Ds. A.T. Vergunst - Romeinen 5 : 9

De zekerheid van de zaligheid - II

Een zekerheid voor nu
Een zekerheid voor de toekomst
Dit is de tweede preek in dit tweeluik over Romeinen 5. Deze preek behandeld het tweede punt.

Romeinen 5 : 9

Romeinen 5
9
Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van den toorn.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 130: 2
Lezen : Romeinen 5
Zingen : Psalm 121: 1, 2 en 4
Zingen : Psalm 42: 1 en 4
Zingen : Psalm 89: 7 en 8

Meisjes en jongens, een berg beklimmen is een hele klus maar je krijgt er wel veel voor terug. Ik heb het nu niet over een beklimming waarbij je jezelf in levensgevaar brengt. Maar ik denk over een stevige bergbeklimming langs wandelpaden. Iedere keer als je zo’n berg beklimt zie je nieuwe dingen die je eerder over het hoofd zag. Zo is het ook met het lezen van de Bijbel. Vooral met zo’n hoofdstuk als Romeinen 5. Het is echt onmogelijk om in twee preken dit hoofdstuk helemaal door te nemen. In deze tweede preek luisteren we daarom nog eens naar vers 9 en de omlijsting van dit vers. Wat is dit vers ongelooflijk rijk en troostvol! Niet zonder goede reden noemde Luther hoofdstuk 5 van de Romeinenbrief ‘één van de meest rijke hoofdstukken in de Bijbel’.

 

De tekst die we overdenken is opnieuw Romeinen 5 vers 9. Daar lezen we Gods Woord als volgt:

 

Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van den toorn.

 

In de eerste preek over Romeinen 5 was het punt: Het is een zekerheid voor nu. Vandaag, in de tweede preek, gaat het over de zekerheid voor straks.

 

De zekerheid voor straks

 

De Romeinenbrief is geschreven aan de gelovigen in Rome. Die ‘wij’ in ons hoofdstuk en in onze tekst zijn echt niet alle mensen die dit lezen of in de kerk zitten. Het is daarom eerst nodig te weten wie God door middel van Paulus hier aanspreekt.

In onze tekst worden de ware gelovigen in Jezus Christus aangesproken. Wat zegt de Heere hier eigenlijk tegen Zijn volk, tegen de kleinste en grootste gelovige Tegen de jongste gelovige, tegen de oudste gelovige? Want zij horen echt allemaal bij die ‘wij’ in onze tekst. Alle ware gelovigen zijn dus inbegrepen in het ‘wij’; want het is in het geestelijk gezin net als in een huisgezin; van de jongste tot de oudste horen ze als echte kinderen bij het gezin.

Natuurlijk begrijpt het oudere kind veel beter wat ‘kind zijn’ betekent dan het jongere, of de zuigeling. Maar toch zijn ze allemaal kind en hebben ze allemaal dezelfde vader. Zo is het ook in Gods Kerk. De een is jong in het geloven. Hij of zij heeft nog weinig ervaring in het geestelijke leven. Allerlei vragen, bijvoorbeeld uit onkunde, vervullen het hart nog met vrees en onzekerheid. Andere gelovigen zijn als een ouder kind; meer bevestigd in de waarheid van de belofte van het Evangelie. Maar toch is het voor allen wáár, zegt Paulus in vers 1: Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus (Rom.5:1). En, in vers 9: Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van den toorn.

Dat gerechtvaardigd-zijn overdachten we in de eerste preek over Romeinen 5. De gelovige die met het hart op de Heere Jezus en Zijn verdienste vertrouwt, is door de Rechter vrijgesproken. De basis van die vrijspraak is niet wie u bent of wat u doet of deed, zelfs niet omdat u gelooft, maar alleen op grond van het bloed van Jezus op Wie de gelovige vertrouwt.

 

Maar Paulus schrijft nog meer: Hij wijst op de vrede met God. Laat ik eens heel eenvoudig zeggen wat dat inhoudt. Het betekent dat een zondaar, die in Christus door het geloof schuilt, deelheeft aan de verzoening. Hij of zij heeft dan vrede met God. Hoewel de gelovige in eigen oog van zichzelf walgt en van zijn of haar kant geen enkele reden ziet voor deze vrede, is er toch vrede tussen God en de gelovige. Wat is dat wonderlijk en heerlijk!

Maar hoe kan dat eigenlijk? Dat kan alleen omdat de Rechter het Lam ziet, Zijn bloed, Zijn verdienste, Zijn doen en laten in Wie de zondaar zich door het geloof verschuilt. Wat zijn dat wondervolle en troostvolle waarheden! Laat geen van Gods kinderen zichzelf beroven van deze waarheid! Zoek toch in het geloof Gods woorden van troost en zekerheid over die vrede te omhelzen. Leer toch uit het geloof alleen te leven.

