Ds. C.G. Vreugdenhil - Zondag 38

Onderwerp

De viering van de rustdag als een voorteken van de eeuwige rust
De betekenis van de rustdag
Het werk op de rustdag
Het uitzicht vanuit de rustdag
Deze preek is eerder in boekvorm uitgegeven door de Gereformeerde Gemeente van Rotterdam-Zuidwijk. Te bestellen via: heterensr@wxs.nl www.bethelkerkrotterdam.nl www.jongboek.nl/shop/

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 92: 1
Lezen : Psalm 84
Zingen : Psalm 116: 1, 7, 10 en 11
Zingen : Psalm 26: 6, 7 en 8
Zingen : Psalm 84: 5

Aan de beurt is Zondag 38 van de Heidelbergse Catechismus.

 

Vraag 103: Wat gebiedt God in het vierde gebod?

Antwoord: Eerstelijk, dat de kerkendienst, of het predikambt, en de scholen onderhouden worden, en dat ik, inzonderheid op de sabbat, dat is op de rustdag, tot de gemeente Gods naarstiglijk kome, om Gods Woord te horen, de sacramenten te gebruiken, God de Heere openlijk aan te roepen, en de armen Christelijke handreiking te doen; ten andere, dat ik al de dagen mijns levens van mijn boze werken ruste, de Heere door Zijn Geest in mij werken late, en alzo de eeuwige sabbat in dit leven aanvange.

 

Gemeente, in deze Zondag gaat het over:

De viering van de rustdag als een voorteken van de eeuwige rust

 

We letten op drie aandachtspunten:

1. De betekenis van de rustdag

2. Het werk op de rustdag

3. Het uitzicht vanuit de rustdag

 

1. De betekenis van de rustdag

 

Gemeente, Gods geboden blijven alle zonder uitzondering actueel. Juist nu ons volk, ons land en onze regering zich afkeert van de rechte zondagsviering en christenen op allerlei manieren onder druk komen te staan. De zondag komt onder druk te staan door werk op zondag dat niet noodzakelijk is zoals de opening van winkels.

 

Hoe belangrijk is het vierde gebod?

Gemeente, we kunnen zeggen dat wie de bedoeling van het vierde gebod niet kent, niet zalig kan worden. Want de bedoeling of het wezen beschrijft de Catechismus als: ‘Dat hier in dit leven al de eeuwige sabbat aanvangt.’ Wie dat begin niet kent, die kan hem ook nooit voortzetten. Die staat buiten de zaligheid.

Het wezen van het sabbatsgebod is hetzelfde als van alle geboden in de wet, namelijk ‘liefde’. Daarom vraagt Zondag 38 niet: ‘Wat verbiedt God in het vierde gebod?’ Maar juist heel positief: ‘Wat gebiedt God in het vierde gebod?’

 

De heiliging van de sabbat is niet alleen een zich onthouden van het normale doordeweekse werk, maar het is juist het verrichten van allerlei geestelijke arbeid. Daarvoor moet het dagelijkse werk wijken. Het zou een dwaasheid zijn om te denken dat God verheerlijkt wordt in het niets‑doen. Integendeel. We horen in vraag 103 niets over wat er op zondag wel en niet mag.

Wij mogen er voor onze gezinnen niet een soort gevangenisdag van te maken, want dan vullen we het vierde gebod verkeerd in.

 

De Catechismus noemt niet eens waarom de zondag als eerste dag van de week onder het Nieuwe Testament in de plaats gekomen is van de sabbat, als zevende dag onder het Oude Testament. U leest hier ook geen geboden of van dingen die verboden zijn.

Positief belijdt de christen hier wat de zondag voor hem betekent; dat is rusten in het volbrachte werk van Christus en van daaruit de Heere dienen met een volkomen hart.

Ursinus zegt in zijn verklaring van de Zondag dat we de rustdag niet in luiheid en ledigheid mogen doorbrengen, maar op deze dag heilige werken moeten verrichten.

 

Het gaat ook niet over onbenullige sabbatskwesties, zoals de farizeeën ervan maakten. De farizeeën hadden hele discussies over de vraag of je wel een ei mocht eten dat door een kip op de sabbat gelegd was. Weet je wat ze ook een hele vraag vonden? Waarom mag je op zondag wel een luis dood maken, maar een vlo niet? Omdat een luis veel makkelijker dood te maken is dan een vlo, want een vlo springt weg. Achter een vlo moet je aan en jagen is verboden op zondag. Dat tekent de sfeer waarin de farizeeën de sabbat vierden. Zij hebben er een wettisch geheel van gemaakt, maar zo heeft God dat nooit bedoeld.

