Ds. D.W. Tuinier - Johannes 8 : 1 - 11

Jezus in woord en daad

Jezus en Zijn Vader
Jezus en het volk
Jezus en de Schriftgeleerden en Fariezeeën
Jezus en de overspelige vrouw

Johannes 8 : 1 - 11

Johannes 8
1
Maar Jezus ging naar den Olijfberg.
2
En des morgens vroeg kwam Hij wederom in den tempel, en al het volk kwam tot Hem; en nedergezeten zijnde, leerde Hij hen.
3
En de Schriftgeleerden en de Farizeen brachten tot Hem een vrouw, in overspel gegrepen.
4
En haar gesteld hebbende in het midden, zeiden zij tot Hem: Meester, deze vrouw is op de daad zelve gegrepen, overspel begaande.
5
En Mozes heeft ons in de wet geboden, dat dezulken gestenigd zullen worden; Gij dan, wat zegt Gij?
6
En dit zeiden zij, Hem verzoekende, opdat zij iets hadden, om Hem te beschuldigen. Maar Jezus, nederbukkende, schreef met den vinger in de aarde.
7
En als zij Hem bleven vragen, richtte Hij Zich op, en zeide tot hen: Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar.
8
En wederom nederbukkende, schreef Hij in de aarde.
9
Maar zij, dit horende, en van hun geweten overtuigd zijnde, gingen uit, de een na den andere, beginnende van de oudsten tot de laatsten; en Jezus werd alleen gelaten; en de vrouw in het midden staande.
10
En Jezus, Zich oprichtende, en niemand ziende dan de vrouw, zeide tot haar: Vrouw, waar zijn deze uw beschuldigers? Heeft u niemand veroordeeld?
11
En zij zeide: Niemand, Heere! En Jezus zeide tot haar: Zo veroordeel Ik u ook niet; ga heen, en zondig niet meer.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 49: 1
Lezen : Johannes 7: 40 - 8: 11
Zingen : Psalm 33: 5 en 6
Zingen : Psalm 119: 60
Zingen : Psalm 86: 3 en 8

Gemeente, Gods Woord ligt open bij Johannes 7 vers 40 tot en met Johannes 8 vers 11.

We lezen Johannes 8, de verzen 10 en 11:

 

En Jezus Zich oprichtende, en niemand ziende dan de vrouw, zeide tot haar: Vrouw, waar zijn deze uw beschuldigers? Heeft u niemand veroordeeld? En zij zeide: Niemand, Heere. En Jezus zeide tot haar: Zo veroordeel Ik u ook niet; ga heen en zondig niet meer.

 

We schrijven onder de tekst en boven de preek: Jezus in woord en daad

 

Vier aandachtspunten:

1. Jezus en Zijn Vader (naar aanleiding van vers 1).

2. Jezus en het volk (vers 2).

3. Jezus en de Schriftgeleerden en Farizeeën (de verzen 3 tot en met 9).

4. Jezus en de overspelige vrouw (vers 10 en 11).

 

1. Jezus en zijn Vader

 

Wat is er veel verwarring over God en Goddelijke zaken. Er wordt veel geredeneerd en getheologiseerd. Enkele voorbeelden: Wie is God; wat is geloven; hoe kom je tot geloof; wanneer krijgt de Middelaar waarde voor je?

Toch zijn het de meest wezenlijke vragen van het leven, waarop uiteindelijk alleen de Heilige Geest, door het Woord van God, licht werpt. De Bijbel maakt ons wijs tot zaligheid. Verdeeldheid en onenigheid over deze zaken is er altijd geweest. Het tweede gedeelte van Johannes 7 bevestigt dit.

 

Tijdens één van de drukste dagen van het Loofhuttenfeest komt er een discussie op gang wie Jezus van Nazareth is. Daarbij maken de toenmalige kerkelijke leiders ruzie over de wijze hoe zij de Nazarener kunnen vangen op Zijn woorden of daden. Daarbij hebben ze het gezamenlijke doel om Zijn mond te stoppen! Het liefst moet Hij zo spoedig mogelijk verdwijnen. Sommigen hebben het er zelfs over om Hem te doden lezen we in de verzen 1, 19 en 30. De meningen op welke wijze dit uitgevoerd zou moeten worden, lopen echter uiteen.