 

Paulus schrijft verder en laten wij naar hem luisteren: Door Welken wij ook de toeleiding hebben. Het woord toeleiding betekent toegang. Kinderen van God, u heeft toegang tot het ‘paleis’ van de Vader. U heeft door het geloof toegang tot deze genade.

Welke genade?

De genade van de vrede met God. De genade van het Vaderhart. De genade van de almachtige God, Die u als Rechter rechtvaardigt. Toeleiding, toegang, door het geloof tot deze genade, in welke wij staan...

Het begon met genade, het gaat door met genade en het blijft genade. Paulus zegt tegen de Romeinen: ‘Jullie mogen staan in de genade, roemend in de heerlijkheid die komt.’ Ja maar Paulus, we hebben het zo moeilijk. We hebben zoveel te lijden. We ervaren zoveel tegenstand. We zitten zo in de put met zoveel dingen. Wat antwoordt Paulus dan? Hij schrijft: Dat is juist goed voor u, medegelovigen. Want weet u dan niet dat wij roemen in de verdrukking? Want daardoor werkt de Heere juist zoveel goeds in ons leven uit. Het doet wel pijn. Het is wel moeilijk. Daar weet Paulus ook alles van. ‘Maar broeders en zusters’, zegt hij tegen deze Romeinse gelovigen: ‘Daar moeten jullie niet over inzitten.  Nee, daar moet u over leren roemen. Want vergeet toch niet wat deze verdrukkingen uitwerken: Wetende, dat de verdrukking lijdzaamheid werkt. En deze lijdzaamheid is geduldig. Dat geduld werkt bevinding, dat woord betekent: ervaring. U wordt er sterker door, het verdiept uw hoop. Door deze weg van verdrukking ga je meer en meer buiten jezelf zien en leer je zien dat het alles in Christus ligt. Zo’n hoop buiten uzelf in Christus zal niet beschamen.’

 

Misschien zegt u wel: ‘Hoe weet ik dat nu allemaal? Hoe weet ik dat dit alles voor mij zal zijn? Ik heb zoveel moeite om dit mezelf toe te eigenen. Om te geloven dat dit echt aan mij toebehoort. Dat durf ik niet.’

Gemeente, zo’n beduchtheid past ons. Ik vind het ook heel begrijpelijk. Het is ook zo groot als je de dingen die Paulus schrijft, tot u door laat dringen. Maar let op hoe Gods Woord uw vragen beantwoordt. We lazen er misschien overheen. Hoe weet ik nu of dit alles ook voor mij is?

Wel, lees eens mee in vers 5: En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, Die ons is gegeven. Laten we er eens samen over nadenken. Is in ons hart de liefde Gods uitgestort? Hebt u of jij Hem lief? Petrus heeft daarover niet getwijfeld. Hij antwoordde Jezus, zelfs na zijn diepe val: ‘Ja, Heere, dat weet U. Hoewel ik een ontkenner was, hoewel ik U verloochende, U weet alle dingen. Ik heb U niet lief zoals ik U zou móeten liefhebben. Dat durf ik niet te zeggen, maar ik weet – en U weet het ook, Heere Jezus – dat ik U liefheb.’

 

Gemeente, u kunt weten of u God liefhebt. Hoe weet u dat dan? Liefde trekt. Mijn hart trekt weer altijd weer naar huis. Waarom? Ja, wat denkt u? Er is liefde in mijn hart naar mijn vrouw en kinderen. Liefde trekt toch? Voelt u die trekking naar de Heere? Gaat uw hart naar de Heere uit? Dat is liefde. Liefde verandert je. Als je iemand liefhebt dan wil je toch alles doen om die liefde te mogen ervaren of te laten voelen? Dan laat je dit eens na en dan doe je dit of dat nog eens. Waarom? Alleen omdat je die ander zo liefhebt.

Is dat ook zo in uw leven? Liefde verandert je. Je gaat dingen voor hem of haar doen om te laten zien en voelen dat je hem of haar liefhebt. Je doet het niet perfect. Zo is het ook in het geestelijke leven. Het gaat wel eens helemaal verkeerd in het leven van Gods kinderen, zoals we kunnen zien in het leven van Petrus. Maar toch, liefde vervult je. Het is een kracht die in je werkt en leeft. Hoewel er veel tegenop komt, toch blijft het er. Leg uw hart er eens naast. Als de Heere aan u of jou zou vragen: Hebt u mij lief? Wat zou u dan antwoorden? Ondanks alles, Heere, U weet het. Ik durf het niet te ontkennen…

Waar komt die liefde vandaan? Die komt van de Heilige Geest. Dat lezen we toch in ons teksthoofdstuk? Die liefde komt niet uit ons verdorven hart. Het laatste gedeelte van hoofdstuk 5 is heel duidelijk over wat er met ons aan de hand is. We zijn dood, gescheiden van God, krachteloos, totaal verloren!

