Ds. W.A. Zondag - 1 Johannes 2 : 20 - 24

Afspelen

De waarheid

5-7-2020
Kennen
Verdedigen
Bewaren
Bijbellezing Brieven van Johannes - Deel 10

Liturgie:
Psalm 122: 1
Tien Geboden 1, 3
Lezen: 1 Johannes 2: 17-29
Psalm 25: 1, 2
Psalm 119: 17
Psalm 100: 3, 4

Citaat:

Daarom moeten wij, naar hun voorbeeld [de Emmaüsgangers, WZ], Gods Woord gaarne horen en niet verdrietig worden. Door deze oefening wil God werken in onze harten. Zo wil Hij het geloof en de Heilige Geest geven. Als men maar volhoudt, zal het niet tevergeefs zijn; Uw hart zal niet koud en traag blijven. Ge zult Christus beter leren kennen en de Schrift beter leren verstaan. Bovendien, ge zult er uw Heere mee behagen, en Hem dienen. En weet, dat Hij dan niet verre van u is. Hij en zijn lieve engelen zullen om u heen zijn.
- Maarten Luther


Geloofsbelijdenis van Athanasius:
(…) Daarom zo iemand zalig wil worden, die moet aldus van de Drievuldigheid geloven. Maar het is tot de eeuwige zaligheid nodig, dat hij ook de menswording van onzen Heere Jezus Christus getrouwelijk gelove. Zo is dan het rechte geloof, dat wij geloven en belijden, dat onze Heere Jezus Christus, Gods Zoon, God en mens is. (…) Dit is het algemeen geloof, hetwelk, indien iemand het niet getrouw en vast gelooft, die zal niet kunnen zalig worden.

Catechismus van Geneve (1548): over de Drie-eenheid
Vraag 19. Predikant: Daar er slechts één God is, waarom vermeldt ge hier drie, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest?
Antwoord van kind: Omdat wij in het ene wezen Gods de Vader moeten beschouwen als het begin en de oorsprong, en de eerste oorzaak van alle dingen; vervolgens de Zoon, die Zijn eeuwige Wijsheid is; tenslotte de Heilige Geest, als Zijn kracht, die wel over alles uitgebreid is, doch voortdurend in Hem verblijft.
Vraag 20. Predikant: Geeft ge daarmede te kennen, dat het niet ongerijmd is, wanneer wij in de éne Godheid deze drie Personen stellen, en dat God daarom niet gedeeld wordt?
Antwoord van kind: Zó is het.

Gespreksvragen:
1. Herhaling. Wat is de zalving van een christen met en door de Heilige Geest? Hoe krijgt hij de in het paradijs verloren ambten profeet, priester en koning weer terug? Waarom is ‘wedergeboorte’ hier een kernbegrip?
2. Door de zalving met de Heilige Geest komt er een ‘weten’. Dat is een Schriftuurlijk-bevindelijke kennis. Waaraan krijgt een christen zoal kennis?
3. Wat is de kennis van Gods Zoon in het licht van de kennis van God de Vader? Anders gezegd: is er kennis van de Vader buiten de Zoon mogelijk? Het antwoord is ‘nee’, want Jezus is de deur, de weg, de ………………. (u mag het verder invullen).
4. Overdenk in dit verband het woord van Christus tot de discipelen: ‘Indien gijlieden Mij gekend had, zo zoudt gij ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu kent gij Hem en hebt Hem gezien’ (Joh. 14).
5. Begrijpt u waarom het zo fundamenteel is dat wij een juiste kennis van de Zoon van God hebben? Lees nog eens de belijdenis van Athanasias (zie hierboven).
6. En begrijpt u ook dat wie ontkent dat Jezus waarachtig de Zoon van God was, waarachtig mens werd en waarachtig God bleef, de geest van de Antichrist heeft? Wat zou t.a.v. het geloof in Jezus nog meer van de Antichristus kunnen zijn? Anders gezegd: welke dwalingen omtrent Jezus moeten wij weerleggen vanuit de Schrift en de belijdenis?
7. In verschillende Griekse handschriften en oude vertalingen staat er in vers 23 nog iets bij: ‘Wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader’. Waarom is dat een zeer grote troost voor aangevochten kinderen van God?
8. Hoe moet een christen ‘blijven’ in Christus en in de Vader? Denk eens na over het beeld dat Jezus hierover heeĊŒ gegeven: de wijnstok en de ranken. Of het beeld van ‘bruid en bruidegom’.

Voor de jongste kinderen:
1. Vanmorgen gaat of ging het over de apostel:
a) Johannes, b) Petrus, c) Jakobus, d) Thomas.
2. Wat is juist: a) ‘God de Vader kun je leren kennen door de Heere Jezus’ of b) ‘God de Vader staat helemaal los van de Heere Jezus’.
3. Johannes schrijft dat een kind van God dichtbij de Heere Jezus moet blijven leven. Dat betekent dat hij veel in de B……….. moet l…………… en de Heere moet aanroepen in het geb……………
4. Iemand die zegt dat Jezus niet de Zoon van God is (maar bijvoorbeeld een groot profeet) kan:
a) wel een kind van God zijn, b) geen kind van God zijn. Wat is juist?

1 Johannes 2 : 20 - 24

1 Johannes 2
20
Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.
21
Ik heb u niet geschreven, omdat gij de waarheid niet weet, maar omdat gij die weet, en omdat geen leugen uit de waarheid is.
22
Wie is de leugenaar, dan die loochent, dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.
23
Een iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet.
24
Hetgeen gijlieden dan van den beginne gehoord hebt, dat blijve in u. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, zo zult gij ook in den Zoon en in den Vader blijven.

Delen & Download

Download preek