Ds. B. van der Heiden - Zondag 10

De Goddelijke voorzienigheid

De noodzaak van een gelovig hart
Het nut van een gelovig hart
Preek over Zondag 10 uit de Heidelbergse Catechismus door Ds. B. van der Heiden, gehouden op 8 december 2019 in de Gereformeerde Gemeente van Terwolde - De Vecht. Dit was zijn laatste preek.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Vrij in te vullen

Gemeente,

Wat zal dat voor Abraham geweest zijn, toen de Heere hem de opdracht gaf zijn enige, lieve zoon op de berg Moria te offeren. Abraham, de vader der gelovigen. Deze opdracht kwam van de Heere: zijn kind offeren. Het wonderkind, een kind van de belofte. Een kind geboren door een bijzonder wonder. Een kind uit wie de Messias moest geboren worden. Wat zal dat gestormd hebben. We lezen hier niet van. We lezen wel dat Abraham onder deze opdracht boog. Samen op weg om Izak te offeren. Wat een geloofsgehoorzaamheid.

Kinderen, jullie kennen de geschiedenis ook. Op een gegeven moment kijkt Izak om zich heen en vraagt: ‘Vader, nu gaan we offeren, we hebben het mes, we hebben het hout, waar is het lam?’ Abraham antwoordt: ‘Daar zal de Heere voor zorgen.’ De Heere zal het voorzien. Daar komt het woord voorzienigheid vandaan, het Bijbelse voorzien. Hoewel dit woord niet in de Bijbel voorkomt, lezen we wel van voorzien, aanbrengen wat nodig is en erin voorzien. Daar gaat ook zondag 10 uit de Heidelbergse Catechismus over.

Vraag en antwoord 27: Wat verstaat gij door de voorzienigheid Gods?

De almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods, door welke Hij hemel en aarde, mitsgaders alle schepselen, gelijk als met Zijn hand nog onderhoudt, en alzo regeert, dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijze en drank, gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede, en alle dingen, niet bij geval, maar van Zijn Vaderlijke hand ons toekomen.

Vraag en antwoord 28: Waartoe dient ons dat wij weten dat God alles geschapen heeft en nog door Zijn voorzienigheid onderhoudt?

Dat wij in alle tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar zijn mogen, en in alles dat ons nog toekomen kan, een goed toevoorzicht hebben op onzen getrouwen God en Vader, dat ons geen schepsel van Zijn liefde scheiden zal, aangezien alle schepselen alzo in Zijn hand zijn, dat zij tegen Zijn wil zich noch roeren, noch bewegen kunnen.

Gemeente, het gaat over de leer van de goddelijke voorzienigheid. We staan stil bij twee zaken:

  1. De noodzaak van een gelovig hart.
  2. Het nut in een gelovig hart.

De leer van de voorzienigheid heeft betrekking op de leer van de schepping. Zondag 9 gaat over de schepping. Het is niet zo dat de Schepper, Zich heeft teruggetrokken van de schepping. De Heere Jezus heeft Zelf gezegd: ‘Mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook.’

Alle dingen op deze aarde, de sterren en planeten, staan onder de goddelijke voorzienigheid. Alles wat hier te vinden is op aarde, dankt zijn oorsprong aan God. God heeft alle dingen in Zijn hand. Wanneer de Heere Zich slechts één ogenblik zou terugtrekken, zou de wereld ophouden te bestaan.  Dat lezen we in de Heilige Schrift: ‘Ik vervul de hemel en de aarde.’ In Psalm 92 vers 6 staat: ‘O Heere, hoe groot zijn Uw werken! Zeer diep zijn Uw gedachten.’ U bent de Allerhoogste. Psalm 65 vers 7: ‘Hij zet de bergen vast, omgord zijnde met macht.’ Kinderen, we zingen in psalm 19: ‘Het ruime hemelrond, Vertelt met blijden mond, Gods eer en heerlijkheid.

