Ds. A. Schot - Handelingen 2 : 1 - 4

De komst van de Pinkstergeest

Zijn komst eendrachtig verwacht
Zijn komst waarneembaar getoond
Zijn komst persoonlijk ervaren

Handelingen 2 : 1 - 4

Handelingen 2
1
En als de dag van het Pinkster feest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen.
2
En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten.
3
En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen.
4
En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 118: 12
Zingen : Psalm 119: 14
Lezen : Handelingen 2: 1 - 21
Zingen : Psalm 133: 1, 2 en 3
Zingen : Psalm 119: 3 en 86
Zingen : Psalm 143: 10

Gemeente, de tekstwoorden voor vanmorgen kunt u vinden in Handelingen 2 vers 1 tot 4. We lezen Gods Woord en onze tekstwoorden aldus:

 

En als de dag van het pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen. En er geschiedde haastelijk uit de hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen gedreven wind, en vervulde het gehele huis waar zij zaten. En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

 

Deze tekstwoorden bepalen ons vanmorgen bij: De komst van de Pinkstergeest.

 

We letten met de hulp des Heeren op drie gedachten:

 

1. Zijn komst eendrachtig verwacht;

2. Zijn komst waarneembaar getoond;

3. Zijn komst persoonlijk ervaren.

 

1. Zijn komst eendrachtig verwacht

Gemeente, wij worden op deze pinksterdag bepaald bij het grote pinksterfeest in Jeruzalem. Het pinksterfeest bestond al. Het is niet zo dat dit feest pas ontstaan is op de grote pinksterdag, toen de Heilige Geest is uitgestort. Nee, het pinksterfeest was allang bekend. Het was één van de drie grote feesten in Israël – al in het Oude Testament – waarop het volk van Israël naar Gods huis moest gaan: het paasfeest, het pinksterfeest en het Loofhuttenfeest.

Die drie feesten hadden alle drie te maken met de oogst. De oogst begon eigenlijk met het paasfeest. Dan was de eerste oogst binnengehaald, de gerstoogst. Met het paasfeest, op de tweede dag van de paasweek, werd de eerste garf van de gerstoogst aan de Heere geofferd als een beweegoffer. Dit werd door de priester naar de Heere opgeheven. Het was de eersteling van de oogst. En als de eersteling van de oogst heilig is, dan is de héle oogst heilig. Och, dat men op deez’ eerstelingen een rijken oogst van voorspoed zag!

Vijftig dagen later was het Pinksteren. De oogst was al weer verder gevorderd, want dan werd de tarweoogst ingezameld. Met Pinksteren werden de eerste broden die gebakken waren van de tarweoogst, aan de Heere geofferd. Uiteindelijk werd de oogst afgesloten met de oogst van de wijn en olie op het Loofhuttenfeest.

Dus Pinksteren is een oogstfeest. Dat is een heel rijke gedachte. Op die eerste pinksterdag, jongens en meisjes, is er een Hogepriester Die de eerstelingen van Zijn oogst aan de Heere voorhoudt. Wie is die Hogepriester? De ceremoniële dienst is toch afgeschaft? Die Hogepriester is de Heere Jezus Christus. Het gaat hier niet om een gewone oogst, maar het gaat op de pinksterdag om een geestelijke oogst. En dit waren de eerstelingen: deze drieduizend waren nog maar een heel klein begin. Och, dat men op deez’ eerstelingen een rijken oogst van voorspoed zag!

Die oogst gaat nog altijd door, gemeente; die oogst is nog niet geheel ingezameld.

 

In de tweede plaats dacht men bij het pinksterfeest aan de wetgeving. Wij weten wanneer het Pascha is ingesteld. Dat was bij de uittocht van de kinderen Israëls uit Egypte, met het eerste paasfeest. Vijftig dagen later stonden de kinderen Israëls bij de berg Horeb. Toen heeft de Heere met het pinksterfeest Zijn wet afgekondigd: Ik ben de Heere, Uw God.

Op dit nieuwtestamentische pinksterfeest schrijft de Heere Zijn wet ook. Niet op twee stenen tafelen, maar in de harten van drieduizend mensen. Dat doet de Heilige Geest. Pinksteren is ook het feest van de wetgeving.

