Ds. S. Maljaars - Lukas 1 : 67 - 69

Adventsvreugde in Judéa

Lukas 1
Bij wie is deze adventsvreugde
In Wie is deze adventsvreugde
Om Wie is deze adventsvreugde

Lukas 1 : 67 - 69

Lukas 1
67
En Zacharias, zijn vader, werd vervuld met den Heiligen Geest, en profeteerde, zeggende:
68
Geloofd zij de Heere, de God Israels, want Hij heeft bezocht, en verlossing te weeg gebracht Zijn volke;
69
En heeft een hoorn der zaligheid ons opgericht, in het huis van David, Zijn knecht;

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Lofzang v. Zacharias: 1
Lezen : Lukas 1: 57 - 80
Zingen : Psalm 132: 7, 11 en 12
Zingen : Psalm 130: 4
Zingen : Psalm 75: 3 en 6

Gemeente, met Gods hulp willen wij u Gods Woord prediken uit Lukas 1, de verzen 67 tot en met 69. We lezen daar:

 

En Zacharias, zijn vader, werd vervuld met den Heiligen Geest en profeteerde, zeggende: Geloofd zij de Heere, de God Israëls, want Hij heeft bezocht en verlossing teweeggebracht Zijnen volke; En heeft een Hoorn der zaligheid ons opgericht in het huis van David, Zijn knecht.

 

In deze woorden gaat het over: Adventsvreugde in Judéa.

 

We stellen drie vragen. Het zijn de drie punten van de preek:

1. Bij wie is deze adventsvreugde? Bij Zacharias. Dat lezen we in vers 67.

2. In Wie is deze adventsvreugde? Zacharias is verheugd in de Heere, de God Israëls. Dat vinden we in vers 68.

3. Om Wie is er deze adventsvreugde? Die vreugde is er om de Heere Jezus Christus. Hij wordt in vers 69 ‘de Hoorn der zaligheid’ genoemd.

 

Gemeente, de vier weken voor Kerst worden adventsweken genoemd. Het Latijnse woord ‘adventus’ betekent: komst of aankomst. We staan in deze tijd stil bij de periode van het Oude Testament waarin de vromen uitzagen naar de komst van de Heere Jezus Christus op aarde.

Zondag 6 van de Heidelbergse Catechismus spreekt over het Evangelie van de Middelaar. Dit Evangelie is in het paradijs al geopenbaard. Het werd door de patriarchen en profeten verkondigd. De offeranden en de ceremoniën van de wet beeldden het af. En ten slotte is dit Evangelie door Gods eniggeboren Zoon vervuld.

 

Aan het begin van het Evangelie van Lukas staan we op de grens van de verwachting en de vervulling. Hier, in Judéa, vinden we iets van de ware adventsvreugde. Vreugde om de komst van de Zaligmaker. In Judéa is het eigenlijk al Kerst in adventstijd. Want terwijl Zacharias zijn kind, Johannes, in zijn armen houdt, mag hij iets zien van hét Kind, van de Heere Jezus Christus, de Zaligmaker, de Hoorn der zaligheid.

 

Gemeente, op deze Zaligmaker was de verwachting van de vromen in het Oude Testament gericht. Wanneer zal Hij komen? Het duurde zo lang. Vele eeuwen werd naar Zijn komst uitgezien. Die oudtestamentische gelovigen hebben gewacht als de wachters op de dageraad: De morgen, ach, wanneer? Soms mocht er in dat wachten al iets van vreugde ervaren worden. Hij zal komen. De hoogste blijdschap ligt echter in de vervulling, als de Zaligmaker daadwerkelijk verschijnt. De Spreukendichter zegt: De uitgestelde hoop krenkt het hart, maar de begeerte die komt, is een boom des levens (Spr.13:12). Over die adventsvreugde in verwachting en vervulling gaat het vandaag. De Heere geve dat er onder ons ook zo’n adventsvolk mag zijn dat uitziet naar de komst van Christus in het hart.

Onze eerste gedachte is:

 

1.  Bij wie is deze adventsvreugde?

 

In vers 67 lezen we: En Zacharias, zijn vader werd vervuld met de Heilige Geest. We zijn hier in het huis van Zacharias en Elisabet in het bergland van Judéa. Enkele dagen geleden is hun zoon geboren. Op de achtste dag komt er een heel gezelschap in hun huis bijeen ter gelegenheid van de besnijdenis van het kind. Lukas, de evangelist, schildert het ons voor ogen. Jongens en meisjes, Lukas wordt weleens met een kunstschilder vergeleken. Een kunstschilder maakt schilderijen. Daarvoor gebruikt hij dikke penselen, maar ook heel dunne kwastjes om kleine trekken, heel kleine details, op het doek te zetten. Zo heeft Lukas oog voor het detail. Lukas heeft alles van voren aan naarstig onderzocht en vervolgens opgeschreven. Hij schildert met zijn woorden en benoemt ook onopvallende zaken. En Zacharias, zijn vader. Hij is dus de vader van Johannes de Doper.