Als Job veel vragen heeft, gaat de Heere Job onderwijzen, door hem een blik te geven in de schepping. De Heere vraagt aan Job: ‘Waar was je toen Ik dit deed?’ Bij Job valt later alles op z’n plek en Job komt op de juiste plaats. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 2 staat dat we God kennen door twee middelen. Door de schepping, onderhouding en regering van de gehele wereld, overmits deze voor ogen is als een schoon boek, in hetwelk alle schepselen, grote en kleine, gelijk als letteren zijn.

Onze vaderen belijden dat de God van hemel en aarde te kennen is in de schepping, onderhouding en verzorging. In Gods schepping zien we de heerlijkheid, de majesteit en grootheid van God. In het Woord van God lezen we over Zijn genade, Zijn ontferming en Zijn barmhartigheid. In Psalm 33 vers 6 staat: ‘Door het Woord des HEEREN zijn de hemelen gemaakt, en door den Geest Zijns monds al hun heir.’Geen ding geschiedt er ooit gewisser, dan ’t hoog bevel van ’s Heeren mond’ (Psalm 33 vers 5 berijmd). Wat is dat een belijdenis! Dat in alles wat op deze aarde plaatsvindt, de Heere Zijn hand heeft.   

In de wereldgeschiedenis zien we dat God het hart van koning Kores neigde om het volk Israël te laten terugkeren naar hun land, toen de tijd van de ballingschap voorbij was. Kinderen, jullie kennen ook deze geschiedenis wel. Als de Heere Jezus geboren wordt, krijgt keizer Augustus het idee een volkstelling te houden. God is in de wereldgeschiedenis. Wij kijken naar Donald Trump en wij kijken naar Vladimir Poetin en de grote, oosterse wereldmacht China. Hoe zal alles gaan? Geen ding geschiedt er ooit gewisser, maar de wereldleiders kunnen niets anders doen dan de wil van God uitvoeren. Daar hebben ze zelf geen weet van. Ze geloven zelf ook helemaal niet. Maar er is een God Die alle dingen leidt en bestuurt.

Ook in de vaderlandse geschiedenis zien we dat. Als de Spaanse Armada, de gewapende vloot, eraan komt, vreest het Nederlandse volk. De macht van Spanje kan Nederland ombrengen. Dan komt er een storm, als uit de hand van de Heere. Gods adem heeft hen verstrooid.[1]

De hand van God zien we ook bij Augustinus. Augustinus hoorde stemmen van spelende buurkinderen: ‘Neem en lees.’ Zo kwam Augustinus tot bekering.[2]

Zoals de hand van God over de kerkgeschiedenis gaat, zo gaat de hand van God ook over het leven van ons allemaal: jouw leven, uw leven en mijn leven. Het geboorteuur van jou en mij heeft God niet alleen bepaald, maar ook mijn sterfuur.

Wanneer de apostel Paulus (Hand.17:24,25) op de berg Areopagus staat, getuigt hij: ‘De God Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is, Deze zijnde een Heere van de hemel en van de aarde, woont niet in tempelen met handen gemaakt. En wordt ook van mensenhanden niet gediend als iets behoevende, alzo Hij Zelf allen het leven, en den adem, en alle dingen geeft.’

Ons eerste aandachtspunt is:

de noodzaak van een gelovig hart.

Gemeente, als het gaat over uw, jouw en mijn persoonlijk leven komt het dichtbij. Waarom staan we er weinig bij stil. Het Nederlandse volk wil hier niet van weten. Het gaat om noodlot of geluk hebben. Ik zal voor je duimen. Alles komt voort uit celdeling. Zo ontstaat er een leegheid in de samenleving. Gaat dat over u en jou?  Troosteloos, dat er een noodlot is. Je kunt geluk hebben en toch daarbij de hand van God niet erkennen.

U begrijpt misschien wel dat ik ertegen opzie deze preek te houden. Het gaat niet alleen over u, maar ook over mij. Wat verstaat gij onder de voorzienigheid van God? In het antwoord zien we de hand van God, als een Vaderlijke hand. Alle dingen, ziekte en rijkdom, komen niet toevallig ons toe, maar uit de Vaderlijke hand.

