Ds. M. Karens - 1 Johannes 5 : 1 - 5

Het geloof en zijn vruchten

De liefde
Gehoorzaamheid
De overwinning

1 Johannes 5 : 1 - 5

1 Johannes 5
1
Een iegelijk, die gelooft, dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren; en een iegelijk, die liefheeft Dengene, Die geboren heeft, die heeft ook lief dengene, die uit Hem geboren is.
2
Hieraan kennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben, en Zijn geboden bewaren.
3
Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar.
4
Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof.
5
Wie is het, die de wereld overwint, dan die gelooft, dat Jezus is de Zoon van God?

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 84: 1
Lezen : 1 Johannes 5: 1 - 5
Zingen : Psalm 51: 5 en 6
Zingen : Psalm 86: 6
Zingen : Psalm 118: 8
Zingen : Psalm 3: 4

Gemeente, onder biddend opzien om het licht en leiding van de Heilige Geest willen wij de eerste vijf verzen uit 1 Johannes 5 overdenken. Ik lees u als tekst het vierde vers, waar het woord van God luidt:

Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof.

Gemeente, we schrijven boven deze vijf verzen: het geloof en zijn vruchten.

 

1. De liefde – Een iegelijk die gelooft dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren; en een iegelijk die liefheeft Dengene, Die geboren heeft, die heeft ook lief dengene, die uit Hem geboren is (1 Joh.5:1).

2. Gehoorzaamheid – Hieraan kennen wij dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben; en Zijn geboden bewaren. Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar (1 Joh.5:2-3).

3. De overwinning – Al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning die de wereld overwint, namelijk ons geloof (1 Joh.5: 4).

 

1. De liefde

Gemeente, we zijn bezig met de brief van de apostel der liefde. De vorige keer hebben wij het vierde hoofdstuk afgesloten met de samenvatting in het eenentwintigste vers: En dit gebod hebben wij van Hem, namelijk dat die God liefheeft, ook zijn broeder liefhebbe. Dit gebod betekent in het Grieks ook bevel of opdracht.

Nu werkt hij dit in hoofdstuk 5 verder uit; en dan zien we de liefde (de verzen een en twee), het geloof (de verzen een, vier en vijf) en de gehoorzaamheid (de verzen twee en drie). Deze horen onlosmakelijk bij elkaar. Alle drie zijn het vruchten die uit God geboren zijn. Deze vruchten gelden voor iedereen, wie hij ook is, waar hij ook vandaan komt.

 

We zijn niet allen uit God geboren. Iedereen is wel geboren. Jij misschien zes jaar, een ander tien jaar of tachtig jaar geleden. Onze eerste geboorte wijst naar Adam en Eva. Wij zijn allen geboren als kinderen des toorns, die in het rijk van God niet kunnen komen, tenzij wij opnieuw geboren worden.

U moet dus twee keer geboren worden. Misschien begrijpt u dit niet. Zelfs Nicodemus

begreep het niet en hij was een groot theoloog in Jeruzalem. Daarom worden we vanuit

de Schrift onderwezen wat het betekent uit God geboren te worden.

In de eerste plaats wijst het op de Bron en de Oorzaak. Johannes wijst naar boven als hij spreekt over het wonder van de wedergeboorte.

Zullen we bedenken, gemeente, dat eenmaal geboren zeker verloren is. Wij moeten allen uit God geboren worden. De Bijbel spreekt daarover in allerlei woorden. Niet altijd wordt de term ‘wedergeboorte’ gebruikt. Ik denk aan Ezechiël 36:26: Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlezen hart geven. Dit ziet ook op de nieuwe geboorte, het ontvangen van een nieuw hart. Vraagt u daar veel om?

Zo wordt op allerlei manieren over de wedergeboorte gesproken. Maar het is altijd een daad van de drie-enige God. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De ure komt en is nu, wanneer de doden zullen horen de stem des Zoon Gods, en die ze gehoord hebben, zullen leven (Joh.5:25). Dat is het wonder van de wedergeboorte. Zoals Jezus Nicodemus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan. Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest (Joh.3:5-6).

Kent u het wonder van Gods opzoekende ontferming in uw leven? Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, door Zijn grote liefde waarmede Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus (Ef.2:4,5).

