Ds. C.G. Vreugdenhil - Zondag 41

De betekenis van het zevende gebod

De betekenis van het zevende gebod in het algemeen
De betekenis van het zevende gebod voor de ongehuwde
De betekenis van het zevende gebod binnen het huwelijk
Deze preek is eerder in boekvorm uitgegeven door de Gereformeerde Gemeente van Rotterdam-Zuidwijk. Te bestellen via: heterensr@wxs.nl www.bethelkerkrotterdam.nl 

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 33: 1
Lezen : 1 Korinthe 7: 1 - 17
Zingen : Psalm 128: 1, 2 en 3
Zingen : Gebed des Heeren: 7 en 6
Zingen : Psalm 52: 7

Aan de beurt is Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus:

 

Vraag 108: Wat leert ons het zevende gebod?

Antwoord: Dat alle onkuisheid van God vervloekt is, en dat wij daarom, haar van harte vijand zijnde, kuis en ingetogen leven moeten, hetzij in de heilige huwelijke staat of daarbuiten.

Vraag 109: Verbiedt God in dit gebod niet meer dan echtbreken en dergelijke schandelijkheden?

Antwoord: Dewijl ons lichaam en ziel tempelen des Heiligen Geestes zijn, zo wil Hij dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren; daarom verbiedt Hij alle onkuise daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten, en wat de mens daartoe trekken kan.

 

Het gaat in deze Zondag over:

De betekenis van het zevende gebod

 

Drie aandachtspunten:

1. De betekenis van het zevende gebod in het algemeen

2. De betekenis van het zevende gebod voor de ongehuwde

3. De betekenis van het zevende gebod binnen het huwelijk

 

1. De betekenis van het zevende gebod in het algemeen

 

Gemeente, wie in de wereld waarin wij leven zijn ogen en oren de kost geeft, ziet hoe ook het zevende gebod van een ongehoorde actualiteit is. Brandend actueel is de uitleg die de Catechismus daarvan geeft.

Alle onkuisheid is van God vervloekt, binnen het huwelijk en buiten het huwelijk. Ons lichaam is een tempel van de Heilige Geest. Dat zegt de christen uit Zondag 1 de Bijbel na. Die tempel moet zuiver en heilig bewaard worden. En daarom, zegt de Catechismus, verbiedt God alle onkuise daden, woorden, gedachten en lusten.

Het mooiste dat God aan de mens in de schepping gegeven heeft, is door de zonden veranderd in het meest liederlijke en het grofste. Je schrikt elke keer weer, als je hierover hoort.

 

Er vindt langzaam gewenning plaats. Naaktstranden waren jaren geleden behoorlijk opzienbarend. Dat is allang over. Wees eerlijk! Waar kun je met je gezin nog met fatsoen naar het strand? Halfnaakt is algemeen geaccepteerd. Men vindt het heel normaal, maar de Bijbel niet.

Reclameborden prikkelen tot zonde tegen het zevende gebod. Als je langs de kiosk loopt, op welk station dan ook, word je geconfronteerd met de meest vieze pornobladen. TV, video en internet openen een wereld vol zondige seks.

Blijkbaar ontstaat er zoveel gewenning in deze wereld vol van seks, dat aan onze kinderen op scholen kledingregels moeten worden voorgehouden.

 

We leven in een wereld die na de seksuele revolutie totaal op hol geslagen is. Een wereld waar de grenzen van schaamtegevoel en eerbaarheid telkens brutaal worden verlegd. Die grensverlegging gaat zo langzaam dat je er eigenlijk niet zoveel erg in hebt.

Dagelijks word je opgeschrikt door wat er op dit gebied gebeurt. Dan zijn we verontwaardigd dat voor de huwelijkssluiting van homofiele ‘echtparen’ op het gemeentehuis dezelfde regels worden toepast als die gelden voor de heterofiele echtparen. In welke wereld leven we toch?

 

Alleen, kijkt u er maar niet op neer. Wat leeft er in ons hart? Waarom denkt u dat God in het zevende gebod een beschermende dijk gelegd heeft aan de oevers van de seksualiteit? Omdat Hij weet dat vaak tegen die oevers wordt aangeslagen, omdat die rivier van binnenuit kolkt en bruist. Hij weet wat er leeft in het hart van gevallen mensen.

Daarom zegt Hij: ‘Gij zult niet echtbreken.’ ‘Doe dat niet!’

 

‘Gij’, wie is dat?

Dat is Israël, vergaderd rondom de Sinaï. Iedere Israëliet moest daar zijn eigen naam bij invullen.

Als vandaag de Wet weer is voorgelezen ─ en dat is een goede gewoonte, want de wet van God geldt nog steeds ─ moeten ook wij onze naam invullen, als de Heere zegt: ‘Gij zult niet echtbreken.’ Wat denkt God wel niet van ons? Dat blijkt. ‘Niet doen,’ zegt God, ‘want je bent ertoe in staat.’

