Ds. D.W. Tuinier - 1 Koningen 3 : 9

Het gebed van Salomo

De gestalte van Salomo's hart
De inhoud van zijn gebed
De Vervuller van zijn gebed

1 Koningen 3 : 9

1 Koningen 3
9
Geef dan Uw knecht een verstandig hart, om Uw volk te richten, verstandelijk onderscheidende tussen goed en kwaad; want wie zou dit Uw zwaar volk kunnen richten?

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 43: 1
Lezen : 1 Koningen 3: 4-15
Zingen : Psalm 72: 1 en 10
Zingen : Psalm 123: 1
Zingen : Psalm 119: 17

Geliefde gemeente, Gods Woord ligt open bij het gedeelte dat u is voorgelezen: 1 Koningen 3. Ik vraag uw aandacht voor het negende vers. Daar lezen wij:

 

Geef dan Uw knecht een verstandig hart om Uw volk te richten, verstandiglijk onderscheidende tussen goed en kwaad; want wie zou dit Uw zwaar volk kunnen richten?

 

We schrijven onder de tekst en boven de preek: Het gebed van Salomo.

 

Ik noem u drie aandachtspunten:

 

1. De gestalte van Salomo’s hart.

2. De inhoud van zijn gebed.

3. De Vervuller van zijn gebed.

 

Ons eerste punt is dus:

 

1. De gestalte van Salomo’s hart

 

Geliefde gemeente, het eerste wat Salomo doet als hij is ingehuldigd tot koning in de plaats van zijn vader David, is: bidden.

Nee, hij denkt niet, zoals u of jij misschien: ‘Ik ben jong, gezond, sterk, vol plannen en idealen: Ik red me wel. Ik ga ervoor. Ik ga er wat van maken.’

Nee, dat is werelds. Dat is een overschatting van jezelf en goddeloos. Nee, de jonge koning zoekt het aangezicht en de gemeenschap van de Heere, zijn God.

 

In gedachten komen we Sálomo tegen in Gíbeon, een bekende offerplaats in die tijd. Daar wil hij bidden. Want hij wil koning zijn bij de gratie van God. Daar in Gíbeon worden onder het aanroepen van de Naam des Heeren maar liefst duizend brandoffers gebracht.

Na die offers gaat Salomo slapen. In die nacht verschijnt de Heere  aan hem, in een droom, en zegt: Begeer wat Ik u geven zal.

Salomo mag nu zijn hart uitstorten. De Heere wil als het ware als een aardse vader van zijn kind weten, waarom het verlegen is. ‘Vertel eens, waarmee kan ik je blij maken?’ Zo lokt God Zijn kind uit.

 

Wat een ruimhartige, bewogen en gunnende God zien we hier! Hij is machtig om meer dan overvloedig te doen boven alles wat wij bidden of denken zoals er in Efeze 3 vers 20 staat. Hij roept ook ons toe: Doe uw mond wijd open, en Ik zal hem vervullen (Ps.81:11).

Deze nodiging is tegelijk een test want uit Sálomo’s antwoord moet blijken, wat er op de bodem van zijn ziel leeft. Uit het antwoord dat hij geeft zal duidelijk worden wat hem, zelfs in een droom, bezighoudt.

Sálomo reageert meteen. Allereerst roemt hij de eeuwige trouw en goedheid des Heeren, bewezen aan zijn vader David. Vervolgens verwoordt hij zijn verlangen. Wat dan opvalt is de ootmoed in zijn spreken tot God: ‘O Heere, nu moet ik in de plaats van mijn vader een groot, ontelbaar volk gaan leiden. Hoe zal ik dat, in eigen kracht, kunnen? Ik voel me als een kleine jongen.’

Sálomo noemt zijn vader en zichzelf knecht. Ja, hij heeft hoge gedachten van God en geringe gedachten van zichzelf. Hij voelt zich nederig en klein.

Is dat ook de gestalte van uw hart? Overschat uzelf toch niet. Wie meent te staan, ziet toe, dat hij niet valle… Ook vandaag roept de Heere Jezus u en jou toe: Zonder Mij kunt gij niets doen!

