Ds. D.W. Tuinier - Efeze 6 : 13

De gehele wapenrusting van God

Efeze 6
De dragers
De herkomst
De noodzaak

Efeze 6 : 13

Efeze 6
13
Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 94: 8 en 9
Lezen : Efeze 1: 1 - 14
Lezen : Efeze 6: 10 - 13
Zingen : Psalm 68: 1 en 2
Zingen : Psalm 130: 4
Zingen : Psalm 86: 6
Zingen : Psalm 68: 11

Gemeente, het Woord van de Heere ligt open bij het gedeelte dat ons zojuist is voorgelezen, Efeze 6 en daarvan vers 13.

 

Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag.

 

Het thema van de prediking is: de gehele wapenrusting van God.

We letten daarbij op drie zaken:

 

  1. De dragers van de wapenrusting.
  2. De herkomst van de wapenrusting.
  3. De noodzaak van de wapenrusting.

 

  1. De dragers van deze wapenrusting

 

Gemeente, in het gesprek met jongeren die zich voorbereiden op hun ‘jawoord’, komt het regelmatig voor dat ze het heus niet zo gemakkelijk vinden zich daaraan te houden.  Dat geldt zeker als je studeert of als stagiaire bezig bent in de samenleving anno nu. Maar ook in de werkkring wordt het op veel plaatsen moeilijker. Van een christenjongere in de zorg hoorde ik bijvoorbeeld: ‘Het wordt wel steeds moeilijker, dominee.’ Als je voor je mening uitkomt, kan het zijn dat de ander de schouders ophaalt of je uitlacht. Vaak word je nog wel getolereerd, maar het wordt er niet gemakkelijker op. Ze zeggen: ‘Geloof jíj nog in de hel? Kom nou, iedereen komt toch in de hemel?’ Of: ‘Waarom zouden we het leven niet beëindigen van mensen die dat willen, zeker als ze ernstig lijden? Daar zijn toch tegenwoordig goede middelen voor.’ Zomaar een paar voorbeelden.

 

Het wordt er niet gemakkelijker op. Zeker niet voor onze jongeren, maar eigenlijk voor iedereen die vandaag aan de dag voor de Heere wil leven naar  Zijn Woord en wet. Het is niet eenvoudig om voor de Naam van de Heere Jezus uit te komen, om Die te belijden onder de mensen.

En dan komt direct de vraag op je af: hoe blijf je als christen staande in deze tijd? Hoe houd je je hoofd boven water? Gemeente, er is maar één Bijbels antwoord. De apostel Paulus verwoordt dat als tolk van de hemel in onze tekst: Neemt aan de gehele wapenrusting Gods. Je redt het alleen als je  die wapenrusting draagt. Alleen dan kun je staande blijven in de boze dag, te midden van de strijd.

 

Wat moeten we verstaan onder ‘de wapenrusting Gods’?

Dan bedoel ik niet zo’n ouderwets harnas uit de Middeleeuwen. De jongens en de meisjes hebben wellicht die plaat op school gezien, die plaat met gewapende soldaten in hun harnassen. Ze zien er heldhaftig uit en gaan dapper de strijd tegemoet. Wie van hen zijn uitrusting niet in orde heeft, loopt groot gevaar. Pijlen vliegen tijdens de strijd om je oren en de stotende spiesen van de vijand kunnen je zomaar verwonden of dodelijk raken. Vol ontzag heb ik zo’n strijder in vol ornaat een keer bewonderd tijdens een schoolreisje naar het Muiderslot met mijn schoolklas.

Nee, zo’n harnas bedoelt de apostel Paulus hier niet! Het gaat hier over de wapenrusting van God.

 

Je moet weten dat Paulus dit schrijft aan de gemeente van Efeze. Dat was toen de hoofdstad van Klein-Azië en een belangrijke handelsstad. Efeze was het centrum van het godsdienstige en culturele leven. Maar het was ook de stad die bekend stond om zijn goddeloosheid, bijgeloof en zedeloos leven. Hier, in Efeze, had de Heere naar Zijn grote trouw en eeuwig welbehagen Zijn gemeente. In de middellijke weg gebruikte Hij daarvoor Zijn knecht Paulus. Hij heeft deze gemeente gesticht. Later arbeidde de jonge Timotheüs onder hen. En nog weer later, haast tot het einde van de eerste eeuw, diende de apostel Johannes deze gemeente.

 

Paulus schrijft deze brief aan de Efeziërs vanuit de gevangenis te Rome. Waarom? Hij is bezorgd, uiterst bezorgd. Waarom? U begrijpt het! De christenvervolgingen zijn zwaar. De verdrukkingen zijn ernstig en de jonge, christelijke gemeente heeft het in die door en door heidense, goddeloze en zedeloze wereld heel moeilijk.

