Ds. C.G. Vreugdenhil - Zondag 30

De rechte viering van het Heilig Avondmaal

Drie verschilpunten tussen de Tafel des Heeren en het altaar van de mispriester
Drie kenmerken van de rechte avondmaalganger
Drie redenen tot het hanteren van de sleutelmacht
Deze preek is eerder in boekvorm uitgegeven door de Gereformeerde Gemeente van Rotterdam-Zuidwijk.
Te bestellen via:
heterensr@wxs.nl
www.bethelkerkrotterdam.nl
www.jongboek.nl/shop/

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 27: 1
Lezen : Johannes 6: 41 - 59
Zingen : Psalm 25: 1, 2 en 6
Zingen : Psalm 103: 2 en 3
Zingen : Psalm 16: 3

Wij lezen Zondag 30 van de Heidelbergse Catechismus.

 

Vraag 80: Wat onderscheid is er tussen het Avondmaal des Heeren en de paapse mis?

Antwoord: Het Avondmaal des Heeren betuigt ons dat wij volkomen vergeving van al onze zonden hebben door de enige offerande van Jezus Christus, die Hij Zelf eenmaal aan het kruis volbracht heeft, en dat wij door de Heilige Geest Christus worden ingelijfd, Die nu naar Zijn menselijke natuur niet op de aarde maar in den hemel is, ter rechterhand Gods Zijn Vaders, en daar van ons wil aangebeden zijn. Maar de mis leert dat de levenden en de doden niet door het lijden van Christus vergeving der zonden hebben, tenzij dat Christus nog dagelijks voor hen van de mispriesters geofferd worde, en dat Christus lichamelijk onder de gestalte des broods en wijns is, en daarom ook daarin moet aangebeden worden. En alzo is de mis in de grond anders niet dan een verloochening der enige offerande en des lijdens van Jezus Christus, en een vervloekte afgoderij.

Vraag 81: Voor wie is het Avondmaal des Heeren ingesteld?

Antwoord: Voor degenen die zichzelf vanwege hun zonden mishagen, en nochtans vertrouwen dat deze hun om Christus’ wil vergeven zijn, en dat ook de overblijvende zwakheid met Zijn lijden en sterven bedekt is; die ook begeren hoe langer hoe meer hun geloof te sterken en hun leven te beteren.

Maar de hypocrieten en die zich niet met waren harte tot God bekeren, die eten en drinken zichzelf een oordeel.

Vraag 82: Zal men ook diegenen tot dit Avondmaal laten komen, die zich met hun belijdenis en hun leven als ongelovige en goddeloze mensen aanstellen?

Antwoord: Neen, want alzo wordt het verbond Gods ontheiligd, en Zijn toorn over de ganse gemeente verwekt.

Daarom is de Christelijke Kerk schuldig, naar de ordening van Christus en van Zijn apostelen, zulken, totdat zij betering huns levens bewijzen, door de sleutelen des hemelrijks uit te sluiten.

 

Deze Zondag in onze Catechismus handelt over:

De rechte viering van het Heilig Avondmaal

 

We letten op drie aandachtspunten:

1. Drie verschilpunten tussen de Tafel des Heeren en het altaar van de mispriester

2. Drie kenmerken van de rechte avondmaalganger

3. Drie redenen tot het hanteren van de sleutelmacht

 

Gemeente, we zijn vandaag aangekomen bij de Zondag die volgens sommige mensen te fel zou zijn. Het is volgens hen uit de tijd om de paapse mis een verloochening van Christus en een vervloekte afgoderij te noemen.

Zullen we dan vraag 80 gelijk maar overslaan? Nee, want u moet bedenken dat onze vaderen niet voor niets de brandstapel beklommen hebben, omdat ze geweigerd hebben de hostie te aanbidden. De opstellers van de Catechismus zetten heel positief uiteen wat het Heilig Avondmaal dan wél is tegenover de roomse mis. Zo alleen kan de glans en de heerlijkheid van het Heilig Avondmaal de roomse mis doen verbleken.

 

U vindt in vraag 80 helemaal geen scheldwoorden. Er worden gewoon twee namen naast elkaar gezet: het Avondmaal des Heeren en de paapse mis. Het betekent gewoon het Avondmaal dat de Heere heeft ingesteld en de mis die door de papen wordt bediend. Dat woordje ‘paap’ klinkt nu misschien een beetje raar, maar dat was helemaal geen scheldwoord in de tijd van de Reformatie.

Weet u wat het woordje ‘paap’ betekent? Er zit een woordje in dat onze kinderen vaak zeggen: papa. Dat is eigenlijk hetzelfde. De paapse mis betekent heel gewoon dat de mis bediend wordt door de priester. Als de mis een verloochening van het offer van Christus genoemd wordt is dat ook niet schelden, maar dat is de waarheid.

De aanbidding van de hostie is een gevolg van de leer van de transsubstantiatie. Het geeft eer aan het schepsel in plaats van aan Christus. Daarom kan de Catechismus dat niet anders dan een vervloekte afgoderij noemen.

