Ds. R. Kattenberg - Johannes 2 : 11

Jezus op de bruiloft te Kana

Het beginsel der tekenen
De openbaring van Zijn heerlijkheid
Het geloof van Zijn dicipelen

Johannes 2 : 11

Johannes 2
11
Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 113: 1 en 2
Zingen : Psalm 145: 3 en 4
Lezen : Genesis 49: 8 - 12
Lezen : Johannes 2: 1 - 12
Zingen : Psalm 96: 4 en 5
Zingen : Psalm 26: 7

Gemeente, met 's Heeren hulp, bedien ik u vandaag het Woord van God uit Johannes 2, het elfde vers:

 

Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galilea, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.

 

Deze tekst spreekt ons over: Jezus op de bruiloft te Kana.

 

Wij letten achtereenvolgens op

 

1. Het beginsel der tekenen

2. De openbaring van Zijn heerlijkheid

3. Het geloof van Zijn discipelen

 

1. Het beginsel der tekenen

 

Valt het u niet tegen dat Jezus Zijn eerste wonder heeft verricht op een bruiloft? Had u dat verwacht? Nee toch? Het gaat bij Zijn komst in onze wereld toch uitdrukkelijk om Zijn heerlijkheid, Zijn hoogheid en majesteit, om Zijn eer en Zijn werk? En ten diepste gaat het toch om Zijn borgtocht?

Zeker! Daarom openbaart Jezus Zich juist op de bruiloft in Kana als de Zaligmaker der wereld; als Redder van zondaren. Ze moeten bij Hem zijn om genade te ontvangen. Hij laat ook in Kana zien Wie Hij is en wat Zijn werk zal zijn. Hij zegt daar: ‘Zie, hier ben Ik!’

 

We denken het hoofdstuk Johannes 2 goed te kennen. Maar het is ons misschien nooit opgevallen dat we nadrukkelijk een streep moeten zetten onder de woorden van Johannes: Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galiléa. Als u een plek had mogen aanwijzen voor een wonder, dan zou u misschien de Heere Jezus op een zieke man hebben gewezen.

Kinderen, misschien is mama wel ziek en bid je misschien: ‘Heere Jezus, wilt u mijn mama weer beter maken?’ Als zoiets gebeurt, wat zouden de mensen daarvan opkijken!

Ouders, u bidt vaak voor uw kinderen, misschien ook wel voor kinderen die niet meer naar de kerk willen. U vraagt dan wellicht: ‘Heere Jezus, bekeert U mijn kinderen zodat ze U gaan liefhebben.’ Of misschien heeft u een oude moeder en weet u: hoe ouder, hoe kouder. U zou willen dat de Heere aan haar een wonder verricht zodat ze niet zonder geloofsgetuigenis zal afreizen naar de eeuwigheid…

 

Gemeente, dat zouden toch grote wonderen zijn? Overal zou toch daarover gesproken worden? En de eer van de Heere zou daar toch mee bevorderd worden?

Zeker! Maar toch doet Jezus Zijn eerste wonder op een bruiloft. Het eerste teken dat Hij verricht is dat Hij water in wijn verandert! Als we dat wonder vergelijken met de genadewonderen die ik zojuist noemde, zou u kunnen zeggen: ‘Nou, dat valt in het niet bij wat wij in onze gedachten hadden. Water in wijn veranderen, wat heb je daar eigenlijk aan?’ ‘Heere Jezus, u kunt beter naar die man in Bethesda gaan, die al achtendertig jaar ziek is...’

Nee, Jezus gaat voor Zijn eerste wonder juist niet naar Bethesda. Hij gaat ook niet naar de blindgeborene die nog nooit het licht heeft kunnen zien en voor zijn levensonderhoud bedelen moet. ‘Heere, gaat U dan misschien naar die Samaritaanse vrouw met haar moeitevolle en zondige leven?’ Ook niet! Maar ze worden niet vergeten. Ze komen nog allemaal aan de beurt in de Heilige Schrift. Gemeente, het eerste wonder dat Jezus doet, vindt plaats op een bruiloft!

 

Het is eigenlijk best verwarrend. Natuurlijk hebben we begrip voor de spanning waarin het bruidspaar verkeert. Een bruiloft was in het Oosten geen gebeuren van één dag, maar van een week. Dus is er heel wat nodig om de gasten steeds van het nodige te voorzien. We leven natuurlijk met het bruidspaar mee. Het is triest om op het feest te moeten zeggen dat de wijn op is. Maar ja, er zijn wel ernstiger dingen denkbaar.