De Heere werkt in het leven van een zondaar niet hetzelfde. Maar het is noodzakelijk om van boven geboren te worden door het werk van God in ons hart. Het kán nog voor u en voor jou. God laat Zijn Woord verkondigen. Het is het zaad dat de Heilige Geest wil gebruiken, zoals bij de natuurlijke geboorte. Zo schrijft Petrus in zijn brief: Uit onvergankelijk zaad door het levende en eeuwig blijvende Woord Gods (1 Petr.1:23), dat door de kracht van de Heilige Geest in het hart vruchten gaat dragen van de nieuwe geboorte.

Als de Heilige Geest het Evangelie werkt in het hart, ontvangt u wat onze Dordtse vaderen belijden: En dit is die wedergeboorte, die vernieuwing, nieuwe schepping, opwekking van de doden en levendmaking, waarvan zo heerlijk in de Schrift gesproken wordt, dewelke God zonder ons in ons werkt (DL,hfdst.4,art.12). Dat is die zoete, onwederstandelijke, bovennatuurlijke werking van de Geest, waardoor zondaren wedergeboren en harten vernieuwd worden.

Johannes schrijft dat een iegelijk die gelooft dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren. De geboorte uit God brengt het ware geloof. U kunt dus nooit levend gemaakt zijn zonder geloof te bezitten. Laten we die band alstublieft vasthouden.

Zo schrijft Paulus ook in Efeze 2: 8: Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave.

 

De Griekse werkwoordsvorm in onze tekst geeft aan dat de gebeurtenis in het heden, verleden of toekomst geschiedt. Er staat dus dat de geboorte uit God het eerst is en daarna het geloof. Het geloof komt dus niet op uit de mens, maar uit God. In de Dordtse Leerregels, hoofdstuk 4, artikel 12, wordt dit zo treffend verwoord: [die] in haar kracht niet minder noch geringer is dan de schepping of de opwekking der doden; alzo dat al diegenen, in wier harten God op deze wonderbaarlijke wijze werkt, zekerlijk, onfeilbaar en krachtiglijk wedergeboren worden en daadwerkelijk geloven. En alsdan wordt de wil, zijnde nu vernieuwd, niet alleen van God gedreven en bewogen, maar, van God bewogen zijnde, werkt hij ook zelf. Waarom ook terecht gezegd wordt dat de mens, door de genade die hij ontvangen heeft, gelooft en zich bekeert.

 

In het boek De eigenschappen van het geloof van Alexander Comrie gaat hoofdstuk 6 over 1 Joh. 5:4. Op pagina 223 staat: Deze verandering in het nieuwe schepsel dat uit God geboren is, doet haar invloed gelden op de hele mens. Vorst Immanuel Die door Zijn alles overwinnende kracht de ziel van de mens heeft overwonnen, drijft de oude Diabolos uit. Hij plant de vaandels van Zijn overwinnende genade in elk vermogen van de ziel, geen enkel uitgezonderd (uitgave De Banier, 2012).

Het is dus een vernieuwing van de hele mens. Het is niet met uw verstand zeggen dat Jezus de Christus is. Het is geen historisch geloof, dat op zich wel een voorrecht is en nodig om de Schriften te kennen. De wedergeboorte komt echter openbaar in het zaligmakende geloof. De apostel schrijft: Het geloof nu is een vaste grond der dingen die men hoopt en een bewijs van de zaken die men niet ziet (Hebr.11:1).

 

Zonder dit geloof is het onmogelijk God te behagen. In kanttekening 1 bij 1 Joh. 5:1 wordt dit geloof uitgelegd: ‘Namelijk met zodanig een geloof, dat vergezelschapt is met alles wat tot een oprecht geloof behoort.’

De woorden een iegelijk die gelooft betekenen ook erkennen of belijden. In de wedergeboorte wordt door de Heilige Geest de geloofsband met Christus gelegd. De zondaar wordt Christus ingelijfd en ontvangt het leven uit Jezus. Er komt een verbinding tot stand. Over dit geloof gaat het in vers 1.