De Heere Jezus zegt: ‘Als er een schaap op de sabbat in de gracht valt, dan haal je het er toch uit. Je laat dat dier niet verdrinken.’ Hij genas de achtendertigjarige zieke juist op de sabbat. Toen de farizeeën daarover mopperden, vroeg Hij: ‘Is het geoorloofd op sabbatdagen goed te doen? De Zoon des mensen is een Heere ook van den sabbat.’

 

Dat voorbeeld heeft de Catechismus voor ogen in vraag en antwoord 103. Het valt ons op dat het wemelt van de werkwoorden.

De Heere wil gediend worden. De liefdesvraag is: ‘Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?

Nou, er is genoeg te doen op de sabbat!

Ursinus zegt in de Catechismus:

heilige werken verrichten, kerken en scholen onderhouden, naarstig tot de gemeente Gods komen, Gods Woord horen, de sacramenten gebruiken, Gods Naam aanroepen, voor de armen een Christelijke handreiking doen.

Ziet u wel? Allemaal werkwoorden! Er zit vaart en actie in. Wie de rustdag wil leiden naar het vierde gebod, die is overladen met werk zodat hij aan andere dingen niet eens toekomt. Dat zet, als het goed is, een stempel op onze christelijke zondagsviering.

Daar moet natuurlijk in de eerste plaats uw dagelijks werk voor wijken. Dat is duidelijk. Maar ook familiebezoek waar u ver voor moet reizen. En uitslapen op zondagmorgen is er ook niet bij. Of, ik noem maar wat, naar het strand of het bos gaan in plaats van naar de kerk. Het bestaat niet dat u al die dingen kunt doen bij de heilige werken die de Catechismus noemt in antwoord 103.

 

Gemeente, als we ons houden aan wat er staat in de Catechismus, dan is onze dag al meer dan vol. Zo positief gaat de Catechismus in op de besteding van de zondag.

God heeft de sabbat geheiligd. Dat betekent: apart gezet voor Zijn dienst, om Hem te dienen. Daar is speciaal de zondag voor. Ja, Hem dienen moet natuurlijk alle dagen van de week. Maar dan hebt u uw gewone werk erbij en op zondag hebt u er de hele dag voor.

Hij roept ons hier in de kerk om Hem te ontmoeten, om met Hem samen te zijn. Het is net als wanneer je verkering krijgt, jongens en meisjes. Zo moet je het zien. Als er liefde is, willen de jongens en meisjes zaterdag en zondag graag bij elkaar zijn. Doordeweeks heb je je werk, je moet naar school, maar zaterdags en zondags zoek je elkaar op, want dan wil je samen zijn.

Zo ziet een christen uit naar de zondag om zijn andere werk eens een ogenblik te mogen laten rusten en met de Heere samen te zijn en Zijn liefde op een bijzondere manier te ervaren in Zijn huis. Heerlijk om onder het Woord Zijn stem te horen en gemeenschap met Hem te hebben. O, we zetten graag alle andere dingen aan de kant om met onze Liefste samen te zijn.

 

De Heere heiligde die dag niet alleen, maar Hij zegende die dag ook. Zo was het al in het paradijs. Op de zevende dag rustte de Heere van Zijn schepping om Zich erin te verblijden.

Kent u die overgave aan de Heere, om u te verblijden in Hem, in Zijn woord, in Zijn werken, in Zijn dienst? Dan bent u blij als het weer zondag is. Of is er geen liefde in uw hart tot God? Ja, dan wordt het moeilijk. Dan wordt de dienst van God en de zondagsheiliging een probleem.

Stelt u zich voor dat een man zijn vrouw niet liefheeft en hij moet heel zijn leven met haar samen zijn. Dat is moeilijk!

Het betekent ook dat God de sabbat zegent. Dat kunt u letterlijk nemen. God geeft Zijn zegen in het bijzonder op die dag. De belofte van het Evangelie mag gepredikt worden: ‘Een ieder die gelooft in de gekruisigde Christus, zal vergeving van zonden hebben en eeuwig leven in Zijn Naam.’ Hij komt tot ons met de rust die Hij verworven heeft.

Gemeente, het is wat, als u daar eens even bij stilstaat. God biedt ons aan om op de eerste dag van de week te beginnen met rusten in Zijn volbrachte werk, dat zo volkomen is. Om van daaruit, zoals Ursinus het zegt, heilige werken te verrichten. Zo krijgen we op zondag met ziel en lichaam al een voorproef van de eeuwige rust.

Zo is de sabbat een dag van genieten, een dag van vieren, een dag waar u naar uit mag zien. Zo wordt de zondag het hart, de stuwkracht voor al de andere dagen, een hele week lang.

 

Als zo de sabbatsrust haar doel ontvangt in de verheerlijking van God, dan is ze als vanzelfsprekend ontdaan van het wettische element dat de farizeeën eraan gegeven hebben.

Begrijpt u al een beetje het thema dat we boven de preek hebben gezet?

De viering van de rustdag als een voorteken van de eeuwige rust.

