Ds. C.G. Vreugdenhil - Zondag 25

De werking en de versterking van het geloof

Het geloof wordt gewerkt door de Heilige Geest
Het geloof wordt versterkt door het gebruik van de sacramenten
Het geloof richt zich op de gekruisigde Christus
Deze preek is eerder in boekvorm uitgegeven door de Gereformeerde Gemeente van Rotterdam-Zuidwijk.
Te bestellen via:
heterensr@wxs.nl
www.bethelkerkrotterdam.nl
www.jongboek.nl/shop/

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 111: 1
Lezen : Romeinen 10: 1 - 17
Zingen : Psalm 149: 1, 3 en 5
Zingen : Psalm 26: 8 en 12
Zingen : Psalm 62: 8

Gemeente, wij gaan verder met de behandeling van onze Heidelbergse Catechismus.

We beginnen nu met de afdeling van de sacramenten. Zondag 25, alle bijbehorende

vragen en antwoorden:

Vraag 65: Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt zulk geloof?

Antwoord: Van de Heilige Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig Evangelie en het sterkt door het gebruik van de sacramenten.

Vraag 66: Wat zijn sacramenten?

Antwoord: De sacramenten zijn heilige, zichtbare waartekenen en zegelen, van God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte des Evangelies des te beter te verstaan geve en verzegele; namelijk, dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Christus aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt.

Vraag 67: Zijn dan beide, het Woord en de sacramenten, daarheen gericht of daartoe verordend, dat zij ons geloof op de offerande van Jezus Christus aan het kruis, als op de enige grond onzer zaligheid, wijzen?

Antwoord: Ja zij toch; want de Heilige Geest leert ons in het Evangelie en verzekert ons door de sacramenten, dat onze volkomen zaligheid in de enige offerande van Christus staat, die voor ons aan het kruis geschied is.

Vraag 68: Hoeveel sacramenten heeft Christus in het Nieuwe Verbond of Testament ingezet?

Antwoord: Twee, namelijk de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal.

 

We ontvangen onderwijs over:

De werking en de versterking van het geloof

 

Drie aandachtspunten:

1. Het geloof wordt gewerkt door de Heilige Geest

2. Het geloof wordt versterkt door het gebruik van de sacramenten

3. Het geloof richt zich op de gekruisigde Christus

 

Jongens en meisjes, alles wat leeft moet onderhouden worden. Iets wat leeft heeft voedsel nodig. Misschien is er nog niet zo lang geleden bij jullie in het gezin een baby’tje geboren. Dat baby’tje krijgt de borst of de fles. Planten in de kamer hebben ook voedsel nodig: water en een beetje Pokon. Anders kunnen ze niet groeien en gaan ze dood. Als je thuis een konijn hebt of een poes, weet je dat die ook eten nodig heeft. Doe je het een week niet, dan gaan ze dood.

 

Nu moet je luisteren. Datzelfde geldt ook voor het nieuwe leven van het geloof. Want het geloof leeft en heeft ook voedsel nodig. Het is door het Woord van God gewerkt in het hart.

Maar daarmee ben je niet klaar. Je kunt niet zeggen: ‘Nou, nu geloof ik en nu ben ik klaar. Nee, het geloof is een levende zaak, het heeft ook steeds voedsel nodig. En hoe gebeurt dat nu? Nou, daarvoor zijn we in de kerk. Het geloof wordt gevoed, gesterkt door het Woord, door de prediking van het Evangelie, maar ook - en daar begint Zondag 25 mee - door het gebruik van de sacramenten, de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal.

 

De belofte van het Evangelie wil de Heere beter te verstaan geven, uitleggen, uittekenen, aan ons hart leggen door de sacramenten, als tekenen en zegelen van de genade van God die Hij schenkt aan zondaren in de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal, als tekenen en zegelen van Gods genadeverbond.

God buigt Zich in de sacramenten zo laag tot ons neer, alsof het Woord nog niet genoeg zou zijn. Het Woord is genoeg, maar toch geeft de Heere ook nog, naar het woord van Augustinus, het zichtbare Woord om de belofte van het Evangelie aanschouwelijk te maken.

 

We gaan in de eerste plaats letten op:

 

1. Het geloof wordt gewerkt door de Heilige Geest

 

We lezen nog een keer vraag en antwoord 65:

Aangezien dan alleen het geloof ons Christus en al Zijn weldaden deelachtig maakt, vanwaar komt zulk geloof?

Van de Heilige Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig Evangelie en het sterkt door het gebruik van de sacramenten.

 

Het is ons mensen eigen om na te denken over de oorzaak van allerlei verschijnselen. Dat geldt de zichtbare wereld om ons heen. Regen verbinden wij met wolken. Maar hoe komen die wolken daar dan weer? Dat soort vragen stellen wij. En de bliksem, hoe kan dat? En de vruchtbaarheid op het land en in de natuur? Je kunt daar een heleboel over zeggen en lezen, maar uiteindelijk kom je uit bij God, want Hij heeft alles geschapen.

 

Voor de hand liggend is dan ook de vraag naar de oorsprong van de geestelijke dingen, zoals de wedergeboorte, een nieuw hart, het geloof en de waarachtige bekering. We komen dan op hetzelfde antwoord. De schepping wijst naar God, maar de herschepping wijst ook naar God.