Op catechisatie leerde u dat het bestaat uit een kennen van God en een vertrouwen. Het gaat om een kennen van God en Zijn beloften die ons in het Evangelie zijn geopenbaard, maar ook een hartelijk vertrouwen. Er is verschil tussen het geloof dat geplant wordt in de wedergeboorte en de oefeningen van het geloof. Hier ga ik nu niet verder op in. Niet al Gods kinderen zijn in het geloof even ver gevorderd. Het ware geloof, dat zich verlaat op Christus en alleen tot Hem de toevlucht leerde nemen, is een bewijs. Er staat: die is uit God geboren.

 

De inhoud van deze brief staat tegenover het loochenen door de dwaalleraars. Johannes heeft al enkele malen geschreven dat deze er zijn. Zij ontkennen dat Jezus de Christus is, de Zoon van God. Daarom zegt Johannes nu dat degene die uit God geboren is, van harte gaat geloven en belijden dat Jezus Christus de Zoon van God is. Het viel me op dat dit geldt voor iedereen die in Jezus gelooft. Voor velen is een bepaald soort van geloven in Jezus genoeg, maar dat staat er niet. Het gaat om het zaligmakende geloof dat Jezus de Christus is. Dat geloof richt zich op Hem.

In het vijfde vers staat het nog anders: dan die gelooft dat Jezus is de Zone Gods. Het ware geloof richt zich op Jezus als de Christus en gelooft, dat Jezus de enige, natuurlijke Zoon van God is. Jezus is ook de Gezalfde. Hij is de Profeet Die mij kan onderwijzen de weg der zaligheid. Hij is de weg gegaan van Gethsémané naar Golgotha, om mij met God te verzoenen. Hij is de eeuwige Koning Die mij kan verlossen, beschermen en regeren.

Jezus is de Christus. De kanttekening hierbij luidt: ‘Dat is, de ware en beloofde Messias’. Gij zult Zijn naam heten Jezus, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden (Matth.1:21). Verloren en schuldige zondaren krijgen Hem nodig als Gezalfde van de Vader, als de gezegende Messias, Die van eeuwigheid al door God is afgezonderd en in de tijd bekwaam is gemaakt.

 

In zijn evangelie schrijft Johannes: Maar deze zijn geschreven – dus al de wonderen die Christus gedaan heeft – opdat gij gelooft dat Jezus is de Christus, de Zone Gods en opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn Naam (Joh.20:31).

Vele duizenden hadden van Zijn broden gegeten, toen zij de Heere Jezus gevolgd waren op de berg. De mensen dan, gezien hebbende het teken dat Jezus gedaan had, zeiden: Deze is waarlijk de Profeet, Die in de wereld komen zou (Joh.6:14). De volgende dag preekt Hij over de noodzaak van Zijn priesterlijke werk. Velen dan van Zijn discipelen, dit horende, zeiden: Deze rede is hard; wie kan dezelve horen? Van toen af gingen velen Zijner discipelen terug, en wandelden niet meer met Hem (Joh.6:60,66).

Maar dan komt het wonder, als Simon Petrus ook namens de andere discipelen mag zeggen: Heere, tot Wien zullen wij heen gaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. En wij hebben geloofd en bekend dat Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods (Joh.6:68,69). Daar staat hetzelfde als in vers 1 van onze tekst.

 

Gemeente, ga uw leven eens na. Durft u het Petrus na te zeggen? Hij mag het belijden, terwijl zijn geloof nog zo onvolkomen is. Er was zoveel wat hij niet wist en moest leren op de weg naar Goede Vrijdag en Pasen.

Christus is de vorst Messias, en van nature is Hij de Zoon van God, zegt Matthew Henry. Hij is het Hoofd van alle gezalfden en de Priester van alle priesters. Hij is de Overste van alle koningen en de Profeet aller profeten. Hij is volkomen toebereid en toegerust voor het gehele werk van de eeuwige verlossing. Daarom, die geloofd zal hebben dat Jezus de Christus is, geeft zich over aan Zijn zorg, Zijn werk en Zijn verlossende arbeid.

 

Wat is dan de vrucht van het geloof? Liefde. Een iegelijk die liefheeft Dengene Die geboren heeft, die heeft ook lief dengene die uit Hem geboren is. Misschien is dit een moeilijke zin om te lezen. Toch is de betekenis eenvoudig. Johannes schrijft hier: wanneer iemand God liefheeft, heeft hij ook al Gods kinderen lief. Hebt u God lief door het wonder van de wedergeboorte? Kent u de Vader van alle gelovigen, de Verwekker van het nieuwe leven? Dan hebt u allen lief die uit God geboren zijn.