Waar komt deze liefde dan vandaan? Die komt vanuit Gods hart in uw hart. Dat is vrucht van… de wedergeboorte.

 

Er staat nog veel meer in dit hoofdstuk. Er staat niet alleen dat de liefde van God in onze harten is uitgestort, maar ook dat de Heilige Geest aan ons is gegeven. Maar Paulus zegt niet dat de Heilige Geest ons gegeven zal worden, nee, er staat: de Heilige Geest is aan ons gegeven…

Hoe weet ik dan dat de Heilige Geest aan mij gegeven is?

Gemeente, die vraag kan ik makkelijk beantwoorden. Stel dat ik nu in uw huis zou wonen, hoe zou u dat weten? Dan hoort u mij en ervaart u mijn aanwezigheid. Hoe kan ik nu weten of de Heilige Geest in mij woont? Je ervaart Zijn aanwezigheid. Hoe? Door de kenmerken van Zijn aanwezigheid. Als de Heilige Geest in u leeft, dan is Hij werkzaam in uw hart. Het is mijn overtuiging dat velen van Gods kinderen verward zijn over hun kind-zijn omdat ze andere maatstaven gebruiken dan Gods Woord. Denk eens mee: hoe weet ik nu dat ik leef? Is dat omdat ik u vertellen kan dat ik 40 jaar geleden bijna ben verdronken in Bodegraven? Of dat ik bijna ben doodgereden toen ik 7 of 8 was?

Natuurlijk waren dat onvergetelijke momenten, maar die bewijzen niet dat ik nú leef. De bewijzen dat ik nu leef zijn: omdat ik mijn pols kan voelen, omdat ik ademhaal, omdat ik honger heb, me beweeg en spreek. Het bewijs dat ik leef is niet wat er gebeurde in het verleden, maar wat er nú in mij leeft. Zo is het ook in het geestelijke leven.

 

Hoe weet je dat de Heilige Geest nú leeft in je hart? Is dat door wat er in het verleden in ons gebeurde? Is dat omdat ik over wat geestelijke ervaringen kan vertellen die vroeger in mijn leven plaatsvonden? Nee! Hoewel die ervaringen werkelijk waar zijn, zijn die niet doorslaggevend voor het antwoord op de vraag of u geestelijk leeft. Wat ik nú ervaar en hoe ik nú de zaligmakende werkingen van de Geest ervaar, dat is doorslaggevend. Haat ik de zonde, hoewel de zonde ook nog steeds aantrekkelijk blijft?

Die aantrekkingskracht tot de zonde in het leven van Gods volk is eigenlijk onbegrijpelijk. Ze haten de zonde wel, maar toch ervaren ze de aantrekkingskracht ervan.

Hoe uit die haat zich? Wel, maakt de zonde je verdrietig, omdat je God daarmee onteert, omdat je Hem vertoornt? Zeg het eens: Heb je het heilige leven met de Heere veel liever dan aards geluk, dan een leven waarin alles voorspoedig gaat en je veel bezit? Of ligt uw diepste verlangen in de vraag: Heere, ik zou zo heel erg graag helemaal heilig zijn voor U. Altijd heilige gedachten hebben, heilige verlangens koesteren, altijd heilig leven. Is het uw diepste vreugde dat God alle eer krijgt? Dat Zijn wil door iedereen (en ook uzelf) gedaan zal worden? Bent u er bedroefd over als u om u heen kijkt en u ziet zoveel mensen die alleen voor zichzelf leven, alsof er geen God is. Treft u dat wel eens? Zegt u wel eens: ‘Heere, het doet mij pijn dat U zo onteerd wordt en ik doe er zelf ook aan mee?’ Hongert u naar gerechtigheid, omdat alles in u onrein is? Kunt u het niet meer vinden in uzelf? Is de Heere Jezus meer en meer de enige Naam, die enige Deur om tot God te gaan? Hongert u naar Hem zoals Paulus: O, dat ik in Hem gevonden mag worden en geborgen mag zijn in Zijn verdienste! Verlangt u daar echt naar? Vrezen we de Heere? Hebben we Hem lief?

We zijn net zo zwak als Petrus en vallen net zo makkelijk in de zonde. We kunnen net zo makkelijk liegen als Abraham om ons eigen leventje te redden. We zwijgen vaak om maar niet uitgelachen te worden. Maar mag u toch, ondanks alles zeggen: ‘U weet alles, Heere. U weet dat ik U liefheb?’

 

Gemeente, wanneer u die liefde in uw hart niet kunt ontkennen, mag ik u dan de vraag stellen hoe dat mogelijk is?