Paulus’ grootste zorg is: zal de gemeente staande blijven in de strijd? Daarbij komt dat er ook van binnenuit, vanuit de eigen gemeente, altijd gevaren dreigen. Steeds zijn er  dwalingen die op de één of andere manier de gemeente binnendringen, en de jonge christenen van de waarheid van Gods Woord proberen af te trekken.

 

Vandaar Paulus’ indringende oproep, in vers 10: Voorts, mijne broeders, wordt krachtig in den Heere en in de sterkte Zijner macht. Dat allereerst. Daarna roept hij op: Doet aan de hele wapenrusting van God.  Efeziërs, jullie moeten als een dapper soldaat de strijd in. Jullie moeten je mobiliseren. Je wordt opgeroepen om te vechten, want jullie staan midden op het slagveld, aan het front. De vijanden zijn machtig en de strijd is zwaar. Daarom roept Paulus hen op: jullie moeten de gehele wapenrusting van God aandoen.

 

Maar nu de vraag: wie zijn die geestelijke strijders? Wie zijn de dragers van de geestelijke wapenrusting? Ik zie u al luisterend uw oren spitsen … Leg uw hart ernaast, want dit is de belangrijkste vraag: ben ik zo’n geestelijke strijder? En dat geldt niet alleen vandaag met het oog op het Heilig Avondmaal, dat aanstaande rustdag bediend wordt.

 

Het is een vraag recht naar uw hart. Wie ben ik voor God? Welke plaats neemt de Heere in, in mijn leven? Ben ik al een strijder in het leger van Koning Jezus? Hoor ik Zijn bevel: Volg mij!?

 

Het gaat om eeuwigheidsbelangen. Eeuwig wel of eeuwig wee, gemeente. Het is de grootste, de belangrijkste, de meest wezenlijke vraag: ben ik zo’n geestelijke strijder?

U vraagt wanneer die geestelijke strijd dan begint. Ik heb u niet voor niets ook Efeze 1 laten voorlezen. U moet de preken uit Efeze 6, de preken over de geestelijke wapenrusting, zien in het verband van de hele Efeze-brief. U mag er niet zomaar een tekst of een hoofdstuk uitplukken.

 

We hebben het samen Efeze 1 gelezen. Daar lezen we over de Bron, de Bron waaruit alles voortkomt. Wat komt eruit voort? Dat er een strijd is en dat er strijders zijn. Dat er ook een Overwinnaar is in de strijd. Waar komt Hij vandaan? Vanuit het eeuwige, verkiezende welbehagen van God de Vader.

Is het u opgevallen dat het woordje ‘welbehagen’ twee keer voorkomt in Efeze 1? Dat is de Bron. Het Borgtochtelijke werk van God de Zoon, maar ook het toepassende werk van de Heilige Geest. In Efeze 2 leest u de vrucht daarvan.

 

Dus de Bron, de Oorsprong vinden we in hoofdstuk 1. En dan vertelt Paulus in hoofdstuk 2 aan de Efeziërs hoe ze eertijds dood in zonden en misdaden waren. Zijn waren eertijds in hun doodstaat, in hun geestelijke verlorenheid, maar ze zijn van dood levend gemaakt. Ze zijn opgewekt. Er is in hun leven een eenzijdig genadewonder van God gebeurd.

Bij onze tekst moeten we dan ook de eerste negen verzen van Efeze 2 lezen. Voordat een mens een geestelijke strijder wordt onder de krijgsbanier van Koning Jezus, moet hij van dood levend gemaakt worden.

 

U zegt: ‘Hoe weet ik dat ik van dood levend gemaakt ben? Hoe weet ik dat ik voor God kan bestaan? Hoe weet ik dat ik aanstaande rustdag op goede gronden kan deelnemen aan de bediening? Hoe weet ik dat?’ Dat kunt u weten aan de vrucht!

Welke vrucht? U bent een geestelijke strijder geworden. Uw vroegere vrienden zijn nu uw vijanden. U weet van deze boze, Gode vijandige wereld, waar u zelf ook deel van uitmaakt. De vorst der duisternis, die aanklager der broederen, is realiteit voor u. U weet ook van uw eigen boze hart.