Dat geldt ook eerbaar gehuwde kerkmensen of deugdzame, ongehuwde christenen.

Zou het ook kinderen van God gelden? Dacht u van niet? Wie van ons is zonder zonden, als het gaat over het zevende gebod?

Dat zevende gebod bestrijkt niet alleen het huwelijk, maar heel het terrein van de seksualiteit. Alle onkuisheid is bij God gehaat. Niet alleen die van de daad, maar ook die van de ogen, van de gedachten en van de begeerte.

De openbare vorm van echtbreuk, prostitutie, zedeloze films, schaamteloze schuttingtaal, maar ook het heimelijke, in de binnenkamer van ons huis.

Alle onkuisheid, van gehuwden of ongehuwden.

 

Gemeente, het is duidelijk dat gehoorzaamheid aan dat zevende gebod, of u getrouwd bent of niet, altijd strijd kost en discipline. Daarin hebben wij de geest en de levensstijl van de moderne samenleving tegen.

We leven na de seksuele revolutie. Velen zijn vergeten dat eerbied en schaamtegevoel, in de zin van kiesheid, teerheid en ingetogenheid, juist de seksualiteit beschermend omringen moet. Het is Gods beschermende voorzorg en Zijn wijsheid, dat Hij in het geweten van de mens het besef heeft ingeschapen van verwondering, respect en ontzag voor het huwelijk en de seksualiteit.

Het huwelijk heeft in de Bijbel iets van een geheimenis, van een diep geheim evenals de aantrekkingskracht van de twee geslachten. Het is één van de heerlijkste gaven die de Heere heeft gegeven. Deze gave van God is een paradijsbloem, hoewel geknakt.

Maar wat heeft de zonde op dit gebied veel bedorven! Wat houdt de duivel huis! Wat kent hij het hart van de gevallen mens!

 

Denkt eens aan al die sekswinkels, sauna’s, rosse buurten, het erotisch amusement. Het beste dat God gegeven heeft, is verworden tot het slechtste. De wereld etaleert en exploiteert de seks. Liefde is een genotsartikel geworden dat te koop is. Gods schone gave wordt verlaagd tot business. Dat alles onder het mom en het motto van het openbreken van de bekrompen sfeer en het doorbreken van taboes die eeuwen hebben gegolden en de geheimzinnigheid daaromheen. Zo wordt ons volk overgoten met een stroom van zinnelijkheid en vuiligheid. Wat een openlijke liederlijkheid moeten de ogen van onze God iedere dag en iedere nacht aanzien!

 

Gemeente, we moeten één ding niet doen: er boven gaan staan, alsof wij zo niet zijn. Dan bedriegen we ons en kennen onszelf nog maar heel slecht.

De krachten die zo onbeschaamd loskomen, ook in het openbare leven vandaag, huizen ook in ons hart en in jullie hart, jongens en meisjes. Daar liggen de kiemen van alle boosheid, van alle onreinheid.

Wat komt er ook in onze eigen kring niet voor op dit gebied! Vreemdgaan, incest, verslaving aan vieze blaadjes en noem maar op. De reformatorische zuil biedt blijkbaar geen garantie dat de zonde tegen het zevende gebod niet of minder zou voorkomen.

Er is maar één weg die we moeten gaan als het gaat over het zevende gebod. Dat is niet de weg van de farizeeër: ‘God, ik dank U dat ik niet zo ben…’ Maar het is de weg van de tollenaar: ‘O God, wees mij zondaar genadig.’

O God, bekeer ons tot Uw heilig en heilzaam gebod! Vergeef ons onze zonden. Vernieuw U ons leven. Mogen we opnieuw beginnen? Schrijf Uw heilzaam gebod in mijn hart met de griffel van uw Heilige Geest en geef dat ik door Uw genade in Uw geboden wandelen mag, tot eer van Uw Naam. Dat mijn lichaam en mijn ziel werkelijk mogen zijn waar U ze toe bestemd hebt: een tempel van de Heilige Geest. Schrijf zo, o heilige God, Uw heilzaam gebod in mijn leven, tegen de begeerte van mijn oude mens, om het bloed van Jezus.

 

De overtreding van het zevende gebod is heilloos, maar het gebod zelf is gericht op ons heil. Als God zegt: ‘Niet doen! Niet aan meedoen!’, is tot ons heil. De Heere wil niet dat we een slaaf zijn van onze wellusten. Hij heeft ons er niet voor over dat we verzinken in tuchteloosheid en losbandigheid. Daarom legt Hij ons de tucht van dit heilzame gebod op, omdat Hij ons sparen wil voor ontsporing en ontworteling.

Daarom zegt Hij: ‘Niet doen!’

 

Gij zult niet echtbreken.

