Ds. W.A. Zondag - Hooglied 2 : 3

Afspelen

Christus in het beeld van de appelboom

23-9-2018
Zijn plaats
Zijn schaduw
Zijn vrucht
Liturgie:
Psalm 1:1, 2
Psalm 92: 7, 8
Lezen: Hooglied 2
Psalm 32: 1, 3, 4, 6
Psalm 36: 2, 3 Psalm 56: 4, 5

Citaat: "Overal waar het Evangelie wordt gepredikt, overal waar de tafel des Heeren gedekt wordt, daar buigen de zwaar beladen takken van de Boom des levens zich als het ware tot u neer, zodat u door het geloof onder Zijn schaduw mag gaan zitten, om Zijn voortreffelijke vrucht te eten." Ebenezer Erskine

Leestip:
Hooglied 1 (gesprek bruid en bruidegom)
Openbaring 22 (Christus de boom des Levens)

Gespreksvragen:
1. Wie schreef het Hooglied en wat wie worden met de ‘bruid’ en de ‘bruidegom’ bedoeld?
2. De Heere Jezus wordt in de bijbel op verschillende wijzen vergeleken met een boom. Hoe wordt Hij genoemd in Jesaja 11:1, in Hosea 14:9 en in Openbaring 22:2?
3. Waarom is de appelboom zo’n bijzondere boom vergeleken met alle andere bomen? En wat zegt dat over de Heere Jezus?
4. Wie zijn de andere bomen? Lees Johannes 15: 4-6. Wat zegt Christus over ‘ranken’ die niet aan Hem zijn verbonden?
5. Wat wordt bedoeld met het zitten onder de schaduw van de appelboom? Waartegen beschermt het zitten onder de takken van Christus de gelovige?
6. De appelboom Christus is eenmaal omgehouwen met het zwaard Gods toorn. Lees Ezechiel 13:
7. Daardoor kunnen gelovigen nu onder Zijn schaduw zitten. Hoe en wanneer is deze boom omgehouwen? 7. In Openbaring 22:2 lezen we: “en de bladeren des Booms waren tot genezing der heidenen”. Van welke ziekte worden deze mensen genezen?
8. De vruchten van de appelboom Christus zijn zoet. Noem eens enkele van deze vruchten. Overdenk eens het volgende citaat: “Een gelovige verbergt zich in de voorbede van Christus” (Ralph Robinson, Christus alles en in allen, Brevier 2018).
9. Leg eens uit hoe je van de vruchten gaat eten. Op welke wijze ga je de smaak van deze vruchten ‘kennen’?
10. Gods kinderen moeten ook zelf weer als een vruchtbare boom zijn. Hoe moet dat? Lees en zing Psalm 1 maar: “Want hij zal zijn gelijk een frisse boom, in vetten grond geplant bij enen stroom, die op zijn tijd met vruchten is beladen…”

Voor de jongste kinderen:
1. Heb jij wel eens een hele grote appelboom of kersenboom gezien? Kon jij de appels of kersen plukken?
2. Als de zon schijnt is het in de schaduw van een boom wel fijn. Zit jij wel eens in de schaduw van een boom?
3. Wie de Heere Jezus lief heeft, mag ook in de schaduw zitten. God is dan niet meer ‘boos’ op je. Begrijp je dat?
4. Van deze appelboom mogen de appels worden geplukt en worden gegeten. Van welke boom mocht Adam niet eten?
5. Zou jij de volgende tekst kunnen opzeggen: “IK ben de ware Wijnstok, en Mijn Vader is de Landman”.

Hooglied 2 : 3

Hooglied 2
3
Als een appelboom onder de bomen des wouds, zo is mijn Liefste onder de zonen; ik heb groten lust in Zijn schaduw, en zit er onder, en Zijn vrucht is mijn gehemelte zoet.

Delen & Download

Download preek