Het concilie van Trente had een jaar eerder ook de vloek uitgesproken over de leer van de reformatoren. Zelfs over de mensen. Dat doet de Catechismus niet. Die heeft het alleen over de leer.

 

Nu komen we tot de drie verschilpunten tussen de Tafel van de Heere en het altaar van de roomse kerk.

 

1. Drie verschilpunten tussen de Tafel des Heeren en het altaar van de mispriester

 

Tafel en altaar; dat zijn twee verschillende werelden.

Bij een tafel denkt u aan eten, een maaltijd, gevoed worden, gesterkt worden, gemeenschap oefenen, een gedachtenismaaltijd.

Bij altaar denkt u natuurlijk aan een offer. Dat klopt, het misoffer.

Het woordje ‘mis’ staat niet in de Bijbel. Het komt uit de oudchristelijke kerk. Het is een Latijns woord. Als in de oudchristelijke kerk de gezangen, schriftlezingen en de korte preek klaar waren, ging de diaken, die meehielp met de bediening van het Heilig Avondmaal, staan en hij gebood aan alle catechumenen - dat waren degenen die op belijdeniscatechisatie zaten - en kerkbezoekers die geen lid waren, dat zij weg moesten gaan uit de samenkomst. Dan sprak hij in het Latijn: ‘Ite misa est.’ Dat betekent letterlijk: ‘Gaat heen.’ U wordt nu weggezonden. Later sloeg dat woordje ‘misa’ niet meer op het vertrek van de deelnemers, maar op het Heilig Avondmaal zelf dat werd gevierd.

 

Wat is nu in de eerste plaats het grote verschil tussen de Tafel van de Heere en het altaar van de roomse kerk? Dat gaat over de verzoening door Christus, over de enige offerande die de Heere Jezus aan het kruis heeft volbracht.

De Catechismus zegt

dat de Heere ons in het Avondmaal betuigt dat we volkomen vergeving van al onze zonden hebben, door de enige offerande van Christus, die Hij Zelf aan het kruis volbracht heeft.

Ik leg de nadruk op ‘volkomen’. ‘Al onze zonden’ en ‘het enige offer’.

Dan zet de Catechismus daar de mis tegenover volgens de officiële leer van de roomse kerk.

De mis leert dat de levenden en de doden niet door het lijden van Christus vergeving van zonden hebben, tenzij dat nog dagelijks voor hen door de mispriester geofferd wordt.

 

Kort gezegd: de Reformatie leert de gedachtenis aan de dood van Christus om het geloof te versterken. Het eenmalige offer van Christus aan het kruis is voldoende en daarom is er vergeving. Geen halve, maar een hele vergeving van al onze zonden. Volkomen! Niet van enkele zonden, maar van alle, zelfs de allerzwaarste zonden.

Hoe zwaar, hoe lang wij ook Zijn wetten schonden,
Hij straft ons, maar naar onze zonden niet.

Zijn sterven is ons leven.

 

Rome legt de nadruk bij de mis niet op de gedachtenis aan de dood van Christus. Op het altaar is nog dagelijks een offer nodig om de verzoening teweeg te brengen. Dat betekent dat de verdienste van Christus dus niet voldoende is. Die moet nog een beetje aangevuld worden. Waardoor? Door de dagelijkse herhaling van het offer van Christus in de mis. Ze zeggen: ‘De Heere Jezus heeft al onze erfzonden weggenomen - dat blijkt dan bij de doop - en Hij heeft ons van de eeuwige straf verlost. Maar voor de dadelijke zonden moet nog steeds worden voldaan.’ Daarom moet Christus nog elke dag opnieuw door de mispriester geofferd worden op het misaltaar.

Bij Rome gaat het om de onbloedige herhaling van Christus’ offer. De communie is van ondergeschikt belang. Daarom kan de beker aan het volk onthouden worden in de roomse kerk. De priester is de dienaar van Christus en de plaatsvervanger van Christus. Hij offert Christus opnieuw, om zo het offer dat Hij op Golgotha gebracht heeft te vervolmaken en aan te vullen.

Maar, gemeente, we hebben net gelezen in Hebreeën 10 dat dat niet kan. Luistert u maar: ‘Want met één offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen die geheiligd worden.’ Wat de mispriester doet, is Christus opnieuw kruisigen.

 

Nee, het offer van de Heere Jezus heeft geen aanvulling nodig.

Laten we hiermee tot onszelf inkeren, want wij vullen ook zo graag aan. We bedoelen het misschien niet zo. We bedoelen het zo goed, maar ondertussen…! We denken:

‘Als mijn berouw nu maar echt is, dan zal de Heere...

En als ik nu maar dit en als ik nu maar iets mee kon brengen.

Als ik nu maar een echte traan kon schreien die in de fles van God vergaard wordt…’

Maar dat is geen grond om God te bewegen. Het is een verloochening van het offer van Christus.

 

Het eerste verschil tussen Avondmaal en het altaar van de mis gaat over de verzoening door Christus. Het tweede verschil gaat over de gemeenschap met Christus.