Letterlijk betekent dat: je huwelijk niet schenden, je huwelijk niet kapotmaken. Het is moeilijk, ontzaglijk moeilijk, om het huwelijk heel te houden. De Heere God zegt: ‘Gij zult als man en vrouw uw huwelijk niet stukbreken of laten breken.’

Dat is de kern van het zevende gebod.

 

De Bijbel trekt om deze vier woorden wijde cirkels heen. Bloedschande wordt verboden, bestialiteit, homoseksuele praktijken. En ook de cultisch religieuze prostitutie, zoals die voorkwam in de tempel van Astarte, waar ook Israël aan meedeed ten dage van Hosea.

De Heere Jezus diept het zevende gebod uit tot op de bodem, als Hij zegt: ‘Wie een vrouw aanziet om dezelve te begeren, die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan.’

Daarom zegt de Catechismus terecht:

Alle onkuise daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten en wat een mens daartoe trekken kan, houd je er ver van!

Je kunt al overspel begaan met je ogen en met woorden.

Wat een taalbederf is er! Er ontstaat ook daaraan al gewenning. Het sluipt zomaar langzamerhand de gezinnen binnen. Op school, op het werk, midden in de wereld, overal. Al die dubbelzinnige gezegden, die vuile woorden en die schuine moppen!

De Heere zegt: ‘Geen vuile rede ga uit uw mond.’ Van ieder ijdel woord, gemeente, jongens en meisjes, zullen wij eenmaal rekenschap moeten afleggen voor de Heere God.

 

Gedachten en lusten, noemt de Catechismus. En alles wat een mens daartoe trekken kan.

Dat is de bron van al die daden en die gebaren. Daar komt alles uit voort.

Je kunt een hele rij opnoemen: uitdagende kleding en bedorven lectuur. Kijk de weekbladen, die bij u in huis komen, eens na. Moeten we ze niet met wat meer zorg selecteren. Bekend zijn de posters aan de wand in kantines of garages waar u misschien werkt, waarop het lichaam van de man of van de vrouw wordt tentoongesteld als een lustobject.

 

Gemeente, God gaf de mens in de schepping schoonheid en gratie, maar niet om daar uitdagend mee om te gaan. We mogen ons niet zo brutaal uitdagend en geraffineerd kleden, dat het onze medemens seksueel prikkelt.

Kleding moet waardig zijn. God heeft het bedoeld, om onze naaktheid te bedekken. Daarom kregen Adam en Eva rokken van vellen.

In de hedendaagse maatschappij is dat begrip verdwenen en heeft de kleding vaak niets waardigs, niets schoons meer.

Doe er niet aan mee, gemeente!

 

Maar aan de andere kant: ‘Niemand denke dat de Bijbel een smet zou werpen op de gave van de seksualiteit.’ Het huwelijk en de geslachtsgemeenschap en het verlangen daarnaar is eerbaar en van God gegeven en door God bedoeld. Maar die geslachtelijke gemeenschap gaf de Heere voor binnen het huwelijk. Het gaat daarbij om de gemeenschap naar geest en lichaam, bij die gave van God gaat het om een geestelijke en lichamelijke twee-eenheid.

Daarom wordt in de Bijbel tegen het aantrekken van een juk met de ongelovige gewaarschuwd, omdat het huwelijk een geestelijke eenheid veronderstelt. Het huwelijk is veel meer dan lichamelijke eenwording.

De Catechismus zegt dat we kuis en ingetogen leven moeten, zowel in de huwelijkse staat als daarbuiten.

 

Laten we ons eerst richten op de betekenis van het zevende gebod voor mensen die niet of niet meer gehuwd zijn.

 

2. De betekenis van het zevende gebod voor de ongehuwde

 

Jongelui, als je verkering krijgt, dan is die tijd en je verlovingstijd een prachtige voorbereiding die God wil schenken op het huwelijk. Dat is een hele belangrijke periode, waarin je, na een eerste kennismaking, samen de basis gaat leggen voor je huwelijk.

Waar moet je dan in de eerste plaats op letten? Nou, als ik het huwelijksformulier neem, staat daar: of je wel mede-erfgenamen des levens met elkaar zijt. Het geestelijk aspect staat bovenaan. En natuurlijk moet je van elkaar houden, het gevoel van vlinders in je buik en dat je graag bij elkaar bent, geeft de Heere ook. Dat moet er zijn.

Maar dat is niet het enige. Er is veel meer! Ik noem een paar dingen.

 

Heb je dezelfde godsdienstige opvattingen? Dat is heel belangrijk, anders kun je nooit een huwelijk sluiten in de Heere. Besef je dat er buiten Christus ten diepste geen heilige huwelijke staat is? De Heere wil een band van geestelijke trouw en vertrouwelijkheid, in liefde en geloof. Daar moet je voluit rekening mee houden bij je huwelijkskeus, de keus van je levenspartner.

