Ds. M. Karens - 1 Johannes 5 : 6 - 12

Een betrouwbaar getuigenis over Gods Zoon

Getuigen
Aannemen

1 Johannes 5 : 6 - 12

1 Johannes 5
6
Deze is het, Die gekomen is door water en bloed, namelijk Jezus, de Christus; niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest is het, Die getuigt, dat de Geest de waarheid is.
7
Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een.
8
En drie zijn er, die getuigen op de aarde, de Geest, en het water, en het bloed; en die drie zijn tot een.
9
Indien wij de getuigenis der mensen aannemen, de getuigenis van God is meerder; want dit is de getuigenis van God, welke Hij van Zijn Zoon getuigd heeft.
10
Die in den Zoon van God gelooft, heeft de getuigenis in zichzelven; die God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, dewijl hij niet geloofd heeft de getuigenis, die God getuigd heeft van Zijn Zoon.
11
En dit is de getuigenis, namelijk dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft; en ditzelve leven is in Zijn Zoon.
12
Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 89: 14
Lezen : 1 Johannes 5: 1 - 13
Zingen : Psalm 45: 1 en 2
Zingen : Psalm 9: 2 en 10
Zingen : Psalm 95: 4

Gemeente, met de hulp des Heeren willen wij deze keer het vervolg van 1 Johannes 5 overdenken, de verzen 6 -12. Ik lees het negende vers:

 

Indien wij de getuigenis der mensen aannemen, de getuigenis Gods is meerder; want dit is de getuigenis Gods, welke Hij van Zijn Zoon getuigd heeft.

 

Gemeente, wij schrijven onder deze verzen: Een betrouwbaar getuigenis over Gods Zoon.

 

Er zijn twee aandachtspunten: getuigen en aannemen.

In de eerste plaats: getuigen. Dat zien we in de verzen 6-8. Johannes gaat ons wijzen op zes getuigen: En drie zijn er die getuigen op de aarde: de Geest, en het water, en het bloed; en die drie zijn tot één.

In de tweede plaats: aannemen. Dat zien we in de verzen 9-12: Indien wij de getuigenis der mensen aannemen, de getuigenis Gods is meerder, want dit is de getuigenis Gods, welke Hij van Zijn Zoon getuigd heeft.

 

1. Getuigen

Johannes heeft ons de vorige keer gewezen op de onmisbaarheid van het zaligmakende geloof. Een iegelijk die gelooft dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren. In het vierde en vijfde vers schrijft hij dat het geloof de wereld overwint. Toen hebben we gehoord dat het ware zaligmakende geloof een vrucht is van een Godsdaad in ons leven. De Heilige Geest plant het geloof en werkt de hoop in het hart. Het zaligmakende geloof richt zich op Christus. Hij heeft de wereld overwonnen. Hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen (Joh.16:33b). Het met Christus verbonden geloof overwint de wereld, al was het zo groot als een mosterdzaad.

 

Nu gaat Johannes ons allen leren dat het ware geloof gegrond moet zijn op een betrouwbaar getuigenis over Jezus als de Zoon van God. Dat laatste is heel belangrijk.

Of geloof jij alles wat er om je heen rondgaat? Is het niet nodig om eerst te luisteren wat er getuigd wordt? Niet minder belangrijk is, wie dit doet.

Daarom spreekt Johannes ons over getuigen. Hij zegt in vers 6: Deze is het, Die gekomen is door water en bloed, namelijk Jezus, de Christus; niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest is het Die getuigt dat de geest de waarheid is.

Misschien begrijp je er niets van of je vindt het moeilijk wat er staat. De Geest alleen kan ons leiden om dit te overdenken.

 

In onze tekst staat Deze. Dat is de Heere Jezus, de Zoon van God. Hij is de beloofde Messias, gezonden door God. Wie is Hij voor ons? Er zijn twee mogelijkheden. Tijdens Zijn omwandeling op aarde hebben de Schriftgeleerden en de farizeeën vol verachting gezegd: Ziet daar, een Mens, Die een vraat en wijnzuiper is (Luk.7:34b).

Ten tweede is er toen een volk geweest dat door Gods genade iets heeft gezien van wat er staat in Matheus 8: 27: Hoedanig een is Deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn?