Wat is dit een uiterst trieste zaak. Wat een geesteloze godsdienst en dode orthodoxie. Jezus, de grote hartenkenner, noemt de geestelijken van toen in één van Zijn preken niet voor niets witgepleisterde graven, adderengebroedsel, geveinsden en wolven met schaapskleren aan. Wanneer Hij Zich zo scherp uitdrukt, is dat zeker waar. Daaraan hoeft u niet te twijfelen.

 

Gemeente, zou het vandaag anders zijn? Ziet het er in kerkelijk Nederland beter uit? Zijn de wolven met schaapskleren uitgestorven? Als u dat denkt bedriegt u uzelf. Dergelijke mensen zijn nog springlevend. De vorst der duisternis mobiliseert al zijn middelen en handlangers om de prediking van de rijke Zaligmaker voor een arm en verloren Adamskind, tegen te gaan en uit te roeien. Dit kan op een brute, harde en goddeloze wijze, maar gebeurt ook op een subtiele, sluwe en vrome manier. Dat is hem om het even, als het maar gebeurt! Wees daarom waakzaam! Wordt wakker uit uw geestelijke doodsslaap. Kom tot een helder inzicht in uw verhouding tot God. Bekeert u, bekeert u!

Zoek het slangenvenijn in dit Schriftgedeelte niet te ver weg. Als Gods Geest uw ogen opent, dan komt u het tegen in uw eigen hart en leven. Wij zijn niet beter. Aan de buitenkant is er wellicht niets op u aan te merken. Maar het gaat om uw innerlijk. Dat moet worden vernieuwd, door het levenwekkende, vernieuwende werk van de Heilige Geest. U moet wederom geboren worden tot een levende hoop. De vrucht hiervan is dat u van uzelf schrikt. Nodig is u te verootmoedigen en in uw nood aan Gods voeten te komen. Ook na ontvangen genade blijft dit nodig.

 

Gods kinderen zijn vaak de aardse flessen gelijk. U dommelt weer in slaap, zoals de wijze maagden in de gelijkenis. Terwijl u moet waken! Waakt en bidt opdat gij niet in verzoeking komt. De geest is wel gewillig maar het vlees is zwak (Matt.26:41). Smeek om ontdekkend licht, en een leven dicht bij de Heere en Zijn Woord, zodat u het beeld van uw Koning mag vertonen.

Op een gegeven moment, u leest het in vers 53 van Johannes 7, keert men huiswaarts met een heet hoofd en een ijskoud hart. Vol bitterheid, vijandschap, haat, wrok en afgunst. Zo gaat men naar bed. Wat kan het ver gaan in het zogenaamde godsdienstige geestelijke leven.

 

Dan begint hoofdstuk 8. Wat een tegenstelling! De godsdienst slaapt haar geestelijke doodsslaap en gaat over tot de orde van de dag. Gods Zoon, in Zijn menselijke natuur, beklimt de Olijfberg in de nacht. Hij waakt en bidt! De geestelijkheid trekt zich terug in haar geesteloze bunker en strijdt een duivelse strijd tegen Jezus. Maar de vlekkeloos reine en heilige Immanuel trekt Zich terug in Zijn bidvertrek. Hij is het liefst dicht bij Zijn Vader. Daar is rust en vrede, want hemel en aarde raken daar elkaar.

 

Jezus en Zijn Vader, ons eerste punt. Hij gaat naar de Olijfberg. U moet niet denken dat Hij daar heeft geslapen. Hij is juist in Zijn binnenkamer om de verborgen omgang met Zijn Vader te beoefenen. Uit andere gedeelten in de Schrift weten we dat Hij daar vooral in de nacht te vinden is. Juist nu Zijn lijden en sterven dichterbij komt, zoekt Hij de eenzaamheid op om te waken, te bidden, en gemeenschap te hebben met Zijn Vader. Dit is voor Hem onmisbaar. Naast Zijn Godheid is Hij ook mens. Vergeet dat niet! Jezus heeft kracht, troost, wijsheid, lijdzaamheid en volharding nodig in de strijd. Beneden aan de berg is de vijand en vijandschap. Boven op de berg is de zoete en zalige gemeenschap met de Vader.