 

Nu zegt de Catechismus in Zondag 25, vraag 65: dat we Christus en Zijn weldaden door het geloof deelachtig kunnen worden.

Wat is dat rijk! ‘Christus en al Zijn weldaden’

Als het geloof nu zo’n grote waarde heeft voor ons leven en onze eeuwige zaligheid, hoe kom ik dan aan dat geloof? 

 

Je proeft in vraag 65 een verlangen, begeerte om dat geloof te ontvangen en te beoefenen. Net als bij de Samaritaanse vrouw. De Heere Jezus maakt haar verlangend naar dat levende water. Ze heeft het eerst nog niet eens door wat dat betekent en toch gaat haar hart ernaar uit. Ze zegt: ‘Heere, als dat dan zo groot is en zo heerlijk, geef mij dan van dat water.’

Zo wil de Catechismus dat u in de kerk zit. Eigenlijk is dat toch heel verschrikkelijk, als je bij de gemeente hoort en je gelooft niet!

Als je niet gelooft, wil de Catechismus je uitlokken om te zeggen: ‘Ja, maar als dat nu zo belangrijk is, als daar nu mijn eeuwige zaligheid mee staat of valt, hoe kom ik daar dan aan? Is dat dan voor mij haalbaar, voor iemand zoals ik? Bij wie moet ik dan zijn? Vanwaar komt dat geloof?’

Is dat ook uw heilbegerige vraag en jouw vraag? Zou je echt willen geloven? Zou je echt een kind van God willen zijn? Zou je alles willen missen om een kind van God te zijn? Dan moet u goed luisteren naar het antwoord, want de weg wordt ons hier gewezen.

 

Dat geloof, zegt de Catechismus, komt van de Heilige Geest. Het is een gave van God. Dat is geen beperking, maar dat is een uitbreiding. Zet daar een streepje onder, want het geloof is een gave Gods. Omdat God het geeft, kunt u het krijgen voor niets. Je hoeft er niets voor te doen. Je mag je hand ophouden en ontvangen. De Heere wil het geven.

Er staat niet in de Catechismus: ‘Vanwaar komt zulk een geloof? Van de Heilige Geest.’ Punt uit! Nee, er staat geen punt, maar een komma. De Catechismus gaat verder. De Catechismus gaat zeggen hoe de Heilige Geest dat geloof werkt, namelijk door de verkondiging van het heilig Evangelie. Daarom zijn we ook hier in de kerk.

Zo schenkt de Geest het geloof. We hebben in Romeinen 10 gelezen: ‘Het Woord des geloofs, hetwelk wij prediken.’ Dat betekent: het Woord werkt en het Woord versterkt het geloof.

 

Dus, vanwaar komt zulk een geloof? Van de Heilige Geest.

Dat snijdt verder alle menselijke mogelijkheden af. Dat snijdt verder alle menselijke overwegingen af. Het geloof komt van God. Niet vanuit onszelf, niet uit ons boze hart. Het is geen kwestie van aanleg of karakter. Het is geen zaak van opvoeding of onderwijs. Hoewel het daar alles mee te maken heeft, want de Heere gebruikt vaak de middelen van opvoeding en onderwijs om dat geloof zomaar langzamerhand te werken in ons hart.

Maar je kunt het jezelf niet geven en ouders kunnen het hun kinderen niet geven en wij kunnen het elkaar niet geven.

‘Genade is geen erfgoed,’ zeggen ze wel eens. Maar het is wel een erfzegen. Dat zie je in de geschiedenis van Abraham. De Heere zegt, als Hij dat verbond opricht en het teken van de besnijdenis geeft: ‘Abraham, om u te zijn tot een God en uw zaad na u’.

 

Het geloof komt van God, van de Heilige Geest. Daarmee is tegelijkertijd beleden dat zalig worden een éénzijdig werk is van onze God, Die liefde is en Zijn Zoon ervoor overgaf in deze wereld. Het betekent ook dat God het geloof wil geven. En dat, als we het eenmaal ontvangen hebben, we het ook nooit meer zullen verliezen, want de Heere staat in voor Zijn eigen werk.

 

Ik zei u al, er zijn mensen die zetten een punt achter ‘van de Heilige Geest’. En waarom heb ik het daar nu over? Omdat hier ook van zulke mensen zitten. Ik kom ze wel eens tegen. Ze zeggen het nooit zoals ik het nu zeg. Ik overdrijf een beetje om het duidelijk te maken. Ze zeggen: ‘Het moet je gegeven worden’ en ‘het zijn er maar weinigen’. Er zijn er zelfs die zeggen: ‘Waarom zou ik dan naar de kerk gaan? Het moet toch alles van God vandaan komen. En God kan me in de kroeg ook bekeren of op het sportveld’.

Ja, zegt de Catechismus, dat is waar. God kan zóveel. Hij kan dat. Maar het gaat er hier niet over wat God allemaal kan -  Hij is almachtig - maar wat Hij wil. Daarom staat er een komma.

Het geloof komt van de Heilige Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig Evangelie.

 

In onze harten.

Zie je, het is een zaak van het hart. En uit het hart van de mens zijn de uitgangen van het leven. Het hart is het centrum van het geestelijk overleg. Daar worden de plannen beraamd. Daar komt uit wat je wilt en wat je niet wilt en wat je doet.

