Ds. D.W. Tuinier - Efeze 6 : 16

Het schild des geloofs

Efeze 6
Aangenomen in het geloof
Gebruikt in het geloof

Efeze 6 : 16

Efeze 6
16
Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs, met hetwelk gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 35: 1
Lezen : Éfeze 5: 1-21
Zingen : Psalm 27: 1, 2 en 7
Zingen : Psalm 3: 2
Zingen : Psalm 84: 3 en 6

Gemeente, het Woord van de Heere vraagt onze aandacht. De woorden van de tekst kunt u vinden in Éfeze 6 en daarvan het zestiende vers:

 

Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs, met hetwelk gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen.

 

Wij vragen uw aandacht voor: Het schild des geloofs.

 

We hebben twee aandachtspunten. Het schild wordt:

1. Aangenomen in het geloof. Want onze tekst zegt: Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs.  

En dat schild wordt:

2. Gebruikt in het geloof: het gaat dan over de praktijk van elke dag.

 

Gemeente, het schild in onze tekst wordt ten eerste:

 

1. Aangenomen in het geloof

 

Jongens en meisjes, ik zie jullie in gedachten staan; ’s morgens voor je je gaat aankleden voor je kledingkast. Je moet kiezen. Welke kleren trek ik vandaag aan? Misschien heb je dat de avond ervoor al gedaan. Je zoekt ‘s avonds voordat je gaat slapen, voordat de nacht invalt, alvast wat kleren uit. Alles leg je klaar voor de volgende dag.

Waarom begin ik de preek zo? Wel, we maken, jong en oud, een keus. Welke kleren trek ik aan? Wordt het warm? Gaat het wat kouder worden? Wat zal ik aantrekken?

Als u ’s morgens opstaat, en jullie jongens en meisjes voordat je naar school gaat, vergeet dan vooral de wapenrusting van God niet. Want die is veel belangrijker dan je eigen kleding. Je kunt iets vergeten, maar de gehele wapenrusting van God mag je niet vergeten!

 

Als het gaat om die wapenrusting roept Paulus de gemeente van Éfeze en ons op: ‘Doe die aan…’ Hij gebruikt daarvoor verschillende woorden: Neemt aan… Staat dan… Dat is niet vrijblijvend. Het is net alsof hij u wakker wil schudden, je een zetje wil geven. Dat moet je doen! Het is een eis. Het is een opdracht. Je mag niet eerder naar buiten gaan, niet eerder aan het werk gaan, voordat je de wapenrusting van God hebt aangedaan, aangenomen, ontvangen. Het gaat dan om de gordel van de waarheid, het borstwapen der gerechtigheid en om de schoenen van de bereidheid van het Evangelie des vredes.

 

Gemeente, de vraag is nu: Draagt u die wapenrusting? Weet u met uw hart waarover ik het heb, als het gaat over die wapenrusting? Want als u alleen uw eigen kleding aanhebt, ook al zijn het mooie kleren, dan bevindt u zich in een levensgevaarlijke situatie. U hebt de wapenrusting Gods zo nodig. Bent u ermee bekleed door een wonder van Goddelijke genade? En als u die wapenrusting hebt ontvangen van de Heere, is het de vraag: Gebruikt u die dan ook op de juiste manier?

 

Kinderen van God, ik heb niet voor niets de eerste eenentwintig verzen van Éfeze 5 laten voorlezen. Want u moet elke dag – als u opstaat – voor uzelf nagaan: Is mijn gordel niet losgeschoten? Zit hij wel strak om mijn buik, waardoor mijn borstwapen niet afzakt? Dat kan! Zitten de schoenen van de bereidheid van het Evangelie des vredes niet los? De veters moeten wel vastzitten.

Jongens en meisjes, elke dag moet een kind van God zich afvragen: Ben ik wel oprecht? Ben ik wel eerlijk? Die gordel der waarheid. Zijn er misschien nog onbeleden zonden of zondige gewoonten die gisterenavond met mij naar bed zijn gegaan en die vanmorgen met mij weer opstaan? Bouw ik mijn zaligheid niet op een valse rustgrond? Is het wel het borstwapen van de gerechtigheid van Christus? Is Zijn gerechtigheid wel mijn enige houvast in leven en in sterven? Of, als het gaat om die schoenen: Is mijn hart vandaag misschien vol van mensenvrees? Kijk ik niet te veel naar beneden. Reken ik niet te veel naar eigen maatstaven? Is mijn hart wel vervuld met de vrede met God in Christus, waaruit ik mijn kracht put, om staande te blijven te midden van de strijd? Want de strijd is heftig.