 

Gemeente, het treft ons dat de jonge koning niet met zichzelf bezig is. Hij is op God gericht en op zijn naaste. Zijn persoonlijke wensen en voorkeuren zijn ondergeschikt aan de belangen van het volk en vooral aan die van Gods Koninkrijk. Salomo wil geen koning zijn zoals de vorsten rondom Israël. Als hij machtsbelust zou zijn geweest, dan zou hij wel om iets anders hebben gevraagd. Hij ziet in zijn koningschap geen middel tot zelfontplooiing of zelfverheerlijking. Nee, Gods eer is op zijn hart gebonden… en op het welzijn van het volk. Hij voelt zich geroepen om zijn volk als een herder te wijden en het goede voor Jeruzalem te zoeken.

Sálomo draagt zijn volk een warm hart toe. Dat is genade! Dat is vrucht van het ware geloof, dat door de liefde werkzaam is. In vers 3 leest u dat hij de Heere liefheeft en wandelt in de inzettingen van zijn vader David. Nogmaals, dit heeft hij niet van zichzelf. Hij ontvangt het van zijn God. Door herscheppende en wederbarende genade.

Ja, dat hebben wij allemaal zo nodig! Voor het eerst en elke dag! Wij moeten van een dictator en tiran een echte koning, een koningskind worden. Zo’n koninklijk leven werkt Gods Geest. Daarom roept Gods Woord u ook op: Bekeert u, bekeert u! Zoekt eerst het Koninkrijk van God! Eén ding is nodig…

 

Het leven is zo ernstig. De eeuwigheid, die aanstaande is, eindigt nimmer. Daarom leg ik u de vraag voor: waarvoor leeft u? Het gaat er in de eerste plaats toch niet om wat u in dit leven bereikt of opbouwt? Het gaat er toch niet om of u dit of dat gemaakt hebt, prijzen en onderscheidingen hebt gekregen, hoe mooi wellicht ook?

De vraag is: Hebt u de Heere lief gekregen, als vrucht van het zaligmakende werk van de Heilige Geest? Hebt u voor Hem geleefd? Of… bent u nog altijd voor uzelf bezig, terwijl u straks alles moet achterlaten? U kunt er het Koninkrijk Gods niet mee ingaan.

Weet u wat nu zo nodig is, hoogstnoodzakelijk zelfs?

Bekering! Waarachtige bekering tot God, door Gods Geest gewerkt. Dan leeft u niet meer voor uzelf, maar voor God en Zijn rijk. Dan gaat u een andere gang in uw leven. U zoekt dan Gods eer en het heil van uw naaste. Door ontvangen genade begeert u net als de jonge Salomo een vredestichter te zijn. U vraagt dan dagelijks: O Zoon, maak mij Uw beeld gelijk.

 

We gaan naar ons tweede punt:

2. De inhoud van Sálomo’s gebed

We lezen in vers 9: Geef dan Uw knecht een verstandig hart om dit Uw volk te richten, onderscheidende tussen goed en kwaad.  Eigenlijk vraagt Salomo om drie zaken:

Ten eerste: een luisterend hart.

Ten tweede: een scherpzinnig oog.

En ten derde: een vastberaden hand.

 

Een verstandig hart is een luisterend hart. Mozes noemt het in Psalm 90 een wijs hart. Het staat open voor God en voor de ander. Sálomo bidt: o Heere, geef mij een hart dat niet op mijzelf is gericht… Bewaar mij voor zelfzucht, eigen dunk en egoïsme. Leer mij naar U te luisteren. Leer mij naar de ander luisteren. Leer mij openstaan voor mijn naaste, naar hem of haar te luisteren. Schenk mij invoelingsvermogen…

Gemeente, dat is genade. Vrucht van het ware, zaligmakende geloof, dat Gods Geest werkt. Salomo kan het niet missen. Voor u is het ook onmisbaar, in uw gezin, binnen het huwelijk, je verkering, op school, op uw werk, als ambtsdrager in de gemeente en ga zo maar door… Maar ook als gemeente onderling: Een wijs hart! Er voor elkaar zijn! Op God gericht en op elkaar. Daarom is Salomo verlegen. En u? En jij?

