Ds. W.A. Zondag - Lukas 2 : 25

Afspelen

Een mens te Jeruzalem (Deel 1)

Lukas 2
29-12-2019
Zijn levenswandel
Zijn verwachting
Zijn zwanenzang
Een mens te Jeruzalem (Deel 2); zie preek 5-1-2020 Liturgie: Psalm 27: 1, 2 Psalm 27: 3 Lezen: Lukas 2: 22-40 Psalm 27: 5, 6, 7 Psalm 73: 12, 13 Lofzang van Simeon 1, 2 Citaat: “En Simeon zegende.... Hem". Weet u door genade ook daarvan? Dan hebt u met Simeon Jezus Christus nodig gekregen in de nood van uw verlorenheid in alles en voor alles. Dan is uw ziel naar Hem uitgegaan vanwege Zijn spreken. Dan hebt u met al uw ellende de toevlucht tot Hem mogen nemen. Die volkomen zalig maakt degenen, die door Hem tot God gaan. Dan hebt u deze Jezus wel eens met Simeon mogen zegenen, prijzen, grootmaken en aanbevelen. Wat een onverdiende genade! Laat niemand rust hebben voor hij of zij met alle Sionieten en Simeon wel van Christus heeft gesproken: “Zie, Deze is onze God; wij hebben Hem verwacht en Hij zal ons zaligmaken; wij hebben Hem verwacht, en zullen ons verheugen en verblijden in Zijn zaligheid" (Jes. 25: 9).” Ds. M. Golverdingen, Saambinder 1991. Leestip: - Jesaja 52 (Sions verlossing) - Handelingen 28: 16–31 (‘voor al de volken’) - Filippenzen 1 (dienstbaar zijn van Paulus) - Rom. 8:18-39 (uitzien van de Kerk) Gespreksvragen: 1. Simeon was ‘rechtvaardig’ en ‘godvrezend’. Wat wordt hiermee bedoeld? Vergelijk het eens met wat er geschreven is over Zacharias en Elisabeth (Lukas 1: 6). 2. Simeon had verwachting. Waarvan? Wat is het verschil tussen ‘afwachten’ en ‘verwachten’? Lees in dit verband eens Psalm 40: 2. 3. Wij lezen dat Simeon een bijzondere openbaring had ontvangen. Leg dat eens uit. Hoe wist hij dat het kind in de armen van Maria de Heere Jezus, de beloofde Messias was? 4. Daar staan ze: Simeon, Anna, Jozef, Maria en het Kind. Wie van hen is de oudste? Leg dat eens uit aan de hand van Joh. 8: 58. 5. Simeon spreekt over een ‘dienstknecht’. Waarom is hij een dienstknecht? En waarom zijn ouderlingen, diakenen en predikanten ook ‘dienstknechten’? 6. Waarom kun je zeggen dat al Gods kinderen ‘dienstknechten’ of ‘dienstmeisjes’ van de Heere zijn? Lees in dit verband HC Zondag 12, vraag en antwoord 32. 7. Simeon kan nu ‘gaan in vrede’. Waarom kan hij in vrede ‘heengaan’? Zou jij / zou u hem dat kunnen nazeggen? Het doet ons denken aan Jakob op zijn sterfbed. Zoek maar eens op Genesis 49: 18. 8. Simeon heeft meer gezien in het Kind Jezus dan Maria en de herders. Waaruit blijkt dat? 9. Waarom zingt Simeon van ‘Uw Zaligheid’ en niet van ‘mijn zaligheid’? Voor de jongste kinderen: 1. Ben jij wel eens verdrietig? Waarom? En wat doet papa of mama, opa of oma dan om jouw verdriet weg te nemen? 2. Simeon was ook verdrietig. Antwoord: hij verlangde zo naar de k……… van de H………… J…………… 3. Hoe wist Simeon dat hij vandaag naar de tempel moest komen? Antwoord: a) dat stond in zijn agenda, b) dat had de Heere hem verteld, c) dat had Jozef hem verteld. 4. Wat deed Simeon met de Heere Jezus? Antwoord: ‘hij nam Het in zijn ………………. en l………………….. God’. 5. Welke vrouw kwam in de tempel naast Simeon staan? Antwoord: a) Maria Magdalena, b) Anna, c) Michal, de vrouw van David.

Lukas 2 : 25

Lukas 2
25
En ziet, er was een mens te Jeruzalem, wiens naam was Simeon; en deze mens was rechtvaardig en godvrezende; verwachtende de vertroosting Israels, en de Heilige Geest was op hem.

Delen & Download

Download preek