De Catechismus zegt het zo:

Het Avondmaal des Heeren betuigt ons dat wij door de Heilige Geest Christus worden ingelijfd, Die nu naar Zijn menselijke natuur niet op de aarde, maar in de hemel is.

De mis leert echter dat Christus onder de gestalte van brood en wijn is.

De gemeenschap met Christus is een geestelijke gemeenschap. Het gaat niet om het lichamelijk eten van Christus, maar om de gemeenschap met Hem, door de Heilige Geest. In de vorige Zondagen is al gezegd dat zoals het brood en de wijn, zoals ons voedsel één wordt met ons, dat zo ook het nieuwe leven uit Christus in ons overvloeit. Niet lichamelijk maar geestelijk.

De Catechismus zegt:

Want naar Zijn menselijke natuur is Hij in de hemel.

Daarom zegt het formulier om het Avondmaal te bedienen ook:

Zo laat ons met onze harten niet aan de uiterlijk brood en wijn blijven hangen; maar onze harten opwaarts in de hemel verheffen, waar Christus is.

Dat is het ‘sursum corda’, het opheffen van onze harten tot Hem.

 

Naast het altaar van het kruis hoeft geen ander altaar meer opgericht te worden. Wij hebben geen altaar, maar een tafel. Daar mogen we aanzitten als vermoeide en belaste zondaren. Om te rusten, ziende op het brood dat gebroken wordt en de wijn die vergoten wordt. Om te rusten in Zijn volbrachte werk. Om te vertrouwen op Hem, dat Hij het alles in orde gemaakt heeft tussen God en onze ziel.

Aan Tafel mag u de zaligheid genieten.

Hier wordt de rust geschonken;
Hier ’t vette van Uw huis gesmaakt;
Een volle beek van wellust maakt
Hier elk in liefde dronken.

 

Dan worden we getroost en dan mogen we onze harten omhoog verheffen tot Christus in de hemel, tot de Heilige Geest. Het gaat ten diepste niet om brood en wijn, maar het gaat om de verhoogde en verheerlijkte Christus in de hemel en om Hem te aanbidden.

 

Dat raakt het derde verschil tussen de Tafel en het altaar.

Het Avondmaal betuigt ons dat Christus in de hemel is en daar van ons aangebeden wil zijn. De mis leert dat Christus in het brood en in de wijn aangebeden moet worden. Het gaat over de werkelijke aanbidding van de Heere Jezus. Zodra de priester zijn machtswoord heeft uitgesproken, verandert de ouwel in het lichaam van Christus. En daar knielt men voor, om dat stof te aanbidden.

De, in de hostie aanwezige, Christus wordt hulde gebracht, aanbeden. Deze hostie wordt ook wel in een processie door de straten rondgedragen. Dan knielen de mensen in aanbidding neer voor dat stukje brood. Christus is daar niet in, want Christus is in de hemel.

Men aanbidt dus het schepsel en niet de Schepper. Dat noemt de Bijbel afgoderij. En afgoderij is toch van God vervloekt? Is het dan te scherp, als de Catechismus dat een vervloekte afgoderij noemt? Dat doet de Bijbel toch zelf ook?

 

Denk eens aan de apostel Paulus, in zijn brief aan de Galaten, als hij zegt: ‘O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij der waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn?’ Ben je nu begonnen in de Geest en eindig je in het vlees? Hij zegt: ‘Doch al ware het ook dat wij, of een engel uit den hemel, u een evangelie verkondigde buiten hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.’

In de mis gaat het niet om het Evangelie van Jezus Christus. Daarom is zij vervloekt.

 

Gemeente, nu moeten we natuurlijk niet zeggen: ‘Wij zijn zo goed, want wij hebben de rechte leer.’ Hebben we ook het rechte leven en het rechte geloof? Want bij de rechte leer hoort het rechte leven. Die horen bij elkaar.

Wij moeten niet alleen met de vinger naar Rome wijzen, maar we moeten vandaag bedenken: ‘Wie ben ik zelf?’ Willen wij heimelijk ook niet altijd iets verdienstelijks hebben en iets meebrengen voor God? Dat zit toch in ons bloed? Dat is het gevolg van het verbroken werkverbond. Daar heb je ontdekking voor nodig.

 

Dat wil de Catechismus nu ook doen in deze Zondag. Wij kunnen God ook niet bewegen met onze tranen en onze offers. Het Heilig Avondmaal is voor armen en nooddruftigen, die de verzoening met God ontvangen uit de verdiensten van Christus alleen. U en ik kunnen niets verdienen. Integendeel! Alles wat wij willen aanbrengen is waardeloos. U en ik kunnen in onszelf voor God niet bestaan, maar alleen in Hem, Wiens handen en voeten doorgraven zijn. Die laat Hij zien bij het breken van het brood en bij het ronddelen van de beker.

 

Hij alleen!

Van ons kan de Heere niets gebruiken.

Hebt u uzelf weleens helemaal moeten afkeuren. Mocht u toen het offer van Christus aangrijpen? Ging uw hart toen alleen naar Hem uit? Was het in uw hart: ‘Heere, hier kom ik, arm en naakt, tot U, door de Heilige Geest.’? Zo alleen krijgt de enige offerande, aan het kruis geschied, waarde voor een verloren zondaar.