Hij bidt voor Zichzelf en de Zijnen. U leest Zijn gebed in Johannes 17. Hij is de grote Voorbidder voor Zijn bruidsgemeente. Hij bidt ook voor hen, die nog onbekeerd zijn. Schapen, die van Zijn stal niet zijn, moeten en zullen op Zijn tijd en wijze worden toegebracht. Hij bidt voor Zijn vijanden, zodat zij ontdekt worden aan hun blindheid, doodstaat en vijandschap en hun knieën voor Hem buigen en Zijn Naam belijden.

 

Gemeente, het gebed is zo belangrijk. Kent u een gebedsleven? Hebt u een binnenkamer? Beoefent u de verborgen omgang met de Heere? Juist als de strijd zo hevig is, dan is de duivel op de been. Hij doet zich voor als een engel van het licht, of gaat tekeer als een briesende leeuw, zoekend wie hij zou kunnen verslinden en meeslepen, de ondergang tegemoet. Doorziet u de listige aanslagen van de boze, in de wereld maar ook binnen de kerk? Wat is de krachtige werking en doorwerking van Gods Geest nodig, zodat we waakzaam zijn en blijven. Onze ogen moeten opengaan, zodat we de aanslagen van de duivel doorzien en verstaan. Ja, ook vrome en sluwe aanslagen! Het kostelijke moet van het snode worden onderscheiden.

 

Er is niets zo erg en gevaarlijk in onze kerken als u alles wat er gebeurt maar laat voor wat het is. We worden dan langzaam maar zeker meegezogen met de tijdgeest met alle schadelijke gevolgen van dien. Daarom: doe uw oren en ogen open. Bidt om ontdekkend licht, om ogenzalf! Waakt! Weest wakker. Ouders, opvoeders, en ambtsdragers, waak over de zielen die aan uw zorgen zijn toevertrouwd. Versta en doorzie de listen van de satan. Let op de kleine vossen die de wijngaard verderven. Kijk verder dan uw kerk breed, diep en lang is.

Eigenlijk staan hier twee koninkrijken tegenover elkaar: het vrouwenzaad en het slangenzaad! Maar besef, dat de duivel niet het laatste woord heeft. De sterke Held aan uw zijde heeft het laatste woord. Hij, Die u helpen kan en wil, zegt: ‘Ik heb u geen kalme reis beloofd, wel een behouden aankomst.’

Maar dit strijdende leven kan niet zonder knieënwerk. We gaan naar ons tweede aandachtspunt:

 

2. Jezus en het volk

 

Als het gaat om de eer en het welbehagen van Zijn Vader, laat de Zaligmaker van zondaren geen dag, dagdeel, of uur verloren gaan. Het is immers Zijn opdracht om in deze wereld verloren schapen van het huis Israëls op te zoeken en zalig te maken.

Voordat de eerste tempelgangers ‘s morgens om zes uur de drempel van het heiligdom in Jeruzalem overstappen, is de Heere Jezus daar. We lezen in vers 2: En des morgens vroeg kwam Hij wederom in den tempel. Let op het woordje: wederom. Hij is er weer opnieuw! Altijd is Hij bezig om de wil van Zijn Vader te doen. Daartoe is Hij gekomen. Het welbehagen des Heeren zal door Zijn hand gelukkiglijk (dat is: voorspoedig) voortgaan (Jes.53:10).

Ook vandaag is Hij er. U bent opnieuw in de kerk. God heeft nog geen lust in uw dood. Daarin heeft Hij lust dat u zich bekeert en leeft. God is het nog niet moe ons na te wandelen in het gewaad van Zijn Woord. Nog laat Hij klaagliederen zingen en wordt er op de fluit van het evangelie gespeeld. Waar brengt het u? Wat doet het met jou? De genadetijd is nog niet voorbij. Jezus is wederom in de tempel. Zorg dat u er bent als de deuren van Gods huis opengaan. Ook doordeweeks. Zet u trouw onder de middelen waardoor God Zijn genade werkt. God werkt middellijk. Hij is daaraan niet gebonden, maar wij wel!

