Ds. A.T. Vergunst - Mattheüs 7 : 13 - 14

Een bevel tot het volgen van Jezus

Het adres van dit bevel om te volgen
De betekenis van dit bevel over het volgen
De reden van dit bevel over het volgen van Jezus

MattheĆ¼s 7 : 13 - 14

Mattheüs 7
13
Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan;
14
Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 75: 1
Zingen : Psalm 2: 7
Lezen : Mattheus 7
Zingen : Psalm 99: 2 en 6
Zingen : Psalm 68: 17
Zingen : Psalm 86: 6
Zingen : Psalm 108: 1

Gemeente, 

De bekende Bergrede… Onvergetelijk zal die preek geweest zijn! De Heere Jezus nam Zijn hoorders mee. Of ze ademloos geluisterd hebben weten we niet, maar wel dat er goed geluisterd werd. Mattheüs schreef dat iedereen ‘ontzet was over Zijn leer’. Ontzet betekent hier stomverbaasd. Nog nooit had iemand zó over de wet gepreekt! Nog nooit had een Rabbi zo over godsdienstige dingen als bidden, vasten en geven geleerd. Ook Zijn voorbeelden over hoe de Vader over de vogeltjes en de bloemen regeert, was aansprekend en vertroostend. En dan volgt dat gedeelte over de brede en smalle weg en poort. Die woorden willen we eens met elkaar overdenken. Wat wil de Heere Jezus ermee zeggen, en tegen wie zegt Hij dit?

Om het Woord echt op de juiste waarde te schatten en de betekenis ervan te begrijpen, kunnen we iets leren van mensen die bemiddelen bij de koop of verkoop van huizen. Ze weten heel goed wat de waarde van een huis bepaalt. Een makelaar zei eens: ‘Wij hebben regels om de waarde van een huis te beoordelen. De belangrijkste ervan is de ligging van het huis. In welke straat het staat, de buurt, de stad of zelfs het land bepaalt een groot deel van de waarde. 
Daarvan kunnen wij als uitleggers van de Schrift iets leren. De plaats waar een tekst in de Bijbel staat, bepaalt in belangrijke mate de betekenis van de tekst. Als we dat niet in de gaten houden, kan het mis gaan met de toepassing die we erbij maken. Als we bijvoorbeeld kijken naar wat geschreven staat in Jesaja 55, dan gaat het niet allereerst om de letterlijke betekenis. Wat de Heere God met die woorden bedoelt, is een bange ziel te overtuigen dat Hij klaar staat om zelfs de meest goddeloze zondaar steeds weer te vergeven. De Heere wil zeggen: ‘Kijk, als u al beledigd bent als iemand per ongeluk op uw tenen getrapt heeft, dan vindt u zo’n kleinigheid al zo moeilijk om te vergeven. Maar zo ben Ik, de Heere, niet! Ondanks dat u op Mijn hart getrapt hebt, sta Ik klaar om een zondaar te vergeven die in berouw tot Mij terugkeert.’ Jesaja 55 verkondigt een wonderlijke en verbazingwekkende waarheid die niet in de eerste plaats met Gods voorzienigheid te maken heeft, maar met Zijn bereidheid om ons te vergeven.

Het verband waarin een tekst staat is dus heel belangrijk. Wat de Heere Jezus zegt over de brede en smalle weg en de enge poort moeten we dan ook begrijpen vanuit het verband waarin het staat. We vinden die woorden aan het eind van de Bergrede. 
Jongens en meisjes, ik noem dat gedeelte een ‘preek voor in de klas’. 
Wat bedoel ik daarmee?
Luister… Andere preken noem ik soms ‘visnetpreken’. In zo’n preek spreekt God vooral tot onbekeerde en verloren mensen. Zo’n ‘visnetpreek’ bevat een duidelijke oproep en uitnodiging om tot Christus te komen. Denk maar aan de woorden die Hij sprak tot de Samaritaanse vrouw die Hij ontmoette bij de waterput. 
Maar is de Bergrede een ‘visnetpreek’? Nee, de Bergrede is een preek om de discipelen iets te leren. Die discipelen zijn al in het Evangelienet gevangen. Daarom noem ik de Bergrede een ‘preek voor in de klas’. De Heere Jezus onderwijst daarin wat het betekent om Zijn discipel te zijn.
Ik geef nog een voorbeeld: Als je de Bijbel openslaat bij Mattheüs 5, lees je daar een beschrijving van de burger van het Koninkrijk der hemelen. We noemen het zaligsprekingen, maar je kunt ze ook kenmerken van wedergeboren mensen noemen. Als je door Gods genade wedergeboren bent en ernaar leeft, reken er dan bijvoorbeeld op dat je vervolgd zal worden. Vervolgens geeft de Koning aan wat je plicht is als je een Koningskind bent. Je moet het zout van de aarde en het licht van de wereld zijn. 
Nadat de Heere Jezus heel duidelijk heeft gemaakt dat er in Zijn Koninkrijk een nieuwe wet geldt, geeft Hij onderwijs wat die wet eigenlijk bedoelt. Met een aantal voorbeelden en de uitleg daarvan, wekt de Heere Jezus verbazing bij Zijn hoorders. Die wet gaat veel dieper dan iemand ooit gedacht heeft. Een moord kun je doen met je woorden of zelfs met je houding! Overspel kun je doen in je gedachten, zelfs met je ogen dicht!
Na die uitleg van de wet geeft de Heere Jezus onderwijs over bidden, over vasten en geven, en ook dat je niet bezorgd hoeft te zijn. Je kan dit gedeelte van de preek vergelijken met het derde deel van onze Catechismus, waarin het gaat over de dankbaarheid.

