Ds. D.W. Tuinier - Efeze 6 : 15

De voeten in de strijd

Efeze 6
Geschoeide voeten
Bereidwillige voeten

Efeze 6 : 15

Efeze 6
15
En de voeten geschoeid hebbende met bereidheid van het Evangelie des vredes;

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 72: 1
Lezen : Jesaja 52: 1-12 en Éfeze 6: 10-20
Zingen : Psalm 85: 1, 3 en 4
Zingen : Psalm 18: 9
Zingen : Psalm 4: 4

Gemeente, met Gods hulp gaat de preek vandaag over één zinnetje, één onderdeel van de ‘gehele wapenrusting’ of ‘de geestelijke wapenrusting van God’. We vinden dat in Éfeze 6 vers 15.

 

Het woord van de Heere luidt daar:

 

En de voeten geschoeid hebbende met bereidheid van het Evangelie des vredes.

 

We schrijven boven de preek: De voeten in de strijd.

 

We zien dan:

1. Geschoeide voeten.

2. Bereidwillige voeten.

 

1. Geschoeide voeten

 

Sta je wel sterk in je schoenen? Het is een hedendaagse uitdrukking. Goedpassende en degelijke schoenen zijn voor iedereen belangrijk; niemand kan ze missen. Als u geen goede schoenen aan uw voeten hebt, kunt u niet goed lopen, laat staan vechten. Paulus benadrukt in onze tekst dat een soldaat in de geestelijke geloofsstrijd onder het vaandel, de banier van Koning Jezus, goed schoeisel nodig heeft. Als uw schoenen niet deugen, dan glijdt u uit, dan struikelt u.

Bovendien moet je er niet aan denken, dat als een soldaat vecht in een open veld waar stekelige planten groeien, of er liggen her en der takken, of de vijand gooit heel listig en sluw spijkers of glasscherven voor zijn voeten, dan dreigt er gevaar. Als die soldaat dan geen goede schoenen aanheeft – u voelt het al aan – dan komt hij niet ver. Daarom zijn korte laarzen met dikke zolen, met een goed profiel en goede sluiting uitermate belangrijk. Zulke schoenen geven niet alleen steun, ze bieden ook bescherming en maken dat de strijder zich heel snel kan verplaatsen. Zo’n strijder is wendbaar.

Paulus wil dit benadrukken: Gemeente van Éfeze, goede schoenen maken u te midden van de strijd tot een vaardig strijder, tot een vrijmoedige en blijmoedige getuige van de Heere uw God, levend uit de genade, de liefde en de kracht van God. Daarom, gelovigen van Éfeze, besteed ik ook bijzondere aandacht aan uw voeten. Hoe die geschoeid moeten zijn voor de strijd.

‘Maar, Paulus, welke schoenen moeten wij als strijders onder de banier van Koning Jezus dan dragen?’

Wel, Paulus’ antwoord is dan: De schoenen van de bereidheid van het Evangelie des vredes. Die schoenen duiden op de loop van het Evangelie. Die schoenen gaan hun weg om vrede te verkondigen, te proclameren, maar ook om die vrede te schenken. Zij gaan vredelievend hun weg. Zij gaan in vrede met God en zoeken vrede met hun naaste en vrede voor hun naaste. Zo zijn voeten geschoeid met de bereidheid van het Evangelie van de vrede.

 

Wat hebben deze woorden een diepe en rijke betekenis! Allereerst als we beseffen dat deze schoenen van God komen. Het gaat immers over de gehele wapenrusting Gods. God Zelf heeft voor de schoenen van de bereidheid van het Evangelie van de vrede gezorgd. Niemand anders dan Hij heeft de blijde boodschap direct na Adams diepe val in het paradijs geproclameerd.

Ik moet denken aan Guido de Brès. Hij belijdt zo mooi in Artikel 17 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis:

 

‘Wij geloven dat onze goede God, door Zijn wonderlijke wijsheid en goedheid, ziende dat zich de mens alzo in den lichamelijken en geestelijken dood geworpen, en geheel ellendig gemaakt had, Zichzelf begeven heeft om hem te zoeken, toen hij al bevende voor Hem vlood, en heeft hem getroost, belovende hem Zijn Zoon te geven, Die worden zou uit een vrouw, (Gal 4:4) om den kop der slang te vermorzelen, (Gen. 3:15) en hem gelukzalig te maken.’

