Ds. W.A. Zondag - Numeri 20 : 22 - 29

Afspelen

Overlijdensbericht van een hogepriester

Numeri 20
28-2-2021
Met een zwarte rand (vs. 22-24, 29)
Met een groene rand (vs. 24a, 26b)
Met een blauwe rand (vs. 25-28)
Liturgie:
Psalm 118: 1, 2
Psalm 115: 6, 7
Lezen: Numeri 20: 1-13 en 22-29
Psalm 118: 6, 7, 8
Psalm 118: 9, 10
Psalm 118: 11

Leestip: Hebr. 2, 7, 8, 9 (Christus de meerdere Hogepriester)

Citaat:

‘De uitnemendheid in Christus’ dood om iemand rechtvaardig te maken, is veel overvloediger dan de onreinheid van de zonde om iemand tot zondaar te maken’.
- Is. Ambrosius, Het zien op Jezus.

Gespreksvragen:
1. Een hogepriester had een bijzondere taak. Hij ‘wordt gesteld voor de mensen in de zaken die bij God te doen zijn, opdat hij offere gaven en slachtoffers voor de zonden’ (Hebr. 5:1). Wat betekent dat?
2. Mozes en Aäron mochten beiden niet in het beloofde land komen. Waarom niet? Was de straf niet te zwaar? En wat kunnen wij hiervan leren?
3. De Heere zegt dat Aäron moet gaan sterven op de berg Hor. Waaruit blijkt dat deze man niet bevreesd is om te sterven? Hoe zou u of jij reageren als je zou horen dat je vandaag moet sterven?
4. Wij spreken wel over de christelijke hoop (de kleur groen: lente, toekomst). Waarom kun je zeggen dat het overlijdensbericht van Aäron een groene rand heeft?
5. Uit de geschiedenis van het sterven van Aäron spreekt ook Gods trouw (de kleur blauw). Dat zien wij in de opvolging door de zoon Eleazar. Leg dat eens uit.
6. Het volk treurt 30 dagen over Aäron. Waarom doen zij dat terwijl wij toch mogen weten dat Aäron bij de Heere mag zijn?
7. Christus is de meerdere Hogepriester ten opzichte van Aäron. Noem eens enkele verschillen waarin Hij de ‘meerdere’ is.

Voor de jongste kinderen:
1. De hogepriester tijdens de woestijnreis was de br………… van Mozes. Zijn naam is ……………… (vul maar in).
2. De hogepriester mocht meer dan andere priesters. Hij mocht één keer per jaar komen in het h…………… der …………….. (vul maar in).
3. De hogepriester Aäron stierf op welke berg? Antwoord: a) Nebo, b) Horeb, c) Hor.
4. Wie werd in de plaats van Aäron hogepriester? Antwoord: a) Mozes, b) Mirjam, c) Eleazar.

Numeri 20 : 22 - 29

Numeri 20
22
Toen reisden zij van Kades; en de kinderen Israels kwamen, de ganse vergadering, aan den berg Hor.
23
De HEERE nu sprak tot Mozes, en tot Aaron, aan den berg Hor, aan de pale van het land van Edom, zeggende:
24
Aaron zal tot zijn volken verzameld worden; want hij zal niet komen in het land, hetwelk Ik aan de kinderen Israels gegeven heb, omdat gijlieden Mijn mond wederspannig geweest zijt bij de wateren van Meriba.
25
Neem Aaron, en Eleazar, zijn zoon, en doe hen opklimmen tot den berg Hor.
26
En trek Aaron zijn klederen uit, en trek ze Eleazar, zijn zoon, aan; want Aaron zal verzameld worden, en daar sterven.
27
Mozes nu deed, gelijk als de HEERE geboden had; want zij klommen op tot den berg Hor, voor de ogen der ganse vergadering.
28
En Mozes trok Aaron zijn klederen uit, en hij trok ze zijn zoon Eleazar aan; en Aaron stierf aldaar, op de hoogte diens bergs. Toen kwam Mozes en Eleazar van dien berg af.
29
Toen de ganse vergadering zag, dat Aaron overleden was, zo beweenden zij Aaron dertig dagen, het ganse huis van Israel.

Delen & Download

Download preek