Kijk, jongens en meisjes, de Bergrede is een ‘preek voor in de klas’; over hoe je hoort te leven als een kind van God. Of, om een belangrijk woord te gebruiken, de Heere Jezus preekt hier over de heiligmaking. Het is een preek waarin de Meester Zijn kinderen om Zich heen roept en zegt: ‘Mannen, vrouwen, kinderen, luister! Weet je wat ik nu van jullie verwacht? Wel, dat je net zo gaat leven als Ik. Ik wil dat jullie je vijanden liefhebben, net zoals onze Vader in de hemel dat doet. Ik weet dat jullie vaders en jullie leraars dat anders leren. Ik weet dat ze zeggen dat je heidenen mag haten. Maar zo mag dat niet zijn in Mijn Koninkrijk. We moeten iedereen liefhebben. En als jullie gaan bidden, dan wil Ik dat jullie het zo en zo doen. Laat ook niemand weten als je eens wat extra’s in de collectezak stopt. En hou nu eens op met dat getob. Kijk naar de vogels en vergeet dan vooral niet dat jullie veel meer waard zijn dan die vogels. En als onze Vader in de hemel nu voor die beestjes zorgt, zou Hij jullie dan laten verhongeren? En pas op om iedereen te beoordelen als verkeerd zonder dat je jezelf eens goed onder loep neemt. Hou je aan die gouden regel dat boven alles wat je doet of zegt moet worden geschreven: Alle dingen dan, die u wilt dat u de mensen zouden doen, doet u hen ook alzo; want dat is de Wet en de Profeten (Matt.7:12). Kort samengevat gaf de Meester zo onderwijs aan Zijn discipelen… 

Maar dan komt de toepassing. Die begint in Mattheüs 7 vers 13. Jezus’ preken bestaan niet zomaar uit mooie woorden. Het zijn geen orgelconcerten waar je eens heerlijk naar kan luisteren en dan onder de indruk naar huis kunt gaan: ‘Wat klonk dat schitterend! Wat een muziek kan die man uit dat orgel halen.’ 
De Heere roept ons toe niet alleen hoorders van Zijn Woord te zijn maar ook daders. Een preek moet een vervolg hebben. Het moet van leer naar leven gaan. Daarom probeert de Heere Zijn discipelen in deze toepassing te bewegen tot... tot wat? 
Tot gehoorzaamheid. 
Gehoorzaamheid hoort toch bij een Koninkrijk, nietwaar? Als je een echte discipel bent van Koning Jezus, dan ben je eigenlijk een knecht of een soldaat. 
Wat wordt er nu verwacht van Jezus’ discipelen?
Onder andere wat er staat in de verzen 13 en 14. Daar zegt de Heere: 

13. Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan; 
14. Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt en weinigen zijn er die dezelve vinden.

We lezen in deze woorden: ‘Een bevel tot het volgen van Jezus.’

Laten we dat bevel onderzoeken aan de hand van drie gedachten:

Het adres van dit bevel om te volgen;
De betekenis van dit bevel over het volgen;
De reden van dit bevel over het volgen van Jezus.

1. Het adres van dit bevel om te volgen
Tot wie spreekt Jezus deze woorden? Wat is het adres? Zijn ze algemeen bedoeld, voor iedereen? Of zijn ze gericht tot de discipelen en dus voor hen die Jezus volgen? 
We hebben er zojuist met mijn algemene beschrijving van de Bergrede al iets over gehoord. De preek is een ‘preek voor in de klas’. Jezus geeft lessen aan hen die al wedergeboren zijn. Hij vermaant ze tot bedachtzaamheid in de handel en wandel van hun dagelijks leven. Hij spoort hen aan om echt als Koningskinderen te leven…
Toch is aansporen eigenlijk te zwak uitgedrukt. Hij beveelt de Koningskinderen om op een bepaalde manier te leven. De Koning verwacht dat van Zijn volgelingen. We moeten Hem gehoorzamen.