 

Door heel het Oude Testament heen kunt u die gouden draad van de Evangelieboodschap zien lopen; van hoofdstuk tot hoofdstuk, van bladzij tot bladzij, van vers tot vers. In de volheid van de tijd wordt het Evangelie des vredes vervuld. En in het Nieuwe Testament als de engel in de velden van Efratha de blijde boodschap brengt aan de herders: Vreest niet, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal; Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, Welke is Christus de Heere, in de stad Davids. En dit zal u het teken zijn: Gij zult het Kindeken vinden in doeken gewonden en liggende in de kribbe (Luk.2:10-12). Direct daarop gaat de hemel open en is de lucht vol van zingende engelen: Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen (Luk.2:14).

Het Evangelie des vredes, het Evangelie van de vrede. Dan gaat het over vrede met God door het bloed van Jezus Christus, de Vredevorst. Door Zijn offer maakt God vijanden tot vrienden. Door Zijn verdiensten worden goddelozen met God verzoend. Jesaja heeft ervan geprofeteerd in zijn profetie: De straf die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden (Jes.53:5). We hebben samen gelezen uit Jesaja 52: Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten desgenen die het goede boodschapt, die den vrede doet horen.

 

Schoenen van de bereidheid van het Evangelie van de vrede. Dat ‘Evangelie van de vrede’ moeten we allemaal persoonlijk leren kennen. De Bijbelse vrede, shalom, wijst op welzijn. Het wijst op harmonie en rust, op een verhouding die hersteld is, op een gebroken relatie die verzoend wordt. Het is weer goed. Het Bijbelse shalom – irène in het Grieks; denk aan de meisjesnaam Irene, die vrede betekent – laat zien dat er een breuk is gekomen en dat het niet meer is zoals het geweest is.

Wij hebben gezondigd in het paradijs; de verhouding tussen onze Schepper en ons is stuk. We hebben immers het werkverbond verbroken door onze zonden – in gedachten, woorden en daden. Elke dag, elk uur, elke minuut, elke seconde, maken we de schuld steeds groter en wordt die breuk tussen God en mij steeds dieper. Door de zonde wordt de afstand tussen God en ons groter en groter.

De zonde maakt ongelukkig, de zonde stelt schuldig, de zonde maakt arm. Daarom missen we, als we leven zonder God, maar ook na ontvangen genade, als we in de zonde leven, de Heere vergeten of bedroeven, daarom missen we de ware vrede in ons hart. Daarom is er ook zoveel onrust, onvrede, disharmonie, oorlog, onenigheid, ruzie, haat en nijd, verdeeldheid en verwarring in de wereld. Onvrede zien we in ons werelddeel, in ons land, binnen de kerk, wellicht ook in uw eigen persoonlijk leven, in familiekring of gezin. Gods liefde waarin we in het paradijs, in de staat der rechtheid, mochten delen, is door onze zonde veranderd in haat. Gods gerechtigheid is veranderd in ongerechtigheid, de waarheid in leugen, en heiligheid in onheiligheid. In plaats van harmonie is er een totale chaos ontstaan.

 

Wat we elkaar nu voorhouden – dat geldt voor u, voor jou en ook voor mezelf – moet nu tot schuld worden voor de Heere. Voor het eerst en steeds weer. Als u zich echt hierover schuldig gaat voelen, als Gods liefde in uw hart komt, dan verandert er wat. Jongens en meisjes, dan hoor je wat we zojuist gezegd hebben niet maar een beetje aan, maar je gaat vragen: ‘Hoe kan die kloof tussen God en mij weer worden overbrugd? Hoe komt het weer goed tussen de Heere en mij? Hoe kom ik persoonlijk tot vrede met Hem en met mijn naaste?’

Dan leeft steeds de vraag in je hart: ‘Mijn ziel, doorziet gij uw lot? Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God? Hoe kunt u, in een rechte weg, weer vrede krijgen met God? Hoe moet de breuk worden hersteld? Is dat nog mogelijk van mijn kant?’