 

Laten wij ook niet bij het uitwendige blijven staan. Voor veel mensen, ook in de gereformeerde gezindte, zijn de uiterlijke dingen, het uitwendige, het belangrijkst. Als Christus niet in het middelpunt staat van onze aanbidding, is het niet goed.

U kunt aan het Avondmaal deelnemen of het zien bedienen, maar wie daar niet in aanbidding neerknielt voor Christus Jezus, Die door Zijn Heilige Geest aanwezig is aan Zijn Tafel, wie daar onbewogen onder blijft en onbewogen naar huis gaat, is die dan beter dan degene die geknield heeft voor de hostie? Is onze godsdienst ook niet ijdel en leeg als Christus er niet in is?

 

Dat was het eerste: drie verschillen tussen het Avondmaal des Heeren en het altaar van de mispriester.

Hoe moet u dan wel aan het Heilig Avondmaal deelnemen? Voor wie is het dan wel ingesteld? Onze tweede gedachte:

 

2. Drie kenmerken van de rechte avondmaalganger

 

In vraag 81 steekt de Catechismus gelijk af naar de diepte. Geen uiterlijke kenmerken worden daar genoemd, maar er wordt uitsluitend gewezen op de gezindheid van ons hart.

 

Voor wie is het Heilig Avondmaal ingesteld?

Deze vraag is niet bedoeld om een ander te testen, maar om uzelf te testen. ‘De mens beproeve zichzelf.’ U moet uw eigen hart ernaast leggen. U beproeve uzelf om te zien of Christus Jezus in u is.

 

Mag ik ten Avondmaal gaan?

Gemeente, ik ben al blij als iemand zich die vraag stelt, want er zijn genoeg mensen die dat helemaal geen vraag vinden. Die zeggen:

‘Natuurlijk! Dat is toch helemaal geen vraag? Het Avondmaal is toch voor belijdende leden? Daar moet je je toch geen zorgen over maken? Als je gedoopt bent en belijdenis gedaan hebt, dan ga je toch aan het Avondmaal?’

Maar dat kan zomaar niet. Vandaar dat de Catechismus zegt: ‘Toets uzelf maar.’

Aan de andere kant zijn er ook mensen die onverschillig zijn.

‘Avondmaal? Geen denken aan! Natuurlijk niet, want dat is voor Gods volk. Daar moet je bekeerd voor zijn en je moet weten dat je uitverkoren bent.’

‘Of ik ten Avondmaal mag gaan? Natuurlijk niet, want ik ben nog onbekeerd.’

Dan denkt u misschien: ‘Ik ben zuiver.’ Als u zo redeneert, is dat dus niet zo.

 

Er zijn ook mensen voor wie het echt een vraag is: 'Mag ik ten Avondmaal gaan?’

Dat zijn de oprechten die zich werkelijk voor Gods aangezicht, met de Bijbel in de hand, die vraag stellen:

’Is het Heilig Avondmaal voor mij? Want een mens kan zich toch bedriegen?’

Natuurlijk, als u belijdenis gedaan hebt, hebt u een kerkelijk recht om aan het Avondmaal te gaan. Dat is waar. Maar u moet zich afvragen of u daarmee ook een Goddelijk recht hebt. In andere woorden: ‘Hoe heb ik belijdenis gedaan?’ Dat ligt heel teer.

 

Daarin gaat de Catechismus ons onderwijzen.

Drie kenmerken worden genoemd. En daar moet u zich aan toetsen.

Uzelf mishagen wegens uw zonden,

vertrouwen dat uw zonden om Christus’ wil vergeven zijn,

begeren uw geloof te sterken en uw leven te beteren.

Het formulier zegt precies hetzelfde, maar dan met andere woorden. Het gaat om de drie punten van de waarachtige zelfbeproeving: zondekennis, geloofsvertrouwen en waarachtige levensheiliging.

Weet u waar u het nog een keer tegenkomt? In de indeling van de Catechismus. Daar gaat het over ellende, verlossing en dankbaarheid.

 

Voor wie is het Heilig Avondmaal van de Heere ingesteld?

Ten eerste voor degenen die zichzelf vanwege hun zonden mishagen.

Het is niet voor eigengerechtigde mensen, die denken: ‘Wat doe ik het toch goed en wat mag de Heere blij zijn met zo’n lid!’ Het is voor arme tollenaars die moeten uitroepen: ‘O God, wees mij zondaar genadig!’

Avondmaalgangers hebben nog volop zonden. Maar ze zijn er wel een vijand van. Ze mishagen zich daarover. Dat is de vrucht van Gods genade. Dat is geen vrucht van de akker van ons natuurlijke hart. We zijn best tevreden over onszelf, ook al vallen we onszelf wel eens tegen.

Het gaat ook niet om een algemeen schuldbesef dat ieder mens wel eens heeft; een besef van tekortkomingen, fouten en gebreken. Dat hadden Kaïn, Saul en Judas ook. Maar dat leidde hen niet tot de echte, diepe verootmoediging voor de Heere en tot verbrijzeling van hun hart.