Wanneer u de Vader liefhebt, hebt u toch ook uw broeders en zusters lief? Dan kunt u de medegelovigen uit de gemeente toch niet haten en hen links laten liggen? Het zaligmakende geloof komt openbaar in de gemeenschap der heiligen.

Telkens opnieuw hamert Johannes erop dat Gods kinderen elkaar liefhebben. Elke ware

gelovige is een kind van God. Ze zijn om Christus’ wil aangenomen uit vrije genade en geadopteerd tot kinderen van God. De een mag daar meer van weten door de oefeningen van het geloof dan de ander, maar het komt openbaar.

 

Weet u waaraan ik dacht bij dit geestelijk gezin? Er is in een gezin soms ruzie, maar toch leert de praktijk dat wanneer iemand anders iets over uw broer of zus zegt, u overeind springt om hem te verdedigen. Want er is liefde! Dat bedoelt Johannes hier te zeggen.

Er is onder Gods kinderen soms wel onenigheid, maar toch zal de vrucht zijn dat een iegelijk die liefheeft Degene Die geboren heeft, ook lief heeft degenen die uit Hem geboren zijn. Het gaat precies als in een gewoon gezin.

Guido de Brès noemt de kerk het geestelijke huisgezin. Daarom wordt hier iets zichtbaar van de vruchten van de wedergeboorte. Het is een zaak van het hart. Ik zei net al: de totale mens wordt vernieuwd met al zijn innerlijke vermogens. U kunt nooit wederom geboren zijn, als u niet gelooft in Christus. U kunt niet wederom geboren zijn als u God en uw naaste niet liefhebt en Zijn geboden niet gehoorzaam bent.

Dat brengt ons bij onze tweede gedachte. Daar gaan we eerst van zingen uit Psalm 118:8.

Gods rechterhand is hoog verheven;

Des HEEREN sterke rechterhand

Doet door haar daân de wereld beven,

Houdt door haar kracht Gods volk in stand.

Ik zal door 's vijands zwaard niet sterven,

Maar leven, en des HEEREN daân,

Waardoor wij zoveel heil verwerven,

Elk, tot Zijn eer, doen gadeslaan.

 

Wij overdenken het geloof en zijn vruchten. In het eerste punt hebben wij gezien dat de eerste vrucht van de wedergeboorte liefde is. Liefde tot God, liefde tot de naaste, liefde tot Gods kinderen en tot Zijn inzettingen.

 

2. Gehoorzaamheid

Onze tweede gedachte is dat de liefde openbaar komt in gehoorzaamheid. Hieraan kennen wij – in het Grieks onderkennen of weten – dat wij de kinderen Gods liefhebben wanneer wij God liefhebben en Zijn geboden bewaren. Johannes noemt hier een kenmerk of een bewijs waaraan wij Gods kinderen kennen.

Als wij onze mond vol hebben van het wonder van wedergeboorte, het geloof, Christus en de liefde, dan is hier de vraag naar het bewijs. Kanttekening 5: ‘Want uit de liefde Gods, als een oorsprong en fontein, moet de liefde tot de naaste spruiten en voortkomen.’

Johannes zegt opnieuw tegen de gemeenteleden in al hun strijd en vragen met de dwaalleraars, dat het onmogelijk is God lief te hebben en tegelijk Gods kinderen of uw naaste te haten. Hij schrijft dit in het vorige hoofdstuk. Indien iemand zegt: Ik heb God lief; en haat zijn broeder, die is een leugenaar; want die zijn broeder niet liefheeft, dien hij gezien heeft, hoe kan hij God liefhebben, Dien hij niet gezien heeft (1 Joh.4:20)?

 

Gelukkig is er door Gods algemene genade nog veel goeds en liefde op deze aarde. Maar zullen we menselijke naastenliefde nooit vergelijken met de liefde die God hier bedoelt? Want de liefde tot God in de nieuwe geboorte is de wortel tot de ware naastenliefde. In Romeinen 14:23 staat: En al wat uit het geloof niet is, is zonde. Over deze korte tekst zou u eens een half uurtje moeten nadenken.

