Ds. H. van der Heiden - Exodus 19 : 16

De HEERE spreekt bij de wetgeving

Exodus 19
Door woorden
Door tekenen
Hier spreekt God

Het jaarthema van de Jeugdbond is ‘Hier spreekt God’. Het is mooi als jongeren de gemeente als hun thuis ervaren, maar de kern is dat ze in de gemeente de stem van God horen. Dáár draait het om. Met dit jaarthema wil de Jeugdbond de aandacht vestigingen op de prediking als centrum van het gemeente-zijn.

Exodus 19 : 16

Exodus 19
16
En het geschiedde op den derden dag, toen het morgen was, dat er op den berg donderen en bliksemen waren, en een zware wolk, en het geluid ener zeer sterke bazuin, zodat al het volk verschrikte, dat in het leger was.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 78: 3
Lezen : Exodus 19
Zingen : Psalm 68: 4 en 17
Zingen : Psalm 99: 6
Zingen : Psalm 115: 7

Gemeente, elke zondagmorgen wordt ons de heilige Wet des Heeren voorgehouden, de Tien Geboden. De Heere heeft ruim 3400 jaar geleden de Wet gegeven aan Zijn bondsvolk Israël tijdens de woestijnreis. Maar nóg heeft deze Wet dezelfde kracht, want het is een eeuwigdurende Wet. Ook voor ons en onze tijd. Met de hulp van de Heere willen we Zijn Woord overdenken uit Exodus 19, waarvan we nog het 16e vers lezen:

 

En het geschiedde op den derden dag, toen het morgen was, dat er op den berg donderen en bliksemen waren, en een zware wolk, en het geluid ener zeer sterke bazuin, zodat al het volk verschrikte, dat in het leger was.

 

Het thema van de prediking is : De HEERE spreekt bij de wetgeving.

Ons eerste punt: door woorden.

Ons tweede punt: door tekenen.

 

1. De HEERE spreekt bij de wetgeving door woorden

Gemeente, daar staat het grote volk van Israël in de woestijn, bij de berg Horeb. Het zijn wel twee miljoen mensen bij elkaar, maar wat lijken ze klein en nietig ten opzichte van het enorme gebergte dat hoog boven hen oprijst. Kinderen en jongeren, als je in de bergen bent geweest, ervaar je hoe klein wij als mensen zijn en hoe machtig groot het rotsgebergte is. Het volk Israël is zeven weken geleden op wonderlijke wijze door de Heere bevrijd van de slavendienst in Egypte. Wat heeft de Heere grote daden aan hen verricht. Nu zijn ze op reis naar Kanaän, het land der belofte. Maar ook in de woestijn laat de Heere Zijn volk niet alleen. Hij leidde hen door de Schelfzee; Hij schonk dagelijks voedsel, het manna. De Heere gaf uitkomst in de zware strijd tegen het volk Amalek.

 

In de achterliggende zeven weken is het volk omringd door Gods trouw en goedheid. Maar hoe is het volk tegenover de Heere Die hen uit Egypteland heeft geleid? We lezen wel tot vier keer toe dat het volk in opstand komt tegen de Heere en Zijn knecht Mozes. En de ganse vergadering der kinderen Israëls murmureerde. Hoe goed de Heere ook voor hen is, ze zijn steeds ontevreden met de weg die de Heere met hen gaat. Wat een wonder dat de Heere het volk niet loslaat, ondanks hun ontrouw. De Heere laat het volk niet aan zichzelf over, omdat Hij aan hen is verbonden. Het is Zijn volk, daarom leidt de Heere hen door de woestijn. Als teken van Zijn trouw is er de wolkkolom en de vuurkolom. Zo leidt Hij Zijn volk tot in de woestijn Sinaï. Gemeente, moeten ook wij niet opmerken hoe goed de Heere voor ons zorgt, ondanks onze ontrouw. Jongeren, wat is er dagelijks veel om de Heere voor te danken, onze gezondheid, onze studie of ons werk. Het is geen verdienste, maar door Gods goedheid ontvangen wij al deze gaven.