Hoewel ik u niet persoonlijk ken, weet ik dat er veel zorgen, raadsels en vragen zijn. Als ik denk aan een ongehuwde, hoe graag had u niet getrouwd willen zijn. Ik denk aan een echtpaar dat geen kinderen mag hebben. Of aan mijn kleinkinderen met grote beperkingen. Als ik denk dat er een verkering mislukt of de studie niet afgemaakt kan worden. Misschien gaat het zakelijk verkeerd of heb je in jouw persoonlijk leven een verborgen moeilijkheid.

Begrijpt u hoe moeilijk het dan is om dit antwoord te lezen, gemeente? Uit onszelf zullen we nooit zeggen, dat we uit de Vaderlijke hand ziekte of armoede ontvangen.

Ja maar dominee, wacht even! Hier staat ‘gij’, dat is natuurlijk een kind van God. Ja, dat is waar. Ik denk echter dat jij ook je vragen hebt.

 

Maar als we het woord ‘gij’ wat nader bekijken, zijn dat de kinderen van God. Als jouw opa of oma kind van God mag zijn, is dat een groot voorrecht. Als je tijd hebt, vraag dan eens aan jouw opa en oma hoe zij tegenover de leiding van God in hun leven staan: die almachtige en alomtegenwoordige kracht van God. Die oma of opa zegt: ‘Luister eens, de Bijbel is een eerlijk boek, daar ben ik blij mee. Ik lees ook in de Bijbel van kinderen van God en Bijbelheiligen, die hebben geworsteld met Zijn wegen. Ik denk aan Asaf, niet de minste, die zong in Psalm 73 van zijn strijd: hoe zou God het weten en zou er wetenschap zijn bij de Allerhoogste?

Als je naar je buurman kijkt, lijkt alles voor de wind te gaan. Je kunt niet begrijpen dat de Heere zo’n weg met je gaat. Ik denk aan de profeet Jona. Hij staat daar bij de havenstad. Jona, waarom loop je zo hard weg? Ik ga weg, ik vlucht voor God. Ik denk aan Jakob. Hij klaagde: ‘Al deze dingen zijn tegen mij’. Jozef ben ik al kwijt, en zal ik dan ook nog Benjamin kwijt moeten raken?  Ik denk aan David. Een man naar Gods hart. Wat heeft hij gestreden. Wat heeft hij geworsteld met de leiding van God in zijn leven. Heere, is dat Uw weg?  De Bijbelheiligen hebben geworsteld met Gods voorzienigheid. Deze zondag 10 is een geloofsbelijdenis.

Wanneer het geloof in beoefening is, mag je belijden en mag je Hem zien. Dan mag je Zijn almacht en Zijn alomtegenwoordigheid zien en zeggen: ‘Oh, daar is een goddelijke hand, die ook een Vaderlijke hand is, die leidt naar de Eeuwige Raad. Bij de kinderen van God is helaas niet iedere dag het geloof in beoefening. Als dat zo is, kunnen de kinderen van God er niet bij. Wanneer het geloof wel in beoefening is, doet de Heere het nooit verkeerd.

Dan roept de apostel Paulus (Rom.11:33) het uit : ‘O, diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis van God! Hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen en onnaspeurlijk Zijn wegen!

Dan zien we dat er niet zomaar iets gebeurt en ons overkomt. De leer van de voorzienigheid heeft allereerst de eer van de Heere tot doel, maar ook de zaligheid van Zijn kinderen. Omdat de zaligheid van Zijn kinderen niet los te maken is van de eer van de Heere, is ook de leer van de voorzienigheid niet los te maken van Christus.

Wanneer hier gesproken wordt over de Vaderhand, dan doet Christus dat. Christus heeft het als loon ontvangen op Zijn arbeid. Mij is gegeven alle macht in de hemel en op aarde. Wat is dat een troost te midden van het zwaarste kruis! Kruis of ziekte is geen gevolg van noodlot. Hij schikt het mij toe. Hij! Waarom? Omdat Hij dat in mijn leven nodig vindt. Zijn wil is wijs en goed. Als we dat zien, buigen we. Dan verdwijnt alle boosheid. De goddelijke hand is de hand van Christus. Hij is te wijs om Zich te vergissen. Hij vergiste Zich niet toen Jozef in de put terechtkwam en meegenomen werd naar Egypte, want Jozef moest een volk in het leven behouden, omdat door dat volk de Zaligmaker geboren moest worden.  Dan is dat kruis niet zomaar. Dat gaat niet buiten God in Christus om. Dan leidt HIJ alle dingen. Wat een wonder als je dat zien mag.