Bruidspaar, we beseffen best dat het jullie altijd aangerekend zal worden. Ze zullen in uw dorp vaak zeggen: ‘Kijk, dat zijn de mensen die te weinig wijn hadden ingeslagen. Het is daar maar karig verlopen.’ Het bruidspaar zal altijd wel een beetje aan de schandpaal genageld blijven…

Maar ja, is dat nou zo onoverkomelijk? Vergelijk dat nu eens met de nood van bijvoorbeeld die Samaritaanse vrouw.

Maar wat zien we? De Heere Jezus trekt Zich niets aan van ónze opvattingen over wonderen. Johannes, de evangelist is blij, dat hij dit beginsel der tekenen hier kan opschrijven. Later zal Johannes als laatste teken de opwekking van Lazarus uit de doden vermelden. Dat is het zevende wonder dat Johannes beschrijft.

Gemeente, maar wat is eigenlijk het eerste echte wonder van de Heere Jezus? Dat wijst Johannes in het eerste hoofdstuk aan, waar hij zegt: En het Woord is vleesgeworden, en heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader, vol van genade en waarheid. Dit is ten diepste het eerste en het allergrootste teken. Het optreden van de Heere Jezus is van het begin tot het eind één en al wonder. Daarin openbaart Hij Zijn heerlijkheid!

 

Het eerste wonder in Kana noemt Johannes: ’het beginsel der wonderen’. U moet dit niet verkeerd interpreteren. Zo van: het is maar een beginnetje; de Heere Jezus moet het eerst nog eens uitproberen. Nee! Er staat ‘beginsel’. Dat wil zeggen: het is het principe, of het fundamentele. Het geeft het hele karakter aan van Zijn optreden. De openbaring van Zijn heerlijkheid in dit teken is zo groot, dat we aan het eind van de beschrijving ervan lezen: En Zijn discipelen geloofden in Hem… Johannes schrijft in het twintigste hoofdstuk, dus bijna aan het eind van zijn Evangelie: Jezus dan heeft nog wel vele andere tekenen in de tegenwoordigheid van Zijn discipelen gedaan, die niet geschreven zijn in dit boek; maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn Naam.

 

Waarom staat de geschiedenis van de bruiloft te Kana in de Bijbel?

Gemeente, God laat dit wonder prediken tot ons behoud. De Heere laat ons dit prediken – en dan zeg ik het met het woord van Johannes – Opdat gij geloven zult. Opdat u de Heere zult vrezen, en Jezus liefhebben.

U vraagt misschien: ‘Vanuit de bruiloft in Kana?’

Ja, want de Heilige Geest zegt: Opdat gij geloven zult. Opdat u het verliezen zal voor God, voor het eerst en opnieuw. Het is niet zomaar een verhaaltje waarover je alleen maar kunt preken in een trouwdienst, maar het is de boodschap van de genade van God. Het is de verkondiging van het heil door het bloed van het Lam van God, van de rijkdom van de genade van God.

U zegt: ‘U maakt mij nieuwsgierig.’ Wel, blijf goed luisteren, want dan zult u de grootheid en de genade van onze God vanuit deze geschiedenis zien.

Meisjes en jongens, de Heere mikt op je hart. God vraagt met dit beginsel der tekenen: ‘Mag ik jouw God zijn?’ En de Heere Jezus vraagt: ‘Mag ik jouw zaligmaker zijn?’

Gemeente, de Heilige Geest biedt u de genade van onze Heere Jezus aan voor uw verzondigd leven. Hij wil dóórdringen tot in het diepst van uw hart. Zingt u het maar met mij mee: ‘Zie, heel mijn hart staat voor U open en wil, o Heer, Uw tempel zijn.’

 

Gemeente, er is nog meer wat tegenvalt. Het eerste wat tegenviel is dat Jezus naar een bruiloft gaat. Maar dan doet zich het merkwaardige feit voor dat de wijn opraakt. Hoe dat komt, staat er niet. Het is niet onmogelijk dat het bruidspaar gedacht heeft: ‘Met de Heere Jezus en Zijn discipelen hoeven we geen rekening te houden. Deze mensen staan buiten de gewone maatschappij.’ Bovendien kwamen de discipelen van de Heere Jezus grotendeels bij Johannes de Doper vandaan. Dat was die strenge Nazireeër, die alleen maar sprinkhanen en wilde honing at. Welnu, het gezelschap van de Heere Jezus zal ook wel zo zijn.