Daar ligt het verschil tussen algemene zondekennis van mensen en aan de andere kant het hartelijke leedwezen dat wij God door onze zonden vertoornd hebben. Het verschil is de verootmoediging voor de Heere en de waarachtige bekering als vrucht daarvan.

Het avondmaalsformulier zegt zo mooi: ‘Ten eerste bedenke een ieder bij zichzelf zijn zonde en vervloeking, opdat hij zichzelf mishage en voor God verootmoedige.’ Dat is het werk van de Heilige Geest.

Want het goede, dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik, zo tekent Paulus de strijd van de christen in Romeinen 7. Dat is ware zelfkennis en zondekennis, gewerkt door de Heilige Geest.

De Heilige Geest leert ons onszelf kennen zoals God ons kent. Hij leert ons onze zonden zien zoals God ze ziet. Dan wordt het rechte zelfmishagen geboren en dat openbaart zich in hartelijk berouw over de zonde en een hartelijk belijden van de zonden. Dat is de droefheid naar God, die een onberouwelijke bekering werkt tot zaligheid.

 

De wet ontdekt ons eraan dat ons leven niet beantwoordt aan het doel dat de Heere er mee heeft. De wet werkt als een spiegel. We zien wie we zijn. Zondig en onrein. Liefhebbers van onszelf en haters van God en onze naaste.

Maar dan verandert alles. Er komt een zoeken naar de Heere Jezus, een verlangen om God te behagen. Hoe meer u God lief krijgt, hoe groter dat zelfmishagen wordt.

Weet u wanneer dat verdiept wordt? Als we iets gaan zien van de dierbaarheid van het bloed van de Heere Jezus. Als we Hem zien staan met de doornenkroon op Zijn hoofd gedrukt. Als we Zijn doorboorde handen zien genageld aan het kruis en als we Hem horen bidden voor Zijn beulen. O, daar hing Hij, de Heere Jezus, tot een spot en smaad van mensen! En dat alles om mijn zonden.

Als ik dat ga zien, wordt de strijd hevig en probeer ik minder zonden te doen. En toch, hoe langer hoe meer gaan we zien hoe groot onze zonden zijn.

Dat is een doorgaande zaak in het leven van Gods kinderen, een doorgaande ontdekking door de Heilige Geest.

Het avondmaalsformulier zegt bij het eerste kenmerk van de zelfbeproeving dat de ellendekennis, dat het zien van je zonden, zo’n pijn doet:

dat we ons voor God verootmoedigen, aangezien de toorn van God tegen de zonde zo groot is dat Hij, eer Hij die ongestraft liet blijven, aan Zijn lieve Zoon Jezus Christus met de bittere en smadelijke dood des kruises gestraft heeft.

Het is niet zomaar een droefheid over de zonde, maar het is een droefheid over de zonde met het zicht op Jezus’ kruis. Dat is een evangelische droefheid over de zonde.

 

Toch is de zondekennis niet het enige kenmerk. Ook niet de zondekennis met het zicht op de Heere Jezus, Die de toorn van God over de zonde gedragen heeft.

Als tweede noemt de Catechismus het ‘vertrouwen’.

Luister maar:

En die nochtans vertrouwen dat deze zonden hen om Christus’ wil vergeven zijn.

Misschien zegt u: ‘Kijk, daar loop ik nu vast. Dat is mijn moeilijke punt. Dat ik zondaar voor God ben, daar heb ik iets van leren kennen. Maar ik mis de vrijmoedigheid om de verlossing in de Heere Jezus Christus mij toe te eigenen. Ik durf niet zomaar te zeggen: ‘Mijn zonden zijn vergeven.’ Mag ik dan niet naar het Avondmaal? Moet ik dan eerst verzekerd zijn van de vergeving van mijn zonden?’ Nee, gemeente, want om die verzekering in uw hart te werken is nu juist het Heilig Avondmaal ingesteld.

Luister nog eens naar het formulier:

Ten andere onderzoeke een ieder zijn hart, of hij deze gewisse belofte van God gelooft, dat hem al zijn zonden om het lijden en sterven van Jezus Christus vergeven zijn.

Er staat niet dat u de belofte van God ‘gewis gelooft’, maar dat u ‘de gewisse belofte’ van God gelooft. De belofte is zeker, het geloof kan de zekerheid missen. Het komt niet aan op de zekerheid van het geloof in de eerste plaats, maar op de zekerheid van Gods belofte.

Het komt wel aan op de oprechtheid van het geloof. Maar dat kan met een klein beginsel van geloof ook. Het geloof kan zwak en bestreden zijn. Er zijn aangevochtenen, verdrukten en door onweder voortgedrevenen. Zij missen de zekerheid van de schuldvergeving, maar ze klemmen zich wel vast aan de Heere. Ze kunnen Hem niet missen. Ín hun hart leeft: ‘Tot wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.’ Ze hongeren en dorsten naar de Heere Jezus en naar Zijn gerechtigheid en ze vluchten tot Hem in een toevluchtnemend geloof.

