Ds. H. Brons - Artikel 37

Van het laatste oordeel

De wederkomst van Christus
Het laatste oordeel
Wel of Wee

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 31: 12
Lezen : Openbaring 22: 6 - 20
Zingen : Psalm 9: 8, 19 en 20
Zingen : Psalm 94: 8
Zingen : Psalm 36: 2

Gemeente, aan de orde van behandeling is het laatste artikel van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, Artikel 37; ik wil dat samen met u lezen.

 

Van het laatste oordeel

Ten laatste, geloven wij, volgens het Woord Gods, dat, als de tijd, van den Heere verordend (die alle schepselen onbekend is), gekomen, en het getal der uitverkorenen vervuld zal zijn, onze Heere Jezus Christus uit den hemel zal komen, lichamelijk en zienlijk, gelijk Hij opgevaren is, met grote heerlijkheid en majesteit, om Zich te verklaren een Rechter te zijn over levenden en doden; deze oude wereld in vuur en vlam stellende om haar te zuiveren.

 

En alsdan zullen persoonlijk voor dezen groten Rechter verschijnen alle mensen, zowel mannen als vrouwen en kinderen, die van het begin der wereld af tot den einde toe geweest zullen zijn,  gedagvaard zijnde door de stem des archangels en door het geklank der Goddelijke bazuin, 1 Thess. 4:16.

 

Want al degenen, die gestorven zullen wezen, zullen uit de aarde verrijzen, de zielen tezamen gevoegd en verenigd zijnde met haar eigen lichaam, in hetwelk zij zullen geleefd hebben.

En aangaande degenen die alsdan nog leven zullen, die zullen niet sterven gelijk de anderen, maar zullen in een ogenblik veranderd en uit verderfelijk onverderfelijk worden.

 

Alsdan zullen de boeken (dat is consciëntiën, de gewetens) geopend, en de doden geoordeeld worden, naar hetgeen zij in deze wereld gedaan zullen hebben, hetzij goed of kwaad.

Ja, de mensen zullen rekenschap geven van alle ijdele woorden, die zij gesproken zullen hebben, Math. 12:36, die de wereld niet dan voor kinderspel en voor tijdverdrijf acht; en dan zullen de verborgenheden en geveinsdheden der mensen openbaarlijk voor allen ontdekt worden.

 

En daarom is de gedachtenis van dit oordeel met recht schrikkelijk en vervaarlijk voor de bozen en goddelozen, en zeer wenselijk en troostelijk voor de vromen en uitverkorenen; dewijl alsdan hun volle verlossing volbracht zal worden, en zij aldaar zullen ontvangen de vruchten des arbeids en der moeite, die zij zullen gedragen hebben; hun onnozelheid zal door allen bekend worden; en zij zullen de schrikkelijke wraak zien, die God tegen de goddelozen doen zal, die hen getiranniseerd, verdrukt en gekweld zullen hebben in deze wereld.

 

Dewelke overwonnen zullen worden door het getuigenis hunner eigen consciënties, en zullen onsterfelijk worden, doch in zulker voege, dat het zal zijn om gepijnigd te worden in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is, Matth. 25:41.

 

En daarentegen, de gelovigen en uitverkorenen zullen gekroond worden met heerlijkheid en eer.

De Zone Gods zal hun naam belijden voor God, Zijn Vader, en Zijn uitverkoren engelen;

alle tranen zullen van hun ogen afgewist worden; hun zaak, die nu tegenwoordig door vele rechters en overheden als ketters en goddeloos verdoemd wordt, zal bekend worden de zaak des Zoons Gods te zijn. En tot een genadige vergelding zal hen de Heere zulk een heerlijkheid doen bezitten, als het hart eens mensen nimmermeer zou kunnen bedenken. Daarom verwachten wij dien groten dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods, in Jezus Christus, onzen Heere.

 

Gemeente, we staan vanmiddag stil bij: het einde van de tijden.

 

We letten daarbij op drie aandachtspunten:

 

  1. De wederkomst van Christus. Ten laatste geloven wij en dat onze Heere Jezus Christus uit de hemel zal komen. Dat is Zijn wederkomst.
  2. Het laatste oordeel. Alsdan zullen persoonlijk voor deze grote Rechter verschijnen alle mensen, en (…) alsdan zullen de boeken geopend worden en de doden geoordeeld worden.  Dat is het laatste oordeel.
  3. Wel of wee. Daar spreekt het slot in de tweede helft van ons artikel over: het oordeel, dat met recht schrikkelijk en vervaarlijk voor de goddelozen is. Dat is een eeuwig wee. Maar [het is] zeer wenselijk en troostelijk voor de vromen en de uitverkorenen. Dat spreekt van een eeuwig zalig wel.

 

1. De wederkomst van Christus

Onze tijden zijn in Gods hand. Eenmaal komt er een einde aan onze tijden. Ze hebben een begin en een einde. En wanneer wij sterven, is de dood nog het einde niet, maar wacht er nog een moment aan het einde van de tijden. Daar spreekt Gods Woord over in Openbaring, het laatste boek van de Bijbel, en ook in het laatste hoofdstuk. Dat is heel indringend. Christus komt wéér. We horen dat vanmiddag ook in de belijdenis van de kerk. We hebben het beleden in de Twaalf Artikelen van het Geloof, dat Christus wéér zal komen.

Wij geloven dat Hij weerkomt om te oordelen de levenden en de doden.

En het is dát geloofsartikel dat ook doorklinkt in het slot van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

 

Geloven wij het? Het staat hier! Ten laatste geloven wij.

