Als ik alleen maar zonde kan voortbrengen, hoe kan ik dan ooit met God verzoend worden?’

Hoor dan wat Jezus tegen u zegt: Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar het licht des levens hebben.

Weet u wat de Heere zegt als Hij op Zichzelf wijst?

Hij verkondigt: ‘Ik heb de gehoorzaamheid die u niet heeft. Ik heb de gerechtigheid die u mist. Ik betaal de losprijs die u aan God verschuldigd bent. Ik heb alles om u vrij te kopen. Het offer van Mijn leven voor zondaren is voldoende om al uw schulden te betalen. Mijn gerechtigheid kan uw totale gemis aan gerechtigheid in Gods oog bedekken. Mijn verdiensten zijn voldoende, zelfs als de hele wereld er een beroep op zou doen. Geloof Mij! Ik kwam in deze wereld om zondaren zoals u te redden. Hoewel Ik u voor eeuwig in de duisternis zou kunnen werpen ben Ik hier om dit wanhopige duister te doorbreken.

Ik ben al uw hoop, uw en jouw enige hoop.’

 

Laten we nu zingen uit Psalm 42 vers 3 en 7:

 

O mijn ziel, wat buigt g' u neder?

Waartoe zijt g' in mij ontrust?

Voed het oud vertrouwen weder;

Zoek in 's Hoogsten lof uw lust;

Want Gods goedheid zal uw druk

Eens verwiss'len in geluk.

Hoop op God, sla 't oog naar boven;

Want ik zal Zijn naam nog loven.

 

O mijn ziel, wat buigt g' u neder?
Waartoe zijt g' in mij ontrust?
Voed het oud vertrouwen weder;
Zoek in 's Hoogsten lof uw lust;
Menigwerf heeft Hij uw druk
Doen verand'ren in geluk;
Hoop op Hem, sla 't oog naar boven;
Ik zal God, mijn God, nog loven.

 

Laten we nu in de tweede plaats nadenken over:

 

  1. De zeer ruime nodiging

 

Jezus dan sprak wederom tot henlieden, zeggende; Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar het licht des levens hebben. Hoe ruim nodigt Jezus met deze woorden ons allen uit om onze duisternis te verlaten. Laat eens tot u door dringen: Hij nodigt u om de duisternis te verlaten. Want als we Jezus niet in het geloof willen volgen, zijn en blijven we in het duister!

Zoals we al zagen, biedt ons hoofdstuk overvloed aan bewijs dat we in duisternis verkeren. Kijk maar hoe boos en venijnig de mensen werden toen ze naar Jezus luisterden. Dat zijn de bewijzen van onze duisternis. Die donkerte woont in ons allemaal; in een onwedergeboren hart heerst enkel duisternis. Die duisternis komt in meer of mindere mate naar buiten, afhankelijk van de mate van Gods weerhoudende genade.

Waaruit blijkt die duisternis van de zonde nog meer?

Uit de manier waarop we onze mond gebruiken: roddel, laster, leugens, iemand vernederen of bezeren door plagen en gemene dingen zeggen! Het blijkt ook uit de hebzucht die onze gedachten beheerst. In de verzen 7 tot en met 9 ontmaskerde Jezus het duister van overspel waar al die hypocriete Farizeeën zich mee bezig hielden. Hij bracht de duisternis van hun geheim leven aan het licht.

 

Zijn er hier onder ons ook mensen van wie hun privéleven beheerst wordt door het duister van geheime verslavingen? Pornografie is verwoestend voor zowel mannen als vrouwen. De donkere wereld van digitaal overspel en seksuele slavernij bevindt zich niet alleen buiten de kerk. Het is de duisternis van het rijk van de duivel en zijn slavernij.

Realiseer u zich toch dat het feit dat u iets over Jezus hoort, in de kerk zit en psalmen zingt, niet betekent dat u niet in de duisternis bent. Het is tijd om verontrust te raken als u niet bekeerd bent, als u geen volgeling van de Heere Jezus bent. De toorn van God rust dan nog op u. Verwerp toch deze waarheid niet. De bijl van Gods oordeel ligt aan de wortel van uw boom. O, wat zal er van u worden als God vandaag zou bevelen: Hak de boom van zijn of haar leven om…

Blijf toch niet hangen in het duister van uw verloren leven. Maar luister in plaats daarvan naar wat de Heere Jezus tegen ons zegt: Die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar het licht des levens hebben.

