Ds. W.A. Zondag - Lukas 2 : 34

Afspelen

Een mens te Jeruzalem (Deel 2)

Lukas 2
5-1-2020
Zijn zegenen
Zijn profeteren
(Een mens te Jeruzalem (Deel 1); zie preek 29-12-2019) Liturgie: Psalm 84: 1, 2 Psalm 119: 10 Lezen: Lukas 2: 25-35 Psalm 84: 3, 4, 5 Psalm 132: 5, 6, 7 Psalm 134: 1, 3 (toezingen) Psalm 84: 6 Citaat: “O, wie niet verloren gaat met zichzelf, kan en wil het Kind Jezus niet zegenen. Wie geen honger kent naar Christus en Zijn gerechtigheid, denkt er niet aan om met Simeon we´l van Hem te spreken. Maar wie zichzelf leert kennen als enkel verdorvenheid, als puur vleselijkheid, als enkel zonde en schuld, acht het zo uitnemend groot als Christus Zich bekend maakt als de weg ter ontkoming in de prediking van het Woord.” Ds. M. Golverdingen, Saambinder 1991. Leestips: - Numeri 6 (priesterlijke zegen) -Lukas 7: 36-50 (Jezus een val en opstanding) Gespreksvragen: 1. Waarom was het ambt dat Simeon had, geen kerkelijk ambt? En waarom is hij toch een ‘dienstknecht’? 2. Herhaling van de vorige keer: Waarom kun je zeggen dat al Gods kinderen ‘dienstknechten’ of ‘dienstmeisjes’ van de Heere zijn? Lees in dit verband HC Zondag 12, vraag en antwoord 32. 3. Eerst gaat Simeon over tot het zegenen van Jezus met Jozef en Maria. Is dat niet vreemd, dat Simeon de Zoon van God zegent? Wat is dat eigenlijk: ‘zegenen’ en wat betekent het in dit verband? 4. Lees bij de voorgaande vraag het citaat van ds. Golverdingen. Begrijpt en verstaat u hem? 5. Simeon zegt van de Heere Jezus: ‘Deze wordt gezet tot een val en opstanding van velen in Israe¨l’. De Statenvertalers wijzen erop dat deze woorden zijn genomen uit Jes. 8:14 en door Paulus/Petrus worden verklaard in Rom. 9:32, 33. 1 Kor. 1:23, 24. 2 Kor. 2:16 en 1 Petr. 2:6, 7. Zoek eens enkele teksten op. 6. Jezus zal zijn tot een ‘val’ en tot een ‘opstanding’. Geef eens van beiden een voorbeeld. Hoe ziet u hiervan een vervulling in de geschiedenis van Simon en de zondares (Luk. 7: 36-50)? Lees met deze bril op ook eens Joh. 7: 37-einde. 7. Wat zijn de specifiek de taken van een ouderling en een diaken? Wat kunnen wij en zij leren van de geschiedenis van Simeon? Voor de jongste kinderen: 1. De tempel van vroeger kun je vergelijken met de ………………… van nu. Wat moet op de stippellijn staan? 2. De dichter van Psalm 84 verlangde er naar om: a) naar de tempel te gaan, b) naar de supermarkt te gaan, c) eens lekker uit te slapen. Welke is juist? 3. Weet je nog wie Simeon was? Hij was een p…………. van God. 4. Simeon zegent de Heere Jezus. Dat betekent dat Simeon aangaf dat het heel fijn zou zijn als veel mensen in de Heere Jezus gaan g……………………. 5. Vandaag zijn ouderlingen en diakenen bevestigd. Een ouderling moet mensen onderwijzen uit de B……………… 6. Een diaken heeft in het bijzonder de taak om mensen die het m…………….. hebben te helpen. 7. Zing nog eens Psalm 84 vers 2: Zelfs vindt de mus een huis, o HEER, De zwaluw legt haar jongskens neer In 't kunstig nest bij Uw altaren, Bij U, mijn Koning en mijn God, Verwacht mijn ziel een heilrijk lot; Geduchte HEER der legerscharen, Welzalig hij, die bij U woont, Gestaâg U prijst en eerbied toont.

Lukas 2 : 34

Lukas 2
34
En Simeon zegende henlieden, en zeide tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding veler in Israel, en tot een teken, dat wedersproken zal worden.

Delen & Download

Download preek