 

Nu staat het volk Israël vlak voor de berg Horeb. Ze zijn hier niet zelf naar toe gegaan, maar de Heere heeft de weg gewezen door de wolkkolom. De berg Horeb is een groot en enorm stijl bergmassief midden in de woestijn. Enkele toppen hebben een hoogte van wel tweeduizend meter. Vóór de bergtop is een grote woestijnvlakte van zo’n vijfhonderd meter breed en vier kilometer lang. Het loopt trapsgewijs en is zo ruim dat heel het volk, twee miljoen mensen, daar de tenten kan opslaan.

 

Gemeente, wat zal er door Mozes, de leider van het volk, zijn heengegaan. Een klein jaar geleden stond hij ook bij de Horeb. Maar toen was alles zo anders. Mozes was alleen en liep er als herder met zijn schapen. Toen had op een dag de Heere tot hem gesproken vanuit de brandende braambos bij de berg Horeb. Mozes kreeg de opdracht het volk te leiden uit Egypte door de woestijn naar Kanaän: En dit zal u een teken zijn, dat Ik u gezonden heb: wanneer gij dit volk uit Egypte geleid hebt, zult gijlieden God dienen op dezen berg (Ex. 3:12).

En nu staat Mozes met het bevrijde volk bij de berg. Wat is de Heere een Waarmaker van Zijn Woord. Aan de voet van dit machtig gebergte bevestigt de Heere dat Hij Mozes geroepen heeft tot Zijn knecht en als leider van Zijn volk. Gods Woord is zo waar, omdat de Heere de Waarheid is. Mag u, mag jij dat, net als Mozes al erkennen?

 

Dan ontvangt Mozes de opdracht van de Heere om de berg Horeb geheel alleen op te klimmen. We lezen in vers 3 van ons hoofdstuk: En Mozes klom op tot God. En de HEERE riep tot hem van den berg, zeggende: Aldus zult gij tot het huis van Jakob spreken, en den kinderen Israëls verkondigen. Mozes moet de woorden van God tot het volk spreken. Allereerst moet hij zeggen Wie de Heere voor het volk is geweest. Het staat met een prachtige beeldspraak in vers 4: Hoe Ik u op vleugelen der arenden heb gedragen. Jongeren, misschien ken je dit beeld wel. Mozes spreekt er ook van in Deuteronomium 32: Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken. Zo leidde hem de HEERE alleen. Een moederarend draagt zorg voor haar jongen. Als ze niet meer vliegen kunnen, draagt ze hen op haar vleugels. Zo draagt de Heere het volk. Hij beschermt en geleidt hen. Gemeente, wat een voorrecht. En het volk? Ach, ze wilden liever terug naar Egypte, naar de slavendienst.

 

Ondanks hun afdwalingen, gaat de Heere dóór met dit afkerig volk. Het vierde vers vervolgt: En heb u tot Mij gebracht. Opnieuw beeldspraak. Het gaat over een bruidspaar. De bruid werd tot haar bruidegom gebracht om het huwelijksverbond aan te gaan. Dit beeld gebruikt de Heere voor Zijn verbond met het volk. God Zelf heeft Zijn volk uit de slavendienst van Egypte geleid en hen gebracht bij de berg Horeb om opnieuw het genadeverbond bekend te maken. Al in het Paradijs heeft de Heere Zijn genadeverbond geopenbaard. Toen de mens vanwege ongehoorzaamheid wegvluchtte bij God vandaan, sprak de Heere: En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen. In dit genadeverbond openbaarde God dat eens Christus komen zal tot verzoening van zondaren. De Heere zal de Zijnen uit de klauwen van satan bevrijden en weer terugbrengen in Zijn gemeenschap. Dit verbond maakt God opnieuw bekend aan Zijn volk.

