Ds. D.W. Tuinier - Spreuken 22 : 6

Leer de jongen

Wie leren?
Wat leren?
Hoe leren?
Wat is de vrucht van dit leren?

Spreuken 22 : 6

Spreuken 22
6
Leer den jongen de eerste beginselen naar den eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 49: 1
Lezen : Spreuken 22: 1 - 6
Zingen : Psalm 78: 2 en 3
Zingen : Psalm 84: 3
Zingen : Psalm 105: 24

Gemeente, met Gods hulp vraag ik uw aandacht voor de tekst, die u kunt vinden in het zesde vers van het gedeelte dat u is voorgelezen, Spreuken 22 vers 6. Daar lezen we het woord van de Heere:

 

Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis zijns wegs; als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken.

 

We schrijven onder de tekst en boven de preek: Leren.

 

Vier vragen komen naar ons toe:

  1. Wie leren?
  2. Wat leren?
  3. Hoe leren?
  4. Wat is de vrucht van dit leren?

 

1. Wie leren?

 

Meer dan Salomo is God Zelf, Die ons in deze spreuk van de wijze koning een indringend bevel oplegt. Het is onze heilige plicht, de dure roeping waartoe de Heere ons roept. We worden geroepen om onze kinderen, pleegkinderen, gemeenteleden, leerlingen, catechisanten, zielen aan onze zorgen toevertrouwd, allereerst thuis, maar ook op school, tijdens de prediking, de catechese en huisbezoeken de eerste beginselen te leren.

 

Vaders en moeders allereerst. U bent als eerste verantwoordelijk voor deze goddelijke eis. Als ik vaders vraag wat voor werk zij doen, is er nog nooit één geweest die als antwoord gaf: Ik ben een man en vader. Daarnaast werk ik daar en daar. Zo zou het toch eigenlijk wel moeten zijn! Daar moet u eens over nadenken. Juist de vaders moeten als hoofd en priester in het gezin aangesproken worden op hun verantwoordelijkheid.

De apostel Paulus roept hen niet voor niets op: En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren (Ef. 6:4). Nee, niet de moeders worden eerst genoemd. De vaders! Wat is de praktijk weerbarstig, vindt u ook niet? Tegenstrijdig ook in een tijd waarin moeders meer en meer buitenshuis werken. Beseffen we wel dat wij hiermee, op de een of andere wijze, vroeg of laat, meer afbreken in ons gezin dan opbouwen? Om uw kinderen de eerste beginselen te leren is meer nodig dan elke dag een gedeelte uit de kinderbijbel te lezen, een psalmversje te zingen en hun avondgebedje op te zeggen.

 

De godsdienstige opvoeding begint negen maanden voor de geboorte. Zodra we weten, dat de vrouw en moeder in verwachting is, moeten we de ontwikkeling van de vrucht al opdragen in het gebed. Dan moet u ook al vragen om de inwerking van Gods Geest. David wist het: Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af; van den buik mijner moeder aan zijt Gij mijn God ( Ps. 22:11 ).

Door het gebed en de zorg die de moeder voor zichzelf en de ongeboren vrucht heeft, groeit het verantwoordelijkheidsbesef en de liefde. Ingrediënten die zeer nodig zijn om het kind voor God op te voeden. Ik weet van een aanstaande moeder, die elke avond al het ‘Ik ga slapen, ik ben moe’ zong, tijdens de zwangerschap. Heel kinderlijk, eenvoudig maar echt!

 

De diepste indruk op een kinderziel wordt achtergelaten door het voorbeeld van de ouders. De grondlegger van het communisme, Karl Marx, had het goed gezien toen hij stelde: Geef mij uw kind de eerste zes of zeven levensjaren; daarna krijgt u het van mij terug. Kinderen zien aan u hoe belangrijk de godsdienst voor u is.

De omgang met Gods Woord, het spreken over God, de kerkgang, de manier waarop wij bidden, de omgang met mensen die de Heere vrezen, belangstelling voor het Bijbels onderwijs op school, de betrokkenheid op de kerkelijke gemeente. Echt zijn, puur, warmte en gunning uitstralen is niet een zaak van veel woorden, maar vooral van levenshouding. U bent hoe dan ook identificatiefiguur!