 

De Heilige Geest, Die het geloof in onze harten werkt door de verkondiging van het heilig Evangelie.

God wil dus het geloof geven. En de weg om het te ontvangen heeft Hij voor ons uitgestippeld, namelijk: de verkondiging van het heilig Evangelie.

Dat maakt het wezen van de kerk uit. Waar geen verkondiging van het heilig Evangelie is, daar is geen Kerk meer. Dit is de hartslagader van het geestelijk leven: de verkondiging van het heilig Evangelie.

Het woordje ‘verkondiging’ betekent dat het niet een vrijblijvend luisteren is. Het betekent: u wordt aangesproken; er wordt een appèl gedaan op uw hart. Als u ongelovig de kerk uitgaat, gaat u schuldiger weg dan u kwam. Dat betekent het. Want het is verkondiging met Goddelijk gezag en met Goddelijke autoriteit. Het legt beslag op ons leven. God werkt middellijk. Wie tot God bekeerd wil worden en tot geloof wil komen, die moet daarvoor de genademiddelen gebruiken.

 

God geeft Zijn Geest niet rechtstreeks, maar God geeft die uitsluitend via het Woord, via het voertuig van het Woord. Daarom moet je thuis ook in je Bijbel lezen. Wie ‘naar de kerk gaan’ niet zo nodig vindt en wie thuis zijn Bijbel dicht laat, die zegt daarmee: ‘Ik wil absoluut het geloof niet ontvangen. Heere, blijf maar bij mij weg!’

 

We hebben gelezen wat Paulus zegt: Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor door het Woord Gods. Zonder het Woord is er geen geloof.

Hoe God dat werkt in een zondaarshart, dat is verborgen en heel verschillend. Het Woord wordt genoemd ‘een zaad van de wedergeboorte’. Op een verborgen wijze, door de dood heen, komt er nieuw leven. De wedergeboorte zelf, door het zaad van het Woord, onttrekt zich aan onze waarneming. God spreekt scheppend, levenwekkend, als de Machtige, als de Almachtige, en een zondaarsziel gaat leven.

 

Net zoals in de schepping: ‘Daar zij licht. En daar werd licht’. Zo is het ook in de herschepping. God verlicht het verstand en Hij opent het hart en Hij buigt onze wil. Dat doet de Heilige Geest door het Woord, dat geladen is met de opstandingskracht van Christus. Zo wekt Hij dode zondaren op uit hun geestelijke dood tot het leven.

De Heilige Geest wekt tot nieuw leven. Dan begint alles plotseling te ritselen van leven. Dan leren we God zien en kennen en onszelf zien en kennen. We komen God onder ogen, er is een ontmoeting met de Heere.

Het gaat doorwerken in je leven. Je komt er niet meer onderuit. Je bent aan de haak geslagen. Het geloof wordt geplant in je ziel.

 

Maar, zoals ik begon voor onze jongens en meisjes, dat geloof moet ook groeien. Dat moet zich ontwikkelen. Dat gebeurt ook door de verkondiging van het heilig Evangelie.

Zonder het Woord is er geen geloof, maar zonder het Woord komt het geloof ook niet tot wasdom, tot meerdere kennis van Christus en de zekerheid van het geloof. En, zegt de Catechismus: ‘Het moet gesterkt worden door de sacramenten.’

Maar dat veronderstelt ook het Woord, want de sacramenten zijn een streep onder het Woord. Die groei van het geloof, waarvan de oorsprong verborgen is, doet God middellijk. Die groei is door Woord en sacrament, want het sacrament staat nooit los van het Woord. Het hangt er als een zegel aan, om te bevestigen wat er in het Woord staat.

 

Dat God normaliter in de middellijke weg het geloof werkt in ons hart, daar staat de Bijbel vol van. Pak hem er maar eens bij en zoek maar eens een paar voorbeelden met de kinderen thuis. Dat is mooi werk op de zondag. Ik zal er een paar voorzeggen.

De Heere stuurt een engel naar Cornelius. Die engel komt niet om hem het geloof te schenken. Nee, hij moet een bode naar Petrus sturen. En dan gaat Petrus mee en hij verkondigt het Evangelie aan Cornelius. ‘Het Woord der zaligheid’, staat er in die geschiedenis van Handelingen. Dat zegent God en de Geest komt op allen die het Woord horen. En dan worden ze bekeerd. Dat is een wonder! Het gebeurt niet door die engel, maar door het gepredikte Woord van Petrus.

 

Denk eens aan de Moorman uit Ethiopië. Die man heeft honger naar God. Hij wordt getrokken naar Jeruzalem en dan komt hij bij het Woord. U kent die uitdrukking wel: ‘God brengt Zijn volk bij het Woord of het Woord bij Zijn volk’. Dat is altijd waar! Want de Moorman komt in Jeruzalem en daar vindt hij het boek van de profeet Jesaja. De Heere geeft er nog een uitlegger bij ook, want die man begrijpt het niet helemaal, hoe heilbegerig hij ook is. - U hebt ook een uitlegger nodig. Daarom komen we hier ‘s zondags toch? - God zendt Filippus. Hij haalt hem zomaar weg uit die grote gemeente in Samaria en hij moet die ene man het Woord gaan verkondigen. En hij verkondigde hem Jezus, de Christus.