Kan je elkaar op den duur, na wat verkennende gesprekken en het omgaan met elkaar, vinden in je diepste overtuiging?

 

Praat je in je verkeringstijd over de dienst van de Heere? Kun je samen bidden, samen de Bijbel lezen, samen besluiten om God te dienen en dat Hij de Belangrijkste in het huwelijksverbond zal zijn?

Dat bewaart voor veel ellende, teleurstelling en wanhoop, die vaak het gevolg is van een louter zinnelijke verbintenis tussen twee mensen.

 

De lichamelijke huwelijksgemeenschap is ook door God gewild en geschapen. De seksualiteit staat in de Bijbel op een hoog plan. Ze is gave en opgave van de scheppende God, Die haar zelfs in dienst stelt om Zijn Koninkrijk te bouwen, als de huwelijksgemeenschap gezegend wordt met kinderen.

 

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat een man en een vrouw die geen kinderen kunnen krijgen, geen goed huwelijk kunnen hebben.

Als we Psalm 128 lezen, kan dat voor zo’n echtpaar best pijnlijk zijn. Wat daar staat geldt nu niet meer, want de Heere heeft dat gezegd over van de komst van de Messias. Christus is gekomen. Denk niet dat je geen goed huwelijk kunt hebben als de Heere de kinderzegen onthoudt. Waarom doet de Heere dat? Dat weet Hij alleen, je kan het alleen in de omgang met de Heere verwerken en er vrede mee hebben.

 

Man en vrouw zullen één vlees zijn. De geslachtsgemeenschap is een middel om de geestelijke eenheid samen te beleven. De geslachtsgemeenschap hoort binnen het huwelijk, niet daarbuiten en ook niet daarvoor.

Dat vraagt discipline, zelfbeheersing van de ongehuwde, met name voor jongens en meisjes die een lange verkering of verlovingstijd hebben. Bedenk toch steeds dat de voorbereiding op het huwelijk het huwelijk zelf nog niet is. Grijp dan niet vooruit op wat God voor het huwelijk heeft bewaard.

Zeg niet: ‘Ach dominee, je bent zo ouderwets. Iedereen doet het en we kijken wel uit.’ Nee, verknoei je huwelijk niet voordat je eraan toe bent. Leef ingetogen en kuis, met alle strijd die eraan verbonden is. Dat zegt Gods gebod. Bidt samen om kracht. Deze discipline kost niet alleen veel, maar die geeft ook veel. Het kost niet alleen strijd, maar het levert ook zegen op.

 

Voor een goed huwelijk is zelfopoffering en gevende liefde nodig. We leven niet meer in het paradijs. Gemeente, je huwelijk blijft niet vanzelf goed. Je moet niet denken: ‘Nou ja, als we maar veel van elkaar houden, dan blijft het 25, 30, 40 jaar wel goed.’ Niks ervan, dan gaat het helemaal fout, want wij zijn allen zondige mensen. Je moet eraan werken. Je moet er iets voor doen.

We moeten beseffen dat lichamelijke bevrediging heel iets anders is als vrede in je ziel. Het gaat in het huwelijk voornamelijk om de ander. Dat vereist zelfbeheersing. Door wederzijdse offers groeien, ook in de voorbereiding op het huwelijk, die ‘twee ikken’ uit tot ‘één wij’. Dat is het geheim van de huwelijkssluiting.

Zo mag dat geheim van de liefde zelfs een afschaduwing zijn van de liefde van de Heere Jezus tot Zijn Bruidskerk.

Hij, Die ook Zijn Vader verlaten heeft om Zijn bruid aan te hangen en één vlees met haar te worden en te zijn, toen Hij neerdaalde in de kribbe van Bethlehem en vlees van ons vlees en bloed van ons bloed werd, om ook in Zijn lichaam onze zonde tegen het zevende gebod te dragen op het hout.

 

Hoe dichter we als verloofden bij deze Bruidegom leven, in aanhoudend gebed en hartelijke geloofsgemeenschap met Hem, des te meer zullen we haten en laten alles wat daarmee in strijd is.

Dat geldt niet alleen voor jonge mensen in de voorbereiding op het huwelijk, maar het geldt net zo goed voor alleenstaanden. Voor mensen die getrouwd zijn geweest, hun man of vrouw verloren hebben door de dood of door echtscheiding, of omdat men niet tot een huwelijk gekomen is.

 

Paulus is bewust vrijwillig ongehuwd gebleven. Hij had de gave van de onthouding; die had God hem geschonken. Zo kon hij in de omstandigheden waarin hij leefde, de Heere des te beter dienen. De Bijbel spreekt over zulke mensen niet tragisch, maar juist positief.