 

Sálomo had dus een luisterend hart, maar ten tweede ook een scherpzinnig oog. Dat gaat samen op. Goed luisteren en onderscheiden wat goed en kwaad is… Dus: niet direct met uw oordeel klaarstaan. Niet op het uiterlijk afgaan…  U moet u niet op sleeptouw laten nemen door wat schoon schijnt. Het is niet alles goud wat er blinkt. Er is zoveel dat mooi lijkt maar het niet is! Onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad. Dat heeft de jonge koning Salomo nodig!

Maar wij hebben dat evenzo nodig. Dat houdt twee dingen in: We moeten de dingen zien en doorzien.

Ik wil dat met een voorbeeld duidelijk maken: Er komt iemand bij u aan de deur die een vriendelijk praatje met u maakt. Hij vraagt u om even mee naar buiten te gaan om hem de weg te wijzen… U ziet hem met uw eigen ogen. Maar doorziet u zijn list? Ondertussen sluipt er namelijk een andere man via uw achterdeur uw huis binnen en haalt uw spullen weg.

Zien en doorzien wat goed en wat kwaad is. Daar gaat het om: goed en kwaad. Nee, het gaat er niet om wat fijn of niet fijn is! Het gaat er niet om wat winstgevend of minder winstgevend, maar het gaat om goed en kwaad. Goed betekent: naar Gods wil, tot zegen, goed voor het tijdelijke, maar vooral voor uw ziel en geestelijk leven. Kwaad daarentegen is niet naar Gods wil, het gaat tegen Zijn wil in. Het is niet tot zegen, maar het is vergif voor uw ziel.

 

Salomo bidt: Heere, mag ik doorzien wat goed en wat kwaad is? Geliefde gemeente, dat luistert heel nauw. Iets kan voor uw oog heel aangenaam zijn, maar de vraag is of het naar Gods wil en naar Zijn Woord is. Kunt u er, op de langere termijn, Gods gunst en zegen op verwachten? Iets kan om te zien heel aantrekkelijk zijn en gemakkelijk lijken: een mooi huis, een betaalbare hypotheek, twee inkomens… Kinderen naar de dagopvang… allemaal goed geregeld! Dat is zien wat voor ogen is. Maar doorzien is: welke gevolgen heeft dit, op den duur, voor de rust in mijn leven, voor mijn huwelijk en de opvoeding van de kinderen?

Nog een voorbeeld: alle kinderen een smartphone, wel zo gemakkelijk, lekker rustig in huis… Dat is zien. Maar doorzien is: wat doet dit met de harten, de gedachten en gewetens van uzelf en uw kinderen? In het paradijs is het al misgegaan! Eva zag en hoorde de slang en zijn vriendelijke woorden. Ze zag de vrucht dat hij begeerlijk was. Maar ze doorzag niet welke satanische bedoeling erachter zat. De duivel wilde haar eeuwige ondergang.

O Heere, bidt Salomo, geef mij een verstandig hart. Een opmerkzaam hart… Wat baat mij een koningschap met veel geld, eer en macht, als ik niet opmerk wat U spreekt? Geef mij daarom een luisterend hart. Geef mij scherpzinnig oog dat het goede van het kwade onderscheidt. Geef Heere… geef… verder dan deze bedelaarsgestalte komt hij niet!

 

Sálomo vraagt ten derde ook om een vastberaden hand. Die heeft hij nodig om het volk te richten. Als koning moet hij regeren. Hij dient goede wetten uit te vaardigen, goede voorzieningen van onderwijs, ouderdom en verzorging te treffen. En vergeet de rechtspraak niet: klachten en aanklachten in behandeling nemen, misdadigers hun straf geven en beroofden hun bezittingen teruggeven.

Stel je voor dat hij verkeerde beslissingen neemt… De gevolgen zijn dan niet te overzien. Dat geldt trouwens ons ook. Wij zijn dan wel geen koningen, maar we hebben wel grote verantwoordelijkheden. Als u chauffeur bent, en u maakt een verkeerde inschatting of u ziet een auto over het hoofd, dan kunnen de gevolgen dramatisch zijn. Als u als apothekersassistentie of arts een verkeerd medicijn samenstelt of voorschrijft, zijn de gevolgen ingrijpend. Als u in de opvoeding een verkeerde keuze maakt, dan draait u dat niet gemakkelijk terug. Als u in de bouw een verkeerde constructie maakt of een zware balk laat vallen uit een kraan, zijn de gevolgen niet te overzien. Als u als leidinggevende of ambtsdrager op een verkeerde en onzuivere wijze Gods Woord doorgeeft, waardoor u onbekeerden geruststelt en gelovigen in verwarring brengt, pleistert u met loze kalk.