Ja, zo denken wij. Maar het klopt niet met de werkelijkheid. Want in Lukas 7 lezen we: Johannes de Doper is gekomen, noch brood etende noch wijn drinkende, en gij zegt: Hij heeft den duivel. De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende, en gij zegt: Ziedaar een Mens Die een vraat en wijnzuiper is, een vriend van tollenaren en zondaren. Wijn was de volksdrank van die dagen. Zoals wij thee en koffie drinken, zo dronk men toen wijn.

 

En dan nog iets. Al dronken Jezus en de discipelen ook mee, de gasten zullen toch wel matigheid betracht hebben in de heilige tegenwoordigheid van de Heere Jezus Christus? Tóch raakten de vaten, waarin de wijn opgeslagen was, leeg. Maar nu moet u natuurlijk niet denken dat daar sprake was van een zwelgpartij. Als dat zo geweest zou zijn, zou de Heere Jezus daar niet willen zijn.

Maar dan dient zich het probleem aan dat de wijn op is. De Heere Jezus drinkt met Zijn discipelen van de wijn, net als de andere gasten. Dan weet u bij ervaring: waar afgaat, en niet bijkomt, daar raakt het een keer op. Dit is hier ook het geval. Nog even, en dan moet de ceremoniemeester zeggen: ‘Nee, ik heb geen wijn meer.’

Gemeente, mag ik nu eens iets hardop tegen u zeggen? Er komt wellicht een heel stichtelijke gedachte in ons op: ‘Ja, nu snappen we het. Nu begrijpen we waarom de wijn wel móést opraken. Nu zal de Heere Jezus opstaan, en zeggen: ‘Beste mensen, we hebben gegeten, we hebben gedronken, de wijn is op. Dit is het teken van de hemel, dat we het feest moeten beëindigen, en we ons met andere dingen moeten gaan bezighouden.’ De Heere Jezus zou dan naar aanleiding van het hele gebeuren kunnen prediken over de wijn van het Koninkrijk van God. Hij zou aan de bruiloftsgasten kunnen vragen: ‘Hebt u daarvan weleens gedronken?’ De Heere Jezus zou vanuit het natuurlijke overgaan op het geestelijke.

Dat doen wij immers ook wel eens? Wij maken veelal de overstap van het gewone dagelijkse brood naar het geestelijke, en zeggen dan: ‘Gelukkig, dat er nog het Brood des Levens is.’ Als iemand niet meer kan eten, zeggen we: ‘Als je nu maar van het Brood des Levens eten mag, dan komt het wel goed met je.’ Zo’n gelegenheid biedt de mogelijkheid om het gesprek van het natuurlijke over te brengen naar het geestelijke.

Maar zo doet de Heere Jezus het niet. Wij dachten een prachtige oplossing gevonden te hebben. De mensen zouden netjes gaan zitten en de Heere Jezus zal tegen hen zeggen: ‘Denk nu eens na over uw verhouding tot God.’ Zo proberen wij het Woord van God nog wel eens geestelijk te maken, te vergeestelijken.

 

Maar gemeente, is het Woord Zelf niet geestelijk? En zijn de woorden die de Heere Jezus gesproken heeft niet de woorden van het eeuwige leven? In Hebreeën 4 staat immers: Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard. Er staat dus niet: Het wordt een keertje levend en krachtig. Maar: het is levend en krachtig. Wanneer? Vandaag! Nu!

‘Ja, ja, maar het Woord van God moet krachtig gemaakt worden in mijn leven.’ Gemeente, het Woord is krachtig! Hoe komt het dan dat het Zijn werk in uw leven nog niet gedaan heeft? Vanwege uw verzet, omdat u dood bent door de misdaden en de zonden, U verzet zich tegen de kracht van het Woord.

Het Wóórd moet niet levend worden. U denkt toch zeker niet dat een dienaar van het Woord het levend kan maken, zodat u zegt: ‘Ja, nu gaat het voor mij leven?’ Nee, het Woord is een levende aangelegenheid. Het is het Levende Woord, vol van genade, majesteit en heerlijkheid. Wij hóéven het helemaal niet te vergeestelijken. Het Woord van God is Geest en Leven. Ik hoop dat u tot andere gedachten komt aan het eind van de preek. Dat u de rijkdom leert zien van het Woord, zoals het in al zijn eenvoud voor ons ligt.