Dat kun je zómaar zeggen, als iemand je iets vraagt: 'Ga je vanmiddag dit of dat doen?' Dan kun je zeggen: 'Ja, ik geloof het wel, of is het morgen?' Dan weet je het niet zo zeker.

Maar dit is een geloven met vastheid. Dat is een ander geloven. Wij geloven.

Ieder mens heeft wel een geloof. Er zijn mensen die zeggen: 'Ik geloof aan niets.' Maar dat is niet waar. Als je zegt dat je nergens aan gelooft, dan is dát je geloof; dan houdt je je vast aan niets, dan heb je helemaal niets.

Wij geloven. We geloven dat de dingen om ons heen bestaan. We geloven dat ze werkelijkheid zijn. We geloven dat de Heere bestaat. Het geloof is een bewijs van de dingen die wij niet zien.

Wij geloven dat deze wereld voorbij gaat; en daar is ook niet zo heel veel voorstellingsvermogen voor nodig. Je kunt aan alles merken dat er maar iets hoeft te gebeuren en alles staat stil. Er waart een virus rond, en de samenleving is verlamd. Dan raken de treinen leeg, de straten, veel winkels en de scholen… alles leeg. En dan stromen de ziekenhuizen vol. Volgestroomd met mensen die vechten voor hun leven.

Bedrijven hebben het heel moeilijk en kwekers zien hun verse producten rijp worden, zonder dat er een koper voor is.

Daar kun je zó van schrikken, dat je denkt: Laat ik daar maar niet teveel aan denken, laat ik maar afleiding zoeken. Je kunt er onrustig van worden als je het nieuws van dag tot dag en van uur tot uur gaat volgen. Wat is er nu gaande in de wereld om mij heen?

 

Gemeente, het heeft wel te maken met wat onze Belijdenis hier zegt: ten laatste geloven wij.

Wij hoeven niet precies te duiden wat deze ontwikkelingen zijn, maar we mogen wel belijden dat de tijden in Gods hand zijn. Zijn macht spreekt, ook in deze gebeurtenis.

Ik weet dat ook veel jongeren met die vraag zitten: Wat betekent wat hier gebeurt om ons heen? Dat alles zo in één keer stilvalt, is dit een teken van het einde?

Onze Belijdenis spreekt nu over hóe dat einde is. Ook in ons eerste punt. Houd die vraag nog maar even vast: Is wat nú gebeurt, een teken van het einde?

 

Het mag ons wel opvallen dat onze Belijdenis vooral op twee dingen onze aandacht wil vestigen. Het eerste is: de tijd wanneer het precies gebeurt, is bij de Heere bekend, Hij weet het! En het tweede is dat onze belijdenis benadrukt Wie er dan komt!

Dus je mag je vanmiddag wel afvragen: Is wat er nu gebeurt, een teken van de tijd dat de Heere Jezus terugkomt? Maar onthoud dan wel dat onze Belijdenis ons vooral twee dingen wil zeggen.

Wanneer het gebeurt, weet de Heere. Hij weet het! En ook Wie er dan komt, weet de Heere.

 

Wanneer komt Christus terug? Op de tijd van de Heere verordend. Onze tijden zijn in Gods hand. Die liggen vast in de eeuwigheid, die geen bodem en geen stranden heeft. Geen bodem, ze is onpeilbaar diep. Geen stranden, ze is onmetelijk. Gods eeuwigheid …, daar liggen onze tijden in vast.

De Heere heeft in Zijn raad ook het tijdstip verordend dat Christus wéér zal komen om te oordelen. De Heere weet het. En Christus raadt ons dringend aan om op de tekenen te letten.

Welke zijn dat? We lezen in Mattheüs over de voetstappen van de Heere Jezus: Ik zal terugkomen! Let dan op! Welke tekenen?

Dat de liefde van velen zal verkouden. Dan zie je niet meer om naar iemand anders, dan denk je alleen maar aan jezelf. Wat is dat sterk doorgedrongen in onze samenleving. Maar - en dat vind ik wel opmerkelijk - je mag nu ook wel zien dat er toch veel mensen zijn die iets proberen te doen voor anderen. Voor ouderen een boodschap of een belletje; dat kán nog, dat mag er gelukkig ook zijn. Maar we zien in het algemeen in onze maatschappij wel dat keiharde, dat alleen maar op jezelf gericht zijn. Dat bezet het hart van velen in deze tijden, in deze wereld. En dat dringt ook door bij kerkmensen. Dat is een teken van Zijn wederkomst.

Daarnaast zijn er de tekenen van pestilentiën en ziektes. Er zijn ook oorlogen, en geruchten van oorlogen. Wie merkt het op? En nu is het waar: door de tijden heen zijn er perioden geweest dat Gods Kerk gedacht heeft: Nu is dat ogenblik.

 

In de zesde en de zevende eeuw, toen de golf vanuit de Islam de christelijke wereld overspoelde, hebben veel christenen dat gedacht. In de tijd van de vervolgingen tijdens de Reformatie, toen ook Guido de Brès leefde, hebben velen dat gedacht. Ze hebben de tekenen gezien, ze hoorden de voetstappen. Is dit dan het moment?

En juist in zo'n tijd - een tijd die in sommige opzichten lijkt op de tijd waarin we nu leven - benadrukt Guido de Brès: let op Gods voetstappen, God weet de tijd! Maar wees vooral voorbereid!

