Ds. W.A. Zondag - Markus 9 : 17 - 19

Afspelen

Onderwerp

Markus 9
9-2-2020
‘Brengt hem tot Mij’. Lessen uit de genezing van een jongen (deel 1)
Over duivelse macht
Over menselijke onmacht
Over Goddelijke almacht
Liturgie: Psalm 8: 1 t/m 4 Psalm 8: 5, 6 Lezen: Markus 9: 14-29 Psalm 105: 5 Psalm 134: 3 Psalm 141: 1 t/m 3, 7 t/m 9 Psalm 146: 3 Citaat: ‘Alle onferming - dat is genadige onferming, moet gezocht worden in Jezus Christus. Elke barmhartigheid is barmhartigheid, omdat zij uit Christus is; (…) Water is nergens zo overvloedig als in de zee; zo ook is er in Christus, de grote schat van de hemel, een volheid’. Samuel Rutherford, De beproeving en zegepraal van het geloof. Belijdenis: Westminster Confessie (1647) art. 14 par. 3 Dit [zaligmakend] geloof verschilt in graden: het is zwak of sterk. Het kan vaak en op verschillende manieren aangevallen en verzwakt worden. Toch behaalt het de overwinning. Het groeit in velen op tot een volle verzekerdheid door Christus, Die zowel de Auteur en de Voleinder van ons geloof is. Leestip: Matth. 17 : 14—21 en Luk. 9 : 37-43 (maanzieke jongen) Matth. 15: 1-28 (genezing dochter Kananese vrouw) Psalm 116 (ellende, verlossing, dankbaarheid) Psalm 141 (gebed om hulp) Gespreksvragen: 1. Het is wel opvallend dat de Heere Jezus en drie discipelen eerst op de berg der verheerlijking waren en dan beneden iets heel anders ontmoetten. Waarom kun je zeggen dat er een verband is tussen deze twee gebeurtenissen? 2. Satan heeft grote macht. Hoe kan dat, nu wij toch mogen weten dat de Heere Jezus hem door Zijn lijden en sterven heeft overwonnen? 3. Welk verband is er tussen de ziekte van de jongen en een ‘boze geest’? Kan een ‘boze geest’ nog gebruik maken van een zieke psyche? 4. De vader komt met zijn nood tot Christus. Wat heeft hij over Hem gehoord? Waarom zegt dit komen iets over de prediking zoals verwoord in Rom. 19: 17 “Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods”? Betrek hierbij ook de Dordtse Leerregels hoofdstuk 1, artikel 3. 5. Wat zegt de nood van de ziekte van de jongen (bezeten door de duivel) over onze geestelijke nood? En wat zegt het over de noodzaak van verlossing door de Heere Jezus? 6. Waarom konden de discipelen de jongen niet genezen? Wat zegt de Heere Jezus hierover? Welke les kunnen wij hieruit trekken als het gaat om onze verwachting van mensen, van dienstknechten van God? 7. De vader van de jongen had nog niet meteen een volkomen geloof in de Heere Jezus. Waaruit blijkt dat? Let in dit verband op de aanspreektitel die hij voor Jezus gebruikt. 8. Waarom is het nodig dat, als wij de Heere Jezus nodig hebben als onze Zaligmaker, wij eerst moeten geloven dat Hij almachtig is en dat Hij ook gewillig is om ons te verlossen? Gelooft u dat? Voor de jongste kinderen: 1. Vanmorgen werden er kinderen gedoopt. Vond je deze kinderen lief? Zijn ze gedoopt omdat ze zo lief zijn of was er een andere reden? Antwoord: ‘ze werden gedoopt omdat zij een nieuw h……… kunnen k……………….’. Zo’n hart geeft de H……………….. G…………….. 2. En wat is dat eigenlijk, een ‘nieuw hart’? Vul maar in: ‘Een nieuw hart is een hart dat verdriet heeft over de z…………. en dat de Heere Jezus l……… heeft gekregen en dat wil luisteren naar de tien g……………….’. 3. In de preek ging het over een jongen die in zijn hoofd ziek was. Deze jongen was bezeten door a) de duivel, b) een vogeltje, c) een engel. Welke is juist? 4. Waarom zei de Heere Jezus dat ze de zieke jongen bij Hem moesten brengen? Antwoord: a) om de jongen eens goed te kunnen bekijken, b) omdat de jongen heel hard wegrende, c) omdat Hij de jongen wilde genezen. Welke is juist? 5. Wat moet op de stippellijn komen staan? ‘De duivel is m………………….., mensen zijn onm………………………. en de Heere is alm……………………’.

Markus 9 : 17 - 19

Markus 9
17
En een uit de schare, antwoordende, zeide: Meester, ik heb mijn zoon tot U gebracht, die een stommen geest heeft.
18
En waar hij hem ook aangrijpt, zo scheurt hij hem, en schuimt, en knerst met zijn tanden, en verdort; en ik heb Uw discipelen gezegd dat zij hem zouden uitwerpen, en zij hebben niet gekund.
19
En Hij antwoordden hem, en zeide: O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij ulieden zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem tot Mij.

Delen & Download

Download preek