Vaders en moeders, uw grootste taak is: uw kinderen iets áánbieden. Niet gebieden of verbieden maar aanbieden. En wat biedt u ze aan? Iets dat zó waardevol is, dat het de eeuwigheid kan verduren. Ik denk aan Job. Deze godvrezende, in het dagelijks leven leidinggevende boer met een overvolle agenda, blijft oog hebben voor zijn grote gezin. Het gewicht van hun onsterfelijke zielen is op zijn hart gebonden. Na een verjaardagsfeestje moet elk gezinslid persoonlijk bij hem komen. Samen wordt er geofferd en gebeden. Want het is mogelijk dat zij hebben gezondigd, in woorden of daden.

 

Gemeente, waar zijn de Jobs? Nee, geen excuses van: ‘Ik ben druk’, of: ‘Mijn leven is vol stress’, of: ‘Ik heb andere verplichtingen’. U, wij, ik sluit mijzelf erbij in, zijn niet te verontschuldigen. Gods bevel tot leren stelt ons schuldig, hoogst persoonlijk. Daarom klinkt ook nu de oproep: Bekeert u, bekeert u! Belijd voor God en elkaar schuld, uw tekorten en gebreken.

Ga het vanaf vandaag anders doen. Het gaat om eeuwigheidszaken. We zullen er eenmaal verantwoording voor moeten afleggen. Het bloed van de zielen zal van uw en mijn hand geëist worden. Weegt dat? Zien uw kinderen aan u wat écht belangrijk is in dit leven? En kinderen zien scherp, hoor!

 

Ook grootouders hebben hierin een taak. Leest u thuis eens op uw gemak wat er staat geschreven in Psalm 71 vers 18: Daarom ook, terwijl de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God, totdat ik dit geslacht verkondige Uw arm, en alle nakomelingen Uw macht. Is dat ook uw gebed, opa en oma? Nee, u kunt niet meer zo veel doen voor uw nageslacht. Nee? Is dat echt zo? U kunt alles voor hen doen. Bidden en uw kleinkinderen vóórleven, laten zien in woord en praktijk hoe goed het is om de Heere te vrezen.

 

Leer de jongen. Dat zijn de kinderen, onze jongeren. U moet het ook breder zien. Leer de gemeente, de zichtbare kerk, zoals zij zondag aan zondag bij elkaar komt in Gods huis. Allemaal  geschapen met een onsterfelijke ziel voor een nooit meer eindigende eeuwigheid. Beseft u uw verantwoordelijkheid? Veel te weinig, toch?

Of wellicht helemaal niet? Zeker, u hebt een mooie taak, in uzelf onmogelijk. U hoeft het echter niet alleen te doen. Het is Israëls God Die krachten geeft, van Wien het volk, elke opvoeder, zijn en haar sterkte heeft. Maar onderschat uw verantwoordelijkheid hierin niet.

 

Ik heb gelezen: ouders zijn de bouwers die het beton storten. Opvoeders, onderwijzend personeel, leidinggevenden op de vereniging en ambtsdragers zijn mensen, die het beton afwerken. En als ouders geen beton gieten, is er weinig af te werken. Daarom is de huisgodsdienst in het gezin zo belangrijk. Kinderen worden immers als hulpeloze wezentjes geboren en zijn helemaal op de ouders aangewezen voor voeding en opvoeding.

Zonder hun liefdevolle zorg kan een baby niet volwassen worden. Zij moeten worden gevormd, opgevoed. Dat begint al heel vroeg, vanaf de eerste minuut dat het kind op de wereld is. Dit is de meest belangrijke vorming van het kind. Laat catecheten, docenten, meesters en jufs niet in een gat lopen, waarin geen beton gestort is. Dan is er niet veel werk voor hen. Nee, de juf voor de klas mag nooit de taak van de ouders overnemen. U mag uw verantwoordelijkheid nooit afschuiven op de docent van uw kind.

 

We gaan naar de tweede vraag:

 

2. Wat leren?

 

Het woord ‘leren’ is in de oorspronkelijke taal een rijk woord. Het ziet op onderdompelen. Onze kinderen zijn als een spons. Leg je een droge spons in een emmer water, dan zal de spons langzaam maar zeker worden doorweekt. Hij wordt zwaar en zakt door het gewicht naar beneden.