 

De naam Zacharias betekent: de Heere gedenkt. Wat is dat waar geworden! De Heere heeft in gunst aan Zacharias en zijn vrouw Elisabet gedacht. Elisabet draagt ook al zo’n mooie naam. Misschien zijn er hier meisjes die met hun doopnaam Elisabet heten. Elisabet betekent: mijn God is een Eed. Dat wil zeggen dat God altijd trouw blijft.

De Heere gedenkt, mijn God is een Eed. Dat heeft hij vervuld in het leven van die twee mensen. Het onmogelijke is mogelijk geworden. Dit oudere echtpaar mocht een kind in hun armen sluiten. Een bijzondere zoon, want hij zal de voorloper zijn van de Messias Die komt.

 

Toch is er iets bijzonders aan de hand. Zacharias is een zwijgende vader. Waarom zwijgt hij? Waarom kan hij niet spreken?

Gemeente, dat is vanwege zijn ongeloof. Hij heeft de boodschap van de engel Gabriël in de tempel niet geloofd. Daar moest Zacharias naar de beurt van zijn dagorde het reukoffer gaan brengen. Aan de rechterzijde van het altaar is Gods gezant Gabriël hem verschenen. Deze heeft de boodschap gebracht dat Johannes geboren zou worden, de voorloper van de Heere Jezus. De zoon van Zacharias zal straks heengaan in de kracht van Elia om de wegen des Heeren te bereiden.

Maar toen heeft Zacharias gezegd: Waarbij zal ik dat weten? (Luk.1:18). Dat was ongeloof van hem. Hij wantrouwde Gods woorden. Zacharias stond daar als een ongelovige priester in het Heilige. Toen heeft hij de straf te horen gekregen: Zacharias, gij zult zwijgen, en niet kunnen spreken, tot op de dag dat deze dingen geschied zullen zijn; daarom dat gij mijn woorden niet geloofd hebt … Ik ben Gabriël die voor God sta (Luk.1:19,20). Zacharias, die straf is er vanwege uw ongeloof!

 

Gemeente, negen maanden lang heeft deze man het gevolg van zijn ongelovig spreken aan den lijve moeten ervaren. Al die tijd is Zacharias er met zijn gesloten mond buiten geplaatst.

Dat is wat voor hem geweest! Zijn vrouw Elisabet mag wél spreken. Nicht Maria die op bezoek komt in Judéa, zingt haar lofzang. Maar Zacharias moet zwijgen. Een zwijgende vader vanwege zijn Godonterend ongeloof.

Waar komt het ongeloof vandaan? Dan moeten we terug naar het paradijs. Daar hadden wij een geopende mond om de lof van de Heere te zingen en onze Schepper te prijzen. Wij verkeerden in de gemeenschap met de Heere. En dat zou altijd zo gebleven zijn als we gehoorzaam gebleven waren. Maar wij zijn uit de staat der rechtheid gevallen in de staat van het ongeloof.

Vóór de zondeval was er geen ongeloof. Toen was er geen verdenken van God, maar we eerden God. We hebben echter naar de duivel geluisterd. Dat is de kern van onze val en ongehoorzaamheid in het paradijs. We hoorden naar de leugenaar en vielen af van God. We geloofden Gods woorden niet. Daarom is onze mond gesloten. Uit onze mond klinkt Gods lof niet meer. We zijn niet meer gericht op God, maar gericht op onszelf.

 

Gemeente, is dit ons al tot schuld geworden? Als de Heere in ons leven gaat werken, worden we aan de zonde van ons ongeloof ontdekt. Dan doorleven we: Ik heb de woorden van de Heere altijd naast me neergelegd. Hem heb ik altijd buiten mijn leven gehouden. Ik kan nooit meer Gods lof bedoelen. De eer die Hij zo waard is te ontvangen, geef ik Hem niet meer. Herkennen we dit?

Denk in dit verband aan Bélsazar, de koning van Babel, in 539 voor Christus. Op die laatste avond van zijn leven verschijnt er een hand op de muur van de paleiszaal die schrijft: ‘Geteld, gewogen in een weegschaal, maar te licht bevonden.’ En dan moet Daniël tegen Bélsazar zeggen: ‘O koning, u hebt God niet verheerlijkt. Daarom is heel uw leven met alle macht en pracht uiteindelijk een mislukt leven. Want u hebt God niet de eer gegeven die Hem toekomt.’

Kijk, dat is nu ons ongelovige leven: God heel ver weg plaatsen. Hem niet de eer geven. Daaraan gaat de Heere ons ontdekken als Hij in ons leven komt. Dan wordt het onze diepe smart: ‘Heere, nu ben ik zoveel jaar op de wereld, maar nu heb ik nog nooit één moment Uw eer bedoeld.’ Kennen we dit verdriet?

 

Maar hoe zit het dan met Gods kinderen? Die zijn toch in de staat van de genade gebracht? Inderdaad, in de wedergeboorte wordt het ware zaligmakende geloof in het hart geplant. Toch krijgen juist de ware gelovigen nog zoveel te maken met het ongeloof. Daardoor hebben Gods kinderen na ontvangen genade vaak een gesloten mond. Ze zeggen dan zo weinig wat op de eer des Heeren is gericht.