Er is maar één reden! Het komt allemaal van God! Paulus zei het zo: Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in de Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Want zo iemand de Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe. (Rom.8:9). Dat betekent: iemand die de Geest van God heeft, die komt Hém toe en behoort Hém toe. Dat zeggen onze vaderen ook in de Dordtse Leerregels, hoofdstuk 1, paragraaf 12. Mag ik dat gedeelte eens even aanhalen? Er staat: ‘Van deze hun eeuwige en onveranderlijke verkiezing ter zaligheid worden de uitverkorenen te zijner tijd, hoewel bij onderscheiden trappen en met ongelijke mate, verzekerd.’

Hoe worden zij dan verzekerd?

De Dordtse Leerregels geven als antwoord: ‘Niet, als zij de verborgenheden en diepten Gods curieuselijk (dat woord betekent: nieuwsgierig) doorzoeken, maar als zij de onfeilbare vruchten der verkiezing, in het Woord Gods aangewezen, als daar zijn: het ware geloof in Christus, kinderlijke vreze Gods, droefheid die naar God is over de zonde, honger en dorst naar de gerechtigheid, enz. in zichzelf met een geestelijke blijdschap en heilige vermaking waarnemen.’

 

De vruchten van de verkiezende liefde van God zijn de eenvoudige kenmerken van het werk van de Geest in een mensenhart. Wij zijn van nature geestelijk dood. Totaal onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Dood in de zonde, slaven van de zonde. Wij kunnen – luister goed – wij wíllen zelfs niet tot God terugkeren, noch onze verdorven natuur verbeteren. Ook niet onszelf verbeteren! Dat betekent: je wilt jezelf er niet voor geven. Leg uw hart er eens naast. Kunt u zeggen: ‘Heere, er is niets dat ik liever wil dan dat U mijn hart totaal verandert. U weet dat ik tegen de zonde worstel, terwijl die zonde me juist ook blijft trekken. U weet dat ik Jezus zoek als mijn enige Hoop. U weet dat in mijn geestelijke armoede de Heere Jezus steeds meer dierbaar wordt. Vrienden, als u dit niet kunt ontkennen, dan bent u wedergeboren. Dan is het wonder gebéúrd. Dan mag u de Heere danken dat Hij een nieuw leven in u of jou begonnen is, en dan mag je ook vertrouwen dat Hij dat ook voleindigen zal. Het is van het begin tot het eind Zijn werk! In die verzekering ligt de ware troost. Dat het Zijn werk is. Dat er liefde in ons hart is uitgestort en dat de Heilige Geest ons gegeven is.

Maar niet alleen is het dan waar dat u wedergeboren bent; het is dan ook waar wat God spreekt in dit hoofdstuk en ook in de andere hoofdstukken van de Romeinenbrief. God heeft niet alleen de kenmerken van Zijn genadewerk in het hart van een mens in de Schrift laten opschrijven, maar ook allerlei troostrijke beloften en waarheden. Daarover gaan we nadenken aan de hand van vers 9.

 

Gemeente, meisjes en jongens, vele keren belooft God in Zijn Woord dat wie in Jezus gelooft, niet verloren zal gaan maar het eeuwige leven zal verkrijgen. De rijkdom van die belofte is onuitputtelijk. Die belofte is waar, zelfs als je daarover niet verzekerd bent. Die verzekering is te vergelijken met de bloem van een plant. Die belofte is waar, ook zelfs voor hen die zwak zijn in het geloof. Hoe klein het geloof ook is, hoe aangevallen, hoe bestreden, hoe vaak het ook onder ligt; zelfs het kleinste geloof dat zich uitstrekt naar de dierbare Heere Jezus Christus, rechtváárdigt ons!

Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed. Hoe onmogelijk het lijkt en blijft om deze grote waarheid te geloven, toch zal de Geest in deze geen half werk doen. Als Hij het geloof in beginsel heeft gewerkt, dan zal Hij het ook bekronen met groei en bloei, en met steeds meer verzekerdheid. We hadden het in de vorige preek over onze tekst over de zekerheid van de gelovige voor nú. Maar Romeinen 5 spreekt ook over een verzekering voor de toekomst. Luister nog eens naar wat er in vers 9 en 10 staat: Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van den toorn. Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door den dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven. Behouden worden door Zijn leven – dat is de toekomst!

 

Let op dat hier niet staat: behouden worden door Zijn dood, maar door Zijn leven. Het is een rijke maar kernachtige waarheid die we nu overdenken. Als Paulus schrijft over het ‘nú gerechtvaardigd-zijn door Zijn bloed’, schrijft hij in het verlengde ervan over ‘straks behouden worden door Zijn leven’… Gods Kerk is dus niet alleen behouden door Zijn dood aan het kruis maar ook behouden door Zijn leven. De apostel breidt dit uit in vers 12 tot en met 21. We hebben dit met elkaar gelezen. Dit is een heel belangrijk gedeelte in de Bijbel. Er wordt hier een vergelijking gemaakt tussen enerzijds Adam en allen die híj vertegenwoordigt en anderzijds Jezus en allen die Hij vertegenwoordigt.