 

Gemeente, dat dat ook vandaag mag gebeuren! Er waren mensen die helemaal niet op het pinksterfeest zaten te wachten. Het waren echt niet allemaal uitziende mensen op die dag. Het overgrote deel was gewoon naar de tempel gekomen. Zoals – denk ik – misschien ook wel het merendeel van de mensen hier vanmorgen gewoon naar de kerk gekomen is. Maar het is goed dat u hier bent. Mogelijk gaat de Heere ook vanmorgen Zijn Woord gebruiken om de wet in uw hart te schrijven, in het binnenste van u. Laat dat uw gebed zijn. Dat is het werk van de Heilige Geest.

Dat heeft Jeremia al geprofeteerd: Dit is het verbond dat ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de Heere. Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en Ik zal die in hun hart schrijven. En Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.

 

Op die bekende dag onder Israël waren zij allen eendrachtelijk bijeen. Er was eendracht. Wie worden er bedoeld met zij allen? Worden daar al die duizenden mensen in de tempel mee bedoeld? Nee. Sommigen denken dat met allen bedoeld worden de twaalf apostelen. De kanttekenaren bijvoorbeeld. De plaats van Judas is weer aangevuld. Matthías is erbij gekomen; het zijn er weer twaalf. Anderen menen dat we hier moeten denken aan de schare van honderdtwintig personen waarover gesproken wordt in Handelingen 1. Ik denk dat de kanttekenaren wel gelijk hebben als zij stellen dat het hier in het bijzonder gaat over de apostelen. Ook gezien de boodschap die straks wordt uitgedragen.

 

Ze waren allen eendrachtelijk bijeen. In het woord eendrachtelijk zit het woordje ‘één’. Letterlijk staat er in het Grieks: met een gelijk hart. Ze waren één van begeerte, één van uitzien, één van gemis. Waar keken ze dan naar uit, die twaalf apostelen? Ze keken uit naar de komst van de Heilige Geest, Die door Christus aan hen beloofd was. Gij zult met de Heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen. Die belofte was nog niet vervuld. Ze keken daar naar uit. Ze worstelden daarmee. Ze waren bijeen in bidden en smeken. Het waren mensen met een gemis.

Gemeente, ik hoop dat dat vanmorgen ook zo mag zijn. Wat zou het groot zijn als er twaalf onder ons zouden mogen zijn met een levend gemis! Als er honderdtwintig onder ons mogen zijn met een levend gemis! Als je weet wat je mist, ga je er ook naar uitzien dat het gemis vervuld wordt. Dat gemis kan onderscheiden zijn. Daar hoop ik in de derde gedachte nog wel iets van te zeggen. Aan de vervulling van de belofte gaat altijd een gemis vooraf, een uitzien; dan zijn er werkzaamheden aan de troon van Gods genade.

 

Deze mensen hadden geen tijd om met elkaar te twisten. Nee, het ging er niet meer over wie van hen de meeste zou zijn, zoals ze daar vroeger weleens mee bezig waren. Ze waren hier in liefde bijeen, uitziende naar de Heilige Geest over Wie de Heere Jezus zulke mooie dingen had gezegd. Wat die Heilige Geest zou doen, nadat Hij naar de hemel was gevaren. Ze konden die Trooster niet missen. Er is een tijd geweest in hun leven dat ze de Heere Jezus niet konden missen. Er is een tijd geweest dat ze God niet meer konden missen. En nu is er een tijd aangebroken in hun leven dat ze de Heilige Geest niet meer kunnen missen. Dat vervult hun hart op deze pinksterdag.

Eén in het gemis. Er is zoveel verdeeldheid, gemeente, op kerkelijk erf. Er is zoveel twist in het kerkelijke leven, er is zoveel verscheurdheid. Zou dat niet de reden zijn dat de Heilige Geest Zich terugtrekt? Als wij nu één mogen zijn in uitzien: Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest! Mocht Die mij op mijn paân ten Leidsman strekken! Zou de prediking dan niet veel meer vrucht dragen?

 

Wat is het erg wat we zien gebeuren op kerkelijk erf. Eendracht is vaak zo ver te zoeken, omdat de mens met zijn eer op de voorgrond komt. Aan de andere kant is het maar gelukkig dat de Heere daar niet van afhankelijk is. Veel mensen zeggen: ‘Ja, wij moeten de eerste stap zetten, want anders komt de Heere niet.’

Als dat zo geweest zou zijn, waren die drieduizend mensen nooit bekeerd geworden. Als zij eerst hadden moeten gaan hongeren naar de Heere eer dat de Heere naar hen zou gaan zoeken … Een dood mens kan niet hongeren, en hij kan niet dorsten. Maar de Heere heeft hen hongerig gemaakt door de regen van de Heilige Geest, Hij heeft hen ook dorstig gemaakt. De Heere heeft redenen uit Zichzelf genomen. Ik hoop dat dat ook de vrucht mag zijn van de prediking van vandaag, gemeente. En in het toekomende.