 

We hoeven niet te rekenen wanneer het precies zal zijn. Wij moeten wel rekenen met onze vergankelijkheid. God weet wanneer! Wanneer dan? Als het getal der uitverkorenen vol zal zijn. Dat is: als de Kerk die toegebracht zal worden, door een waar geloof in Christus geborgen is. Als het Woord gekomen is tot aan de einden der aarde en allen zijn toegebracht, als hun getal vol is. Ja, dan! Dán zal Hij komen. Onverwacht. Waak! Let erop.

 

Op je telefoon kun je een alarm zetten; misschien was het vanmorgen wel nodig om er op tijd bij te kunnen zijn, om op tijd te kunnen inloggen op de kerkdienst. Daar kun je een alarm voor zetten.

Wij geloven dat de Heere Jezus weerkomt. Het precieze tijdstip weten wij niet. En juist daarom is de raad van de Heere Jezus Zelf: 'Waakt!' Om elke dag een alarm te zetten en te onderzoeken: ben ik bereid wanneer Hij vandaag terug komt? Ben ik er klaar voor om Hem te ontmoeten?

Joseph Alleine, een Engelse puritein, heeft een boek geschreven met de titel 'Het alarm der zondaren'.

Een alarm om elke dag te zetten: ben ik er klaar voor om de Heere te ontmoeten?

Let op Zijn voetstappen! Laten we ons verootmoedigen!

 

Wie komt er? Dat is het tweede dat Guido de Brès benadrukt. En het antwoord is:

Onze Heere Jezus Christus zal uit de hemel weerkomen, lichamelijk en zienlijk, gelijk Hij opgevaren is met grote heerlijkheid en majesteit.

Wie komt er terug? De Heere Jezus! Zoals Hij opgevaren is. Hij is opgevaren en de discipelen zagen Hem gaan. Ze hieven hun hoofden omhoog en ze zagen die doorboorde handen, zegenend. Ze zagen Zijn doorboorde voeten, totdat een wolk Hem wegnam. Zo is Hij weggenomen. Hij zal wéérkomen op de wolken; en zoals Hij heengegaan is op een wolk, zo komt Hij ook terug. Op de wolken! En iedereen zal Hem zien. Lichamelijk. Zo is Hij heengevaren, en zo zal Hij ook terugkomen! Lichamelijk, zichtbaar, zienlijk staat hier, zal Hij terugkomen.

De ene helft van de aarde is in het licht van de zon; dat is nu onze helft. Op de andere helft van de aarde is het nu avond of nacht. Maar toch zal ieder Hem zien. Waar het nacht is, zal het als de dag zo licht zijn, zodat ze Hem kunnen zien. Overal tegelijk! Dan kun je je afvragen: Hoe kan dat?

Vroeg jij je een maand geleden af hoe het ooit zou kunnen dat één klein virus eerst China, daarna Europa en nu ook Amerika helemaal stillegt? Zou de Heere dan niet zó kunnen terugkomen zoals Hij er van spreekt in Zijn Woord? Weerkomende op de wolken. Alle oog zal Hem zien, ook van degene die Hem doorstoken heeft. Zoals Hij opgevaren is, komt Hij terug. Met grote heerlijkheid en majesteit.

Dat is anders dan toen Hij omging op aarde. Voordat Hij stierf toen was Hij een Man van smarten.

In die laatste uren op de kruisheuvel Golgotha was Zijn aangezicht geschonden. Hij was geslagen in het huis van de hogepriester, en doornen hadden Zijn gezicht verwond. Soldaten hebben Hem bespot in het rechthuis, en omstanders onder het kruis. Ieder kon zomaar met Hem spotten. Maar op de grote dag van Zijn tweede komst niet meer. Wie dan nog nooit gebeden heeft, zal bidden: 'Bergen val op ons, heuvelen bedekt ons.'

Maar dan is het te laat. Onder die hemelse majesteit en heerlijkheid zal niemand kunnen bestaan, dan alleen zij die in Hem geborgen zijn.

 

Onze Heere Jezus Christus … Onze … dat wijst op een persoonlijke band met deze Zaligmaker, met Hem Die dood was en levend is geworden. In Openbaring 1 heeft Johannes Hem gezien. Hij was dood, maar Hij is door de dood heen opgestaan.

Waarom? Tot eer van Zijn Vader, tot zaligheid van Zijn Kerk, die levend gemaakt is door deze Zone Gods. Zij zullen Hem zien, die Zijn stem hebben gehoord. Hij trok hen immers Zelf in Zijn opzoekende liefde, en Hij bracht hen aan Zijn voeten. Dan moet de dood wijken.

Ze waren gebeten door de slang uit het Paradijs, met een dodelijk gif in hun leven, in hun lichaam. Ze moesten ervaren ten dode te wankelen, maar ze hebben Zijn stem gehoord. Ze hebben Hem in dit leven leren kennen als hun Redder.

Hij wilde als de koperen slang verhoogd worden, om ieder die zich kent als een gebetene door de zonde tot aan het uiterste einde van het kamp het leven te geven. Ieder die zo op Hem ziet, op deze koperen slang, al is het van heel ver, al is het met gebroken ogen, zal leven. Als u op Hem mag zien Die daar hing om Zijn leven te geven, o dan zult u Hem zien als uw Redder en Verlosser. Dan zullen we mogen zeggen: 'Onze Heere Jezus Christus.'

 

Er zullen er zijn die zeggen: Wanneer heb ik Hem dan werkelijk gezien? Hij sprak tot Zijn discipelen: 'Jullie zijn rein. Eén niet, elf wel.'

En die elven vroegen onderling toen Hij sprak, iets later die avond, dat één uit hen Hem zou verraden: 'Ben ik het?'