Waarom is het zo belangrijk om duidelijk in te zien dat de Koning deze woorden spreekt zijn tot Zijn kinderen?
Het is opdat wij het beeld van de brede en smalle weg niet gaan zien als het begin van het nieuwe leven. Jezus spreekt hier niet zoals Hij preekte toen Hij Zijn discipelen vond, zoals we in Markus 1 vers 15 lezen: De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods nabij gekomen: bekeert u en gelooft het Evangelie. Zo moeten wij de woorden in Mattheüs 7 vers 13 en 14 niet opvatten. Hier klinkt geen oproep om tot geloof te komen zoals Levi die hoorde. De Heere Jezus spreekt tot mannen in wie de roepstem van het Evangelie al vrucht heeft gedragen. Ze hebben immers hun visnetten en geldtafels verlaten en volgen Hem. 
Maar toch zegt Hij tegen hen: ‘Gaat in door de enge poort en ga niet op de brede weg lopen.’ Hier klinkt een oproep tot dagelijks bekering; want Gods kinderen kunnen immers ook weer afdwalen en op de brede weg gaan wandelen. We zullen straks zien hoe dat mogelijk is.

Omdat de Heere Jezus over de heiligmaking preekt, zou je onze tekst een eenvoudige samenvatting kunnen noemen van alle instructies die de Koning aan Zijn discipelen geeft. Hoe wij als Gods kinderen moeten leven lezen we bijvoorbeeld ook in Filippenzen 2 vers 12: Alzo dan, mijn geliefden, gelijk u te allen tijde gehoorzaam geweest zijt, niet alleen in mijn tegenwoordigheid, maar veelmeer nu in mijn afwezen, werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven. Paulus schreef dit niet aan ongelovige mensen, die dood liggen in de zonden en misdaden. Hij schreef aan mensen die gelovig de Heere Jezus hebben ontvangen. Het zijn mannen, vrouwen, en kinderen, die het nieuwe leven kennen. Zij hebben het nodig om aangemoedigd te worden hun best te doen om in gehoorzaamheid aan God voorzichtig en oprecht te leven. Doe dat met ‘vreze en beven’. We zouden het zo kunnen zeggen: ‘Doe dat biddend en oplettend, want de strijd is zwaar en de tegenstander geniepig en gevaarlijk, en we staan straks voor onze Koning om rekenschap af te leggen hoe we als Zijn volk leefden.’ Laat het dus duidelijk zijn dat deze tekst uit de Filippenzenbrief niet geadresseerd is aan de ongelovige en onbekeerde mens. Het is een tekst voor Gods kinderen.
Wat ik nu gezegd heb geldt ook voor de verzen 12 en 13 van Romeinen 8. Je zou die woorden de moeilijke versie van onze tekstwoorden in Mattheüs 7 kunnen noemen. Ze precies hetzelfde. Paulus schreef daarom: Zo dan, broeders – let erop dat hij schrijft aan de gelovige broeders – wij zijn schuldenaars niet aan het vlees, om naar het vlees te leven. En dus niet aan onze zondige verlangens toe te geven. Want indien u naar het vlees leeft, zo zult u sterven – u gaat uw geestelijke armoede of doodsheid in uw ziel ervaren. Maar indien u door de Geest de werkingen van het lichaam doodt, zo zult u leven – u zult de vreugde, gemeenschap en liefde van God proeven. Deze woorden van Paulus zijn best moeilijk om te begrijpen. En omdat de Heere Jezus in Mattheüs 7 als het ware jonge kinderen in het geloof aan het lesgeven is, gebruikt Hij een heel eenvoudig beeld: Een brede weg die tot het verderf leidt en een poort die smal is, maar die tot het leven leidt. 
Ziet u het? In Romeinen 8, Filippenzen 2 en Mattheüs 7 spreekt de Heere Jezus Zijn kinderen aan op een leven in heiligheid.
 