Deze liefde blijkt ook in gehoorzaamheid. Vers 3: Want dit is de liefde Gods dat wij Zijn

geboden bewaren en Zijn geboden zijn niet zwaar. Dit schrijft Johannes ook in het tweede vers.

Twee keer wordt gesproken over het bewaren van Zijn geboden. In de oorspronkelijke taal is het soms moeilijk te begrijpen wat Johannes met de liefde Gods bedoelt. Hij kan bedoelen de liefde tot God of de liefde van God. Hier ligt de uitdruk op de liefde tot God. In hoofdstuk 4 vers 19 staat: Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.

 

Die hartelijke liefde tot God is niet alleen een zaak van het hart of het gevoel. In het natuurlijke leven, jonge vrienden, is liefde, verliefdheid, een gevoel van je hart. Dit komt tot uiting in de dingen die je doet. Je luistert naar elkaar.

Het wordt duidelijk dat je alles voor de ander overhebt. Is dat zwaar? Welnee, liefde maakt de zwaarste dingen licht. Dat wil Johannes ons voorhouden. De gehoorzaamheid, uit de liefde tot God, maakt Zijn geboden licht. Waar de liefde tot God brandt in het hart, komt ze openbaar in daden. U wilt deze liefde laten zien. U vraagt wat de Heere wil in uw leven. Kanttekening 6 zegt over de liefde: ‘Dat is, hiermede betonen wij dat wij God waarlijk liefhebben.’

U hebt een hartelijke lust en liefde tot Zijn wegen. De wil van God wordt in uw leven zo heilig, rechtvaardig en goed. Zijn geboden bewaren betekent niet dat u deze opsluit in een doosje, maar onderhoudt en in de praktijk brengt. Dogmatisch noemen wij dit de praktijk van de heiligmaking.

Het leven van de heiligmaking is de vrucht van Jezus’ opstanding op de paasmorgen. Hij maakt door Zijn opstandingskracht dode zondaren levend. Ze gaan in een nieuw godzalig leven wandelen. Ik zei al dat Zijn geboden dan niet zwaar zijn.

 

Voor een onbekeerd mens zijn deze geboden wel zwaar. Het zijn dan knellende banden en een en al regeltjes. U mag dit niet en dat niet. Als u in de Heidelbergse Catechismus de geestelijke betekenis leest van de geboden, wat lijken deze dan ontzaglijk zwaar!

Waarom zijn Gods geboden zo zwaar? Omdat mijn verdorven vlees daartegen strijdt. Want het vlees begeert tegen den Geest (Gal.5:17). Het onderwerpt zich der wet Gods niet (Rom.8:7). Al de geboden zijn tegen mijn zin. Ze zijn een rem op het uitleven van mijn zondige hart en de boosheid, die mij aankleeft.

Misschien zitten er rijke jongelingen in de kerk, die het niet zwaar vinden. Al deze dingen (de geboden) heb ik onderhouden van mijn jonkheid aan. Doch Jezus dit horende, zeide tot hem: Nog een ding ontbreekt u: verkoop alles wat gij hebt en deel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in den hemel; en kom herwaarts, en volg Mij. Maar als hij dit hoorde, werd hij geheel droevig; want hij was zeer rijk (Luk.18:21-23).

Weet u hoe dat komt? Hij heeft nooit iets geleerd van de geestelijke strekking van de wet. Hebt u de geestelijke inhoud van de wet, de liefde, al geleerd?

 

Als de Heilige Geest onze ogen opent, wordt het onmogelijk Gods geboden te houden en te bewaren. Misschien zit er iemand in de kerk, die last heeft van zijn zonden, zoals verwoord in de berijmde Psalm 38 vers 6: ‘k Ben door Uwe wet te schenden, krom van lenden, vol van druk, benauwd van hart.

Johannes laat de gemeente horen dat Gods geboden niet zwaar zijn. Wat bedoelt hij? We lezen tijdens de omwandeling van de Heere Jezus dat de farizeeën en schrift-geleerden geboden hadden die te zwaar waren om te dragen. Doch Hij zeide: Wee ook u, gij wetgeleerden, want gij belast de mensen met lasten zwaar om te dragen en zelven raakt gij die lasten niet aan met een van uw vingers (Luk.11: 46). De joden waren gewend aan driehonderdeenenzestig geboden, zoals vermeld in de evangeliën. De geboden van mensen zijn dus zwaar. De Heere Jezus heeft de hoorders voorgehouden dat Zijn geboden niet zwaar zijn. Door de liefde word je namelijk gewillig gemaakt en dan zijn ze licht.