Wat wisten ze nog weinig en wat sloeg het naar binnen. Maar Hij wist het. Ze waren gereinigd door bloed; zo had Christus in de Paaszaal tot hen gesproken. Dat bloed had Zijn ware discipelen gereinigd. Maar de kracht daarvan was hun nog zo onbekend. Ze wisten nog zo weinig daarvan. En toch gold al: als de Engel des verderfs voorbijkomt, en wanneer Die het bloed ziet, dan zal het zwaard van wraak voorbijgaan. Wanneer Ik het bloed zie, zal Ik ulieden voorbijgaan.

Maar in dat laatste uur met Zijn discipelen beloofde Christus ook de troost van dat bloed. Ik zal u een andere Trooster geven, Die zal het uit het Mijne nemen en het u schenken. Christus toonde Zich hun Redder, en heeft hun harten getroost met Zijn Evangelie.

 

Ze hebben Hem in dit leven als hun Redder leren kennen, om Hem straks als Rechter te kunnen ontmoeten. Die Zich verklaren zal een Rechter te zijn over levenden en doden.

Als Hij weerkomt, is de genadetijd voorbij. Gemeente, nú komt Hij nog als Redder. Ons teksthoofdstuk sprak daarvan. De Kerk verlangt naar Zijn komst. 'Kom! Kom Heere Jezus!'

Bent u bereid om Hem te ontmoeten? En als dat nog niet het geval is, gemeente, luister dan naar die laatste nodiging in openbaring: 'Die dorst heeft, kome! en die wil, neme het water des levens om niet.' Hij Die terugkomt als Rechter, wil nu nog Redder zijn.

 

2. Het laatste oordeel

Ten laatste geloven wij …  Als laatste artikel. Dat betekent niet dat het het minst belangrijkste artikel is. Het gaat over de laatste dingen van deze wereld. Hij komt! Met gevolgen voor deze oude wereld.

Deze oude wereld in vuur en vlam zettende om haar te zuiveren.

Er is alle reden om je bezorgd te maken over de wereld. Dat doen ook veel mensen. Je kunt je zorgen maken over ontwikkelingen op zedelijk gebied, op ethisch gebied, in de wereld om ons heen. Daar is zoveel reden toe. Je kunt je zorgen maken over de schepping die bedreigd wordt, wat zichtbaar wordt in de klimaatverandering.

En wat betekent dat voor deze wereld? Er is reden om je zorgen te maken als je ziet dat we veel minder koude winters hebben dan vroeger. Je kunt je zorgen maken als er een virus, een heel klein virus uit China in een mum van tijd Europa en Amerika en Afrika bereikt, ja de hele wereld. Er is alle reden om je zorgen te maken over deze oude wereld. Nu zegt Gods Woord hier, en de belijdenis spreekt het na wat Petrus heeft opgeschreven, dat deze oude wereld voorbij zal gaan. In vuur en vlam zal hij worden gezet.

Niet meer door water; nee, de wereld zal vergaan door vuur. Ze zal gezuiverd worden; de Heere zal een nieuwe wereld geven. Gezuiverd door vuur. Er is reden om ons zorgen te maken over de oude wereld. Maar weet dat er een nieuwe wereld zal komen, als de oude gezuiverd is door vuur. Daar gaat de Heere voor zorgen.

Er is alle reden om ons zorgen te maken over de wereld, de wereld om ons heen waar wij onderdeel van uitmaken. Maar weet dit: de Heere gaat zorgen voor een nieuwe wereld. En wat de Heere gaat doen - daar hoeven wij ons geen zorgen over te maken. Die wereld zal volkomen en nieuw zijn. Laat dat aan de Heere over.

 

Er is iets om ons heel veel zorgen over te maken. En dat is waar ons tweede aandachtspunt zoveel nadruk op legt. Wees bij alle zorgen om wat er gebeurt, vooral hierom bezorgd: Alsdan zullen [wij] persoonlijk voor deze grote Rechter verschijnen. Wie komt er terug? Jezus! Dan niet meer als Redder, maar als een grote Rechter; met majesteit en in heerlijkheid. Mannen zullen daar staan en vrouwen, en we lezen ook kinderen, van het begin van de wereld af . Adam en Eva, ook Abel, die zo jong al gestorven was. Kaïn, ja iedereen zal er staan. Ook Poetin en president Xi. Iedereen zal daar staan. Persoonlijk!

Dus dan kun je je niet meer achter iemand verstoppen die groter is dan jij. Persoonlijk! Dan kun je denken: Van het begin van de tijd af  - hoe kan dat? Maar dat is net zo'n vraag als: hoe kan het nu dat iedereen op de wereld de Heere Jezus op hetzelfde moment zal zien?

Hoe kan het nu dat ál die mensen, die geboren, gestorven zijn daar zullen staan? Hoe kan dat? Nogmaals, waar één virus in een maand zoveel kan doen, zou dit dan voor de Heere te wonderlijk zijn?

Ze zullen er staan, hun zielen samengevoegd en verenigd met hun eigen lichaam waarin ze geleefd zullen hebben. En dan worden ze geroepen, er staat: gedagvaard.

Dat gebeurt als een rechter iemand wil spreken. Als de rechter zegt: ik ga in uw zaak een vonnis vellen, ik wil u spreken opdat ik mijn oordeel kan vormen. Ik zie wat de feiten zijn, maar hebt u daar wat van te zeggen? Dan krijg je een brief thuis: dan en dan wordt u verwacht op de rechtbank.