 

Gemeente, wat spreekt hieruit Gods trouw, Zijn onbezweken goedheid. En wie is de mens? Wie zijn wij? Net als Adam, wegvluchters vanwege onze zonden. Net als het volk, ongehoorzaam en murmurerend. Altijd eigen gekozen wegen willen gaan, bij God vandaan. Maar wat is het groot dat de Heere wegvluchters roept en weg gedwaalde mensen nog opzoekt: En heb u tot Mij gebracht. Hier bij de berg sluit de Heere opnieuw het verbond der genade. Het verbond dat al van eeuwigheid gesloten is, waarvan Jezus Christus het Hoofd is.

 

Bij deze verbondssluiting stelt de Heere een eis en een belofte. Jongeren, het is net zoals we horen in elke doopdienst. Daar spreekt het formulier over twee delen van het verbond: de eis en de belofte. Dat lezen we ook hier in vers 5: Nu dan, indien gij naarstiglijk Mijner stem zult gehoorzamen, en Mijn verbond houden, zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken, want de ganse aarde is Mijn. Hier klinkt de eis om de Heere te gehoorzamen. Daarbij luidt de belofte dat het volk eigendom van de Heere zal zijn. Jongeren, misschien denk je: wat een wonderlijk belofte, want alles is toch het eigendom van God? Hij, de Schepper, is toch ook de Bezitter van alles? Ja, dat is waar. De hemel is Mijn troon, en de aarde is de voetbank Mijner voeten (Jes. 66:1). De hele schepping is Gods eigendom!

Maar Zijn volk zal Zijn bijzonder eigendom zijn. Apart gezet van alle andere volkeren, een verkoren volk. De Heere spreekt zelfs van een priesterlijk koninkrijk en een heilig volk. Dit volk is Hem toegewijd.

Gemeente, heel het volk Israël mag behoren tot dat genadeverbond, maar niet allen zijn op dezelfde manier in dat verbond. Wat is het noodzakelijk om inwendig tot dat verbond te horen. Dat wil de Heere werken door Zijn Geest, opdat kinderen des toorns, kinderen Gods mogen worden. Jongeren, hoe goed en genadig is de Heere dat Hij zondaren tot Zich roept en trekt. Hij spreekt door Zijn Woord en Hij leidt door Zijn Geest. Onderzoek daarom biddend Gods Woord en smeek of Gods Geest het toepast in je zondige hart.

 

Diep onder de indruk daalt Mozes de berg weer af. Hij mag Gods rijke boodschap doorgeven aan het volk. We lezen in het zevende vers dat hij de oudsten, de vertegenwoordigers van het volk, bijeenroept. Zij staan om Mozes heen, hij spreekt als een getrouw dienaar van God de woorden die de Heere gesproken heeft. De Heere vraagt gehoorzaamheid aan Zijn geboden, om in Zijn wegen en inzettingen te gaan. Maar de Heere belooft ook dat wanneer zij gehoorzaam zijn, Hij voor het volk Israël tot een God zal zijn. Mozes hoeft niet lang op een antwoord van het volk te wachten. Zij antwoorden gelijkelijk. Het Hebreeuwse grondwoord kan ook vertaald worden met éénstemmig. Al wat de Heere gesproken heeft, zullen wij doen. Heel het volk belooft gehoorzaam te zijn. Op dat moment menen ze het ook.

Maar de geschiedenis wijst uit dat ze zichzelf niet kennen in hun zondaarsbestaan. Zij zien niet Wie God is in Zijn rechtvaardigheid en heiligheid. Hier klinkt het éénstemmig: Wij zullen de Heere gehoorzamen. Maar enkele hoofdstukken verderop danst dit volk om het gouden kalf.