U had het al zo dikwijls gehoord en u hebt het ook op de catechisatie geleerd, namelijk die driehoofdige doodsvijand: de duivel, de wereld en uw eigen boze bestaan. Maar nú is het echter doorleving, ervaring, bevinding voor u. U hebt uw eigen boze hart leren kennen. En u weet uit ervaring, dat de uitgangen van uw hart nog steeds gericht zijn op deze aarde en op alles wat deze wereld biedt. Daarom moeten we onszelf voortdurend toetsen en onderzoeken. Dan ervaren zo vaak we dat in onszelf zwak van moed zijn en klein van krachten.

 

Ik dacht deze week bij de voorbereiding: Hoe zal ik het zeggen? Waarin wordt een ware avondmaalganger herkend te midden van de strijd? Wie zijn kinderen van God? Wie zijn ware avondmaalgangers? Wie zijn dragers van deze geestelijke wapenrusting?

 

Toen heb ik Zondag 52 uit de Heidelberger erbij gepakt. Dan krijgen we een blik in het hart van de avondmaalgangers.

‘Dewijl wij van onszelf zo zwak zijn, dat wij niet één ogenblik zouden kunnen bestaan, en daartoe onze doodsvijanden, de duivel, de wereld en ons eigen vlees, niet ophouden ons aan te vechten, zo wil ons toch behouden en sterken door de kracht Uws Heiligen Geestes, opdat wij in deze geestelijke strijd niet onderliggen, maar altijd sterke wederstand doen, totdat wij eindelijk ten enenmale de overhand behouden.’

Hier is een avondmaalganger aan het woord, een strijder onder de banier van Koning Jezus. Juist daar, onder Zijn vaandel, Zijn banier, te midden van de strijd, leer ik hoe machtig en sterk de vijand is. En ik leer ook hoe zwak en kwetsbaar ik ben in mezelf. Hoe meer oefeningen er zijn in de strijd, hoe meer ik mijn eigen machteloosheid en krachteloosheid leer kennen. Dan lig ik in een week van voorbereiding op mijn knieën met het gebed: ‘O God, houd U mij staande te midden van deze strijd, want anders kom ik om. In mij is geen kracht tegen deze grote menigte, maar mijn ogen zijn op U’ (naar 2 Kron.20:12).

Wat kun je je geestelijk arm weten en afhankelijk van de Heere. Het drijft je uit naar de Hem en je verwacht het alleen van Hem. Als een arme bedelaar strekt u uw hand naar Hem uit. Maar u houdt aan, want u weet: Hij laat geen smekeling staan!

 

Voor zulke mensen wordt het een wonder dat Paulus hen aanspoort: Wordt krachtig in den Heere en in de sterkte Zijner macht (Ef.6:10). Het is de Heere, Die krachten geeft tot de strijd. Wij zijn zwak, maar Hij is machtig. Het komt van de andere kant! Hij roept  zulke strijders toe: Mijn genade is u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht (2 Kor.12:9).

Als u in de komende week het Avondmaalsformulier leest en onderzoekt, komt u halverwege dit formulier ook de klacht tegen dat een avondmaalganger altijd zichzelf moet afkeuren, moet veroordelen, als het gaat om de strijd tegen de driehoofdige doodsvijand. Dan moet u zeggen: ‘Ik ben niet zoals ik moet zijn. O God, ik moet mezelf veroordelen. Ik moet mezelf aanklagen. Ik ben zo onwaardig, ik ben rechteloos.’

 

Maar het Heilig Avondmaal wordt niet bediend om de verslagen harten van de kleingelovigen mismoedig te maken. Het is er juist om daarmee te belijden dat ik in mezelf zo zwak ben. Ik ben vanuit mijzelf tot alles in staat, ik lig midden in de dood. Maar ik zoek mijn leven, mijn zaligheid en mijn reinigmaking – ik zoek mijn kracht en mijn sterkte buíten mezelf in het offer van de Heere Jezus Christus. Hij is Overwinnaar in de strijd en roept mij toe in de tekenen en de zegelen van gebroken brood en vergoten wijn: Ik leef en gij zult leven (Joh.14:19). En: Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid (Matth.21:19). Maar: Uw vrucht is uit Mij gevonden (Hos.14:9). Dat is de praktijk van het geestelijke leven.

 

Gemeente, ik heb iets gezegd over de dragers van de wapenrusting.

 

We gaan eerst samen zingen: Psalm 130 vers 4:

 

Hoopt op den Heer’, gij vromen;

Is Israël in nood,

Er zal verlossing komen;

Zijn goedheid is zeer groot;

Hij maakt, op hun gebeden,

Gans Israël eens vrij

Van ongerechtigheden;

Zo doe Hij ook aan mij.