Paulus zet die twee verbondshoofden tegenover elkaar. Adams daad was verwoestend, maar Jezus’ daden in Zijn leven en sterven waren verzoenend. Toch zijn die daden niet vergelijkbaar. In het werk van de Heere Jezus is Gods genade veel overvloediger dan de zonde die Adam deed! Je ziet dat de apostel het verlossende werk van de laatste Adam als het ware wil uitvergroten en inprenten in onze gedachten. Het verlossende werk van Jezus ging immers veel verder dan het verwoestende werk van Adam.

In die waarheid ligt grondeloze troost! Waar de zonde was, daar gaat de genade veel verder. Hoe moeten we dat begrijpen? Wel, Paulus schetst eerst Adam, wat hij door zijn eerste zonde gedaan heeft en wat dat voor ons betekent. Wij zijn in Adam van God gescheiden. We liggen in de geestelijke dood, hopeloos en hulpeloos. Maar God bracht Zijn Zoon in de wereld als de ‘laatste Adam’.

 

Heel vaak heb ik vroeger gesproken over ‘de tweede Adam’ totdat ik er door mijn dochter op werd gewezen dat de Bijbel niet over de ‘tweede’, maar over de ‘laatste Adam’ spreekt. Maakt dit nu zo’n verschil? Op het eerste gezicht lijkt het niet zo’n groot verschil, maar de Heilige Geest inspireert geen woord in de Bijbel verkeerd of zonder doel.  Als Jezus de ‘tweede Adam’ zou zijn, dan zou het mogelijk zijn dat er nog een ‘derde’ komt of nodig zou zijn. Maar door Hem de ‘laatste Adam’ te noemen is de boodschap duidelijk: nooit zal er meer een ander verbondshoofd nodig zijn. Want de genade die God in de ‘laatste Adam’ openbaarde is veel overvloediger dan dat de zonde in de eerste Adam verwoestend is.

Paulus breidt dit schitterend uit in de verzen 12 tot en met 21, waarin hij de woorden ‘zullen wij door Hem behouden worden van den toorn’ verklaart. Het bloed van de Heere Jezus Christus heeft ten eerste de schuld van Gods Kerk weggedaan. Dat hebben we in de vorige preek over Romeinen 5:9 overdacht. Gerechtvaardigd betekent dat de schuld is weggedaan en dat we in Christus aangezien worden als schuldeloos.

 

In dit verband is de samenvatting van dit Evangelie in Zondag 23 van onze catechismus treffend en rijk. In vraag 60 klinkt verbazing: ‘Hoe kunt u eigenlijk zeggen dat u rechtvaardig bent voor God? Dan kan toch niet? Kent u uzelf dan niet? Weet u dan niet hoe u geleefd hebt?’ Wat is daarom het antwoord rijk: ‘Ik ben alleen gerechtvaardigd door een waar geloof in Jezus Christus; alzo dat, al is het dat mij mijn consciëntie, mijn geweten,  aanklaagt, dat ik tegen al de geboden Gods zwaarlijk gezondigd en geen daarvan gehouden heb, en nog steeds tot alle boosheid geneigd ben, nóchtans God, zonder enige verdienste mijnerzijds, uit louter genade mij de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent ... als had ik nooit zonde gehad noch gedaan.’

Wat heeft Christus dus voor Zijn Kerk verworven?

Wel, door Zijn komst, Zijn leven en Zijn dood heeft Hij verworven dat wij nu door God worden gezien zoals Adam was vóór de val! Hoor het nog eens uit de Catechismus: ‘Nochtans God, zonder enige verdienste mijnerzijds, uit louter genade mij de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent.’ Nu ziet God mij als had ik nooit zonde gehad noch gedaan!

Deze laatste woorden ‘als had ik nooit zonde gehad noch gedaan’ waren waar voordat Adam viel. Ziet u de rijkdom van deze waarheid? Door het werk van Christus is Gods Kerk hersteld in de staat waarin Adam was voordat hij viel. Dat is de rijkdom van het hemels Evangelie! Niet alleen door Zijn bloed gerechtvaardigd van al mijn zwarte schuld, maar ook, zoals de Catechismus het zegt: ‘God ziet mij aan alsof ik nooit zonden gehad noch gedaan had.’ Zo totaal herstellend is de genade van God in Jezus Christus!

 

Vrienden, luister toch naar het Woord van God! Buiten Christus is er geen zaligheid, geen rechtvaardigmaking, geen schulduitdelging. Zie toch op het Lam van God! In Hem en door Hem is het mogelijk om volkomen van uw zondeschuld en zondesmet verlost te worden.