Ja maar dominee, waarom dit en waarom dat? Ik kan je er geen antwoord op geven. Maar als je aan de kant van de Heere mag komen, gaan we bidden: ‘Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op deze aarde.’ Als je dat zo mag bidden, jongeren en ouderen, houden de vragen op. Dan mag je in verwondering zien en zeggen (naar Psalm 139): Gij doorgrondt en kent mij. Gij weet mijn zitten en mijn opstaan. Gij verstaat van verre mijn gedachten. Gij omringt mijn gaan en mijn liggen, en Gij zijt al mijn wegen gewend. Gij legt Uw Vaderlijke hand op mij. Dan doet de Heere het niet verkeerd. We gaan buigen onder de wil van God.

Ons tweede aandachtspunt is:         

het nut in een gelovig hart.

Gemeente, in tegenspoed geduldig, de schaduwkant van het leven. Tegenspoed kennen we allemaal, de een meer dan de ander. Tegenspoed is dat wat tegenzit. Wat kunnen tegenspoed en voorspoed, blijdschap en verdriet dicht bij elkaar liggen. Soms kan tegenspoed heel snel en onverwachts er zomaar zijn. Kijk naar Job, in één dag alles kwijt: zijn kinderen, zijn vee. Voor- en tegenspoed hebben Gods kinderen ook. Het is niet zo, wanneer je de Heere vreest, dat alles voor de wind of gemakkelijk gaat. Juist in het leven van Gods kinderen is er vaak zo veel tegenspoed. De Heere heeft het tegen Zijn Kinderen gezegd: ‘In de wereld zult gij verdrukking hebben.’

In het Hooglied wordt de Kerk van God vergeleken met een lelie onder de doornen: Gods kinderen met een kruis, onder Het Kruis. Dat kruis dragen is een gevolg van het volgen van Christus. Wie Christus volgt, gaat een kruis dragen. Een kruis achter Christus aan. Ze hebben Mij gehaat, ze zullen ook u haten. Ze hebben Mij vervolgd, ze zullen ook u vervolgen. Soms is dat zichtbaar, soms niet. Als de Heere tegenspoed geeft, is het nodig dat wij geduldig zijn. Dat is een taak van ons allemaal. Ook hier wijst deze zondag wel op hen, die dat dierbare geloof mogen kennen. Getuigen met lichaam en ziel, eigendom te zijn van de geheel enige Zaligmaker, Jezus Christus.

Gemeente, toen er nog geen zonden waren, waren er ook geen tegenspoed en kruis. Er waren ook geen moeiten en verdriet. Waren er geen zonden, waren er geen wonden. We moeten allemaal hiermee aan de voeten van de Heere gebracht worden. Geduldig is in ootmoed onderworpen zijn. Zwijgen, maar vooral lijdzaamheid. Wat is dat? Dat is de innerlijke aanvaarding van het kruis. Wat een genade! Geduld. Het verdriet bij de Heere brengen. Daartoe roepen we u op.

Wat moet ik beschaamd mijn hoofd buigen. Dan heb ik weinig van dat in tegenspoed geduldig geleerd. Wat zijn we het vaak met de Heere oneens. Wat willen we het graag anders. Lijdzaam en aan de Heere overgeven. Het bij Hem mogen zoeken. Van de Heere verwachten. Een gezegende plaats.

Ook in voorspoed dankbaar zijn. Wat is het makkelijkste, jongeren? De meesten zullen antwoorden: ‘Dankbaar zijn in voorspoed voor wat je ontvangen mag.’ Luister,  wat is danken? Danken is denken aan. Voorspoed ontvangen, waar denken we aan? Denken we aan de voorspoed of aan Hem Die deze voorspoed gaf. Dat verbindt met de Heere. Het is de bedoeling dat de Heere de eer zal ontvangen. Danken gaat niet over de gaven, maar om de Gever. Dat bedoelt Paulus in zijn brief aan de Thessalonicenzen: ‘Dankt God in alles.’ Voor alles danken. Zeker in voorspoed.