 

Wanneer je een poosje verkering hebt, luister je naar elkaar. Je ouders kun je iets weigeren, maar voor haar of hem heb je alles over. Hoe komt dat? Er is liefde. Dan valt het niet zwaar om te luisteren. Zo eenvoudig wil Johannes ons een boodschap meegeven.

De liefde van God, in de wedergeboorte uitgestort, komt openbaar. Niet alleen in de liefde tot God en tot de naaste, maar ook in een hartelijk navolgen van Zijn geboden. Jezus zegt het heel treffend in Mattheus 11:28-30: Komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijn en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.

U ontvangt door het geloof in Jezus Christus, de grote Wetsvervuller, de geboden als een leefregel; en dan zult u zeggen: Zijn geboden zijn niet zwaar. Dan zal uw gebed zijn: Och, of wij Uw geboôn volbrachten! Genâ, o hoogste Majesteit! Gun door 't geloof in Christus krachten, Om die te doen uit dankbaarheid (Tien geboden des Heeren: 9, berijmd).

 

De dichter van Psalm 119 verstaat de praktijk van deze hartelijke lust en liefde door het geloof in Christus. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den ganse dag (Ps.119: 97). Hij heeft de hartelijke lust en liefde om te wandelen in Gods wegen. De kanttekening zegt bij niet zwaar: ‘Dat is, bezwaarlijk, moeilijk; hetwelk hier niet gezegd wordt om aan te wijzen dat wij deze geboden hier volkomenlijk kunnen onderhouden; maar ten aanzien van de wedergeborenen, in welker hart de Heilige Geest de geboden Gods alzo inschrijft, dat Hij meteen in dezelve verwekt een lust om dezelve gaarne te doen. En hetgeen iemand gaarne doet, dat valt hem niet zwaar of moeilijk.’ Als het gaat over het geloof in Christus, dan zullen de geboden ingeschreven worden in uw hart. Door Gods genade gaat u iets verstaan van de tekst: Want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.

Wat is er moeilijk of zwaar voor de liefde? Wanneer je iets graag doet, mopper je niet tegen je ouders. Waar je geen zin in hebt – dat is zwaar en moeilijk.

Als de goddelijke liefde in uw hart is uitgestort, krijgt u eerst met de wet te doen als een kenbron van ellende. De wet zal dan functioneren als een tuchtmeester tot Christus. Dan zal het zijn: ‘k Zal Uw geboôn, die ik oprecht bemin, mijn hoogst vermaak en zielsgenoegen achten (Ps. 119:24 berijmd). Zo zal de nieuwe mens door het geloof in Christus, met vreugde de geboden van God doen. Ik las in een verklaring het volgende: ‘Als u een zware vracht over een heel wankel bruggetje moet vervoeren, zijn er twee mogelijkheden: u kunt de vracht lichter maken of het bruggetje versterken. Johannes laat hier zien dat God Zijn kinderen in het geloof de lust en de kracht geeft om in gehoorzaamheid de geboden te onderhouden. Hij halveert de geboden niet. Ook laat Hij het niet aan onze krachten over. Maar door Zijn kracht, het geloof, geeft Hij Zijn kinderen de lust en de liefde om te gehoorzamen en Zijn geboden te onderhouden.’

Nog één ding en daarna zeggen we nog iets over onze derde gedachte. Kunnen Gods kinderen die geboden volkomen houden? Gemeente, ik hoef u alleen maar te verwijzen naar Zondag 44: ‘Maar kunnen degenen, die tot God bekeerd zijn, deze geboden volkomen houden? Neen zij, maar ook de allerheiligsten (Henoch, Jesaja, Paulus) zolang als zij in dit leven zijn, hebben maar een klein beginsel dezer gehoorzaamheid; doch alzo, dat zij met een ernstig voornemen, niet alleen naar sommige, maar naar al de geboden Gods beginnen te leven.

Zij blijven vlees en dat onderwerpt zich niet, maar door de goddelijke liefde is er de hartelijke lust en liefde om Zijn geboden te onderhouden.