 

  1. De herkomst van de wapenrusting

 

We spreken over de gehele wapenrusting van God. We vroegen ons af: Wie dragen die wapenrusting?

We lezen in vers 11: Voorts, mijn broeders, wordt krachtig in den Heere en in de sterkte Zijner macht. Doet aan de gehele wapenrusting Gods. En dan nog een keer in onze tekst: Daarom, neemt aan de gehele wapenrusting Gods.

We vragen ons nu af: Wat is de herkomst van die wapenrusting?

 

De wapenrusting … van God. In ons dagelijks leven dragen veel artikelen het merk van de fabrikant. Waarom? Om de kwaliteit van dat bepaalde artikel te garanderen. En zo zo is het nu ook met deze geestelijke wapenrusting. Elk onderdeel ervan is als het ware gemerkt: het is de wapenrusting Góds! Zij is van God Zelf. Alle onderdelen van die geestelijke wapenrusting zijn van Hem afkomstig. God heeft er Zijn heilige Naam aan verbonden. De kwaliteit is gegarandeerd.

 

De geestelijke strijders herken je aan het veld- en het merkteken van Koning Jezus. De geestelijke strijders dragen verschillende wapens. U leest in het vervolg over de gordel van de waarheid, het borstwapen der gerechtigheid, de schoenen van het Evangelie des vredes, het schild des geloofs, de helm der zaligheid en het zwaard des Geestes. Het komt alles bij God vandaan.

Hij heeft deze verdedigingsmiddelen bedacht en gegeven in de stilte van de eeuwigheid. Hij heeft ervoor gezorgd dat er een geestelijke strijd gevoerd wordt. Maar na de strijd geeft Hij ook de overwinning. Er is geen enkele strijder die deze wapens van zichzelf heeft. Ja, nog sterker: als u met uw eigengemaakte wapens de strijd wilt strijden of de strijd in moet, bent u bij voorbaat al de grote verliezer.

 

God heeft voor de wapens gezorgd. De Heere Jezus Christus heeft ze als de lijdende Knecht van Zijn Vader verworven. Door Zijn Geest deelt Hij die wapens uit. Hijzelf is immers de Waarheid. Hij heeft dat borstwapen der gerechtigheid verworven. Alleen Zíjn gerechtigheid redt van de dood. Hij heeft voor het Evangelie des vredes gezorgd. Hij geeft het schild des geloofs, de helm der zaligheid en het zwaard des Geestes, dat is Gods Woord, in uw hand.

Niemand anders dan de Middelaar, de Borg, de Zaligmaker heeft de wapens verworven door het huis van de sterk gewapende binnen te gaan. Zo gaat Hij Zijn verslagen en verloren Kerk uit de klauwen van de sterk bewapende ontroven.

 

Deze wapens schenkt Hij u door Zijn Geest, heel persoonlijk, in het uur van de levendmaking. Dan komt u op Zijn leerschool. Dan leidt Hij u of jou onder Zijn Banier. Hij neemt u al uw eigen wapens af en doet u Zijn wapenrusting aan. Hij gaat u ook leren hoe u met die wapens moet omgaan, hoe u ze moet gebruiken. Dan komt u er wel achter dat u niets van die uitrusting missen kunt.

Wat moet ik immers beginnen zonder omgord te zijn met de gordel van de waarheid? Wat moet ik beginnen zonder Zijn toegerekende gerechtigheid? Ik heb het borstwapen van Christus’ gerechtigheid zo nodig! Hoe zal ik zonder die bescherming staande blijven? Hoe zal ik dan voor God kunnen bestaan? En daarom: Doet aan – of: neemt aan – de gehele wapenrusting Gods.

 

Jongens en meisjes, jullie weten dat de Heere Jona naar Ninevé stuurt. Maar Jona wil niet, want het ontbreekt hem aan de schoenen van de bereidheid van het Evangelie des vredes. Wat blijft er van Jona over? Je weet hoe het met Jona is gegaan, hè?

Wat denk je van Jakob, als hij de gordel van de waarheid niet om heeft? Dan komt hij bij zijn vader met het wildbraad, dat hij zogenaamd heeft gevangen. Een verhaal van Jakob vol leugen en bedrog. Voel je? Lot heeft meer oog voor de groene, vruchtbare landstreek van Sodom dan voor de grote gevaren van de zonden in Sodom en Gomorra. Hij draagt dan zeker niet de wapenrusting van God. David is ook niet bewapend, als zijn oog op Bathséba valt. Petrus is ook niet bewapend, als hij in de zaal van Kajafas bang is voor een meisje, zijn Meester verloochent en ten stelligste ontkent dat hij bij de volgelingen van Jezus van Nazareth hoort.