 

Gemeente, wat een les voor ons. Hoe vaak hebben wij ons beloftewoord voor de Heere uitgesproken, ons ja-woord gegeven aan de Heere bij onze belijdenis, bij ons huwelijk of de doop van onze kinderen? Daarin hebben wij, net als het volk Israël, beloofd de Heere te gehoorzamen. Al wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen! Ons ja-woord is een eed voor het aangezicht van de Heere. Een belofte om in Zijn wegen te wandelen, om ons leven in te richten naar Zijn geboden. Moeten wij allen niet schuld belijden? Wie zijn wij geweest en wie behoren wij te zijn voor de heilige, rechtvaardige God?

Jongeren, misschien herken je het wel bij jezelf. We beloven zo snel en zo gemakkelijk iets aan een ander, maar hoe vaak vergeten we onze belofte weer. Zo is het bij het volk Israël, ze beloven de Heere in alles te gehoorzamen, maar ze vergeten het zo spoedig weer.

 

Maar gemeente, wat een troost. De Heere weet wie ze zijn. Is dat ook ons tot troost? De Heere kent dit volk, waarvan Hij zeggen moet: Veertig jaren heb Ik verdriet gehad aan dit geslacht, en heb gezegd: Zij zijn een volk, dwalende van hart, en zij kennen Mijn wegen niet (Ps. 95:10). Maar toch begeeft en verlaat de Heere dit volk niet. Weet u waarom niet? Om Zijn eeuwig trouwverbond. God zorgt Zelf voor de vervulling van dat verbond. Daarom moet Mozes gaan spreken tot dat ontrouwe volk. Zij moeten zich gaan voorbereiden op de komst van de Heere.

 

Mozes moet het volk erop wijzen dat de Heere over drie dagen zal komen in een dikke donkere wolk rondom de berg. Zij zullen de Heere niet kunnen zien, maar wel Zijn stem horen. God zal iets openbaren van Zijn heerlijkheid en majesteit. Het volk zal in alles merken dat Mozes Gods woorden in waarheid heeft verkondigd, omdat hij Gods dienstknecht is. De Heere spreekt door Zijn knecht Mozes tot het volk.

Jongeren, zo spreekt de Heere door Zijn Woord en door Zijn dienstknechten ook tot jullie. Als je uit de Bijbel leest, klinkt Gods stem tot je. Als je in de kerk naar de preek luistert, komt Gods stem tot jou. De Heere, de heilige God, spreekt tot onheilige mensen. Wat een wonder en een zegen dat je in de kerk mag zijn. Want door Gods Woord en Geest worden dode zondaren levend gemaakt. Vijanden worden met God verzoend. Ook jij kunt nog bekeerd worden. Luister daarom als de Heere tot je spreekt.

 

Het volk moet zich nauwkeurig en zorgvuldig voorbereiden op de komst van de Heere. Zij kunnen alleen voor Gods aangezicht verschijnen als zij zich heiligen en reinigen voor Hem. We lezen vanaf vers 10 op welke wijze de Heere wil dat zij zich reinigen. Alle kleding moet zorgvuldig gewassen worden. De getrouwden mogen deze dagen geen gemeenschap hebben. Het gehele volk moet op één ding gericht zijn: voorbereiden op de Godsontmoeting. Het is natuurlijk niet zo dat de uiterlijke reiniging genoeg was om voor God te verschijnen, maar daardoor wil de Heere het volk leren dat hun hart, geheel hun innerlijk, gereinigd moet worden om voor God te kunnen bestaan. Alles moet gereinigd worden als teken van innerlijke reiniging.

Jongeren. Dat is waar het doopwater ook op wijst: ik ben vuil van de zonde, onrein in Gods ogen, maar ik kan gewassen worden in het alles reinigende bloed van Jezus Christus.

 

Gemeente, het volk moest zich zorgvuldig voorbereiden op de komst van de Heere. De Heere komt, dat is zeker. Het volk wist: over drie dagen. Wij weten niet wanneer de Heere terugkomt, maar het zal zeker gebeuren. Gebruiken wij onze tijd om ons voor te bereiden op Zijn wederkomst? Eens zullen wij allen de Heere ontmoeten, bij ons sterven, en zijn wij dan bereid? Als we het Bijbelboek Openbaring, waar wordt gesproken over Jezus’ wederkomst, naast Exodus 19 leggen, zien wij veel overeenkomsten. Jezus Christus zal komen op de wolken des hemels, met macht en majesteit en heerlijkheid, om te oordelen de levenden en de doden.