Wat een rust ligt er in deze blijde boodschap! Tot die rust mag ik u allen uitnodigen! De Meester riep het Zelf en Zijn gezanten mogen het ook roepen: Kom tot Mij, allen die vermoeid en belast zijn. Ik zal u rust geven (Matth.11:28).

Wat houdt die rust in?

De rust dat al uw zonden door Hem als Zaligmaker zijn of worden weggenomen. Twijfel niet of Hij gewillig is om u te ontvangen, met al uw schuld en al uw smet. Zijn bloed reinigt ons van alle zonde (1 Joh.1:7). Zijn verdienste is de grond van het eeuwige leven. Ieder die zelfs maar de ‘zoom’ van Zijn beloften aanraakt, zal ervaren dat Hij alles betaald heeft wat u tot in der eeuwigheid nooit kunt aflossen. Dan zult u ervaren dat Hij u bedekt met Zijn gerechtigheid en u vernieuwt door Zijn Geest. Al deze waarheden liggen in de woorden van Paulus: Veel meer dan, zijnde nu gerechtvaardigd door Zijn bloed...

Paulus gaat nog verder met de woorden: alzo zullen wij door Hem behouden worden van den toorn. Maar laten we eerst Psalm 42 vers 1 en 3 zingen:

 

't Hijgend hert, der jacht ontkomen,

Schreeuwt niet sterker naar 't genot

Van de frisse waterstromen,

Dan mijn ziel verlangt naar God.

Ja, mijn ziel dorst naar den Heer’;

God des levens, ach, wanneer

Zal ik naad'ren voor Uw ogen,

In Uw huis Uw naam verhogen?

 

O mijn ziel, wat buigt g' u neder?

Waartoe zijt g' in mij ontrust?

Voed het oud vertrouwen weder;

Zoek in 's Hoogsten lof uw lust;

Want Gods goedheid zal uw druk

Eens verwiss'len in geluk.

Hoop op God, sla 't oog naar boven;

Want ik zal Zijn naam nog loven.

 

Veel meer dan, terwijl wij nu gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, zullen wij door Hem behouden worden van den toorn. God zegt dit tot al Zijn kinderen! Dat zijn allen die Hij trok uit de duisternis, in wier harten Hij liefde uitstortte en in wie Hij door de Heilige Geest de zaligheid van het nieuwe leven werkte, en die Hij trok tot Zijn Zoon. Eerder in dit hoofdstuk liet Paulus zien wat God in Christus deed toen u nog goddeloos en totaal verloren lag. Toen heeft God Zijn Zoon laten sterven om de gehele schuld van Zijn volk uit te delgen. Dat is de grond van de rechtvaardiging. Dat is de verzekering van nú.

 

Paulus gaat nog verder. De genade die gegeven is in Jezus Christus is ook ‘meer overvloedig’ dan de zonde die Adam deed. Wat bedoelt hij daarmee? Hij wil ermee zeggen dat de genade die God ons gaf door het leven en sterven van Zijn Zoon Jezus Christus, Zijn volk niet alleen in de staat van de ongevallen Adam herstelt, maar in een hógere stand. Door de dood van Jezus Christus en het uitdelgen van de schuld van Zijn volk werden zij niet alleen weer in de stand van de zondeloze Adam gesteld, maar het leven van Christus heeft ons op het niveau gebracht waarop Adam zou gekomen zijn als hij altijd volmaakt gehoorzaamd had! Immers, Adam zou na een leven van totale gehoorzaamheid het eeuwige leven beërven.

Ziet u nu hoe de genade van de Heere Jezus overvloediger is geweest in het leven van de laatste Adam? Gods genade wast niet alleen de schuld weg die op ons rust vanwege onze verwantschap met de eerste Adam. Hij geeft ons door Zijn genade ook wat God eiste van de eerste Adam als voorwaarde voor het eeuwige leven. De beloning van eeuwig leven zou pas gegeven worden na een leven in gehoorzaamheid. Is dit geen schitterende waarheid, een hoge bergtop in het landschap van Gods Evangelie?

 

Het een grote troost dat de genade in Jezus Christus de zondaar niet alleen in de staat stelt die Adam had voor hij zondigde, maar dat is nog niet de zekerheid voor de toekomst.

Waarom niet?

Dat weet u toch wel, kinderen van God? Keer op keer, zelfs dagelijks, zondigen we. Was het eeuwige leven met God niet beloofd op een volkomen gehoorzaamheid? Ja toch? Er is geen kind van God dat de Heere volmaakt kan gehoorzamen in dit leven. Zelfs niet voor een minuut. Dat is de bedroevende werkelijkheid waar Paulus over spreekt in Romeinen 7: Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van het lichaam des doods (Rom.7:24). Maar daartegenover staat deze zeer troostvolle waarheid: Veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden door Zijn leven. Het eeuwige leven verkrijgt u door de verdienste van gehoorzaamheid en die gehoorzaamheid heeft de Heere Jezus voor ons volbracht! O, volk van God, leer genade recht verstaan, zoals die ons in Christus gegeven is.  