 

Onze eerste gedachte was: Zijn komst eendrachtig verwacht. We gaan nu naar onze tweede gedachte.

 

2. Zijn komst waarneembaar getoond

 

De uitstorting van de Heilige Geest gaat gepaard met tekenen. Tekenen die waarneembaar zijn. Een dubbel teken. Eigenlijk een driedubbel teken, want in onze derde gedachte komt er nog een teken aan de orde. In ieder geval zijn er twee tekenen, één voor het gehoor en één voor het gezicht. Dus zintuiglijk waarneembaar. Waarom gebeurt dat vandaag niet meer? Dat is niet nodig. Wij hebben die bevestiging niet meer nodig: het Woord is compleet geworden. We kunnen in het Woord alles vinden.

 

Waarom is dat boek Handelingen nu zo bijzonder? Waarom gaan de dingen zo krachtig? Waarom gaan de zaken zo snel? Ik heb daarover eens gelezen en ik vond het een mooi voorbeeld. Misschien heb je weleens op een plaats gestaan waar een rivier begint, waar het water van een berg afkomt. Smeltwater bijvoorbeeld, dat naar beneden komt. In Zwitserland misschien. Het is een prachtig gezicht hoe dat water naar beneden stuitert. Je hoort het al uit de verte. Ook al moet je dan nog vijf of tien minuten lopen. Je hoort: daar moet ergens neervallend water zijn. En als je dichterbij komt, spettert dat water meters omhoog. Dat gaat met zoveel kracht. Als je daarna vijf kilometer stroomafwaarts gaat, is het al veel rustiger, veel bedaarder. Maar het is hetzelfde water. En als je tien kilometer verder bent, is het nog bedaarder. Dan stroomt het niet meer zo woest en krachtig.

Zo moet je dat eigenlijk zien. De uitstorting van de Heilige Geest is heel krachtdadig geweest. Het gebeuren ging gepaard met hoorbare en zichtbare tekenen en verschijnselen. Die zijn er nu niet meer. Maar ze zijn wel leerzaam voor ons. Daarmee heeft de Heere op de pinksterdag willen leren Wie de Heilige Geest is en wat de Heilige Geest doet. 

 

Er geschiedde haastelijk. Dat betekent: plotseling. Dus ze werden er toch nog door overvallen. Het was toch nog een verrassing. Zo werkt de Heere eigenlijk altijd. Die mensen baden erom. Ze zagen ernaar uit. Ze wisten dat het komen zou, want de Heere had het beloofd. En toch is het nog een verrassing.

Volk des Heeren, zo werkt de Heere toch eigenlijk altijd? Toen het Kerstfeest in uw leven werd, wat was dat een verrassing. En toen u  – als u daar kennis aan mag hebben – mocht weten dat de Heere uw schuld verzoende, was dat geen verrassing? En als het Pinksteren wordt, zou dat geen verrassing zijn?

Het is nooit langs de weg van de berekening. Je zou kunnen zeggen: ‘Nou ja, pinksterdag, dat is een bijzondere dag. Dus ze zullen wel gedacht hebben dat het op die dag….’ Nee, blijkbaar niet. Het was plotseling. De Heere laat Zich niet narekenen. Maar gaat wel in de weg van het gebed, wel in de weg van het vragen.

 

Er geschiedde haastelijk uit de hemel een geluid. Dus wat die mensen horen komt van boven. Het komt vanuit de hemel naar beneden. En dat is heel leerzaam. De Heilige Geest laat Zich niet sturen door mensen. Niet door dominees of door wie dan ook. Nee, de Heilige Geest komt van boven. De Heilige Geest laat Zich sturen door de Vader en de Zoon. Hij is de Geest van de Heere Jezus Christus, Die komt om de weldaden van de Heere Jezus toe te passen. En dat doet Hij niet zonder Zijn toestemming. Het is nog steeds de Zoon Die de Geest gebiedt, Die het in handen houdt, Die weet waar wat nodig is.

 

Een geluid als van een geweldige gedreven wind. Het is het geluid van een meeslepende stormwind. Het woordje als laat zien dat die wind er niet was. Het geluid was er wel, maar het was geen echte wind. Het is niet zo dat plotseling in de tempel alles ondersteboven viel. Of dat mensen hun jas moesten vasthouden of hun hoofddeksel. Nee, eigenlijk bewoog er verder niets. Maar het geluid was er wel als van een geweldige gedreven stormwind. Daarmee wil de Heere Zijn discipelen laten zien  en de mensen die in de tempel zijn, wat de prediking van het Woord straks zal gaan doen door de kracht van de Heilige Geest.