 

Wie is Hij, gemeente, in ons leven? Staan we aan de kant van de farizeeërs en de Schriftgeleerden? Zij weten als geen ander hoe een mens leven moet, maar ze spreken verachtelijk over Jezus.

Of hebben we in onze verlorenheid en schuld, door het licht van de Heilige Geest, iets mogen zien van de heerlijkheid van de Zoon van God? Er is misschien veel verborgen in je leven, maar heb je toch mogen uitroepen: Wie is toch Deze? Deze is het Die gekomen is door water en bloed, namelijk Jezus de Christus.

 

In dat gekomen zijn ligt de nadruk op Zijn mens-zijn. Want dat bestreden de dwaalleraars. Hiervan gaat Johannes nu getuigen. Hij zegt dat Jezus Christus gekomen is door water en bloed. Wat betekent dit?

Er zijn veel verklaringen. Kanttekening 11 is lang, maar u kunt het voor de duidelijkheid nalezen: ‘De apostel ziet hier op het water en bloed dat uit de doorstoken zijde van Christus gevloeid is, waarvan Johannes alleen gewag maakt (Joh.19: 34,35), en verhaalt datzelve wederom hier, om te tonen dat er een verborgenheid is, namelijk dat van Hem vloeit het water van de Heilige Geest, waardoor wij gereinigd en wedergeboren worden, en dat door het uitstorten van Zijn bloed aan het kruis ons is verworven de verzoening met God en de vergeving van onze zonden. Daardoor is vervuld hetgeen afgebeeld was door de ceremoniën van het Oude Testament, die meest bestonden in reinigingen met water, en in bloedstorting van de beesten die geofferd werden, zodat dit de zin is: dewijl Christus, gekomen zijnde, al hetgeen door de ceremoniën van het Oude Testament afgebeeld was, in de daad heeft vervuld, dat zulks dan een klaar bewijs is dat Hij de ware Messias is.’

 

Johannes betuigt dus dat Hij gekomen is door water en bloed. Johannes stond erbij op Golgotha toen Christus door de hoofdman werd beleden, door de schare erkend en door Zijn bekenden aanschouwd. In Johannes 19:34 en 35 lezen we: Maar een van de krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer en terstond kwam er bloed en water uit. En die het gezien heeft die heeft het getuigd, en zijn getuigenis is waarachtig en hij weet dat hij zegt hetgeen dat waar is, opdat ook gij geloven moogt. Hier zien we het verband. De ooggetuige op Golgotha schrijft dat Jezus daarin heeft bewezen de ware Christus te zijn.

 

Andere verklaarders wijzen op de doop ( het water) en het sterven (het bloed). Jezus is Dezelfde als de Messias Die gekomen is en ondergedompeld is in de Jordaan. Zijn doop wijst heen naar reiniging, wedergeboorte en heiligmaking. Het bloed dat Christus gestort heeft op Golgotha, predikt verzoening, vergeving en rechtvaardigmaking. Water en bloed zijn de twee middelen die in het Oude Testament ook werden afgebeeld in de wetten van Mozes en de ceremoniën. Alles gebeurde door wassing en bloedstorting. Het altaar en het wasvat stonden daarom dicht bij elkaar.

Dit zijn de twee weldaden, onderscheiden in rechtvaardiging en heiliging, die onlosmakelijk de Kerk toevloeien vanuit de gezegende Christus, de Zoon van God.

Matthew Henry schrijft: ‘Hij (Jezus) kwam met water en bloed, als de middelen, waardoor Hij ons zou genezen en zalig maken.’

 

Deze twee zaken heb je nodig, ook al zie je ze niet, al voel je ze niet, en al denk je er nooit aan. Vraag je nooit: Mijn ziele, doorziet gij uw lot? Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God (R.M. MacCheyne)?

Gemeente, wij hebben water en bloed nodig. Want u bent schuldig, vuil voor God vanwege uw zonde en onreinheid. Daarom zijn we gescheiden van onze Schepper. We zijn verbannen uit Zijn tegenwoordigheid en een stroom van ongerechtigheden had

de overhand op mij (Ps 65:2, berijmd). Onrein niet voor even of een heel leven, maar voor eeuwig.