Maar als de Heere je dan verder leidt en leert door Zijn Geest, dan kom je erachter dat het van jouw kant en van mijn kant ten enenmale onmogelijk is. Dat valt niet mee, maar in de nood, in die zielennood, kom je aan de voeten van de Heere terecht. Die zielennood drijft je uit tot de troon van Gods recht en genade. Daarvandaan openbaart Hij u de weg, die Hij Zelf heeft geopend en gebaand, want Hij heeft voor een Zaligmaker, voor een Middelaar gezorgd. God zorgt voor verzoening in een weg van voldoening. In een weg van recht en gerechtigheid.

Vanboven de kribbe van Bethlehem, vanaf Golgotha’s heuvel en vanuit het lege graf klinkt:

 

Dan wordt genâ van waarheid blij ontmoet;

De vrede met een kus van ’t recht gegroet;

Dan spruit de trouw uit d’ aarde blij omhoog;

Gerechtigheid ziet neer van ’s hemels boog.

 

De Heere Jezus Christus zorgt voor de gordel van de waarheid. Hij zorgt voor het borstwapen der gerechtigheid en de schoenen van de bereidheid van het Evangelie van de vrede. Dat alles heeft Hij verworven.

De apostel schrijft niet voor niets aan de Efeziërs in het tweede hoofdstuk: Hij is onze vrede (Ef.2:14). Hij is de weg tot God. Hij is de Waarheid en het Leven. Niemand kan uit zichzelf tot God naderen, niemand kan vrede krijgen met God. We leven in oorlog, in een staat van vijandschap en ongeloof met Hem. Jezus is de weg, de enige weg tot de Vader. Niemand komt tot God de Vader dan door Hem.

 

O, wat worden de schoenen van het Evangelie des vredes onmisbaar, gepast en dierbaar, als die Vredevorst, de Heere Jezus Christus, de Zaligmaker van zondaren, voor het eerst of opnieuw aan uw ziel wordt bekend gemaakt! Als u door het geloof – dat is het werk van Gods Geest – zicht krijgt op Hem, over Wie de apostel Paulus uitroept in Romeinen 5: Wij dan gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij Gód door onzen Heere Jezus Christus (Rom.5:1). Dit is de diepe, geestelijke betekenis van deze schoenen; van de bereidheid van het Evangelie des vredes. Zonder deze schoenen, buiten deze vrede van het Evangelie van de Vredevorst, van de Heere Jezus, komt u om! Zonder Hem, zonder Zijn schoenen bent u in levensgevaar. Zonder deze schoenen van de bereidheid van het Evangelie van de Heere Jezus Christus kunt u niet getroost leven en zeker ook niet zalig sterven!

Zonder Zijn schoenen bent u nog zonder hoop, zonder God en zonder Christus in de wereld. Maar met Zijn schoenen, met het Evangelie van Jezus Christus, de Gekruisigde, de Opgestane, de Eeuwig-Levende, staat u stevig en vast in uw schoenen. Ja, zelfs In het heetst van de strijd.

 

Wat is het onvergetelijk als de Vredevorst voor het eerst aan uw ziel wordt ontsloten of geopenbaard. Johannes weet het nog precies: Het was de tiende ure (Joh.1:40). Zo schrijft hij het later op als hij rond de 90 jaar oud is. Toen het gebeurde was hij nog maar een dertiger. Het was de tiende ure. Paulus schrijft: Tóen heeft het God behaagd Zijn Zoon in mij te openbaren (Gal.1:15,16).  Onvergetelijk ogenblik!

Maar ook als de Heere mij door Zijn Geest verder leidt op de levensweg, dan blijft het steeds weer nodig dat ik leer dat ik vanuit mezelf deze schoenen mis. Dan blijft het nodig dat ik er steeds weer achter kom dat ik met mijn schoenen van eigen makelij – mag ik het zó zeggen om bij het beeld te blijven – hoe glimmend gepoetst ook en hoe mooi ik mijn eigen schoenen ook opknap – ik bedoel het eerbiedig – ze passen niet! Gewogen, gewogen en te licht bevonden. Met de sloffen van mijn lauwheid en luiheid, mijn geesteloosheid, mijn wereldgelijkvormigheid en oppervlakkigheid, mijn vergeten en bedroeven van de Heere, begin ik in de strijd niets.