Het is heel mooi dat er in het Hebreeuws voor wind en geest maar één en hetzelfde woord is. Het is ook het woord adem. Dat is ook wind.

De Heere Jezus blies op Zijn discipelen. Dat is een teken van de Heilige Geest. Dus, zeker voor de Joden was het een heel duidelijk teken. Wind, geest. Een geweldige gedreven wind.

Waarom de wind? We kunnen daar natuurlijk vanmorgen niet uitvoerig op ingaan, maar ik zou er wel kort vier dingen van willen zeggen.

 

In de eerste plaats is die wind een beeld van het vrijmachtige werk van de Heilige Geest. De Heere Jezus heeft eerder gezegd in het gesprek met Nicodémus: ‘De wind blaast waarheen hij wil.’

Jongens en meisjes, je hebt weleens meegemaakt dat het stormde. En konden wij dan de wind beïnvloeden? Heeft iemand kunnen zeggen: ‘Ik wil die wind niet in mijn tuin hebben, want de tuinmeubels gaan ondersteboven? Er breken dingen af, ik wil het tegenhouden.’

Nee, dat kan niet. Je kunt de wind niet tegenhouden. Je kunt de windrichting niet veranderen. Dat doet de Heere. De wind is vrijmachtig.  Zo is het ook met het werk van de Heilige Geest. Dat laat zich niet besturen. De Heilige Geest werkt soms in harten van mensen van wie je denkt: ’Die zou ik niet uitgekozen hebben. Ik zat veel meer aan iemand anders te denken.’ Maar de Heere is vrijmachtig. Dat is ook het rijke van het werk van de Heilige Geest.

 

Het werk van de Heilige Geest is ook verborgen. Want waar begint de wind? De Heere Jezus zegt: ‘Gij weet niet vanwaar hij komt en waar hij heen gaat.’ Je weet niet waar hij eindigen zal. De windrichting kun je wel zien, maar je weet niet het punt waar hij begonnen is en je weet ook niet het punt waar hij eindigen zal. De wind is niet te volgen. Zo is het ook met het werk van de Heilige Geest, gemeente. Dat werk van de Heilige Geest is een verborgen werk. Het is niet te beredeneren. Als de wind van de Geest in je hart gaat blazen, kun je het niet begrijpen. Je weet ook niet waar het naartoe gaat. Maar het beheerst wel je hele leven.

 

In de derde plaats: de Heilige Geest werkt onwederstandelijk. De wind is door niemand te breken. En als er echt een stormwind komt, kun je bijna niet op je benen blijven staan. Zo krachtig. Welnu, zo is het ook met het werk van de Heilige Geest. Het is niet zoals de remonstranten zeggen, dat het werk van de Heilige Geest tegen te houden is. Welnee. De Heilige Geest werkt onwederstandelijk. De wind ontwortelt soms de dikste bomen. Zo is het met de Heilige Geest. Saulus van Tarsen wordt ontworteld door de wind van de Geest.

 

En ten slotte: de wind is nodig voor de vruchtbaarheid. We lezen dat in het boek Hooglied. Ontwaak, Noordenwind, en kom, Gij Zuidenwind. doorwaai mijn hof.

De koude noordenwind. Het kan niet altijd zuidenwind zijn. Maar het kan ook niet altijd noordenwind zijn. De beide winden zijn nodig voor de specerijen en voor de vruchten. En zo is het ook met de Heilige Geest. De Heilige Geest is onderscheiden in Zijn werkingen.

 

Dat was het teken. Dat teken is er vandaag niet meer, en dat hoeven we ook niet te verwachten. Dat teken is niet meer nodig, want wij hebben het Woord. We weten het uit het Woord. Het hoeft niet meer waarneembaar getoond te worden. Sommige mensen zoeken het daarin, maar daar moeten wij het niet in zoeken. Het gaat erom dat wij de werkingen kennen, die onwederstandelijke, vrijmachtige, verborgen en vruchtbare werkingen van de Heilige Geest. Als het gaat waaien merk je het. Je kunt niet altijd begrijpen wat de wind doet. Maar je merkt het wel. Dat is ook zo als de Heilige Geest gaat werken in je hart. Je begrijpt het niet, maar je merkt het wel. Wij leren geen onbewuste wedergeboorte. Nee, als de wind van de Heilige Geest door je hart gaat waaien, zul je het vast en zeker merken. En daar mag ook om gevraagd worden: Ontwaak, Noordenwind, en kom, Gij Zuidenwind.