Gemeente, jongeren en ouderen, bent u bereid om Hem, de hemelse Rechter, dan te ontmoeten? Dat kan alleen als we gewassen en gereinigd zijn van al onze ongerechtigheden in Jezus’ dierbaar bloed.

Alleen in Jezus Christus en Zijn alles reinigende bloed kunnen wij voor God bestaan. Zonder Christus is God een verterend vuur. Misschien leeft u als een keurig kerkmens en zo bent u heel druk met het opknappen van uw buitenkant. Maar … uw hart moet gereinigd worden, want God kan geen gemeenschap hebben met de zonden. In al onze onreinheid kunnen en willen wij niet tot God wederkeren, maar het kan in Jezus Christus, Die Zich van eeuwigheid heeft Borg gesteld.

Dat is eeuwige, onbevattelijke genade van God. Ezechiël heeft van Godswege geprofeteerd: Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden zal Ik u reinigen.  Daarbij schrijft de kanttekening: ‘Het dierbaar bloed van het onbevlekte Lam Jezus Christus zal Ik u door mijn Woord en mijnen Geest toepassen, tot reiniging uwer zielen.’

 

Vanmorgen mogen wij allen door Gods trouw en lankmoedigheid onder Zijn eeuwig blijvend Woord verkeren. Wij hebben met elkaar gebeden of de Heere door Zijn Woord en Geest in onze harten wil werken. Hoe nodig is ons aller gebed om het toepassende werk van Gods Geest, dat het alles reinigende bloed van Jezus Christus toegepast wordt aan ons zondaarshart.

Wat is het een voorrecht dat wij vandaag weer in de kerk mogen zijn, onder de liefelijke klanken van het Evangeliewoord. Ons wordt gepredikt: Wet en Evangelie, zonde en genade. Zoek daarom reiniging in het dierbaar bloed van Christus. Wat is het groot als u, als jij mag weten in dat bloed geborgen te zijn.

 

Gemeente, het volk kreeg nog een tweede opdracht. De berg Horeb moet afgezet worden, er moet een scheiding aangebracht worden met een rij palen. Want deze berg is heilige grond, zoals Mozes een jaar geleden vanuit de braambos hoorde: Trek uw schoenen uit van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is heilig land. Zo mag het volk nu niet de berg op, omdat de berg geheiligd wordt aan God. Geen mens of dier mag op de berg komen. Het is zelfs zo dat iemand die de berg aanraakt, gedood moet worden. Wie dicht bij de palenrij komt, moet gestenigd worden en wie op de berg komt, mag niet teruggehaald worden, maar moet neergeschoten worden met een pijl. De Heere waakt Zelf over Zijn reinheid en heiligheid.

 

Wat zien we hierin wat de zonde heeft teweeggebracht. In het Paradijs leefden Adam en Eva met God. Zij kenden Zijn stem uit de wind des daags. Adam en Eva mochten in Gods liefelijke nabijheid verkeren. Zij leefden dagelijks met God. Maar door ongehoorzaamheid en opstand aan God zijn ze van Hem weggevlucht. Onheilig geworden door hun zonden en ongerechtigheid.

Kent u uw zonden? Weet jij van je ongerechtigheid? Als Gods Woord en Wet werkelijkheid worden in ons hart en leven, leren we dat we onheilig zijn in Gods ogen. Die scheiding is verdiend, om eigen schuld. Geen mens, geen zondaar kan tot de Heere wederkeren. Maar jongeren en ouderen, de scheiding kan weggenomen worden. Jezus Christus is naar deze aarde gekomen om Middelaar te zijn tussen een onheilig volk en een heilig God. Hij sprak: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven, niemand komt tot de Vader dan door Mij. Zonder Hem kan geen mens weer in Gods gunst en gemeenschap komen. Maar in Christus is de weg geopend tot behoud. Hij heeft Zich vernederd tot in de dood, om het leven aan te brengen. Zoek dan het leven in Hem. Nog is het de welaangename tijd, de dag der zaligheid.

