Ds. D.W. Tuinier - Openbaring 21 : 6

Gods Troonrede

Ernstig
Troostvol
Nodigend

Openbaring 21 : 6

Openbaring 21
6
En Hij sprak tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Ik zal den dorstige geven uit de fontein van het water des levens voor niet.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 27: 1
Lezen : Openbaring 21: 1 - 8
Zingen : Psalm 74: 7
Zingen : Psalm 74: 12
Zingen : Psalm 138: 4

Geliefde gemeente, Gods Woord ligt open bij de openbaring van Jezus Christus aan Zijn dienstknecht, de apostel Johannes, en wel bij hoofdstuk 21 vers 6. Wij lezen daar:

 

En Hij sprak tot mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Ik zal de dorstige geven uit de fontein van het water des levens voor niet.

 

We schrijven onder de tekst en boven de preek: Gods troonrede.

 

Deze troonrede is:

1. Naar aanleiding van het eerste gedeelte van onze tekst: Ernstig.

2. Naar aanleiding van het middelste gedeelte: Troostvol.

3. En naar aanleiding van het slot van onze tekst: Nodigend.    

 

Gods troonrede is dus ten eerste:

 

1. Ernstig

 

Geliefden, de apostel Johannes heeft onuitsprekelijke dingen gezien. In het verband van onze tekst ziet hij een troon. Een troon in de hemel. Alle dingen worden vanaf deze troon bestuurd. Hij staat vast, onwankelbaar vast. En Hij, Die op de troon zat, sprak tot mij: Het is geschied.

Allereerst de vraag: Wie is die ‘Hij’?

‘Hij’ is de levende God, Die Zijn eigen Zoon heeft overgegeven tot in de dood. Aan het kruis op Golgotha heeft het geklonken uit de mond van de Zaligmaker: Het is volbracht (Joh.19:30). Gods raad is volbracht. Zijn eer is verheerlijkt. De profetieën zijn vervuld. De schuld is betaald. Alles is volbracht.

Nu hoort Johannes Degene Die op de troon zit, de levende God op grond van het volbrachte werk van Zijn Zoon, zeggen: Het is geschied. Wat ligt in deze woorden een machtige boodschap! Een boodschap voor toen, in dagen van vervolgingen en verdrukkingen, maar het is ook een prediking voor vandaag! Alles wat er op de wereld gebeurt, hoe ingrijpend ook, wordt bepaald door Hem, Die op de troon zit. Als het gaat over de Godsregering, hoe onbegrijpelijk ook, in uw persoonlijk, huiselijk leven maar ook binnen Gods Kerk, Hij, Die op de troon zit, staat boven alles. Het loopt Hem niet uit de hand. God regeert.

 

Het is geschied. Deze woorden willen zeggen: het is voorbij, het is af. Het einde van de wereldgeschiedenis is aangebroken. Het getal van de uitverkorenen is vol. De laatste is toegebracht.

Het is geschied. Dat houdt ook in: de maat is vol gezondigd. De genadetijd is voorbij. Jezus Christus komt met de wolken. Alle oog zal Hem zien.

Het is geschied. In dat licht moeten we ons leven zien, of léren zien. In dat licht moet u ook deze preek zien.

Het is geschied. Hij, Die op de troon zit, zal eens in ons leven zeggen: Het is geschied. En dat kan veel dichterbij zijn dan u denkt. Deze dienst zou uw laatste kerkdienst kunnen zijn. En hoe zal het dan met u zijn?

Hoe nodig is het dat Gods Geest u stilzet op uw levensweg. Uw blinde zielsogen moeten opengaan. U moet een goddelijk halt worden toegeroepen. Dan zegt de Heere tegen u, heel persoonlijk: Het is geschied. De rust wordt u dan opgezegd. U gaat God zoeken met ingespannen krachten…

 

Geliefde gemeente, deze dingen zijn zo noodzakelijk! In het vorige hoofdstuk ziet Johannes de doden staan voor de rechterstoel van Christus… Wat aangrijpend toch! Kunt u zonder verschrikken voor Hem verschijnen?