 

3. De overwinning

De derde vrucht was de overwinning. Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof. Wie is het die de wereld overwint, dan die gelooft, dat Jezus is de Zone Gods?  Vier keer staat er het woord overwinnen of overwinning. Wie kan de wereld overwinnen? Alexander de Grote heeft het geprobeerd, Napoleon is bezig geweest. Wie zullen er overwinnen? Die uit God geboren zijn! Wat is het middel waardoor ze overwinnen? Dat is het zaligmakende geloof. Kanttekening 8: ‘Dat is, in den geestelijken strijd tussen den Geest der wedergeboorte en de wereldse begeerlijkheden en aanlokkingen, waardoor wij tot afwijking van het geloof en overtreding der geboden Gods worden verzocht, houdt het de overhand.

 

Strijd den goeden strijd des geloofs, grijp naar het eeuwige leven (1 Tim.6:12). Iedereen in de kerk weet dat er zonder strijd geen overwinning is. Het is een geestelijke strijd en het geloof zal overwinnen. De wereld overwinnen wordt hier vooral in negatieve zin aangeduid. Het ziet op de duivel, de zonde, de dwaalleraars en de heftige tegenstanders. Daardoor zijn er zoveel verlokkingen en verleidingen voor Gods kind.

‘De wereld’, schrijft Calvijn, ‘ziet op alles wat ons van God aftrekt. Onze zondige natuur maakt hier ook deel van uit.’ De wereld is ons eigen hart en leven. Het geloof dat zich richt op Christus, overwint de wereld. De geestelijke wapenrusting uit Efeze 6 beschrijft deze overwinning.  Ds. Comrie schrijft hierover: ‘Het geloof is het middel, waardoor men de wereld overwint.’

Johannes schrijft over ‘ons geloof’. Dat is het geloof van Johannes en al Gods kinderen in

de gemeente aan wie hij schrijft. In de geloofsgemeenschap met Christus zullen zij de wereld overwinnen.

 

‘Het geloof,’ schrijft Matthew Henry, ‘is de oorzaak van de overwinning, het middel, het werktuig, de geestelijke wapenrusting waardoor wij zullen overwinnen.’

Hoe komt dat? Kanttekening 9 zegt: ‘Dat is, de oorzaak van onze overwinning, omdat het Christus omhelst, door Welken wij alles vermogen.’

Nu moet u proberen vast te houden dat het zaligmakende geloof met Christus verbindt. Een iegelijk die gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, de Almachtige, zal alles overwinnen. Hij heeft de overwinning behaald en haar aan Zijn discipelen en de Kerk nagelaten. Zo staat het in Johannes 16:33: In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen.

 

Nú lijkt het of de wereld wint. Wat heeft men in de wereld een grote mond! Alles wat aan God en Christus herinnert, moet weg. Maar wat overwint de wereld? En dit is de overwinning die de wereld overwint, namelijk ons geloof. In Christus zijn we meer dan overwinnaars. In Christus mag Paulus schrijven: ik vermag alle dingen door Christus, Die mij krachten geeft (Filip.4:13). In zichzelf zijn het zwakke strijders. David struikelt, Petrus loochent Jezus, maar door het geloof hebben zij de overwinning behaald. Daarom mogen Gods kinderen wel bidden: En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze (Matth. 6:13). Wij zijn zo zwak en kunnen niet één ogenblik staande blijven. Mijn doodsvijanden, de satan, de wereld en ons eigen vlees houden niet op ons aan te vechten. Heere, wil ons sterken, opdat wij in die strijd staande mogen blijven!

Van het geloof echter gaat zo’n kracht uit, dat de Kerk mag zeggen: de overwinning zullen we in Hem behalen.

 

Ik las ergens dat er in een dorpje een aardbeving was. De moedigste dorpsbewoners gilden het uit van angst. Er was ook een bejaarde vrouw. De mensen uit het dorp kenden haar als een christin. Ze sprak vaak over God en Zijn Woord. Haar werd gevraagd: ‘Bent u niet bang?’ ‘Nee, ik ben verblijd om vandaag weer te weten dat ik een God heb Die de wereld doet beven.’ Dat is de macht van het geloof, die de wereld overwint.