 

Het is overduidelijk: we mogen het geloof nooit scheiden van het Woord; het gepredikte Woord, het gelezen Woord, dat u openslaat in de eenzaamheid voor God. En wie dat wél scheidt, die wil wijzer zijn dan God en die beledigt de Heilige Geest. Langs deze heel gewone weg van de prediking van het Evangelie werkt de Heilige Geest het geloof.

De vraag is: ‘Zou je echt willen geloven?’ Daar moet u eens een antwoord op geven. Jullie ook, jongelui. Geef daar nu eens een antwoord op: ‘Zou je echt willen geloven?’ Je weet al best uit de preken die je gehoord hebt en de opvoeding van je vader en moeder, dat dat consequenties heeft. Je weet dan wel waar je niet meer naar toe gaat, wat je dan niet meer doet. Wat je dan wel doet. ‘Zou je echt willen geloven? Zou je echt een kind van God willen zijn?’ ‘Geloof Zijn heil- en troostrijk Woord’, zegt de Bijbel, ‘verhard je niet, ga niet door!’

God roept je nu een halt toe en Hij zegt: ‘Luister! Pak je Bijbel! Lees! Bid, ga op je knieën!’

Gemeente, de Geest werkt nog. Dat is beloofd. Juist in het laatste der dagen, waarin wij leven, zal de Geest werken, uitgestort worden op alle vlees. Het staat in de tegenwoordige tijd. Hij werkt ook nu, in de eenentwintigste eeuw. Ook nu komen mensen tot het geloof. Ook nu komen ouderen en jongeren tot het geloof.

Zo vergadert Christus Zijn Gemeente. Hoort u erbij? Kent u dat buigen voor de Heere?

 

Als de Geest het geloof werkt in je hart, heeft dat consequenties. Wat ga je dan geloven? Zondag 7! Dan geloof je alles wat er in het Woord van God, in het Evangelie geopenbaard is. Dat wil zeggen: dan ga je zien wat je nog nooit zag. Dan gaan je blinde zielsogen open en je gaat ontdekken: ‘Hé, zo kan ik niet verder leven!’ Je gaat rekening houden met God. Dat deed je anders nooit; je leefde je eigen leven. Maar je gaat beseffen: ‘God ziet mij. Ik kan zo niet doorleven. En ik kan mijn vrienden niet aanhouden, die me altijd maar opnieuw tot de zonden brengen en me brengen op plaatsen waar ik niet hoor.’

Je gaat merken dat je niet gelukkig bent, omdat je God niet kent. Je mag proeven uit het Woord van God dat de Heere jou kent en dat Hij Zich aan je wil openbaren. Er komt een verlangen om de Heere te dienen en bij Hem te zijn. Je gaat zien hoe schuldig je staat voor de Heere en dat je de dood hebt verdiend.

En de Geest werkt dóór in je hart en je gaat zien: er is nog redding voor verloren zondaren, voor een mens zoals ik. Je leert vragen met Paulus: ‘Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? Heere, wat moet ik doen om zalig te worden?’

 

Onder de prediking van Petrus op de Pinksterdag kwamen de mensen ook met die vraag? Ze werden doorstoken in het hart. Ze hadden Jezus gekruisigd. Heb je onder de verkondiging nog nooit gehoord dat je schuldig staat aan de kruisdood van de Heere Jezus? Want waarom stierf Hij? Hij stierf om de zonden der wereld weg te dragen. Als je dat gaat zien, dan schaam je je weg en zeg je: ‘Heere, ik?’ Eerst denk je: ‘Ik heb er niets mee te maken; dat is voor vrome mensen.’ Maar dan ga je het zien en dan zeg je: ‘Ik wist niet dat ik door mijn schuld Zijn kroon had gevlochten en Zijn beker gevuld.’

Dat snijdt diep in: ‘Hoe vind ik God weer terug?’

 

Welnu, dat Evangelie komt tot ons en daarin openbaart de Heere God een gewillige Zaligmaker, Die verlost van de toorn van God. Hoe ernstig en welmenend roept Hij ons en lokt Hij ons: Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw!

En dan trekt de Geest zo krachtig en onwederstandelijk, naar de Heere Jezus toe. Je kunt het niet meer tegenhouden.

Toen vluchtte ik tot Jezus! Hij heeft mij gered.

Hij heeft mij verlost van het vonnis der wet.

De Heere Jezus wordt alles voor je. Iedere keer als je in de kerk komt en het kruis wordt gepredikt en Zijn zondaarsliefde wordt geschilderd, gaat je hart open en het springt op van vreugde.

 

Maar er is meer. Het ontwaakte geloof is nog maar een heel klein stekje, een heel klein plantje. Het heeft verzorging nodig.

Dat is het tweede waar we op gaan letten, namelijk:

 

2. Het geloof wordt versterkt door het gebruik van de sacramenten

 

De Heilige Geest werkt het door het Woord, maar Hij versterkt het door de sacramenten. We lezen vraag en antwoord 66:

Wat zijn sacramenten?

De sacramenten zijn heilige, zichtbare waartekenen en zegelen, van God ingezet, opdat Hij ons door het gebruik daarvan de belofte des Evangelies des te beter te verstaan geve en verzegele; namelijk, dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Christus aan het kruis volbracht, vergeving der zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt.