 

Gemeente, voor Johannes is het een blijde jubel. Als hij schrijft dat Jezus water in wijn verandert, is dat voor hem Evangelieprediking bij uitstek. Het is de meest blijde boodschap die Johannes zich kan indenken. Weet u waarom? Wel, nu is het duidelijk dat er zaligheid te verkrijgen is zelfs voor de grootste der zondaren. Nu is er genade rijk en vrij. Want weet u wat het wonderteken in Kana afbeeldt?

Niets anders dan: ‘Hij heeft gedacht aan Zijn genade, Zijn trouw aan Isrel nooit gekrenkt; Dit slaan al ’s aardrijks einden gade, Nu onze God Zijn heil ons schenkt.’

Hier horen wij de blijde boodschap zoals zij ook geklonken heeft in de velden van Efratha: Want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal (Luk.2:10). God gaat Zijn belofte vervullen.

Weet u wat het wonderteken te Kana inhoudt?

De Messias is gekomen! Jezus verandert in Kana water in wijn. Laat nu de heilsbazuin maar klinken en laat de trompet van het Evangelie aan de mond gezet worden! Laat het nu horen tot aan de einden van de aarde: ‘Mensen, er is doen aan bij God! Er is overvloed van genade bij deze Heere en bij deze Koning!’ Als op de bruiloft in Kana door Jezus water in wijn veranderd wordt, dan klinkt daarin door: Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts. Tot den verstandeloze zegt Zij: Komt, eet van Mijn brood, en drinkt van den wijn dien Ik gemengd heb (Spr.9:4,5).

 

U vraagt misschien nog steeds: ‘Wat is toch de diepe en rijke betekenis van dit Woord? Waarom lazen we dat stukje uit Genesis 49? Wat heeft dat eigenlijk te maken met die bruiloft te Kana?’

Wel, de Heilige Geest licht een tipje van de sluier op. Maar u ziet het verband niet. Dat wil ik u graag vertellen: In Genesis 49 staan we bij het sterfbed van vader Jakob. Hij gaat sterven en zijn zonen moeten allemaal bij zijn bed komen staan. Allen krijgen van Jakob een afzonderlijke zegen; van Ruben tot en met Jozef toe. Maar wie krijgt de zegen van de komende Messias? Wie hoort dat de belofte van Abraham, Izak en Jakob op hem gelegd wordt? Juda!

De kinderen hebben op school vast wel een keer de volgende tekst voor het kerstfeest moeten leren: Juda, gij zijt het, u zullen uw broeders loven (Gen.49:8). Juda zal de drager zijn van de belofte. Dan voegt Jacob daaraan toe: De scepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Denzelven zullen de volken gehoorzaam zijn (Gen.49:10). Dit duidt op de komst van de Messias uit de stam van Juda.

Maar hiermee stopt de zegen van Jacob voor Juda niet. De Heilige Geest gaat door. Dan komt het: Hij bindt zijn jongen ezel aan den wijnstok en het veulen zijner ezelin aan den edelsten wijnstok; hij wast zijn kleed in den wijn en zijn mantel in wijndruivenbloed. Hij is roodachtig van ogen door den wijn en wit van tanden door de melk (Gen.49:11,12). Let u op? Water verandert in wijn.

 

Het is nu niet moeilijk meer onder welk woordje in de zegen van Jakob we een streepje moeten zetten. Het is het woordje ‘wijn’. Als de Messias komt, dan zal het één en al wijn zijn. Wijn en nog eens wijn! Dat is het teken dat God gegeven heeft van oude tijden af, vanaf het sterfbed van Jakob. Denk er om, als de Messias komt, en de belofte aan Juda vervuld wordt, dan zal dat een zaak zijn van de wijnstok, van de edelste wijnstok, van wijn en wijndruivenbloed.

Welnu, het eerste teken dat Jezus doet is water veranderen in wijn. Laat dan de klok van het Evangelie maar luiden! De belofte aan Juda, dat woord van oude tijden af, is vervuld! Wie oren heeft om te horen die hore, en wie ogen heeft om te zien, zie wat er gebeurt op de bruiloft te Kana. Hier zegt Jezus: ‘Ik ben het. Ik ben de langverwachte Messias. God heeft gedacht aan Zijn genade. Mensen, u kunt zalig worden.’ Die overvloed van wijn predikt ons dat de heilstijd is aangebroken. De volle vreugde breekt baan door de komst van de beloofde Messias. De heilstijd is aangebroken: Immanuel, God met ons.