 

Maar hier is er geen tijd om je er op voor te bereiden, dat is voorbij. Gedagvaard! En hoe dan? Door de stem des archangels. Dat is een aartsengel. Een engel die een belangrijke positie heeft binnen het legioen van de vele, hemelse heerscharen, de hemelse legers. En die zal met een grote stem spreken door het geklank van de bazuin Gods.

Je kunt je niet verstoppen. Je kunt niet zeggen: Ik heb het niet gehoord. Het zal zó indrukwekkend zijn! En alle mensen zullen daar dan staan. Je ziel verenigd met je lichaam, ook als dat lichaam al heel lang geleden gestorven is. Begraven of verbrand, of uitgestrooid over de oceaan. De Heere zal het toch samenvoegen met de ziel. En dan zullen mensen daar staan, gemeente!

Jongens en meisjes, jouw lichaam is belangrijk! Je moet niet denken dat je lichaam geen betekenis heeft. Het christelijk geloof laat juist zien dat jij uniek bent en van grote waarde. Met jouw ziel, maar ook met jouw lichaam. Dat is van jou en niet van iemand anders. En daar op dat moment, zul je het ook weer terugkrijgen. Er zijn godsdiensten die daar zo anders over spreken. Die zeggen: Let maar op je ziel, en vergeet je lichaam! Of die zeggen: De ziel gaat van lichaam naar lichaam; soms naar een dier en soms naar een mens.

De Bijbel spreekt er anders over; die zegt: Je hebt één lichaam en één ziel! Jij bent van waarde, je lichaam is van waarde.

 

En, Kerk des Heeren, uw ziel mag binnengaan. Uw lichaam zal rusten als u sterft vóór de wederkomst van de Koning. En dat is het een vraag aan ons allemaal: Hoe zorgen wij voor ons lichaam?

Je mag best met je lichaam bezig zijn, maar bereid je je lichaam voor op dit moment? Of laat je je lichaam dingen doen die je daar helemaal niet mee kunt verenigen? Onthoud dan dat de Heere daarop zal terugkomen op deze dag waar de Bijbel van spreekt. 'Ik heb je zo'n kostbaar lichaam gegeven, hoe ben je daarmee omgegaan? Een kostbare ziel, heb je er voor gezorgd?'

Kerk des Heeren, uw ziel zal binnen mogen gaan!

 

Guido de Brès  heeft dat ervaren. Het was 1567. Hij was al lange tijd in de gevangenis. Het was de laatste zaterdag van mei. En die nacht had hij te horen gekregen: Dit is het einde. Wij geloven in de laatste dingen. Dit is het einde, Guido de Brès! En dan spreekt hij enkele uren later zijn medegevangenen aan. Hij zegt hoe goed de Heere voor zijn ziel zal zorgen. Hij zegt dat hij nu genodigd is voor de bruiloft van het Lam. En dat hij nu dáár mag komen, waar het Lam voor altijd met Zijn Kerk een maaltijd viert.

Nog een ogenblik en dan zal ik vol blijdschap zijn, dan zal mijn ziel mogen deelnemen aan die maaltijd  en ik zal Hem zien van aangezicht tot aangezicht, zonder afstand. Deelnemen aan dat hemelse banket!

En toen Guido de Brès binnenkwam, toen was er zoals Rutherford zegt, een zachte doek om alle tranen van zijn ogen af te wissen. Beulen hebben geprobeerd zijn lichaam te beschadigen. Maar straks zal dat lichaam met zijn ziel verenigd worden. Maar nóg is het einde niet. Nóg is het tijd!

Wie onbekeerd is - dat hij zich bekere. Laten we ons tot deze Koning richten. Laten ook Gods kinderen dat doen, die deze Koning kennen mogen.

 

Gemeente, laten we zingen, en wel van Psalm 94 het achtste vers.

 

De HEER' zal, in dit moeilijk leven,

Zijn volk en erfdeel nooit begeven;

Het oordeel keert, vol majesteit,

Haast weder tot gerechtigheid;

Al wie oprecht is van gemoed,

Die merkt het op, en keurt het goed.

 

Gemeente, we staan vanmiddag stil bij het einde van de tijden. We hebben gelet op de wederkomst van onze Heere Jezus Christus. We staan nu stil bij het laatste oordeel.

 

Allen gedagvaard. Iedereen? Ja, zij die dan leven, maar ook al degenen die al gestorven zijn. Mensen die dan leven, zullen niet sterven als de anderen, maar in één ogenblik veranderd worden. Dat staat in Thessalonicenzen. En dan? Iedereen is gedagvaard, maar wat zal er dan komen?

Dat is het tweede waarbij we in dit aandachtspunt stilstaan. Dan zullen alle mensen geoordeeld worden. En hoe gebeurt dat dan? Dan zullen de boeken open gaan, waarin alles is geschreven. Wij hebben ook boeken, soms boeken vol herinneringen. Je houdt fotoboeken bij, op de computer of je laat foto's maken, printen, en plakt ze in. En dan blader je zo'n fotoboek soms nog eens door op een moment dat je als gezin samen bent. 'Weet je het nog?' De boeken zullen geopend worden. Weet je het nog? In zo'n fotoboek staan juist de bijzondere dingen en de mooie dingen.

Er was een koning die op een nacht niet kon slapen. Koning Ahasveros in het boek Esther. En toen liet hij de boeken brengen. Wat voor boeken? Boeken waarin gesproken werd over zijn koninkrijk. Over hóe hij koning was geweest. Liet hij dan alle slechte dingen ook opschrijven? Nee, alleen waar hij er mooi van af kwam.

 

Hoe gaat het hier? De boeken zullen geopend worden. Welke boeken? Geen fotoboeken! Geen dagboeken waarin je alleen maar een mooi beeld van jezelf schetst … maar de boeken van je geweten.