 

Dat is even een rijkdom! Ik zei het al: ‘Het geloof wordt natuurlijk ook gesterkt door het Woord, maar hier gaat de Catechismus over op het onderwerp van de sacramenten.’

Wij kunnen ons eigen zwakke geloof niet krachtig maken. Daartoe is de prediking nodig en daartoe zijn de sacramenten nodig.

Daartoe is het bijbelgebruik nodig en de huisgodsdienst. Dat wil zeggen dat je samen met je kinderen zingt en uit de Bijbel leest en erover spreekt, als je kinderen van de Heere gekregen hebt en ze zijn op een leeftijd dat ze er iets van verstaan.

Maar ook het bijbelgebruik in het persoonlijk leven is nodig, want het geloof moet groeien. Het moet geoefend worden. Daar is steeds nieuwe kracht voor nodig. En die kracht geeft God vanuit het Woord. Zoals wij na een dag van hard werken eten nodig hebben om versterkt te worden, zo moet ook het geloof steeds versterkt worden.

 

Daarom is het zo’n grote genade dat onze vermoeide ziel zich telkens mag spijzen en laven aan de tafel des Heeren. Dan overvalt het Avondmaal je niet na drie maanden, maar dan zie je er al veel langer naar uit. Dan zie je er al weken naar uit om je hongerige ziel te mogen laven aan de tafel van Zijn vertroosting. Zo wordt het zwakke, vermoeide geloof gesterkt, zegt de Catechismus op grond van de Bijbel.

 

Nu moet u niet denken dat een sterk geloof een geloof is dat krachtig is in zichzelf. Het geloof vindt zijn vaste vertrouwen in het Voorwerp van het geloof, in Christus, in de belofte van het Evangelie, waarvan de gekruiste Christus de Inhoud is. Dat ‘sterke’ zit dus in het zich vastklemmen aan Christus. De zekerheid ligt buiten ons.

 

De Catechismus vraagt:

Wat zijn sacramenten?

Het is een woord dat niet in de Bijbel staat. ‘Sacramentum’ is een Latijns woord en betekent ‘geldsom’. Het woord wordt gebruikt voor een geldsom die twee pleitende partijen weglegden bij de priester in het oude Griekenland. Wie het pleit dan won kreeg zijn geld terug. Degene die het verloor raakte zijn geld kwijt aan de schatkist.

Het woordje ‘sacramentum’ wordt in het Latijn ook gebruikt voor een krijgseed, die de soldaten afleggen aan hun veldheer als zij hem trouw zweren. Ze zweren trouw op het vaandel.

Tertullianus gebruikt dat woord voor de Heilige Doop. Hij noemt de Doop ‘het merk- en veldteken van Christus’, waardoor we verbonden zijn aan Zijn dienst en geroepen tot de goede strijd van het geloof.

En dan is er nog een derde betekenis van het woordje ‘sacramentum’ en dat is: ‘verborgenheid’. In de Griekse Bijbel staat verschillende keren het woordje ‘mysterion’. Ons woordje ‘mysterie’ is daarvan afgeleid. De vertaling in het Latijn, in de Vulgaat, is dan: ‘sacramentum’. Achter de tekenen van de sacramenten ligt een verborgenheid. De verborgenheid van het enige slachtoffer van Christus aan het kruis, de verborgenheid van het eeuwige leven en de vergeving der zonden, die Hij ons schenkt door het geloof.

 

En dan zegt de Catechismus:

Het zijn heilige, zichtbare waartekenen en zegelen.

God laat Zijn heil niet alleen horen in het hoorbare Woord, maar ook zien en tasten. Zo wil Hij Zijn hartelijke liefde en trouw jegens ons bewijzen. Eigenlijk moesten wij genoeg hebben aan het Woord, want daarin zegt God alles wat nodig is tot onze zaligheid. Maar nu is God zo genadig en goed, dat Hij ons zwakke geloof kent. Guido de Brès zegt in de Geloofsbelijdenis dat Hij onze grovigheid en zwakheid kent en dat Hij daarom een extra geeft, namelijk het zichtbaar Evangelie in het sacrament.

Op twee manieren spreekt God: door de oorpoort en door de oogpoort. Zo laag buigt Hij Zich tot ons neer. Het is Hem er alles aan gelegen dat u begrijpt wat Hij bedoelt en dat u gelooft wat Hij zegt. Het Woord en het sacrament zeggen allebei hetzelfde. Het één staat niet boven het ander en het één is niet heiliger dan het ander. Ze zijn allebei heilig.

 

Heilige waartekenen, dat wil zeggen: de heilige God heeft ze ingesteld en heilige zaken worden afgebeeld.

Het Woord is niet minder heilig, want dat wordt genoemd ‘het heilig Evangelie’. Vanwege die heiligheid kunnen we ons niet alleen maar een oordeel eten en drinken aan de tafel van het Avondmaal, maar kunnen we ons net zo goed een oordeel horen onder de prediking van het Woord of verdrinken in het doopwater, als we dat onheilig en ongelovig gebruiken. Want wat uit het geloof niet is, dat is zonde. Zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen.

Het zijn zichtbare tekenen omdat ze lichamelijk, met uiterlijke zintuigen, waarneembaar zijn. Zo wordt de waarheid van die verborgenheid, namelijk het slachtoffer van Christus voor onze zonden, verzekerd.

 

God heeft ze ingesteld, zegt de Catechismus.