Eén fout kan grote gevolgen hebben. Nee, koning Sálomo wil geen slappeling zijn. Hij kan en wil niet van twee walletjes eten: de wereld wat en tegelijk een beetje godsdienstig zijn, zoals zoveel mensen. Hij wil radicale keuzes maken, goede keuzes. Je kunt niet iedereen te vriend houden. Je mag de kool en de geit niet sparen. Je mag geen water bij de wijn doen.

 

Dit alles geldt Salomo, maar ook ons. Duizenden keren in ons leven worden wij geroepen om vastberaden te zijn. Als moe­der in het gezin, vooral ook als vader, als de kinderen met hun problemen bij u aankloppen. Nee, dan moet u niet achter uw krant wegkruipen, maar meedenken, luisteren, onderscheiden tussen goed en kwaad, richting geven, bidden, de weg wijzen: Jongens, dit is goed en dat is kwaad.

U bent wegwijzer, vanuit het Woord. Wees duidelijk! Wees vastberaden. Ouders, let op uw zaak! Nee, u hoeft niet met uw vuist op tafel te slaan. U moet wel uw handen vouwen en uw knieën buigen, voor uzelf en voor uw kroost. Laat hen zien dat uw leven meer is dan geld verdienen, een mooie villa, een dure auto en een verre vakantie. Prijs de dienst van Koning Jezus aan. Dat is echt het enige ware goede! Waarschuw in alle ernst voor het kwaad van de zonde. U bent het heilig verplicht tegenover God en uw kinderen.

 

Maar wie is nu tot deze dingen bekwam?

Niemand! Sálomo niet, wij ook niet. Het volk Israël regeren; het is onmogelijk in eigen kracht. Kinderen opvoeden, een bedrijf leiden, ambtsdrager zijn, onmogelijk vanuit uzelf. Maar als u het, met Salomo, van de Heere alleen verwacht, komt u niet beschaamd uit.

God geeft hem immers wat hij vraagt: Hij ontvangt een verstandig hart, een scherpzinnig oog en een vastberaden hand. Dat blijkt uit de geschiedenis, die op ons teksthoofdstuk volgt. Het is alles vrucht van de meerdere Sálomo, Die de opperste Wijsheid is.

Wanneer u door een waar geloof aan Hem verbonden bent en door Hem bediend wordt, bezit u echte levenswijsheid. In het Hebreeuws wordt het woord chokma gebruikt. Daarin zit het woord ‘goochem’.

O Heere, geef… Steeds weer en steeds meer: o Heere, geef! En als Salomo later boven dit ootmoedig gebed uitgroeit en het achterwege laat, gaat hij vreemd met heidense vrouwen en laat zich meeslepen tot afgoderij. Wat is een mens toch… ook na ontvangen genade!! Daarom is en blijft dagelijks de verzuchting van Sálomo nodig.

 

We gaan eerst zingen; en wel psalm 123 vers 1:

 

Ik hef tot U, die in den hemel zit,

Mijn ogen op, en bid;

Gelijk een knecht ziet op de hand zijns heren,

Om nooddruft te begeren,

En 't oog der maagd is op haar vrouw geslagen,

Om hulp of gunst te vragen;

Zo slaan wij 't oog op onzen Heer’, tot Hij

Ook ons genadig zij.

 

Gemeente, we schrijven boven de preek: Salomo’s gebed. Wij hebben eerst de gestalte van zijn hart overdacht. Daarna de inhoud van zijn gebed. In de derde plaats letten we op:

 

3. De vervuller van Sálomo’s gebed

 

Sálomo is een beeld van de meerdere Salomo, de Heere Jezus Christus. Hij is vooral een type van Hem in Zijn verhoging, na Zijn opstanding, in Zijn Majesteit en heerlijkheid. Sálomo regeert zijn volk, wijs en zacht. Meer dan Sálomo is de Heere Jezus Christus. Hij regeert Zijn onderdanen nog veel wijzer en heerlijker, ja, volkomen wijs en zacht.