Als u niet van die geestelijke strijd weet, de goede strijd des geloofs, is het niet goed met u op weg en reis naar de grote eeuwigheid. Dan moet u uzelf nauw onderzoeken. Want het leven, het geestelijke leven, hier te midden van het oorlogsgebied, is een strijd op leven en dood. We bevinden ons daar, waar de troon van de satan is (Openb.2:13).

Daarom, de gordel der waarheid, het borstwapen der gerechtigheid en de schoenen van de bereidheid des Evangelies des vredes moet u niet alleen hébben en aangetrokken hebben, maar die moet u ook gebruiken. Dat is een zaak van geloof. Want in de strijd komen de wapens pas dán echt tot hun recht, dat begrijpt u. Dan komt het eropaan, wat u aan die wapens heeft.

Dat geldt zeker voor het schild des geloofs, schrijft Paulus. Hij schrijft niet voor niets in onze tekst: Bovenal… Dat is wel zó belangrijk! Bovenal aangenomen hebbende. Bij alles wat ik al gezegd heb, bij alles wat ik nog tegen jullie ga zeggen: Dat schild van het geloof is uitermate noodzakelijk en belangrijk! Zet er een uitroepteken achter. Zet er maar een streep onder. Het schild des geloofs mag je nóóit vergeten. De apostel vergelijkt het ware geloof met een schild. Een groot schild, waarachter je als soldaat je helemaal kunt verschuilen. Je kunt er helemaal achter wegkruipen. Dat moet ook!

 

Het schild des geloofs. Het wordt in het geloof gebruikt. En, voordat je het gebruikt in de praktijk, ontvang je het. Zo ging dat in het Romeinse leger. Als het gemobiliseerd werd, ontving elke soldaat persoonlijk, zijn wapentuig uit de hand van de koning of in naam van de koning. Ook het schild, dat bij hém paste.

David, die kleine rozige David, paste het harnas van Goliath niet. Goliath had zijn eigen pantser. David paste dat niet, maar hij had het schild van het gelóóf, waarmee hij Goliath tegemoet ging. Maar dat schild des geloofs moet heel persoonlijk door u, door mij, door jou worden aangenomen. U weet dat aannemen in de Bijbel niet pákken betekent, maar ontvangen.

Ik stel daarom déze vraag, dicht bij de tekst blijvend: Wat is het kenmerkende van het schild des geloofs? Het wordt u gegéven, het wordt u geschonken. Het geloof is een gave Gods. U ontvangt het als vrucht van het zaligmakende werk van Gods Geest. Als vrucht van de levendmakende daad van Gods genadewerk ín een mens, zónder een mens. Zó leren we het de catechisanten. Gemeente, laten we dat vasthouden. Het is Góds werk. Er komt niets van de mens bij. Hij verlost u uit de macht, de slavernij en de heerschappij van de duivel. Hij leidt u door Zijn Geest onder de Banier van Koning Jezus. Met andere woorden: u wordt van geestelijk dood, levend gemaakt.

 

Hoe word ik geboren? In een staat van ongeloof. Ik heb mijn eigen schilden. Ik word geboren in een staat van vijandschap. We houden onze jongeren voor: je hart moet worden vernieuwd. Het schild des geloofs is niet alleen noodzakelijk, maar het is ook mogelijk dat te ontvangen. Het komt bij God vandaan. Het wordt gegeven. Het wordt door Hem gegeven, geschonken. Je kunt ook zeggen: toegerekend. Ik heb al gezegd: Het wordt ontvangen in een bedelhand. Aannemen betekent: krijgen, ontvangen.

Zo is het ook met het schild van het geloof. U strijdt, als het goed is den goeden strijd des geloofs (1Tim.6:12). Als u schuilt achter het schild van het geloof dat u in de wedergeboorte ontvangt, maakt u er gelovig gebruik van. U ziet meer en meer af van uw eigen wapens. U levert die in. U leert er de dood op schrijven. Die eigen wapens verroesten. U wordt steeds meer afgebracht van al uw eigen werken en uw eigen denken, uw eigen wapentuig en u leert schuilen achter het schild van Christus’ gerechtigheid alleen.

