Ds. W.A. Zondag - 1 Korinthe 15 : 6

Afspelen

Belofte vervuld: een grote gemeente!

3-5-2020
Tot de Levensvorst geleid
Tot broeders verheven
Tot getuigen geroepen
Liturgie:
Psalm 103: 8, 9
Psalm 119: 17
Lezen: 1 Korinthe 15: 1-20
Psalm 40: 5, 8
Psalm 22: 13, 16
Psalm 45: 1
Wilhelmus: 1, 6

Citaat: “Hij heeft het ook in Zijn woord beloofd en wil het doen, daarom geloof ik, dat het gewis geschieden zal. Hij zal mij op de jongste dag zeker uit het graf weer tevoorschijn brengen; dat geloof ik zonder enige twijfel, en treed in zulk vertrouwen op Zijn woord en Zijn almacht vrolijk voorwaarts”.
Maarten Luther, Preek uitgesproken op zondag 11 mei 1544.

Belijdenis: art. 37 NGB (vervolg)
Alsdan zullen de boeken (dat is de conscie¨nties) geopend, en de doden geoordeeld worden, naar hetgeen zij in deze wereld gedaan zullen hebben, hetzij goed of kwaad. Ja, de mensen zullen rekenschap geven van alle ijdele woorden die zij gesproken zullen hebben, die de wereld niet dan voor kinderspel en voor tijdverdrijf acht; en dan zullen de verborgenheden en geveinsdheden der mensen openbaarlijk voor allen ontdekt worden.

Leestips/leesrooster:
- Zaterdag: Johannes 15 (vrienden van Christus)
- Zondag: 1 Korinthe 15: 1-20 (nut van de opstanding)
- Maandag: 1 Korinthe 15: 21-34 (nut van de opstanding)
- Dinsdag: 1 Korinthe 15: 35-58 (nut van de opstanding)
- Woensdag: 2 Tim. 2: 1-13 (in gedachtenis houden!)
- Donderdag: Hand. 17: 16-34 (Paulus preekt over Pasen)
- Vrijdag: Filipp. 3 (kracht van Christus’ opstanding)

Gespreksvragen:
1. Ziet u de structuur in 1 Korinthe 15 ofwel de opbouw van het ‘betoog’ dat Paulus hier houdt om te bewijzen dat Christus is opgestaan en al Gods kinderen eenmaal uit het graf zullen opstaan?
2. Paulus geeft in 1 Korinthe 15 een opsomming van alle mensen die de opgestane Christus hebben ontmoet. Waarom doet hij dit?
3. Alle mensen die Christus na Zijn opstanding hebben ontmoet, behoren tot de ‘schare die zalig wordt’. Waarom heeft Hij zich niet meer vertoond aan Zijn vijanden?
4. Christus zorgt ervoor dat Zijn kinderen Hem weer ontmoeten. Leg dit eens uit met het beeld van de herder en de schapen? Vergelijk ook Markus 14: 27-28.
5. De vijfhonderd broederen die Christus heeft ontmoet, waarvan Paulus spreekt, zijn waarschijnlijk degenen die (ook) genoemd worden in Mattheus 28: 17.
a) Waarom is dat waarschijnlijk?
b) Noem eens een aantal namen van mensen die erbij geweest zullen zijn.
c) Er staat dat sommigen twijfelden. Hoe kan dat? Een kind van God twijfelt toch niet meer, en zeker toch niet als ze de Heere Jezus zien?
6. Paulus spreekt over ‘broeders’. Eerst waren zij ‘dienstknechten’, vervolgens ‘vrienden’ en nu ‘broeders’. Wat heeft deze opbouw (ons) te zeggen?
7. Leg eens uit: door de wedergeboorte wordt een mens een ‘broeder’ van Christus en een kind van de Vader.
8. De mensen die Christus mochten en mogen ontmoeten zijn geroepen tot getuigen. Wat moeten Zijn getuigen doen? Maak dat eens concreet.
9. Lees eens het volgende citaat uit de hierboven aangehaalde preek van Luther: “Dit nu is een veel groter teken en wonderwerk dan dat Adam uit een kluit aarde en Eva uit een rib van de man geschapen is. Omdat nu God heden ten dage nog even grote en grotere dingen doet, en daardoor Zijn almacht bewijst, zodat Hem geen ding onmogelijk is - hoe zou het Hem dan onmogelijk zijn, de doden op te wekken?”.
- Vergelijk dit eens met Dordtse Leerregels, hoofdstuk 3-4, art. 12.
- Waarmee vergelijkt Luther de opwekking uit de dood en waarmee doen de Dordtse Leerregels dit?

Voor de jongste kinderen:
1. Noem eens een vrouw en een man die de Heere Jezus met Pasen hebben ontmoet.
2. Hoeveel mensen waren bij elkaar toen de Heere Jezus aan hen verscheen (volgens de brief van Paulus)? Antwoord: a) 100, b) 200, c) 300, d) 500.
3. Misschien waren er ook wel kinderen bij die de Heere Jezus mochten zien na Zijn opstanding. Welk meisje had de Heere Jezus opgewekt uit de dood? De dochter van …………………
4. In de Bijbel staat dat sommigen van deze bekeerde mensen nog twijfelden. Kan dat nog zo, dat iemand die bekeerd is, weleens twijfelt of het wel echt is?
5. Wat moet je doen als je twijfelt of je later altijd bij de Heere mag zijn?
6. Wij moeten van de Heere getuigen. Dat betekent dat we aan iedereen moeten vertellen dat de Heere voor ons zorgt. Zeg jij dat ook tegen je buurmeisje of buurjongen?
7. Zou jij de volgende tekst kunnen opzeggen: “En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld”.

1 Korinthe 15 : 6

1 Korinthe 15
6
Daarna is Hij gezien van meer dan vijfhonderd broeders op eenmaal, van welken het meren deel nog over is, en sommigen ook zijn ontslapen.

Delen & Download

Download preek