 

Dan heeft Mozes nog een laatste opdracht voor het volk. Straks zal de bazuin klinken, een langgerekte toon op de ramshoorn. Dan moet het gehele volk, kinderen, jongeren en ouderen, naderen tot de voet van de berg. Dan zal de Heere komen en tot hen spreken onder de tekenen van Zijn grootheid, majesteit en heerlijkheid. Zo wacht het volk vol eerbied op de dingen die komen gaan. Dat is ons tweede punt. Maar laten we eerst zingen uit Psalm 99 vers 6:

 

Uit Zijn heiligdom,

In een wolkkolom,

Heeft Hij Zijne wet

Bij hen ingezet,

Die door ’s HEEREN kracht

Van hen werd volbracht.

’t Nakroost der Hebreeuwen

Volge dit all’ eeuwen.

 

2. De Heere spreekt bij de wetgeving door tekenen

We lezen in het zestiende vers: En het geschiedde op den derden dag, toen het morgen was, dat er op den berg donderen en bliksemen waren, en een zware wolk, en het geluid ener zeer sterke bazuin, zodat al het volk verschrikte, dat in het leger was. Op de derde dag, als de zon vroeg opgaat, klinkt daar in de woestijn bij de Sinaï opeens een geluid van een hevig onweer. De mensen komen hun tenten uit. Als ze dan opzien naar het machtig bergmassief de Horeb, zien ze bovenaan de top een zware, donkere wolk hangen. Uit die wolk schieten bliksemstralen. De donder rolt over de enorme berg heen, zodat de aarde beeft. Gemeente, wat moet dat indrukwekkend zijn geweest. Jongeren, misschien heb je tijdens een vakantie wel eens onweer in de bergen meegemaakt. Dan hoor je de donder doorrollen en doorklinken. Bij het volk in de woestijn gaat het onweer onafgebroken door, zo hevig dat zelfs de berg beefde. Vol ontzag hebben Mozes en al die mensen voor hun tent staan kijken naar de berg, waar een zware wolk omhangt, omgeven door onweersflitsen.

 

En dan klinkt krachtig het geluid van een sterke bazuin. Het bazuingeluid galmt tussen de bergen door. Het weerkaatst en het geluid wordt steeds harder. God toont iets van Zijn heerlijkheid, van Zijn macht en majesteit. Het maakt zo’n indruk op het volk dat ze verschrikken. Bij het zien van de grootse tekenen en bij het horen van het krachtige geluid krimpt het volk ineen.

Gemeente, de schrik des Heeren treft het volk. Weet u, weet jij daarvan in je leven? Dan besef je iets van Gods grote majesteit en heerlijkheid, maar ook van je eigen nietigheid en zondigheid. Het oordeel waardig. Laat dat ons naar Hem doen toebuigen.  

 

Daar staat het volk, bevende en verschrikt. In al hun vrezen neemt Mozes het volk mee tot aan de voet van de berg. Angst vervult hun harten. Het onweer is zo hevig, het bazuingeluid is zo doordringend. We lezen in vers 18: En de ganse berg Sinaï rookte, omdat de HEERE op denzelven nederkwam in vuur; en zijn rook ging op, als de rook van een oven; en de ganse berg beefde zeer.

De aarde sidderde toen God neerkwam op de berg. En terwijl het geluid van de bazuin steeds sterker wordt, gaat Mozes, de leider van het volk én de knecht van God, spreken met de Heere. We lezen in Hebreeën 12 vers 21 welke woorden hij sprak: En Mozes zeide: Ik ben gans bevreesd en bevende. Ook Mozes was heilig bevreesd, omdat God Zich openbaarde in grote majesteit. Maar Mozes was niet bang, want hij mocht uit genade weten van Gods ontferming. De Heere had hem geroepen als leidsman, maar ook persoonlijk. Geroepen uit de duisternis tot Gods wonderbaar licht. En daarom gaat Mozes de berg op, als de Heere hem roept.