 

Maar nu schrijft Johannes dat Jezus op deze aarde is gekomen met water en bloed, opdat Hij voor schuldige, vuile zondaren een Oorzaak van rechtvaardiging en heiliging zou worden. Kanttekening 12 zegt: ‘Dat is, Hij is gekomen om niet alleen de weldaad der wedergeboorte of de reiniging van onze verdorven natuur, maar ook de weldaad der rechtvaardigmaking of verzoening met God tezamen teweeg te brengen, door Zijn Geest en bloed, welke twee weldaden van elkaar niet worden gescheiden.’

Probeer nog eens rustig na te lezen wat hier over het heilgeheim van Jezus Christus, Gods Zoon, gezegd wordt. Hij is gekomen door water en bloed.

Ik mag niet alleen zeggen dat Hij gekomen is, maar ook dat Hij nu in de verkondiging van Zijn Woord tot u komt; tot u, tot jou, tot elk kind van God. Door het water van de Heilige Doop wijst Hij het middel tot afwassing aan. In het gestorte bloed wijst Hij heen naar de verzoening die bij Hem te vinden is. Hier ligt een heilgeheim in verklaard.

 

Johannes voert een kroongetuige op. Dat begrip kennen we wel. Bij veel liquidatieprocessen hoor je daar over. Zij zijn belangrijker dan de andere getuigen. De Geest is een kroongetuige. Kanttekening 13: ‘Dat is, de Heilige Geest in de harten der gelovigen.’ De Heilige Geest getuigt de Waarheid, want Christus heeft gezegd dat deze Geest in al de waarheid leidt.

Het gaat over de betrouwbare Getuige. Is dit niet de Geest der Waarheid? In de prediking, in de sacramenten wil die Geest der Waarheid getuigen.

Nu moet je goed opletten hoe het er staat. De tweede keer staat geest met een kleine letter. Wat wordt daar nu mee bedoeld? Kanttekening 14: ‘Dat is de leer van het Evangelie, dat Jezus is de Christus. Welke leer geest genaamd wordt’. Dit betekent dat de Heilige Geest getuigt dat de leer van het Evangelie, de Zaligmaker Jezus Christus, de Waarheid is. Hij is gekomen om zondaren te zoeken en hen zalig te maken.

 

In Kanttekening 13 hebben we gelezen dat de Heilige Geest getuigt in de harten van de gelovigen. De Heilige Geest betuigt en getuigt niet alleen dat in de prediking van het Woord alles van Jezus te vinden is, maar ook in de harten van Gods kinderen.

Het is dus een dubbel getuigenis. Gods kinderen mogen in de verkondiging van het Woord, in de lezing van de Schrift horen dat de Geest getuigt van Jezus de Zaligmaker, maar ook dat Hij de zekerheid en de zaligheid in hun hart bevestigt. In 2 Korinthe 1: 22 staat over de Geest: Die ons ook heeft verzegeld, en het onderpand des Geestes in onze harten gegeven. De Heere Jezus heeft gezegd in Johannes 8:18: Ik ben het Die van Mijzelven getuig, en de Vader, Die Mij gezonden heeft, getuigt van Mij.

 

Kennen we dat getuigenis van de Geest in ons hart? Mag u weten van die ogenblikken onder de verkondiging van het Evangelie dat u een kind van God bent? Dat de Heilige Geest de zekerheid wilde geven aangaande de Persoon van de Heere Jezus Christus als de Zoon van God, en de Zaligmaker?

 

Johannes noemt zes getuigen: Drie zijn er Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest, en deze Drie zijn één (vers 7) En drie zijn er die getuigen op de aarde: de Geest, en het water en het bloed, en die drie zijn tot één (vers 8).

 

Deze tekst, met name het zevende vers, heeft al veel discussie in de kerk opgeleverd. Ik zal u daar nu niet lang mee vermoeien. In de theologie heet dit de Comma Johanneum. Veel Bijbels missen deze tekst. Kanttekening 15 zegt daar over: ‘Dit vers, alzo het een zeer klaar getuigenis vervat van de Heilige Drievuldigheid, schijnt van de arianen uit enige boeken uitgelaten geweest te zijn’. Arianen zijn volgelingen van Arius, een van de eerste ketters. Zij loochenden de Drie-eenheid.