Nee, u moet zich niet druk maken over een ander… U hebt genoeg aan uzelf. Als ‘het is geschied’ wordt gehoord, hoe zult u het dan maken? Hoe zal het jullie dan vergaan, jonge mensen? Hoe heb je de genadetijd, die de Heere je geeft, gebruikt? Wat hebben wij gedaan met de prediking van het Woord van God?

Denk er toch om, wij kunnen ons leven nooit meer overdoen. Valt de Heere daarom te voet. Vandaag nog! Smeek om Zijn genade. Het kan geen uitstel lijden. O, als u onbekeerd blijft en onverzoend sterft; het oordeel zal zo vreselijk zijn. Johannes beschrijft het: Dan zullen ze roepen tot de bergen en tot de heuvelen: Valt op ons, en verbergt ons van het aangezicht Desgenen, Die op de troon zit, en van de toorn van het Lam (Openb.6:16). Haast u daarom, spoedt u! Bekeert u, bekeert u! Waarom zult u sterven? Waarom zult u verloren gaan? Hij, Die op de troon zit, laat Jezus Christus nog prediken als een volkomen, algenoegzame en gewillige Zaligmaker, die gereed staat om u te ontvangen. Hij wacht om u genadig te zijn. Hij roept u toe, door de mond van Zijn knecht: Wendt u naar Mij toe, wordt behouden (Jes.45:22).

 

Gemeente, wee ons, indien wij op zo’n grote zaligheid geen acht zullen hebben geslagen. Wee u… Want eens komt de laatste dag en dan zal Hij, Die op de troon zit zeggen: Het is geschied. Straks komt de dag dat Christus zal komen op de wolken. Hij komt, Hij komt om de aarde te richten. Dan is de genadetijd voorbij. Dan zal het rijk van de duisternis ten onder gaan.

U leest in het achtste vers van ons teksthoofdstuk over een poel die brandt van vuur en sulfer, hetwelk is de tweede dood, dat is de eeuwige dood. Dat is de hel. De Bijbel is daarin zo eerlijk!

Wat is daar de reden van?

Opdat u wakker geschud zult worden uit uw geestelijke doodslaap, voordat Hij zeggen zal: Het is geschied.

 

Ook tot Gods kinderen klinkt: Het is geschied. Komt tot uzelf. Maakt u de balans eens op. Wie bent u voor de Heere geweest? Wie behoorde u te zijn? Hebt u gesproken toen u spreken moest? Hebt u gezwegen toen u zwijgen moest? Als het boek van uw leven gelegd wordt naast het boek van Gods wet, wat blijft er dan van u over? Schuld, schuld. Alles ligt verbeurd en verzondigd. Ziet u dat u nooit boven de tollenaarsbede uitgroeit? O God, wees mij, arme zondaar, genadig? Voor zulke ellendigen is onze tekst ook troostvol.

 

We gaan naar ons tweede aandachtspunt. Gods troonrede is ernstig maar ook vol van:

 

2. Troost

 

De tekst zegt verder: Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Zoals u wellicht weet is de Alfa de eerste letter van het Griekse alfabet, van de taal waarin het Nieuwe Testament geschreven is. De Omega is de laatste letter van het Griekse alfabet. We zouden kunnen zeggen: de A en de Z. Die beide letters omspannen heel het alfabet. Zo omvat Hij, Die op de troon zit, alle dingen. Hij omspant heel de geschiedenis. Hij omspant de tijd. Hij is de Eeuwige. Bij Hem is geen verandering! Bij Hem is geen vergankelijkheid. Hij is de Alfa, het Begin. Hij is de Omega, het Einde. Hij is de Onveranderlijke en Getrouwe. Hij heeft Zich aan Mozes bekendgemaakt met Zijn heerlijke Naam: IK ZAL ZIJN DIE IK ZIJN ZAL (Ex.3:14). Wie Ik vroeger was ben Ik nu nog en zal Ik ook altijd blijven. Ik ben de Onveranderlijke in Mijn liefde en in Mijn trouw.