 

Gemeente, Hem volgen betekent Zijn discipel worden. Naar Hem luisteren en van Hem leren. Volgen is onderwijs van Hem ontvangen over de verlossing uit de duisternis van de zonde en van de veroordeling. Volgen is op Hem vertrouwen als de Plaatsvervanger van zondaren; als de Middelaar tussen God en ons.

Het is het belangrijk om te benadrukken dat we alleen iemand moeten volgen die we volkomen vertrouwen. Nee, we kunnen niet iedereen vertrouwen die grote dingen belooft, maar aan Jezus hoeven we niet te twijfelen. Hem kunnen we met een gerust hart vertrouwen en volgen. Hij heeft bewezen trouw te zijn aan Zijn woord en Zijn karakter. Neem de voorbeelden hiervan in de Evangeliën maar door: Lijdt het enige twijfel dat Hij betrouwbaar is? Is er Iemand liefelijker? Hij is schoner dan alle kinderen der mensen!

Ieder wonder wijst naar wie Jezus is: Jehova! Heere – God Zelf!

Want wie alleen kan blinde ogen openen, melaatsen genezen, duizenden mensen te eten geven met een paar broden en vissen, en de doden opwekken? Al Zijn wonderen tonen ons wie Hij is! Hij zegt: ‘Ik kan allen die door Mij tot God komen volkomen redden!’

Misschien vraagt u: Maar hoe kan Hij mij uit het duister van mijn schuld en zondigheid halen?’ Hoe kunnen mijn zonden vergeven worden? Hoe kan ik verschijnen voor de heilige en rechtvaardige God tegen Wie ik gezondigd heb?

En hoe kan mijn hart veranderd worden? Er is zoveel donkerheid in mij dat het me bang maakt. De gedachten die in me opkomen, de twijfels waar ik mee strijd, de onreinheid die ik in mezelf ontdek, de hebzucht die ik tegenkom, de schijnheiligheid die ik zie.

‘O, hoe kan die donkere wereld binnenin mij veranderd worden?’

Jezus heeft het antwoord; nee, Jezus is het antwoord!

 

Om het duister van onze schuld het hoofd te bieden, verwisselde Hij het licht van de hemel voor de duisternis van de hel. Hij die met God was en God is, kwam naar de duisternis van onze gevallen wereld. Hij werd mens en woonde onder ons. Hij nam een gedaante aan die gelijk was aan ons zondige vlees. Met andere woorden: Hij verdroeg het duister van ons zondige vlees zonder Zelf zondig te zijn.

Dagelijks werd Hij geconfronteerd met de duistere aanvallen van de zonde en de Satan, maar Hij bleef oprecht en zuiver. Dagelijkse proefde Hij de bittere vruchten van onze zonde. Hij werd geplaagd door al onze plagen, maar Hij onderging die in volkomen onderwerping. Door de beker van de totale verlatenheid in het duister van de hel te drinken gehoorzaamde Hij tot het einde Zijn Vader. Hij legde Zijn leven af aan het kruis! Hij betaalde het verschrikkelijke loon op de zonde, namelijk de dood!

 

Maar daarmee eindigt Zijn verhaal niet: Hij herrees op de Paasdag! Het licht van het leven keerde in Hem terug en het bewees dat alle woorden die Hij ooit gesproken had waarheid waren! En nu nodigt de opgestane Zoon des Mensen en de almachtige Zoon van God u om Hem te volgen. Hij nodigt ons om ons vertrouwen op Hem te stellen en Hem uw schuld aan God te laten afhandelen.

Wie Mij volgt of Wie op Mij vertrouwt, zal in de duisternis niet wandelen.

Als u of jij Mij volgt, en op Mij vertrouwt om alles wat God van u eist te voldoen, zult u het licht des levens hebben. Dan ervaart u vandaag het licht des levens al, namelijk de zoete vreugde van de vergeving.

Zondaren, Hij is bereid u te vergeven! Als u Hem volgt, belooft Hij dat Hij u uit de duisternis van deze gevallen wereld verlossen zal. Hij zal u in een nieuwe wereld brengen, waarin geen duisternis is en waar het donker nooit zal binnenkomen. Als u Hem volgt en op Hem vertrouwt, zal Hij uw duisternis veranderen in het heerlijke licht van het eeuwige leven.

Hoort Hem! ‘Als iemand Mij volgt, zal Ik de donkere wolk van Gods oordeel over uw zonde wegnemen. Ik zal alle schandvlekken van Adams erfzonden en uw persoonlijke zonden voor altijd afwassen.’ Christus zal niet alleen de schuld van onze zonden op Zich nemen maar ook Gods eis tot gehoorzaamheid vervullen. Allen die Hem volgen, die naar Hem opzien en Hem vertrouwen, zullen ook de zegen van Zijn Geest ervaren.