 

Als uw hart uitgaat naar de Heere Jezus, zoals Hij in de belofte van het Evangelie aan ons wordt voorgesteld, dan mag u met dat geloof naar het Avondmaal gaan. Het geloof in de zekere belofte van God, die de vergeving van zonden om Christus’ wil tot inhoud heeft, wil de Heere nu juist sterken in het Heilig Avondmaal.

U kunt de beloften van God omhelzen met een verzekerd geloof. Maar u kunt dat ook doen met een klein, pas beginnend geloof, met een ontluikend geloof. Al is het hier soms nog zo bestreden, het gaat om de oprechtheid van het geloof dat door de Heilige Geest gewerkt is in uw hart. Al is het nog zo klein en zwak, het zal toch steeds uitgaan naar de Heere Jezus.

 

Ik denk aan drie voorbeelden uit de Bijbel.

In de eerste plaats het voorbeeld van tollenaar achterin de tempel, zomaar gekomen om de Tafel van Gods verbond. ‘O God, wees mij zondaar genadig.’ Hij hoopte op de vergevingsgezindheid van God. En er staat dat hij gerechtvaardigd naar zijn huis ging.

 

Ik denk aan de bloedvloeiende vrouw. Ze raakte alleen maar Jezus’ kleed aan. Ze deed het in de kracht van Christus. Ze wordt genezen.

O, buig u maar, in verbrijzeling van uw hart, aan de voeten van deze Zaligmaker, om de zoom van Zijn kleed aan te raken. U zult het merken: daar is genezing onder Zijn vleugelen. Er is genezing om Zijn bloed.

 

De Kananese vrouw, hoewel door de discipelen tegengehouden en door de Heere Jezus min of meer afgehouden, om haar te beproeven, houdt vol, ook als de Heere Jezus zegt dat het brood voor de kinderen is en niet voor de honden. Ze zegt: ‘Ja Heere; doch de hondekens eten ook van de brokskens die er vallen van de tafel hunner heren.’ Ze kan de Heere Jezus niet missen. Ze doet een beroep op Zijn barmhartigheid. Er staat dat zij kwam en Hem aanbad. Ze liet zich niet wegslaan. En dan zegt de Heere Jezus: ‘O vrouw, groot is uw geloof!’ Als u op dat moment aan die vrouw had gevraagd of ze een verzekerd geloof had, zou ze daar ontkennend op geantwoord hebben. Haar hele hart ging uit naar Jezus. En dat is geloof. Niet voor niets zegt Jezus tegen haar: ‘O vrouw, groot is uw geloof.’ Waarom groot? Omdat ze de toevlucht neemt tot Christus, omdat ze zich vasthecht aan Zijn Woord. Ook als dat Woord haar veroordeelt en als ze buigt onder het recht dat God heeft om te weigeren. Ze beroept zich op Christus’ hulpvaardigheid. Ondanks haar ootmoed en zelfveroordeling laat ze zich niet door haar gevoel van onwaardigheid uitsluiten. Jezus noemt dat een groot geloof, terwijl u niet kunt zeggen dat deze vrouw voor zichzelf wist dat ze een groot geloof had. Zij zegt: ‘Heere, help mij.’ Dat is het nu juist: het inroepen van Zijn hulp, het aangrijpen van Christus. Dat deed de bloedvloeiende vrouw ook.

 

Dat mag u ook doen, door zo met een begerig hart naar Christus en Zijn gerechtigheid te komen, naar de Tafel van het Avondmaal, en daar alles van Hem te verwachten. ‘Heere, hier kom ik, arm en naakt, tot de God Die zalig maakt.’

De nodiging gaat uit: ‘En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.’ Dan staat u op en gaat u naar Zijn Tafel. En daar is Hij, de Schoonste van alle mensenkinderen, Die als de Gastheer Zijn zwarte bruid ontvangt en omhelst en bekleedt met het heerlijke, witte kleed van Zijn gerechtigheid.

 

Gemeente, dat we toch aan het Avondmaal mogen komen, ook al hebben we geen volkomen geloof, blijkt zo duidelijk uit het derde kenmerk dat de Catechismus hier noemt. Luistert u maar:

Begerende hoe langer hoe meer hun geloof te sterken en hun leven te beteren.

Nee, een avondmaalganger is geen gearriveerd christen. Die heeft de zaligheid niet op zak.

U begeert steeds meer en meer uw geloof te sterken en toe te nemen in de kennis van de Heere Jezus en de kennis van uzelf.

U bidt voortdurend: ‘Heere, vermeerder ons geloof,’ zoals ook het formulier van het Avondmaal zo kenmerkend bidt:

Leer ons, dat wij ons met waarachtig vertrouwen aan Uw Zoon Jezus Christus hoe langer hoe meer overgeven.

Waar zoeken we die versterking? Waar anders dan bij de Heere Jezus? Waar anders dan in het Avondmaal, waar de band met Christus juist wordt beleefd en versterkt?

Zo wil de Heere ons door het sacrament verzekeren van de vergeving van zonden door het bloed van het Lam.

 

Maar een goede boom brengt wel goede vruchten voort.