 

Ja, dan kijken we toch anders aan tegen deze geschiedenis. De Heilige Geest proclameert: ‘Dit is een teken, als water in wijn veranderd wordt.’ Dit is geprofeteerd van oude tijden af! Nu vervult God Zijn beloften! U mag het weten: De Heiland is gekomen in Zijn zoekende zondaarsliefde. Het Koninkrijk van God is aangebroken. ‘Kom, er is plaats bij Mij!’ God laat het horen: Immanuel, God met ons. In nood en in dood, in zorg, in zonde, in verdriet en in moeite.

Hij is er ook in de verlegenheid van het bruidspaar. Hij is volkomen mens geworden, heeft onze natuur aangenomen. Hij heeft hart en oog voor alle zorgen en voor al onze zonden. Hij is het, Die in onze lage stand, ons genadig biedt de hand.

Laat dit op u inwerken. U moet goed doorzien, dat we hier met heilsgeschiedenis te maken hebben. Niet met één of ander aardig verhaaltje, maar dat u de diepte ervan ziet. En dat u het lied hoort, dat God aan Zijn heil en aan Zijn genade gedacht heeft. Omdat Zijn Koninkrijk baan breekt.

 

Gemeente, we dachten zo-even: ‘Ach, Heere Jezus, had U nu niet ergens anders naar toe gemoeten?’ Maar als we Schrift met Schrift vergelijken, en de Heilige Geest de Schrift gaat uitleggen, dan gaan we de diepte ervan peilen. We zien dan dat God genade openbaart, zelfs aan de grootste van de zondaren.

 

Het valt verder op dat de Heere Jezus geen bevel geeft dat het water in wijn veranderd moet worden. Er staat niet dat Jezus bij die vaten gaat staan en zegt: ‘Water wordt wijn.’ Nee! Hij zegt alleen maar: Schept nu en draagt het tot den hofmeester. Dat is alles! Hierin toont Hij Zijn macht, Zijn heerlijkheid, en Zijn Messiasschap.

Hij is het! Hij, de Zoon van God, de Almachtige. Rekenen we daar nog wel mee?

We stuiten hier op de macht van de zonde in ons leven. Je kunt daar zo mee zitten. Je hoort het zo vaak: ‘God moet het toch doen?’ Ja, dat is ook zo. God moet het doen. Maar, dan mag u hier vanuit deze geschiedenis van de bruiloft te Kana horen dat God het ook dóét. Hij schept overvloed.

U zegt: ‘Ik heb niets.’ Nee, maar u kunt met het uwe ook niet zalig worden. U moet bij Hem zijn. Bij Hem, Die overvloed van wijn schept op de bruiloft te Kana. Bij Hem kunt u terecht.  Het jaar van het welbehagen van de Heere is aangebroken. De rijkdom van Gods genade wordt geopenbaard. De deur van het Koninkrijk wordt geopend. De nodiging gaat uit zo ver als de wereld reikt. Er is doen aan bij God!

 

Gemeente, zit u daar nou over in? Zit u in de klem en komt u er niet uit? De duivel trekt de boeien nog wat steviger aan, en zegt: ‘Je komt er ook nooit uit. Wat moet jij met je verzondigde leven, met je verloren bestaan?’ Maar dan tóch de bede: ‘Heere, help!  Heere, behoed ons, wij vergaan (Math.8:25). Wordt u neergedrukt aan alle kanten? Kunt u zich niet voorstellen dat het met die zonde en het verderf in uw leven ooit anders kan worden? Roept u: ‘k Roep U aan in angst en smart; Duizend zorgen, duizend doden kwellen mijn angstvallig hart; Voer mij uit mijn angst en noden?

Het bruidspaar in Kana wist daar ook van. Zij hadden ook hun zorgen en noden. Zij lopen ook vast met hun leven! U ook? Zucht u: Zulk een last van zond’ en plagen, niet te dragen, drukt mijn schouders naar beneên? Er zijn nog zoveel andere dingen meer, die ons benauwen kunnen. Alles kan zo tegenzitten in uw leven: kruis en eenzaamheid, moeite en zorg. Wat al niet meer?