Er zijn ongehuwden die de brand van de begeerte kennen, zonder dat de gave van de onthouding geschonken is. Wat kan dat alleen-zijn een spanning en eenzaamheid met zich meebrengen! Alleen, je moet wel bedenken dat de huwelijke staat niet de enige staat is waarin wij God en onze medemens kunnen dienen en liefhebben. Juist ongehuwden kunnen tot rijke zegen zijn, toegerust tot het werk van leiding, opbouw, onderwijs en barmhartigheid. Hoeveel mensen brengt God zo niet op je levensweg?

Anderzijds denke niemand licht over de offers en de strijd en de zelftucht die dit alleen‑zijn met zich mee kan brengen. Wat kan het moeilijk zijn als de begeerte naar de ander, ook de seksuele begeerte, zich aandient en je wilt toch naar het gebod heilig, kuis en ingetogen leven! O, wat is er dan veel liefde tot Christus en van Christus nodig en een leven dicht bij de Heere! Om dan te blijven beseffen: mijn lichaam is een tempel van de Heilige Geest.

Als we somtijds door zwakheid in zonden vallen, dan moeten wij toch aan de genade Gods niet vertwijfelen, maar mogen we weten dat er bij de Heere vergeving is voor alle zonden. Telkens weer. Ook voor de zonde tegen het zevende gebod.

 

Dat geldt ook voor hen die er tot hun grote verbijstering achter komen dat ze een andere seksuele geaardheid hebben, namelijk de aantrekkingskracht tot hetzelfde geslacht. Ik bedoel natuurlijk als dat aangeboren is. Niet aangeleerd, zoals de wereld dat zelfs aanprijst.

 

─ Gemeente, het is goed om daar eens wat over te lezen, hoe je daarin moet handelen, want je komt er vroeg of laat toch mee in aanraking. Homoseksualiteit komt in veel families voor, ook binnen de christelijke gemeente. ─

 

Wat kunnen mensen daaronder lijden en mee worstelen! Hoe kunnen anderen zo iemand opeens keihard laten vallen! Wat kunnen ze in conflict raken met hun gevoelens en beleving! Wat een strijd en wat een kruis, als je die aanleg ontdekt bij je!

Ik zou u willen vragen: laat zo iemand nooit vallen, want hij of zij heeft juist zoveel warmte, liefde en steun van de gemeente nodig.

Zeg niet: ‘Ga je gang maar, want het gaat uiteindelijk toch om de liefde.’ Nee, Gods gebod is heilig. De Bijbel veroordeelt de homoseksuele praxis, het uitleven van jezelf in die zonde. De Bijbel spoort ons aan om de naaste, wie hij ook is, ook onze homofiele naaste, lief te hebben en hem te steunen in zijn strijd.

Er is voor hen maar één weg: leven in onthouding en je kruis dragen, ziende op Jezus, de overste Leidsman en de Voleinder van het geloof. Alleen geloofsverbondenheid met Hem kan de kracht geven om niet tegen het zevende gebod te zondigen en de vrede in je hart niet te verliezen.

 

Als Jezus komt op de nieuwe aarde, zullen er geen verschillende geaardheden meer zijn, geen verschillen meer zijn tussen man en vrouw. Dan zal er ook geen strijd meer zijn. Dan zullen we de engelen Gods gelijk zijn, zegt de Bijbel. Tot zolang zal de Heere, ook voor hen die alleen staan, een weg vinden waarlangs hun voet kan gaan. Als de Heere maar nabij is.

De Heere wil je leren om helemaal op Hem terug te vallen en met Hem door het leven te gaan.

Wie geen hulpe naast zich heeft, die hoeft toch niet verstoken te zijn van wat de dichter van Psalm 146 zingt:

Welgelukzalig is hij die de God van Jakob tot zijn Hulp heeft,

wiens verwachting op de Heere zijn God is.

 

Dat was het tweede: de betekenis van het zevende gebod voor ongehuwden.

 

We zingen samen eerst uit het Gebed des Heeren, eerst vers 7 en dan vers 6:

 

Leid ons in geen verzoeking ooit;

Verberg voor ons Uw aanzicht nooit;

Gij weet het, onze kracht is klein,

De driften veel, en ’t hart onrein;

Wat wordt er van ons in dien staat,

O Vader, zo Gij ons verlaat?

 

Vergeef ons onze schulden, Heer’;

Wij schonden al te snood Uw eer;

De boosheid kleeft ons altijd aan;

Wie onzer zou voor U bestaan,

Had Jezus niet voor ons geleên?

Wij schelden kwijt, wie ons misdeên.

 

Het gaat in Zondag 41 over de betekenis van het zevende gebod. We hebben gelet op die betekenis in het algemeen en daarna in het leven van hen die niet gehuwd zijn of niet meer gehuwd zijn. Ten derde:

 

3. De betekenis van het zevende gebod binnen het huwelijk

 

Want er staat: Binnen de huwelijke staat of daarbuiten.

Binnen het huwelijk.