Jona, Jakob, Lot, David, Petrus … en noem maar op. Zomaar een paar Bijbelse voorbeelden waardoor duidelijk wordt dat alleen de gehele wapenrusting van God zekerheid, veiligheid en bescherming biedt. De apostolische vermaning ‘Neemt aan, doet aan de gehele wapenrusting Gods’ is niet overbodig. Want de aanvallen en de macht van de vijanden zijn zo listig, zo gemeen.

 

Zou het vandaag anders zijn? Ik denk het niet. ‘Dominee, heel mooi, dat u preekt over de geestelijke wapenrusting. Mooi! Ernstig! Wilt u het alstublieft ook wat actualiseren? Wilt u het ook toepassen naar de werkelijkheid van deze tijd?’ 

Ik las van de week een noodkreet van een aan porno verslaafde man. Hij kan er maar niet van loskomen om naar porno-sites te gaan. Het is een verslaving; hij kan daar niet van los komen. Ik vind het erg moeilijk om hierover te spreken. Ik heb het aan de Heere voorgelegd.

Ik lees u het artikel voor, hij schrijft:

Ik voel me hopeloos, geestelijk gebroken. Er is voor mij geen hoop meer om van deze verslaving af te komen. Ik geef toe dat het allemaal mijn eigen schuld is. Ik probeerde elke keer de verslaving te overwinnen, maar ik ben zo eigenwijs en ook zo hardleers en de duivel is zo machtig: ik zit in zijn greep. Meerdere keren heb ik geprobeerd te stoppen, maar het gaat niet. Wat moet ik doen? Want als ik zo doorga, is het een keer te laat. Kan iemand mij helpen?

De dominee reageert daarop:

Fijn, dat u vanuit uw nood deze hulpvraag stelt. Ik aarzel of ik u wel kan helpen. Ik bedoel: u hebt waarschijnlijk ook een professional nodig om u te coachen. Toch wil ik met u naar de Heere gaan. Want in Hem is kracht om u uit te redden. Hij kan de diepste verslaving doorbreken. De duivel is wel machtig, maar God is almachtig, meneer! Alleen, dan moet u het wel van Hém leren verwachten.

Wat moet u doen? Belijd uw zonden de Heere heel concreet, oprecht en eerbiedig. Neem een besluit in uw hart om geen porno meer te kijken. Besluit voor uzelf geen contact meer te zoeken met vreemde vrouwen.

Dat zal natuurlijk best moeilijk voor u zijn, als dat een gewoonte voor u geworden is. Maar de Heere Jezus zegt dat u er wel van bevrijd kan worden in de weg van vasten en gebed. Zie o.a. Mattheüs 17 vers 21.

En vasten, dat is u concentreren op het ‘nee’ zeggen tegen deze concrete zonden. Want ook gedachten, gebaren, woorden en daden die u aan de seksuele zonden herinneren, moet u proberen te vermijden, omdat ze gemakkelijk weer een glijbaan worden naar de zondige daad.

Maar, beseft u toch alstublieft dat u dat niet alleen kunt. U kunt het alleen door de kracht die God verleent. En daarom: Bid dagelijks tot God. Want God wil in die weg genadekracht geven om ‘nee’ te zeggen tegen de zonden en die ook niet te doen.

De duivelse macht die tijdens en na het kijken uw ziel in zijn greep houdt, wijkt alleen maar terug door te leren schuilen achter de overwinning, die Christus op Golgotha op de duivel heeft behaald.

Wellicht is het ook nodig dat u een goede vriend, een ouderling of de dominee, in vertrouwen neemt. Als een extra steun en bemoediging in deze geestelijke strijd. Maar ga persoonlijk ook de strijd tegen de zonden aan. In Gods kracht.

Leerzame stof voor u is, wat u leest in Efeze 6 vers 10 tot en met 17. Kerntekst: ‘Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels.’

En dan vervolgt de dominee:

De strijd tegen porno, meneer, is niet een strijd tegen bepaalde gevoelige lichaamsdelen, maar tegen de listige verleidingen van de satan die uw geest knevelt. Dat gaat dus veel dieper. En de duivel mag en zal het niet winnen. Want de Heere Jezus wil uw hart gevoelig maken voor Zijn genade, vanuit Zijn overwinning. En Zijn genadekracht verbreekt dan elke satanische macht voor elk die het van de Heere verwacht.