Het ongeloof houdt God verdacht in Zijn liefde, Zijn trouw en Zijn macht. Het ongeloof veracht Gods woorden, het verkleint Gods daden, het verdenkt Gods leiding, ten diepste verwerpt het Gods Zoon. En we komen daarmee niet in de schuld voor de Heere. We blijven in de macht van het ongeloof zitten en komen niet tot een hartelijk belijden ervan.

Misschien zit hier iemand in de kerk of thuis, die dat ongeloof in het hart er maar niet onder kan krijgen. Die roept het uit: ‘O, Heere, verlos mij toch uit de banden!’ Weet dat de Heere ook uw ongeloof kan verbreken en het ware geloof schenken door de kracht van de Heilige Geest

Luister eens: En Zacharias, zijn vader, werd vervuld met de Heilige Geest. Die zwijgende vader wordt een sprekende vader. Negen maanden klonk er geen woord uit Zacharias’ mond. Wat zal er in zijn hart omgegaan zijn? Smart wellicht? Die gesloten mond herinnerde hem aan de gebeurtenis in de tempel: Ik heb Gods waarheid niet geloofd. Ook een buigen? Hier komt dit laatste duidelijk naar voren.

 

Op de achtste dag na de geboorte van Johannes – de dag van de besnijdenis en de naamgeving – gebeurt dit grote wonder. We lezen in vers 64: En terstond werd zijn mond geopend en zijn tong losgemaakt. Als de buren en familieleden op die dag in het huis van Zacharias en Elisabet bijeen zijn, zeggen ze: ‘Dit kind moet Zacharias heten, naar zijn vader.’ Dat begrijpen jullie wel, jongens en meisjes. Vaak worden kinderen vernoemd naar iemand uit de familie: opa of oma, vader of moeder, of iemand anders. In die naam zien we dan de namen uit de familie terug. Het is heel begrijpelijk dat de mensen vinden dat dit kind dezelfde naam moet krijgen als zijn vader.

‘Nee’, zegt Elisabet, ‘Zacharias moet zijn naam niet zijn. Hij zal Johannes heten.’ De buren en familieleden zijn verbaasd en wenken naar zijn vader: ‘Hoe moet zijn naam zijn?’

Zacharias kan dat natuurlijk niet zeggen. Hij vraagt een schrijftafeltje, een met was bestreken plankje. Met een soort stift schrijft hij in de was: Johannes is zijn naam. Die naam betekent: God is genadig. Het is de naam die de engel Gabriël heeft genoemd. Ja, het is de naam die God Zélf aan dit kind heeft gegeven.

In de Bijbellezingen van Isaäc da Costa lezen we bij deze woorden: ‘Waar genade werd geschreven, werd ook de genade gegeven.’ Dus op het ogenblik dat Zacharias op het wastafeltje schrijft ‘Johannes is zijn naam’ – God is genadig – geeft de Heere ook een bewijs van Zijn genade. De Heere opent de stomme mond van Zacharias, zodat hij gaat spreken. Hij looft God!

 

Zacharias wordt vervuld met de Heilige Geest … Let op, er staat: Werd vervuld met de Heilige Geest. Hier wordt de passieve, de lijdende vorm, gebruikt. Het is namelijk geheel en al Gods werk. Deze vader wórdt vervuld met de Heilige Geest. Eerst is Zacharias vol met de geest van ongeloof. Maar nu wordt hij vervuld met de Heilige Geest, ‘de Geest des geloofs’, zoals Hij ook wel wordt genoemd. Wat een omkeer!

En hij profeteerde … Op dit moment maakt God deze priester uit het bergland van Judéa een profeet. De profetenmond heeft na Maleachi vierhonderd jaar gezwegen. Maar hier begint weer iemand te profeteren, te spreken over de grote werken Gods. Zacharias gaat te midden van buren en familieleden iets van de verborgen raad en wil Gods aangaande de verlossing verkondigen.

 

Maria zong in de stilte van het huis van Zacharias en Elisabet. Ook Elisabet zelf heeft daar haar lofzang gezongen. Opnieuw klinkt er in dit huis een lofzang, maar nu is het meer openbaar. De buren, de familieleden en de kennissen zijn er getuige van. Allen mogen door middel van deze lofzang de adventsboodschap horen.

Gemeente, is het niet om er jaloers op te zijn? Hoe ons leven? We kunnen zoveel spreken. Daarbij moeten we maar bij onszelf beginnen. Wat zijn het vaak nietszeggende woorden. Wat voeren wij dikwijls nutteloze gesprekken.

Maar hier mag het zijn: ‘Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen, zal ‘t schoonste lied van enen Koning zingen.’ Het is een lied van de Koning, van die dierbare Heere Jezus Christus, de van God geschonken Verlosser. De Heilige Geest legt de woorden in Zacharias’ hart en op zijn lippen.

Als we vervuld worden met de Heilige Geest, zullen we de woorden gaan spreken van de Heilige Geest. Paulus zegt in 1 Korinthe 2: Niet met woorden die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende (vers 13). Dat gebeurt ook nu nog, zo heel persoonlijk in het leven van een kind van God. Dan wordt een gesloten mond vanwege het ongeloof een geopende mond om de daden van de Heere te vertellen.