Onze taak zal in de eeuwigheid immers zijn om God te verheerlijken.

Er zit een hele diepe achtergrond achter de liederen die we samen al gezongen hebben.

Ik zal met vreugd in ’t huis des Heeren gaan,
Om daar met lof Uw groten Naam te danken.

Maar ook waar we mee begonnen:

Laat ons den rustdag wijden
Met psalmen tot Gods eer;
’t Is goed, o Opperheer,
Dat w’ ons in U verblijden.

Ziet u, ‘met vreugde’ en ‘verblijden’ en ‘Gods eer’!

 

Om de betekenis van de rustdag te verstaan, moeten we even letten op wat het woordje ‘sabbat’ in de Bijbel betekent. De Catechismus heeft het hier niet eens over de zondag. Heel eenvoudig staat er dat de ‘sabbat de rustdag’ is. Oorspronkelijk stond dat er niet. Petrus Datheen heeft de Catechismus vertaald in het Nederlands en hij heeft dat ertussen gezet. De kerk heeft dat zo overgenomen, want dat hoort bij de uitleg.

Zo vertaalt de Catechismus dus het woordje ‘sabbat’ met: rustdag. Rustdag, dat is de rijke betekenis voor de naam die God aan deze dag gegeven heeft, waarop we ons in het bijzonder mogen bezig houden met de dienst van de Heere.

De nieuwtestamentische naam is ook wel ‘de dag des Heeren’. De eerste dag van de week is ook een herinnering aan de opstanding van de Heere Jezus, Die opgestaan is op zondag, nadat Hij de rust had aangebracht.

In de Bijbelse naam ‘sabbat’, rustdag, komt de verheerlijking van God eigenlijk het meest tot uiting. God heeft deze dag gegeven om Hem te verheerlijken. Daarom is die dag apart gezet, geheiligd en gezegend. Deze weldaden schenkt Hij ons.

 

Als we het over rust hebben, rustdag of sabbat, dan zien we daar de tegenstelling in met arbeid. In Bijbelse zin is dat eigenlijk niet eens duidelijk. Het betekent juist een heilige, geestelijke, Gode verheerlijkende activiteit, namelijk het dienen van God zonder ophouden. In Openbaring wordt geschreven over de rust die er overblijft voor het volk van God. Daar staat dat het werk, dat in eeuwigheid gedaan zal worden, zal zijn: God dag en nacht dienen in Zijn tempel.

Waarom wordt dit dienen van de Heere dan toch rust of sabbat genoemd? Omdat het niet meer gepaard zal gaan met de gevolgen van de zondeval zoals moeite, strijd en zorg.

 

Is dat niet heerlijk? U kunt er weleens diep naar verlangen om God zo te dienen. Daar wordt u nooit moe van. Al de gevolgen van de zondeval zullen over zijn. We zijn ontheven van al de ellende en van onze oude natuur.

Daarom: rustdag, sabbat, rust.

 

Straks volgt er nog in de Catechismus: het rusten van onze boze werken. Van het dienen van God wordt u namelijk nooit moe, maar van de zonde wel. Het dienen van de Heere, daar beleeft u de grootste vreugde aan.

De rust of sabbat is dat u zich verliest in de ongestoorde zaligheid van de dienst van God.

 

De tweede gedachte:

 

2. Het werk op de rustdag

 

We lezen in de Catechismus in antwoord 103:

Eerstelijk, dat de kerkendienst, of het predikambt, en de scholen onderhouden worden, en dat ik, inzonderheid op de sabbat, dat is op de rustdag, tot de gemeente Gods naarstiglijk kome, om Gods Woord te horen, de sacramenten te gebruiken, God de Heere openlijk aan te roepen, en de armen Christelijke handreiking te doen.

 

We lezen in onze Catechismus dat er genoeg te doen is op zondag. Er staat niet dat dit niet mag en dat wel mag en dat iets anders helemaal niet mag, maar juist heel positief: ‘Wat doet u op zondag?’

Als we iets mogen kennen van de Heere Jezus en de aangebrachte rust, dan leren we rusten van de zonde en het ontvangen en genieten van de voorsmaak van de eeuwige rust.

 

Maar hoe zal die rust ons deel worden als het ons niet bekendgemaakt wordt? God maakt het ons bekend door de prediking van Zijn Woord. Daarom begint de Catechismus er direct mee dat de kerkendienst of het predikambt onderhouden moet worden.

Het allerbelangrijkste van onze zondagsviering is de prediking van het Evangelie.

Het is natuurlijk een dag van echte rust. In de cyclus van zeven dagen is het een grote zegen als mens en dier een dag mogen herademen en kracht mogen ontvangen om de nieuwe dagen weer aan te kunnen. Zo ligt in de wekelijks terugkerende rustpauze de zegen voor het natuurlijk leven.

