Ds. W.A. Zondag - Johannes 20 : 26 - 29

Afspelen

Onderwerp

13-4-2020
‘Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord’. Een achterbleven discipel.
Weigert getroost te worden
Voegt zich bij de broeders
Wordt door Jezus vermaand
Krijgt ambtelijk onderwijs
Liturgie:
Psalm 16: 1, 2
NGB art. 28
Lezen: Johannes 20: 19-31
Psalm 16: 3, 4, 5
Psalm 16: 6
Psalm 56: 4

Leestip:
- Johannes 14: 15-31 (belofte van de vrede)
- Hebreee¨n 11 (geloofsgetuigen)
- 1 Petrus 1 (zie i.h.b. vers 8: niet gezien, toch geloofd)

Citaat:
“Christus geeft hier getuigenis van het geloof om reden dat het rust op het eenvoudige Woord en niet afhangt van het gevoel en het vleselijk verstand. In een korte omschrijving vat Hij dus de kracht en de natuur van het geloof samen, namelijk dat het niet blijft staan bij de beschouwing van hetgeen aanwezig is, maar doordringt tot de hemelen, zodat het gelooft wat voor de menselijke waarneming verborgen is”.
Johannes Calvijn, Bijbelverklaring.

Geloofsbelijdenis. Art. 28a NGB:
“Wij geloven, aangezien deze heilige vergadering is een verzameling dergenen die zalig worden, en dat buiten haar geen zaligheid is, dat niemand, van wat staat of kwaliteit hij zij, zich behoort op zichzelven te houden, om op zijn eigen persoon te staan; maar dat zij allen schuldig zijn zichzelven daarbij te voegen en daarmede te verenigen; onderhoudende de enigheid der Kerk, zich onderwerpende aan haar onderwijzing en tucht, den hals buigende onder het juk van Jezus Christus, en dienende de opbouwing der broederen, naar de gaven die hun God verleend heeft, als onderlinge lidmaten van e´e´n zelfde lichaam”.

Gespreksvragen:
1. Wat zijn ooggetuigen en waarom waren die zo belangrijk als het gaat om de opstanding van de Heere Jezus? Wat lezen we over deze getuigen in 1 Korinthe 15:6?
2. Waarom was het ook zo belangrijk dat de Heere Jezus een deel van de ooggetuigen meerdere malen na Zijn opstanding heeft ontmoet?
3. De discipelen waren bijeen en toen verscheen de Heere. Welke belofte is er voor mensen die samenkomen rondom het Woord? Zie Matth. 18:20.
4. Waarom deed Thomas zichzelf maar ook de andere broeders tekort door niet naar de bijeenkomst te gaan? Wat lezen we hierover in Hebr. 10:25?
5. Thomas kon het wonder niet geloven. Waarom mogen we dat nooit goedpraten (zo van: waren we maar meer een Thomas? Zie ook Joh. 20:27b). Maar waarom is het ook wel herkenbaar, het niet kunnen geloven door Thomas?
6. Geloof is een gave van God (Ef. 2:8). Hoe geeft de Heere dat geloof?
7. Als de Heere Jezus aan Thomas verschijnt, mag hij dichtbij komen ‘tasten’. Dan roept hij uit: “Mijn Heere en mijn God”. Vergelijk dat eens met HC Zondag 7.
8. Thomas mag met hart en mond geloofsbelijdenis doen. Heeft u/jij dat al mogen doen?
9. De Heere Jezus spreekt mensen ‘zalig’ die Hem niet hebben gezien, maar toch in Hem hebben geloofd. Hoe bedoelt Hij dat? We leren toch dat we Hem met geloofsogen moeten zien/kennen?

Voor de kinderen:
1. Hoe vaak hebben de discipelen de Heere Jezus na Zijn opstanding mogen ontmoeten? Antwoord: a) 1 keer, b) 2 keer, c) meer dan 2 keer.
2. Waarom wilde Thomas eerst niet bij de discipelen zijn? Antwoord: a) hij was te bedroefd, b) hij had geen zin, c) hij had het te druk.
3. Wanneer wilde Thomas pas geloven dat Jezus echt was opgestaan? Als hij zijn vingers zou leggen in ……………………………………….
4. Het was wel belangrijk dat Thomas ‘naar de kerk’ ging. De Heere wil namelijk in het bijzonder in de kerk s………………… tegen zondige m………………
5. De Heere Jezus zegt dat mensen die Hem niet hebben gezien, maar toch in Hem geloven straks altijd bij Hem mogen zijn. Hoe kunnen mensen dan in de Heere Jezus geloven als zij Hem niet zien? Antwoord: door te geloven in de Heere Jezus zoals Hij beschreven wordt in de b……………………
6. Zou je de tekst kunnen leren: “En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God”.

Johannes 20 : 26 - 29

Johannes 20
26
En na acht dagen waren Zijn discipelen wederom binnen, en Thomas met hen; en Jezus kwam, als de deuren gesloten waren, en stond in het midden, en zeide: Vrede zij ulieden!
27
Daarna zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand, en steek ze in Mijn zijde; en zijt niet ongelovig, maar gelovig.
28
En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God!
29
Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben.

Delen & Download

Download preek