 

Gemeente, dát moet ik nu leren. Mijn eigen schoenen moeten worden afgeschreven, afgekeurd. En dat valt niet mee. Dat valt zo tegen. Ik dacht dat het in mijn leven alleen maar vóóruit zou gaan. Maar hoe verder de Heere mij leidt door Zijn Geest, gaat het voor mezelf, voor mijn eigen waarneming, alleen maar áchteruit. Soms word ik zelfs boos en kriegelig en opstandig en dan komen er verontwaardigde gedachten in me omhoog borrelen.

Is er dan helemaal niets goeds in mij?  Worden dan ál mijn eigen schoenen afgekeurd?

Ja, al mijn opgelapte schoenen die ik in de plaats van de wapenrusting van God wil gebruiken, kunnen regelrecht naar de vuilnisbelt. Dat is ontdekkend. Dan houd ik in mezelf niks over. Dan sta ik op blote voeten. Dat is vleeskruisigend, dat is afsnijdend en dat valt niet mee. Gods liefde en genade leert me daarvoor buigen.

Maar wat is het Godverheerlijkend en zalig voor mijn ziel als ik uit loutere genade, om de verdienste van Christus’ wil, de gordel der waarheid en het borstwapen der gerechtigheid en de schoenen aan mijn voeten, de schoenen van het Evangelie des vredes, ontvang.  Daardoor krijg ik uit Gods hand ware vrede voor mijn hart en rust voor mijn ziel. Hij schenkt die aan mij, Hij bekleedt mij daarmee, Hij doet mij die schoenen aan de voeten.

 

De weg van ontdekking is heilzaam, want God slaat mij om me te genezen. Hij breekt mij af om me op te bouwen. Hij rukt uit om te planten. Hij geeft net zolang onvrede en onrust in mijn ziel, totdat ik vrede en rust vind in Hem. De Heere Jezus Christus nodigt vermoeiden en belasten: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht (Matth.11:28-30).

Hij is de Vredevorst, Die tegen Zijn jongeren zegt: Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u (Joh.14:27). Dat is de vrede met God door het bloed van Zijn kruis. Als ik daarachter mag schuilen, als daarop licht valt, dan moet de boze binnenprater zwijgen, dan slaat de satan op de vlucht en dan wordt de vrede en rust gesmaakt waarvan Paulus zegt: En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat (Fil. 4:7). Dan bent u ook strijdvaardig in de strijd. Dan stemt u in met David in Psalm 18 vers 9: ‘Ik kan met U door sterke benden dringen.’ Dat kan alleen met die schoenen aan. ‘Met mijnen God zelfs over muren springen.’ Dan mogen we ook zeggen met de schoenen die God schonk: ‘Des Heeren weg is gans volmaakt en recht.’ Dat is de vrucht.

 

We zullen Psalm 18 vers 9 samen zingen:

 

Ik kan met U door sterke benden dringen,

Met mijnen God zelfs over muren springen.

Des Heeren weg is gans volmaakt en recht;

Doorlouterd, rein en trouw al wat Hij zegt.

Hij is een schild en Schutsheer voor den vrome,

Voor wie tot Hem de toevlucht heeft genomen.

Wie is een God als Hi, in tegenheên?

Wie is een rots, dan onze God alleen?

 

Onze tweede gedachte:

 

2. Bereidwillige voeten

 

Drie dingen zijn voor ons allemaal nodig: de gordel der waarheid, het borstwapen der gerechtigheid en nu vragen de schoenen van het Evangelie des vredes onze aandacht. Niemand van ons, man of vrouw, kind of jongere, kan die schoenen missen.