Maar dat is niet het belangrijkste doel. De diepste zin van de sabbat is de rust die komen zal en die Christus aangebracht heeft en die door Zijn opstanding wordt verkondigd.

 

Kerkendienst en predikambt betekenen hier hetzelfde. Juist op de overwinningsdag van Christus moet het hart van de Kerk sneller kloppen. En waar klopt het hart van de Kerk van Christus beter dan in de verkondiging van het Evangelie, in de bediening van de verzoening: ‘Laat u met God verzoenen! Onze God vergeeft menigvuldiglijk.’

De prediking is één van de weldaden die God schenkt aan Zijn Kerk, aan Zijn gemeente, in de zondagsviering.

 

Direct worden de scholen daarbij betrokken, want alles moet onderhouden worden. Alles kost geld. Zending, evangelisatie, de kerkdienst, het predikambt, de accommodatie, een nieuwe zaal bij de kerk. Dat kost geld en dat hoort erbij.

 

Kerkendienst en predikambt onderhouden.

Het gaat over de kerk, het onderhouden van de kerk. Daar moeten we elkaar ook in aansporen. Wij zeggen al gauw: ‘We moeten al zoveel belasting betalen.’ en ‘Ach, één karretje boodschappen, daar ben je zo vijftig euro aan kwijt.’ Ik kan het heel goed begrijpen. Er zijn heel wat gezinnen die best goed moeten uitkijken om rond te komen.

Toch is dat eigenlijk niet goed. Kerkgeld moet geen sluitpost van de begroting zijn. Gemeente, daar moeten u eens goed over nadenken. De kerk heeft middelen nodig. De kerkendienst en het predikambt moeten onderhouden worden.

Bij de taken die de Kerk heeft in deze wereld, gaat het niet alleen om de financiën. Taken moeten door mensen worden gedaan. Dan gaat het over kerkenraadsleden, maar ook zendingswerkers, evangelisten, medewerkers voor de jeugdbond en echt nog veel meer.

 

Het geld is misschien niet eens het grootste probleem. Maar het ligt anders als we letten op de vacatures bij de zending en het grote aantal vacante gemeenten, soms echt grote gemeenten. Dat moet ons op de knieën brengen en zeggen: ‘Heere, ontferm U over onze kerk. Er zijn zo weinig dienaren des Woords’

 

Voor onze Theologische School moeten we ook onze knieën buigen of ze mag blijven staan op het pad de Reformatie.

 

Ik was jaloers toen we in Genève waren, een paar weken geleden. We bezochten toen de St. Pierre. Daar heeft Calvijn twintig jaar gepreekt. Dan kijk je naar die preekstoel en de kerk en dan gaan je gedachten terug.

Uit de kerk gingen we naar de collegezaal waar Calvijn samen met Beza les heeft gegeven.

Ze staan naast elkaar op het reformatiemonument in Genève. Die mannen hebben daar wat werk verricht! Calvijn zei tegen de gemeenten in de tijd van de Reformatie: ‘Stuur ons maar hout, dan zullen we er pijlen van snijden.’

 

Maar dat kost gebedswerk. Opleiding is zo belangrijk. Dat is de hartslag, want de prediking komt eruit voort. O, laten wij toch veel bidden of God ons bewaart bij de eenvoud van Zijn Woord en de leer van de Schrift, zoals die vertolkt is door de Reformatie, in de Catechismus, in de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels. Zo heeft het Woord van God al vele eeuwen Zijn vrucht afgeworpen.

 

Maar ook gewone scholen worden hier bedoeld, de basisscholen en het voortgezet onderwijs. Kerk en school en gezin horen één te zijn. We mogen blij zijn als we in de gelegenheid zijn onze kinderen naar een reformatorische school te sturen. We mogen daar dan wel heel dankbaar voor zijn en er ook veel voor over hebben.

Vooral de eerste twaalf levensjaren zijn zo belangrijk, want ─ u weet het ─ wat de meester of de juffrouw zegt, dat is gewoon waar.

We hebben gelukkig ook verschillende scholen voor middelbaar onderwijs die les geven in overeenstemming is met Schrift en belijdenis. De jeugd wordt daar gevormd om te kunnen staan in een maatschappij die onchristelijk is.

Ze moeten daar meer meekrijgen dan wat uiterlijkheden en gedragscodes. Ze moeten de vreze des Heeren leren en in hun leerkrachten zien wat voor gezag Gods Woord in hun leven heeft.

 

De Catechismus wijst nog eens heel persoonlijk met het vingertje naar ons.

Hij zegt:

Dat ik, inzonderheid op de sabbat, dat is op de rustdag, tot de gemeente Gods naarstiglijk kome.

Om wat te doen?

Gods Woord horen, de sacramenten gebruiken, bidden, de armen een Christelijke handreiking te doen.

Vier dingen.

Gemeente, daaraan kunnen we ons toetsen of we de sabbat heiligen of dat we een sabbatschender zijn.