Een andere betekenis ziet op de manier hoe je kinderen voedt. Eerst geeft u ze melk, later vast voedsel. Vroeger gebeurde het wel dat de eerste hapjes werden voorgekauwd. Dus van de mond van papa of mama naar de mond van uw kind. Leren is onderdompelen. Leren is voorkauwen. Eerst zelf proeven en daarna doorgeven.

Het betekent ook: apart zetten voor bijzonder gebruik. Job heiligt zijn kinderen. Hij zondert hen af. Voordat hij ‘s morgens aan zijn werk begint, roept hij zijn kinderen bij elkaar om zich met hen af te zonderen voor Gods heilig aangezicht. Waar doet hij dat? Bij het altaar. Er moet geofferd worden. Er moet bloed vloeien. Alleen in die weg is er vergeving, verzoening door voldoening. Alleen in die weg is er uitzicht en verwachting, bij God vandaan, vanuit het welbehagen in het reinigende bloed van het Lam Gods. Kinderen, zegt vader Job, buig je knieën en zoek Gods aangezicht! Leren, onderdompelen, voorkauwen en afzonderen, voor God heiligen.

 

Ouders, bij de doop van onze kinderen hebt u beloofd voor dit ‘geheiligde kind’ zorg te dragen, wat het tijdelijke leven betreft, maar vooral het geestelijk leven. Het geestelijke gaat voorop!

Jongens en meisjes, jullie hebben een gedoopt voorhoofd. Laat het vandaag nog aan de Heere zien! Nee, je bent dan niet automatisch bekeerd, maar de Heere heeft wel gezegd dat jij bij Hem hoort. Hij wil en zal uit jullie Zijn kerk bouwen. Jullie moeten Hem dienen en liefhebben. Daarop heeft God recht. Vergeet dat nooit.

 

Ouders, leer hen de eerste beginselen! De statenvertalers tekenen aan dat het hier gaat om onderwijzen in de fundamentele dingen van de heilige leer, tot zaligheid van zijn of haar ziel. De eerste beginselen, de meest belangrijke waarheden, de leer van de Bijbel. Begin bij het begin:

- De schepping: God heeft ons goed geschapen, naar Zijn beeld en gelijkenis. Door onze zondeval hebben we dat verloren. Daarom liggen wij verloren, in zonde en schuld.

- Benadruk altijd het wonder van de wedergeboorte. Dat is noodzakelijk. We moeten van geestelijk dood, levend gemaakt worden. Ons hart moet worden vernieuwd door het krachtdadige werk van de Heilige Geest. Als u daarin eenvoudig en duidelijk bent, mag en moet u ook rijk en groot spreken van de verlossing; de verzoening in het alles reinigende bloed van de meerdere Salomo, de Heere Jezus Christus.

- Vertel hoe de Zaligmaker waarde krijgt voor arme zondaren. Maar ook hoe de Heere verder leidt en onderwijs geeft, zodat de Middelaar meer waarde krijgt voor u, ja, dat Hij álles voor u is.

 

Probeer ook een raakvlak te krijgen met het leven van elke dag, de praktijk van het dagelijkse leven. Want Gods genadewerk moet te zien zijn uit de vruchten! Een geloof zonder de werken is dood! De boom wordt aan de vruchten gekend! Doe dat altijd vanuit Gods Woord. Dat alleen geeft u houvast en zekerheid! Dan staat u op vaste bodem.

Alles wat niet naar de Schrift is, komt bij de mens vandaan. Daarom zal het ook vruchteloos zijn. Dus leren: bijbels, Schriftuurlijk en ook bevindelijk, vanuit het hart! Hierin krijgt u God mee, vrede in uw ziel en uw kinderen zijn er goed mee.

We gaan naar ons volgende punt. Eerst zingen we Psalm 84:3:

 

Welzalig hij die al zijn kracht

En hulp alleen van U verwacht,

Die kiest de welgebaande wegen;

Steekt hen de hete middagzon

In ‘t moerbeidal, Gij zijt hun bron,

En stort op hen een milden regen,

Een regen, die hen overdekt,

Verkwikt, en hun tot zegen strekt.