Het huwelijk is iets prachtigs. Het is een instelling van God. God heeft Adam zijn vrouw Eva gegeven. God heeft het huwelijk gewild en reeds voor de zondeval ingesteld. U moet niet denken dat de seksualiteit iets is van na de zondeval. Dat hoorde bij het huwelijk voor de zondeval.

In Genesis 1 wordt gesproken over de schepping van de mens als man en vrouw. Alle twee zijn ze geschapen naar Gods beeld. Dat verbindt hen in hun mens zijn. Daarom zijn man en vrouw helemaal gelijkwaardig. Niet gelijk, maar als mens als man en vrouw verschillend. Verschil in karakter, beleving van de wereld om je heen, en in lichaamsbouw.

 

Reeds voor de zondeval, zo lezen we in Genesis 2 vers 18: En God zag dat het goed was. Dat staat er trouwens vijf keer. Maar dan staat er, en dat is voor de zondeval: ‘Maar het is niet goed…’, dus iets was er toch nog niet goed, namelijk: ‘…dat de mens alleen zij’, dat er alleen maar een man zou zijn in de wereld en geen vrouw.

Adam was nog niet compleet. Daarom gaat God een hulpe maken die bij hem past. Er staat in de Statenvertaling: ‘Die tegenover hem zij.’ Dat betekent natuurlijk niet dat ze tegenover elkaar staan. Het betekent juist naast elkaar, op ooghoogte. Zij aan zij gaan ze door het leven. Ze kunnen elkaar recht in de ogen kijken.

Adam kreeg geen hulp in de huishouding, om het zo eens te zeggen, maar een hulp om zijn eenzaamheid in zijn man-zijn op te heffen.

Hulp. In het Hebreeuws staat ‘ezer’. Dat staat ook in Psalm 146: ‘Welgelukzalig is hij die de God van Jakob tot zijn Hulp heeft.’ ‘Ezer’ is een helpend wezen. Dat is iemand met wie je samen de Heere kunt dienen. Dat is het allereerste doel van het huwelijk. Zo zegt het formulier het en zo zegt de Bijbel het.

‘Komt, maakt God met mij groot.’

Hebt u niet samen geknield op de knielbank toen uw huwelijksdag begon? Dat is de erkenning: ‘Heere, U bracht ons bij elkaar.’

 

Manninne heette Eva. Het mooiste is dat er in het Hebreeuws geen verschillend woord voor man en vrouw is. Het is hetzelfde woord. Alleen de uitgang verschilt. En aan die uitgang, dat achtervoegsel, kun je zien of het over het mannelijke of het vrouwelijke gaat. Dat wijst al op die twee-eenheid.

Manninne is voor Adam een gelijkwaardige levensgezellin. Een evenbeeld in wie de mens zich kan herkennen, die gevoelens en gedachten met hem deelt. Genomen uit zijn rib om zij aan zij door het leven te gaan. Zo is het huwelijk een scheppingsinstelling van de Heere God.

 

Ook het verschil tussen man en vrouw. Ook de aantrekkingskracht tussen de seksen. De totale huwelijksgemeenschap, het tot één vlees zijn. Eén deel daarvan, de geslachtsgemeenschap, de seksualiteit, is een gave uit Gods goede hand. Daarom mogen man en vrouw zich tot elkaar aangetrokken voelen en elkaar aanvullen en samen het leven delen. Ze mogen elkaar vreugde geven.

Voor de zondeval was het zevende gebod niet nodig. Dat hoort bij de tijd na de zondeval, buiten het paradijs. Dat hoort bij de gebrokenheid van het leven na de zondeval. Die schone paradijsbloem van het huwelijk is deerlijk geknakt.

 

Maar het gaat fout als de lusten en de brandende begeerten los van de liefde, als een drift worden beleefd. Omdat de zondeval ook het seksuele leven van de mens heeft ontwricht, moest God het zevende gebod geven. Het seksuele is een macht geworden die de mens aftrekt van God en de naaste, die iemands hele leven vullen en sturen kan, in gedachten, woorden en daden.

Er woelen enorme krachten in de mens. Die kunnen soms verdrongen, maar nooit ontkend worden. Het is met heel ons doen en laten, met ons bewustzijn en met ons onderbewustzijn verweven. Daarom is ook het seksuele leven door de kracht van de zonde, tot een gevaar geworden. Helaas! Het kan een mens helemaal in bezit nemen.

 

We lezen van Amnon dat hij ziek werd vanwege de liefde tot zijn halfzuster. Van Salomo, die zelfs de afgoden gaat dienen, vanwege zijn liefde tot vreemde vrouwen. Van David, die komt tot een moord op Uria vanwege zijn hartstocht tot Bathseba. Van het volk Israël, dat hoererij bedrijft met de vrouwen uit Moab.