En al die andere dingen die u benauwen kunnen? Loopt het vast in uw leven? Kruis en eenzaamheid, moeite en zorg? Zucht dan maar: Geef Gij ons hulp in tegenheên; bij U is raad, bij U alleen. Satan wil u de mond snoeren en wil u doen geloven dat het voor u niet kan. Hij wil u laten dwalen op wegen van de dood en heeft een afgrond geopend. Hij zegt: ‘Nog even en ik trek u erin, en u komt er nooit meer uit.’ De duisternis legt beslag op uw hart en het lijkt wel of u weggesleurd wordt in de diepte van de afgrond. Dat is Satans werk!

 

En wat doet Jezus, gemeente? Hij verandert water in wijn, opdat u het zou verstaan: Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn (Luk.1:37). Bij Hem kunt u terecht. Hij gaat midden in uw nood staan, en zegt: ‘Zie, hier ben Ik. Ik ben gekomen opdat de Mijnen overvloed zullen hebben, en opdat ze het leven zullen hebben.’ Dacht u dat deze Messias, deze Heere en Koning zuinig is, en dat het er in het Koninkrijk der Hemelen mondjesmaat aan toegaat? Dacht u dat het Hem recht doet als we klein en benepen denken? Gemeente, geloof het toch niet, laat het u niet aanpraten.

De deur gaat hier in Kana wijd open. Wereldwijd zelfs! Bij Hem is rijkdom en overvloed. Nee, u mag niet denken dat het wel meevalt en u zich geen zorgen hoeft te maken voor de eeuwigheid. Dan gaat u er verkeerd mee om. Maar hier in Kana klinkt het: ‘Milde handen, vriend’lijk’ ogen zijn bij U van eeuwigheid.’

Door Zijn Goddelijke kracht brengt Hij vernieuwing en verandering. Het is als een nieuwe schepping. Kana is een teken voor allen die moedeloos zijn, voor allen die aangevochten zijn, en voor allen die ten onder dreigen te gaan. Voor mensen die het niet meer zien zitten en die mismoedig het hoofd schudden, en zeggen: ‘Ach Heere, wat nu?’

Maar als we dit Woord van de Heere overdenken kan dat toch zo niet blijven? Hoever u ook afgedwaald bent, en hoeveel zonden er zijn in uw leven: Kana wijst op hulp en heil.

U of jij zegt misschien: ‘Als ik nou langs de rand van de afgrond loop, als ik dreig om te bezwijken en om te komen, dan is er toch geen hoop meer? Dan is het toch te laat?’

Richt dan uw blik of jouw blik op Kana, waar Jezus water in wijn verandert. Het predikt dat de sluizen van de genade van God, de rijke genade van de Zaligmaker zover opengaan dat het in woorden eigenlijk niet is te vatten.

 

We gaan zingen van de rijkdom van de genade van God uit Psalm 96 de verzen 4 en 5:

 

Hoe blinkt het alles door vertoning

Van sterkt’ en sieraad in Zijn woning!

Geef dan, o allerlei geslacht,

Den roem van heerlijkheid en kracht

Aan Isrels groten God en Koning.

 

Geeft d’ eer aan ’t eeuwig Opperwezen;

Zijn Naam wordt nooit genoeg geprezen;

Verheft Zijn deugden, blij te moê;

Brengt in Zijn huis Hem offer toe,

Hem, Dien de volken moeten vrezen.

 

2. De openbaring van Zijn heerlijkheid

 

Gemeente, er staan nogal wat getallen in dit Schriftgedeelte. Wat is de reden daarvan? Wel, God plaatst de grootheid van uw zonde tegenover de rijkdom van Zijn genade. Die getallen staan er niet voor niets. Johannes heeft niet terloops even vermeld dat er zes stenen watervaten stonden, en dat ze een inhoud hadden van elk twee à drie metreten. Nee, het is Evangelie! Een metreet is ongeveer 36 liter. Als we het afronden, dan komen we op vijfhonderd liter wijn. Vijfhonderd! Wat een overvloed!!

De Messias is er! De genade van God baant zich een weg! De heerlijkheid van het Koninkrijk openbaart zich! Zojuist waren we bang of er voor deze of gene zondaar nog wel zaligheid zou zijn. En of er wel genade voor mij is.

Gemeente, u hoeft die vrees helemaal niet te koesteren. Van de Heere mag je veel, van Hem mag je alles verwachten. Inderdaad, het is onverdiend. U kunt niet zeggen: ‘We hebben er recht op.’ Nee, de Heere vraagt niet naar uw verdiensten of naar uw aanspraken; Zijn genade komt van bovenaf, in al zijn heerlijkheid en rijkdom.