 

Als u schuilt achter het schild des geloofs, veracht u uw eigen krachten. Paulus zegt: Want als ik zwak ben, dan ben ik machtig (2Kor.12:10). Tegen de Filippenzen zegt hij: Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft (Filipp.4:13). Als we schuilen achter het schild des geloofs, komen we met alles wat geen God en Christus is, beschaamd uit. Dan ontlenen we onze kracht niet aan onszelf, maar aan de Heere. Zijn Woord is dan de Christus van het Woord, onze Krachtbron.

Op Hem is het schild gericht. Op Hem is het geloof gericht. Tot God in Christus neem ik mijn toevlucht. Hij is mijn Houvast. Hij is mijn Krachtbron. Met de slotzang gaan we zingen: Welzalig hij die al zijn kracht en hulp alléén van Ú verwacht, die kiest de welgebaande wegen. Dat is geloof.

 

Als het gaat over het schild van het geloof betekent het dat je in de geestelijke strijd schuilt achter het schild van Christus. Je klampt je vast aan Zijn Woord. Je buigt voor Zijn Woord. Je neemt de toevlucht tot Hem. Hij is immers de Leeuw uit Juda’s stam, de Held bij Wie God hulp besteld heeft. Je bent veilig achter Hem. Daarom is het geloof niets anders dan vluchten naar Christus, om achter Zijn schild, achter Zijn gerechtigheid die alleen redt van de dood, te schuilen.

Dat is niet iets voor één keer. Het is niet iets eenmaligs. Maar het is een dagelijkse oefening in de praktijk van het leven. Het is een steeds terugkerende zaak van het geloof. Elke dag nodig. In een weg van bekering. Er is er Eén geweest, op Wie alle vurige doodspijlen waren gericht: Christus en Zijn gerechtigheid. Hij is staande gebleven in de strijd. Alleen in Hem kun je staande blijven. Alleen door Hem kun je overleven en overwinnen.

Daarom: Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs.  Als er oorlog uitbreekt en het leger wordt verzameld, ontvangt elke soldaat een eigen schild, een eigen wapenuitrusting, die bij hém paste. Dat vind ik ook zo’n treffend beeld: je kunt het niet doen met het schild van je buurman. Je kunt het niet doen met de genade van je buurvrouw. Het is zo’n persoonlijke zaak.

 

Iedere strijder die zijn wapenuitrusting heeft ontvangen, aangenomen, aangetrokken, houdt zijn schild in zijn hand. Samen zijn de geestelijke strijders machtig in Christus. De geestelijke soldaten, strijdend onder de banier van Koning Jezus, zijn geen individualisten. Je strijdt niet voor jezelf. Je strijdt voor de Koning. Dat doe je gezamenlijk. Vanuit Zijn bediening, vanuit de Bron, sta je schouder aan schouder. Zo alleen kun je sterke tegenstand bieden: eendracht maakt macht. In de oorlog liepen de Romeinse soldaten in een gesloten gelid, als een ondoordringbare muur richting de vijand. Dat is het beste, om zó in de verdediging te gaan of in de aanval.

 

Gemeente, wat ligt er dan een schuld. Eendracht maakt macht. Wat kun je toch uitermate moe worden van de verdeeldheid en de verwarring. Dat geschrijf, over en weer. Elkaar de oren wassen. We kunnen dat wel tegen elkaar zeggen, maar is u dat echt tot schuld? Och Heere, wilt U bij elkaar brengen en aan U verbinden?  Als er bediening des Geestes is, is er ook de gemeenschap der heiligen. De apostelen stonden op de pinksterdag, hoewel allen verschillend waren, schouder aan schouder. Ze waren vol van de Geest van Christus en vormden een eenheid in verscheidenheid. Ze waren bewapend van hoofd tot voeten toe. Ze hadden het schild des geloofs in hun hand. Ze verkondigden de grote werken Gods. Wat brak er een rijke tijd aan. Kunt u er weleens naar verlangen? Ik wel.