 

Tot de gemeente Gods naarstiglijk kome.

Er staat niet: naar de kerk. Het gaat namelijk niet om een gebouw, maar het gaat over de gemeente Gods. Dat is een organisme, een levend geheel. Het is het lichaam van Christus, waar de gemeenschap der heiligen wordt ervaren. De Heere is bij de gemeente Gods. Daar worden mensen tot God bekeerd. Daar worden Gods kinderen vertroost. Daar wordt u ontdekt en schuldig verklaard, maar ook vrijgesproken, opdat u verheugd naar huis mag gaan.

Dan mogen we het zingen en beleven:

Wat blijdschap smaakt mijn ziel,
Wanneer ik voor U kniel
In ’t huis dat Gij U hebt gesticht!

Hoe lief heb ik Uw woning!’

Ja toch? Hebt u het nooit, dat u zegt:

Hoe branden mijn genegenheên,
Om ’s Heeren voorhof in te treên! ?

In gemeenschap met de gemeente mogen dan die oudtestamentische psalmen en tempelzangen hun nieuwtestamentische diepte ontvangen, omdat ze gezien mogen worden vanuit de vervulling in Christus Jezus.

Vraag maar eens aan iemand die ziek is en die maanden of misschien wel jaren bij de kerktelefoon moet meeluisteren, hoe graag ze naar de kerk zouden komen. Die mensen missen iets wezenlijks, namelijk het samenzijn met elkaar voor Gods aangezicht. De gemeenschap der heiligen wordt in de kerk beleefd.

 

De Latijnse tekst van de Catechismus zegt letterlijk:

Dat ik niet alleen op andere dagen, maar in het bijzonder op de feestdag de Goddelijke samenkomsten frequent bezoek.

‘Maar in het bijzonder op de feestdag’, staat er. De zondag wordt hier een feestdag genoemd en dat is het ook.

Is het voor u ook een feestdag? En voor jullie, jongelui? Toets je er eens aan. Kijk je ernaar uit? Want de zondag is een feestdag bij uitnemendheid. Dan staat de ontmoeting met God centraal. Er staat letterlijk dat het een Goddelijke samenkomst is. Dat betekent dat de Heere het heeft ingesteld. Hij is er ook.

Naarstig, frequent, telkens weer. Je slaat geen dienst over omdat de Heere ons roept om bij Hem te komen, in Zijn heerlijke, heilige, heiligende en verzoenende tegenwoordigheid. Omdat je, als je in de kerk zomaar stilletjes voor je heen zit te luisteren onder het Woord, mag ervaren dat God er is.

 

Hier is de Heere. Zijn Woord gaat hier open en alles trilt van leven. Hij maakt de belofte waar, hier in de kerk: ‘Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen.’ Dan valt alles weg. Dan vallen de zorgen weg. Dan valt uw zaak een ogenblik weg. Dan mag u Jezus zien. ‘Zij zagen niemand dan Jezus alleen.’ Uw hart gaat open. Het Woord gaat open en Christus komt in beeld, de Schoonste van alle mensenkinderen, op Wiens lippen genade is uitgestort.

U hangt aan Zijn lippen en zegt:

‘O Heere, wat is het goed om te buigen onder Uw Woord en om te luisteren naar Uw Woord!’

Het Woord en de verkondiging ervan nemen de eerste plaats in in de eredienst.

 

Een predikant bereid zich thuis voor op de dienst, op de preek die hij zal houden. Dat moet, dat is de dienst van God waard. De Heilige Geest werkt middellijk. Hij werkt als hij de exegese van de tekst nagaat en nadenkt hoe hij die aan de gemeente zal voorhouden. Hij bepaalt de lijn van de preek en maakt zijn aantekeningen om in de dienst alles ordelijk naar voren te brengen. Daarbij is hulp van de Heere en de verlichtende werking van de Heilige Zijn Geest nodig.

Maar ook op de kansel is die hulp en dat licht nodig. En daarom moet u altijd voor hem bidden, opdat de Heere de deur van Zijn Woord opent en opdat de dominee het Woord van onze God mag brengen met vrijmoedigheid.

 

Gemeente, wat hebben we de verlichting van de Geest nodig! In de kerk gebeurt het.

Hier is de werkplaats van de Heilige Geest.

Hier is de bediening van de verzoening.

Hier worden de sleutels van het hemelrijk gehanteerd.

Hier gaan de zaken open of dicht.

Vergeving van zonden wordt verkondigd en toegeëigend, want daar zorgt de Heere voor door de kracht van Zijn Geest.

 

O, wat een dag is toch de zondag!

Wat een feest is toch steeds opnieuw de kerkdienst!

Over de eeuwige rust die Christus heeft aangebracht, wordt niet zomaar een beetje gepraat. Nee, dat heil is verworven en dat stelt de Heere ook in de verkondiging van Zijn Woord voor. Daarom, wie zich aan de kerkgang onttrekt doet zich echt schromelijk te kort.