 

Zo is deze bruiloft in Kana een duidelijk teken van de mildheid, de majesteit en de overvloed van onze God. U kunt nooit te ruim spreken van de overvloed van Gods genade. U kunt er wel verkeerd over spreken. U kunt zeggen: ‘O, het valt dus allemaal nog wel mee.’ U kunt ook beticht worden van remonstrantisme. We moeten eerlijk zijn. God laat ons hier Zijn rijkdom prediken, opdat u het weten zal: Het kan! Er is genade en zaligheid bij de Heere. Voor ons is het een onmogelijke zaak, maar niet van Gods kant. Kana predikt: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God (Mark.10:27).

‘God moet het doen’, zegt u. Dat is natuurlijk waar, maar Hij doet het ook. Als u dat feit weglaat, dan ontkracht u het Evangelie. Nogmaals: God moet het doen, maar Hij doet het ook.

 

De Heere laat op die bruiloft zien dat Hij een Waarmaker van Zijn Woord is. Het oude Woord dat Jakob over Juda gesproken heeft; wijn als teken van het komende Koninkrijk wordt hier waar. ‘Ziet u,’ zegt God, ‘dat u op Mij aankunt. De heilstijd is aangebroken. Het is het aangename jaar van de Heere.’ Vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest (Jes.6:3).

Hier is een rijke Zaligmaker voor arme zondaren, voor iemand zoals u, zoals jij. Hij deelt uit van Zijn rijkdom. Mild en overvloedig. Hij wordt er niet armer van. Integendeel! Hoe meer Hij geeft, des te meer schittert Hij als Zaligmaker. Hoe meer onderdanen, des te groter de heerlijkheid van de Koning.

Zo gaat er van Kana een nodiging uit. Kom, kan dit Woord uw hart niet verbreken? U vond het misschien wel gemakkelijk om karig te denken over de genade van God. Dan kun je zo makkelijk de zaak afdoen en zeggen: ‘God moet het doen.’ Maar nu zet God u voor het blok, opdat u de genadeslag zult ontvangen en daardoor het leven, leven tot in eeuwigheid.

Wat een overvloed! Kan dat uw hart niet breken? Kan dat uw hart niet bemoedigen? Kijk eens hoe Hij Zijn armen uitbreidt. Een zeker bewijs dat Hij u wil ontvangen! Vijfhonderd liter! Wat een overvloed!  

 

Gemeente, nu een spade dieper: Waar komt die rijkdom nu vandaan? Hoe kan dat nu? ‘Heere Jezus, hoe kan het dat U zo Uw heerlijkheid openbaart, en de rijkdom van genade tentoonstelt?’

Gemeente, dan wordt het diepingrijpend. Want aan dit woord van Johannes hangt het bloed van het Lam van God. Als Jezus hier dit teken doet, en water in wijn verandert, dan hoort u de roep op Golgotha: Mij dorst! Mij dorst! Ziet u wel dat aan deze genadeboodschap samenhangt met het bloed van het Lam van God? Als we die vijfhonderd liter wijn zien, dan zien wij in die vaten het Kruis van Christus staan. Je hoort Zijn roep op Golgotha: Mij dorst! Het lijdensevangelie, dat begonnen is in de kribbe, breekt door, via Kana, tot op Golgotha toe.

Dit is niet zomaar een geschiedenis. Maar heilsgeschiedenis die naar Golgotha leidt, waar het vloekhout staat opgericht. Maar het zij verre van mij dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus (Gal.6:14), belijdt Paulus. We komen altijd bij het lijden en sterven van Jezus terecht. Daar bloeit de rijkdom van Gods genade.

Wat hier in Kana gebeurt is een voorschot op wat Jezus krijgt als loon op Zijn arbeid. Hier laat Hij Zijn teken zien, opdat u in Hem geloven zult en opdat u, gelovende in Zijn Naam, het leven zult hebben tot in eeuwigheid. Hij is de Zaligmaker van zondaren.

 

In de Bijbel is wijn het teken van het nieuwe. Het is het teken van vreugde. En als Jezus hier in Kana met Zijn optreden begint, dan breekt er een nieuwe tijd aan. Een tijd van blijdschap en van vreugde.

De engel had het al verkondigd in Efratha ‘s velden: Want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal. Kom mee naar Kana, daar ziet u het. Het beginsel van de tekenen.

