Ds. W.A. Zondag - 1 Johannes 1 : 1 - 5

Afspelen

De eerste brief van Johannes

29-4-2020
De afzender: een oor- en ooggetuige
Het doel: gemeenschap en blijdschap
De boodschap: God is een Licht
Bijbellezing Brieven van Johannes - Deel 1

Liturgie:
Psalm 21: 4, 5
Psalm 21: 7
Lezen: 1 Johannes 1
Psalm 27: 1, 2
Psalm 119: 9, 17
Psalm 16: 4

Citaat:

Wat moeten we dus doen, mijn broeders? Gemeenschap met God moeten we hebben, anders hebben we geen hoop op eeuwig leven. God echter is licht, en in Hem is in het geheel geen duisternis. De zonden daarentegen zijn duisternis; zonden drukken zwaar op ons, zodat we geen gemeenschap met God kunnen hebben.’
-Aurelius Augustinus, Kerstpreek.

Leestip:
  • Johannes 1 (Jezus is het Leven)
  • Johannes 8: 1-24 (Jezus is het Licht der wereld)
  • Rom. 13 (werken van duisternis/licht)
Gespreksvragen:
1. Johannes schrijft zijn brief in een tijd dat er door dwaalleraars werd verkondigd dat de Heere Jezus een schijnlichaam zou hebben gehad. Lees vanuit dat perspectief de verzen 1 t/m 3. Wat wil Johannes bewijzen?
2. Wanneer heeft Johannes de Zaligmaker ‘getast’?
3. Waarom is het ‘levensgevaarlijk’ om te beweren dat Jezus niet waarachtig mens was?
4. Geef eens commentaar op de volgende stelling: ‘de Heere Jezus heeft wel verdriet gehad, maar is nooit blij geweest’. Doet deze stelling niet te kort aan het waarachtig mens zijn van Christus?
En wat leest u in Luk. 10: 21a en in Luk. 15:24? 4. Het doel van het schrijven is in de eerste plaats ‘gemeenschap’ hebben met elkaar en met God. Wat bedoelt de apostel met ‘gemeenschap’? Lees voor de gemeenschap met God de Vader en God de Zoon de kanttekeningen, waar het volgende wordt gezegd: - Met de Vader: ‘Namelijk Die nu met ons door Christus verzoend is en ons Zijn hemelse goederen deelachtig maakt’. - Met de Zoon: ‘Namelijk door het geloof, deelachtig wordende Zijn gerechtigheid en heerlijkheid. En het blijkt dat de apostel hier spreekt van een geestelijke gemeenschap die wij met Christus hebben’.
5. De Heere Jezus wordt het ‘leven’ genoemd. Vergelijk ook eens Joh. 1:4; 14:6.
6. Waarom stelt Johannes het ‘licht’ tegen over de ‘duisternis’? En waarom is bij God geen duisternis?
7. Wat zijn ‘werken van het licht’ en wat zijn ‘werken van de duisternis’? Lees hierover eens wat Paulus in Rom. 13: 12-14 zegt.

1 Johannes 1 : 1 - 5

1 Johannes 1
1
Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, van het Woord des levens;
2
(Want het Leven is geopenbaard, en wij hebben het gezien, en wij getuigen, en verkondigen ulieden dat eeuwige Leven, Hetwelk bij den Vader was, en ons is geopenbaard.)
3
Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben, en deze onze gemeenschap ook zij met den Vader, en met Zijn Zoon Jezus Christus.
4
En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap vervuld zij.
5
En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is, en gans geen duisternis in Hem is.

Delen & Download

Download preek