Ja, maar, zegt u, in Lukas 13 vers 24 lees ik toch: Strijdt om in te gaan door de enge poort: want velen (zeg Ik u) zullen zoeken in te gaan, en zullen niet komen. Daar heeft de Heere Jezus inderdaad een soortgelijke vergelijking gemaakt. Maar het verband waarin de tekst staat is belangrijk, hebben we eerder gezien. Als u het verband van die woorden overdenkt, dan ziet u dat die tekst niet over de heiligmaking spreekt. Jezus beantwoordde daar een vraag van een onbekende persoon. Of de vraagsteller al een Koningskind was of niet, is niet duidelijk. Maar het beeld is wél duidelijk. Zalig worden is een strijd. Een strijd tegen onszelf, tegen de duivel, tegen het ongeloof. O, doe dat niet in uw eigen kracht, maar doe dat in het zoeken en komen tot Jezus, de Zaligmaker. Zo moeten we wandelen op de smalle weg en door de nauwe poort gaan. Zonder Hem en zonder het blijven in Hem kunnen we immers niet de kleinste vrucht van een heilig leven voortbrengen. Of, om het anders te zeggen, we kunnen niet op de smalle weg komen en blijven, zonder in Hem te zijn en te blijven.

Laten we ons nu in de tweede plaats buigen over:

2. De betekenis van dit bevel om te volgen

Wat bedoelt Jezus met de brede en de smalle weg, met de wijde en nauwe poort?
Het is beeldspraak over onze levenswandel.
Het is natuurlijk heel gemakkelijk om de brede weg te bewandelen en door die wijde poort te gaan. U hoeft zich er niet zoveel voor in te spannen. Bovendien lopen er veel anderen met u mee. U wordt als het ware meegevoerd met de stroom. 
De Heere Jezus heeft het hier over een gemakkelijke en geriefelijke levensstijl. Paulus noemt dat de ‘weg van het vlees’, van het zondige hart. Die weg is gemakkelijk te begaan. Het gaat gewoon vanzelf. Daar hoef u niets aan te doen. Het zit gewoon in ons. Als iemand ons dwars zit dan reageert u gewoon zonder na te denken. Als iemand ons beledigt of pijn doet, dan weten we precies wat we moeten reageren. We vullen het onnadenkend in. Het bruist van binnen en je zegt dingen die niet behoren. Zo gaat het op de brede weg.
Jongens, meisjes, je laat dan jezelf meeslepen door je zondige gevoelens. Immers anderen om je heen doen dat ook. En niet alleen een enkeling, maar eigenlijk de meesten.
 
Die andere levensstijl is veel moeilijker. Die weg is immers smal. Misschien ook wel steil. De poort is ook nauw. Alles wijst op moeite. Er lopen ook niet veel mensen met je mee. Het is best eenzaam op die weg. Weinig mensen lopen op die weg. 
Komt dat omdat de weg zo moeilijk te vinden is? 
Nee, dat komt omdat er zo weinig naar gezocht wordt, omdat er zo weinig inspanning voor gedaan wordt.
Gemeente, wordt het u duidelijk? De weg van godzalig wandelen is niet makkelijk; daarentegen is gaat het wandelen op de weg waarin u uw zondige vlees de teugels in de handen geeft, eigenlijk als vanzelf. Maar om Jezus te volgen en om heilig te leven moet u tegen de stroom op roeien. Als u even niet roeit, gaat u gelijk de andere kant weer op. Meegesleurd door de stroom. Het volgen van Jezus, wandelen zoals Hij wandelde, spreken zoals Hij sprak, liefhad, geduld beoefende, vergaf, leiding gaf, diende en bad, is een weg waarin we de tegenstand van onze oude natuur ervaren. Omdat die weg tegen ons doen en denken indruist en moeilijk begaanbaar is, is die weg eenzaam. De Meester Zelf liep op die nauwe weg van levensheiligheid. Voelt u het aan? Gaat het beeld van de brede en nauwe weg nu wat voor u leven?

In het begin van de preek stelde ik dat deze woorden een toepassing zijn. Een goede toepassing, zo wordt ons geleerd, moet altijd in verband staan het leerstellige gedeelte van de preek. Dat was zeker het geval in die preek van de Heere Jezus. Dus om echt het beeld van de brede en smalle weg goed te kunnen verstaan, moeten we letten op het geheel van de Bergredepreek. Laten we dat doen nadat we eerst ons hart tot God opheffen door het zingen van Psalm 68 vers 17:

Hoe groot, hoe vrees'lijk zijt G' alom,
Uit Uw verheven heiligdom,
Aanbidd'lijk Opperwezen!
't Is Isrels God, die krachten geeft,
Van Wien het volk zijn sterkte heeft.
Looft God; elk moet Hem vrezen.

Gemeente, jongens en meisjes, als Meester-Prediker gebruikt de Heere Jezus de toepassing om alles wat Hij preekte nog eens pakkend te herhalen. Het is als het ware een laatste hamerslag op de waarheid die Hij verkondigde. Als we dit zo zien, dan moeten er lijnen liggen tussen onze tekst en de woorden die eraan voorafgaan. Laat ik er een aantal trekken, die heel verhelderend zijn voor onze tekst. 
De brede en smalle weg is dus het beeld van een levenswijze. We kunnen de brede weg de zondige weg noemen. De smalle weg is de gehoorzaamheidsweg zoals Jezus in Mattheüs 5 vers 29 en 30 stelde: Indien dan uw rechteroog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u; want het is u nut, dat een uwer leden verga, en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde. En indien uw rechterhand u ergert, houwt ze af, en werpt ze van u; want het is u nut, dat een uwer leden verga, en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde.