Matthew Henry schrijft daar heel mooie dingen over. Hij wijst erop hoe het geloof de harten heiligt en reinigt, zodat de vleselijke lusten naar de wereld worden gedood. Het geloof is een middel om de liefde tot de wereld in je hart aan het licht te brengen. Maar het geloof ziet ook op de onzienlijke dingen. Als u zijn verklaring van de Bijbel hebt, moet u het maar nalezen.

 

Jonge vrienden, als je onbekeerd bent, zie je alleen wat de wereld met al haar begeerlijkheden je te bieden heeft. Maar als je opnieuw geboren wordt uit God, mag je daar weleens overheen kijken en zien op de toekomst. Alles van deze wereld verliest zijn glans en zijn waarde. Dan zeg je: ‘Weg wereld! Weg schatten! Gij kunt niet bevatten, hoe rijk ik wel ben. ‘k Heb alles verloren, maar Jezus verkoren, Wiens rijkdom ik ken (Hiëronymus van Alphen).

Weet u, waarom in het leven van Gods kinderen zo weinig van de kracht van het geloof wordt gehoord? Omdat het vaak zo zwak en weinig in beoefening is. Maar als het geloof in beoefening is, zien ze geen wereld, geen duivel en geen vijanden. Dan mogen ze zeggen: Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn (Rom.8: 31)? Want Hij is de Zoon van God en de Almachtige. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus Jezus (Rom.8:35)? Niets of niemand zal ons scheiden.

 

We gaan naar huis. Bent u een ware christen? Hebt u toekomst als deze wereld straks brandende zal vergaan? Weet u wanneer u toekomst hebt? Als u uit God geboren bent, als u het zaligmakende geloof bezit. Wanneer u iets van die liefde tot God en tot uw naaste in uw leven zich openbaart, zult u straks delen in de overwinning die Christus voor al de Zijnen verwierf. In Christus zijn Gods kinderen meer dan overwinnaars.

De heiligmaking wordt straks heerlijkmaking. Dan zal het gelden: Zijt getrouw tot den dood en Ik zal u geven de kroon des levens (Openb.2:10). Daarom, kinderen Gods, in het strijdperk van dit leven, laat ons afleggen alle last en de zonde, die ons lichtelijk omringt en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is; ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft gedragen, en de schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand van den troon Gods (Hebr.12: 1-2). Hij zit daar waar zij straks komen.

 

Gemeente, wij zijn vanuit onze natuur in de staat van het ongeloof. Weet u de kenmerken van het ongeloof: u bent zorgeloos, liefdeloos en werkeloos. Deze drie woorden moet u onthouden. Als dit leeft in uw hart, loopt u de Heere niet aan. Het komt morgen, later wel. Ook bent u zonder echte liefde tegenover de naaste.

Hoe kom ik aan dat geloof, dat mij aan Christus verbindt en mij al Zijn weldaden deelachtig maakt? Is dat echt uw heilbegerige vraag? De Heilige Geest werkt dit geloof door de verkondiging van het heilig Evangelie. Ga naar huis en vraag: ‘Heere, weer heb ik de verkondiging van het heilig Evangelie gehoord. Het is het middel waardoor de Heilige Geest het geloof wil werken. Schenk mij dat geloof! Wilt u mijn stenen hart wegnemen en een nieuw hart geven?’ Of blijft u toch werkeloos? Loop toch de Heere aan!  Alleen zij die dat doen, zullen niet beschaamd worden.

 

Kinderen van God, de strijd zal blijven. Is het ook uw gebed dat het geloof vermeerderd wordt? Want voorwaar zeg Ik u, dat, zo wie tot deze berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen; en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven, dat hetgeen hij zegt, geschieden zal, het zal hem geworden, zo wat hij zegt (Mark.11:23). Zo overwint het geloof de wereld.

Amen.

 

Slotzang Psalm 3:4

 

Sta op, verlos mij, HEER!
Gij hebt, o God, weleer
Getoond voor mij te waken,
Mijn haters onderdrukt;
En mij 't gevaar ontrukt;
Gij sloegt hen op de kaken,
Verbrekend onverwacht
Hun tanden door Uw macht;
'k Heb d' overhand verkregen.
Gij, HEER, alleen, Gij zijt
Verwinnaar in den strijd,
En geeft Uw volk den zegen.