 

Hoe bent u rechtvaardig voor God? De Catechismus geeft zo’n duidelijk antwoord op die vraag: Hoe ben ik rechtvaardig voor God? Het antwoord luidt: ‘Alleen door een waar geloof in Jezus Christus ; alzo dat, al is het dat mij mijn consciëntie (mijn geweten) aanklaagt, dat ik tegen al de geboden Gods zwaarlijk gezondigd en geen daarvan gehouden heb , en nog steeds tot alle boosheid geneigd ben , nochtans God, zonder enige verdienste mijnerzijds, uit louter genade mij de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent, evenals had ik nooit zonde gehad noch gedaan, ja, als had ik zélf al de gehoorzaamheid volbracht, die Chrístus voor mij volbracht heeft, in zoverre ik zulke weldaad met een gelovig hart aanneem.’

God eist van ons gehoorzaamheid. Uit kracht van het werkverbond met Adam eist God dit nog steeds als de enige deur tot het eeuwige leven. Als kind dacht ik altijd dat het werkverbond niet meer bestond, maar dat is niet waar. Het is gebroken van ónze kant maar niet van Góds kant. Hij heeft het ook nooit opgezegd. De eis én de straf blijven staan. Alleen als wij de schuld betalen en de gehoorzaamheid volbrengen, zullen we het eeuwige leven met God smaken.  Maar God, die rijk is in genade, gaf een laatste Adam. Deze laatste Adam, de Zoon van God, Jezus Christus, voldeed voor Zijn volk aan alle eisen van het werkverbond dat de eerste Adam verbrak. Die heerlijke Verlosser heeft niet alleen de zondestraf op Zich genomen om de schuld weg te nemen, Hij heeft ook tijdens Zijn hele leven God gehoorzaamd om zo de deur tot het eeuwige leven te openen. Hier hebt u de grote en onbevattelijke troost van onze tekst. De taak waarin de eerste Adam faalde, en waardoor de dood tot alle mensen kwam, omdat Adam het hoofd was voor de hele mensheid, staat tegenover het werk van de laatste Adam. Hij heeft als Hoofd van Gods verkoren volk niet gefaald. In Zijn leven en sterven ligt de troost verankerd voor allen die in Hem mogen geloven.

Als bewijs van dat volbrachte werk, wekte God de Vader, de God van vrede, Zijn Knecht uit de dood op. Wat een troost ligt in Zijn werk! Maar ook om onzentwil, welken het zal toegerekend worden, namelijk degenen die geloven in Hem Die Jezus, onzen Heere, uit de doden opgewekt heeft; Welke overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking (Rom.4:24,25).

 

Geliefde medegelovigen, wat een troost, wat een zekerheid! De Laatste Adam is opgewekt omdat Zijn werk volkomen was. Zijn dood nam de schuld weg; Zijn leven gaf ons de gehoorzaamheid die God nog steeds vereist.

Het is niet verkeerd om daar ook Zijn leven als Voorbidder aan de rechterhand van God de Vader aan te verbinden. Aan de rechterhand van de Vader werkt hij als het ware nog steeds als Zaligmaker. Telkens als Zijn volgelingen vallen en weer de toorn van God verdienen, brengt de levende Voorbidder Zijn eigen bloed en verdienste voor het aangezicht van de Vader. Daarin ligt de zekerheid en de troost voor de toekomst, kinderen van God.

Als we dat ware geloof hebben dat ons met Hem verenigt en dat Zijn verdienste als de onze maakt, dan is er rust. Dan kunnen we Hem dienen zonder vrees, zoals Zacharias dat bezingt in Lukas 1. Hem dienen ‘zonder vrees’ betekent dat we niet bang hoeven te zijn, zelfs al zien we ons gebrek in wie we zijn en wat we doen.

Waarom hoeven we niet bang te zijn?

Wel, omdat we geloven dat de zekerheid van onze zaligheid in het werk van de Heere Jezus vastligt. De zekerheid van onze zaligheid ligt niet in wat wij ervaren, ook niet in wat wij deden of doen, maar in de laatste Adam, Die in Zijn leven en sterven God volkomen gehoorzaamde. Begrijpt u nu waarom Luther dit hoofdstuk een van de meest triomferende Schriftgedeelten noemde?

 

Nu kan het zijn dat u of jij moet zeggen: ‘Het zal allemaal wel waar zijn, maar dat is toch niet voor mij weggelegd. Het is alleen maar troost voor Gods kinderen.’