Strijders zonder een gordel, een goed wapen of met afgetrapte laarzen bevinden zich in een levensgevaarlijke situatie. Jongens en meisjes, het is als een brandweerman die zonder beschermend pak, zonder helm en waterslang een oplaaiend vuur tegemoet gaat om het te blussen. Dat doe je toch niet zo? Nu, wie zonder gordel, het borstwapen en zonder schoeisel de geestelijke strijd ingaat, wie zonder een oprecht hart, zonder Christus’ gerechtigheid en zonder vrede met God gaat strijden, verliest die strijd, vroeg of laat.

 

We lezen in onze tekst over voeten, geschoeide voeten, voeten die bereidwillig zijn tot de strijd. Het kenmerkende van deze schoenen is, zo lezen we, dat ze gevormd zijn door de bereidheid van het Evangelie des vredes.

Dat woordje ‘bereidheid’ kennen we wel. Je bent van harte gewillig en bereid, ijverig om God te dienen. Als je die schoenen aanhebt dan ontbrandt een vuur vanbinnen, dan komt er een ijver en verlangen om goed en groot over de Heere te spreken, om van Hem te getuigen.

De bereidheid van het Evangelie des vredes. Wie bij de Bron leeft, bij Christus, wie uit die Bron leeft, uit die Bron drinkt, uit Zijn volheid wordt bediend, stemt met de dichter van Psalm 108 in: ‘Mijn hart, o Hemelmajesteit, is tot Uw dienst en lof bereid.’ Dat is de eerste betekenis van dat woordje ‘bereidheid’. Als u deelt in de vrede van God die er is in de Heere Jezus Christus, als u deelt in Zijn liefde en genade, dan kan het niet anders of er is een hartelijke gewilligheid en een bereidheid om aller zonde vijand te zijn. U haat die zonden en breekt met die zonden, ook al gaat dat met vallen en opstaan, ook al is dat altijd ten dele en van uw kant onvolkomen.

Er komt ook een bereidheid om de Heere te dienen: Ik zal U hartelijk liefhebben, Heere, mijn Sterkte (Ps.18:2). U verlangt om de goede strijd des geloofs te strijden, u verlangt ernaar om Zijn getuige te zijn. U begeert om profeet, priester en koning te zijn. Het schoeisel van de bereidheid van het Evangelie des vredes maakt geen luie mensen, maakt u niet lijdelijk. U kunt nooit met uw armen over elkaar gaan zitten als u de schoenen van de bereidheid van het Evangelie des vredes van God hebt ontvangen. Integendeel, het maakt u juist van harte bereid en gewillig tot Zijn dienst; met gevouwen handen en gebogen knieën. Bereidwillig: het hoofd omhoog, het hart naar boven.

 

De tweede betekenis van dat schoeisel is ‘standvastig’. Het maakt je sterk. Je staat sterk in je schoenen. Je bent standvastig in de strijd. Het betekent: vast, iets waarop je kunt staan. Je hebt een betrouwbaar fundament. Je kunt erop aan. Welnu, op het Evangelie van de vrede Gods in Jezus Christus kunt u staan. Daarop kunt u bouwen, dat is volkomen betrouwbaar. Er is geen ander fundament, er is geen andere grond. Al het andere is onhoudbaar om voor God te kunnen bestaan.

Bereidheid betekent hier ook ‘toegerust zijn’. U bent toegerust met het Evangelie des vredes. U hebt de schoenen ontvangen en aangedaan. En dat alles is vrucht van Hem, bij Wie de schoenen van de bereidheid van het Evangelie des vredes ook niet ontbraken.  De Heere Jezus Christus is omgord geweest met de gordel van de waarheid, Hij is bekleed geweest met het borstwapen der gerechtigheid en Hij is geschoeid met de bereidheid van het Evangelie des vredes.

Paulus schrijft in hoofdstuk 2 aan de Efeziërs: En komende, heeft Hij door het Evangelie vrede verkondigd u die verre waart en dien die nabij waren (Ef.2:17). Zo zijn de Efeziërs gekomen tot die zalige genade en kennis van Hem, de Vredevorst, en hebben ze een fundament onder hun voeten gekregen. Vaste grond, vrede voor hun hart, rust voor hun ziel.