Het Spreukenboek zegt dat een man die door een vreemde vrouw verleid wordt, net is als een os die naar de slachtbank wordt geleid. Zo kan deze mooie gave door de verwording ervan zich tegen ons keren en ons leven ten val brengen en vernietigen.

Daarom heeft God Zijn wet ordenend en sturend en beschermend om ons heen gegeven. Hij gaf het huwelijk als een liefdesverbond tussen twee mensen. Hij droeg op om trouw te zijn. Dat beloven alle echtparen die in de kerk overtrouwen.

Elkaar nimmermeer te verlaten, lief te hebben, met elkaar heilig te leven voor Gods aangezicht, elkaar vertrouwen en betrouwbaar zijn, in alle dingen, naar uitwijzen van het heilig Evangelie.

Het huwelijk is een liefdesverbond, een trouwverbond.

 

De Heere gaf het voorbeeld van die liefde in het genadeverbond. ‘Ik heb u getrouwd’, zegt God tegen Israël.

Christus wil in het huwelijksleven meegaan en het zegenen. Op de bruiloft in Kana hebben jonggehuwden hem uitgenodigd en daar verrichtte Hij zijn eerste wonder.

Zoals de Heere Jezus het Hoofd is van Zijn gemeente en haar heeft liefgehad en Zich voor haar heeft overgegeven, zo mag een man zijn vrouw in gevende en sparende liefde ook liefhebben. Zoals de gemeente van Christus Hem gehoorzaam is, zo mag de vrouw in liefde gehoorzaam zijn aan haar man.

Nee, dan speelt ze niet de baas uit zucht naar emancipatie. O zeker, je hoeft geen sloofje te zijn.

Augustinus zegt:

‘Ze is niet gemaakt uit zijn hoofd, omdat ze niet over hem zal regeren. Ze is niet gemaakt uit zijn voeten, omdat ze zijn sloofje niet zal zijn. Maar uit zijn rib.’

Zij aan zij, naast haar man, zo wordt het huwelijk een weerspiegeling van het huwelijksverbond tussen Christus, de hemelse Bruidegom en Zijn bruidsgemeente op aarde. Zoals God Zijn verbond met Israël trouw bleef, ondanks alles wat Israël deed, zo mogen man en vrouw in het huwelijksverbond elkaar trouw blijven, ondanks teleurstellingen en verdriet.

 

Man en vrouw mogen van elkaar weten dat ze iets van Gods trouw weerspiegelen in hun leven. Zo mogen ze zich aan elkaar toevertrouwen en zich geborgen weten bij de ander. Dan hoef je je niet groot te houden. Dan hoef je niet altijd iets te presteren. Dan mag je elkaar aanvaarden zoals je bent, zoals God zondaren aanvaardt.

Dat betekent intussen wel dat je dwars moet ingaan tegen je door de zonden verdorven wil. Daarom is het niet zo dat je zegt: ‘Nou, als ik maar eenmaal getrouwd ben, dan mag alles.’ Waar staat dat in de Bijbel? Het huwelijk is geen vrijbrief om je als man en als vrouw maar een beetje uit te leven. De Catechismus zegt niet voor niets: kuis en ingetogen leven, buiten, ook bínnen de huwelijke staat. Een iegelijk wete zijn vat te bezitten in heiligmaking en ere, zegt de Bijbel.

We moeten in het omgaan met elkaar in het huwelijk, ook in de seksuele omgang, een vrije en goede consciëntie bewaren. Onze gebeden mogen daardoor niet verhinderd worden. Om het duidelijk te zeggen: als je geslachtsgemeenschap gehad hebt met elkaar, moet je de Heere daar hartelijk voor kunnen danken. Als je dat niet kunt is er iets helemaal niet goed.

 

Wie buiten de door God aangewezen weg geluk en liefde probeert te vinden, zal merken dat hij in het drijfzand van bandeloosheid en hartstocht wegzinkt.

Onze tijd is vol van liefde zonder huwelijkstrouw. Het ontbreekt aan dienende trouw en sparende liefde en dat maakt alles kapot. ‘Niet doen,’ zegt God, ‘Gij zult niet echtbreken.’

Daarom houden wij vast aan het enkelvoudig, onverbreekbaar huwelijksverbond als geschenk van God. Juist vanwege de barmhartigheden van de geboden van God, die alleen maar ten doel hebben om tot vreugde en heilzame beleving te komen van het man en vrouw zijn.

 

Zo mogen we naar het woord van de apostel God verheerlijken met ons lichaam. Het huwelijksverbond is door God gegeven. De Bijbel zegt: ‘Treed niet buiten die grens.’ Strijd met de hulp van God tegen uw zondige aard en begeerte.

Wie de raad van God over het liefhebben en dienen niet volgt, leeft in egoïsme, zonder rekening te houden met de ander. Die stelt, zegt de Bijbel, zijn leden aan de zonden ter beschikking, als een wapen van de ongerechtigheid. Doe er niet aan mee! Bewaar je lichaam en je ziel als een tempel van de Heilige Geest.