Jongens, meisjes, dat is een scherpe beeldspraak. Jezus wil zeggen dat er soms zaken, vrienden of gelegenheden zijn die heel gevaarlijk zijn voor je geestelijke leven. Het woord ‘ergert’ betekent hier dat je oog of je hand je tot zonde verleidt. Denk aan David. Hij had zijn oog geslagen op een ontkleedde Bathsheba en hij gaf toe aan zijn vleselijke gevoelens. Het bracht onherstelbare schade aan. 
Wat deed David in feite? 
Hij betrad de brede weg. Hij ging door de wijde poort, die leidde tot verderf.
Maar als hij het raam had gesloten, op zijn knieën was gegaan, de Heere God had aangeroepen om beheersing van zijn verkeerde gevoelens in het zien van die blote vrouw, dan was David op de smalle weg gebleven. 
In Mattheüs 5 vers 23, 24 en 25 preekte de Heere over het gebod: ‘Gij zult niet doden.’ Met een paar zinnen maakte Hij duidelijk dat we allemaal moordenaars zijn. Wie is nooit eens ten onrechte boos geworden op ouders, kinderen, collega’s en zei toen misschien dingen die snijdend, pijnlijk, of kleinerend waren? Volgens de hoogste Wetgever zijn we dan moordenaars! Maar dan trekt de Heere de lijn van het gebod ‘niet doden’ naar de positieve zijde door. Want elk gebod dat verbiedt, gebiedt ook. In vers 23 spreekt de Koning daarom tot ons: Zo u dan uw gave zult op het altaar offeren, en aldaar gedachtig wordt, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat daar uw gave voor het altaar, en gaat heen, verzoen u eerst met uw broeder, en komt dan en offert uw gave. 

Laten we dit alles eens wat dichter bij u brengen. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat het niet helemaal lekker zit tussen u en dat andere gemeentelid. U voelt het wel aan. U weet het ook wel. Ja, wat u tegen hem hebt gezegd, was niet zo aardig. U weet waar de schoen wringt. Wat is dan het makkelijkste? 
Hem of haar gewoon negeren. Gewoon niets zeggen. Dat is de brede weg belopen! Dat doen massa’s mensen immers? Net doen of je neus bloedt. Stop het onder het tapijt. Het komt vanzelf wel weer goed… 
Maar het gaat niet vanzelf over. Weet u wat het gevolg is? Het gaat infecteren. Het wordt erger. De verwijdering wordt groter. De brede weg leidt tot verderf. 
Wat gebiedt nu de Heere Jezus dat Zijn kinderen doen? 
Naar de ander toegaan. Schulbelijdenis doen. De minste zijn. Vergeving vragen. Tegen hem of haar zeggen: ‘Ik heb er spijt van dat ik je bezeerde of beledigde. Ik wil het goed maken, maar dat kan alleen als je mij wilt vergeven.’ 
Ja, dat is moeilijk! Zoiets gaat niet vanzelf. U moet dan de smalle weg bewandelen. Ingaan door de enge poort. We komen weinig mensen tegen op die weg. 
Maar wat gebeurt er als we het goedmaken? Het leidt tot leven! Er wordt iets hersteld. Een relatie kan weer gaan groeien en bloeien. 
‘Ja, maar, het was zijn schuld en hij komt niet naar me toe. Ik hoef dan toch niet de eerste te zijn?’ 
Wat denkt u? Past die houding op de brede of smalle weg? Zal uw houding tot verderf of tot leven leiden?
Nee, de Koning leert ons iets heel anders: Weest haastelijk welgezind jegens uw wederpartij... Bij het beeld van de smalle weg en de enge poort hoort de houding van: ‘Ik sta klaar om te vergeven…’
U voelt wel aan dat zo’n gehoorzaamheid veel opoffering vraagt. Het is niet iets dat er vanzelfsprekend is. Het vraagt zelfverloochening. Dat is nu de smalle weg van de heiligmaking. 
Stel dat iemand je op rechterwang slaat. Dat was in Bijbelse tijden niet zomaar geweld, maar diep beledigend. In de Oosterse cultuur kan dat zelfs tot eerwraak leiden. Je kunt om zo’n belediging worden gedood. Dat bedoelt de Heere Jezus met ‘op de rechterwang slaan’. 
Wat is nu de brede-weg-reactie? 
Gewoon terugslaan. Dat doen we haast automatisch. 
Maar weet u of jij wat de Heere Jezus ons gebiedt? 
Keer uw andere wang toe. De Heere bedoelt niet: laat je maar in elkaar slaan. Nee, incasseer die belediging maar. Accepteer het maar als het de weg van het gesprek kan openhouden. Wees de minste en zoek het goede. Kijk, gemeente, dat is lopen op de smalle weg. 