Aangrijpend heeft de reformator Calvijn het wonder van de prediking beschreven. Hij zegt:

Christus is erin aanwezig met Zijn offer aan het kruis volbracht. Het is alsof Hij aan het kruis hangt en alsof Zijn bloed neervloeit. Er vindt daadwerkelijke besprenging plaats met dat verzoenende bloed.

Calvijn bedoelt de toepassing door het werk van de Heilige Geest, Die harten opent, week maakt, verbreekt en toebereidt.

 

Gemeente, jongelui, weet u erover mee te praten? Dat u naar de kerk kwam met verlangen in uw hart naar God en misschien wel met een schuldig geweten?

‘O God, ik heb het zo diep verzondigd, maar ik kan U toch niet missen, Heere. O God, het is een verloren zaak.’

Toen kwam het Woord. Het Evangelie ging open en toen gingen uw ogen open voor de Heere Jezus en Hij keek u aan met ogen vol eeuwige, diepe liefde. U kon wel door de grond zakken, zoals Petrus, toen Jezus hem aankeek na zijn verloochening. U mocht ervaren dat Hij menigvuldig vergeeft, dat Zijn bloed ging druppen op uw schuldige hart en dat er vrede en vreugde in uw hart kwam, die alle verstand te boven gaat en dat de opstandingskracht van de Heere Jezus uw hele leven vernieuwde, dat u mocht leven voor God en dat het dagelijks opnieuw uw hartelijke begeerte is om de Heere te dienen.

Dat is het wezen van de sabbat.

 

Maar het betreft niet alleen de prediking van het Woord, maar ook de bediening van de sacramenten.

Er staat echter niet ‘de bediening’. Nee, ‘het gebruik’ van de sacramenten, waarin de Heere dezelfde verzoening die Hij laat verkondigen, uittekent en verzegelt. Als u daar gelovig gebruik van maakt, ontvangt u een sabbatszegen, vergeving, versterking, vertroosting.

Als u in het doopwater het bloed van Christus ziet afgebeeld, mag u weten dat Jezus’ bloed zeker reinigt van al uw vuile zonden.

Als u als een vermoeide zondaar aan het Heilig Avondmaal mag aanzitten, onder de schaduw van Zijn armen, die zich uitstrekken aan het kruis, dan mag u het weten: ‘Hier wordt de rust geschonken.’

 

Maar als u uit sleur uw kindje laat dopen en u neemt niet deel aan het Avondmaal omdat u zegt dat u geen gelovige bent, dan mist u een heel belangrijk aspect van wat hoort bij de heiliging van de sabbat.

O, beproef u, wat de dienst van God voor u betekent, wat de zondag voor u betekent, wat de sacramenten die God heeft ingesteld voor u betekenen!

Wie God lief krijgt, krijgt Zijn Woord en Zijn dag lief, maar ook de sacramenten. Die verlangt in gehoorzaamheid aan te zitten aan de Tafel van de Koning, als een arme, schuldige zondaar, om de dood des Heeren te verkondigen.

 

Het eerste was ‘het Woord’, het tweede ‘de sacramenten’. En dan ‘het gebed’. Er staat:

God de Heere openlijk aan te roepen.

In de dienst des Woords is de dienaar de stem van God tot de gemeente. In de dienst van de gebeden is de dienaar de stem van de gemeente tot God. We kennen niet alleen het persoonlijk gebed in de binnenkamer, maar hier in de kerk ook het openlijke, publieke gebed. Het gezamenlijk bidden waarin de nood van de gemeente voor de Heere wordt neergelegd, waar het klinkt als een belijdenis. Als een getuigenis aan de profetische dienst van het Woord paart zich de priesterlijke dienst van de voorbede.

 

Ik bid als priester met u, namens u, ten behoeve van heel de gemeente. In de Latijnse tekst van de Catechismus staat: ‘Ik kom tot de gemeente Gods om aan de openlijke gebeden ook de mijne toe te voegen.’ Ziet u wel, dan wordt de gehele kerkdienst een gebed.

U doet uw stille gebed voor de Heere.

Onder het zingen gaat uw hart mee met de dichter tot God.

Onder de zegen die wordt uitgesproken, bidt u die zegen af.

Onder het lezen van de wet zegt u: ‘Heere, wat is Uw dienst een liefdedienst! Vergeef toch al mijn zonden.’

Terwijl de geloofsbelijdenis wordt gelezen, belijdt u uw geloof mee met de Kerk van alle eeuwen.

We bidden voor onszelf, maar ook voor onze naaste in nood en voor de dienaar en voor mensen die verhard zijn in ongeloof.

Mag ik eens vragen wat u gewoonlijk toevoegt aan de gebeden als het gebed tot God wordt gedaan? Stijgt uw gebed met dat van de dienaar op tot de oren van God.