Ook de Jehovagetuigen zeggen dat de kerk dit vers in de tekst heeft gezet. De eerste gemeenten zouden dat gedaan hebben als een bewijs van de Drie-eenheid. Wij gaan volledig mee met veel verklaarders en de kanttekenaren, die schrijven dat dit vers er vanouds in hoort. Ook in de zogenaamde ‘Textus receptus’, opgesteld door Erasmus, de humanist, was dit vers te vinden. Dit vers is door tegenstanders van de Drie-eenheid tot op de dag van vandaag bestreden.

 

We lezen onze tekst aldus: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zijn één. Dit is voor ons het bewijs van het heilgeheim van de Drie-eenheid van God. Daarom moet juist deze rijke uitspraak erin staan. Johannes heeft dit gezien, want hij zag deze drie Getuigen in de hemel. Johannes werpt hier een blik in de geopende hemel. Daar ziet hij Hen, Die van Christus getuigen dat Hij de Zaligmaker is. Kanttekening 17: ‘Dat is: geven hiervan uit de hemel een hemels en Goddelijk getuigenis, aan dewelke niet kan getwijfeld worden’.

Ik zei zojuist dat het gaat om wie er getuigt. Moet je het niet geloven als de getuige betrouwbaar is? Want Gods Woord zegt in 2 Korinthe 13:1: In den mond van twee of drie getuigen zal alle woord bestaan.

Johannes schrijft dat er in de hemel Drie zijn, Die getuigen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Johannes denkt misschien aan het moment, toen de Vader en de Geest over Christus hebben getuigd. Dat gebeurde bij Bethabara aan de Jordaan, toen de Zoon van God als de Messias Zijn ambtelijke bediening begon. Hij is ondergegaan in het Jordaanwater en toen werd de hemel geopend en de Getuige hoorde: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelke Ik Mijn welbehagen heb (Matth.3:17). Deze is de gezonden Zoon om Mijn eer te verheerlijken en zondaren te zaligen. Dan heeft het water getuigd: Deze is Mijn Beminde; hoor Hem! De geloofsbelijdenis van Athanasius, die ook tegen de volgelingen van Arius geschreven is, getuigt zo rijk over de drie Goddelijke Personen.

 

Drie zijn er Die getuigen in de hemel, en drie zijn er op de aarde die getuigen, schrijft Johannes. Allen hebben ons voorgehouden dat Jezus de ware Zoon van God is, dat de leer van het Evangelie geloofwaardig is, en dat het getuigenis getrouw is. Je kunt ervan op aan. De Geest, het water en het bloed, deze Drie zijn tot Een. De drie stemmen in de hemel en op de aarde stemmen overeen. Het is een eenstemmig getuigenis over Wie Jezus, de Zoon van God, is.

 

Is er dan een betrouwbaarder getuigenis, dat méér waarheidsgetrouw is? Nu zijn er twee mogelijkheden, wat Johannes bedoelt met het achtste vers. In Kanttekening 22 wordt hierop gewezen: ‘Dat is, de Geest der aanneming tot kinderen die de gelovigen in de gemeente hier op aarde gegeven wordt en het water van de wedergeboorte door hetwelk de gelovigen van hun gemeenschap met de Vader en de Zoon verzekerd worden, en het bloed van de Nieuwe Testament, waardoor zij verkrijgen vergeving van hun zonden en verzoening met God. Anderen verstaan door de Geest de leer van het Evangelie, en door het water het sacrament van de Heilige Doop, en door het bloed het sacrament van het Avondmaal, door welke drie middelen de gelovigen in de kerk hier op aarde van de vergeving hunner zonden door Christus en van het eeuwige leven, als door drie vaste Getuigen verzekerd worden’.

Deze Geest getuigt ook in de harten van Gods kinderen. Zij mogen met hun geest getuigen van de zekerheid van Christus en dat God hun Vader is. Daarom kunnen kinderen van God zeggen: ‘Abba, Vader’.