En de Schrift zingt: Het is den wijn, die het hart des mensen verheugt (Ps.104:15). Amos zingt: De bergen zullen van zoeten wijn druipen en al de heuvelen zullen smelten (Amos9:13). En Micha sprak: Maar zij zullen zitten, eenieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgenboom (Mich.4:4).

Zo gaat het in Gods Koninkrijk. Het licht valt op onze Heere en op onze Koning. Hij wil ook vandaag uw Zaligmaker zijn. Hij wil de schuld van uw leven verzoenen. En al dingt Satan af op de rijkdom van Gods genade, het teken in Kana laat zien: ‘Hier is Hij!’ Hij zegt ook nu tegen u en tegen jou: ‘Wat kan Ik voor u doen?’ In nood en in dood, in aanvechting, in strijd is hier het onbedrieglijk schilderij van het Evangelie van de genade van God.

We mogen deze tekst zien tegen de achtergrond Golgotha, het kruis, het lijdensevangelie. In dat licht zien we het Lam van God, dat de zonde der wereld wegdraagt.

 

Ten slotte ons derde punt:

 

3. Het geloof van Zijn discipelen

 

En Zijn discipelen geloofden in Hem. Geloofden ze dan nog niet in Hem? Jawel, maar ze moeten nog heel veel leren. Wat bedoelt de Heilige Geest met: En Zijn discipelen geloofden in Hem? Wel, de discipelen waren mannen die leefden bij het Woord van God. Ze waren doorkneed in de Schriften. Ze zijn Jezus gevolgd op Zijn machtwoord. Zou Hij de beloofde Messias zijn? De discipelen mogen mee naar Kana. Ze kennen de woorden van vader Jacob op zijn sterfbed. Als de Messias komt dan zal het één en al wijn zijn. Wijn en nog eens wijn! Hier in Kana worden ze bevestigd in hun geloof. Hij is de beloofde Messias.

Je ziet die discipelen staan. Ze stoten elkaar aan: ‘Water! Wijn! Vijfhonderd liter wijn! Hij is de Messias. Dit is het teken van Zijn heerlijkheid. Dit is genade. O God, wat bent U goed voor een slecht mens.’

Het geloof van de discipelen wordt versterkt door dit majesteitelijke teken. Dat teken verstonden ze, want ze leefden bij de Schriften. Zie, Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht, en Hij zal ons zalig maken; Deze is de Heere, wij hebben Hem verwacht, wij zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid (Jes.25:9). Hun geloof bloeit op.

 

U zit er misschien weleens over in: ‘Hoe moet mijn geloof nu toch groeien in de Heere Jezus Christus?’ Verwacht het dan niet van bijzondere dingen, verwacht geen stemmen of tekenen. De discipelen leefden bij het Woord. Als u in het Woord graaft, gemeente, dan zal de Heilige Geest ervoor zorgen, dat het aan uw hart geheiligd wordt, zodat u mag zeggen: ‘Heere, dank U wel. U bent het.’ Dan zegt Hij: ‘Ik ben Uw heil alleen.’ Zingt dan maar: ‘Ik verwacht Uw trouwe hulp van boven.’

Mogelijk staat u nog zo op afstand en hebt u zoveel vragen. Welnu, dan zal Hij u door onderwijzing leiden in het rechte spoor. Dan is deze geschiedenis ook een teken om ons te laten zien dat er onderscheid is in de mate van geloof. Een beginnend geloof, of een aangevochten geloof… maar het is geloof. Deze geschiedenis staat juist voor u in de Bijbel: opdat gij geloven zult. Opdat u zich aan de Heere gewonnen zult geven. Opdat u zegt: ‘Heere, wat heb ik toch altijd klein van U gedacht.’

 

Bij de grote Bruidegom van Kana, de Bruidegom met een hoofdletter, is overvloed voor al uw nood. Hij is het Licht in uw duisternis. Hij is ons leven. Kijk eens, hoe Hij Zijn discipelen sterkt in het geloof. Werkelijk, we zijn bij Hem aan het goede adres.

 

De discipelen vallen weg, het bruidspaar valt weg, maar Die Ene blijft over.

Jezus. Hij alleen!

 

Amen.

 

Slotzang Psalm 26 vers 7:

 

Daar wordt Uw lof verbreid,

O Oppermajesteit,

Door mij, die U bemin en acht;

Daar zal mijn stem U prijzen,

Voor al de gunstbewijzen,

Voor al de wond’ren Uwer macht.