Natuurlijk, het zal best een stuk strijd kosten. Maar de geloofsstrijd is de goede strijd, 1 Timotheüs 6 vers 12, omdat die uitzicht geeft op de overwinning. Ik hoop en bid dat de Heere u zo in de vrijheid zet van Zijn ontfermende genade. Veel sterkte in deze weg. Ik zal bidden of de Heere u héél nabij wil zijn.

Dit is een noodkreet van een man, en misschien bent u het wel. Als ik uitga van een onderzoek dat laat zien hoeveel mensen er verslaafd zijn aan ... iets, dan zal het zeker ook onze gemeente niet voorbijgaan. Eén op de zoveel! Als ik dan rondkijk en ga aftellen; één op de ... Vult u maar in.

 

U vroeg: ‘Wilt u het praktisch maken?’ En dan bid ik: ‘Heere, wilt U geven dat ik het wat praktisch mag maken, het dichtbij de mensen breng.’ Er zullen er toch ook hier zijn die verslaafd zijn. Misschien niet aan porno, maar aan geld of wat dan ook. Er zijn nog heel veel andere zaken waaraan je verslaafd kunt zijn. Er zullen er ook hier zijn die een onnoemelijk zware strijd voeren om van zijn of haar verslaving af te komen.

Zoals hierboven aangehaald: ‘Doe het niet alleen.’ U redt het niet. Zoek een vertrouwenspersoon. Zonder hulp begint u duizendmaal opnieuw en faalt u even zo vaak. Zoek hulp! Maar bovenal, breng het voortdurend bij de Heere. Er is een God die hoort, Echt waar! Hij aanschouwt de moeite en het verdriet. Hij houdt Zijn doorboorde handen op. Leg uw nood  in Zijn hand.

Hij wil u Zijn wapenrusting aanreiken, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels.

 

Ik dank de Heere, dat ik dit mag doorgeven. Hoe moeilijk ik het  ook vind.  We redden het alleen als we krachtig en sterk zijn in de Heere. Als we dicht bij de Bron, bij Gods Woord leven. Paulus zegt: Bidt zonder ophouden (1 Thess.5:17).

 

Laat Psalm 86 vers 6, dat we gaan zingen, toch voortdurend ons gebed zijn:

 

Leer mij naar Uw wil te hand’len,

‘k Zal dan in Uw waarheid wand’len;

Neig mijn hart, en voeg het saâm,

Tot de vrees van Uwen Naam.

Heer’, mijn God, ik zal U loven,

Heffen ’t ganse hart naar boven;

‘k Zal Uw Naam en Majesteit

Eren tot in eeuwigheid.

 

We behandelen de gehele wapenrusting Gods. Wie dragen die wapenrusting? Hoe komen we aan die wapens? En nu: hoe noodzakelijk is deze wapenrusting in de geestelijke strijd.

 

  1. De noodzaak van de wapenrusting

 

Dat het noodzakelijk is dat we zijn uitgerust met deze goddelijke wapenrusting, zien we in vers 12. Er wordt in die tekst gesproken over de boze dag. Hoor maar: Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in de boze dag.

 

Die boze dag? Dat is nu, dat is vandaag. Dat zijn de dagen die wij nu beleven, gemeente. De boze laat zijn macht gelden. We leven in dagen van dikke duisternis, in het uur van de verzoeking, waarin de satan zijn macht en invloed openbaart.  Het wordt beschreven in vers 12. Het zijn de dagen die voorafgaan aan de wederkomst van de Heere Jezus Christus. De aanvallen van de hel zullen alleen nog maar heviger en brutaler worden.

 

Natuurlijk, door al de eeuwen heen heeft de vorst der duisternis zijn macht ontplooid. Dat is begonnen in het paradijs. Maar ik durf de stelling aan dat er in de wereldgeschiedenis geen tijd is, waarin de goddeloosheid op alle terreinen van het leven zó groot is als de dagen waarin wij nu leven, en waarin onze kinderen en kleinkinderen opgroeien.

 

De boze dag, dat is nú. De zonden en het kwaad zijn vandaag bijzonder sterk en machtig georganiseerd. Ik heb daar eigenlijk geen woorden voor. Het ergste is dat wij er zo gemakkelijk aan kunnen wennen. We laten ons zo gemakkelijk meenemen in dat door en door heidense, wereldse en goddeloze denken.

Het is heel erg dat we het ons vaak niet of nauwelijks realiseren dat we in zo'n ontzaglijk bange tijd leven. We zeggen het zo gemakkelijk: ‘Het valt nog best mee!’ Of: ‘Ik zie daar nou echt niet zoveel kwaad in.’ Dan denk ik: Dan moet je toch wel oogkleppen op hebben.  Ik weet het, ook na ontvangen genade kunnen we nog zo blind zijn, zo Oost-Indisch doof.