 

En Zacharias werd vervuld met de Heilige Geest. Dat is ook nodig in het ambtelijke leven. Hier wordt een priester vervuld met Gods Geest om te profeteren. Zo moet de Heilige Geest het hart vervullen van de ambtsdragers. Dan zullen ze spreken zoals de Geest geeft uit te spreken.

Het mag daarom ons gebed wel zijn of de Heere Zijn Geest wil geven, bijzonder aan Zijn dienaren die iedere keer de preekstoel opgaan. In de ambtelijke dienst kunnen we de zalving en de leiding van Gods Geest niet missen. Want door de prediking van Zijn Woord wil de Heere werken in het hart. Gemeente, bid dan of het hart en de mond van de dienaar ontsloten mag worden. Bedel om de Heilige Geest, voor hem en voor uzelf! Zijn we zó naar kerk gekomen? Zitten we zo te luisteren naar het Woord?

 

En Zacharias, zijn vader, werd vervuld met de Heilige Geest en profeteerde … Jongens en meisjes, weten jullie het thema van de preek nog? Adventsvreugde in Judéa. De eerste vraag was: Bij wie was er deze adventsvreugde? Bij de priester Zacharias, de vader van Johannes de Doper. Een zwijgende vader wordt een sprekende vader.

Nu ons tweede punt:

 

2. In Wie is deze adventsvreugde?

 

In Wie is Zacharias nu zo verblijd? In de Heere, de God Israëls. Lees vers 68. De oude vader zingt: Geloofd zij de Heere, de God Israëls, want Hij heeft bezocht en verlossing teweeggebracht Zijnen volke.

Geloofd ... dat is het eerste woord uit Zacharias’ mond. Geloofd. Zouden we dit nu verwachten, gemeente? Als je negen maanden lang niets hebt kunnen zeggen, welke woorden zouden dan als eerste uit je mond komen als je tong werd losgemaakt?

We zouden ons kunnen voorstellen dat Zacharias uitroept: ‘Elisabet, vrouw, ik kan weer praten! Buren, familie, het gaat weer, wat een wonder!’

Nee, het klinkt door het huis in het bergland van Judéa: Geloofd zij de Heere. Vervuld met de Heilige Geest looft Zacharias God.Hee

Gods lof klimt op uit het stof. U kent die uitdrukking wel. Dan is iemand heel laag bij de grond. Vanuit de diepte wordt God geprezen. Ook Zacharias zélf is hier, om zo te zeggen, stof voor God. Want als een mens vervuld wordt met de Heilige Geest, als iemand uit het diepst van zijn hart zegt: Geloofd zij de Heere, dan ben je niet groot meer. Dan ben je klein. Dan verkeer je in de diepte van ootmoed, dan buig je in onwaardigheid voor God. Kennen we die plaats?

 

Geloofd zij de Heere. God Zelf legde die lofzang in het hart en op de lippen van Zacharias. En omdat dit een werk van boven is, keert het ook weer naar boven terug. Want wat van God komt, gaat naar God terug. Al wat Gij wrocht, zal juichen tot Uw eer!

Geloofd zij de Heere. Zacharias begint met God. God is heerlijk in Zichzelf. De bron van de lofzang van Zacharias ligt niet in het bergland van Judéa, en ook niet in het hart van deze priester. Nee, die lofzang komt bij de Heere vandaan. Hij schenkt de woorden in het hart en de mond van Zacharias.

Alles gaat van God uit. De oorsprong van Gods werk ligt in Gods eeuwig welbehagen. In de eeuwigheid is er al aan de zaligheid van verloren mensen gedacht. Gods werk is al het goede dat de Heere van eeuwigheid over Zijn volk heeft besloten. Dat goede ligt in Christus. Hij herstelt de breuk met God. Daarvan mag Zacharias hier iets zien. De Heere openbaart het hem. En daarom klimt er een lofzang op vanuit het hart van deze priester.

Gemeente, Zacharias zingt over de innerlijke bewegingen der barmhartigheid (vers 78). Daarmee bedoelt hij het diepste van Gods liefdeshart, dat zich uitstrekt naar verloren zondaren. Uit Gods hart komt de gehele zaligheid van Gods Kerk voort. Al degenen die de Heere genade bewijst, waren van eeuwigheid in Gods hart. Zo mag Zacharias zich verheugen in de Heere, de Kurios, de God van Israël.

Gemeente, zijn we ook wel eens vol geweest van God en Zijn werk? Daar gaat altijd de doorleving van onze armoede en leegheid aan vooraf. Zacharias wist heel goed van de leegte vanwege zijn ongeloof. Maar hier mag hij spreken door de Geest des geloofs. En dan is vol ook werkelijk vol.

 

De Heere, de God Israëls. Waarom noemt Zacharias de Heere de God van Israël? Wel, het wil zeggen dat de Heere eeuwig trouw is. De Heere had onder Israël Zijn genadeverbond geopenbaard. Aan Abraham, Izak en Jakob had Hij Zijn beloften geschonken. Uit hun nageslacht zou de Messias voortkomen. Dat heeft de Heere in latere tijden steeds helderder gepredikt onder het volk Israël. Uit hun geslachten zou de Heere Jezus Christus geboren worden.