 

Wat kan nu een mens doen, wanneer zes Getuigen hem proberen voor te houden waar hij van op aan kan? Twee dingen: aannemen of verwerpen. Over het aannemen gaan we nog nadenken, maar eerst zingen we Psalm 9: 2 en 10.

 

Ik zal in U, mijn God, van vreugd

opspringen, in den geest verheugd;

Uw Naam zal door mijn psalmgezangen

O Allerhoogste, lof ontvangen.

 

Hij, die Uw Naam in waarheid kent,

Zal HEER’, op U in zijn ellend’

vertrouwen, wijl Gij nooit liet zuchten

Hen, die gelovig tot U vluchten.

 

2. Aannemen

 

Johannes wijst ons op zes Getuigen. De Kroongetuige is de Heilige Geest, Die getuigt in de prediking van het Woord. Ik zei al dat er maar twee mogelijkheden zijn. Telkens mogen we in de leer van het Heilig Evangelie het getuigenis horen dat Christus gezonden is tot een Zaligmaker van verloren zondaren. Het getuigenis van Jezus gaat gepaard met bevel van geloof en bekering. Ken je de eerste preek van de Heere Jezus? Die is niet lang, hoor. Nadat Hij gedoopt werd in de Jordaan en Zijn arbeid begon, zei Hij: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen (Matth.4:17).

 

Ons ‘ja maar’, is niet de boodschap van Christus. De kern is het getuigenis van Jezus, en gaat over aannemen of verwerpen. Johannes schrijft: Indien wij het getuigenis der mensen aannemen, de getuigenis Gods is meerder; want dit is de getuigenis Gods. Welke Hij van Zijn Zoon getuigd heeft.

Je neemt getuigenverklaringen van mensen aan en vertrouwt deze, omdat in den mond van twee of drie getuigen zal alle woord bestaan. Wat is dan jouw bezwaar tegen het getuigenis van God?

Kanttekening 24: ‘Dat is, geloofwaardiger, en moet daarom ook vaster aangenomen worden’. Als jij, u en ik, die de vader van de leugens zijn toegevallen en daarom onbetrouwbaar zijn, het getuigenis van zulke mensen aannemen, bedenk dan, dat het getuigenis van God oneindig veel méér betrouwbaar en geloofwaardig is. Het is zekerder en heeft méér bewijskracht.

Weet je wat Johannes tegen jullie zegt, jongens en meisjes? Wat de Heere zegt, daar kun je van op aan. Je hoeft er niet over na te denken. Dit is een getrouw Woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren zalig te maken. (1Tim.1:15).

 

Als je deze brief onderzoekt, is het heel opmerkelijk als je ziet hoeveel woorden en teksten uit het Evangelie van Johannes hierbij aansluiten. Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. (Joh.1: 11-13). Daar duidt Johannes op het aannemen. Hij wijst op het getuigenis van God dat waarachtig is in vers 9. Want dit is het getuigenis Gods, welke Hij van Zijn Zoon getuigd heeft.

 

U hoort iedere keer in de prediking en in de leesdienst een goddelijke getuigenverklaring! Die is er wáár ook maar het betrouwbaar getuigenis over de Zoon van God dat Hij de Zaligmaker is, verkondigd wordt. Deze ontvangt de zondaars en eet met hen (Lukas 15:2b). Hij zoekt verloren schapen op, die in de ravijnen van hun verlorenheid liggen.

Wanneer en wat heeft de Vader getuigd van Zijn Zoon? Ik noemde al de doop in de Jordaan, maar ook toen de hemel openging op de berg der verheerlijking: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem (Matth.17:5). De Vader getuigt in Johannes 12:28: Vader, verheerlijk Uw Naam. Er kwam dan een stem uit den hemel, zeggende: En ik heb Hem verheerlijkt en ik zal Hem wederom verheerlijken.

 

Wanneer je nu zo gemakkelijk woorden van mensen aanneemt, bedenk dat Gods getuigenis meerder is en volkomen waarachtig. Hij zendt Zijn gezanten van Christuswege. Zij getuigen van Jezus Christus als de Zaligmaker, het enige Middel waardoor een rampzalige weer verzoend kan worden met een heilig en rechtvaardig God. In de prediking getuigt God wat Hem aangenaam is, namelijk dat de geroepenen tot Hem komen en hun rust belooft voor de ziel en het eeuwige leven.