Jongens en meisjes, stel je voor dat je in Jezus’ tijd leeft. Je moeder vraagt je even naar het dorp te gaan om water te halen. Met een emmer moet je bijna twee kilometer lopen door de hitte. Onderweg kom je een Romeinse soldaat tegen die een zware rugzak loopt te sjouwen. Ineens roept de soldaat je: ‘Jij daar! Ik wil dat je deze rugzak voor mij draagt.’
Je wilt het natuurlijk niet. Je moet de andere kant op. Maar je moet die soldaat wel gehoorzamen. De wet uit die tijd gebiedt het… 
Hoe zou jij die rugzak van de soldaat dragen? Zou je klagen en zuchten, boos kijken? Of zou je gewoon uit eigenbelang je mond maar houden? Want na ongeveer twee kilometer hoef je het niet meer te doen. Dat was ook naar de wet in die tijd. Zou je dan na twee kilometer die rugzak van je rug gooien en je met een nors gezicht omdraaien? 
Kijk, als je dat doet, dan loop je op de brede weg. Die leidt alleen maar tot meer verderf. De verhouding tussen jou en die soldaat is niet beter geworden, maar slechter.
Weet je wat de smalle weg is? De Heere geeft ons het antwoord: En zo wie u zal dwingen een mijl te gaan, ga met hem twee mijlen. Stel je voor dat je heel blij en tevreden die rugzak draagt. Die Romeinse soldaat zou dan misschien gaan denken: ‘Waarom is hij zo aardig en vriendelijk terwijl ik hem mijn rugzak laat dragen?’ Als je nu eens na twee kilometer tegen hem zegt: ‘Meneer, ik ga die rugzak nog twee kilometer voor u dragen!’ Ik stel me zo voor dat die soldaat je zou vragen: ‘Waarom doe je dat voor mij? Ik ben nog nooit zo-iemand tegengekomen. Zou dit geen gelegenheid zijn om iets over Koning Jezus te kunnen getuigen? Hij droeg niet een rugzak voor mij, maar Hij droeg mijn zondepak. En niet alleen maar voor een paar kilometer. Maar helemaal naar de hel. Wat zal het een mooi gesprek kunnen worden. Het zou tot leven kunnen leiden! 

Nu een voorbeeld hoe de brede en smalle weg in de Bergrede zelf wordt voorgesteld. In Mattheüs 5 geeft de Koning het bevel aan Zijn discipelen om hun vijanden lief te hebben. Vroeger was hun voorgehouden alleen hun naasten lief te hebben. Dat gaat vanzelf en zo leven ook de meeste mensen. Dat is weer een voorbeeld van de brede weg. Vijanden haten brengt alleen maar verderf; niet alleen in je persoonlijke leven maar ook in andere levens. Haat brengt haat voort en geweld.
Daarentegen eist de Koning om als kinderen van onze Vader te leven dat we onze vijanden liefhebben en hen zegenen die ons vervloeken. Dat is moeilijk! Ja, het is zelfs onmogelijk zonder Christus, om een gevangenisbewaarder die je pijnigt lief te hebben. Om een maaltijd te maken voor de man die je zaak heeft verwoest! Maar het is wel de smalle weg bewandelen en de enge poort doorgaan.

Gemeente, laten we voordat we naar ons derde punt gaan, eens even op de Koning Zelf zien. Hij heeft nooit de brede weg gelopen. Satan zei tot Jezus: ‘Ik zie dat U honger hebt, waarom maakt U van deze stenen dan geen brood?’ Dat had Jezus kunnen doen. Maar Hij weigerde en gehoorzaamde Zijn Vader en vertrouwde op Hem alleen. De duivel probeerde het nog eens:  ‘Als U even voor mij neerbuigt, dan geef ik U de hele wereld. Dan ga ik weg. Dan hoeft U niet meer naar het kruis om de heerschappij over hemel en aarde te ontvangen.’
Kinderen, dat lijkt toch makkelijk? Dan hoeft de Heere Jezus niet naar het kruis.
Maar juist het geven van Zijn leven was de grootste daad van Jezus’ gehoorzaamheid aan Zijn Vader. Door het gaan en blijven op deze smalle en nauwe weg, offerde de Heere Jezus Zijn leven. Jongeren, ouderen, neem zelf eens de tijd om de Bergrede door te nemen en maak zelf eens de toepassing. 