Geweten. Daarin klinkt door dat je iets weet. Het kan echter zijn dat je het je niet meer herinnert. Maar dán wel. Dingen van heel vroeger zullen dan terugkomen. Voor aardse rechters klinken soms excuses, zoals: Ik kan het me niet herinneren. Of: Ik wist niet dat het niet mocht, iedereen deed het.

Maar dán zeggen we dat niet. Ons geheugen is maar gebrekkig. Het herinnert zich niet alles. We noemen het ook wel selectief, we willen vooral de mooie dingen herinneren, waar we zelf het beste van afkomen. Er is al zoveel moeilijks in de wereld. Maar dán lukt dat niet meer. Dan ligt alles open voor de Heere. Je geweten als een open boek. En dan vraagt de Heere: Dáár, op die bladzijde, hoe is dat?

Alle mensen zullen rekenschap geven van alles wat ze gedaan hebben, goed of kwaad. Persoonlijk voor God. Alle ijdele woorden; dat zijn lege woorden. Maar je mag toch wel een grapje maken?

Dat zegt de belijdenis niet, maar pas wel op hoe je je woorden gebruikt. En ook over díe woorden moet je verantwoording afleggen. Je kunt iemand kwetsen, misschien onbedoeld, met een grapje, maar het is wel gebeurd. Iemand zei eens van een andere persoon, die sorry over zoiets zei: 'Je hebt het wel gezegd en nu heb ik er last van.' Maar dán zal de persoon die het gezegd heeft, er zelf last van zal hebben.

 

IJdele woorden en die de wereld niet anders dan voor kinderspel en tijdverdrijf houdt. Alles zal openliggen voor God. Ja, hoe moet je dan je tijd doorkomen? Als je niet met je vrienden om kunt gaan? Als u niet uw familie kunt bezoeken. Als je alleen maar een scherm hebt om nog met elkaar contact te hebben. Wat moet je dán doen? Kinderspel en tijdverdrijf. Filmpjes met alleen maar lege dingen. Ik las: 'Netflix doet hele goede zaken deze weken'. Beeld na beeld, en kunt u dat, kun jij dat verantwoorden? Wat gebeurt er wanneer je alleen maar een wereld ziet van ijdele woorden en ijdele beelden? Hoe vaak komt de Heere daarin voor? Hoe vaak roept een filmbeeld u op om de Heere te zoeken? Dat moet u zich nú, op dit moment afvragen en voor de Heere verantwoorden.

Want eenmaal komt er een moment dat de Heere het u vraagt. En als u merkt: het is niet alles wat mij op de Heere richt, het trekt mij juist van de Heere af … wanneer zet u daar dan een punt achter? Er zit toch een knop op je scherm? Wanneer gebruikt u die, en gaat u uw tijd gebruiken om de Heere te zoeken?

Kinderspel en tijdverdrijf. Maar als de wereld binnenkomt in ons denken en in ons hart, en als alleen het 'hier en nu' ons opslokt, dan vraag ik u: Wat moet de Heere nog meer doen om ons werkelijk stil te zetten?

Als u zegt: Ik moet toch wát doen, vraag ik u: Wat moet de Heere nog méér doen om u te vragen Hem te zoeken?

U moet straks voorbereid zijn op de vraag die Hij zal stellen: Waar was u toen, waar was u toen mee bezig?

Lege beelden, lege woorden. Het is net als een spinnenweb, je veegt het opzij en het is niks meer, het heeft geen betekenis, geen inhoud.

 

Moet het zó scherp deze middag? Hoe wilt u het anders, gemeente?

De Heere vraagt mij om u en ook mijzelf eerlijk te behandelen. Op díe dag zal Hij rekenschap vragen van wat ik u gezegd heb en wat u met Zijn Woord doet. Dan kunnen we er ten diepste maar op twee manieren mee omgaan. De eerste is die van de struisvogel. Dat is een dier met lange poten en een scherpe snavel. Die ziet gevaar. Wat doet hij dan? Hij graaft een gat in de grond en dan steekt hij zijn kop in dat gat. Op dat moment ziet hij het gevaar niet meer. Dat kunt u in figuurlijke zin ook doen, en dan denkt u dat het gevaar u ook niet ziet. Maar dat is dwaas. De Heere waarschuwt ons allemaal vanmiddag. Wij allen zullen geopenbaard worden voor Gods rechterstoel. Dat is een werkelijkheid waar we onze ogen niet voor kunnen sluiten. Dan niet meer.

Hoe is die andere mogelijkheid? Gemeente, bekeer u en leef! Laat dan af van dat werk van Openbaring 22:15, waar gesproken wordt van de honden, de tovenaars, de hoereerders, de doodslagers, de afgodendienaars. Ieder die de leugen liefheeft: bekeer u daarvan en wend u naar Mij toe, zegt de Heere. Die dorst heeft kome, en die wil, neme het water des Levens om niet.

Nóg is het genadetijd.

 

3. Wel of wee

Dát is de ernst van de prediking. Dat is het altijd, wel of wee. Een wel voor de rechtvaardige en een wee voor de goddeloze. In het einde van de tijden komt het daar zo op aan. De gedachtenis van dit oordeel is met recht schrikkelijk en vervaarlijk voor de bozen en goddelozen. Dus: op die dag blijkt er een groot verschil tussen mensen. Met de rechtvaardigen zal het wél gaan, voor de goddelozen is er wee. Zijn de rechtvaardigen dan beter? Nee, en toch is deze dag wenselijk en troostelijk voor de vromen en de uitverkorenen. Dat zijn de mensen die door de Heere zijn uitgekozen en opgezocht. Zij zijn door God uit de zonde geroepen. Door God veranderd, door God vernieuwd, door God aan Christus verbonden. Dat is door genade, genade alleen. Door het wonder heen. Dat wil de Heere nóg werken. Nú nog wel. Nu wil Hij er nog om gezocht, om gevraagd worden. Maar dan niet meer.

