Ds. S. Maljaars - Lukas 4 : 1 - 4

Jezus in de woestijn

Lukas 4
1. geleid door de Geest – vers 1
2. verzocht van de duivel – de verzen 2 en 3
3. overwinnend met het Woord – vers 4

Lukas 4 : 1 - 4

Lukas 4
1
En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn;
2
En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geeindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.
3
En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.
4
En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 74: 18 en20
Lezen : Lukas 4: 1-15
Zingen : Psalm 89: 9, 10 en 20
Zingen : Gebed des Heeren: 7 en 8
Zingen : Psalm 132: 12

Gemeente, met Gods hulp willen we u Gods Woord prediken uit Lukas 4, de verzen 1 tot en met 4. We lezen daar:

 

1. En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn;

2. En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geëindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.

3. En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.

4. En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.

 

We zien hier ‘Jezus in de woestijn’:

1. geleid door de Geest – vers 1;

2. verzocht van de duivel – de verzen 2 en 3;

3. overwinnend met het Woord – vers 4.

 

1. Geleid door de Geest

Gemeente, er ligt een gedeelte van het Lukasevangelie voor ons. Uit de inleiding van deze evangeliebeschrijving blijkt dat de arts Lukas alles van het leven van de Heere Jezus nauwkeurig heeft onderzocht. Vervolgens schrijft hij deze dingen aan een zekere Theófilus, opdat deze man de zekerheid zou mogen kennen van de dingen waarin hij onderwezen is. De Heere geve dat we vandaag als zo’n Theófilus geestelijk onderwijs mogen ontvangen.

Ook de evangelisten Matthéüs en Markus beschrijven dit gedeelte uit het leven van de Heere Jezus. Blijkbaar achtte de Heilige Geest het nodig dat de verzoeking van de Heere Jezus in de woestijn drie keer in de Bijbel staat. Zo wordt duidelijk onderstreept wat de vierde evangelist, Johannes, schrijft in zijn eerste zendbrief: Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou (1Joh.3:8).

Dat geeft ook nu nog hoop.

 

En Jezus, zo lezen we in vers 1.

Gemeente, jongeren en ouderen, het gaat om de Heere Jezus. Hij is de dierbaarste Persoon van de hemel en de aarde. Hij is in deze geschiedenis ook de Hoofdpersoon. Het is Jezus Die wederkeert, Jezus Die wordt geleid, Jezus Die wordt verzocht, Jezus Die antwoordt en spreekt. Jezus is dus de Hoofdpersoon. Hij moet ook de Belangrijkste worden in ons leven. Zullen we dat bedenken op onze reis naar de eeuwigheid? Zonder Hem gaat het echt niet.

We komen Jezus tegen in de woestijn, verzocht door de satan. Hier wordt duidelijk wat de Heere in het paradijs tegen de duivel gezegd heeft: En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen (Gen.3:15). In deze geschiedenis wordt die strijd tussen Christus en satan zichtbaar, bijna tastbaar.

 

Het is opmerkelijk hoe Lukas – geïnspireerd door de Heilige Geest – hier zijn stof ordent. In hoofdstuk 3 de verzen 21 en 22 lezen we over de doop van de Heere Jezus. Dan volgt er een onderbreking waarin het geslachtsregister van de Zaligmaker beschreven wordt. Vervolgens schrijft Lukas over de verzoeking in de woestijn.

Bij de twee andere evangelisten staat de verzoeking direct na de doop van de Heere Jezus. Bij Lukas zit er nog wat tussen. Zo valt bij hem heel veel nadruk op de verzoeking van Jezus in de woestijn. Deze geschiedenis moet blijkbaar veel aandacht hebben.

Er is nog een reden waarom Lukas op deze manier zijn stof behandelt. Het gaat om Jezus. Híj wordt verzocht in de woestijn. Wie is Hij?

Jezus is de ware Zoon van God. In vers 22 van het vorige hoofdstuk lezen we dat de Vader heeft gezegd: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen! Maar de Heere Jezus is tegelijkertijd de ware Zoon van Adam. Dat blijkt duidelijk uit het geslachtsregister dat na de doop wordt beschreven vanaf vers 23. Zo is Jezus waarachtig God en tegelijk waarachtig en rechtvaardig Mens. Hij is de Middelaar, Die tussen God en mens in staat om hen bij elkaar te brengen.

En deze Middelaar wordt nu door de duivel verzocht in de woestijn. Voordat Hij Zijn Middelaarswerk in het openbaar aanvangt, wordt Hij op de proef gesteld.

 

En Jezus, vol des Heiligen Geestes (…).