 

Er staat dat dat geluid het gehele huis vervulde. Er waren mensen die op grote afstand stonden, misschien op één van de zuilengalerijen; maar zij hoorden het ook. Ze hoorden het allemaal. In het hele huis werd dat geluid gehoord. Het doordrong alle hoeken. Daarmee heeft de Heere willen leren dat het werk van de Heilige Geest doordringend is. Als de Geest in ons hart gaat werken, is dat niet alleen in je hart, maar dan vervult Hij je helemaal. Dan wordt het verstand verlicht. Dan wordt je wil vernieuwd. Dan worden je hartstochten geregeld. Dan wordt je wandel gezuiverd. De werking van de Heilige Geest is net als een zuurdesem die het hele deeg doortrekt. Je kunt niet zeggen: ‘Als de Heilige Geest in je hart werkt, verandert er niks.’ Als de Heilige Geest in je werkt, verandert álles. Dan verandert je hele leven. Van binnen en van buiten. Van boven en van onder. Aan alle kanten. Zoals het hele huis van de tempel vervuld werd, zo wordt ook een geestelijke tempel geheel vervuld door de Heilige Geest. Dat is het eerste teken: waarneembaar.

 

Het tweede teken is: van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur.

Van hen werden gezien. Ze hebben het bij anderen gezien. Ze hebben het niet bij zichzelf gezien. Je mag ook vertalen met: aan hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur.

Bij het woordje tong, jongens en meisjes, waar denk je dan aan? Ik denk aan wat er in onze mond zit, een tong. Die vlammen hebben de vorm van een tong.

Waarom zou dat zijn? Dat is omdat de Heere hier laat zien dat de Heilige Geest werkt door het Woord. De Geest werkt niet door een popconcert. Duizenden mensen zijn jaarlijks in Biddinghuizen en denken dat de Heilige Geest zich paart aan die manier van Pinksteren vieren. Wat is dat arm! Zij hebben de prediking van de pinksterdag niet verstaan. De Heilige Geest werkt door de prediking en maakt gebruik van ambtsdragers.

 

Verdeelde tongen. De Heilige Geest werkt door het Woord. Drieduizend mensen worden door één eenvoudige preek in het hart geraakt. Ik denk dat als de preek van Petrus hier op een lees-zondag zou worden gelezen, niet iedereen zo hoog zou opgeven van die preek. Het is eigenlijk maar een heel eenvoudig preekje dat Petrus gehouden heeft. Maar daar zit het niet in. De Heilige Geest gebruikt die eenvoudige prediking om drieduizend mensen in het hart te grijpen. Het heeft een geweldige uitwerking: verdeelde tongen als van vuur.

De tongen van de discipelen worden aangeraakt door het vuur van de Heilige Geest. Want ook de tongen van Gods knechten kunnen zo onrein zijn; ze moeten gereinigd worden. De Heilige Geest is niet alleen nodig bij de hoorder, maar ook bij de spreker. Als ik het niet krijg, heb ik ook niets. En ik heb het ook niet verdiend. Maar dat moet ons gebed zijn vandaag, of én de sprekers én de hoorders door die tongen als van vuur bearbeid mogen worden.

 

Als van vuur. Het is geen echt vuur. Het schroeit niet. Hun haren schroeien niet. Hun kleren schroeien niet. Je ruikt niets. Nee, het is geen echt vuur. Het is een beeld. Het is een prediking. Het zijn verdeelde tongen. Hoe moet je dat zien? Het is één vuur. Dat verdeelt zich over de hoofden van de apostelen. Ze hebben allemaal zo’n vuur boven zich. Hetzelfde vuur. Vuur vermeerdert. Dat is ook het wonderlijke van vuur. Als ik iets wil uitdelen en ik moet aan twaalf mensen iets geven, dan krijgt iedereen één twaalfde van wat ik geven wil. Maar, als je twaalf dingen aansteekt, dan verspreidt dat vuur zich. Het wordt niet minder. Het is niet zo dat iedereen dan maar één twaalfde deel krijgt. Die discipelen krijgen allen de Heilige Geest.

 

Verdeelde tongen als van vuur. Vlammen op hun hoofd. Ook een heel passend teken. Wat is de betekenis daarvan? Ook weer heel kort vier dingen. Probeer ze te onthouden, jongens en meisjes.