 

Daar gaat Mozes, als middelaar tussen God en het volk, opnieuw de berg op. Tussen de palenrij door beklimt hij de berg. Het is een zware tocht vanwege het hevige onweer en het sidderen van de berg. Dan wordt Mozes omringd door de donkere wolk en klinkt Gods stem: Ga af, betuig dit volk, dat zij niet doorbreken tot den HEERE, om te zien, en velen van hen vallen. Opnieuw waarschuwt de Heere het volk dringend om niet uit nieuwgierigheid door de omheining te breken. Zij moeten op eerbiedige afstand blijven, zelfs de priesters. Dat waren in die tijd de oudsten uit elke stam, de stam van Levi was immers nog niet afgezonderd.

 

Het is de derde keer dat de Heere deze waarschuwing tot het volk spreekt. We lezen in vers 24: Dat de priesters en het volk niet doorbreken, om op te klimmen tot den HEERE, dat Hij tegen hen niet uitbreke. Het volk mag echt niet dichterbij komen.

Waarom benadrukt de Heere toch steeds dat het volk niet dichterbij mag komen? Eén keer waarschuwen is toch genoeg? Het lijkt uit vers 23 dat Mozes één waarschuwing ook wel genoeg vindt. Maar gemeente, wat zien we hierin Gods trouw en goedertierenheid, Zijn lankmoedigheid en geduld. Steeds spreekt de Heere tot het volk. Steeds komt dezelfde boodschap tot hen. Steeds opnieuw wil de Heere waarschuwen.

Gemeente, jongeren en ouderen, zo spreekt Gods stem ook steeds tot ons. Vanuit Zijn Woord klinkt Zijn roepstem: Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands (Spr. 9:6) O, hoe vaak heeft de Heere al tot ons gesproken. Bij de Berg Horeb sprak de Heere driemaal tot het volk. En hoe vaak heeft de Heere tot u, tot jou gesproken? Steeds opnieuw door de liefelijke nodiging van Zijn Evangeliewoord: Bekeert u en leeft.

Maar ook heeft de Heere ernstig gewaarschuwd door een ongeluk, een ernstige ziekte of door het sterven van een geliefde. De Heere spreekt. En wat doen wij? Gaan we door op eigen gekozen wegen? Maar die wegen lopen dood, en dat om eigen schuld.

De Heere heeft ons geroepen vanuit Zijn Woord. En nog spreekt Hij tot ons. Gemeente, het zijn de goedertierenheden des HEEREN, dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben (Klaagl. 3:22).

Ook vanmorgen mogen wij allen, jong en oud, onder Zijn Woord verkeren. Hij heeft nog geen einde gemaakt aan ons leven. Maar wat werkt het uit in uw en in jouw hart? Smeek toch of Gods Geest ons harde hart buigt en verbreekt. Dan komt er een lust en liefde in het hart om te luisteren als de Heere spreekt, om Hem te dienen en te vrezen.

 

Mozes krijg van de Heere de opdracht om de berg weer af te gaan en terug te keren naar het volk om hen te waarschuwen niet op de berg te klimmen, vanwege Zijn heiligheid en majesteit. Maar dan klinkt opeens boven het geluid van de donder en het bazuingeluid een nog krachtiger geluid. Het is de stem van God Zelf, vol macht en majesteit. Heel het volk, van de allerkleinste tot de alleroudste toe, hoort God spreken. We lezen in het twintigste hoofdstuk: Toen sprak God al deze woorden, zeggende: Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.