Wij geloven ten laatste. Opvallend is dat artikel 37 hier spreekt over het einde vanuit een bepaald gezichtspunt. We zien het vanuit het oogpunt van de vromen en uitverkorenen. Zij kennen de Heere Jezus als hun Zaligmaker. Het zijn mensen met een nieuw hart en een nieuw leven. Vanuit hun oogpunt horen we hoe het verder zal gaan op die dag. Eeuwig wel of eeuwig wee.

 

En dan zegt het artikel daar drie dingen over, vanuit hun oogpunt. De vromen zullen drie dingen zien, namelijk dewijl alsdan hun volle verlossing volbracht zal worden en zij aldaar zullen ontvangen de vruchten van de arbeid en de moeiten die ze gedragen hebben. Hun onnozelheid, (hun onschuld) zal door allen bekend worden.

Het eerste is dat hun verlossing volbracht is. Ze ontvangen daar loon op hun arbeid. En hun werken volgen met hen. Maar Heere, wanneer heb ik dan werk voor U gedaan? Toen u een beker koud water gaf voor de armen, voor de minsten. Dat kleinste deed u in Mijn Naam. Dat was uit de kracht die Ik gaf. Dat is een werk waar Ik u voor wil belonen, niet naar verdienste, maar uit genade.

Want het is genade. Alsdan zullen ze tot hun volle verlossing volbracht worden. Volle verlossing.

Alweer: die verlossing mag de Kerk aan de Heere overlaten. Dan komt het wel goed met wat Hij doet. Een volle verlossing, hier nog zo onvolkomen, maar straks volmaakt.

 

Guido de Brès schreef het op 12 april 1567 aan zijn vrouw. Toen was zijn verlossing aanstaande. Nog zo'n anderhalve maand. Toen besefte hij hoe weinig hij nog wist van die verlossing. Hij sprak: 'Ik heb er over gepreekt, in die grote prachtige kerk in Valenciennes, ik heb er over gesproken over het dienen van de Heere Jezus. Over het komen tot Hem, over het getrokken worden uit duisternis tot wonderbaar licht. Ik heb er over gesproken, maar zó gebrekkig.' En dan schrijft hij aan zijn vrouw: 'Ik sprak in mijn prediking als een blinde die over kleuren spreekt.' Hij bedoelt er niet mee dat het niet waar was, maar het was nog zo onvolkomen.

In de gevangenis heeft hij veel geleerd van de 'kleuren' van die verlossing: 'Het is nu alsof de Geest van God mij iedere dag drijft tot die gemeenschap met mijn Borg, Christus Jezus.' Het is Gods Geest, Die hem iedere dag wapent tegen de tegenstander. Een tegenstander die met felle wapens Guido de Brès moedeloos probeert te maken.

 

Maar dán zal het volkomen zijn. Een volkomen verlossing, een volle verlossing. Hier op aarde wordt er nog maar weinig van gekend. Het is hier nog een worstelende Kerk. Is het waar in mijn leven? Ik ben zo gebrekkig.

Het is hier een Kerk die weer de strijd ingaat. Maar dán zullen ze hun volle verlossing ontvangen. Hier op aarde mochten ze leven vanuit het kapitaal dat boven is, dat Christus verdiend heeft. Daarvan wil Hij hier op aarde al wat schenken, maar dán zal er een delen in de volle erfenis zijn. Dat is het eerste wat ze zien mogen: dat hun verlossing volbracht is.

 

Maar ze zullen méér zien; en dat is heel indringend, gemeente.

Dan zullen de vromen, Gods kinderen, de vreselijke wraak zien van God tegen de goddelozen, die hen getiranniseerd hebben. Bijvoorbeeld in het leven van Guido de Brès met zijn handen in het ijzer, om zijn polsen. En hij schrijft het in die brief aan zijn vrouw, het ging tot zijn botten. Ontvelde polsen, iedere beweging doet dan pijn.

Getiranniseerd, verdrukt en gekweld. Andere voorbeelden.

Christenen in zeecontainers in Eritrea, in de brandende zon. In strafkampen in Noord-Korea. Met heel weinig eten, en slaag. Verdrukt en gekweld. En dan tóch bidden voor je vervolger: 'O Heere, bekeer ze!'

Maar op die laatste dag houdt dat gebed op. Hier op aarde bidt de kerk soms voor overtreders. Waarom? Omdat zij een Koning in de hemel heeft Die voor overtreders gebeden heeft. Gods kind weet: ik ben niet beter dan mensen om me heen.

Maar op de laatste dag stopt dat gebed. Het oordeel keert dan weer tot gerechtigheid. En wie het ziet - hier op dat laatste moment van de tijd van de wereld, het einde van alles, van de oude wereld - wie het ziet met de ogen van de vromen, keurt het goed. Heere, het is rechtvaardig wat U doet! Het zou rechtvaardig zijn als U mij had weggedaan; het is goed wat U doet!

