Ds. W.A. Zondag - Zondag 1 : Vraag en antwoord 1

Afspelen

De christen getroost (3):

20-10-2019
Vanwege de bewaring
Vanwege de verzekering
Liturgie: Psalm 16: 1, 3 Psalm 16: 4 Lezen: Rom. 8: 17-39 Psalm 91: 1, 5, 6 Psalm 51: 6, 7 Psalm 30: 3, 4 Leestip: - Lukas 12 (bezorgd zijn) - Rom. 8 (Gods raad) - 2 Kor. 1 (getuigenis van de Geest) Citaat: “Niettegenstaande dit alles blijft mijn God Zijn belofte houden en mijn hart vertroosten, terwijl Hij mij een zeer grote tevredenheid schenkt. Daarom, mijn geliefde zuster en trouwe vrouw, bid ik u, dat ge in uw droefenissen troost zoekt bij de Heere en aan Hem uzelve en uw zaken toevertrouwt: Hij is de Man der gelovige weduwen en Vader der arme wezen; Hij zal u nooit verlaten. Dit verzeker ik u.” Afscheidsbrief van Guido de Bres aan zijn vrouw en kinderen. Gespreksvragen: 1. Leg eens uit dat HC 1 spreekt over het werk van de Drie-enige God. Wat is in het bijzonder het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest? 2. Als het gaat over Gods bewaring geeft Jezus ons lessen in Lukas 12 (i.h.b. de verzen 22-44). Maak dit eens praktisch gezien onze welvaart. Ervaren wij voldoende afhankelijk te zijn van Gods bewarende hand? 3. Paulus zegt dat hij geleerd heeft ‘vergenoegd’ te zijn (Filipp. 4: 11). Wat is dat? 4. Paulus zegt ook dat “niets ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere”. Wat bedoelt de apostel hiermee? 5. Heeft u al geleerd dat er geen haar van uw hoofd kan vallen zonder de wil van de hemelse Vader? Gelóóft u dat ook echt? 6. HC 1 spreekt verder over het werk van de Heilige Geest. Die ‘verzekert’ de christen van zijn aandeel in Christus. Hoe dat de Heilige Geest dat? 7. Waarom moeten we onderscheid maken tussen een verzekering door het Woord en door de sacramenten? Hoe kan de Heilige Geest troosten door middel van de heilige doop en door middel van het Heilig Avondmaal? 8. In de Dordtse Leerregels worden verschillende geloofszaken genoemd die verband houden met de ‘zekerheid van het geloof’. Welke zijn dat volgens art. 10, hoofdstuk 5? En als het gaat om meer zekerheid te mogen ontvangen, waarop worden wij dan gewezen in art. 16, hoofdstuk 1? Voor de kinderen: 1. Vraag jij ’s morgens of de Heere je wil ‘bewaren’? En zo ja wat bedoel je daarmee? 2. Als een kind van God onderweg naar huis verongelukt, heeft de Heere Zijn kind dan niet bewaard? Antwoord: ‘jawel, want dan mag het kind van God voor altijd bij de …………………………. zijn’. Wat moet je invullen? 3. Klopt volgende zin? “Je mag de Heere niet vragen of Hij je wil helpen met rekenen op school, want dat is niet zo heel erg belangrijk”. 4. De Heere vindt het soms nodig dat Zijn kind heel ziek wordt. Waarom vindt de Heere dat nodig? Antwoord: “omdat Zijn kind dan tot Hem gaat b…………………….om hulp”. Wat moet er op de stippellijn staan? 5. Iemand kan weten dat hij een kind van God is omdat de Heilige ……………….. dit in het hart zegt. 6. Welke psalm die wij zongen vond jij het mooist?

Zondag 1 : Vraag en antwoord 1

Delen & Download

Download preek