Laat het ons gebed zijn: O God, U bent Dezelfde! Wilt U die kerkmuren afbreken? Wilt U ons de hand op de mond leggen met al dat geschrijf van ons. Leer ons buigen onder het gezag van Uw heilig, onfeilbaar Woord. Leer ons buigen voor U. Maak ons ootmoedig. Houd ons klein. Maak ons bedelarm. Neemt U alles wat schadelijk is en wat U niet kan behagen – wat geen God en wat geen Christus is – toch weg.

Alleen dan, vanuit Zijn bediening, persoonlijk aangenomen, maar ook samen. Natuurlijk, niet ten koste van de waarheid, maar toch: samen. Eendracht maakt macht. Zoals die muur van apostelen, schouder aan schouder. Want waar liefde woont, daar is de Heere. Daar woont Hijzelf. Daar wordt Zijn heil verkregen en het leven tot in eeuwigheid.

 

We gaan er samen van zingen, gemeente: Psalm 3, het tweede vers:

 

Maar, trouwe God, Gij zijt

Het schild, dat mij bevrijdt,

Mijn eer, mijn vast betrouwen.

Op U vest ik het oog;

Gij heft mijn hoofd omhoog,

En doet m’ Uw gunst aanschouwen.

‘k Riep God niet vruchtloos aan;

Hij wil mij niet versmaân,

In al mijn tegenheden;

Hij zag van Sion neer,

De woonplaats van Zijn eer,

En hoorde mijn gebeden.

 

Het schild des geloofs wordt ontvangen in de wedergeboorte. Het zal door de oefeningen – het werk van Gods Geest – in het allerheiligst geloof worden gebruikt. Daarom is ons tweede punt:

 

2. Gebruiken in het geloof

 

Het gebruiken in het geloof heeft een functie, een duidelijke functie. Paulus zegt: Met hetwelk gij ál de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen.

Jongens en meisjes, dat zijn geen gewone pijlen. Het zijn pijlen die gedompeld zijn in brandend pek. Het zijn vurige pijlen. Ze worden richting de vijand geschoten met de bedoeling om de tegenstander te verwonden, te doden of om grote branden te stichten in het legerkamp. Daarvoor geeft de Heere dat grote schild. Ik heb al gezegd: bijna zo groot als een deur. Zo’n schild wordt kletsnat gemaakt, zodat de vurige pijlen die met een enorme snelheid op je afgeschoten worden, zullen worden gedoofd. Ze moeten worden uitgeblust.

Zo’n schild moet je elk moment van de dag kunnen gebruiken. Je moet heel wendbaar en flexibel zijn. De gordel zit om je lichaam en het borstwapen ook. De schoenen van de bereidheid van het Evangelie heb je aan. Maar dat schild moet je flexibel kunnen gebruiken, want de pijlen komen van verschillende kanten. De ene keer komt de pijl vanuit de hoogte, en dan weer van wat lager. Nu eens van links en dan weer van rechts.

 

Vurige pijlen! Gemeente, Paulus noemt ze niet voor niets vurig. Onderschat ze niet. Als zo’n pijl je treft en blijft zitten, staat je leven binnen de kortste tijd in brand. Die pijlen kunnen je dodelijk treffen. Ze kunnen je raken tot in het diepst van je ziel; ze kunnen je dodelijk verwonden en onherstelbare schade aanrichten. Dat vuur verspreidt zich razendsnel.

Die pijlen suizen elke dag ook op u en op jou en op mij af. Dat begint ’s morgens vroeg al, als je wakker wordt. Gemeente, waar zal ik beginnen als het gaat om die vurige pijlen die dag in dag uit, en ook wel midden in de nacht, op ons worden afgeschoten?

Zelfs tot in het diepst van de nacht weet de boze u te raken met zijn vurige pijlen. Ik kan mijn gedachten niet tot stilstand brengen. Ik hoor verschrikkelijke boze stemmen, die altijd maar in mij opkomen. Ik ga ermee naar bed en ik sta ermee op. Een beschuldigd geweten, aangeprate schuldgevoelens, gevoelens van haat, afgunst, drift, hebzucht en jaloezie die mijn hart in de kortst mogelijke tijd laten ontvlammen. Brandende hartstochten, die binnen een mum van tijd uw hart in brand zetten. Of hebt u daar nooit last van? Misschien is het een idee om de tekst van vanmorgen op een sticker of blaadje te schrijven en met een plakbandje op je pc te plakken of boven je bureau.