 

Jongens en meisjes, nu is het toch wel voor ons allemaal duidelijk dat we die schoenen aan onze voeten nodig hebben, we hebben een fundament nodig. Je moet sterk in je schoenen staan; op je werk, op stage, op school, in de collegebanken. Sterk in je schoenen staan buiten de Heere Jezus blijkt vroeg of laat zandgrond te zijn. Dan sta je niet stevig. Daar kom je wel achter.

Als de Heere Zijn liefde in je hart uitstort en als Gods Geest je leert en oefent en onderwijs geeft, dan kom je erachter dat alles buiten Christus, alles van jezelf, ten diepste geen steun geeft, geen vastheid biedt. Er is maar één grond, één betrouwbaar Woord en dat is het Woord van God, met daarin geopenbaard Jezus Christus en Dien gekruisigd.

Hij is onze Vrede. Hij heeft vrede verworven. Hij is de Vredevorst. Gelovig Hem volgend zijn onze voeten geschoeid met de bereidheid van het Evangelie en is de overwinning en onze toekomst zéker.

 

Maar nog even dit. Als het gaat om het Evangelie des vredes, over die schoenen, wat is er dan binnen de kerken veel wantrouwen tegenover elkaar. Wat een achterdocht! We geloven elkaar niet. Wat een verdeeldheid!

In de wereld om ons heen ervaren we chaos. Wat een haat en wat een nijd! Maar zo hoort het in het huis van God niet te zijn. We moeten als Christus’ Kerk eensgezind deze wereld intrekken, uitgerust met de wapenrusting Gods om de boze te weerstaan en hem zijn vaten te ontroven! Met de bereidheid van het Evangelie. Gaat dan heen, onderwijst al de volken.

 

Gemeente, er is maar één Rustgrond. Hier beneden is het niet! Nergens is rust, vrede en houvast. Er is maar één betrouwbaar fundament, mijn Heere Jezus Christus, de Gekruisigde, de Eeuwig-levende. Hij roept Zijn Kerk te midden van de strijd toe: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld (Matth.28:18,20).

Ook Maarten Luther heeft in het heetst van de strijd door goddelijke genade zijn voeten geschoeid met de bereidheid van het Evangelie des vredes. Als de duivel hem plaagt en benauwt, hem op zijn hielen zit, dan zegt hij: ‘Satan, je bent bij mij op het verkeerde adres. Ga met je leugens, met je vuile, sluwe pijlen, met je aanvechtingen naar Golgotha. Daar moet je zijn.’

Maarten Luther staat heel sterk in zijn schoenen. Hij heeft de schoenen van de bereidheid van het Evangelie des vredes aan. Maar de duivel vecht hem aan en zegt: ‘Moet jij nou naar Worms gaan om daar te gaan getuigen?‘ Dan hoor je Luther zeggen: ‘Al waren er duivelen als pannen op de daken in Worms, ik ga. Ik kan niet anders, hier sta ik.’ Hij gaat met de schoenen van de bereidheid van het Evangelie des vredes. Daar ligt voor hem de rust van zijn ziel en de vrede voor zijn hart. In Jezus Christus en in de sterkte van Zijn macht staan hij en u en ik krachtig en sterk in de strijd.

 

Zijn wij ook zo moedig en vol vertrouwen? Het is de derde betekenis als we het over de ‘bereidheid’ hebben. Dan hebben we het over overgave, over onderwerping. Als ik de schoenen van de bereidheid van het Evangelie des vredes aanheb, dan is er ook die volle overgave en het onderworpen zijn aan de weg die God met mij gaat. Ook al is dat een onbegrepen weg; vaak ook een moeilijke weg. Maar als ik die schoenen aanheb, mag ik met de apostel in Hebreeën 12 zeggen dat ik de loopbaan zal lopen waarop Christus mij is voorgegaan, ziende op Hem, Zijn voetstappen drukkende, wetend dat Zijn weg ook mijn weg is. Hij is me daarin voorgegaan. Hij reikt me de schoenen aan van vertrouwen, de schoenen van ‘het is goed wat U doet’. De schoenen van ‘Uw wil geschiede’, want Uw weg is de weg door lijden tot heerlijkheid en van kruis naar kroon, van strijd naar overwinning.