Maar gemeente, bedenk: De boze dag, dat is nú!

 

Wat is onze tekst actueel! Verslaving aan sport, amusement, seks, drank en aan zoveel vuile internetpagina’s. Noem het verder maar op. Alles lokt! Alles trekt aan en spoort ons aan tot zondigen. En we hebben heus ons eigen hart niet mee. De grootste vijand, ook na ontvangen genade, zit vanbinnen.

 

De boze dag, vanwege verwarring in de kerken, met allerlei wind van leer.

De boze dag, door de verdeeldheid die er onderling is, ook onder Gods volk.

De boze dag, omdat er in allerlei sectoren van de maatschappij en kerken schandalen openbaar komen.

De boze dag, omdat de liefde van velen verkilt.

 

Wilt u in die boze dag staande blijven? Juist ook in een week van voorbereiding kunt heel sterk ervaren dat u leeft in ‘de boze dag’. Wilt u dan staande blijven? Dan heb ik maar één advies voor u. Eén weg wijs ik u: U hebt de kracht en de wapenrusting van God nodig. Want in uzelf bent u nameloos zwak. Erken dat. Buig daarvoor. Belijd dat. Wie ben ik? Wie behoor ik te zijn? Verlies het toch van de Heere.

 

De apostel zegt: Neemt aan. Wat betekent dat? Dat betekent dat u uw eigen wapens moet inleveren. Uw eigen kleren, uw eigen harnas moet uit. Je moet je eigen krachten leren verachten. Dat valt niet mee, dat begrijp ik wel. Want dan moet mijn naam eraan en mijn eer. Dan moet ik mijn leven leren verliezen. Dat is vernederend en verootmoedigend voor mij. Maar, de apostel zegt: Het is noodzakelijk. Anders past die wapenrusting van God niet.

 

Gemeente, zo moet u het ook zien richting aanstaande rustdag. Alles wat u meeneemt aan de bediening, buiten de wapenrusting van God, is te veel. Alles wat u meer bent dan een arm, verloren en verslagen zondaar, bent u voor Gods genade in de Heere Jezus Christus te veel. U kunt er niet mee voor God bestaan. Dus u kunt er ook niet mee aan de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Goed doet geen nut – dat zijn uw eigen wapens, alles wat van uzelf is – ten dage der verbolgenheid, maar de gerechtigheid redt van den dood (Spr.11: 4).

Daarom is het aandoen van deze geestelijke wapenrusting Gods niets anders dan een zaak van geloof. Het ware, zaligmakende geloof, zoals dat in de Heidelberger in Zondag 7 omschreven wordt. Of anders gezegd, met onze tekst: Wat is dat, de gehele wapenrusting Gods aandoen? Dat is: als een arm, rechteloos, onwaardig, verloren mens vluchten tot Gods grondeloze barmhartigheid, liefde en genade in het offer van Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus, in Wie Hij een volkomen welbehagen heeft.

 

Voor een geestelijke strijder, voor een avondmaalganger blijft er dus maar één Weg over, één Naam, één hoop, één Middelaar. Dat geldt juist in deze boze dag, in de geestelijke strijd, waarin de boze de overhand heeft. Dat geldt ook in een voorbereidingsweek, want wat kan er veel op af komen! Kom dan op uw knieën en belijd – voor het eerst of opnieuw – uw zonden, uw onwaardigheid. Bid met de tollenaar: O God, wees mij de zondaar genadig (Luk. 18:13).  Dan heb je je handen ook vol aan jezelf, want we zijn altijd geneigd om naar een ander te wijzen of boven een ander te gaan staan.

 

Jongens en meisjes, als de Heere deze week met Zijn Geest mijn hart verlevendigt en verlicht, kom ik erachter dat er in mijn hart buskruit zit. Laten we maar een beetje in de sfeer blijven van de strijd; en dan hebben we het over vechten, over buskruit. Voordat ik het weet, komt er een lontje bij het buskruit. Er komt een vonkje vanuit mijn boze hart en dan ontploft er vanbinnen iets.  Dan stroomt eruit wat erin zit. Dan ervaar ik de boze dag. Die is niet alleen in deze wereld, maar die bevindt zich ook in mijn hart.

 

Dit weet ik, voor míj is de duivel niet bang, hoor! Maar voor de Heere Jezus wél! Daarom moet u deze week heel dicht bij Hem zijn. En bij Hem blijven. De duivel siddert voor Christus. Waarom? Omdat Hij Overwinnaar is in de strijd. Omdat in Hem de kracht en de sterkte is.

