Ds. W.A. Zondag - Lukas 23 : 39 - 43

Afspelen

Drie kruispalen op Golgotha

Lukas 23
10-4-2020
Een plaats van verharding
Een plaats van berouw
Een plaats van ontferming
Liturgie: Psalm 68: 10 Lezen: Lukas 23: 32-49 Psalm 22: 4, 5 Psalm 22: 13 Psalm 43: 4 Citaat: ‘Een wonderlijk schilderij waarlijk, die ons de Zoon van God doet voor ogen komen aan het kruis, met een bewijs van Gods aanbiddelijke rechtvaardigheid aan de ene, en met een spiegel van Zijn wonderlijke barmhartigheid aan de andere zijde’. A. Hellenbroek, Kruistriomf van Vorst Messias. NGB art. 26 (derde alinea): Indien wij nu een anderen middelaar zoeken moesten, die ons goedgunstig ware, wien zouden wij kunnen vinden die ons meer beminde dan Hij Die Zijn leven voor ons gelaten heeft, ook toen wij Zijn vijanden waren? En zo wij één zoeken die macht en aanzien heeft, wie is er die daarvan zoveel heeft als Degene Die gezeten is ter rechterhand Zijns Vaders, en Die alle macht heeft in den hemel en op de aarde? En wie zal eer verhoord worden dan de eigen welbeminde Zone Gods? Leestip: Matth. 10: 26-33 (Jezus belijden) Hebr. 12 (zien op de overste Leidsman) Gespreksvragen: 1. Waarom is het aannemelijk dat de kruisiging van Christus met twee moordenaars hoorde bij de tegen Hem gerichte aanklacht en spot dat Hij de koning van de Joden zou zijn? 2. Lees eens Matth. 27: 44: ‘En hetzelve verweten Hem ook de moordenaars die met Hem gekruisigd waren’. Mogen wij hieruit afleiden dat beide moordenaars aanvankelijk hebben gespot met de Heere Jezus? 3. Eén van de moordenaars blijft zich verharden. Wij noemen dit het oordeel van de verharding. Zó sterft hij. Kunnen wij als kerkmensen ook onder dit oordeel vallen? Lees eens Luk. 2:23. 4. Hoe komt het dat één van de moordenaars verandert? Wat zien wij bij hem veranderen? Ziet u de eigenschappen van de wedergeboorte terug? Lees eens Dordtse Leerregels hoofdstuk 3-4, art. 11: Voorts, wanneer God dit Zijn welbehagen in de uitverkorenen uitvoert, en de ware bekering in hen werkt, zo is het dat Hij niet alleen het Evangelie hun uiterlijk doet prediken, en hun verstand krachtiglijk door den Heiligen Geest verlicht, opdat zij recht zouden verstaan en onderscheiden die dingen, die des Geestes Gods zijn; maar Hij dringt ook in tot de binnenste delen des mensen met de krachtige werking van denzelfden wederbarenden Geest; Hij opent het hart, dat gesloten is; Hij vermurwt dat hard is; Hij besnijdt dat onbesneden is. In den wil stort Hij nieuwe hoedanigheden en maakt dat die wil, die dood was, levend wordt; die boos was, goed wordt; die niet wilde, nu metterdaad wil; die wederspannig was, gehoorzaam wordt; Hij beweegt en sterkt dien wil alzo, dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen. 5. Waarom is het gebed van de bekeerde moordenaar te vergelijken met Psalm 32: 5 en Psalm 51: 5, 6? Waarom waarschuwt deze moordenaar zijn voormalige ‘collega’? 6. Waarom getuigt de aanspreektitel die de moordenaar gebruikt (Kurios) van een groot geloof in de Heere Jezus? 7. De moordenaar vraagt om een gedachte. Is dat niet heel weinig? Vergelijk dat eens met Mark. 7:28 (gebed om een kruimel) en Matth. 8:8 (gebed om een woord). 8. Hoe is het met u? Mag u straks de tot bekering gekomen moordenaar in de hemel ontmoeten? Heeft u dan ook hetzelfde gebed en hetzelfde geloof in Christus? 