 

Tenslotte, gemeente, het vierde woord:

om aan de armen een Christelijke handreiking te doen.

U komt niet alleen om te horen, te zien en te bidden, maar ook om te offeren. Wat is een tempel zonder altaar en wat is een altaar zonder offer? Dan moet u niet denken aan een zoenoffer, maar het gaat hier om een dankoffer, in dankbaarheid aan het vierde gebod.

Wie uit de barmhartigheid van God leeft, wie een barmhartige Hogepriester heeft leren kennen, die wil graag barmhartigheid bewijzen.

Ten diepste oefent Christus barmhartigheid door middel van Zijn gemeente. Wij zijn Zijn lichaam, Zijn handen en Zijn voeten, barmhartige Samaritanen die in deze wereld rondgaan. Daarom heten we ook christenen.

Er zijn gelukkig veel mensen die netjes leven en die heel veel voor een ander over hebben. Maar Christelijke handreiking wordt gegeven vanuit de Christelijke bewogenheid, naar het voorbeeld van Christus, omdat we zoveel van Hem ontvangen hebben.

 

In de eerste christengemeenten was de liefde heel sterk. Ze hadden liefdemaaltijden en ze hadden alle dingen gemeenschappelijk. Dat is wat geweest! Hoewel het persoonlijk bezit niet was opgeheven, waren alle dingen algemeen en iedereen mocht alles gebruiken en er was geen nood. Als er iemand tekort kwam, waren er direct giften die werden gelegd aan de voeten van de apostelen.

 

Die aan de armen geeft, leent de Heere. U moet niet zeggen dat er in onze tijd met zijn sociale wetgeving geen armen meer zijn en geen mensen die iets nodig hebben. Er zijn genoeg mensen die best wat kunnen gebruiken. U moet maar van een uitkering zien rond te komen! Of weduwen of vrouwen die in de steek gelaten zijn, gehandicapten, verslaafden en zwervers.

O gemeente, het is zaliger te geven dan te ontvangen.

 

We hebben gelet op de betekenis van de rustdag, op het werk op de rustdag.

Nu de derde gedachte: Er is een uitzicht vanuit deze rustdag.

 

Maar we zingen eerst uit Psalm 26 vers 6, 7 en 8

 

Ik was, aan U verpand,

In onschuld mijne hand.

Mijn hart springt in mij op, o Heer’,

Wanneer ik, met Uw scharen,

Verschijn voor Uw altaren,

En U met offergaven eer.

 

Daar wordt Uw lof verbreid,

O Oppermajesteit,

Door mij, die U bemin en acht;

Daar zal mijn stem U prijzen,

Voor al de gunstbewijzen,

Voor al de wond’ren Uwer macht.

 

Wat blijdschap smaakt mijn ziel,

Wanneer ik voor U kniel

In ’t huis dat Gij U hebt gesticht!

Hoe lief heb ik Uw woning,

De tent, o Hemelkoning,

Die G’, U ter eer, hebt opgericht!

 

3. Het uitzicht vanuit de rustdag

 

Het uitzicht vanuit de sabbat lezen wij in het slot van Zondag 38:

Dat ik al de dagen mijns levens van mijn boze werken ruste, de Heere door Zijn Geest in mij werken late en alzo de eeuwige sabbat in dit leven aanvange.

 

Merkwaardig eigenlijk dat de Catechismus hier niet mee begint, maar mee eindigt. Want het gaat over de kern van het sabbatsgebod. Waarom nu pas, aan het slot, zo’n schitterende verklaring?

 

Gemeente, dat is hierom: de heiliging van die ene dag is een prikkel tot het dienen van Heere, een stimulans tot een heilige levenswandel op al de andere dagen van de week. Zo komt de glans van de rustdag te liggen over al de werkdagen die komen, morgen, overmorgen, tot en met zaterdag.

Op deze manier gaat er een streep door alle zondagsvroomheid van de mensen die één dag in de week voor God reserveren en verder alle andere dagen voor zichzelf houden en leven. Mensen die hun godsdienst zondagavond om twaalf uur als een jas aan de kapstok hangen en zeggen: ‘Ziezo, dat hebben we weer gehad.’

 

Nee, we hebben het niet gehad. Ja, we hebben wel iets heerlijks ervaren, maar daarmee kunnen we iets doen in de dagen die komen. In de week zal blijken of onze zondagsviering een uitwendige vorm is geweest of dat Christus ook Heere is over de sabbat in ons leven. Naar de mate we op de rustdag de overwinningskracht van de opgestane Christus hebben mogen ontvangen en genieten en mochten rusten in Zijn volbrachte borgwerk, naar die mate zal dat ook een heiligende invloed hebben op ons doen en laten de andere dagen in de week.