Het is geen menselijke instelling. Je ziet het al bij Abraham, als God de besnijdenis instelt, het sacrament van het Oude Testament. Je ziet het bij Mozes, als God het Pascha instelt in de nacht toen alle eerstgeborenen van Egypte stierven en Israël staande het Pascha at en het bloed aan de deurposten streek, opdat de verderfengel zou voorbijgaan.

Jezus stelde Doop en Avondmaal in. En bij het gebruik daarvan heeft Hij Zijn genade beloofd. Het zijn tekenen en zegelen. Dat betekent: God geeft aanschouwelijk onderwijs.

En toch, dat begrijpt u wel, is een teken meer dan een tekening. Jongens en meisjes, als jullie uit groep 1 of 2 naar huis komen en je brengt een tekening mee, dan kunnen papa en mama zien wat je getekend hebt. Maar, gemeente, dat is wat anders dan een teken. Daar zit meer achter. Een teken is meer dan alleen maar een plaatje of een tekening op het bord.

Het geeft niet alleen een verklaring van de inhoud van de belofte van het Evangelie, maar ook de verzegeling, de verzekering daarvan.

 

De Doop is het zichtbaar maken van de reinigende kracht van het bloed van de Heere Jezus. Zo wordt de belofte van het Evangelie beter te verstaan gegeven.

Eenvoudig eigenlijk, als je dat zo hoort: ‘De Doop, water, gewassen worden, de reiniging van je zonden.’ ‘Het Avondmaal, het eten en drinken, voeding, onderhouden worden van het geestelijk leven.’ Een kind kan het begrijpen. Zo laag daalt de Heere af.

Het teken wijst op de betekenis, op de betekende zaak. De verborgenheid wordt afgebeeld. Dat is: Christus aan het kruis voor mij. Daarom is het ook een zegel.

 

Een zegel wordt geplakt op de stukken die veel waarde hebben. Dat zegel wijst op de echtheid en de betrouwbaarheid van dat stuk. Het is tegen namaak. In echt goud staat een stempeltje. Dat betekent dat het echt goud is. Het verzekert een zaak.

Ursinus zegt in zijn verklaring bij deze Zondag in het ‘Schatboek’: ‘De prediking van het Woord is als een open brief. De beloften van het Evangelie, en de sacramenten zijn als zegelen aan die brief gehangen.’ Zonder brief heeft dat zegel geen betekenis. Een blanco brief wordt niet verzegeld. Het zegel verzegelt de inhoud van de brief.

Als de brief verzegeld is moet er wel iets heel belangrijks in staan. Zo’n brief moet ook heel persoonlijk geadresseerd zijn.

 

Gemeente, zo is het nu met de brief van God aan ons, met de belofte van het Evangelie, die de Catechismus heeft samengevat in haar uitleg van de Twaalf Artikelen.

De sacramenten verzegelen de waarheid daarvan. Heel persoonlijk, want de beloften van het Evangelie zijn heel persoonlijk gericht.

Het water in de Doop betekent en verzegelt tijdens de doopsbediening aan de gelovige gebruiker dat ‘zo zeker als je het doopwater ziet, zo zeker je zonden afgewassen worden door het bloed van Christus.’

Brood en wijn zijn maar gewone levensmiddelen, maar Christus zegt: ‘Zo zeker heb Ik Mijn lichaam voor u laten verbreken en Mijn bloed voor u laten vergieten, tot een volkomen verzoening van al uw zonden.’

 

En zo hangt God aan de brief van Zijn Woord, aan de beloften van het Evangelie, twee grootzegels: de sacramenten.

Daarin verzegelt Hij: ‘Mijn Evangelie is waar en betrouwbaar. Ik lieg niet, u kunt ervan op aan. Wie zich erop verlaat zal het niet vergeefs doen.’

Het gepredikte Woord wordt in het sacrament nog eens heel persoonlijk aan ons adres herhaald.

 

Vraag en antwoord 66 hebben het steeds over ‘ons’.

Er gebeurt niet iets algemeens, maar iets heel persoonlijks. De beloften Gods worden in de Doop op naam gezet. De naam van de dopeling wordt genoemd en brood en wijn worden persoonlijk uitgereikt aan u die de hand uitstrekt. Dat is heel persoonlijk.

Kan God lager afdalen? Kan Hij het nog persoonlijker doen? Zo versterkt Hij telkens opnieuw het zwakke geloof van Zijn kinderen en zo wekt Hij ook op om de goederen die Christus verworven heeft, te ontvangen, te omhelzen en eruit te leven.

Nog krachtiger dan het horen van Zijn Woord wil de Heilige Geest tijdens de bediening van de sacramenten de harten van de gelovigen richten op wat Hij heeft gedaan.

Het zijn de tekenen van Gods gunst jegens ons. Zo wordt door het zien en het proeven en het smaken van de sacramenten ons geloof gericht op de gekruisigde Christus.

Dat is onze derde gedachte.

 

Maar we zingen eerst Psalm 26 vers 8 en 12

 

Wat blijdschap smaakt mijn ziel,

Wanneer ik voor U kniel

In ’t huis dat Gij U hebt gesticht!

Hoe lief heb ik Uw woning,

De tent, o Hemelkoning,

Die G’, U ter eer, hebt opgericht!