 

Blijkbaar beseft het volk in die dagen dat ook. Want iedereen is op de been. Niemand blijft thuis. De mensen komen massaal om Jezus te zien en te horen. We weten de diepste reden daarvan niet. Hopelijk komen ze met een door Gods Geest gewerkte honger en dorst naar Jezus en Zijn gerechtigheid. Ik weet het niet, maar in ieder geval zijn ze er. En de prediking werkt altijd iets uit. Gods Woord keert nooit leeg tot Hem weer. Het zal een reuke des levens ten leven of tot een eeuwig oordeel zijn.

Duidelijk is wel dat het volk aan Jezus verbonden is. Dat is ook begrijpelijk. Hij is het, Die hun zieken geneest, hun kinderen zegent en doden opwekt. Hij geeft duizenden tegelijk te eten en nog veel meer.

 

Jezus gaat, zoals een Joodse Rabbi gewend is, zitten en neemt het woord. Hij geeft onderwijs. U mag eigenlijk niet vragen wat Hij heeft gepreekt. Dat is vragen naar de bekende weg. Jullie weten wel, jongens en meisjes, de Heere Jezus brengt de zachtmoedigen de blijde boodschap. Hij verbindt de gebrokenen van hart. Hij roept de gevangenen vrijheid uit en de gebondenen opening der gevangenis. Hij komt om uit te roepen het jaar van het welbehagen des Heeren en de dag der wrake onzes Gods.

Niemand zal zich kunnen verontschuldigen. Iedereen wordt gewaarschuwd. Elk mens wordt geroepen en genodigd, hartelijk en welgemeend. Dat geldt de mensen toen, en ons ook. Wee ons, als wij op deze boodschap geen acht slaan. Wee u, als u Jezus bloed onrein acht!

 

We letten nu op ons derde punt:

 

3. Jezus en de Schriftgeleerden en Farizeeën

 

Inmiddels zijn de geestelijke leiders wakker geworden. Zij dringen zich vrijpostig op en onderbreken de prediking van Jezus U leest dit in vers 3.

Maar wie hebben zij bij zich?

Een vrouw, die zij betrapt en gegrepen hebben omdat zij in de achterliggende nacht in bed heeft gelegen met een man, met wie ze niet getrouwd is.

Moet u zich eens voorstellen: een groep ambtsdragers met die vrouw in doodsangst, tussen al de mensen, komen tot Jezus. Dan die uitdagende, triomfantelijke gezichten en vragende ogen richting Hem, Die harten kent en nieren proeft: Meester, Mozes heeft ons in de wet geboden, dat deze vrouw gestenigd moet worden. Gij dan, wat zegt Gij? De huichelaars! Het gaat hen helemaal niet om die vrouw. Trouwens, waar is de man? Hij moet toch net zo goed worden veroordeeld? Wat een dubbele moraal. Nee, het gaat hen erom dat zij menen opnieuw een aanleiding te hebben om Jezus van Nazareth op Zijn woorden en daden te betrappen.

Wat geesteloos en liefdeloos. In plaats dat zij deze zondige vrouw in liefde omringen, zoals dat van ambtsdragers verwacht kan worden, haar ernstig vermanen en met haar op hun knieën gaan, omdat Gods naam gelasterd wordt en Zijn wet overtreden is, brengen zij haar bij Jezus. Voor de vrouw hebben ze geen woord en achten haar geen blik waardig. Ze willen maar één ding: die Nazarener uit de weg ruimen.

 

Wat een aangrijpend gebeuren! U proeft bij hen geen enkel bewijs van ernst of blijk van liefde. Wellicht herkent u dit van heel dichtbij? Kerkmensen kunnen soms zo hard, onbewogen en meedogenloos oordelen. De rillingen gaan dan over je rug. Soms denk je dan: als godsdienstige blikken mij konden doden, dan was ik er niet meer geweest. Toch, ondanks dit ontzaglijke trieste gebeuren, is deze zondares wel bij Jezus. Een betere plaats weet ik niet. Als u in uw leven nooit bij Jezus komt, is het niet goed met u. Want wij zijn geen haar beter dan deze vrouw. Daarom wordt u ook voor Jezus gesteld.