Daarom looft Zacharias de Heere, de God Israëls. Deze Naam ziet op Gods onwankelbare trouw. Wat de Heere beloofd heeft, zal Hij ook zeker vervullen. Zacharias mag er iets van zien. Hij zingt erover dat de Heere aan Zijn heilig verbond gedacht (vers 72), en aan Zijn eed aan Abraham (vers 73).

Zacharias eindigt ook in God. Eindigen in God betekent dat je met de gaven terugkomt bij de Gever. Dat doet Zacharias, want hij zegt: Geloofd zij de Heere. Zacharias komt terug bij God. God is de Bron, de Gever, de Oorzaak. God is ook het Doel van alle dingen.

Geloofd zij de Heere, de God Israëls. De Heilige Geest legt geen vreemde woorden in het hart en op de lippen van Zacharias. Het zijn woorden uit de Heilige Schrift. Verschillende bundels waaruit het Boek der Psalmen bestaat worden ook met deze lofprijzing afgesloten. Zie maar de psalmen 41, 72 en 106. Ook de psalmen 89 en 150 eindigen met een lofprijzing. Zo mogen hier geestelijke dingen met geestelijke worden samengevoegd.

 

Verder benoemt Zacharias ook de reden waarom de Heere geloofd moet worden: Want Hij heeft bezocht en verlossing teweeggebracht Zijnen volke.

Hij heeft bezocht. Wat wil dat zeggen? Wel, de Heere heeft Zijn volk in genade aangezien. Eeuwen geleden had de Heere Zijn volk Israël bezocht in Egypte, toen het zuchtte onder de zware dienst van de farao in het diensthuis in Egypteland. Ook Hanna werd bezocht door de Heere, toen ze haar zoon Samuël ontving. Nu heeft de Heere Zijn volk bezocht in het zenden van Zijn Zoon Christus. Zacharias zingt het: Met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte (vers 78).

Maar het moet toch nog Kerst worden? Het zal toch nog zo’n drie maanden duren voordat de Heere Jezus geboren wordt? Ja, maar hier zingt Zacharias, alsof het al gebeurd is: God heeft ons bezocht! Hier is het Kerst in adventstijd.

Het ongeloof houdt de dingen van God op een afstand, maar het ware zaligmakende geloof haalt de dingen naar zich toe, al liggen ze nog in de toekomst verborgen. Dan is het alsof het al gebeurd is.

En verlossing teweeggebracht. Zacharias wijst aan dat de verlossing niet bij hem vandaan komt. Uiteindelijk ligt alles in God. Hij heeft in de eeuwigheid al aan de verlossing van verloren zondaren gedacht. God de Vader heeft in de eeuwigheid het verbond der genade gesloten met Christus en in Hem met de gehele uitverkoren gemeente. De uitvoering ervan ligt in de tijd. God heeft het teweeggebracht, tot stand gebracht!

Verlossing … In het Grieks staat er een woord dat iets in zich heeft van loskopen, vrijlating, bevrijding. Deze betekenis komt ook terug in het woord ‘losprijs’ of ‘rantsoen’. In Markus 10 staat dat de Heere Jezus Zijn ziel gegeven heeft tot een rantsoen voor velen. Zo loopt er vanuit het woord ‘verlossing’ een lijn naar het Borgwerk van Jezus.

 

Zijnen volke … Christus heeft dit rantsoen voor Zijn volk betaald. Hij deed dit voor Gods volk uit Jood en heiden. Matthew Henry zegt in zijn Schriftverklaring zo treffend dat aan Israël de eerste aanbiedingen van de verlossing werden gedaan. Daarbij wijst hij ook op de uitverkorenen uit de heidenen die toegebracht zullen worden: ‘Israël was als uitverkoren volk een type van de uitverkorenen Gods uit alle natiën.’ Dus als Zacharias zingt: ‘voor Zijn volk’, worden daar niet alleen Gods kinderen uit het Joodse volk mee bedoeld, maar ook uit de heidenen. Straks zal Simeon het nog nadrukkelijker verwoorden in zijn lofzang: Een Licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Uw volk Israël (Luk.2:32).

 

De Heere heeft verlossing bereid voor Zijn volk. Gemeente, van nature leven we in een staat van gebondenheid. We verkeren in de ellende, we zijn gezeten in het land van de schaduw des doods. In vers 79 zingt Zacharias erover. Daarom is het nodig dat we losgekocht worden.

Zijn er mensen die hier iets van kennen in hun leven? Van die gebondenheid, van die slavernij? Zijn er mensen die uitroepen met de dichter van Psalm 116:

 

Ik lag gekneld in banden van den dood;

Daar d’ angst der hel mij allen troost deed missen;

Ik was benauwd, omringd door droefenissen.

Maar riep den Heer’ dus aan in al mijn nood.

 

De psalmdichter zegt: Ik vond benauwdheid en droefenis (Ps.116:3). In die nood roept hij: Och, Heere, bevrijd mijn ziel (Ps.116:4). Alleen in die weg komt er plaats voor de echte adventsvreugde. Zo alleen zal er verlossing komen voor Gods gebondenen. Dan ga ik beseffen waaruit ik losgekocht moet worden, namelijk uit de macht van satan, uit de macht van de wereld, uit de macht van de zonde, uit de macht van het ongeloof.