 

Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs. Want met enkele klikken zit ik op allerlei sites die de toetssteen van Gods Woord niet kunnen doorstaan. Ik hoef maar even door te klikken en ik zit weer urenlang gekluisterd aan de beeldbuis. Ik bekijk films, waarin alles mag wat tegen Gods Woord en wet indruist.

Daarom moet je jezelf beschermen! We zijn ook verantwoordelijk. Het schild des geloofs of de vreze des Heeren doet wijken van al het kwade. Stel je voor: je komt door zomaar wat muisklikken op één of andere site en hopelijk vallen je ogen dan op dat briefje. Er komt dan toch wat binnen. Er wordt een aanslag op je geweten gedaan. Zou je dat wel doen? We moeten onszelf beschermen!

Natuurlijk, het is alles genade. Want de pijlen van de boze vinden aansluiting in ons eigen boze en verdorven hart. Een mens van nature heeft zijn eigen wapentuig en zegt: ‘Ik ben toch zelf baas over die knop?’ Je hoort dat veel mensen zeggen. U hoeft er echt niet bang voor te zijn dat ik gekke dingen doe. Ik weet heus wel wat wél en wat niet kan.

O, ja? Dan ontbreekt het je aan zelfkennis! Je kunt geen ogenblik voor jezelf instaan. We zijn de duivel toegevallen in het paradijs. We doen niets liever dan achter hem aan hollen. Maar je moet jezelf beschermen. Je moet in de Bijbel lezen. Je moet heel veel bidden. Je moet je knieën buigen. Er worden zoveel pijlen afgeschoten op volwassenen, ouderen en ook jongeren.

Maar de duivel zegt: Kom op, jongens! Je leeft maar één keer. Maak er wat van! Pluk de dag. Later heb je nog tijd genoeg om je te bekeren. Geniet van die films op Netflix. Neem gerust een abonnement. Geeft niets. Bijna iedereen in de kerk doet het. Ook dat is zo gevaarlijk. Eendracht maakt macht. Maar ook: het samen doen, het samen zondigen, collectief. Hij doet het toch ook?

Het is allemaal in het paradijs al begonnen. Adam werd tot verantwoording geroepen: De vrouw, die Gij bij mij gegeven hebt (Gen.3:12). Eva nam die vrucht, maar ze gaf hem aan Adam.

Samen iets goeds doen kan een rijke zegen zijn. Maar samen zondigen is zo gevaarlijk. Hier hebt u weer zo’n pijl van de boze. Pas op! Het begint met een paar vonkjes. Maar voordat we het weten, staat ons hele leven in brand. Het ergste is dat we het niet beseffen. Het ergste is dat we het niet door hebben. We slepen elkaar mee en laten ons als krijgsgevangenen meevoeren naar de eeuwige ondergang. Als God het niet verhoedt…

 

Jongelui, misschien zeg je wel: ‘sommige zonden zijn toch niet zo erg? Wat maakt het uit hoe je met elkaar omgaat in verkeringstijd? Altijd dat ouderwetse gedoe van opa en oma en mijn vader en moeder… Wat maakt het uit hoe ik eruitzie; welke kleren ik aanheb? Het zit hem toch niet in de buitenkant?’ Maar voordat je het weet, verleg je je grenzen en doe je water bij de wijn. Het gaat van kwaad tot erger.

Vurige pijlen. Morgenochtend neemt een aantal van onze jonge mensen weer plaats in de collegebanken. Zij studeren in onze grote steden. Studenten, wat komt er veel op jullie af! Jullie studieboeken, je stageadres, de werkvloer. De schépping? In zeven dágen? Je moet je nuchtere verstand gebruiken. Je moet daar wetenschappelijk over nadenken… Voor je het weet raakt de pijl die wordt afgeschoten zijn doel. Je gaat erover nadenken. Voordat je er erg in hebt, verspreidt het vuur zich en wordt dat kleine, smeulende vuurtje een groter vuurtje. Het vuur bezet je gedachten, je wereld, je denkwereld en je hart… Van het één komt het ander.

Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs. Dus, hoe ga je morgen naar de colleges? Hoe sta je morgen op de werkvloer?