De evangelist noemt de derde Persoon in het Goddelijk Wezen ‘de Heilige Geest’. Lukas zegt hier niet alleen ‘de Geest’, maar ‘de Héilige Geest’. Dat doet Lukas vaker. Ook bij de geschiedenis van Jezus’ doop in hoofdstuk 3 lezen we de Naam van de Heilige Geest voluit. Lukas wil met alle nadruk aangeven dat het gaat om de Heilige Geest, de Geest Die van de Vader en van de Zoon uitgaat, eenswezens met de Vader en de Zoon, waarachtig en eeuwig God.

Jezus is vol van de Heilige Geest; Hij wordt er helemaal door beheerst. Het is dus niet alleen dat die Geest Hem van buitenaf vervult, maar Jezus beschikt ook Zelf over die Geest.

Lukas gebruikt de uitdrukking ‘vol van’ op meer plaatsen. Zo heeft hij het in zijn evangelie over een man vol melaatsheid (Luk.5:12). In zijn tweede boek, de Handelingen, lezen we over diaken Stéfanus dat hij een ambtsdrager vol van geloof en kracht was (Hand.6:8). En de discipelin Dorkas uit Joppe was vol van goede werken en aalmoezen, die zij deed (Hand.9:36).

Zo is Jezus vol van de Heilige Geest. Hij wordt volledig en voortdurend geleid door de Geest. Die Heilige Geest ís in Hem en wérkt in Hem.

Zo’n Zaligmaker krijgen Gods kinderen nodig. Vanuit zichzelf zijn ze immers zo leeg van de Heilige Geest.

 

En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan.

Wat is er bij de Jordaan gebeurd?

Daar is de Heere Jezus gedoopt. Hij heeft daar gebeden. Daar werd de hemel geopend en daalde de Heilige Geest op Hem neer in de gedaante van een duif. Daar heeft de stem van de Vader geklonken: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen! (Luk.3:22).

Nu keert Jezus terug van de Jordaan. Na de hemelse bevestiging komt de satanische verzoeking. Nadat de Vader uit de hemel Hem heeft toegeroepen: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, gaat de duivel uit de hel Hem tegenwerpen: Indien Gij Gods Zoon zijt.

Voelen we de tegenstelling die Lukas met een enkele penseelstreek schildert? Jezus van de Jordaan naar de woestijn.

Catechisanten, jullie weten wat de Naam Jezus betekent: Zaligmaker. Want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden (Matth.1:21). Jezus is de Held bij Wie de Vader hulp besteld heeft, Die machtig is om te verlossen, om zalig te maken. Deze Held komt van de Jordaan. De duivel heeft daar goed geluisterd: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen! Satan weet: Jezus is de Zoon van God, Die uit het gevallen geslacht van Adam Zijn Kerk gaat verlossen. En daar komt deze kaper nu op af.

 

Jongens en meisjes, jullie hebben vast weleens gehoord van de Duinkerker kapers. Zij maakten eeuwen geleden de kusten van Engeland en het vasteland van Europa onveilig. Deze kapers gingen nooit op een leeg schip af, dat hoog op de golven van de zee lag. Maar ze roeiden altijd naar een diepliggend schip. Want deze ruwe mannen wisten het: daar is buit te halen.

Zo is de duivel een kaper die altijd op een diep geladen schip afkomt. Hij gaat alleen naar mensen die iets van God gekregen hebben.

Hier heeft hij het gemunt op Gods Zoon. ‘Na de berghoogte komt voor Jezus de hellediepte’, las ik in een preek over dit tekstgedeelte.

Ook Gods kinderen krijgen met deze kaper te maken. De gang van de Borg in de woestijn blijft hun niet vreemd. Gods volk weet dat er na een hoogte van bemoediging dikwijls een diepte van bestrijding komt. Na een hemelse verkwikking komt er zo vaak een satanische verzoeking.

Herkennen we er iets van in ons leven?

 

En werd door den Geest geleid in de woestijn.

Opnieuw wijst Lukas op de Geest. Door de besturing van de Heilige Geest wordt Jezus in de woestijn geleid. Matthéüs heeft het over ‘wegleiden’, Markus over ‘uitdrijven’.

Calvijn geeft hierbij aan dat Jezus in deze strijd gebracht is door een bepaald plan van God. Alles gebeurt hier met toestemming van God de Vader. Eigenlijk zegt de Vader tegen de duivel: Hier hebt u Mijn geliefde Zoon. Ga Hem maar een poosje beproeven en aanvallen. Beproef maar eens of Mijn Zoon zal struikelen. Hier hebt u Hem voor een tijd. Maar uiteindelijk kunt u slechts zover gaan als Ik toelaat.

 

In de woestijn – de verklaarders gaan ervan uit dat het de woestijn van Judéa is geweest.

Een woestijn is een kale wildernis, een plaats van onvruchtbaarheid. De woestijn herinnert aan de vloek vanuit het paradijs. Door onze zonde werd het aardrijk vervloekt. Nu brengt de aarde doornen en distelen voort. Daardoor zijn er ook woestijnen gekomen, droge en onvruchtbare gebieden.