 

Nu stap ik rustig aan;

’k Betreed een effen baan.

Mijn God verhoort nu mijn gebed.

’k Zal Hem met blijde klanken,

In Zijn vergaad’ring, danken,

Wanneer Zijn gunst mij heeft gered.

 

 

Gemeente, het gaat in deze Zondag over de werking en de versterking van het geloof. We hebben gezien: Het geloof wordt gewerkt door de Heilige Geest en Het wordt gesterkt door het gebruik van de sacramenten.

Onze derde gedachte is:

 

3. Het geloof richt zich op de gekruisigde Christus

 

Want wat is de inhoud van de beloften van het Evangelie, die de Heere door de uittekening van de sacramenten beter te verstaan wil geven? Tot drie keer toe lezen we dat in de vragen 66 en 67. En dan moet u eens tellen hoe vaak u tegenkomt ‘het kruis’ en ‘Christus’ en ‘de gekruiste Christus’ en ‘de offerande voor ons’.

‘Namelijk, dat Hij ons vanwege het enige slachtoffer van Christus, aan het kruis volbracht, - dat is één - vergeving van zonden en het eeuwige leven schenkt.

Zijn dan beide, het Woord en de sacramenten, daarheen gericht of daartoe verordend, dat zij ons geloof op de offerande van Jezus Christus aan het kruis - dat is twee - als op de enige grond van onze zaligheid, wijzen?

Ja, want de Heilige Geest leert ons in het Evangelie en verzekert ons door de sacramenten, dat onze volkomen zaligheid in de enige offerande van Christus staat, die voor ons aan het kruis geschied is.’

 

Hier staat drie keer ‘het kruis’, ‘de offerande van Christus’ en ‘voor ons’. Het geloof richt zich op de gekruisigde Christus.

Beide, Woord en sacrament, hebben maar één doel: ze zijn een uitgestoken vinger naar het kruis van Golgotha. Het offer van Christus is de enige grond van onze zaligheid. Hij is het enige slachtoffer.

Ziet u Hem hangen tussen de moordenaars? Barabbas had daar moeten hangen aan dat middelste kruis. Barabbas heeft zijn leven te danken aan Jezus. Gemeente, wij zouden daar moeten hangen, want dat hebben wij verdiend.

Bent u dat ooit wel eens waardig geworden in uw eigen waarneming, toen u uw zonden en schuld leerde kennen.? Hebt u wel eens voor God gebogen en gezegd: ‘Heere ik sta schuldig aan al uw geboden?’ Bent u het wel eens waard geworden om gestraft te worden vanwege Gods rechtvaardigheid? Nu wijst de vinger van het sacrament heen naar het middelste kruis en zegt: ‘Voor u, voor ons.’ ‘Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.’

Heeft dat u nooit verbroken? Dat dierbare kruis van onze Heere Jezus Christus, dat dierbare Lam van God. Daar hangt Hij, bloedend uit al Zijn wonden.

 

De Catechismus zegt hier: ‘Vergeving van zonden en het eeuwige leven’. Het is wat, al mijn zonden vergeven! Dat iemand die de eeuwige dood verdiend heeft, uit genade het eeuwige leven heeft ontvangen!

Gemeente, dat offer is het enige offer. Zet daar eens een streepje onder: het enige offer. Dat wil zeggen: een ander offer is er niet. Dat offer is de enige grond van onze zaligheid.

 

Jezus, niet mijn eigen kracht,
niet het werk door mij volbracht,
niet het offer dat ik breng,
niet de tranen die ik pleng,
schoon ik ganse nachten ween,
kunnen redden, Gij alleen.

 

Tranen en schuldbelijdenis en boetvaardigheid zijn er wel, maar zijn vrucht van Zijn werk en verdienste.

Dat is wat, om te leren: de enige grond van mijn behoudenis ligt in de gekruiste Christus, in het zoenoffer op Golgotha! Daarom wordt mijn geloof pas dan sterk, als ik steun op de gehoorzaamheid van de gekruiste Christus alleen, Die de mijne is als ik in Hem geloof.

 

Hebt u zo wel eens rust mogen vinden, echte rust? Niet alleen een hart dat naar Hem uitgaat. Het is al groot, als uw hart naar Jezus uitgaat! Want van nature gaat ons hart uit naar de wereld. Maar dat is wat anders dan rust vinden. Hebt u rust mogen vinden in dat enige Offerlam, in de gekruiste Jezus? Dat we niet meer steunen op onze gestalten en onze gevoeligheden, want dat is zo wankel. Dat is er vandaag wel en morgen niet. Maar het enige houvast ligt buiten ons in de gekruiste Christus.

Daarom zal het geloof het anker der ziel, de hoop, uitwerpen in de Steenrots van Zijn verdienste. De apostel zegt: ‘Wast op - ook door het gebruik van de sacramenten - in de genade en de kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus’.

 

O, het ontluikend geloof in de tijd van de eerste liefde kan zo genieten van de gevoelige tegenwoordigheid van de Heere! Acht dat niet klein hoor! Geniet er maar van. Maar pas op dat je het geloof niet kwijt bent als je dat gevoel kwijt bent. Pas op dat het zwakke geloof niet verstikt wordt door twijfelzucht en ongeloof.!