 

Het getuigenis van de Zoon van God mag ook onder ons nog klinken. Paulus schrijft in het bekende hoofdstuk 1 Korinthe 15 in vers 14 en 15a: En indien Christus niet opgewekt is, zo is onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof; En zo worden wij ook bevonden valse getuigen Gods; want wij hebben van God getuigd, dat Hij Christus opgewekt heeft. Het getuigenis in het Woord wordt door Gods gezanten gepredikt. Christus is gekomen in de weg van water en bloed, van de doop tot de dood. In de weg van heiligmaking en rechtvaardiging om dit voor zondaren te verwerven. Daarom is er de tegenstelling in de tekst van Paulus.

 

Bedenk dit nu eens voor jezelf. Als God nu laat getuigen wat in Zijn Zoon te vinden is, leggen we het dan zo weer naast ons neer? Vragen wij ons soms af of het wel waar zou zijn?

Wij hebben door de prediking van het Woord een nog betrouwbaarder getuigenis dan van mensen. God getuigt: die in den Zone Gods gelooft, heeft de getuigenis in zichzelven. Johannes bedoelt hiermee: wanneer u door het waar zaligmakende geloof Christus wordt ingelijfd (Zondag 7), krijgt u dit getuigenis in uzelf. Het levende geloof is een kennen, en een vertrouwen, dat zich richt op de gezegende Christus. Bij het historisch geloof gebeurt dit niet. Dan heeft men dit getuigenis niet in zichzelf.

 

Misschien bent u trouw in de waarheid en strijdt u ervoor. U gelooft het Woord van God van Genesis tot Openbaring, maar als het dat alleen is, is er toch een eeuwig tekort. Historisch geloof is een voorrecht, maar het is een zaak van ons hoofd. Johannes bedoelt hier de vrucht van het zaligmakende geloof, dat het Goddelijk getuigenis gaat aanvaarden. Want alleen in het zaligmakende geloof is het kennen én vertrouwen.

Het Goddelijk getuigenis, waardoor ik het oordeel en de vloek ga aanvaarden en buig onder het Goddelijke Woord, zet mij erbuiten. Het predikt dat ik verloren lig in zonde en schuld. De Geest zal ook zó werken dat er een aannemen komt. Daardoor gaan we het Goddelijk getuigenis over Zijn Zoon aanvaarden en zien wat er in Christus Jezus te vinden is.

 

Hij heeft het getuigenis in zichzelf. In Johannes 3:33 tot 36 lezen we dat zo duidelijk. Die Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft verzegeld dat God waarachtig is. Want die God gezonden heeft, die spreekt de woorden Gods. Want God geeft hem de Geest niet met mate. Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven. Maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.

 

Nu is er een volk, ook onder ons, dat bij de volgende tekst wel eens de vinger mag leggen: Die in de Zone Gods gelooft, heeft de getuigenis in zichzelven. Dan geeft de Geest hun getuigenis in het hart en dan mogen ze zeggen: ‘Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord; wat sterveling zou mij schenden (Ps.56:5 berijmd)?’ Zij zijn overtuigd van wat er in Christus Jezus te vinden is, en geloven met hart en ziel dat God Zijn Zoon naar deze wereld zond tot vergeving, verzoening van schuld en afwassing van hun zonden. Tegen hen hoef men niet te zeggen: ‘Je moet geloven’. Want: Het geloof nu is een vaste grond der dingen die men hoopt, en een bewijs der zaken die men niet ziet (Hebr.11:1).

 

Matthew Henry schrijft behartigenswaardige dingen over het inwendige getuigenis van de Heilige Geest: ‘Die er toe gebracht is Christus met ongeveinsdheid aan te hangen tot zaligheid, heeft de getuigenis in zichzelven. Hij heeft niet alleen de uitwendige bewijzen die de anderen ook hebben, maar hij heeft in zijn eigen hart een getuigenis voor Jezus Christus. Hij kan meedelen wat Christus en de waarheid van Christus voor zijn ziel gedaan heeft en wat hij in Hem heeft gezien en gevonden.’ Hebt u het gehoord? Leeft dit getuigenis in uw hart en leven?