 

Het duister van onze zondigheid kan niet afgewassen worden; het moet met Hem gekruisigd worden. Dat is het werk van de heiligmaking dat Christus ook zal volbrengen als we Hem volgen. Paulus schreef in 1 Korinthe 1 vers 30 dat Christus Jezus ons geworden is, niet alleen tot rechtvaardigheid maar ook tot heiligmaking.

Onze vruchten van heiligheid worden uit Hem gevonden, zoals Hosea zegt in Hosea 14:9: Uw vrucht is uit Mij gevonden. Als wij dagelijks met de onreine fontein van ons hart tot Hem gaan, zullen we Zijn reddende kracht in dezelfde mate ervaren als de vrouw die de zoom van Zijn kleed aanraakte.

 

Gemeente, stel u voor dat Hij in ons midden staat. Hoort u dat Hij u roept?

Denk eens na over deze vriendelijke en gewillige Jezus!

Hij is Jehova de Verlosser.

HIJ meent wat Hij zegt!

Hij vervult Zijn beloften!

O. luister naar Zijn belofte – een belofte die niet afhankelijk is van uw goedheid, maar rust op Zijn goedheid!

Die Mij volgt – Wie tot Mij komt en op Mij vertrouwt – zal het licht des levens hebben.

 

Het is duidelijk dat het ‘licht des levens’ zoet, mooi, vreugdevol en aantrekkelijk is. Vooral in het duister van deze vervloekte wereld waarin alles tot de dood leidt.

Wat bedoelt Jezus precies met dit ‘licht des levens’?

Allereerst betekent het: bevrijd worden van de banden en de last van de zonde. Niets is zo troosteloos als het leven van een slaaf: altijd dienen zonder ooit de vrijheid te krijgen.

Maar het is nog erger als we als slaaf een egoïstische tiran dienen. En dat is Satan! Het ergste is nog dat onze toestand hopeloos is als er geen hulp van buitenaf komt.

Zit u hier, beladen met uw zonden uit het verleden?

Kwelt uw geweten u en kunt u het niet meer geruststellen?

Worstelt u net zoals in Psalm 40 vers 13: Want kwaden tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haren mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten? Is uw gebed: Het behage U, Heere! mij te verlossen; Heere! Haast U tot mijn hulp?

Die smeekbede wordt door Jezus verhoord. Hoor hoe Hij tot u zegt: Ik ben het Licht der wereld: kom – volg Mij – aanvaard Mijn onderwijs: IK BEN de Heere en Ik kwam om de Verlosser te zijn.

Als u op Mij vertrouwt, beloof Ik u het licht des levens.

Ik zal uw gerechtigheid zijn voor het aangezicht van God de Rechter!

Ik zal uw tekort bedekken en u heilig, onberispelijk en vlekkeloos maken in het oog van Mijn Vader. Ik zal u bevrijden van verslavingen en u verlossen van de machten der duisternis. Ik zal u wassen van alle ongerechtigheid en u uiteindelijk, met uitzonderlijke vreugde, zonder vlek en zonder rimpel, zonder gebrek, voorstellen aan de Vader van hemel en aarde.

IK BEN betekent dat Ik de God van genade, barmhartigheid en goedertierenheid ben. Ik ben Jezus, de Zoon van God, Die in de duisternis van deze gevallen wereld kwam om zondaren te zoeken. Mijn Vader gaf Mij de opdracht om zondaren te gaan verlossen. Ik ben het licht van hoop, het licht van een nieuw begin, het licht van verlossing. Door Mij is het mogelijk te ontsnappen aan de duisternis en naar het licht terug te keren. Door Mij is het mogelijk dat de duistere werkelijkheid van uw oplopende schuld voor God kan worden weggenomen. Door Mij is het mogelijk dat uw duistere hart veranderd en vernieuwd wordt.

 

Vrienden, wat zal dat zijn, te leven in de tegenwoordigheid van God, verlost van alle duisternis van de zonde! Hoe mooi wordt dit verwoord in Psalm 89 vers 7 en 8. We zingen deze verzen:

 

Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort!

Zij wand'len, Heer’, in 't licht van 't Godd'lijk aanschijn voort;

Zij zullen in Uw naam zich al den dag verblijden;

Uw goedheid straalt hun toe; Uw macht schraagt hen in 't lijden;

Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen,

Maar Uw gerechtigheid hen naar Uw woord verhogen.