 

In de eerste plaats: vuur maakt je warm. We hebben een kachel, waarin vuur warmte geeft en waar mensen zich rondom scharen op koude dagen. Dat doet de Heilige Geest ook. Hij verwarmt je hart. Vuur is een teken van liefde, brandende liefde. Dat is één van de kenmerken van het werk van de Heilige Geest. Kent u daar iets van? Dan krijg je de Heere lief. En als dat vuur één keer aangestoken is, gaat het nooit meer uit. Zeker, dat vlammetje kan weleens wat minder worden. Het vuur kan wel lijken uit te doven. De rook kan soms de overhand krijgen. Maar als de Heilige Geest dat vuurtje in je hart heeft ontstoken, gaat het nooit meer uit: de liefde tot God, de liefde tot Zijn Woord, de liefde tot Zijn wet, de liefde tot Zijn inzettingen.

 

Als de Heilige Geest gaat werken, wat gebeurt er dan nog meer? Dan verteert Hij de zonde. Vuur is ook een middel waardoor dingen gereinigd worden, waardoor dingen gezuiverd worden. Zelfs goud en zilver worden gereinigd met vuur. En zo doet de Heilige Geest ook. De Heilige Geest brandt de zonde uit je hart. De Heilige Geest verbrandt je eigengerechtigheid. Wij koesteren die. Wij proberen een bestaan voor de Heere op te bouwen, maar de Heilige Geest zet het allemaal in brand. Kijk maar naar Saulus van Tarsen.

 

In de derde plaats: vuur verlicht. Vuur wordt aangestoken voor warmte, maar ook voor licht. Dan zie je tenminste wat. Zo is het ook als de Heilige Geest gaat werken in je hart. Dan valt er licht over het Woord. Dan valt er licht over je eigen hart. Dan valt er licht over je zonden. Zo ging het met christen in Bunyans Christenreis. Toen in die kamer het licht aanging, zag hij pas hoe vuil het was. Als de Heilige Geest gaat werken in je hart, ga je niet zien dat je een kind van God bent, maar dat het een enorme puinhoop van binnen is. Dat komt door de verlichtende werking van de Heilige Geest. Zeker, de Heilige Geest zal óók leren wat de weg der zaligheid is. Daar zijn we ook zo duister in, maar de Heilige Geest geeft ons buiten Christus geen rust. Als wij buiten Christus rust vinden, is het niet van de Heilige Geest. Er kan heel veel onrust zijn die nergens eindigt. Dat is niet van de Heilige Geest. De Heilige Geest zal Christus verheerlijken. Hij zal Mij verheerlijken. Dat heeft de Heere Jezus Zelf gezegd.

 

En ten slotte: vuur verspreidt. Vuur is ook het beeld van de ijver. IJver-vuur, dat lees je ook in de psalmen. Dus dat betekent dat je niet lijdelijk wordt als de Heilige Geest in je hart gaat werken, maar dan ga je je beijveren voor de eer van God. Dan word je niet moe om de Heere te dienen. Dan is het je lust en je leven om je gaven, je tijd en je leven aan de Heere en Zijn dienst te geven. Ik zou zeggen: ‘Gemeente, leg je hart er eens naast.’

 

Het zijn zulke eenvoudige kenmerken. De kinderen kunnen het begrijpen. Zo’n preek heeft de Heere gehouden op de pinksterdag, zodat kinderen het konden begrijpen. De tekenen waren zo helder. Want wind en vuur, daar kunnen we ons allemaal iets bij voorstellen. Laten we ons hart eraan toetsen.

 

Het zat op een iegelijk van hen. Het zat boven op hen. Het woonde op hen en bleef op hen. Die vlammen zijn later niet meer zichtbaar geweest. Dat was alleen op de pinksterdag. Maar de Heilige Geest is wel op hen gebleven. Waar Hij komt, gaat Hij nooit meer weg. We kunnen de Heilige Geest wel bedroeven, maar Hij zal nooit meer wijken, als Hij aan ons gegeven is. Dat is zo troostvol. We kunnen die wind niet keren en we kunnen dat vuur niet doven. Wat zou het arm zijn als we dat zouden kunnen! Maar dat kan gelukkig niet.

 

Zijn komst waarneembaar getoond. Dat zijn de kenmerken waar je ook je hart aan kunt toetsen. Ken ik ook iets van het werk van de Heilige Geest?

We gaan naar onze derde gedachte, maar zingen eerst Psalm 119: 3 en 86.