 

Gemeente, Hij is ook de Omega, de Laatste, het Einde. Straks komt voor Gods volk de dood. De laatste dag. Dan zal het klinken: Het is geschied. O, die dood, de koning der verschrikking, de laatste vijand.

Maar Hij, Die de Eerste was in hun leven, zal ook de Laatste zijn. Volk des Heeren, Hij Die aan het begin stond, zal ook straks aan uw einde staan. Hij zal u brengen in het land van de zalige rust, waar Hij al uw tranen van uw ogen zal afwissen.

Wat is dit een vertroostend woord voor schuldige zondaren die, als de boeken opengaan, alleen maar schuld overhouden. Hij is de Getrouwe, de Alfa en de Omega, de Rots der eeuwen die nooit zal wankelen. Hij zegt: Ik, de Heere, word niet veranderd; daarom zijt gij, o kinderen Jakobs, niet verteerd (Mal.3:6). In de aardse strijd en aanvechtingen, wanneer het hart beeft, roept Hij Zijn Kerk toe met Zijn goddelijke verzekering: Want bergen zullen wijken, en heuvelen wankelen; maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de Heere, uw Ontfermer (Jes.54:10).

 

Volk des Heeren, zie terug op uw leven, tot op dit ogenblik. Wat was u ontrouw, keer op keer. Maar is de Heere niet altijd de Getrouwe? Heeft Hij u ooit beschaamd? Nee toch? Van uw kant is er schuld. Dat zal er niet beter op worden. Maar nu zegt de Heere: Ik blijf altijd Dezelfde. Ik blijf de Getrouwe, want Ik ben de Alfa en de Omega. Zijn trouw tegenover al uw ontrouw.

Wat een vastheid ligt er in Hem, Die op de troon zit! Hij is de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, de A en de Z, de Eerste en de Laatste. Hij is de Eerste geweest in Zijn opzoekende liefde, toen Hij u stilzette op de brede weg van het verderf. Hij was de Eerste, Die u van geestelijk dood levend heeft gemaakt. Ja, vanuit de stilte van de eeuwigheid was Hij al de Eerste. Jeremia zegt: Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde (Jer.31:3). Jezus Christus heeft hen ontvangen uit de hand van Zijn Vader, als loon op Zijn Middelaarsarbeid. Hij, Die op de troon zit, is het begin van het geestelijke leven. Alles is alleen door Hem en uit Hem. En Hij blíjft de Eerste, dagelijks. De Eerste, Die u alles schade en drek leerde te achten om in Jezus Christus alles te zoeken en te vinden. Hij was de Eerste en Hij blijft de Eerste. Ook als Zijn schapen van Hem afdwalen. Ook als Zijn kinderen Hem tegenwerken. Wat een vertroostend woord: Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. De Eerste en de Laatste. Hij is en blijft Dezelfde. Als dat niet waar was, dan was het hopeloos verloren.

 

Als u de Heere nog niet kent, luistert dan: vandaag wil God de Eerste zijn in uw hart en leven. Trouwens, dat heeft Hij al laten zien in uw of jouw doop. Jullie zijn gedoopt, jongens en meisjes! Je draagt het zegel aan je voorhoofd, dat de God van het genadeverbond ook in jouw leven de Apha en de Omega wil zijn. Daarom kun je nog zalig worden. Je kunt nog met God verzoend worden. Want Hij Die op de troon zit is het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste…  Denkt daarover niet te gemakkelijk! Wat een groot voorrecht. Wat een grote verantwoordelijkheid!