Dan komen er vragen uit een ongelovig hart. Dan vraagt u: ‘Is het wel voor mij?’ Dan verdenkt u God in Zijn waarachtige aanbieding in het Evangelie. ‘Bedrieg ik me niet en heb ik het niet gestolen?’ Waar kom je dan terecht? In de wanhoop.

En natuurlijk is zelfbeproeving goed, maar juist de zwakken in het geloof komt Christus nu met de tekenen en zegelen van Zijn genade tegemoet. ‘Kom, proef, zie het, smaak het, tast het, dat Ik het ben.’ Net als bij Thomas: ‘Breng uw vinger hier en zie Mijn handen, en breng uw hand en steek ze in Mijn zijde; en zijt niet ongelovig, maar gelovig.’

 

Vraag 67 wijst ons op de overeenkomsten en de verschillen tussen Woord en sacrament.

Als je dat nog eens doorleest, komen er eerst een paar verschillen uit.

Het Woord is hoorbaar, het sacrament is ook zichtbaar.

Het Woord is voor allen, het sacrament is voor de gelovigen.

Door het Woord wordt het geloof gewerkt en versterkt.

Door het sacrament wordt het geloof versterkt.

Er zijn verschillen tussen Woord en sacrament, maar ook overeenkomsten. Want er staat:

Beide zijn een uitgestoken vinger naar het kruis van Golgotha, de enige offerande van Christus aan het kruis geschied.

 

Tenslotte lezen we in vraag 68:

Hoeveel sacramenten heeft Christus in het Nieuwe Verbond of Testament ingezet?

Twee, namelijk de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal.

 

Hoeveel sacramenten zijn er? U begrijpt dat de achtergrond van deze vraag in de tijd van de Reformatie zeer actueel was, omdat de roomse kerk zeven sacramenten leerde.

Wij kennen er twee, die Christus heeft ingesteld, namelijk de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal.

In plaats van de besnijdenis en het Pascha, de bloedige sacramenten waarbij het bloed vloeide, hebben wij de onbloedige sacramenten: de Doop als het sacrament van de inlijving in Christus, het bad der wedergeboorte, en het Avondmaal als het sacrament van het opwassen in Christus, het groeien, het gevoed worden.

De Doop eenmalig, het Avondmaal steeds opnieuw. Want geboren word je maar eens, maar gevoed moet je iedere dag.

 

Het zijn de genademiddelen. Daar is God niet aan gebonden, maar wij wel. Daarom moeten we ze gebruiken.

De Catechismus zegt: ‘Opdat we door het gebruik ervan in het geloof verzekerd en verzegeld worden.’ Er staat dus niet: ‘Als je nu maar een rechtzinnige beschouwing hebt over de Doop en over het Avondmaal, dan komt het wel goed’. Nee, door het gebrúik ervan.

Gebruikt u de sacramenten ook? Want als ze verwaarloosd en veracht worden, is dat tot grote schade voor ons.

Niet één, maar beide sacramenten. Wie alleen de Doop gebruikt en het Avondmaal niet, brengt een scheiding aan die God niet heeft geleerd in de Bijbel en die ook onze vaderen niet hebben geleerd.

 

Zonder geloof mag je je niet laten dopen als volwassene. En kun je dan wel je kind laten dopen? Kun je dan zonder geloof God behagen en gehoorzaam zijn aan Zijn wil?

Misschien zegt u: ‘Hoe moet dat dan, als je geen geloof hebt?’ Vindt u het dan niet heerlijk dat ik in deze Zondag begon met ‘hoe je er áán komt’, ‘dat het te krijgen is bij de Heere, dat de Heilige Geest het nog steeds werkt door de verkondiging van het Evangelie.’?

 

Jongens en meisjes, gebruikt de middelen. Bidt: ‘Lieve Heere Jezus, mag ik van U zijn? Mag ik een schaapje zijn van Uw kudde? Ik zie zoveel heerlijkheid in U en zoveel liefde dat U Uw leven gaf voor Uw schapen. Ik heb zoveel stoute dingen gedaan. Wilt U mij aannemen in genade?’ Is de Heere Jezus dierbaar voor je geworden? Leest in je Bijbel en gelooft wat de Heere ons daarin belooft.

 

Dat kan! Bij kinderen? Jazeker! Als ze maar in hun bijbeltje lezen en als ze maar geloven wat er staat.

 

Gemeente, laat toch geen gelegenheid onbenut om het Woord te horen en te lezen, want het zijn de genademiddelen. Gebruik die middelen en bid of de Heilige Geest u herschept tot een nieuw leven, het geloof te planten in uw hart.

Herinner de Heere maar aan Zijn eigen Woord. In de belofte van het Evangelie staat de Zaligmaker voor u, de Gekruisigde.

U ziet hier in deze Zondag Zijn doorboorde handen opgeheven en Zijn priesterlijk hart, biddend voor Zijn vijanden. Val Hem maar te voet, hoor! Open uwe mond en eis vrijmoedig.

 

Alles wat u ontbreekt, wil Hij schenken.

Alles wat u doet, zelfs uw beste verrichtingen, mag u verdenken. Maar verdenk Gods Woord niet.

Verdenk Gods liefde niet.

Verdenk het aanbod van Zijn genade niet.

Verdenk de belofte van het Evangelie niet.

 

Werp u neer aan de voeten van de Heere, en zeg: ‘Heere, ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent.’

 

Amen.