Zitten hier mensen, die hun gebondenheid ervaren in het land van de schaduw des doods? Jongens en meisjes, als je in de schaduw van een boom of van het huis zit, dan is die boom of dat huis niet ver weg, maar dichtbij. Als je nu in het land van de schaduw des doods zit, is de dood heel dichtbij. Dan voel je dat gescheiden zijn van God. Dan voel je dat het zonder God eeuwig verkeerd gaat. Dan ervaar je dat dit ook zo verdiend is vanwege je zonden.

Maar voor zulke mensen is er verlossing. Er is bevrijding, redding, heil. Bij God vandaan, om Christus’ wil! Daarover zingt Zacharias.

 

Zo komen we bij ons derde punt. Om Wie is Zacharias verheugd? Hij is verheugd om Christus, de Hoorn der zaligheid, Die opgericht is in het huis van David.

Maar we zingen eerst een adventszang, Psalm 130, het vierde vers:

 

Hoopt op den Heer’, gij vromen;

Is Israël in nood,

Er zal verlossing komen;

Zijn goedheid is zeer groot.

Hij maakt, op hun gebeden,

Gans Israël eens vrij

Van ongerechtigheden;

Zo doe Hij ook aan mij.

 

Adventsvreugde in Judéa: Bij wie was er deze vreugde? Bij Zacharias. In Wie verheugde hij zich? In de Heere, de God Israëls. Hij heeft Zijn volk bezocht en verlossing voor hen teweeggebracht.

Nu de derde gedachte:

 

3. Om Wie is er deze adventsvreugde?

 

Om Wie is Zacharias zo verheugd? Dat lezen we in vers 69: Om de Hoorn der zaligheid. Die Hoorn is niemand minder dan de Zaligmaker, de Heere Jezus Christus.

En heeft een Hoorn der zaligheid ons opgericht. Zacharias zingt over het Middel ter verlossing. Het gaat niet om zijn kind, om Johannes, maar het gaat om Jezus, het Kind, met een hoofdletter, waarover we met Kerst zullen horen: En zij baarde haar eerstgeboren Zoon (Luk.2:7). Dat Kindeke Jezus in Bethlehem, van Wie tot de herders werd gezegd: Gij zult het Kindeken vinden in doeken gewonden en liggende in de kribbe (Luk.2:12). Om Hém mag er vreugde zijn in het hart van deze zanger.

 

Gemeente, lees de lofzang van Zacharias thuis nog maar eens na. Dan moet u eens tellen hoeveel verzen er over Johannes gaan en hoeveel verzen over de Heere Jezus. U zult dan zien dat er maar een paar verzen over het werk van Johannes gaan en de rest over Jezus’ werk.

Zacharias is niet vervuld met Johannes. We zouden ons heel goed kunnen voorstellen dat hij één lange lofzang zou zingen over Johannes. Zacharias en zijn vrouw hebben op hoge leeftijd, tegen alle menselijke verwachtingen in, een zoon gekregen. Dan zou je toch alleen maar zingen over dat kind?

Maar nee, het gaat Zacharias niet om Johannes, het gaat om Hém, die na Johannes komt, Jezus Christus. Hoor maar, hij zingt: En heeft een Hoorn der zaligheid ons opgericht in het huis van David, Zijn knecht.

De zoon van Zacharias en Elisabet is de voorloper van Christus. De taak van Johannes is slechts de weg voor de grote Koning te bereiden. Want het gaat om Hém, het Kindeke Jezus, de Hoorn der zaligheid, de Zaligmaker!

 

Een Hoorn der zaligheid. Zo wordt de Heere Jezus hier genoemd. Waarom heet Hij zo? Jongens en meisjes, jullie kennen allemaal dieren met een hoorn. Dat zijn sterke dieren. Een stier heeft hoornen. Een bok ook. In de tijd van de Bijbel had je de eenhoorn. Dat was een sterk beest, die met zijn hoorn geweldig kon stoten. De kracht van een leeuw zit in zijn klauwen. Een zwijn is sterk door zijn slagtanden. De kracht van een stier, een bok en een eenhoorn ligt in hun hoornen.

Je leest in het Oude Testament steeds over hoornen als teken van kracht. Van Israël zegt Bileam in Numeri 23: God heeft hem uit Egypte uitgevoerd; zijn krachten zijn als van een eenhoorn (Num.23:22). Israël is er niet onder te krijgen. Over Jozef, een van de stammen van Israël, staat er in Deuteronomium 33: Zijn hoornen zijn hoornen als van de eenhoorn (Deut.33:17). De stam van Jozef is een sterke stam.

Als de Heere Jezus hier de ‘Hoorn van de zaligheid’ wordt genoemd, wil dat zeggen dat Hij een krachtige Zaligmaker is. Alles valt in het niet bij deze Hoorn.