Het schild des geloofs, met hetwelk gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen.

Wat een pijlen! God is toch Liefde? Waarom gaan er dan zoveel mensen verloren? Die pijl raakt je en blijft zitten. Is het wel mogelijk om God te dienen naar Zijn Woord? Je moet er zoveel voor opgeven en dat lukt toch nooit in eigen kracht. Pijlen die je treffen in je gevoelens, in je emoties. Jullie maken zoveel mee! En de duivel doet er nog een schepje bovenop. God ziet me niet. Hij hoort me niet. Ik bid al zo lang. Ik heb het gevoel dat Hij mij niet ziet. Waarom en waarvoor leef ik?

Zo word je langzaam maar zeker meegezogen, meegenomen. Die vonkjes worden een vlam, een groter vuur. Je wordt meegetrokken in een negatieve en neerwaartse spiraal.

 

Ouderen, wat worden er een pijlen afgeschoten in het zakenleven. Als u dat zakelijke gesprek aan gaat of dat overleg in gaat en niet eerst bidt en u er niet aan denkt dat u dat schild des geloofs ontvangen moet hebben. Wat een verleidingen, wat een pijlen... Ook als het gaat om geld, hoogmoed, het streven naar carrière. Het zijn de vurigste pijlen die op onze Gereformeerde Gezindte worden afgeschoten. We zijn zo ontevreden. Het is nooit goed genoeg! Mijn huis moet altijd groter en mooier en duurder.

Ik denk ook aan die pijlen van vermoeidheid, moedeloosheid, neerslachtigheid, twijfels, vragen, worstelingen. Bent ú een kind van God? Onmogelijk, want dan zou u wel anders leven. Uw leven zou er wel anders en beter uitzien. Er zou wel meer van u uitgaan. Denkt u, dat u nog bekeerd kunt worden? U bent al zó oud. Vergeet het maar. U hebt een kerkbank versleten en u weet het verstandelijk allemaal heel goed, maar de genadetijd is nu voorbij. Vurige pijlen. Als ze uw gedachten eenmaal raken en ze nestelen zich in uw gevoel, dan gaat het van kwaad tot erger.

David wordt door een pijl getroffen als hij zich verveelt op het dak van zijn paleis. Hij had aan het werk moeten gaan. Hij heeft het schild van het geloof niet in zijn hand. U kent toch dat verhaal van die kleuterjuf wel? Ze vroeg: ‘Jongens en meisjes, hoe zou het komen, dat David de zonde met Bathséba heeft gedaan?’ ’Ik weet het, juf! Hij is vast en zeker zijn morgengebedje vergeten.’ Dat zei een kleuter tegen zijn juffrouw. David wordt door een vurige pijl getroffen.

 

Ik denk ook aan Petrus, die zijn Meester uit liefde volgt tot in het huis van de hogepriester. Wat staat hij stevig in zijn schoenen als hij tegen zijn Meester zegt: ‘Ik zal met U sterven! En ik zal dit, en ik zal dat… Ik zal U hartelijk liefhebben, Heere, mijn Sterkte…’ (Psalm 18:2). Maar in het hol van de leeuw, te midden van de strijd, wordt er door de boze een pijl afgeschoten. Een meisje spreekt hem aan en u kent het gevolg. Vloekend en zwerend verloochent hij zijn Meester.

En Elia, moedeloos zit hij onder de jeneverboom. En Johannes de Doper. Hij is de grootste in het Koninkrijk van God, iemand groter dan hij is er niet uit vrouwen geboren, zegt de Heere Jezus. Maar in de gevangenis twijfelt hij: Zijt Gíj Degene Die komen zou (Matth.11:3)? Dan komt hij door een pijl op de zeef van de moedeloosheid en vertwijfeling. Denk ook aan Asaf, in Psalm 73. En aan Thomas met zijn wat zwaarmoedige karakter. Wat een vurige pijlen!

Koning Hizkia wordt getroffen door een pijl van hoogmoed. Hizkia leefde in welstand. Maar dan komen er gezanten uit Babel en hij laat hen al zijn schatten zien. Hizkia hanteert het schild van het geloof niet en valt in de zonde van hoogmoed.