 

Maar… Weer dat woordje maar in vers 6, het gaat zo heel anders dan wat zij en wij wellicht verwachten. Jezus bukt neer. Dit staat er niet voor niets. Als Hij het doet, is er dan niet alle reden dat wij Hem daarin volgen? Gods wet klaagt ons aan, uw geweten spreekt, de duivel fluistert u van alles in en zaait twijfel. In onszelf hebben wij geen bestaansgrond voor God. Hoe zal het ooit goed komen tussen God en mijn ziel?

Zie dan op de buigende Jezus. Hij bukt als Sions betalende Borg, als de man van smarten, als de lijdende Knecht des Vaders. Hij neemt de laagste plaats in. Hij laat u zien dat er bij God vandaan een weg is om zalig te worden. Hij baant de weg van de hemel naar de aarde en van de aarde naar het Vaderhuis met Zijn vele woningen.

Daartoe moest Hij Zich vernederen. Hij liet Zich in de stal van Bethlehem in een voerbak van de beesten neerleggen. Hij gaat op weg naar het vloekhout van de schande, op Golgotha. Dieper buigen kan toch niet? En dat doet Hij uit liefde tot Zijn Vader en Zijn Kerk. Maar u moet eerst weten dat uw afkomst uit de aarde is. Daar komt u vandaan. Want gij zijt stof en gij zult tot stof wederkeren (Gen.3:19).

 

Jezus wordt geroepen om recht te spreken, terwijl Hij juist naar deze wereld is gekomen om zondaren te redden. Nu waar het om gaat: Als Hij deze zondares vrijspreekt, handelt Hij tegen de wet van Mozes in. Als Hij haar veroordeelt is dat in tegenspraak met zijn woorden en daden.

Wat doet Jezus dan?

Twee dingen: Hij waarschuwt in alle ernst de kerkelijke leiders en Hij maakt een nieuw begin met de overspelige vrouw.

Omdat de kerkelijke leiders deze vrouw geen blik gunnen, doet Jezus ook net alsof Hij hen niet hoort en ziet. Hij buigt Zich voorover en schrijft met Zijn vinger in de aarde. Maar dat maakt hen alleen maar bozer en ongeduldig houden zij aan: U weet toch wat Mozes heeft geboden: de doodstraf op overspel! Wat zegt U daarvan? Zeg op. Wacht niet langer!

 

Jezus schrijft in de aarde. We weten niet wat Hij schrijft. Dat doet er ook niet toe. Het feit dat Hij dit doet, zegt genoeg. Want het is een indringende waarschuwing. De Schriftgeleerden kennen het Oude Testament uit hun hoofd. Als er één gedeelte is dat op hen van toepassing is, dan is het wel Jeremia 17, de verzen 9 en 13. Arglistig is het hart, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen? heere, hoop van Israël, allen die u verlaten, zullen beschaamd worden. Wie zich van Mij afkeren, zullen in de aarde geschreven worden, want zij hebben de bron van het levende water verlaten.

Deze aangrijpende profetische woorden worden hier letterlijk vervuld. Ondanks hun godsdienst, goede werken en eigengerechtigheid. Als u God verlaat, heeft u smart op smart te vrezen. Als jullie je blijven verzetten in blindheid en vijandschap, dan schrijf Ik jullie namen in de aarde. Nee, niet in het boek des levens maar in het zand. Een beetje wind en water is voldoende om het uit te wissen. Zo zal het met u gaan als u zich niet bekeert. Dan richt Jezus Zich op en zegt: ‘Laat wie geen zonden heeft, de eerste steen werpen…’

 

We zingen nu eerst Psalm 119 vers 60:

 

Al ’t godd’loos volk verdoet G’ als schuim van d’ aard’,

Dies zal ik Uw getuigenissen vrezen.

Het heeft mijn ziel verschrikkingen gebaard,

Ja, zelfs is mij het haar te berg’ gerezen,

Als ik op Uw gerichten heb gestaard;

Uw oordeel, Heer’, kan niet dan vreeslijk wezen.

