Ds. W.A. Zondag - Genesis 5 : 22 - 24

Afspelen

Henoch wandelde met God

26-4-2020
Zijn levensgeheim
Zijn levensopenbaring
Zijn levenseinde
Liturgie: Psalm 92: 1, 3 Psalm 89: 7 Lezen: Genesis 5: 21-24, Hebreee¨n 11:1-6, Judas: 14-21 Psalm 25: 2, 3 Psalm 25: 7 Psalm 89: 8 Citaat: ‘Het was een bijzonder grote weldaad van God voor Henoch, dat hij zonder sterven opgenomen werd in de hemel, waardoor zijn tijdgenoten van zijn zalige onsterfelijkheid verzekerd konden zijn. Het is een nog veel grotere gunst van de algenoegzame God voor alle uitverkorenen, dat Christus is opgenomen in de hemel. Niet alleen als blijk dat de volkomen verlossing door Hem teweeggebracht is, maar ook om daar hun Voorspraak te zijn, daar een plaats voor hen te bereiden en vandaar Zijn Geest te zenden om hen met God te leren wandelen, totdat Hij hen opneemt in Zijn heerlijkheid, om dan altijd met de Heere te zijn’. Dionisius Bouman (Uit: De werkzaamheden van Gods gunstgenoten, ca 1728). Geloofsbelijdenis: NGB art. 27: (…) En alsdan zullen persoonlijk voor dezen groten Rechter verschijnen alle mensen, zowel mannen als vrouwen en kinderen, die van den beginne der wereld af tot den einde toe geweest zullen zijn, gedagvaard zijnde door de stem des archangels en door het geklank der bazuin Gods. Want al degenen die gestorven zullen wezen, zullen uit de aarde verrijzen, de zielen samengevoegd en verenigd zijnde met haar eigen lichaam, in hetwelk zij zullen geleefd hebben. En aangaande degenen die alsdan nog leven zullen, die zullen niet sterven gelijk de anderen, maar zullen in een ogenblik veranderd en uit verderfelijk onverderfelijk worden. (…) Leestip/leesrooster: - Zaterdag: Gen. 6 (Noach wandelt met God) - Zondag: Gen. 18: 1-15 (Abrahams omgang met God) - Maandag: Gen. 18: 16-33 (Abraham wandelt met God) - Dinsdag: Psalm 25 (onderwijs door God) - Woensdag: Joh. 15: 1-21 (intieme omgang met Jezus) - Donderdag: 1 Joh. 1 (wandelen in het licht) - Vrijdag: 1 Kor. 15: 35-58 (opwekking of ‘verandering’ in moment) Gespreksvragen: 1. Geef eens invulling aan het ‘wandelen met God’. Dit kan onder andere door eens te lezen wat er over Abraham wordt gezegd: hij wandelde ook met God. 2. Heeft u er wel eens over nagedacht dat Henoch met Adam heeft kunnen spreken? Zij waren tijdgenoten. En wat zouden die twee met elkaar besproken hebben? 3. Wandelen met God. Dat is leven zoals getekend door Johannes in 1 Joh. 1: 5-7. Wat staat hierover in het klassieke doopformulier? 4. Henoch heeft relatief kort geleefd op aarde (vergelijk het met de leeftijd van zijn zoon Methu´ salah). God nam hem weg. Waarom zijn er goede redenen om aan te nemen dat Henoch niet gestorven is, maar door de Heere is opgenomen in de hemelse heerlijkheid? God deed dat ook bij Elia (lees: 2 Kon. 2:11). 5. Aangenomen wordt dat tijdgenoten Henoch wilden doden. Waarom? Wat lezen wij hierover in de brief van Judas: 14-16? 6. Waarom zou de Heere twee mensen zonder de dood in de hemelse heerlijkheid opnemen? Let hierbij ook in het bijzonder op wat Paulus zegt over Gods kinderen die nog leven op ‘jongste dag’ (1 Kor. 15: 52: ‘In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden’). 7. Sommigen denken dat er – naast Henoch en Elia - nog een derde persoon is die de dood niet heeft gezien: Mozes. Welke argumenten pleiten hiervoor en welke hiertegen? Argumenten voor: Matth. 17:3 (Mozes met Elia op berg der verheerlijking). Argumenten tegen: Deut. 34: 5-7 en Judas: 9 (de duivel die twist met de archangel over het lichaam van Mozes). 8. Dr. Floor schrijft: ‘De wandel met God is het beeld van de ware godsvrucht. Het heeft als kern gemeenschap. Wie als Henoch met God wandelt heeft gemeenschap met God. Deze gemeenschap is drievoudig van karakter. Het is een geloofsgemeenschap, een liefdesgemeenschap en een reinigende gemeenschap (1 Joh. 1: 6-7). Johannes schrijft dat de wandel in het licht, dus met God Die licht is, ook een grote uitwerking heeft op onze onderlinge verhoudingen. ‘Wanneer wij in het licht wandelen, dan hebben wij gemeenschap (we zouden verwachten: met God), maar Johannes schrijft: met elkaar’ (1 Joh. 1: 7). Dit is het wonderheerlijke: de gemeenschap met de Heere brengt Gods kinderen ook bij elkaar. Dit betekent tegelijk: wanneer wij weigeren met elkaar te wandelen, dan kunnen wij de gemeenschap met God niet genieten. Denk daarover eens na. Hoe kunnen Gods kinderen dichter bij elkaar leven? Voor de kinderen: 1. Wie was Henoch? Antwoord: a) een discipel van de Heere Jezus, b) een broer van Johannes, c) een man uit de tijd van Adam en Eva. 2. Henoch wandelde met God. Dat wil zeggen dat Henoch goed luisterde naar het W………….. van G…… en de geb…………… van de Heere geh…………. 3. Henoch waarschuwde de mensen. Hij zei dat de Heere de zonden niet ongest………………. zal laten. Daarom waren de mensen b…………… op hem en wilden zij hem d……………. 4. De Heere nam Henoch op in de hemel. Dat betekent: a) dat hij jong stierf, b) niet hoefde te sterven, c) heel even dood was, maar meteen werd opgewekt. 5 Wie is er nog meer naar de hemel gegaan zonder dat hij was gestorven? Antwoord: a) Petrus, b) Elia, c) Johannes. 6. De Heere Jezus is ook opgevaren naar de hemel. Wat doet Hij daar? Antwoord: ‘Hij bidt daar voor Gods k………………… en zorgt voor allen die in Hem g…………………….’.

Genesis 5 : 22 - 24

Genesis 5
22
En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach gewonnen had, driehonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren.
23
Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijf en zestig jaren.
24
Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer; want God nam hem weg.

Delen & Download

Download preek