Een woestijn is ook een plaats van afzondering. Mozes en Paulus werden in de woestijn voorbereid op hun levenstaak. Zoals Johannes de Doper in de woestijn verkeerde vóór de dag van zijn vertoning aan Israël, zo moet ook Jezus een tijd in de woestijn verblijven vóór Hij in het openbaar Zijn werk begint.

Verder is de woestijn een plaats van beproeving. Denk aan het volk Israël dat veertig jaar door de woestijn moest trekken. Waarom?

Mozes zegt tegen het volk aan het einde van de reis: En gij zult gedenken aan al den weg, dien u de Heere, uw God deze veertig jaren in de woestijn geleid heeft; opdat Hij u verootmoedigde, om u te verzoeken, om te weten, wat in uw hart was, of gij Zijn geboden zoudt houden, of niet (Deut.8:2). Dus die veertig jaar was een beproevingstijd voor Israël. De Heere wilde het volk op de proef stellen en weten wat er in hun hart was. Wat er in het hart van de Israëlieten zat, kwam tijdens die jarenlange woestijnreis wel uit.

 

Gemeente, wij prediken u Jezus, de Zaligmaker, vol van de Heilige Geest, geleid in de woestijn. De eerste Adam heeft van het paradijs een woestijn gemaakt door te luisteren naar de duivel. De tweede Adam maakt door herscheppende genade van de woestijn weer een paradijs door gehoorzaam te zijn aan Zijn Vader. Hij blijft staande in de verzoeking. Daarom alleen zal er straks een volk zijn dat naar Gods raad eeuwig op de nieuwe aarde zal wonen.

Ook Gods kinderen worden in de woestijn gebracht. Zij worden hierin óók geleid door de Geest. Dat kunnen ze niet altijd zo bezien, als ze in de woestijn moeten verkeren.

In de woestijn leren ze bedelen om Gods Geest. Hoor zo’n woestijnreiziger bidden in de laatste zondag van de Heidelbergse Catechismus: ‘Dewijl wij van onszelf alzo zwak zijn, dat wij niet een ogenblik zouden kunnen bestaan, en daartoe onze doodsvijanden, de duivel, de wereld en ons eigen vlees, niet ophouden ons aan te vechten, zo wil ons toch staande houden en sterken, door de kracht Uws Heiligen Geestes, opdat wij in dezen geestelijken strijd niet onderliggen, maar altijd sterken wederstand doen, totdat wij eindelijk ten enenmale de overhand behouden.’ Een woestijngebed om kracht van de Heilige Geest.

 

Wat ligt er in onze eerste gedachte een rijk Evangelie. Omdat Jezus in de woestijn werd geleid, houdt Zijn volk het vol in de woestijn. Zo komen ze ook eenmaal door de woestijn. De bekende Isaäc da Costa merkt in zijn Bijbellezingen treffend op: ‘De volharding van de heiligen rust op de volharding van Christus.’ Omdat de Middelaar tot het einde toe heeft volhard in de woestijn, zullen ook Gods kinderen volharden tot het einde.

O, schep moed, volk des Heeren. Uw Borg, Jezus, was eerst in de woestijn. U moet hier dóór de woestijn, maar u komt er ook doorhéén. Uw volharding rust op de volharding van Jezus. Dat betekent een zekere troost.

 

Jezus in de woestijn. Ons eerste punt was: geleid door de Geest. Nu gaan we naar de tweede gedachte:

 

2. Verzocht van de duivel

En werd veertig dagen verzocht van den duivel, lezen we in vers 2.

Jonge mensen, wat betekent ‘verzoeken’?

Het Griekse woord heeft verschillende betekenissen. Het wil zeggen ‘op de proef stellen’ of ‘onderzoeken’. Soms betekent het ook ‘verleiden’ en ‘proberen tot zonde te brengen’. Er zijn heel veel verzoekingen in ons en rondom ons die ons tot zonde proberen te drijven.

Dat is hier ook het doel van de duivel. Wat zou hij Jezus graag in de zonde willen laten vallen. Dan staat de zaligheid die deze Middelaar voor Gods volk gaat verdienen op losse schroeven. Daarom verzoekt hij Jezus zo’n zes weken lang, onophoudelijk.

In het Grieks lezen we voor ‘duivel’ het woord ‘diábolos’. We kennen die naam misschien wel uit het boek van John Bunyan: De Heilige Oorlog. Diábolos betekent letterlijk: hij die alles door elkaar heenwerpt. Diábolos is een achterklapper en lasteraar, een beschuldiger en verdachtmaker. Hij probeert alles uit elkaar te drijven.

Hij wil Jezus hier laten struikelen op Zijn weg. De boze heeft het op de ondergang van de Zaligmaker en Zijn volk gemunt. Hij wil Gods heilsplan verijdelen en laten mislukken. Calvijn zegt dat de duivel al zijn kracht en woede in het werk stelt.