 

Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest!

Mocht Die mij op mijn paân ten Leidsman strekken!

’k Hield dan Uw wet, dan leefd’ ik onbevreesd;

Dan zou geen schaamt’ mijn aangezicht bedekken,

Wanneer ik steeds opmerkend waar’ geweest,

Hoe Uw geboôn mij tot Uw liefde wekken.

 

Dan vloeit mijn mond steeds over van Uw eer,

Gelijk een bron zich uitstort op de velden.

Wanneer ik door Uw Geest Uw wetten leer,

Dan zal mijn tong Uw redenen vermelden;

Want Uw geboôn zijn waarlijk recht, o Heer’;

Gij zult de vlijt van die U zoekt, vergelden.

 

3. Zijn komst persoonlijk ervaren

 

…en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest.

Gemeente, dat is het belangrijkste. Want al zouden wij op de pinksterdag geweest zijn en we hadden het geluid gehoord en de vlammen gezien, maar we werden zelf niet vervuld met de Heilige Geest … dan was het nog geen Pinksteren. Zo is het vandaag ook. Wat is het nodig om persoonlijk de Heilige Geest te kennen! In Zijn werkingen, maar ook in Zijn Persoon.

Niet alleen het huis werd vervuld, maar ook hun hart werd vervuld. Waarmee werd hun hart vervuld? We zouden in de eerste plaats kunnen denken aan de gaven van de Heilige Geest. Maar ongetwijfeld moeten we ook denken aan de vervulling van de belofte van Christus over de Persoon van de Heilige Geest. De Heere heeft van Hem gezegd: ‘Hij zal bij u blijven en Hij zal in u zijn.’

Tijdens de omwandeling van de Heere Jezus op aarde heeft Hij ook tegen Zijn discipelen gezegd, toen het over de volheid van de Heilige Geest ging: ‘Stromen des levenden waters zullen uit Zijn buik vloeien.’ U voelt wel: er is een verschil tussen druppelen en vloeien. Er is een verschil tussen druppelen en stromen. Er is een verschil tussen de werkingen en de Persoon van de Heilige Geest. De werkingen van de Heilige Geest kenden ze wel. Maar de Persoon van de Heilige Geest …?

 

We zien met Pinksteren een veel grotere volheid. Vroeger werd weleens gezegd: ‘Een vingerhoed is vol en een emmer is vol.’ Jongens en meisjes, als ik een vingerhoedje heb en dat houd ik onder de kraan, dan is het heel snel vol. Dan kan er niks meer bij. Maar een emmer, daar kan veel meer in. Daar kan wel twaalf liter in. Daar zou je het een beetje mee kunnen vergelijken. Er zijn tijden geweest in het leven van de discipelen dat ze helemaal vol waren door de werking van de Heilige Geest, Die hun de weg van de zaligheid heeft geleerd en Die hen bij de Heere Jezus heeft gebracht.

Maar nu? Nu zijn ze veel méér vervuld. Want nu is de Heilige Geest in hun hart merkbaar aanwezig. Nu hebben ze de Trooster. Nu hebben ze de Trooster bij zich. Eerst kregen ze iets van de Trooster, maar nu is de Trooster Zelf bij hen. En Hij belooft ook bij hen te blijven. Dat is zo groot.

 

De Heilige Geest is gekomen om alles te verzekeren wat ze in Christus gekregen hebben. Hij is gekomen als een zegel op hun hart dat het werk dat in hen is gebeurd, waarachtig is. De Heilige Geest is gekomen om hun zekerheid te geven over het feit dat ze kinderen van God zijn. De Heilige Geest is gekomen om hun vrijmoedigheid te geven dat ze de Heere mogen aanspreken als Abba, Vader. De Heilige Geest is gekomen om hun de troost in het hart te laten ervaren van de verzoening met een drie-enige God. Zo’n troost, zo vol, zo veel … Nee, dat hadden ze nog nooit gehad. Ze zijn weleens vertroost. Ze zijn weleens vol geweest. Maar zoals nú. En dat merk je ook. Dat merk je aan hun spreken. Dat hoor je aan Simon Petrus. Zijn mond vloeit over van de eer van God.

 

Je ziet, gemeente, dat er onderscheid is in die drieduizend mensen en de apostelen. Het zijn allemaal kinderen van God. Maar de volheid van Petrus is niet de volheid van die drieduizend. De mensen die door het Woord gegrepen zijn, zijn verslagen van hart. Ze weten nog niet eens de weg der zaligheid. Petrus moet hun die wijzen. Voelt u dat dit heel wat anders is dan wat de apostelen mogen meemaken?  Het is nodig dat er een opwassen komt in de genade.