Voordat we ons derde punt gaan behandelen, zingen we eerst Psalm 86 vers 6:

     Leer mij naar Uw wil te hand'len,
'k Zal dan in Uw waarheid wand'len;
Neig mijn hart, en voeg het saâm
Tot de vrees van Uwen naam.
Heer, mijn God, ik zal U loven,
Heffen 't ganse hart naar boven;
'k Zal Uw naam en majesteit
Eren tot in eeuwigheid.

Gemeente, we gaan nu ons derde punt behandelen:

3. De reden van dit bevel om Jezus te volgen

Wat is nu het ‘waarom’ van het bevel van de Heere Jezus om niet op de brede maar op de smalle weg te lopen? Wel, omdat de Heere het beste met Zijn kinderen voor heeft. 
Laten we nog maar even luisteren naar deze tekst: Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt. Verderf is iets dat kapot is, dat bedorven is, dat niet lekker meer ruikt. De Koning weet dat zonde tot verderf leidt. Er komt bederf in onze verhouding tot God. Afstand, kilheid, donkerheid. Paulus noemt het zelfs ‘dood’ en dood betekent scheiding.
Dat kan ook zo zijn als we in ons huwelijks- en gezinsleven op de brede weg wandelen. Als ik op mijn eigen zelfzuchtige, trotse en ondankbare manier leef met mijn vrouw of man, dan bederft mijn huwelijk. Het gaat kapot. Er ontstaat kilheid en afstand. Het gesprek stokt. De liefde verkoelt. De levendigheid en vreugde van vroeger wordt gemist. 
Als dat nu in het menselijke huwelijk zo kan gaan, hoe zal dan het geestelijke huwelijk zijn? Hetzelfde! Als ik mijn vlees volg en dus op de brede weg loop, als ik niet doe wat de Koning zegt, als ik Hem en Zijn Woord niet gehoorzaam ben, dan is gegarandeerd verderf het gevolg! Dan komt er afstand tot God. Dan is er geen geestelijke nabijheid meer, en de tere gemeenschap met God is verbroken. Weg is dan de vrede en de vreugde in het geestelijke leven. Dan wordt het donker. Dan wordt het ons bang. Dan missen we de kussen van de Heere Jezus. De Heilige Geest, Die met onze geest getuigt dat we de kinderen Gods zijn, trekt Zich dan terug.

Toch ging David niet verloren toen hij de brede weg opging. Maar hij verloor wel de vreugde van het heil! Vandaag zou je hem waarschijnlijk trouw in de kerk zien zitten. Hij zou gewoon meezingen, maar het bederf zat overal in zijn ziel. Hele kerken kunnen afglijden als Gods kinderen en knechten op de brede weg wandelen. Door zelfzuchtig en trots bezig te zijn komt er bederf in de gemeenten. 
Als we nu persoonlijk die nauwe gemeenschap met God missen, moet u toch eens nagaan of u niet op de brede weg wandelt. Alleen in de weg van gehoorzaamheid kunnen we immers ervaren wat Hij zegt in Johannes 14 vers 21: Die mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het die Mij liefheeft; en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader geliefd worden: en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelf aan hem openbaren.

Gemeente, wie voelt eigenlijk de pijn het meest als de gemeenschap met God door het bewandelen van de brede weg verbroken is? Wie weent daarover als het ware het meest?
De Koning! 
Als Hij Zijn knechten en volgelingen op de brede weg ziet wandelen en het bederf wat daarvan het gevolg is, dan voelt de Koning dit.
Toch is dit niet de belangrijkste reden waarom Jezus het beeld van de brede en smalle weg tekent om de discipelen te waarschuwen en te bemoedigen. De diepste drijfveer is Zijn hartelijke liefde en ontferming voor het welzijn van Zijn kinderen. Als een vader, als een moeder, roept de Heere Jezus het Zijn volgelingen toe: ‘Ga in door de enge poort. Blijf op de weg die voor het vlees nauw is maar voor de geest levend en rijk is.’