Doorzien we zijn duivelse list? Hebben we ook last van deze diábolos, of zijn we nog een vriend van hem? Vraag of de Heere deze vriendschap wil verbreken!

 

En werd veertig dagen verzocht van den duivel.

We moeten inderdaad aan die hele periode denken voor de verzoeking van Jezus. Markus noemt ook die veertig dagen. Matthéüs wijst vooral op het laatste gedeelte van deze tijd. De kanttekenaar merkt op dat satan tegen het einde van die tijd Jezus ‘op het allerheftigst verzocht heeft’. Da Costa zegt in zijn Bijbellezingen dat het eerst wat schermutselingen waren, met aan het einde de openbare veldslag.

Het getal veertig is een belangrijk getal in Gods Woord. Dit getal ziet op een tijd van voorbereiding op iets dat komen gaat. Soms gaat het over de tijd van uitvoering. Veertig dagen was er regen op de aarde bij de zondvloed. De Heere voerde Zijn straf uit. Veertig jaar was Mozes in de woestijn van Midian om voorbereid te worden op zijn taak als leider van het volk. Veertig dagen kreeg Ninevé de tijd om zich tot de Heere te bekeren.

Gemeente, zo zijn deze veertig dagen voor de Borg een tijd om Zich voor te bereiden op Zijn ambtsvervulling in het openbaar. Hij verblijft daar in de woestijn om Zich geheel aan de taak te wijden waartoe de Vader Hem aangesteld heeft. Hij brandt van liefde om dat werk te doen. Daarom zoekt Hij de tere gemeenschap met Zijn Vader in de woestijn.

En daar wil de duivel nu tussen komen. Daarom die schermutselingen met de duivel, uitlopend op de veldslag aan het eind. Maar Jezus zal als de grote Held uit deze strijd komen. Dat kan niet anders, want Hij is de volmaakte Zoon van God.

 

En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen.

‘Hij heeft Zich tot Zijn ambt met vasten bereid’, schrijft de kanttekenaar in de inleiding op het boek Lukas. Jezus heeft gevast in die veertig woestijndagen.

In die tijd heeft God de Vader Zijn Zoon ‘onmiddellijk’ onderhouden. ‘Onmiddellijk’ betekent ‘zonder middelen’, dus zonder eten. Dat heeft de Heere in het Oude Testament ook gedaan bij Mozes op de berg Sinaï, en bij Elía tijdens de reis naar de berg Horeb.

Dat mogen wij natuurlijk niet nadoen; wij moeten gewoon de middelen gebruiken. Maar deze onmiddellijke onderhouding heeft de Heere gegeven onder bijzondere omstandigheden. Hier doet Hij het bij Jezus. Zo hoeft de Heere Jezus tijdens die veertig dagen niet te eten. Maar Zijn kracht als mens vermindert niet.

 

En als dezelve geëindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste.

Aan het einde van die veertig dagen trekt de Vader Zijn onmiddellijke onderhouding in. Het gevolg is dat Jezus erge honger krijgt. Er staat hier: zo hongerde Hem. Dat is niet zomaar trek in eten geweest, zoals wij krijgen als we een paar uur geen voedsel tot ons nemen. Het gaat hier om hevige honger, zoals mensen in een tijd van erge hongersnood hebben. Die sterke honger overvalt de Heere Jezus.

Kinderen, daaraan zie je dat de Heere Jezus ook mens was. Het is een bewijs van Zijn waarachtig menszijn. Wat ligt hierin een troost. De Borg heeft honger gehad in de woestijn. Hij was echt mens. Zo kan Hij de medelijdende Hogepriester zijn voor Gods kinderen, die in de woestijn van het leven hun menszijn zo moeten inleven en in verzoekingen geleid worden. Want in hetgeen Hij Zelf, verzocht zijnde, geleden heeft, kan Hij degenen, die verzocht worden, te hulp komen (Hebr.2:18). Zo’n Hogepriester hebben we nodig.

 

Op het moment dat de Heere Jezus honger heeft, komt de duivel om Hem te verzoeken. Matthéüs noemt hem ‘de verzoeker’. Satan weet precies wanneer hij moet komen. Hij weet wíe hij wánneer moet treffen en verleiden. Zijn tactiek is sluw en geraffineerd. Hij heeft als doel om mensen af te trekken van de Heere.

Diábolos is daarmee begonnen in het paradijs. Toen ging hij naar Eva om haar aan het twijfelen te brengen. Vervolgens viel het eerste mensenpaar samen in de zonde. Zo maakte satan de mens los van God.

Satan is altijd bezig om de mens van de Heere vandaan te houden. Daarin heeft hij al ruim zesduizend jaar ervaring. Hij weet ons heel veel tijd bezig te houden met onbelangrijke zaken. Hij vult onze tijd met de dingen van de wereld: opgaand in werelds vermaak en plezier, druk met onze dagelijkse zorgen, bezet met ons leven hier en nu. En uiteindelijk sleurt hij de mens mee in het eeuwig verderf.