 

Gij toch, Gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht;

Uw vrije gunst alleen wordt d' ere toegebracht;

Wij steken 't hoofd omhoog en zullen d' eerkroon dragen,

Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen;

Want God is ons ten schild in 't strijdperk van dit leven,

En onze Koning is van Isrels God gegeven.

 

Gemeente, ik bid dat de preek van vandaag niet zo’n verdrietige afloop zal hebben als die preek van Jezus. De preek van de Heere werd met veel vijandschap ontvangen. Waarom? Wat zei Hij verkeerd?

Hij sprak niets verkeerd.  Maar Zijn licht legde de duisternis bloot. Jezus’ onderwijs bracht de weerzinwekkende zondigheid van trotse, arrogante harten, die afkerig waren van het Evangelie van vrije genade, aan het licht. Zijn leer dat hun familiebanden met Abraham hen niet kon redden, was in hun ogen aanstootgevend. Zijn ontmaskering van hun satanische woede en boosheid onder het mom van godsdienst was beledigend. Zijn bewering dat ze gevangenen waren, raakte hen alsof ze door een wesp gestoken werden. Zijn verklaring dat ze zouden sterven in hun zonden omdat ze niet in Hem als de IK BEN geloofd hadden, was een verpletterende slag.

 

Voor we uiteengaan, vrienden, u heeft Zijn prediking gehoord. We zijn er weer op gewezen dat Jezus de IK BEN is. Hij heeft ons duidelijk gezegd dat we verloren zijn! En schuldig! En hulpeloos! Maar net zo duidelijk heeft hij ons gezegd: Ik ben hier – Ik ben gekomen – om u te verlossen. Hij heeft ons uitgenodigd, zelfs gesmeekt: Wilt u Mij volgen?

Is nu uw vraag: Wat moet ik doen? Wat verwacht Hij van mij? Welk antwoord verwacht Hij van me?

O, zulke vragen zijn zo welkom!

Het antwoord is al gegeven, maar laten we er nog een keer naar luisteren: Volg Mij!

Jezus nodigt ons door Zijn onderwijs over de verlossing van de zonden Hem te volgen en op Hem te vertrouwen.

Nee, verlossing is niet moeilijk want alles wordt door Hem gedaan.

Wat wél moeilijk is, ja onmogelijk zelfs, zonder de kracht van Gods Geest is het onmogelijk erin toe te stemmen door Hem gered te worden.

Dat is de grootste moeilijkheid!

Want verlossing betekent afstand doen van uw eigen werken en verdiensten en u te laten vallen in de open armen van Christus. Verlossing is af te zien van al uw eigen pogingen om u met God te verzoenen en in plaats daarvan te vertrouwen op Jezus Christus. Verlossing is het heldere licht volgen, ofwel het duidelijke onderwijs van Jezus Christus, zoals de calvinistische prediker Joseph Hart het in een hymne verwoordt:

 

Komt gij zondaars, arm, ellendig,

Zwak en hulploos, krank, vol pijn;

Jezus wacht om u te redden,

Wil uw Vriend en Heiland zijjn.

Hij is machtig, Hij is machtig,

Waarom zoudt gij angstig zijn?

 

Komt vermoeiden, gansch verloôrnen,

Neêrgebukt, met schuld belaân;

Wilt gij nog iets beters worden,

Dan blijft g’ eeuwig verre staan;

Niet de goeden, Niet de goeden,

Zondaars neemt de Heiland aan.

 

Laat niet uw geweten hind’ren,

Droomt niet van geschikt te zijn;

De geschiktheid die Hij vordert,

Is dat zondaars, zondaars zijn.

Ook dat geeft Hij, ook dat geeft Hij,

Door des Geestes zonneschijn.

 

Ziet! de Godmensch eens gekruisigd,

Pleit op Zijn verzoenend bloed;

Leunt op Hem, op Hem alleenlijk,

Die aan ’t kruishout heeft geboet.

Niets dan Jezus, niets dan Jezus,

Geeft ooit vrede in uw gemoed.

 

Amen.

 

Psalm 130 vers 3 en 4:

 

Ik blijf den Heer’ verwachten;

Mijn ziel wacht ongestoord;

Ik hoop, in al mijn klachten,

Op Zijn onfeilbaar woord;

Mijn ziel, vol angst en zorgen,

Wacht sterker op den Heer’,

Dan wachters op den morgen;

Den morgen, ach, wanneer?

 

Hoopt op den Heer’, gij vromen;

Is Israël in nood,

Er zal verlossing komen;

Zijn goedheid is zeer groot.

Hij maakt, op hun gebeden,

Gans Israël eens vrij

Van ongerechtigheden;

Zo doe Hij ook aan mij.