Kunt u meedelen wat Christus voor u gedaan heeft? Kunt u, vanuit uw hart, in uzelf getuigen wat u in Hem hebt gezien? Weet u vanuit uw hart wat er in Hem te vinden is voor uw verloren, schuldige ziel? Geef daar eens antwoord op tussen de Heere en uw ziel.

Matthew Henry legt dit verder uit. ‘Hij heeft diep gezien zijn zonde, en schuld en ellende, en zijn overvloedige behoefte aan een Zaligmaker. Hij heeft gezien de uitnemendheid, schoonheid en de bediening van de Zoon van God en de onvergelijkbare geschiktheid van zulk een Zaligmaker voor al zijn geestelijke noden en moeilijke omstandigheden.’

Zo iemand ziet en bewondert dus de wijsheid en de liefde van God om door deze Zaligmaker bevrijd te worden van de zonde en de hel. De Heere wil hen brengen tot vergeving, vrede, en de gemeenschap met Hem. Zij hebben de kracht van het Woord van Christus gevoeld en ondervonden. Dat Woord heelt hun gewonde en vernederde ziel heelt; het verkwikt en vertroost.

 

Ik wilde dat ik het u nog duidelijker kon laten zien. Bij wie de Geest getuigt in het hart, die ondervindt dat de openbaring van Christus als de grootste openbaring van de liefde Gods ook het meest geschikte middel is om onze liefde voor de heilige, gezegende God te ontsteken, te voeden en te ontvlammen.

 

Daarom de vraag: Wat dunkt u van den Christus (Math. 22:42)? In vers 10 staat: Die in den Zone Gods gelooft heeft de getuigenis in zichzelven. Is daarin iets van uw beleving? Mag u met Matthew Henry zeggen dat u uw zonde, schuld en verlorenheid gezien hebt? Hebt u het getuigenis gehoord van Gods Zoon? Hij is een geschikte Zaligmaker, Die  precies past bij een rampzalige, die zichzelf niet meer kan verlossen. In de Zaligmaker hebben zij de geschiktheid, de uitnemendheid en schoonheid mogen aanschouwen.

Verwondert het u hoe God nu zo’n weg heeft uitgedacht in Hem, Die gekomen is in de weg van water en bloed? En dit is de getuigenis, namelijk dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft, en ditzelve leven is in Zijn Zoon.

 

Als we nu het getuigenis van deze Getuigen, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, samenvatten, dan gaat het erom dat ons God het eeuwige leven gegeven heeft. Over het woordje ‘ons’ schrijft kanttekening 29: ‘Namelijk die in Christus waarlijk geloven’. Het zijn de christenen toen en nu, die door een waar zaligmakend geloof Christus zijn ingelijfd en Zijn weldaden leerden aannemen. Zij hebben door het geloof met deze Christus geestelijk leven, eeuwig leven. Want dat heeft Christus, de Zoon van God, verdiend door de overwinning op de dood. Jezus Christus is het Leven, schrijft Johannes.

Hij heeft het leven verworven. Hij is het leven als een Fontein, in Wiens volheid wij het leven ontvangen. De Zoon van God heeft de macht aan allen die in Hem geloven, het leven te geven.

Jezus Christus verwierf het leven door de dood heen en stond op. Wat nut u de opstanding van Christus? Dat Hij het eeuwige, onvergankelijke leven heeft verworven door de dood heen. Hij heeft dood, hel en graf overwonnen voor de Zijnen, en deelt het aan een ieder mee die in Hem gelooft. Die zal niet verderven, maar het eeuwige leven hebben.

 

Het is Christus, Die zegt: Ik leef en gij zult leven (Joh.14:19). Er staat dat Hij ons het eeuwige leven gegeven hééft. Hier hebben ze er al deel aan. Het is een genadegift van God. Ze hebben het nooit verdiend, maar mogen het hier al ontvangen, genieten en het geestelijk leven ervaren. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt (Joh.17:3).

Het is eeuwig leven. Dat heb ik al meer gezegd bij deze brief. Dat is iets anders als het bestaan op de aarde. Eeuwig wil zeggen: zonder tijd, in een altijd durend heden.