Hij, Die op de troon zit, is ook de Omega. Hij is ook de Laatste, Hij is het Einde. Wat kunnen Gods kinderen bang zijn voor de dood. Dat is en blijft de laatste vijand, de koning der verschrikking. U, die daar zo tegenop ziet: Hij, Die de Eerste was in uw leven, zal ook de Laatste zijn. Hij Die aan het begin stond, zal ook aan uw einde staan. Als dan de laatste dag komt en het klinkt: Het is geschied, uw oog breekt, u de doodsjordaan nadert en u blaast de laatste adem uit, dan is Híj er ook! Want Hij is de Laatste, het Einde. Dán zal Hij ook de Getrouwe zijn. Dan zal Hij u veilig brengen in die stad, waar de dood niet meer is. Dan zal Hij u brengen in de eeuwige rust. Dan zal Hij zeggen: ‘Het is geschied, komt in, in de eeuwige vreugde van het nieuwe Jeruzalem.’

 

We gaan naar onze derde gedachte. Maar eerst zingen we. Psalm 74 vers 12:

 

Gij, evenwel, Gij blijft dezelfd', o Heer;

Gij zijt van ouds mijn toeverlaat, mijn Koning,

Die uitkomst gaaft, en, uit Uw hemelwoning,

Voor ieders oog Uw haat'ren gingt te keer.

 

Gemeente, het thema van de preek is: Gods troonrede. We hebben overdacht dat deze troonrede ernstig is en troostvol. Ten derde is Gods troonrede:

 

3. Nodigend

 

Johannes hoort Degene Die op de troon zit zeggen: Ik zal de dorstige geven uit de fontein van het water des levens, voor niet.

Ik zal… De grote Ik staat hier voorop. Ik zal geven. Nee, het gaat er niet om wat u zelf neemt of pakt, of uzelf aan laat praten door anderen. Dat loopt uit op een grote teleurstelling. Het zal erom gaan wat u ontvangt, uit louter genade, om Jezus wil. Het gaat erom wat de grote Ik u gééft.

U moet het hebben van wat u gegeven wordt. Altijd maar weer: Ik zal geven. Het is enkel genade. Het is niet uit u. Het is Gods gave. Het is genade, door Jezus Christus verdiend. Daarom zegt Hij, Die op de troon zit: Ik zal geven.

Zondaren worden zalig uit enkel genade, voor niets, gratis… Genáde! Om niet… Dát staat er! Het predikt dat het voor u mogelijk is, voor de grootste zondaar. Vreselijk als u daaraan voorbijgaat. Maar als u genade nodig krijgt, weet u van schuld. Genade staat tegenover schuld. U bent en blijft schuldig in uzelf.

God geeft aan schuldigen. Doden dorsten niet. Levenden dorsten!

Wát geeft Hij dan?

Water des levens uit de fontein.

 

Een fontein… Het is een beeld uit het oosterse leven. Een mens heeft water nodig om te drinken. Water is leven. Als er geen water is, sterft u van dorst. God Zelf is de Fontein des levens. Hij geeft degenen die dorsten naar Hem, te drinken. Dat water is leven. Alles daarbuiten is de dood. Dat ervaart u ook: het is mijn schuld. Ik heb de Fontein van het leven verlaten. Ik lig in de diepten van mijn ontzaglijke verlorenheid. Ik moet van dorst omkomen, om eigen schuld. Toch kan ik God niet meer missen. Dan verstaat u David in Psalm 42: Mijn ziel dorst naar God, naar de levende God (Ps.42:2). En deze God, Die op de troon zit en de Levensbron is, geeft water aan de dorstige.

 

Kent u dit dorsten naar de Heere? Schreeuwt uw hart naar de levende God?

Weet u wat u dan ook leert?

Dat God rechtvaardig is als Hij nooit meer naar u omziet.

