Ds. W.A. Zondag - 1 Johannes 1 : 8 - 10

Afspelen

Een zondaar voor God

13-5-2020
Met ontkende zonden
Met verzwegen zonden
Met beleden zonden
Met vergeven zonden
Bijbellezing Brieven van Johannes - Deel 3

Liturgie:
Psalm 32: 1
Psalm 84: 4
Lezen: Psalm 32
Psalm 32: 2, 3
Psalm 32: 4
Psalm 32: 5, 6

Citaat:
“Een ogenblik stond hij stil, verwonderd en diep verrast. Hij kon niet begrijpen, dat e´e´n enkele blik op het kruis hem zoveel verlichting had geschonken. Hij bleef lang op het kruis staren. Hij omhelsde het met zijn blikken. Tranen van dankbaarheid welden op in zijn ogen...."
John Bunyan, De christenreis.

Geloofsbelijdenis:
Westminster Confessie art. 15: Het berouw ten leven
1. Berouw ten leven is een genade door het evangelie gegeven. De leer daarvan moet door elke dienaar van het evangelie worden gepredikt evengoed als die van het geloof in Christus.
2. Bij zulk een berouw betreurt de zondaar – niet alleen om het uitzicht op wat hij te duchten heeft, maar ook omdat hij zich bewust is van het vuile en verfoeilijke karakter van zijn zonden, die immers tegen de heilige natuur van God en Zijn rechtvaardige wet ingaan, en onder invloed van Zijn barmhartigheid in Christus over wie boetvaardig zijn – zijn zonden en haat ze zo dat hij zich van al die zonden tot God bekeert, met het voornemen en de inspanning om met Hem op al de paden van Zijn geboden te wandelen.
3. Hoewel boetvaardigheid niet iets mag zijn waarop wij vertrouwen als was het een soort genoegdoening voor onze zonden of een oorzaak voor de vergeving daarvan – die een daad is van Gods vrije genade in Christus – toch is ze zozeer noodzakelijk voor alle zondaren, dat niemand zonder haar vergeving mag verwachten.
4. Zoals er geen enkele zonde is, hoe klein ook, die niet de verdoemenis verdient, zo is er ook geen zonde zo groot dat ze verdoemenis zou brengen voor wie werkelijk berouw heeft.
5. Men behoort zich niet tevreden te stellen met een boetvaardigheid in het algemeen, maar het is ieders plicht zich in het bijzonder in te spannen om boetvaardigheid te tonen over zijn persoonlijke zonden.
6. Zoals ieder mens verplicht is persoonlijk belijdenis van zijn zonden tegenover God te doen en te bidden om vergeving ervan – waarover hij, als hij ze vervolgens ook laat, genade zal vinden – zo dient wie zijn broeder of de kerk van Christus aanstoot gegeven heeft, bereid te zijn om door een persoonlijke of openbare belijdenis en verklaring van leedwezen over zijn zonde, zijn boetvaardigheid te tonen aan hen die gekrenkt zijn. En die laatsten moeten zich daarop met hem verzoenen en hem in liefde ontvangen.
(…)

Leestip:
Psalm 32 (belijden van zonden)
Johannes 1: 1-18 (Wie is Christus?)
2 Petrus 1 (profetisch Woord)

Gespreksvragen:
1 Herhaling. God is een licht (vers 5). Waarom stelt Johannes dat zo centraal in hoofdstuk 1? Wat betekent de eigenschap ‘God is licht’ voor mensen die zeggen ‘Zijn kinderen te zijn’?
2. Het laatste gedeelte van het eerste hoofdstuk gaat over het ‘zondaar zijn’. Wat zegt Johannes over mensen die zeggen dat ze geen zonden doen?
3. Wat zijn zonden eigenlijk? Welke drie betekenissen worden aan het begrip ‘zonden’ gegeven in Psalm 32?
4. Wij kunnen ontkennen zondaar te zijn. Hoe kunnen wij dat doen? Leg eens uit: “je kunt wel met je mond belijden ‘zondaar’ te zijn, maar in de ogen van God ontken je nog steeds zondaar te zijn”.
5. Waarom ontkenden de dwaalleraars in de tijd van Johannes dat zij zondaars waren?
6. Wat was er met David in Psalm 32 aan de hand als het gaat om het belijden van de zonden? Anders gezegd: wat deed hij eerst niet en later wel?
7. Zijn er zonden die u/jij nog niet aan de Heere hebt beleden? Als dat zo is, waarom hebt u/heb jij dat niet gedaan?
8. Beleden zonden kunnen ook ‘vergeven’ zonden worden. Hoe kan dat dan?
9. Hoe weet een zondaar dat zijn zonden zijn vergeven? Lees in dit verband ook HC Zondag 7.
10. Waarom is het nodig dat we de inhoud van 1 Johannes 1: 8-9 persoonlijk kennen om deel te nemen aan het Heilig Avondmaal?

Voor de jongste kinderen:
1. De Heere zegt dat je bij de duivel en de zonden moet denken aan ‘duisternis’. Ga maar eens even naar de wc en doe het licht uit. Vond je het eng?
2. Vond je het fijn toen het licht weer aan ging? Bij de Heere is licht. Daarom zegt Hij: kijk maar naar de zon. Zo ben Ik ook: enkel licht. Wat zie je in het licht?
3. Wij moeten onze ‘zonden belijden’. Noem eens een zonde die je als jongen of meisje doet. Wat moet je daarmee doen?
4. Waarom wil de Heere de ‘beleden zonden’ ook vergeven? Antwoord (welke is juist?): a) Hij vergeet ze weer, b) De Heere Jezus is gestorven voor zonden, c) als ik goed mijn best doe, wil de Heere ze vergeven.
5. Zou jij de volgende tekst kunnen opzeggen? “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid.”

1 Johannes 1 : 8 - 10

1 Johannes 1
8
Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij ons zelven, en de waarheid is in ons niet.
9
Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.
10
Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, zo maken wij Hem tot een leugenaar, en Zijn woord is niet in ons.

Delen & Download

Download preek