Hij doet wat zijn naam zegt: ‘diábolos’ – hij die alles door elkaar heen werpt.

 

Gemeente, onthoud het maar: satan keert alles om en gooit alles door elkaar. Zo spreekt hij bijvoorbeeld goed over het kwade en kwaad over het goede.

Jongeren, diábolos praat soms heel luchtig over het kwade, over de zonde. Dan zegt hij: Toe, op zaterdagavond naar het café is toch niet zo erg? Je bent toch maar één keer jong? Je vrienden van de kerk doen het toch ook? Je kunt toch niet overal op tegen zijn?

Soms probeert hij het met een andere verleiding: Wat geeft het als je verkering hebt en samen naar bed gaat? Vroeger waren de mensen daar op tegen, maar zo ouderwets zijn we nu toch niet meer?

In onze tijd is de duivel bijzonder actief om alle goede en heilige geboden van God openlijk te laten overtreden.

Satan zegt ook kwade dingen over het goede. Soms spreekt hij oppervlakkig over de genade. Dan maakt hij de mensen wijs: Gods genade is er voor iedereen die gelooft. Neem het aan. Ga ervan uit dat ook jij een kind van God bent. Echt, het hoeft allemaal niet zo diep en zwaar. Neem het wat gemakkelijker.

Bij anderen gooit de duivel het juist over een andere boeg. Dan maakt Hij Gods genade als het ware onbereikbaar. Hij laat in de gedachten van mensen postvatten dat het niet voor hen is: Dacht je werkelijk dat jíj genade zou kunnen krijgen? Dat is maar voor een paar uitverkoren mensen. En als je daar nu niet bij hoort … Dan kun je je hele leven wel in de kerk zitten en naar de preken luisteren, maar dan zul je er nooit komen. Trouwens, hoeveel genadetijd heb je al verspild? Je hoeft nu echt niet meer bij God aan te komen.

Wat heeft diábolos veel pijlen op zijn boog. Maar of hij het nu linksom of rechtsom probeert, hij heeft maar één doel: ons van de Heere aftrekken.

 

O, geliefden, zullen we waakzaam zijn? Want de duivel kan ons op allerlei manieren zoet houden in deze wereld: de een op een oppervlakkig godsdienstige manier, de ander op een schijnbaar rechtzinnige manier. Als u, als jij maar bij de Heere vandaan blijft en niet als een arme zondaar buigt aan Zijn voeten. O, bid dan: ‘Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.’

Ook Gods volk krijgt last van de duivel. Zodra de Heere in hun leven komt, wordt de dienst aan satan opgezegd. Diábolos laat zijn prooi echter niet zomaar los. Hij probeert alles door elkaar heen te werpen met zijn list en geweld. Er is oefening nodig om zijn gedrag te leren kennen. Paulus schrijft aan de gemeente van Korinthe: Want zijn gedachten zijn ons niet onbekend (2Kor.2:11). Hij wist uit ervaring van de tactiek van de duivel.

Kinderen des Heeren, u moet hier in de woestijn verootmoedigende lessen leren. De satan spant samen met de wereld en uw boze hart. U wordt door de overste van de wereld verleid en door het kwade in uw hart nog zo licht verrast. Laat het uw gebed maar zijn: ‘Bescherm ons, in den bangen tijd van zielsverzoeking en van strijd; laat nooit den bozen vijand toe dat hij ons enig’ hinder doe.’

Toch ligt er ook veel troost in deze geschiedenis van de verzoeking van Jezus. Gods volk zal ervaren dat er Eén sterker is dan de duivel. De Zaligmaker zal bij iedere verzoeking zorgen voor uitkomst. De tijd van hun verzoeking is door God bepaald.

 

En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt (…).

In vers 3 komt die satanische verzoeking, gemeente. De duivel weet op het juiste moment de Zaligmaker te treffen. Kortgeleden zei de Vader dat Jezus Zijn geliefde Zoon was. Nu grijpt de duivel Hem juist op dát woord. Zo zoekt de helse tegenstander een wig te drijven tussen de Vader en de Zoon.

 

Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood worde.

De duivel weet dat Jezus honger heeft. Juist op dát ogenblik komt hij met zijn verzoeking. Hij kiest precies dát moment om toe te slaan: U bent toch Gods Zoon? Nu, dan hoeft U toch niet te hongeren? Dat is toch helemaal niet nodig? U hoeft maar iets te zeggen en U bent van Uw honger af. Zeg tot deze steen dat hij brood wordt en U kunt eten.

Jongens en meisjes, die afgesleten stenen in de woestijn leken op broden. Satan wijst ernaar: Kijk eens naar die stenen. Laat ze op Uw bevel echt broden worden.