Ik zie drie jonge mannen staan voor koning Nebukadnezar. De koning is laaiend en buldert: ‘Als jullie nu niet buigen, dan gaan jullie het vuur in!’ Ze hadden het makkelijk kunnen ontlopen. Even hun knieën buigen en net doen alsof je dat beeld aanbad. Zo makkelijk was dat. En iedereen deed het toch? 
Nee, ze weigerden! Ze liepen op de smalle weg en waren door de enge poort gegaan. Ze bleven hun echte Koning eren en beleden Hem met moed en liefde. ‘O koning Nebukadnezar, het maakt ons niet uit of we in de oven met het vuur worden geworpen. Dat ene ding doen we niet, we buigen niet voor uw beeld. Wat God zal doen, weten we niet. Maar wij buigen niet.’ 
Kijk, jongens en meisjes, zo gaat het op de smalle weg en wanneer je door de enge poort gaat. Dan gooit koning Nebukadnezar je in de oven. Maar wat gebeurt er dan in dat vuur? Ze hebben nog nooit zoveel leven ervaren als toen! Want in het heetste vuur kwam de Heere Zelf bij hen.
Op je werk kun best eenzaam zijn als je op die smalle weg loopt. Je collega’s gaan niet meer met je om. Ze negeren je. Op school, jongens en meisjes, als jullie niet meelopen op die brede weg en je probeert de Koning te volgen, dan zul je best eenzaam zijn en moeite ervaren. Dan zullen er niet veel klasgenoten met je meelopen. Maar weet wel dat Jezus met je meeloopt. Hij is getrouw; wie Hem voor de mensen in woord en daad belijdt, zal Hij belijden voor Zijn Vader.

Gemeente, luister ten slotte nog eens naar Paulus. Hij zegt: ‘Want indien u door de Geest de werkingen van het lichaam doodt, zo zult gij leven.’ Als u in Christus bent, dan leeft en spreekt de Heilige Geest in u. Hij spreekt in uw geweten en door het Woord. Als we, biddend om de kracht van boven, tegen ons vlees ingaan, dus op de smalle weg wandelen, dan zullen we ervaren wat de drie mannen in het heetst van het vuur ervaarden: de Heere is met ons! Maar als we ons geweten het zwijgen opleggen, het Woord negeren en aan het vlees toegeven, zullen we verderf vinden maar ook verderf maken. De strijd die Paulus beschreef in Romeinen 7 is de strijd om maar niet de brede weg op te gaan. 
Die brede en smalle weg liggen heel dicht naast elkaar. Onlangs preekte ik over deze stof en een ouderling sprak naderhand als volgt: ‘Ik begin nu mijn godzalige grootvader te begrijpen. Als hij voor die plaat van de ‘brede en smalle weg’ stond, zei hij altijd: Jongens, er ligt veel waarheid in deze plaat maar toch is die eigenlijk niet helemaal waar. Weet je, jongens, de smalle weg ligt boven op de brede weg. Zo dichtbij elkaar. Je kunt de ochtend beginnen met God en gebed, en zelfs nog zoetheid proeven in een moment van stilte. Maar je bent nog geen 10 minuten verder en het vlees neemt de overhand. Misschien zijn de kinderen wat vervelend, misschien ben je wat laat, en dan kan je zomaar weer op de brede weg stappen.’

Gemeente, wat kunnen we ineens weer op de ‘brede-weg-wijze’ bezig zijn. De brede weg is echt niet alleen het voetbalveld, de bioscoop, het café, of oneerlijk handelen. Maar in de geestelijke wandel, zelfs binnen het kerkelijke en ambtelijke leven, kunnen we ook op de brede weg van trots wandelen, van zelfzucht, luiheid, norsheid, niet vergevingsgezind zijn, onreinheid, van gierigheid, zot geklap, gekkernij, bitterheid, toornigheid of scherpe tong. Wat brengt zo’n levenswijze? Verderf in onszelf en in degenen met wie we omgaan.
Maar hoe anders wordt het wanneer we, zoals de Heere Jezus, op een tere wijze met elkaar omgaan, elkaar dienen en elkaar de voeten wassen! Hoe anders is het wanneer we onder elkaar vergevingsgezind zijn! Hoe verrijkend is het wanneer we blijmoedig geven en ruimhartig onze schuld eigenen! Wat een lichtend voorbeeld geven we wanneer anderen in ons het hart van de Meester zien kloppen. Zo’n levenswijze brengt leven en vreugde en spoort anderen aan om de smalle weg en de nauwe poort te zoeken.
Hoe komt het dat zo weinig mensen die nauwgezette levenswijze op de smalle weg in de praktijk brengen? Is het niet omdat we ons te weinig van de vermaningen van de Meester aantrekken? 
Hoe wandelt u, hoe wandel jij?

Amen.

Psalm 108 vers 1:

Mijn hart, o Hemelmajesteit,
Is tot Uw dienst en lof bereid.
'k Zal zingen voor den Opperheer;
'k Zal psalmen zingen tot Zijn eer.
Gij, zachte harp, gij schelle luit,
Waakt op; dat niets uw klanken stuit';
'k Zal in den dageraad ontwaken,
En met gezang mijn God genaken.