Ach, zo moet en mag u niet denken of spreken. U weet immers helemaal niet dat het voor u niet is weggelegd. Dat zegt alleen de duivel. Waarom? Omdat hij zondaren wil hinderen, afhouden, terughouden, weerhouden en uiteindelijk vasthouden. Zo spreekt de Heere Jezus toch niet? Luist eens hoe Hij Zelf spreekt tegen lauwe kerkgangers, mensen die zich goed waanden, hoewel ze arm, trots en toch naakt waren.

Wat roept Hij zulke mensen toe?

Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Ik klop (Openb.3:20). Daar ligt zoveel in, in die klop en in die roep aan de deur van uw en jouw hart. De Heere Jezus Zelf staat voor de deur en roept ook u! Ook jou! Als je nu vanavond in je bed ligt, jongens en meisjes, en die woorden komen nog eens terug in je gedachten, weet je wat er dan gebeurt? Dan is de Heere Jezus meegegaan in je slaapkamer. Dan klopt Hij weer aan je hart. Zie, Ik sta aan de deur. Waar stond Hij eerst? Hier, op de preekstoel. Als je naar huis gaat en je hoort die stem nog eens dan is Hij meegegaan naar huis. Dan klopt Hij weer op je deur.

Wat zegt Hij dan?

Ik raad u dat gij van Mij koopt goud. Niet alleen maar goud. Maar goud beproefd komende uit het vuur (Openb.3:18). Het is puur goud. Ik raad u aan naar dat goud te verlangen, opdat u het zou ontvangen. Met dat goud bedoelt de Heere Jezus Zichzelf en Zijn verdienste, Zijn gehoorzaamheid in leven en sterven. Het is Zijn gerechtigheid, iets dat wij totaal niet hebben en ook nooit kunnen volbrengen. Die gerechtigheid hebben we nodig, zullen we ooit met God verzoend worden en met Hem mogen leven.

Zie, Ik sta aan de deur. De Heere Jezus raadt u met al de liefde van Zijn hart aan witte klederen te kopen, opdat uw naakte lelijkheid bedekt wordt door Zijn verdienste. Zonder die klederen van de Heere Jezus kunnen wij niet voor God verschijnen, niet voor Hem bestaan. Dan zul je voor eeuwig verloren gaan. Welk cijfer je ook voor godsdienst hebt. Wat voor geestelijke ervaringen je ook gehad mag hebben. Als we niet met het kleed van Christus’ verdienste bedekt zijn, zijn we totaal onrein in het oog van de Rechter. Als we Hem niet zoeken en niet met Zijn bruiloftskleed bekleed zijn, dan is sterven eeuwig verlies.

 

Jongens en meisjes, misschien zeg je wel: ‘Dominee.Ik heb helemaal geen oog voor die dingen, dominee, het weegt totaal niet op mijn hart.’ Luister dan nog eens naar de Heere Jezus. Hij heeft ogenzalf in Zijn hand waarmee Hij jouw ogen kan openen. Leg daar vanavond in je gebed je vinger bij en vraag: ‘Heere Jezus, ik bén ook lauw, zelfs koud, omdat ik de dingen die ik zou moeten zien, niet zie. U spreekt ook tegen míj. Ik heb ogenzalf van U nodig om U te zien en mezelf, en om te leren wat Paulus schrijft en waar de dominee over preekte uit Romeinen 5. Ik kan het allemaal niet zo goed begrijpen. O, leer me alles wat ik nodig heb, om Jezus’ wil.’

Misschien bent u al oud, heel oud en toch nog zo blind voor de heerlijkheid van het Evangelie en ook blind voor uw diepe val in Adam. Laat uw leeftijd u niet weerhouden om de troon van Jezus te bestormen. Ook u mag Hem nog bedelen om die ogenzalf. Hij heeft het Zelf gezegd: Die dorst heeft, kome, en die neme het water des levens om niet (Openb.22:17). Vergeet nooit dat de Heere Jezus een volkomen Zaligmaker is. Álles is Zíjn werk. Wees dan niet bevreesd om Hem voortdurend aan te roepen. Smeek of u Hem mag leren kennen in Zijn schoonheid en volheid van genade, zoals Paulus Hem in dit hoofdstuk uitstalt. God zegene Zijn Woord en verbinde ons samen in het geloof in de Heere Jezus Christus.

 

Amen.

 

Psalm 89 vers 7 en 8:

 

Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort!

Zij wand'len, Heer’, in 't licht van 't Godd'lijk aanschijn voort;

Zij zullen in Uw naam zich al den dag verblijden;

Uw goedheid straalt hun toe; Uw macht schraagt hen in 't lijden;

Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen,

Maar Uw gerechtigheid hen naar Uw woord verhogen.

 

Gij toch, Gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht;

Uw vrije gunst alleen wordt d' ere toegebracht;

Wij steken 't hoofd omhoog en zullen d' eerkroon dragen,

Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen;

Want God is ons ten schild in 't strijdperk van dit leven,

En onze Koning is van Isrels God gegeven.