 

Gemeente, alleen als u dicht bij de Bron leeft, alleen als u het schild van het geloof hanteert, alleen dan bent u veilig. In Christus geborgen kan u niets gebeuren. Maar hoe dichter u bij de Heere leeft, des te meer zal de boze zijn vurige pijlen op u richten en u proberen te treffen. Juist te midden van de strijd – ook als het teer ligt tussen God en uw ziel en u dicht bij de Bron leeft – juist dan zijn talloze dodelijke pijlen gericht op u, op mij, en op de Christelijke gemeente in deze geseculariseerde samenleving.

Wat is dan de weg? Die heb ik u gewezen: schuilen achter het schild des geloofs. Schuilen achter Hem, jongens en meisjes. De Heere zegt tot Abraham: Ik ben u een Schild, uw Loon, zeer groot (Gen.15:1). Abraham was vaak zo bang voor de vijand. Soms was Abraham maar zo’n klein mannetje. Dan zag hij alleen zijn vijanden. Hij keek niet naar Boven. Maar dan zegt de Heere zegt tegen hem: ‘Ik ben u een Schild, Abraham. Hoe machtig de vijand ook is. Ik ben de Almachtige.’

En Paulus roept het uit in zijn triomfzang, zijn overwinningslied in Romeinen 8: Wie zal ons scheiden van de liefde – het liefdesschild - van Christus (Rom.8:35)? Achter Zijn schild bent u geborgen. Het is een stevig schild, dat bescherming biedt. U kunt er de eeuwigheid mee aandoen. De felste pijlen stoten erop af!

Dat schild van het geloof is niet gericht op wat ik denk, vind of voel. Laat u niet verleiden door de wetenschap, of theologen die bepaalde gedachten ventileren. Je ziet de pijlen op je afkomen. Maar dan pak je je Bijbel weer. Je zegt: O, ik aanvaard dat Woord van kaft tot kaft, van Genesis 1 tot Openbaring 22. Het Woord van God; het gaat alleen om wat God zegt en wat Hij belooft. Ook al kan ik er niets van bezien, ook al ga ik er steeds minder van begrijpen. Maar God is groot. Het is een zaak van geloof, dat zich op Hem richt. Het geloof richt zich op Zijn Woord en op Zijn beloften, die in Christus Jezus ja en amen zijn.

 

In Hebreeën 11 zien we als het ware foto’s van oudtestamentische geloofshelden. Zijn het geloofshelden? Ja, helden in het geloof. Allen hebben ze het schild des geloofs op de één of andere wijze gebruikt. Ze hebben, naar de mens gesproken, onmogelijke zaken mogen doen in de kracht en de mogendheid van God.

Met het schild des geloofs heeft Noach de ark gebouwd. Met het schild des geloofs is Abraham weggetrokken uit Ur der Chaldeeën en heeft hij Izak geofferd. Jongens en meisjes, van Mozes lezen we: Verkiezende liever met het volk van God kwalijk behandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben (Hebr.11:25). Door het geloof is Jozua om Jericho heengelopen.

Door het geloof. Dat is het steeds terugkerende refrein. Het door God geschonken, gegeven, geoefende en versterkte geloof. Dan is niet je gevoel maatgevend, niet je door de zonden verduisterde verstand, maar alleen de Schrift. Daarvan zingt één van Gods knechten: Nooit kan het geloof – het schild des geloofs – te veel van God verwachten. Van welke kant die vurige pijlen ook komen. Door het schild van Jezus Christus zullen al de pijlen worden gedoofd. Met het schild van het geloof buig je voor de Schrift en vraag je ootmoedig: Heere, wat wilt U dat ik doen zal? Dan staat nooit mijn wil en mijn weg en mijn naam op de voorgrond. Maar: Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede (Luk.11:2).

 

Kinderen des Heeren, hebt u begrepen waarom ik Éfeze 5 heb laten voorlezen? In dat hoofdstuk staat de heiligmaking centraal. Wilt u het thuis, voor uzelf, nog eens doorlezen en overdenken? We worden door de apostel opgeroepen, u in het bijzonder, om kinderen des lichts te zijn. Om zó te wandelen. Om door het geloof het schild des geloofs te hanteren.