Over Hem heeft Hanna gezongen in haar lofzang, toen zij na een onmogelijke weg moeder mocht worden: De Heere zal de einden der aarde richten en zal Zijn Koning sterkte geven en de hoorn van Zijn Gezalfde verhogen (1 Sam.2:10). Hanna profeteerde al over Christus, de Hoorn der zaligheid.

David noemt de Heere in 2 Samuël 22 en Psalm 18 de Hoorn des heils. God schenkt verlossing om Christus’ wil. De apostel Johannes op Patmos zag in een visioen het Lam met zeven hoornen. Zo wordt ons wel duidelijk dat de Heere Jezus een zeer krachtige Zaligmaker is.

In het Bijbelboek Openbaring lezen we over de hoornen van de vijanden van Gods Kerk. De draak, de duivel, heeft er tien. Het beest uit de zee bezit tien hoornen en het beest uit de aarde twee. Vol woede tegen de Heere en Zijn Gezalfde steken ze hun krachtige hoornen omhoog. Maar Gods Zoon, het Lam, heeft zeven hoornen. Zeven is een vol getal. Aan deze Hoorn der zaligheid is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Hij overwint Zijn vijanden.

 

En heeft een Hoorn der zaligheid ons opgericht. Als Zacharias zingt van de oprichting van de Hoorn der zaligheid, wil dat zeggen dat de Heere Jezus Christus de macht heeft om de zaligheid te verwerven en ook toe te passen. Hij heeft de zaligheid verdiend en werkt deze uit in zondaarsharten.

Ons opgericht … Gemeente, dat wil zeggen dat die Hoorn in het openbaar aan het hele volk Israël werd geopenbaard. De Heere Jezus heeft gepredikt en wonderen gedaan onder Zijn volk. Tot hen werd deze Zaligmaker gezonden. Maar hoe erg is het, dat zovelen Hem niet hebben aangenomen! We lezen in Johannes 1 vers 11: Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Ze hadden genoeg aan hun eigen kracht. Ze hadden die Hoorn der zaligheid helemaal niet nodig.

De Heere heeft de Hoorn der zaligheid ook óns opgericht. Gemeente, ook tot ons is het woord der zaligheid gezonden. De Zaligmaker wordt ons in het Evangelie gepredikt als de enige Zaligmaker. Niemand is voor Hem te slecht. Maar ook van ons geldt dat we Hem niet door een waar geloof aannemen. We hebben Hem niet nodig. In onze goddeloosheid en eigenwillige godsdienst verwerpen we Hem. Zullen we bedenken dat er straks voor ons geen uitvlucht zal zijn als we zonder Borg moeten sterven?

 

Ons opgericht. Dat heeft in het bijzonder betrekking op degenen voor wie de Heere Jezus gekomen is. Deze Verlosser kwam voor hen die gezeten zijn in het land van de schaduw des doods. Voor mensen die vastlopen in de duisternis is er een Hoorn der zaligheid opgericht.

De Heilige Geest ontdekt een zondaar aan zijn geestelijke doodsstaat. We zijn duisternis en we leven in de duisternis. Vanuit onszelf is er geen enkele mogelijkheid om uit die duisternis te komen.

Zijn hier mensen die niet meer weten hoe ze verlost moeten worden? Mensen die steeds meer in de duisternis terecht komen? O, wij prediken u Christus, de Hoorn der zaligheid! In Hem is een onuitputtelijke volheid en een oneindige kracht. Het ware geloof richt zich op die Hoorn. Het geloof is immers een genade die zich op Christus richt en die ons met Christus verenigt. Dat zien we hier bij Zacharias. Waar is zijn mond mee vervuld? Met de verlossing die God heeft uitgedacht in Christus, de Hoorn der zaligheid.

 

Gemeente, de Hoorn Jezus Christus is sterk. U moet het Lukasevangelie maar verder lezen. Als het gaat om de bekering bewijst deze Hoorn zijn kracht. De Heere Jezus Christus roept Levi uit het tolhuis. Daar zit die man, middenin zijn dagelijkse arbeid. Maar Jezus spreekt Zijn machtswoord: Volg Mij (Luk.5:27). En opstaande, volgt Levi Hem. Die gewilligheid is er door de kracht van de Hoorn der zaligheid.

Later staat de Heere Jezus onder een vijgenboom in Jericho. Hij ziet daar een tollenaar en spreekt: Zacheüs, haast u en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven (Luk.19:5). De tollenaar buigt diep voor de Heere Jezus en komt voor Hem op de grond terecht. Hij wordt als het ware overweldigd door die krachtige Hoorn der zaligheid.

Is deze Hoorn ook niet sterk in de oefeningen van de genade? Is Hij niet krachtig als het gaat om de zekerheid van de vergeving der zonden te schenken? Heeft de geraakte aan Jezus’ voeten dat niet ervaren? Hij lag daar neer op zijn beddeke, verlamd naar zijn lichaam. Maar zijn geestelijke gebondenheid was zijn grootste zorg. Het eerste wat de Heere Jezus, de Hoorn der zaligheid, tegen deze man sprak, was: Mens, uw zonden zijn u vergeven (Luk.5:20). Heeft de zondares aan Jezus’ voeten niet hetzelfde doorleefd? Vrouw, uw zonden zijn u vergeven (Luk.7:48). Geen mens kan de zonden vergeven. Maar Christus doet het, met de volmacht van Zijn Vader, in de Naam van de drie-enige God. Hij is de krachtige Hoorn der zaligheid.

