Ds. W.A. Zondag - 1 Johannes 3 : 3 - 6

Afspelen

‘Adeldom verplicht’:

23-8-2020
Het is beslissend
Het is beslissend
zich te reinigen
Bijbellezing Brieven van Johannes - Deel 16

Liturgie:
Psalm 119: 7, 14
Psalm 119: 18
Lezen: Joh. 15: 1-17
Psalm 139: 13, 14
Psalm 25: 4
Psalm 25: 6

Citaat:

‘Hij belooft geen vergankelijke maar onvergankelijke, geen verderfelijke
maar onverderfelijke eer, geluk en vreugde. Zij zullen, zegt Hij, met Mij
wandelen in witte klederen. Zoals iemand die met mij wandelt op hetzelfde
pad is, zo belooft Jezus dat Zijn kinderen met Hem hetzelfde pad zullen
betreden, in dezelfde landstreek, namelijk het hemels Kanaän, het paradijs dat
boven is. Zij zullen, zegt de Mond der waarheid, met Mij wandelen in witte
klederen’.
- Cornelius Walingius (predikant te Twisk), Keur van bijbelstof, 1728.


Geloofsbelijdenis: art. 24a NGB
Wij geloven dat dit waarachtig geloof, in den mens gewrocht zijnde door het gehoor van het Woord Gods en de werking des Heiligen Geestes, hem wederbaart en maakt tot een nieuwen mens, en doet hem leven in een nieuw leven, en maakt hem vrij van de slavernij der zonde. Daarom is het zo ver vandaar dat dit rechtvaardigmakend geloof de mensen zou doen verkillen in een vroom en heilig leven, dat zij daarentegen zonder ditzelve nimmermeer iets doen zullen uit liefde tot God, maar alleen uit liefde tot zichzelven en uit vrees van verdoemd te worden. (…)

HC Zondag 33, vraag en antwoord 90:
Vraag: Wat is de opstanding des nieuwen mensen?
Antwoord: Het is een hartelijke vreugde in God door Christus, en een ernstige lust en liefde
om naar den wil Gods in alle goede werken te leven.

Leestip:
- 1 Kor. 6 (duur gekocht)
- 1 Thess. 4 (oproep tot heiligmaking)

Gespreksvragen:
1. De tekst begint met een verwijzing naar het voorgaande, dat betrekking heeft op de christelijke hoop. Wat is dat, de christelijke hoop?
2. ‘En een iegelijk die deze hoop op Hem heeft’. Hoe kan ik weten of ik die hoop ook op goede gronden bezit?
3. Het thema luidt: ‘adeldom verplicht’. Leg dat eens uit. Waarom hoort bij het hebben van de christelijke hoop een plicht om heilig te leven?
4. De kanttekenaren verwijzen wat betreft de plicht tot heiligmaking naar 1 Thess. 4:4 en 1 Kor. 6:20. Zoek die teksten eens op.
5. Het zijn van een christen impliceert dat wij willen lijken op Christus. Ziet u de relatie met 1 Joh. 2:6?
6. Wij lezen in vers 6: ‘en iegelijk die in Hem blijft, die zondigt niet’. Maar een kind van God kan toch niet zonder zonden in deze wereld leven? Het is toch een afsterven aan de zonde? Wat wordt dan hier bedoeld? Lees bijv. kant. 25: Dat is, die begeeft zich niet tot een kwaad en zondig leven; die laat de zonde over zich niet heersen. Want anderszins zo vallen ook de ware gelovigen somwijlen wel in zonden, 1 Kon. 8:46. Ps. 19:13. Spr. 20:9. Jak. 3:2. 1 Joh. 1:8. Door het woord zondigen en de zonde doen verstaat dan hier Johannes hetgeen Paulus noemt wandelen naar het vlees, Rom. 8:1, en dienstknechten der zonde zijn, Rom.
6:17. Zie ook Joh. 8:34
7. Herkent u bij uzelf het verlangen om op Christus te lijken? Noem eens concrete punten in de strijd die dit geeft in uw leven.

Voor de kinderen:
1. Weet jij wie vroeger behoorde tot de zogenoemde ‘adel’? Dat waren de rijke mensen die onder anderen in kas………… woonden.
2. De adel hoefde geen belasting te betalen, maar was wel verplicht om te zorgen voor de gewone mensen. Daar komt de uitdrukking ‘adeldom verplicht’ vandaan. Begrijp je dat?
3. Een christen is ook van adel. Want hij of zij is een k……….. van G…………. en krijgt straks een plaats in het mooiste kasteel dat er is, de h…………….
4. Ook een christen heeft plichten. Wat moet hij doen?
Antwoord: a) tegen de zonden strijden, b) veel limonade drinken, c) elke dag een rondje door Dordrecht fietsen.
5. Henk Jan (zeven jaar) zegt: ‘Hier op aarde heeft een christen gelukkig geen last meer van de zonden, want hij heeft een flinke hekel aan verkeerde dingen gekregen. Zijn zus Lize (tien jaar) is het er niet mee eens. Zij zegt: ‘Dat is wel waar, maar ook Gods kinderen kunnen in z…………….. va………….. Denk maar aan D……….. en aan P…………..’. Wat moet er op de stippellijn staan?

1 Johannes 3 : 3 - 6

1 Johannes 3
3
En een iegelijk, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is.
4
Een iegelijk, die de zonde doet, die doet ook de ongerechtigheid; want de zonde is de ongerechtigheid.
5
En gij weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij onze zonden zou wegnemen; en geen zonde is in Hem.
6
Een iegelijk, die in Hem blijft, die zondigt niet; een iegelijk, die zondigt, die heeft Hem niet gezien, en heeft Hem niet gekend.

Delen & Download

Download preek