Dat is indringend gemeente. Dan valt u aan Gods kant. Dat kan hier op aarde niet, dan kun je het vlees niet loslaten, dan heb je niemand over voor het verderf. Als het goed is, is dat ook de nood van Gods kinderen. Dan hebt u een gebed voor mensen die nog buiten Christus zijn; en een gebed of de Heere Zijn Kerk bouwt onder jongeren, onder ouderen. Maar dán is er het eens zijn met de Heere

 

Wat zullen ze nog meer zien? Dat is het derde. Gekroond worden met heerlijkheid en eer. Ze hebben de volkomen verlossing mogen zien, ze hebben de kroon gezien en op zich af zien komen. Maar nu zullen ze de kroon mogen ontvangen van heerlijkheid en eer. De kroon van Koning Jezus.

Weet u wie die kroon al draagt? Dat is Stéfanus. Zijn naam is: gekroonde. Zijn ziel draagt die kroon al! Maar dan zal ook zijn ziel met het lichaam verenigd worden, zijn door stenen gepijnigd lichaam. Zijn lichaam zal verenigd worden met zijn ziel, en dan zal hij deze kroon ontvangen voor lichaam en ziel beide. Stéfanus en Paulus. Petrus en Johannes. En Maria, met Maria Magdalena. Uit alle geslachten en natiën en tongen zullen ze Gods naam belijden voor God, Zijn Vader, de Vader van de Heere Jezus Christus en Zijn uitverkoren engelen.

 

Tranen afgewist. En iedereen zal het kunnen zien. Hun zaak, die nu door rechters en overheden, ook die van Guido de Brès, als goddeloos is veroordeeld, zal dan blijken een zaak van de Zoon van God te zijn. Guido de Brès heeft mogen ingaan door de hemelpoort, en zijn ziel mag genieten van het hemelse banket van de Bruidegom, Christus Jezus. Maar dan is er nooit meer afstand. Dan is er altijd nabijheid tot Hem Die de Liefste is van hun ziel.

 

Dat geldt voor allen die Christus hier op aarde mogen leren kennen, al is het maar van verre, al is het maar met een draadje van geloof. Het gaat om een waar, door God geschonken geloof. Voor hen is er dan altijd nabijheid, nooit meer duisternis, nooit meer een wolk. Dan is er ontmoeting, dan is er zaligheid. Dan is het eten uit wat Hij verdiend heeft van een spijze die nooit vergaat.

Dan is Hij als de Roos van Saron, zo lieflijk in Zijn geur. Dan is Hij als de Lelie der dalen in Zijn volkomen verlossing, zo blank, zo zondeloos. Dan is Hij rood als die roos, in het bloed dat rein wast. Dan is Hij blank in de vrede die Hij aanbrengt. Dan is Christus alles, voor Guido de Brès, voor heel Zijn Kerk, voor Zijn Bruidskerk. En dan zal God zijn alles en in allen. Dan keert alles terug waarmee ook de Nederlandse Geloofsbelijdenis begon: God in de hemel in Zijn volkomen heerlijkheid. In Zijn eigenschappen, zó zuiver, zó heilig, zó heerlijk! God Die het zó waard is volkomen gediend te worden. Dan mag de Kerk de kroon neerwerpen voor de troon van God en het Lam en het lied zingen met duizenden, duizenden engelen. Voor God en het Lam. Bent u daarbij?

 

Eeuwig wel of eeuwig wee. Wat is onze toekomst? Zijn we bereid? Let op de voetstappen! Je kunt merken aan wat er gebeurt op aarde dat God Zijn voetstappen zet. Of dit het einde is, weet de Heere. Door vele verdrukkingen zal Zijn Kerk ingaan.

We hebben het nog zó goed, gemeente! We hebben nog zoveel vrijheid, ook al kunnen we nu niet in Gods huis samenkomen. Maar tóch, we mogen verbonden zijn met elkaar. Er is geen verdrukking omdat wij het geloof belijden. We hebben het nog zo goed. Wat moet de Heere nog méér doen om ons aan Zijn voeten te brengen?

Maar wat een wonder. Jezus knielde aan de voeten van hoogmoedige discipelen. Nog is het niet te laat. Als u Hem niet kent, is er vandaag het alarm voor een verloren zondaar. Bekeert u en leef!

Als u mag weten van deze Dienaar, Die Zich in de voetwassing zo laag vernederde, val dan aan Zijn voeten en smeek om genade, om onderwijs.

 

Hoort u de stem van uw Liefste? Eenmaal zal er een binnen komen mogen zijn, waar er nu nog een uitzien is. Wat mag Guido de Brès daar rijk van spreken met dat ontroerende einde van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. We gaan ermee eindigen. Het gaat boven bidden, boven hopen, boven denken uit. Een heerlijkheid die in het hart van niemand ooit is opgekomen, onuitsprekelijk heerlijk. Onzeglijk schoon. Het gaat boven woorden uit. En daarom, om die heerlijkheid, die weggelegd is, verwachten wij die grote dag - van de wederkomst van Christus, van de volkomen verlossing - met een groot verlangen, om ten volle te genieten de beloften Gods. Het ligt vást in Zijn Woord, in Jezus Christus, onze Heere.

Amen.

 

We zingen ten slotte Psalm 36, het tweede vers:

 

Uw goedheid, HEER', is hemelhoog;

Uw waarheid tot den wolkenboog;

Uw recht is als Gods bergen;

Uw oordeel grond'loos; Gij behoedt,

En zegent mens en beest, en doet

Uw hulp nooit vrucht'loos vergen.

Hoe groot is Uw goedgunstigheid!

Hoe zijn Uw vleug'len uitgebreid!

Hier wordt de rust geschonken;

Hier 't vette van Uw huis gesmaakt;

Een volle beek van wellust maakt

Hier elk in liefde dronken.