Ds. G.J. Baan - Mattheüs 26 : 31 - 35

Afspelen

Jezus en Zijn discipelen

5-4-2020
Ontrouwe discipelen (vs. 31)
Een getrouwe Jezus (vs. 32)
Overmoedige discipelen (vs. 33-35)
Een ootmoedige Jezus (verraden, verloochend, verlaten)

MattheĆ¼s 26 : 31 - 35

Mattheüs 26
31
Toen zeide Jezus tot hen: Gij zult allen aan Mij geergerd worden in dezen nacht; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen der kudde zullen verstrooid worden.
32
Maar nadat Ik zal opgestaan zijn, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
33
Doch Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Al werden zij ook allen aan U geergerd, ik zal nimmermeer geergerd worden.
34
Jezus zeide tot hem: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij in dezen zelfden nacht, eer de haan gekraaid zal hebben, Mij driemaal zult verloochenen.
35
Petrus zeide tot Hem: Al moest ik ook met U sterven, zo zal ik U geenszins verloochenen! Desgelijks zeiden ook al de discipelen.

Delen & Download

Download preek