 

Wat wil de duivel hier doen?

Hij probeert Jezus over te halen om Zélf het heft in handen te nemen en Zich niet langer te onderwerpen aan Zijn Vader. Hij wil dat er iets tussen de Vader en de Zoon komt en dat Gods Zoon terugkeert van Zijn weg, zodat het gehele raadsplan van de verlossing tenietgaat.

Gemeente, dat zou verschrikkelijk zijn. Dan zou alles verloren zijn. Geen mens zou dan ooit zalig kunnen worden. Als Jezus nu eens zou luisteren naar satan … Hij zou gemakkelijk van die steen brood kunnen maken. Hij hoeft immers maar te spreken en het is er, te gebieden en het staat er. Hij zal straks water in wijn veranderen op de bruiloft te Kana. Hij kan hier in de woestijn ook een steen veranderen in brood.

Maar Hij mag dit niet op bevel van de duivel doen. Tussen Zijn Vader en Hem mag niets komen. Daarom zal Hij straks deze verzoeking afwijzen, als de grote Held Die staande blijft.

 

Jongeren en ouderen, de duivel weet wanneer hij moet komen. Hij is niet alwetend en niet almachtig. Toch weet hij veel en kan hij veel. Hij is altijd dichtbij. Hij zoekt gelegenheden om ons op onze zwakke plek te treffen.

We kunnen natuurlijk niet zeggen dat de Heere Jezus een zwakke plek had, want dat is ten enenmale onmogelijk bij de volmaakte Zoon van God. Toch wist de duivel wel op welke tijd hij bij Jezus moest komen: precies op het moment van de honger.

Wij hebben wél genoeg zwakke plekken. Wij zijn zondige mensen, geneigd tot het kwade. Ook Gods kinderen hebben veel zonden en gebreken. De een heeft last van hoogmoed en gaat zó de hoogte in. Bij een ander ligt de grootsheid van het leven op de loer en het opgaan in de dingen van het hier‑en‑nu. Een derde tobt met zijn zwaarmoedigheid en ligt als het ware altijd open voor bestrijdingen. En de duivel weet er handig op in te spelen.

 

Indien Gij Gods Zoon zijt (…).

Diábolos komt altijd met zijn ‘indiens’ om twijfel te zaaien. Daar is hij al mee begonnen in het paradijs. Hoor maar: Is het ook, dat God gezegd heeft (…)? (Gen.3:1). Zo werpt diábolos alles door elkaar en plaatst hij overal een vraagteken bij.

Hier zegt hij eigenlijk: Bent U wel écht Gods Zoon? Immers, als dat zo zou zijn, dan hoefde U toch geen honger te lijden? Vraagteken, vraagteken …

Dat doet de duivel misschien ook wel bij jou, bij u – allemaal vraagtekens zetten. Is het wel waar wat er in Gods Woord staat? Hoe zit dat dan met Genesis 1? Hoe kan alles geschapen zijn in zes dagen tijd? Wie zegt dat er in het begin maar twee mensen waren? En is de evolutietheorie niet een beetje in verband te brengen met de Bijbel? Hoe zit het met de hemel en de hel? Bestaan die wel echt?

Gemeente, voelen we het satanische dat soms zomaar in ons hart ingefluisterd wordt? Om mensen – jongeren, volwassenen en ouderen – tot twijfel te brengen, om ons af te voeren van het Woord en weg te laten glijden in de wereld, om ons uiteindelijk het nare verderf in te slepen.

 

Gods kinderen krijgen ook met die vraagtekens te maken.

Bij de een werpt de duivel in het hart: Als je een kind van God bent, hoe kun je dan zo goddeloos zijn? Moet je eens zien wat je gedaan hebt en waar je nog steeds toe in staat bent. In zo’n leven kan er geen genade verheerlijkt zijn.

Bij een ander zegt satan: U een kind van God? De Heere heeft Zijn volk toch geformeerd om Zijn lof te vertellen? En u loopt altijd met een gesloten mond over de wereld.

Een derde hoort van diábolos: Moet je nu eens kijken: een kind van God met zoveel tegenspoed. Dat kan echt niet. Dit moet toch wel een teken van Gods ongenoegen zijn in je leven. Je staat buiten Gods genade.

Weer een ander wordt door de boze toegefluisterd: Jij een kind van God? Dat bestaat niet. Dan zou je wel meer kastijdingen hebben. Je bent geen echte zoon, want God kastijdt iedere zoon die Hij liefheeft.

Zo is satan altijd maar bezig om de troost uit het hart van Gods Kerk te roven. O, dan moet er maar gedurig gebeden worden in de woestijn: ‘Geef ‘t wild’ gediert’, dat niets in ’t woên ontziet, de ziele van Uw tortelduif niet over. Laat, grote God, om een gehaten rover Uw kwijnend volk niet eeuwig in ’t verdriet.’