En als u in de zonden valt, denk dan aan David en aan Noach die dronken werd. Weet dan dat God altijd op Zijn eigen werk terugkomt. Hij zal Zijn kinderen die diep in de zonden vallen, altijd weer op de rechte plaats brengen: in de schuld, aan Zijn voeten. Want er is geen afval der heiligen.

Paulus zegt: Wandelt toch voorzichtig, als kinderen des lichts. U bent verantwoordelijk en u zondigt nooit goedkoop. Gods eer is in het geding. De Bijbel is er zo duidelijk in. U sleept anderen mee in het verkeerd denken over God. Terwijl het toch uw verlangen moet zijn anderen op te wekken en in te winnen voor de liefdedienst van Koning Jezus.

 

Als Gods kinderen in de zonde vallen kan dit zulke verstrekkende gevolgen hebben voor uw naaste en voor het opkomende geslacht. Dat geldt ambtsdragers, dat geldt ons allemaal. Daarom, als u ’s morgens wakker wordt en voor uw kledingkast staat denk dan aan die geestelijke wapenrusting. U moet er zelf ook wat voor doen. Houd afstand van alles wat tegen Gods Woord en wet indruist. Besef dat de zonde een hellend vlak is.

Denk er ook aan: contacten met de boze beginnen vaak met een spelletje. Speelse contacten worden duivelse contracten. Denk daar eens over na. Het begint bij onze kinderen. Als God het niet verhoedt, komen ze er niet meer vanaf. U bent als vader en moeder verantwoordelijk. Ook ik ben dat.

Daarom moeten we de Bijbel lezen. De Bijbel onderzoeken met gevouwen handen, biddend om de leiding van Gods Geest. Dat is het krachtigste wapen om de misleiding en de verleiding van de satan te kunnen weerstaan. We moeten veel meer in de Bijbel lezen. We moeten meer onze knieën buigen. Nog meer naar de kerk gaan. De eerste christenen stonden ’s morgens om zes uur op en kwamen eerst samen om te bidden en een gedeelte uit de Bijbel te lezen. Pas daarna gingen de luiken open en gingen ze de barre buitenwereld in.

 

Gemeente, u en ik, we hebben het zo druk. Wij hebben het veel te druk met van alles en nog wat. Laten we dat maar eerlijk tegen elkaar zeggen. Stop alsjeblieft met alles wat zogenaamd ‘moet’, maar dat ons meesleurt in de maalstroom van deze samenleving. Doe toch wat werkelijk gedaan móet worden. Stel prioriteiten, maak keuzes. Keer terug naar de Bijbel en het leven mét de Bijbel. Keer terug naar de Heere Jezus. Hij is het Licht der wereld. De macht van de boze is groot. Zijn pijlen zíjn vurig en gemeen en listig, maar Gods macht – hoor je het, jongelui – is het grootst. Christus heeft Satans kop vermorzeld en de overwinning op het rijk van de duivel behaald. In dat licht hoeft u in deze angstige en ondergaande wereld toch niets te vrezen. Daar mag u mee naar huis gaan. Als u maar uw toevlucht zoekt en hebt achter Zijn schild.

Voor Gods kinderen is de strijd gestreden. Het gebed gebeden. Hun einde zal vrede zijn. Zie te midden van de strijd op de kruisbanier van uw Koning. Hij weet dat u in de vuurlinie staat. Zijn wakend oog is op u geslagen. Al is de strijd zwaar – Hij bewaart de Zijnen ieder ogenblik. Niemand zal hen uit Zijn hand rukken. Vertroost elkaar met deze woorden.

 

Amen.

 

Psalm 84 vers 3 en 6:

 

Welzalig hij die al zijn kracht

En hulp alleen van U verwacht,

Die kiest de welgebaande wegen.

Steekt hen de hete middagzon

In ‘t moerbeidal, Gij zijt hun Bron,

En stort op hen een milden regen,

Een regen die hen overdekt,

Verkwikt, en hun tot zegen strekt.

 

Want God, de Heer’, zo goed, zo mild,

Is t’ allen tijd’ een zon en schild.

Hij zal genaad’ en ere geven;

Hij zal hun ’t goede niet in nood

Onthouden, zelfs niet in den dood,

Die in oprecht voor Hem leven.

Welzalig, Heer’, die op U bouwt,

En zich geheel aan U vertrouwt.