Maar toch zegt Hij, Die op de troon zit: ‘Ik, de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, de God, Die niet liegen kan, zal de dorstige geven uit de fontein van het water des levens, om niet. Ik laat u niet omkomen. Ik zal komen, op Mijn tijd.’

Het kan niet anders. Het is Zijn eigen woord. Hijzelf heeft door Zijn Geest deze dorst gewerkt. Hij maakt harten begerig en dan verrijkt Hij ze overvloedig: Ik zal de dorstigen geven uit de fontein van het water des levens.

Dat is nu alleen mogelijk omdat Gods Zoon, Jezus Christus, op Golgotha moest klagen: Mij dorst (Joh.18:28). Opdat dorstigen eeuwig zouden drinken. Hij zal dorstigen te drinken geven van de wateren van Zijn genade.

Uw dorst wordt gelest als u met een geloofsoog buiten uzelf ziet op Jezus Christus, de Zaligmaker van zondaren, Die ook uw Zaligmaker is. U drinkt als u afziet van alles wat geen God en Christus is, en door het geloof zinkt op het volbrachte werk van de Middelaar. U drinkt als God Zich in Zijn Zoon wegschenkt aan uw schuldige hart. Dan ontvangt u een voorsmaak van de eeuwige vreugde. En als de voorsmaak al zo zoet is, wat zal het dan straks zijn als u zich voor eeuwig mag gaan verlustigen in Hem, Die uw Liefste is. Dan zal Hij opnieuw op Zijn troon zitten. Dan klinkt opnieuw: Het is geschied. Dan zal het nieuwe Jeruzalem neerdalen als een bruid, versierd voor haar man. O, wat zal dat heerlijk zijn, onuitsprekelijk heerlijk, goed en zalig! Eeuwig volmaakt drinken uit de fontein van het water des levens, om niet.

 

Geliefde gemeente, we sluiten af: arme zondaren worden zalig, uit enkel genade, voor niets, gratis…  Zelfs die ene zucht van u hoeft er niet meer bij. Wat een ruimte ligt er dan in Gods welbehagen. Wat een ruimte ligt er in Zijn genade. Als er van u nog iets bij zou moeten, was het voor eeuwig hopeloos. Maar dat kan niet. Dat mag niet en dat hoeft ook niet. Want het is genade, loutere genade.

 

Hoe is met jullie, jongens en meisjes? Waarheen reizen jullie?  Dominee McCheyne wist het. Hij heeft gezongen, met zijn hart:

 

Nu reis ik getroost, onder ‘t heiligend kruis,

Naar ‘t erfgoed daarboven, in ‘t vaderlijk huis.

Mijn Jezus geleidt mij door d’ aardse woestijn.

‘Gestorven voor mij’, zal mijn zwanenlied zijn!

 

McCheyne zong van het erfgoed waarvan hier staat: Die overwint, zal alles beërven; en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn (Openb.21:7).

Jongeren, ouderen, waarheen gaat onze reis?

Het is van tweeën een: eeuwig wel of eeuwig wee.

Mag je weten dat je paspoort getekend is met het bloed van het Lam? Met minder kan het toch niet?

Gemeente, is de Borg en Zaligmaker u dierbaar geworden? Het kan toch geen uitstel lijden. Het ogenblik waarop de Heere zeggen zal: Het is geschied, kan zo dichtbij zijn. Daarom:

 

Zo gij Zijn stem dan heden hoort,

Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord;

Verhardt u niet, maar laat u leiden.

 

Amen.

 

Psalm 138 vers 4:

 

Als ik, omringd door tegenspoed,

Bezwijken moet,

Schenkt Gij mij leven;

Is 't, dat mijns vijands gramschap brandt,

Uw rechterhand

Zal redding geven.

De Heer’ is zo getrouw, als sterk;

Hij zal Zijn werk

Voor mij volen - den,

Verlaat niet wat Uw hand begon,

O Levensbron,

Wil bijstand zenden.