 

Zie hier Jezus in de woestijn, verzocht van de duivel. Later heeft Hij Zijn discipelen een gebed geleerd. Hij zei het tegen Zijn jongeren: Als u in de woestijn van het leven geplaagd wordt door satan, bid dan maar aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! (…) Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze (Matth.6:9,13; Luk.11:2,4). Een zwak volk mag bidden om het werk van de sterke Zaligmaker. Want ook de inhoud van deze zesde bede heeft Jezus voor Zijn kinderen verdiend.

 

Kom, gemeente, laten we deze bede gaan zingen uit het berijmde Gebed des Heeren, de verzen 7 en 8:

 

Leid ons in geen verzoeking ooit;

verberg voor ons Uw aanzicht nooit;

Gij weet het, onze kracht is klein,

de driften veel, en ’t hart onrein;

wat wordt er van ons in dien staat,

o Vader, zo Gij ons verlaat?

 

Verlos ons uit des bozen macht;

bescherm, en sterk ons door Uw kracht;

wij zijn toch zwak, zijn sterkt’ is groot;

dus zijn w’ elk ogenblik in nood;

hier komt nog vlees en wereld bij;

ai, sterk ons dan, en maak ons vrij.

 

We prediken u: Jezus in de woestijn. We zagen Hem daar geleid door de Geest en verzocht van de duivel. Nu nog onze derde gedachte:

 

3. Overwinnend met het Woord

We lezen in vers 4: En Jezus antwoordde hem, zeggende: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.

Hier is Jezus, de Held, Die de duivelse verzoeking afwijst met het krachtige wapen van het Woord: Er is geschreven! Jezus luistert niet naar de duivel. Dan zou hij een knieval doen voor de boze. Het oor neigen naar de satan zou betekenen: het loslaten van Zijn Vader. En dat zal niet gebeuren. Diábolos zal geen wig kunnen drijven tussen de Vader en de Zoon. Jezus wil in alles onderworpen zijn aan de wil van Zijn Vader.

 

Gemeente, we zien een lijn lopen van Lukas 2 naar Lukas 4.

In Lukas 2 beschrijft de evangelist de geschiedenis van de twaalfjarige Jezus in de tempel. Toen Jozef en Maria Hem met angst zochten, vonden ze Hem uiteindelijk in de tempel. Jezus heeft toen tegen Zijn ouders gezegd: Wist gij niet, dat Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders? (Luk.2:49). Daar ben Ik toch voor gekomen: om te zijn in de dingen van Mijn Vader?

Zo is Jezus hier in de woestijn ook in de dingen van Zijn Vader. Hij blijft Zijn Vader gehoorzaam.

 

Er is geschreven (…).

In Efeze 6 schrijft Paulus over de geestelijke wapenrusting. Gods kinderen hebben die wapenrusting nodig in de zware strijd tegen satan. Een van de wapens die de strijders moeten hanteren, is het zwaard van de Geest. Daarmee bedoelt de apostel Gods Woord.

Jezus, vervuld met de Geest, geleid door de Geest, hanteert hier het zwaard van de Geest. Zo treedt de Zaligmaker de duivel tegemoet met het krachtige zwaard van het Woord.

Gemeente, wat moeten we doen als we door satan worden aangevallen? Jongeren, wat moet je als je van die twijfelgedachten hebt, als de duivel allerlei vraagtekens plaatst? Wat moet je als er in je studie misschien veel op je afkomt, als je in een wereld leeft waar mensen schouderophalend aan dat Woord voorbijgaan of er grof mee spotten? Ouderen, hoe moet het als diábolos alles in uw leven door elkaar heen werpt, als er allerlei zaken in uw hart opkomen en u er geen raad mee weet?

Dan moeten we naar Gods Woord toe. Zeg dan maar: hier staat het in de Bijbel, en Gods Woord is de waarheid! Buig je knieën bij dat Woord en vraag aan de God van het Woord: ‘Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast.’ Smeek om licht en leiding. Bedel om inzicht in het Woord.

Ook voor Gods volk is er dit krachtige wapen in de woestijn van het leven. De apostel wijst de verstrooide vreemdelingen in Klein-Azië de juiste weg in de zware strijd met satan: Zijt nuchteren, en waakt; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een briesende leeuw, zoekende, wien hij zou mogen verslinden (1Petr.5:8). Als u geen weerwoord hebt tegen satan en in de woestijn verstommen moet, zeg dan maar: Er is geschreven … Gebruik het zwaard van het Woord tegen deze briesende leeuw. En dat zwaard moet biddend gehanteerd worden. Waak daarom onophoudelijk in uw gebeden.

 

Hoe gebruikt Jezus hier het zwaard?

Hij zegt tegen Zijn tegenstander: Er is geschreven, dat de mens bij brood alleen niet zal leven, maar bij alle woord Gods.