 

Daar staan ze beduusd! Dit overvalt hen. Laat wie zonder zonde is, de eerste steen gooien naar deze vrouw. Zo schrijft Mozes dat voor, maar dezelfde wet bepaalt ook dat de aanklagers zelf de plicht hebben de eerste steen te gooien. Opeens wordt het heel stil. Ze kijken elkaar aan. Wie zal nu de eerste steen pakken? Degene die zondeloos is. Wie is dat? Dat is iemand die kan zeggen alle geboden van Gods wet te houden. Hij heeft recht van spreken.

Maar niemand is schuldloos en zonder zonde, zelfs deze mannen van de wet niet. Dat beseffen zij maar al te goed. Het wordt stil, benauwend stil. Niemand durft zich te verroeren. Opeens maken zij zich uit de voeten, de oudsten voorop. Er volgt dan in vers 9 weer een ‘maar’: Maar van hun geweten overtuigd zijnde, zijn zij heengegaan.

Hun geweten spreekt gelukkig nog, maar het komt niet tot een hartelijk buigen voor de Heere, in het stof van de boetvaardigheid. Integendeel, ze keren Jezus opnieuw de nek en de rug toe.

 

Wat een ernstige waarschuwing voor hen en ons allemaal. Het kan in het godsdienstige leven ver gaan. We houden onszelf op de been om het leven behouden. Terwijl buiten Jezus geen leven is, maar een eeuwig zielsverderf. Alle zogenaamde gronden buiten Hem en Zijn volbrachte werk, zijn zandgronden. Het zand glipt tussen uw vingers weg. Daar gaat de godsdienst, rijk en verrijkt in zichzelf.

Met de vrouw hebben ze zich een weg gebaand door de mensen heen naar Jezus. Nu doen zij het tegenovergestelde, maar, zonder die zondares. Ze verdwijnen om vanuit zichzelf nooit meer terug te keren. Daarmee spreken zij het vonnis uit over hun eigen leven, omdat zij bij de Bron weg gaan. Later in dit hoofdstuk, vers 59, proberen ze gezamenlijk Jezus te stenigen. Als zij hierin volharden, zullen hun namen voor eeuwig uitgewist worden. Gemeente, weest gewaarschuwd!

 

We gaan naar ons laatste punt:

 

4. Jezus en de vrouw

 

Weer een contrast: de geestelijkheid heeft alleen maar oog voor de zonde en schuld van deze vrouw. Jezus, Die alleen met haar achterblijft, ziet een mens voor Zich staan: de vrouw met haar schuld. Niemand acht haar een blik of een meelevend woord waard. Van Jezus leest u dat Hij Zich opricht en… niemand ziende dan de vrouw. Terwijl er zoveel mensen omheen staan, ziet Jezus alléén de vrouw. Zij staat persoonlijk voor Hem.

Weet u wat dat betekent? Dat wij persoonlijk voor God staan. Het moet naar een onderhoud toe onder vier ogen. Het grote huisbezoek zal eenmaal plaatsvinden als wij het tijdelijke met het eeuwige verwisselen. Maar het is nodig is dat dit in uw leven tussen wieg en graf gebeurt. De aanklagers slaan op de vlucht.

Jezus kijkt de zondares aan en vraagt: Vrouw, waar zijn uw beschuldigers? Heeft niemand u veroordeeld?

Nee, niemand, Heere, is haar antwoord.

Dan veroordeel Ik u ook niet.

Alle nadruk ligt op Ik. Ga heen en zondig niet meer.

 

Hoort u wat Jezus zegt? Hij stemt in met de aanklacht. Deze vrouw is schuldig. Zij heeft gezondigd. Hij houdt haar verantwoordelijk voor haar overspel. Maar er komt geen oordeel uit Zijn mond. Hij maakt een nieuw begin. Terwijl Hij de Enige is, Die de eerste steen mag oppakken om haar te stenigen, want Hij is zonder zonde. Hij is de geheel reine, die zeggen kan: Wie van u overtuigt Mij van zonde? (Joh.8:46).