Wat kunnen we blijdschap hebben als er een kind geboren wordt, als je jouw diploma mag behalen, als de uitslagen van medische onderzoeken meevallen. Gemeente, heeft het u aan de Heere verbonden? We zeggen vaak: ‘We hebben niets verdiend.’ Maar we hebben elke dag gezondheid, eten en drinken en zoveel meer dan anderen. Kinderen van God en anderen, moeten we niet beschaamd het hoofd buigen? Een zeker godgeleerde zegt: ‘Dankbaarheid is een zeldzame bloem, die op de akker van het hart groeit.’ Als we eerlijk zijn, moeten we dat beamen voor de Heere. Wat is dat waar. Zeker, er wordt veel gedankt. De farizeeën stonden dagelijks te danken, aan echt bidden kwamen ze niet toe. Maar verbindt het daadwerkelijk aan de Heere? Is Hij het - met Zijn hand - Die het ons geeft. Het Gode welbehagelijke danken gaat altijd gepaard met die rechte gestalte.

 

Ootmoed en vernedering. Jakob (Gen.32:10) zegt: Ik ben geringer dan al deze weldadigheden en dan al deze trouw, die Gij aan Uw knecht gedaan hebt. En David (2Sam.7:18) zegt: Wie ben ik, Heere HEERE, en wat is mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe gebracht hebt? Mefiboseth belijdt (2Sam.9:8): Wat is uw knecht, dat gij omgezien hebt naar een dode hond als ik ben.

 

Wij willen graag voorspoed, maar als het niet aan de Heere verbindt, en we krijgen het ook niet, zijn we boos. Het dierbare geloof geeft zich over aan de Heere. Wij hebben zorgen over morgen en overmorgen. Velen zeggen: ‘Ik hoop dat ik geluk heb.’ De christen echter mag zich overgeven in de hand van God, Die met Zijn hand Zijn schepselen niet verlaat.

Zacharias Ursinus zegt: Deze leer brengt ons Gode eer aan. En ze dient tot onze troost en zaligheid, omdat Gods voorzienigheid is, de eeuwige en onveranderlijkste, de allerwijste en allerechtvaardigste en beste raad van God. Welke Hij in al de Zijnen alle goede dingen werkt en de kwade laat geschieden, tot Zijn eer en tot hun zaligheid.

Wat is een mens gelukkig wanneer je dat mag belijden. Ursinus was zijn leven niet zeker. In zijn tijd rookten de brandstapels. Maar Ursinus mocht schrijven dat zijn leven geborgen was in God. Die God werkt alle goede dingen en laat alle verkeerde dingen geschieden tot Zijn Eer, en tot hun zaligheid, omdat ze ermee aan Zijn voeten komen.

Gemeente, deze leer van de voorzienigheid is niet makkelijk om over te preken en om ernaar te luisteren. Als je hart vol zit met vragen: ‘Zou God wel weten van mijn droevig lot, zou Hij mij niet voorbijgaan?’

Een volk in ballingschap (naar Jesaja 49) zegt: ‘De Heere heeft ons verlaten en de Heere heeft ons vergeten.’ Maar de Heere zegt: ‘Dat kan toch niet? Een moeder verlaat haar kind toch niet? Kan een vrouw haar kind vergeten?’ Al zou het zo zijn, de Heere zegt in Jesaja 49 vers 16: Zie, Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd, uw muren zijn steeds vóór Mij.

Wat een zalige zaak om te midden van alle kruis, moeiten en zorg, te blikken in de doorboorde en dierbare handen van de gezegende Zaligmaker. Dan kan het weer, gemeente. Dan ontvangen we nieuwe moed en kracht! Dan doet Hij het niet verkeerd, maar zijn wij verkeerd. Dan komen wij aan Zijn voeten terecht, smekend om genade en ontferming.

Amen.