In Zijn Naam – dus in de Naam van de Heere Jezus als Hoorn der zaligheid – prediken wij u heden bekering en vergeving der zonden. Gemeente, bij deze Hoorn der zaligheid moet je zijn, met al je ellende en onmacht. Hij is gewillig en krachtig genoeg.

Gods kinderen doorleven in de gang van het genadeleven dat ze geheel machteloos zijn in zichzelf en dat het onmogelijk is om zalig te worden in eigen kracht. Een wonder als in hun verlorenheid deze Hoorn geopenbaard, maar ook nader verklaard wordt. Wat wordt het dan een wonder: óns opgericht!

 

Deze Hoorn is opgericht in het huis van David, Zijn knecht. Christus komt uit het geslacht van David. De Heere heeft deze Hoorn aan David beloofd. We zongen het uit Psalm 132:

 

Daar zal Ik David, door Mijn kracht,

Een Hoorn van rijkdom, eer, en macht

Doen rijzen uit zijn nageslacht.

 

Zacharias zegt dat die Hoorn niet voortkomt uit het priestergeslacht van Aäron, maar uit het koningsgeslacht van David. Christus is de Zoon van David en tegelijk de Heere van David. Hij baant Zichzelf een weg door de geslachten heen. Hij, de Hoorn der zaligheid, is de Beloofde der vaderen. Hij komt voort uit het huis van David, Gods knecht. De Heere is getrouw aan Zijn verbond. Laat het moed geven aan het adventsvolk dat naar deze Zaligmaker leerde uitzien. Hij zal verschijnen tot ulieder vreugde (Jes.66:5).

 

We zijn aan het eind van de preek gekomen. We hoorden over adventsvreugde in Judéa. Zacharias, de vader van Johannes de Doper, is verheugd in de Heere, de God Israëls. Hij is verheugd om de komst van de Hoorn der zaligheid.

Jongens en meisjes, een dier met hoornen is sterk. Als zo’n beest op je afkomt met zijn hoornen naar voren gericht, blijf je niet stilstaan. O nee, je rent weg, je vlucht voor je leven. Zo’n beest stoot met zijn hoorns om een dier of mens te doden. Maar als het nu over déze Hoorn gaat, de Heere Jezus … Hij is er juist om een zondaar het leven te geven. O, ik hoop dat de Zaligmaker ook in jouw hart Zijn krachtige werk doet. Zoek Hem vroeg in je leven. Hij laat Zich nog vinden.

Jongelui, als je om je heen ziet, denk je misschien wel dat de duivel met zijn tien hoornen alle macht heeft. Misschien kun je niet loskomen van je zonden. Je zit met alle vezels vast aan de wereld. Je vindt zoveel ongerechtigheid vanbinnen in je hart. Weet dan dat het Lam, Jezus Christus, de Hoorn der zaligheid, de Sterkste is. Bij Hem kun je terecht met je verloren leven. Hij wacht om genadig te zijn.

Gemeente, het ging over de Heere Jezus Christus als de Hoorn der zaligheid. Hoe staat u tegenover Hem?

Misschien zijn hier mensen die denken: ‘Het is onmogelijk om bekeerd te worden.’ Hoor, ongelovigen! In deze krachtige Hoorn der zaligheid is een overvloed van genade. Val neer aan Zijn voeten, opdat u straks niet door Hem verpletterd zult worden.

Misschien zijn er mensen die moeten belijden: ‘Ik heb geen kracht tegen de zonde.’ Hoor, ellendigen! Het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon – de Hoorn der zaligheid – reinigt ons van alle zonde (1 Joh.2:7).

Een ander zucht: ‘Ik heb geen kracht tegen de duivel.’ Hoor, bestredenen! Hiertoe is de Zone Gods – de Hoorn vol van kracht – geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou (1 Joh.3:8).

Weer een ander moet bekennen: ‘Ik heb geen kracht tegen de wereld.’ Hoor, aangevochtenen! Deze Hoorn, Jezus Christus, zegt: Ik heb de wereld overwonnen (Joh.16:33). Daar is geen macht waartegen deze Hoorn der zaligheid, Jezus Christus, niet bestand is.

En daarom, gemeente, jong en oud, roep vandaag nog om de kracht van deze Hoorn der zaligheid. Want in Christus is veel verlossing.

 

Amen.

 

 

Slotzang: Psalm 75 vers 3 en 6

 

Tot het dom en dwaas geslacht

Zeid’ ik: ‘Wees niet zinneloos’;

Tot de snoden: ‘Weest niet boos,

Dat gij hoornen, sterk van kracht,

Woedende naar boven steekt,

En met stijven halzen spreekt.’

 

‘k Zal dit melden, ‘k zal altijd

Zingen Jakobs God ter eer,

Slaan der bozen hoornen neer,

Vellen wat Zijn Naam bestrijdt;

Maar der vromen hoorn en macht

Zal verhoogd zijn door Gods kracht.