 

We hebben gezien:

  1. Wie leren?
  2. Wat leren?

Nu gaan we naar vraag 3:

 

3. Hoe leren?

 

Salomo zegt: Naar de eis zijns wegs.

Dat betekent: u houdt rekening met de leeftijd en het niveau van het kind. Kinderen leren ook niet alles op één dag. Neem daarvoor de tijd. Doe het ordelijk, met structuur en vooral eenvoudig. Er moet geleerd worden naar de mate die het kind aankan, passend bij zijn of haar leeftijd en bevattingsvermogen. Kleuters spreken we anders aan dan leerlingen in groep 8. Een Bijbelverhaal voor groep 4 steekt anders in elkaar dan een dagopening in havo 2.

 

Leer de jongen de eerste beginselen naar de eis van zijn weg. Het Hebreeuwse woord ‘weg’ gaat over een manier van denken en leven. In de weg gaan, in de goede weg gaan houdt Bijbels gezien in: denken en leven vanuit het Woord. Leren nadenken over Gods Woord, leren leven vanuit het Woord.

Laat deze gids een lamp zijn voor hun voet en een licht op hun pad in hun handel en levenswandel, in woord en daad, dagelijks. Dus niet alleen voor de eerste dag van de week … Nee, de hele week, maandag tot en met zaterdag horen er ook bij. Leren!

U moet hun en uw gedachten naar God en naar Zijn Woord leiden. Dat is nodig. Dat blijft nodig! Wat zegt God over dít? Wat zegt de Bijbel over dát? Heere, wat wilt U dat ik doen zal? Vindt U het goed dat ik deze keus maak? Binnen het raamwerk van de dagelijkse bezigheden wordt de godsdienstige vorming door het kind ervaren als iets wat er vanzelfsprekend bij hoort.

Mozes zegt daarvan: En deze woorden die ik u heden gebied, zullen in uw hart zijn. En gij zult ze uw kinderen inscherpen en daarvan spreken, als gij in uw huis zit en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt en als gij opstaat (Deut. 6 : 6,7).

 

Leer uw kinderen de Bijbel lezen. Liever kort en goed dan lang en oppervlakkig. Stel vragen als: Wat denken jullie wat hier staat? Laten we nog eens doordenken wat we net gelezen hebben. De Joodse kinderen en de knechten werden heel bewust onderwezen in het karakter van de Joodse gewoonten. Hoeveel te meer moeten onze jongeren worden onderwezen in de leer die naar de godzaligheid is.

Belangrijk is ook om met elkaar te bidden. Niet gauw, niet snel, niet even. Ook geen eindeloze herhalingen met dezelfde woorden. Maar betrek uw kinderen in het dagelijks gebed. Heb je een moeilijke toets, zijn er klasgenoten ziek of is er iets fijns, een verjaardag, een bruiloft of …

Zullen we daarvoor bidden? Nabespreking van de preek is belangrijk. Vraag naar de catechisatie. Waar ging het over? Wat heb je geleerd? Toon belangstelling! Spreek positief over hem die catechisatie geeft. Daarin krijgt u God mee. De Heilige Geest werkt middellijk, door het Woord.

Natuurlijk is dit moeilijk, soms heel lastig. Het valt niet mee. Het vraagt ook begrip, teerheid, bewogenheid, geduld van u. En die karaktereigenschappen hebt u niet. Ik ook niet …Toch moet het. Daarom moet u ook dagelijks bidden: O Zoon, maak mij, maak ons Uw beeld gelijk. Opvoeden begint met knieënwerk. Elke dag maar weer.

 

Leren.1.Wie leren? 2.Wát leren? 3.Hoe leren?

Als laatste letten wij op:

 

4.  Wat is de vrucht van dit leren?

 

Als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken. Dat is de rijke belofte bij dit goddelijke bevel voor ouders, opvoeders en allen die tot onderwijzen, opvoeden en tot de ambtelijke arbeid worden geroepen. De vrucht zal zijn dat uit het zaad van de gemeente Gods Kerk gebouwd wordt, van kind tot kind en van geslacht tot geslacht. Want de Heere is goed, Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid, en Zijn getrouwheid van geslacht tot geslacht (Ps. 100:5).