Er staat ook dat we ons leven beteren.

Wat moet er verbeterd worden? Eigenlijk alles. Uw gebedsleven, uw omgang met de Bijbel en uw omgang met de naaste. Heel uw levenshouding! De heiligmaking wordt steeds noodzakelijker. De verborgen omgang met de Heere wordt steeds teerder. U wenst maar één ding: om aan het beeld van Christus gelijkvormig te zijn en een goede reuk van Christus te verspreiden in uw omgeving.

 

Gemeente, kent u deze drie kenmerken van de oprechte avondmaalganger:

droefheid over de zonde,

vertrouwen in de vergeving van zonde en

de begeerte naar een heilig leven?

Dan zult u in eigen oog steeds onwaardiger worden. Hoe dichter we bij God mogen leven, des te meer voelen we onze eigen onreinheid. Maar God wil juist zulke mensen voor waardige disgenoten van de Tafel van Zijn Zoon Jezus Christus houden.

 

Laten we daar eerst van zingen, voordat we tot onze derde gedachte, over het hanteren van de sleutelmacht, overgaan.

 

We zingen Psalm 130 vers 2 en 4:

 

Zo Gij in ’t recht wilt treden,

O HEER’, en gadeslaan

Onz’ ongerechtigheden;

Ach, wie zal dan bestaan?

Maar neen, daar is vergeving

Altijd bij U geweest;

Dies wordt Gij, Heer’, met beving,

Recht kinderlijk gevreesd.

 

Hoopt op den HEER’, gij vromen;

Is Israël in nood,

Er zal verlossing komen;

Zijn goedheid is zeer groot;

Hij maakt, op hun gebeden,

Gans Israël eens vrij

Van ongerechtigheden;

Zo doe Hij ook aan mij!

 

3. Drie redenen tot het hanteren van de sleutelmacht

 

Vraag 82:

Zal men ook diegenen tot dit Avondmaal laten komen, die zich met hun belijdenis en hun leven als ongelovige en goddeloze mensen aanstellen?

Neen, want alzo wordt het verbond Gods ontheiligd, en Zijn toorn over de ganse gemeente verwekt.

Daarom is de Christelijke Kerk schuldig, naar de ordening van Christus en van Zijn apostelen, zulken, totdat zij betering huns levens bewijzen, door de sleutelen des hemelrijks uit te sluiten.

 

Drie redenen worden hier genoemd tot het hanteren van de sleutelmacht.

In de eerste plaats mag Gods verbond niet ontheiligd worden.

In de tweede plaats moet de toorn van God van de gemeente geweerd worden

en in de derde plaats moeten goddelozen van het Heilig Avondmaal worden uitgesloten.

 

In het slot van antwoord 81 wordt gesproken over hypocrieten. Leest u maar mee:

Maar de hypocrieten en die zich niet met waren harte tot God bekeren, die eten en drinken zichzelven een oordeel.

Hypocrieten; wat zijn dat voor mensen?

Dat zijn mensen met een masker op. Vanbinnen zijn ze anders dan dat ze zich aan de buitenkant voordoen. Huichelaars komen overal voor. Er leefde er zelfs één in de nauwe discipelkring van de Heere Jezus: Judas.

Calvijn wijst er steeds op dat er twee soorten huichelaars zijn.

Er zijn mensen die opzettelijk zichzelf en hun naaste bedriegen. Hoe ze werkelijk zijn, verbergen ze achter vrome praat en een nette levenswandel. U kunt hierbij denken aan Ananias en Saffira.

Er zijn ook mensen die dat niet opzettelijk doen. Ze hebben echt het gevoel dat ze gelovig zijn en dat het wel goed met hen zit, omdat ze zich nooit echt onderzoeken in het licht van Gods Woord. Zij bedriegen zich voor de eeuwigheid.

 

De Catechismus duidt dat nader aan: Die zich niet met een waar hart tot God bekeren.

Dat zijn mensen die van twee walletjes willen eten. Ze leven slordig en houden de zonde aan de hand. Bijna alles kan er mee door.

Hypocrieten mogen niet aan het Avondmaal komen, zegt Zondag 30. En als ze toch komen? Moeten ze dan geweerd worden? Nee, want wij zien aan wat voor ogen is, maar de Heere ziet het hart aan. Tegen hypocrieten kan de kerkenraad niets doen, want die oordeelt niet over het hart. Voor hen blijft alleen de tucht van het Woord over. Op hun belijdenis en leven valt niets aan te merken. De dominee kan nog zo separerend spreken, maar ze sluipen toch door de mazen van het net heen. Oprechten worden door zo’n scherpe prediking soms juist afgehouden.

 

Voor hypocrieten is er maar één oplossing, namelijk dat ze zich bekeren. Bent u nog onbekeerd? En jij? ‘Ja,’ zegt u, ‘maar ik eet en drink me geen oordeel, want ik ga niet aan het Avondmaal. Ik ben eerlijk onbekeerd.’

Gemeente, dat wil niet zeggen dat u daarmee het oordeel ontloopt! U kunt zich net zo goed het oordeel luisteren aan het heilig Evangelie. Het Evangelie is net zo heilig als het Avondmaal.