We moeten de drie Personen onderscheiden leren kennen. Wij moeten de Heere Jezus leren kennen. Wij moeten de Heere Jezus leren kennen als Persoon. Hij moet aan ons hart geopenbaard worden.

 

Er zijn veel mensen die de Heere Jezus niet kennen. Dat is verschrikkelijk, want dan is er geen grond om op te rusten. Ik mag niet tegen u zeggen: ‘U kent de Heere Jezus niet, maar u bent wel een kind van God.’ Nee, dat zou ik niet durven zeggen. Er is geen grond buiten de Heere Jezus Christus. Wij moeten Hem leren kennen.

Wij moeten de Vader leren kennen. Zou u de Vader niet willen leren kennen? Er komt een tijd in het leven van Gods kinderen die de Heere Jezus kennen, dat zij gaan begeren om de Vader te leren kennen. Filippus zegt: ‘Heere, toon ons de Vader.’ Toon ons wie Hij is? En zij mogen de Vader leren kennen door het werk van de Paasvorst, Die de vrede van de Vader meedeelt met Pasen.

Maar wat is het ook nuttig en nodig om de Heilige Geest te leren kennen, Die de verzoening geeft met God Drie-enig, Die de gemeenschap geeft met het hart van God. Dat is de rijkdom van de Persoon van de Heilige Geest. En zeker, wat is dat dan een rijke tijd! Wat leven wij dan in een arme tijd!

Maar het water van de Geest stroomt nog, ook al gaat het niet meer zo bulderend en opspattend. Maar, jongens en meisjes, de Heilige Geest werkt nog wel. En de beekjes der rivier … Een beekje is alweer minder dan een rivier. Maar de beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods. Ik hoop dat het water van de Geest zo mag stromen in de harten. De Heere weet wat er nodig is; dat hoeven wij aan Hem niet voor te schrijven.

 

En zij begonnen te spreken met andere talen. Dat is ook heel bijzonder. Een derde teken. Talen die ze niet geleerd hadden. Waarom begonnen ze te spreken met andere talen? Dat is ook weer onderwijs van de Heere. Hij gaat Zijn Koninkrijk uitbreiden onder de volken. Het is niet meer alleen Israël. Pinksteren is ook het zendingsfeest. De Heilige Geest gaf die andere talen in hun hart. In die talen hebben zij de grote werken Gods gepredikt. Dat was de inhoud van hun prediking: de grote werken Gods die zich verspreiden zullen over de aarde. Daar vloeit hun mond van over.

 

Gemeente, die grote werken Gods mogen nog gepreekt worden. Dat is het centrum van de pinksterprediking. Het centrum van de pinksterprediking is het werk van God Drie-enig. Het werk van de Vader, het werk van de Zoon en het werk van de Heilige Geest. Dat is een bemoedigende boodschap, want daarom kán het nog. Als het begin bij ons zou moeten liggen, is het voor eeuwig verloren. Maar wij mogen uitzien, wij mogen vragen om de werkingen van de Heilige Geest.

 

De grote vraag is: zijn wij al een tempel van de Heilige Geest geworden? Want stel dat de Heilige Geest ons kerkgebouw vandaag vervult, wat baat dat mij als ik geen tempel ben van de Heilige Geest? Dat is een persoonlijke zaak. Rust dan toch niet voordat u mag weten: dit is van de Heilige Geest.

Als de Heilige Geest begint, zal Hij het ook voleindigen. Hij maakt Zijn werk altijd af. Hij zal nooit laten varen het werk dat Zijn hand begon. Er is veel wat erop lijken kan, wat het niet is. Maar het allerkleinste wat echt is, dat zal de Heilige Geest nooit laten gaan.

 

Volk des Heeren, weet je wat je mist? Ik zou het zo groot vinden als de prediking gebruikt mocht worden om ook u te laten zien wat er te krijgen is. Dat u moet zeggen: ‘Dat heb ik nog niet of dat ken ik nog niet’. Dat het dan uw vraag mag worden met Pinksteren om ook die volheid en die troost te mogen ontvangen.

 

Amen.

 

Slotzang Psalm 143:10

 

Leer mij, o God van zaligheden,

Mijn leven in Uw dienst besteden;

Gij zijt mijn God, vat Gij mijn hand;

Uw goede Geest bestier' mijn schreden,

En leid' mij in een effen land.