 

We kunnen wel eens moe of moedeloos worden in deze Gode vijandige wereld. En ook in een kerk met veel godsdienst zonder ware godsvrees. Er is veel vorm zonder wezen. Toch gaat het goed! Waarom? Omdat de Heere leeft. Hij regeert! Hij maakt gebruik van middelen en personen om Zijn Kerk te bouwen, uit onze jeugd en kleine kinderen. Jacobus Koelman zei ooit: We kunnen onze kinderen niet bekeren, maar we moeten wel ons werk zó doen alsof we het kunnen.

Bedenk ook iedere dag dat de vrucht en de zegen alleen gewerkt kan worden door de Geest van God. Naar Zijn belofte zal die Geest worden voortgeplant van geslacht tot geslacht en van kind tot kind.

 

Wij beseffen te weinig hoeveel invloed ouders of docenten op onze kinderen en jongeren hebben. Dat hoor je soms in gesprekken terug, vooral met oudere mensen. Zij vertellen hoe goed ze nog weten wat de eerste versjes zijn die ze op school leerden of de verhalen die de juf in de eerste klas vertelde.

Als hij ook oud zal geworden zijn, zal hij daarvan niet afwijken. Welk een heerlijke vrucht. Bemoedigend! God belooft ons dat, als wij onze kinderen de eerste beginselen leren, zij dit in hun latere jaren niet zullen verlaten. Dat betekent dat hij niet zal ontkennen wat hij heeft geleerd en dat hij geen andere weg zal gaan bewandelen dan wat hij heeft geleerd.

 

Helaas kennen we jongeren die afhaken. Er zullen ouders zijn die teer met hun kinderen hebben omgegaan in het opvoeden in de waarheid. Sommigen zijn echter toch losgeweekt en hun eigen weg gegaan. Het is waar: goed christelijk onderwijs is geen garantie dat kinderen later niet ‘zullen afwijken’. Toch ligt de schuld dan niet bij God.

Laten we tot ons zelf inkeren. En vandaag nog ons verootmoedigen voor de Heere. In die weg is er verwachting voor u en uw nageslacht, omdat God een God van welbehagen is, Die ook vandaag nog het weg gedrevene opzoekt.

 

Zeker, de vrucht op uw leren is geheel afhankelijk van de zegen van de Heere. Daarnaast blijft u verantwoordelijk. Besef dat we geen enkel recht hebben. Wees en blijf daarom verlegen om het rijke werk van de Heilige Geest. Opvoeden, leren en onderwijzen begint op uw knieën.

Zonder binnenkamer kunt u uw taak niet volbrengen. Dan bent u steigerhout … vreselijk! God ziet niet liever, dan dat u bij Hem komt met lege handen. Hij vervult, en dat doe Hij persoonlijk, door Zijn genade. En onthoud ook: consumeren doet distribueren! Een heerlijker werk is er niet. Het grootste wonder is als u er zelf in delen mag. Een kinderdeel, uit genade, om Jezus’ wil.

 

Gemeente, we voelen allemaal wel hoeveel wij tekortkomen. Ik wil afronden met wat ik lees in Lukas 18 : 15 en 16: En zij brachten ook de kinderkens tot Hem, opdat Hij die zou aanraken; en de discipelen dat ziende, bestraften dezelve. Maar Jezus riep dezelve kinderkens tot Zich, en zeide: Laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.

Wat een wonder! Er is een Adres waar we onze kinderen mogen brengen! Misschien heeft u er overheen gelezen. Opvoeders mogen ze brengen; zie vers 15. En in vers 16 roept de Heere ze tot Zich. Hij zegt als het ware: Kom maar.

Ziet u ze gaan? De Heere trekt hen tot Zich. Dan lees ik in Markus 10 dat Hij door Zijn knieën gaat, hen omvangt met Zijn armen en hen zegent. Als ik goed kijk, zie ik dat er onder Zijn armen en onder Zijn zegenende handen plaats is voor u en uw kinderen. Enkel uit genade!

Amen.

 

Slotzang: Psalm 105: 24

 

Die gunst heeft God Zijn volk bewezen,

Opdat het altoos Hem zou vrezen;

Zijn wet betrachten, en voortaan

Volstandig op Zijn wegen gaan.

Men roem’ dan d’ Oppermajesteit,

Om zoveel gunst, in eeuwigheid.