Als het zó is in uw leven, dan geldt voor u het woord van Johannes de Doper: En de bijl ligt ook alrede aan den wortel der bomen; alle boom dan die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.

Daarom roept de Bijbel u op: ‘Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, God heeft geen lust in uw dood.’

Het kan nog! Ontvlied de toekomende toorn!

 

Wie moet er dan wél door de kerkenraad uitgesloten worden van deelname aan het Heilig Avondmaal?

Antwoord 82 zegt dat

van degenen die zich met hun belijdenis en hun leven als ongelovige of goddeloze mensen aanstellen.

Belijdende leden die openlijk een ketterse leer aanhangen en een goddeloos leven lijden.

 

Waarom moeten die dan uitgesloten worden?

Om drie redenen.

In de eerste plaats wordt Gods verbond ontheiligd als dat niet gebeurt.

Doop en Avondmaal zijn tekenen en zegelen van Gods genade. Het verbond is heilig. Als het Avondmaal wordt ontwijd doordat er een vijand tussen Gods kinderen aanzit, wordt het verbond ontheiligd. De gemeente mag niet voor bondgenoten houden die God voor vijanden houdt. Het verbond en de verbondstafel worden ontheiligd.

 

De tweede reden is dat dan Gods toorn over de ganse gemeente verwekt wordt.

God vertoornt Zich ernstig als Zijn verbond wordt ontheiligd. Niet alleen tegen de goddelozen, maar ook tegen allen die deze ontheiliging door de vingers zien. Paulus schrijft in 1 Korinthe 11 aan de gemeente van Korinthe: ‘Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen.’

Denk aan Achan. Israël leed toen nederlagen zolang er een ban in het leger was. Die ban moest worden weggedaan.

 

De derde reden:

Daarom is de Christelijke Kerk schuldig, naar de ordening van Christus en Zijn apostelen, zulken, totdat zij betering huns levens bewijzen, door de sleutelen des hemelrijks uit te sluiten.

Let wel, er staat niet dat de kerkenraad dat moet doen, maar de Christelijke Kerk. Die verantwoordelijkheid rust bij de hele gemeente. Zij die het geloof verloochenen mogen niet voor leden van de gemeente, zelfs niet voor de zichtbare kerk gehouden worden. Als een rotte plek moeten ze uit het midden van de gemeente worden weggedaan.

U zegt misschien: ‘Hebben andere leden dan geen zonden?’ Jazeker, maar die strijden ertegen. Die willen zich bekeren en dezen niet. Die moeten weg.

 

Misschien denkt u: ‘Maar zo bont heb ik het niet gemaakt. Daar hoor ik gelukkig niet bij.’

Maar weet u wie er ook onder vallen? Die in haat en nijd tegen hun naaste leven. Onderzoek u daar eens op. En die hun ouderen ongehoorzaam zijn. Misschien is dat de schoen die u past. En ook gierigaards, vermomd als heel zuinige mensen.

 

Toch is er voor zulke mensen ook een weg terug. Want de tucht is medicijn.

Er staat: Totdat zij betering huns levens bewijzen.

In dat ‘totdat’ trilt nog de Goddelijke lankmoedigheid. De Heere nodigt verloren zonen om terug te keren naar het Vaderhuis, opdat het vervuld mag worden: ‘Deze Mijn zoon was dood en hij is weder levend geworden; hij was verloren en is gevonden.’

 

Het Avondmaal loopt uit op de bruiloft van het Lam. Daar heeft de Heere Jezus naar uitgezien en dat heeft Hij gezegd tegen Zijn discipelen. Het Avondmaal is uiteindelijk tijdelijk en voorbijgaand, totdat het Avondmaal zijn vervulling vindt in de bruiloft van het Lam, in het nieuwe Jeruzalem.

De Bruidegom verlangt naar Zijn bruid. En als het goed is, verlangt ook de bruid naar haar Bruidegom. Het Heilig Avondmaal strekt zich uit naar de toekomst.

Doe dat, totdat Ik kom. Dan zal het Koninkrijk volkomen zijn. Dan zal Ik eeuwig bij u zijn.

Daarvan zijn de tekenen van het Avondmaal de garanties en de voorsmaken. Dan komen alle vermoeiden tot rust. God zal alles zijn en in allen.

 

Gaat uw hart ernaar uit, om eenmaal voor eeuwig bij de Heere te zijn en met Hem te mogen aanzitten aan de bruiloft van het Lam?

Kom, nóg zijn er plaatsen leeg in de bruiloftszaal en u wordt genodigd om die in te nemen.

 

Het Avondmaal is een voorafschaduwing van de bruiloft van het Lam.

Bent u bereid?

 

Laten we met onze harten niet aan het uiterlijke brood en wijn blijven hangen, maar ze opwaarts in de hemel verheffen, waar Christus is en vanwaar we onze Zaligmaker verwachten.

 

Dan begint de eeuwige bruiloft en dan zal het voorgoed vervuld worden:

 

En zij begonnen vrolijk te zijn.

 

Amen.