Laat de Heilige Geest al de kamers van uw leven beheersen, ook uw slaapkamer. Sjouw niet van het ene genot naar het andere, om maar verzadigd te worden, maar leef in dankbare gehoorzaamheid aan God, Die u aan elkaar gegeven heeft.

Verbaas u erover dat Gods geboden u de weg wijzen naar de ware vreugde en naar het ware geluk, ook in het seksuele leven.

Dan mijden we alles wat tot onkuisheid verleiden kan, zoals alcoholgebruik, verkeerde gesprekken, plaatsen waar men zich in onkuise liederlijkheid uitleeft en waar men probeert ons huwelijk te verscheuren.

 

Dat was het derde, de betekenis van het zevende gebod voor het huwelijksverbond, binnen het huwelijk.

 

Gemeente, vergeet niet dat het huwelijk, het huwelijksleven en de liefde, gaven van God zijn? We mogen ze gebruiken maar niet misbruiken.

Gemeente, er is niemand is die onschuldig naar huis gaat. Er is niemand die zeggen kan: ‘Ik ben volkomen rein. Ik ben volkomen kuis.’

De één zondigde in zijn jeugd, de ander in zijn verkering- en verlovingstijd, een ander in zijn huwelijk, weer een ander misschien als alleenstaande. En wat zondigen we vaak in gedachten!

 

Maar gemeente, wie we ook zijn en waar we ook in gevallen zijn en hoe diep we in zonden gevallen zijn, we moeten aan Gods genade niet vertwijfelen en niet in de zonden blijven liggen.

Richt u op en zeg: ‘Verblijd u niet over mij, o mijn vijandin; wanneer ik gevallen ben, zal ik weder opstaan.’ Door de genade van God kunnen we opnieuw beginnen, een nieuw leven opbouwen.

Was het de Heere Jezus niet, Die tegen die zondige vrouw zei: ‘Waar zijn uw beschuldigers? Durft niemand de eerste steen te pakken? Zo veroordeel ik u ook niet.’? Ja, die zonde wel, maar die vrouw niet. Ze krijgt een nieuwe kans. Ze hoeft niet gestenigd te worden. Ze hoeft niet te sterven. Ze mag blijven leven. ‘Ga heen en zondig niet meer. Begin opnieuw.’

Ze was op heterdaad betrapt, maar wat is Hij barmhartig! ‘Ga heen,’ zegt Hij, ‘je krijgt opnieuw de kans. Je mag een nieuw leven beginnen. Ik wil je helpen en Ik wil bij je zijn.’

 

O, al is hier iemand nog zo diep gevallen, al ben je je man of vrouw ontrouw geweest, al was er bloedschande in je familie of in je eigen leven, je mag opnieuw beginnen.

Denk aan David, aan Rachab de hoer, aan Maria Magdalena en aan de Samaritaanse vrouw. Ze mochten opnieuw beginnen.

 

Wat een genade, gemeente!

Wat een Heiland! Christus breidt Zijn armen uit naar diepgevallen zondaars, die misschien met tranen in hun ogen moeten zeggen: ‘Heere, die ene strijd in mijn leven, die kom ik maar nooit te boven.’ O gemeente, dan mag ik u zeggen:

‘Wij hebben zo’n barmhartige Hogepriester! Hij is in alles verzocht geweest, maar niet gevallen. Hij heeft nooit zonden gedaan tegen het zevende gebod.’

 

Hij kan ons begrijpen in onze strijd, in ons vallen en ons weer opstaan. Hoe u ook gestruikeld bent, hoe vaak u ook gestruikeld bent, niemand is te slecht om opnieuw te beginnen met een eerbaar leven!

De Heere zegt: ‘Bekeert u, gij afkerige kinderen, want Ik heb u getrouwd.’ Hij vergeeft menigvuldig. ‘Al waren uw zonden als scharlaken, Hij zal ze maken als witte wol.’

De Heere ziet uw strijd, uw tranen van berouw.

Wat een Heiland staat voor u!

Het Lam van God!

 

Wat een ontferming bij Jezus voor diepgevallen mensen!

De bruid van Christus zal eeuwig zingen van Zijn goedertierenheên.

Hoopt u daarop?

Laat dan, als u getrouwd bent, uw huwelijk een afspiegeling zijn van het geestelijk huwelijk tussen Christus en Zijn gemeente.

Als u een alleenstaande bent, leef heilig en kuis voor Zijn aangezicht.

 

Uw lichaam en uw ziel zijn een tempel van de Heilige Geest.

 

Laat onze troost zijn:

 

In het Koninkrijk dat komt, als Jezus komt, zal het eeuwig bruiloft zijn.

 

Amen.