Deze indrukwekkende woorden zijn de inleiding op de Tien Geboden. God de HEERE spreekt. De God van het verbond. Er staat: HEERE, met vijf hoofdletters. Dat is de Naam van de Ik zal zijn Die Ik zijn zal. Hier spreekt de drie-enige God: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Uit Handelingen 7 weten we dat ook Gods Zoon, Christus, spreekt tot het volk. Daar houdt Stefanus zijn rede voor het Sanhedrin, en dan zegt hij over de wetgeving in de woestijn: Den Engel, Die tot hem sprak op den berg Sinaï, en met onze vaderen; welke de levende woorden ontving, om ons die te geven. De engel Gods, dat is Jezus Christus. Ook Hij is in de wolk op de berg. Want God kan nooit tot een zondig volk spreken, als Jezus Christus niet tussen treedt. Zonder Christus zou het volk omkomen en verteren voor Gods aangezicht, want de heilige God kan geen gemeenschap hebben met de zonde. Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen (Gal. 3:10) Hier staat een zondig volk onder aan de berg, terwijl de Heere tot hen spreekt. En het volk mag blijven leven, omdat Christus tussen treedt.

Gemeente, zonder Christus is het omkomen. Het volk ziet Hem niet, maar in die dikke wolk, achter Gods stem en Gods Wet, staat Christus. Hij zal eens komen en is gekomen om Gods Wet te vervullen.

 

We lezen in Exodus 20 vanaf vers 28 dat de wetgeving een geweldige indruk op het volk maakt. Ze zien het natuurgeweld, ze horen Gods stem tot hen spreken en deinzen terug in het besef van hun nietigheid, onheiligheid en onreinheid. Op grote afstand blijven ze staan. Voor deze God vol majesteit kunnen zij niet bestaan. Het volk bidt of Mozes tussen God en hen wil treden. Zo is Mozes als middelaar van het Oude Testament een type van de Middelaar Jezus Christus. Maar wat een groot verschil, Mozes was en bleef een zondig mens, maar Jezus Christus is gekomen, niet om de Wet te ontbinden maar te vervullen.

 

Gemeente, ook aan ons wordt Gods heilige Wet verkondigd. Die Wet moet ons wel veroordelen. Door onze zonde kunnen wij niet meer leven naar Gods Wet en tot Gods eer. Maar drijft deze Wet ons ook uit tot Christus? Het is zo nodig om met het volk te leren dat we niet zonder een Middelaar kunnen. Smeek toch om de Middelaar en Verlosser Jezus Christus, Die tussen treedt. Het is een wonder van genade als Hij uw en jouw Middelaar mag zijn.

 

Kort na de wetgeving krijgt Mozes nog een opdracht van de Heere. Hij moet de tabernakel bouwen. Daarbij hoort ook de ark met het verzoendeksel. Dan zullen de twee stenen tafels van de Wet onder het verzoendeksel worden gelegd. Dat is het verzoendeksel, waarop elk jaar op de grote verzoendag bloed werd gesprengd.

Wat een rijke betekenis. De wet moet gaan zwijgen, omdat er verzoening is in het bloed van Christus. Hij heeft volkomen voldaan aan de eis van Gods Wet voor Zijn Kerk. Door Zijn bloedstorting is er vergeving. Omdat Christus is gekomen als de Middellaar tussen een onheilig, onrein volk en de heilige, reine God, kunnen zondaren met God verzoend worden. Zijn bloed reinigt van alle zonden.

Gemeente, jongeren en ouderen, om voor God te bestaan moeten we gewassen en gereinigd zijn in Christus’ dierbaar hartenbloed. Rust niet, voor u, voor jij, van Godswege mag weten: deze Middelaar is ook mijn Middelaar.

Amen.

 

Slotzang: Psalm 115: 7:

 

Elk, die Hem vreest, hoe klein hij zij of groot,

Wordt van dat heil, die weldaân, deelgenoot;

Hij zal ze groter maken,

En z’ u, zowel als ’t kroost, dat gij bemint,

Dat, nevens u, zich aan Gods wet verbindt,

In dubb’le maat doen smaken.