Daarom zingt ook Gods strijdende Kerk met Luther mee:

 

Ons staat de sterke Held terzij,
dien God ons heeft verkoren,
Gods eengeboren Zoon,
Verwinnaar van de troon!
De zeeg' is Hem beschoren.

 

Gemeente, ik eindig. Het is voorbereiding. Beproef uzelf nauw bij het licht van Gods Woord. Als u op uw levenswandel let, vraag dan: Ben ik een geestelijke strijder onder de banier van Koning Jezus? Dan kan het niet anders of u weet  van eigen onwaardigheid, krachteloosheid en machteloosheid. Het zwaard des Geestes, Gods Woord, krijgt waarde in uw leven. De gerechtigheid van Christus wordt voor u noodzakelijk, dierbaar en onmisbaar; en dat blijft het. De boodschap van het Evangelie des vredes wordt gepast voor u.

 

Als u deze geestelijke strijd niet kent, ga dan eerlijk met uzelf om. Dan moet ik tegen u zeggen: Er is voor u geen plaats aan het Heilig Avondmaal.

Maar dan mag ik wel tegen u zeggen: Al is er dan geen plaats aan het Heilig Avondmaal voor u, er is wel plaats bij de Heere. De Heere zegt door Zijn dienstknecht: Er is plaats bij Mij, aan Mijn voeten. Voor heel de gemeente. Voor jong en oud.

 

De bediening is alleen voor Gods volk, voor de geestelijke strijders. Maar mijn Zender zegt mij: Denk erom dat je  tegen héél de gemeente zegt dat er aan Mijn voeten, aan de troon van Mijn genade, plaats is voor iedereen.

 

Ook voor jullie, jongens en meisjes. Onder de krijgsbanier, onder het vaandel van de Heere Jezus is ook voor kinderen plaats. De krijgsdienst van deze Koning beveel ik jullie hartelijk aan. Hij zegt: Mijn juk is zacht en Mijn last is licht (Matth. 11:30). Zijn dienst is een liefdedienst.

Dan komt er beslist wel strijd in je leven, maar het is de goede strijd. Koning Jezus geeft je zoveel van Zijn liefde en goedertierenheid in je hart, te midden van die strijd, dat je het voor geen goud van de wereld meer wilt verruilen. Ook al kom je dan alleen te staan. Ook al moet je dan tegen de stroom oproeien. Je zult God in de Heere Jezus Christus overhouden. Dat is toch Alles?

 

Wat was het geheim van Jozef, zodat hij niet met de vrouw van Potifar in haar huis naar bed ging? Wat was zijn geheim? Hij had ’s morgens op zijn knieën gelegen. Hij was bewapend. Hij leefde dicht bij God en hij had de geestelijke wapenrusting aan. Hij had een biddend leven. Hij verwachtte het van de Heere. Dan ga je de zonden haten en dan vlucht je ervoor weg, dan blijf je daar uit de buurt. Als er één is die van strijd weet, is het Jozef wel.

 

Er komt een dag voor alle strijders dat de wapenrusting uitgaat. Dan ontvangt Jozef en ontvangen al die strijders een ander kleed. Een lang wit kleed, een overwinningskleed en een kroon op hun hoofd. En dat mogen we de aanstaande rustdag aan de bediening ook al even ervaren.

Johannes ziet het in zijn Openbaring op Patmos. Hij roept die strijders op: Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens (Openb.2:10). Die kroon zullen die strijders, Gods kinderen, de verlosten, de gezaligden, in de hemel weer werpen aan de voeten van het Lam. Het Lam dat hen kocht met de prijs van Zijn dierbaar hartenbloed.

Dat mag bij ogenblikken ook weleens aan de bediening van het Avondmaal gebeuren. Dan gaan we eindigen in Hem. In Hem, Die ons niet alleen kocht en verlost heeft, maar ons ook bij de verworven verlossing in het strijdperk van dit leven bewaart. Want in Hem alleen zijn wij meer dan overwinnaars.

Amen.          

 

Slotzang: Psalm 68 vers 11.

 

Gewis, hoe hoog de nood mag gaan,

God zal Zijns vijands kop verslaan;

Dien haar’gen schedel vellen;

Die trots, wat heilig is, onteert,

En daar hij schuld met schuld vermeert

Zich tegen Hem durft stellen.

De Heer’ heeft Zelf ons toegezeid:

’k Zal u, door macht en wijs beleid,

Uit Basan weêr doen komen;

U zullen, als op Mozes’ beê,

Wanneer uw pad loopt door de zee,

Geen golven overstromen.