Hij heeft het recht om deze overspelige vrouw te stenigen. Dat geldt ook u. Dan moet uw hand op de mond, want God doet geen onrecht. Toch doet Jezus dat niet. Waarom niet? Omdat Hij niet naar de wereld is gekomen om haar te stenigen, maar om haar te redden. Hij komt naar de aarde om mensen te behouden. Daarom klinkt er geen veroordeling uit Zijn mond, maar een vrijspraak: Ga heen, de wereld weer in en zondig niet meer. Ik geef u nog genadetijd en stel de welverdiende straf en het rechtvaardige oordeel uit. Bekeert u, bekeert u, zoekt Mij en leeft! Want Ik, de Schuldloze, begeef Mij naar Golgotha. Daar zal Ik worden gekruisigd om het welbehagen van God de Vader te volvoeren. Om naar Zijn opdracht te zoeken en zalig te maken, wie doodschuldig staan aan Gods gehele wet.

Op grond van Zijn verdiensten wordt de vloekende wet tot zwijgen gebracht. Hij de vloek en zij Zijn zegen. Dat is het geheim van de plaatsbekleding. Immanuel neemt de plaats in van zondaren die gestenigd zouden moeten worden, maar wier namen toch staan geschreven in het boek des levens, des Lams. Alle zonden zullen op Hem terechtkomen. Volk van God, ga daarom heen; u bent vrijverklaard om Mijnentwil. Ik voor u, daar Gij anders de eeuwige dood had moeten sterven. Aan Jezus voeten, aan Zijn hart, onder Zijn armen! Deze vrouw bleef alleen met Jezus over. Een betere plek is er niet.

 

Tot slot: Gemeente, laat naast de persoonlijke boodschap voor u, duidelijk zijn dat we geroepen worden om mild te zijn voor een zondaar of zondares. Besef wat u doet als u een ander veroordeelt. Praat niet óver, maar mét elkaar. Als u enige zelfkennis hebt bent u snel klaar met uw naaste. U hebt uw handen vol aan u zelf. Wanneer u iets hoort over een ander, zorgen, verdriet of zonden: bidt dan! Er is niets zo schadelijk dan negatief over elkaar spreken. Daar gaat een samenleving aan kapot. Daarin blaast God. Wees ervan overtuigd: met de maat waarmee u anderen oordeelt, zult u zelf ook worden veroordeeld – zegt de Heere Jezus.

 

Wat moet u doen als u in zonden leeft, verkeerde keuzes maakt of hebt gemaakt? Worstelt u met porno, of drank, sjoemelt u met geld of maakt u zich schuldig aan welke zonde dan ook? Kom er voor God mee voor de dag. Stop met uw zelfhandhaving. Bekeert u! Buig u voor de Heere. Vertel Hem de volle waarheid. Bij Hem moet u zijn. Een ander adres weet ik niet. Er is geen zonde te groot of te erg of er is vergeving in het reinigende bloed van Jezus Christus. Maar u moet er wel iets voor doen. Dat klinkt remonstrants. Maar het is zo. U moet in beweging komen en breken met uw zonden. Daarbij kan het zijn dat u deskundige hulp nodig heeft. Bedenk dat de Geest van genade en gebeden onmisbaar is. Wat dat betreft is het leven in deze wereld een strijd tegen antichristelijke machten en geestelijke boosheden in de lucht. Als het goed is, ervaart u ook die strijd in uw eigen hart en leven.

Paulus kende deze strijd ook. Als hij het goede wil doen, ligt het kwade hem nabij. Het kwade wat hij niet wil, doet hij. Maar door Gods kracht en genade is er hoop en uitzicht voor hopeloze gevallen, voor u en mij. Gode zij dank. Want: ‘Wie Hem aanroept in de nood, vindt Zijn gunst oneindig groot.’

 

Amen.

 

Psalm 86 vers 3 en 8:

 

Heer’ door goedheid aangedreven,

Zijt Gij mild in ’t schuldvergeven;

Wie U aanroept in den nood,

Vindt Uw gunst oneindig groot.

Heer’, neem mijn gebed ter ore;

Wil naar mijne smeking horen;

Merk, naar Uw goedgunstigheën,

Op de stem van mijn gebeên.

 

Maar Gij, Heer’, Gij zijt lankmoedig,

Zeer barmhartig, overvloedig

In genâ, die ons behoedt,

Groot van waarheid, eind’ loos goed.

Wend U tot mijn ziel genadig;

Sterk Uw knecht, en geef weldadig

Ondersteuning aan den zoon

Uwer dienstmaagd, van den troon.