Jezus, als de Meerdere van Mozes, beroept Zich op een woord van Mozes. We lezen deze tekst in Deuteronomium 8 vers 3: En Hij verootmoedigde u, en liet u hongeren, en spijsde u met het Man, dat gij niet kendet, noch uw vaderen gekend hadden; opdat Hij u bekend maakte, dat de mens niet alleen van het brood leeft, maar dat de mens leeft van alles, wat uit des Heeren mond uitgaat.

De Heere stelde het woestijnvolk op de proef. Hij liet hen hongeren en gaf hun het manna, dat daarvóór onbekend was. Zo liet de Heere zien dat Hij door alles wat uit Zijn mond uitging – dus door Zijn spreken en gebieden – de Israëlieten wilde onderhouden. Door het volk dit bijzondere brood uit de hemel te geven, toonde de Heere dat Hij de almachtige God is Die zorgt. De Israëlieten leefden van het brood dat de Heere gaf en zegende.

 

Wat betekent deze aanhaling van het woord van Mozes hier?

Wel, de Heere Jezus wil leven bij alles wat God geven en zegenen wil tot onderhoud van Zijn leven. Of Zijn Vader dat nu middellijk doet door Hem brood te geven, of dat Hij dat zonder middelen doet, zoals in de veertig dagen hiervoor, dat beslist Zijn Vader. Wát Zijn Vader doet en hóe Zijn Vader het doet, het is alles goed. Hier geeft Jezus alles over aan Zijn geliefde Vader. Hij kan door het woord dat uit Zijn mond uitgaat alles geven en voor alles zorgen. Het gaat om Gods spreken, waardoor Hij Zijn zegen gebiedt. En God doet dat zoals Hij het wil.

Hier geeft Jezus dus alles over in Vaders hand. Als Zijn Vader Hem hier laat hongeren in de woestijn, dan is het goed. Als Zijn Vader Hem zonder voedsel wil onderhouden, zoals in de veertig dagen hiervoor, dan is het goed. En als Zijn Vader Hem eten wil bereiden in de woestijn, is het ook goed. Dus het is alles goed wat Vader doet. Het gaat er maar om dat God Zijn zegen gebiedt.

En daarom wil Ik leven bij alle woord Gods, zegt Jezus, want het gaat Mij om Gods zegen. Ik wil hierin volkomen afhankelijk zijn van Mijn Vader. Hij is Mijn geliefde Vader en Ik ben Zijn geliefde Zoon. En daar komt u, satan, niet tussen.

Jezus blijft staande in de woestijn. Hij geeft alles over in Vaders hand, want Zijn Vader zorgt. En zo kan ook Gods kind in de woestijn verkeren, levend uit Vaders hand. Gods volk zal niets ontbreken. De dichter Johannes Groenewegen heeft ervan gezongen: ‘Zoudt Ge voor Uw kind niet zorgen, Vader, in deez’ rampwoestijn? Zulks te denken, trouwe Borge! dat zou ongelovig zijn.’

 

Zie hier Jezus, de tweede Adam.

De eerste Adam viel in het paradijs. Hij luisterde naar de duivel. Maar de tweede Adam blijft staande in de woestijn, ook in de verzoekingen die hierna nog volgen.

Straks zal Hij op Golgotha satans kop vermorzelen. Hij is de grote Held der hulp: Jezus, de Zaligmaker, volkomen geschikt tot Zijn ambt.

Lees het maar in het vervolg, de verzen 14 en 15: En Jezus keerde wederom, door de kracht des Geestes, naar Galiléa; en het gerucht van Hem ging uit door het gehele omliggende land. En Hij leerde in hun synagogen, en werd van allen geprezen.

Zo gaat Hij, gedreven door de Heilige Geest, verder op Zijn weg, tot het einde toe.

 

Gemeente, wat ligt er een krachtige bemoediging in dit gedeelte van het Lukasevangelie. We zeggen het nog een keer met het woord van de apostel Johannes: Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou (1Joh.3:8).

Jezus kan de werken van de duivel ook verbreken in óns leven. Hoe vast we ook zitten in de strikken van satan en zonde, bij deze Zaligmaker is verlossing. Hij heeft alle macht.

 

En kinderen des Heeren, in de woestijn van het leven mag dit uw troost zijn: Jezus is de getrouwe Zaligmaker, Die ons uit alle heerschappij des duivels verlost heeft en ons daar eens volkomen uit verlossen zal. Na de woestijn van strijd wacht het Kanaän der rust. En dan zijn de werken van de duivel voorgoed verbroken. Alleen om Jezus’ wil!

Amen.

 

Slotzang: Psalm 132 vers 12

 

Wat vijand tegen Hem zich kant’,

Mijn hand, Mijn onweerstaanb’re hand,

zal hem bekleên met schaamt’ en schand’;

maar eeuwig bloeit de gloriekroon

op ’t hoofd van Davids groten Zoon.