9. Overdenk eens het volgende citaat: ‘Jezus wilde tussen twee moordenaars gekruisigd worden, opdat Hij ons brengen zou in het gezelschap van de engelen en zalige zielen. Jezus liet Zich hangen aan het kruis, opdat Hij aan het kruishout betonen zou, dat Hij gesteld was tot een Rechter van levenden en doden, aan Wie gegeven was alle macht in de hemel en op de aarde. Hij beklom de rechterstoel van het kruis tussen twee boosdoeners, opdat Hij aan de boetvaardige moordenaar het leven zou schenken, terwijl Hij de andere rechtvaardig in zijn zonden ter verdoemenis overgaf’. Aegidius Francken (1676-1743), Het kruis van Christus. Voor de kinderen: 1. De Heere Jezus werd gekruisigd met …….. moordenaars. Antwoord: a) een, b) twee, c) drie, d) vier. Welke is juist? 2. Een moordenaar is iemand die heel bewust (dus niet per ongeluk) iemand anders ………………………….. 3. Wat was het grote verschil tussen de gekruisigde moordenaars? Antwoord: de een bleef spotten en de ander ging …………………… 4. De ene moordenaar die berouw kreeg, bad de Heere Jezus of: a) hij van het kruis mocht worden verlost, b) de Heere Jezus in de hemel een keer aan hem wilde denken, c) hij nu even geen pijn meer hoefde te voelen. Wat is juist? 5. Wat was het antwoord van de Heere Jezus? Hij zei dat de moordenaar (niet of wel) bij Hem mocht komen in de hemel. Gedicht: Ik heb op Golgotha gestaan En zag 't gelaat van Jezus aan, Die men als een ellendeling Aan 't kruishout hing. Daar rees Zijn lichaam angstig bloot, Zijn ogen duistrend naar de dood, Handen en voeten smart-gekromd, De mond in droge dorst verstomd. Is dit een Heiland naar mijn wens, Een veeg en afgefolterd mens? En kan dit zwartgeronnen bloed Een balsem zijn voor mijn gemoed? Toen heeft mijn ziel tot U geschreid In grote godsverlatenheid: Heb met ons beiden medelij, O Heer, verlos Uzelf en mij. Toen doofdet Gij der zinnen schijn Als lampen die niet nodig zijn. En als een lauwe regen viel Uw bloed in mijn verlepte ziel. Toen zag ik, dwaze zwakkeling De Heer, Die voor de hemel hing, Die al mijn zonden en mijn smart Leed aan zijn doodbekropen hart. Wat wordt Uw bitterheid mij zoet! O Heer, er daalt een honingvloed Van liefde uit Uw gescheurde zij. Gij dorst en derft en lenigt mij. Ik weet voor wie Gij sterven woudt, Aan dit van God vervloekte hout. Ik moest daar hangen, ziel en lijf Der wereld tot een tijdverdrijf. Gij wilt U geven, en Gij sterft Voor mij, die dikwijls van U zwerft. Maar in mijn weergekeerd gemoed Leeft Gij, en Gij leeft mij voorgoed. Aanzie, aanzie mijns harten rouw En ken, die U niet kennen wou. En gun uw felle moordenaar Een woord van troost, een enkel maar. Ik weet wel dat Gij mij bemint, Maar ach, een ongehoorzaam kind Zal schreien en niet zijn gerust Eer 't is getroost en afgekust. Wat wordt Uw bitterheid mij zoet. O Heer, er is een honingvloed Voor mij, die overal U zocht En aan het kruis U vinden mocht. W. de Mérode.

Lukas 23 : 39 - 43

Lukas 23
39
En een der kwaaddoeners, die gehangen waren, lasterde Hem, zeggende: Indien Gij de Christus zijt, verlos Uzelven en ons.
40
Maar de andere, antwoordende, bestrafte hem, zeggende: Vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt?
41
En wij toch rechtvaardiglijk; want wij ontvangen straf, waardig hetgeen wij gedaan hebben; maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan.
42
En hij zeide tot Jezus: Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.
43
En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.

Delen & Download

Download preek