Ds. W.A. Zondag - Handelingen 2 : 36 - 38

Afspelen

Drieduizend Adamskinderen

1-6-2020
Door de preek aangeklaagd
Door de Geest overtuigd
Door het Evangelie vertroost
Liturgie: Psalm 122: 1, 2 Belijdenis: HC 20 Psalm 122: 3 Lezen: Hand. 2: 14-40 Psalm 72: 7, 8 Psalm 130: 2, 3 Psalm 72: 9, 11 Citaat: ‘Jezus wenst dat al Zijn discipelen om de Heilige Geest zullen bidden. Hij weet dat wij bij aanvang noch bij voortgang kunnen geloven zonder deze dierbare gave. Hij weet dat onze ziel niet kan leven, liefhebben, de duivel weerstaan, de werkingen des lichaams doden, noch de wereld overwinnen zonder dit levend water. Daarom dringt Hij er bij Zijn volk op aan om te vragen, te zoeken en te kloppen (Lukas 11: 13). R.M. M’Cheyne. Leestip: -Psalm 16 en Psalm 110 (Petrus verwijst hiernaar in de preek) - Spreuken 26: 1-6 en Mattheus 7: 1-6 (hoe reageren op spotters) Geloofsbelijdenis: Westminster Confessie, par. 34 (over de Heilige Geest): Par. 2b: ‘De bedeling van het evangelie is in het bijzonder aan Hem toegewezen. Hij bereidt de weg voor, begeleidt het met Zijn overtuigingskracht, en legt de boodschap ervan met klem op het verstand en geweten der mensen, zodat degenen die het genadige aanbod ervan verwerpen, niet alleen geen enkele verontschuldiging kunnen aanvoeren, maar ook schuldig zijn aan de zonde van het weerstaan van de Heilige Geest’. Par. 3: ‘Door de inwoning van de Heilige Geest worden alle gelovigen, levend verenigd met Christus, Die het Hoofd is, zo met elkaar verenigd in de kerk die Zijn lichaam is. Hij roept en zalft dienaren tot hun heilig ambt, bekwaamt alle andere ambtsdragers in de kerk voor hun speciale werk, en verleent uiteenlopende talenten en genadegaven aan haar leden. Hij geeft kracht aan het Woord en aan de verordeningen van het evangelie. Door Hem zal de kerk bewaard en vermeerderd worden tot zij de aarde zal bedekken, gezuiverd worden, en tenslotte volmaakt heilig gemaakt voor Gods aangezicht’. Gespreksvragen: 1. Petrus gaat de spotters weerleggen. Hoe moeten wij dat zien? Wanneer moet je een spotter weerleggen en wanneer niet (moet je je weg gaan)? Bestudeer in dit verband met elkaar Spreuken 26: 1-6 en Mattheus 7:6. 2. Hoe reageerde de Heere Jezus op de aanval van Farizeeën dat Hijzelf de overste van de duivelen zou zijn? Lees eens Mattheus 12: 22-32. 3. In de Pinksterpreek wordt een onderbouwing gegeven vanuit het Oude Testament. Welk hoofdstuk uit de profetie van Joël en welke Psalmen worden hier door Petrus toegepast? Wist u al hoe belangrijk het is om kennis te hebben van het Oude Testament? 4. Eén van de door Petrus geciteerde Psalmen is al eerder door Jezus uitgelegd. Lees maar eens Matth. 22: 41-46. Petrus mag dus Zijn grote Leermeester naspreken. De Heere werkt middellijk (door Woord en Geest). Begrijpt u dat? 5. Er ontstaat een verslagenheid in het hart bij de hoorders (vers 37). Zullen daar ook de ‘spotters’ bij geweest zijn? We zien hier de vervulling van de profetie van Zacharia. Lees eens wat deze profeet zegt in Zach. 12:10. 6. Wat is dat eigenlijk, een ‘verslagen hart’? Lees Psalm 51: 18-19. De kanttekenaren tekenen hierbij aan: ‘Door een oprecht en diep berouw van zonden, en hartelijk verlangen en zuchten naar vergeving van die. De gelijkenis, genomen van het breken, stoten, kneuzen, verbrijzelen en vermorzelen der harde dingen, is klaar’. Waarom is zo’n hart nodig, dus waarom ‘wacht’ God op zo’n hart? 7. Petrus wijst de verslagen mensen op de beloften: ‘Want u komt de belofte toe’. De Statenvertalers verwijzen naar Joël 2:28 en Efeze 2:13. Zoek deze teksten eens op. 8. Petrus wijst op de noodzaak van ‘bekering’ en ‘gedoopt worden’. Wat bedoelt hij met de noodzaak van het ‘gedoopt worden’? Mensen komen ook tot het geloof in de beloften Gods. Waaruit blijkt dat? Voor de kinderen: 1. Petrus zegt tegen de mensen dat zij de Heere Jezus hebben gedood. Wat hadden zij gedaan? Antwoord: ‘De Heere Jezus hebben zij aan het kr………… genageld’. 2. Wat gebeurt er nu met de mensen? Zij worden heel verdr……………. Omdat zij zoiets ergs hebben gedaan. Ook vragen zij om verg…………………… 3. Wat zegt Petrus nu? Antwoord: a) er is niets meer aan te doen, jullie kunnen niet meer bekeerd worden, b) jullie kunnen bekeerd worden en jullie zonden kunnen worden vergeven, c) ga maar lekker even iets drinken, want het is heel warm weer.

Handelingen 2 : 36 - 38

Handelingen 2
36
Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israels, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.
37
En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen mannen broeders?
38
En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

Delen & Download

Download preek