Het ware geloof zegt: Die den Zoon heeft, die heeft het leven (vs. 12a). Het is dus een zaak van leven of dood. Het is niet zomaar iets geloven, en dan komt het allemaal wel goed. Johannes is in het twaalfde vers radicaal. Het bezit van het zaligmakende geloof beslist over dood en leven. Een tussenweg is er niet. U bent in Christus of buiten Christus. U bent welgelukzalig of rampzalig.

 

Wat hebt u allemaal op de aarde verzameld? Ongeacht wat u allemaal bezit, het is tekort! Maar die de Zoon bezit, heeft toekomst, leven en de zaligheid.

Gemeente, wat baat het de mens als hij de hele wereld heeft en schade lijdt aan zijn ziel? Johannes zegt niet dat wie geld bezit, het leven heeft. Maar dien de Zoon heeft, dien heeft het leven. Er is dus geen enkel misverstand over wat de apostel der liefde hier zegt.

 

Hebt u Jezus? Is Hij u door de Vader geopenbaard en geschonken? Mocht u met armen van het geloof Hem ontvangen? Dien de Zoon heeft – dat betekent dat wie door het geloof met de Zoon van God verenigd is, een levend lidmaat is van het lichaam van Christus. Johannes schrijft soms: Dien in de Zoon gelooft of Dien de Zoon belijdt en Dien in Hem blijven

Hier gaat het over hebben. Dat is: wie Hem met een waar geloof aanneemt, heeft de beginselen van het eeuwige leven al in dít leven en de zekere hoop dat hij het in het hiernamaals volkómen zal bezitten. In Christus alleen ligt het leven, de vrede, de zaligheid en de verzoening.

 

Mag u door genade weten, dat Hij de mijne is en ik de Zijne ben? Mag u, kinderen van God, door de geloofsoefeningen de armen wel eens om Hem heenslaan? Dan hebt u ook wel eens gezegd met de oude dichter: ‘Als ik dan U heb, o Heer’ mijn, Zou dan iets anders mijn God zijn?’ (Ps. 73:13, Datheen) Dan heeft de Kerk eens gezegd: Doch Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke gave (2Kor.9:15). Want wie de Zoon heeft, heeft een Borg. Zij hebben een Voorspraak bij de Vader, een Profeet om hen te onderwijzen, een Priester om hen te verzoenen, een Koning om hen te regeren en te bewaren. Welzalig zij, die naar Zijn reine leer, in Hem hun heil, hun hoogst geluk beschouwen; Die Sions Vorst erkennen voor hun Heer! Welzalig zij, die vast op Hem betrouwen! (Ps 2:7, berijmd).

 

Ik hoop dat u en jij naar huis gaat met de schreeuw in het hart om het wondere werk van dit zaligmakende geloof. De Heere laat zien dat buiten Jezus geen echt leven is. Het getuigenis heeft geklonken over de leer van het Evangelie en wat er in Hem te vinden is. Zeg het dan maar tegen de Heere: Heere, ik wens het vanuit mezelf niet aan te nemen en te geloven. Maar schenkt U mij toch geloof opdat ik het betrouwbare getuigenis ga geloven.

 

Kinderen van God, leer deze voortdurende les in het leven: Dien de Zoon heeft, dien heeft het leven. Mag ik het zo zeggen tot besluit? Jozef zei tegen zijn broers, toen hij vertoornd was op hen: ‘Jullie mogen alleen terugkomen, als Benjamin erbij is.’ Met Benjamin kun je bij Jozef komen.

Dien de Zoon heeft, dien heeft het eeuwige leven. Hij kan voor God bestaan. Nóg getuigen de Vader, de Zoon en de Geest. Nóg getuigt de Geest dat er voor de vuilste en de meest onreine water is, dat er voor de meest schuldige ziel bloed is. Dat dit dan in de stilte, in het verborgene voor God door jou werd beleden, door u erkend en door Gods kinderen werd aanschouwd.

Amen.

 

Psalm 95:4

 

Want Hij is onze God, en wij

Zijn ’t volk van Zijne heerschappij,

De schapen, die Zijn hand wil leiden.

Zo gij Zijn stem dan heden hoort,

Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord,

Verhardt u niet; maar laat u leiden.