Als het gaat om de schoenen van de bereidheid des Evangelie des vredes zegt de kanttekening: ‘Dat is, met altijd bereid te zijn om het geloof te belijden en rekenschap te geven van de hoop die in u is. Want de schaamachtigen of vreesachtigen in dit stuk pleegt satan lichtelijk tot zware zonden te brengen.’

 

We sluiten af met de vraag: Wat hebben we dus nodig? Wel, schoenen van de bereidheid van het Evangelie des vredes. Die schoenen geven u vastheid en stevigheid, ze zorgen ervoor dat u niet terugdeinst in de strijd. Stel je voor dat u die schoenen niet aanhebt. Bij het minste of geringste struikelt u, wankelt u of u wordt omvergeworpen.

Met die schoenen hebt u een antwoord op de vraag morgen: ‘Heb je de voetbaluitslagen gezien? Heb je naar die en die film gekeken? Hoe heb jij je weekend doorgebracht?’ Zo zijn toch vaak uw collega’s of andere mensen die u ontmoet? Ze beuken op je in. ‘Breng jij zo je weekend door? Man, Je bent niet goed wijs. Het lijkt wel alsof je in de vorige eeuw leeft.’ Ze lachen je misschien uit omdat je hopeloos ouderwets bent.

Daarom moeten we die schoenen aanhebben, de schoenen van de bereidheid van het Evangelie des vredes. Jongelui, wat kunnen er een stekels, wat kunnen er spijkers, glasscherven en takken op je levensweg liggen. Voordat je het weet val je erover.

Als je dan niet die schoenen van de bereidheid van het Evangelie des vredes aanhebt, dan lig je zo omver. Dan word je bang, dan deins je terug. Je trekt je terug en je bent bezig om de strijd te verliezen. Je hebt geen grip meer op de situatie. Alleen als we de schoenen van God, in Jezus Christus, aanhebben, dan houden we het vol, dan zijn we standvastig, dan zijn we weerbaar.

 

Paulus zegt: Als God met me is, wat heb ik dan te vrezen? Wat zal een nietig mens mij doen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn (Rom. 8:31). Ik hoef voor geen mens bang te zijn, want God is aan mijn zij. Zijn schoenen ondersteunen mij. Die geven mij vertrouwen, hoop, bescherming, moed, rust en vrede.

God weet van me af. Zo zijn de martelaars, jongens en meisjes, in de gevangenis omgekomen of de brandstapel opgegaan. De Heere was met hen, ze waren geschoeid met de schoenen van de bereidheid van het Evangelie des vredes. Zij hadden niets te vrezen.

 

Daarom zingen Paulus en Silas met bebloede ruggen Gode lofzangen in de gevangenis, midden in de nacht. Ze zijn geschoeid met de bereidheid van het Evangelie des vredes. Polycarpus, jongens en meisjes, was bisschop van Smyrna in het jaar 100 na Christus. Als de christenvervolging uitbreekt moet ook hij naar het schavot. Hij krijgt nog één keer de gelegenheid om zijn geloof te verloochenen.

Dan zegt die oude christen: ‘Zesentachtig jaar heeft mijn God mij gedragen en gespaard, liefdevol voor mij gezorgd, zou ik Hem dan nu verloochenen? Nee, ik ben bereid om ook deze laatste voetstappen met Hem te gaan.’ U vraagt: Hoe kon deze oude Polycarpus dat zo zeggen? Omdat hij door genade geschoeid was met de bereidheid van het Evangelie des vredes. Daarom!

Doch wie roemt, die roeme in den Heere (2 Kor.10:17). Polycarpus roemde in de Heere.

 

Amen.

 

Onze slotzang is Psalm 4 vers 4:

 

Gij hebt m' in 't hart meer vreugd gegeven,

Dan and'ren smaken in een tijd,

Als zij, door aards geluk verheven,

Bij koorn en most wellustig leven,

ln hunnen overvloed verblijd.

Ik zal gerust in vrede slapen,

En liggen ongestoord ter neer;

Want Gij alleen, mijn schild en wapen,

Schoon 't onheil schijnt voor mij geschapen,

Zult mij doen zeker wonen, Heer’.