 

Het leven dicht bij de Heere, vanuit de ontmoeting met God hier in Zijn huis.

Eigenlijk zijn er twee mogelijkheden.

Of de week gaat mee de zondag in en dan kunnen we de zondag goed gebruiken voor alle dingen waar we in de week geen tijd voor hadden of niet aan toe gekomen zijn.

Of de zondag gaat mee de week in. En dat is de bedoeling. Dat is een rechte zondagsviering. Dan wordt heel de week gestempeld door de viering van de zondag. Wat u hier mag ontvangen, neemt u dan mee. Dat geeft u richting en dat stimuleert u en geeft u kracht om de andere dagen uw werk te doen voor God. De hele week is gestempeld door onze zondagsviering.

 

Wie God liefheeft weet wat dat betekent, want die kent iedere dag de strijd tegen de zonden. De ene dag heviger dan de andere. Maar u wilt voor de Heere leven en u komt er zo vaak achter dat u struikelt en dat het niet lukt.

Dan staat er in de tweede plaats:

De Heere door Zijn Geest in mij werken late.

Want dat rusten van die boze werken, die strijd tegen de zonden, dat houdt u nooit vol in eigen kracht. Dat bestaat niet. Uw levensheiliging is een werk van de Heilige Geest, Die harten vernieuwt, Die het bloed van Christus doet druppen in uw hart tot heiligmaking. Niet de Geest bedroeven en Hem niet tegenstaan met allerlei zonden, maar Hem laten werken!

 

God krijgt zo vaak de schuld als het niet goed gaat in de kerk. Er zijn mensen die zeggen dat de geesteloosheid in de kerk door God komt. Zij zeggen namelijk: ‘God houdt Zijn Geest zo in.’ Nee, wij weerstaan de Geest. God heeft gezegd: ‘Ik zal water gieten op den dorstige en stromen op het droge.’

Maar dan moeten wij niet vasthouden aan onze zonden. Als we daar niet mee breken en als we ons niet bekeren tot God, dan staan we de Geest tegen. Dan sluiten we ons af voor het werk van de Heilige Geest.

Als de Geest ons hart opent en ons ontmaskert en vernieuwt en overwint, in ons leven, dan begint de eeuwige sabbat aan te lichten. Heel de schepping ligt dan te glanzen in het ongeschapen licht van de eeuwige sabbat, die de Geest hier reeds doet beginnen in het hart van Gods kinderen.

Hij geeft de voorproef. Hebt u dat nooit, dat er momenten zijn dat u zegt: ‘O God, is dat nu de eeuwige zaligheid?’ Het is soms zo weer over, maar zomaar eventjes, zo nabij die liefde van Christus in uw hart. ‘Heere, wat heerlijk!’

 

U zou zo willen overstappen uit deze wereld naar die heerlijke toekomst.

Dat is het derde:

En alzo de eeuwige sabbat in dit leven aanvange.

Dan is niet alleen de rustdag, maar dan zijn al de dagen van ons leven een voorbereiding op de rust die overblijft voor al Gods kinderen. De eeuwige sabbat is dan het uitzicht vanuit onze rustdag. De eeuwige sabbat, dat is als de hemel in uw hart komt. Ja, want er staat: in dit leven reeds aanvange.

 

Gemeente, de eeuwige sabbat begint niet boven, maar die begint hier beneden, net als het eeuwige leven. Wie dat sabbatsbeginsel op aarde nooit heeft gekend, die zal het op de nieuwe aarde ook niet smaken. Wie het wel kent, en daar moet u uzelf maar aan toetsen, die zal het tot in alle eeuwigheid mogen doen.

O, houdt er rekening mee dat in de eeuwige zaligheid het verschil tussen de werkdag en de rustdag is opgeheven.

Dan wordt het één ongebroken, doorgaande sabbat.

Eeuwig rusten in God en het verheerlijken van God en het dienen van God.

Ze dienen God dag en nacht in Zijn tempel.

Wat een uitzicht!

 

Als u de Heere vreest, wat bent u dan toch onnoemelijk rijk! Mag het uw deel zijn? Kent u die voorsmaakjes? Dan kent u ook het verlangen:

O Heer’, wanneer komt die dag,
Dat ik toch bij U zal wezen,
En zien Uw aanschijn geprezen?

Want straks zal dat eeuwig en volkomen zijn.

Dan zal de Geest ons leiden in al de diepten Gods.

Dan is het een eeuwig verlustigen in Gods werk.

 

Dan zal in het centrum de Vader staan Die de Bevrijder schonk, Christus de Zoon Die de bevrijding voor zondaren verwierf en de Heilige Geest Die inleidde in de vrijheid.

 

De eeuwige sabbat breekt dan aan en wordt vervuld wat er staat in Openbaring:

 

Laat ons dan blijde zijn en vreugde bedrijven, en Hem heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelve bereid.

 

Amen.