Sálomo is rijk maar meer dan Sálomo is de Heere Jezus Christus. Hij is rijk in vergeving, rijk in de Heilige Geest, rijk in gaven van geloof, hoop, liefde, zachtmoedigheid, lankmoedigheid, trouw, matigheid. In Hem is een schat van zegeningen. Hij is de eeuwig Levende. Hij leeft om altijd voor de Zijnen te bidden. Hij leeft om hen te beschermen, te zegenen, te dragen en bij te staan.

Meer dan Sálomo is de Heere Jezus, Die in de hemel is, altijd ten goede voor Zijn volk. Als Hij uw Koning is, dan bent u goed af! Wat mag u dan gerust, veilig en verzekerd leven met de meerdere Sálomo, schuilend bij Hem. En als het anders gaat dan u wellicht denkt of verwacht, dan doet Hij alle dingen meewerken ten goede. Niets kan U dan scheiden van Zijn liefde.

 

Geliefde gemeente, deze genade is nóg te krijgen. Is er iemand, die wijsheid ontbreekt, zie hier de meerdere Salomo. Hij geeft een verstandig hart, een luisterend hart. Sálomo heeft het volk gericht met wijsheid. Toch zijn velen afgedwaald en hebben de Heere en Zijn dienst verlaten.

Meer dan Sálomo is Hij, de Heere Jezus. Hij spreekt en het is er. Hij gebiedt en het staat er. O, laat uw werk, de opvoeding en alles wat u doet gepaard gaan met het gebed: ‘Meerdere Sálomo, Heere Jezus, zegent U het. Uw komst is het immers, die mijn hart en leven volmaakt.’

 

Sálomo spreekt recht. Direct na ons tekstgedeelte lezen we dat er twee vrouwen bij hem komen met één levend kind. Ze zeggen allebei: ‘Het kind is van mij.’ De koning bedenkt evenwel in zijn wijsheid iets om helder te maken wie de echte moeder is…

Meer dan Sálomo is hier. De Heere Jezus spreekt recht, op een volmaakte wijze! Hij onderscheidt het goede en het kwade, volkomen. Hij doorziet u. Armen worden met Zijn goederen vervuld maar rijken leeg weggezonden.

Ook op de oordeelsdag spreekt Hij recht. Dan kunnen er twee zeggen: ik heb in Uw Naam geprofeteerd; ik heb met U gegeten en gedronken. Maar Hij weet of het oprecht is geweest of voor de vorm. Hij ontmaskert elke huichelaar. Hij heeft verstand om te richten. Vreselijk voor de huichelaar, maar heerlijk voor een Simon Petrus. Ondanks alles wat tegen hem getuigt; zijn Meester weet wat er in hem leeft: Heere, U weet alle dingen, U weet dat ik U liefheb.

 

Als u deze Koning dient bent u schatrijk. Dan bent u een Koningskind: Een uitverkoren geslacht, een konink­lijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk (1Petr.2:9). Gedraagt u zich dan ook daarnaar! Laat uw vurige begeerte zijn: O Zoon, maak mij Uw beeld gelijk! Dat is nodig. Want uw hart blijft, ook na ontvangen genade, arglistig en boos. Ja, u leeft in dat in u, dat is in uw vlees, geen goed woont. Zodat u meer en meer uit de meerdere Salomo leert leven. Uit zijn volheid.

Voor Hem leven, is dat niet uw hoogste verlangen? Ondanks de zonden in het leven van Sálomo blijft hij de beminde des Heeren. Nee, niet dankzij hem maar dankzij Gods genade! Genade alleen, genade alleen triomfeert!

 

Ik sluit af: wat is uw hartenwens? U zegt misschien: ‘Ja maar, ik ben Sálomo niet.’

Dat is juist. Maar de God van Sálomo is Dezelfde. Hij is niet veranderd. Vandaag is Hij nog net zo ruimhartig als in Sálomo's dagen. Daarom vraag ik u: wat is uw wens? Jongens en meisjes, als je midden in de nacht wakker gemaakt wordt en er wordt aan je gevraagd: Wat zou je het liefste hebben? Wat is jouw antwoord dan? Waarvan droom jij?

Ik denk aan een eenvoudig versje: ‘Zoek Jezus vroeg, zoek Jezus veel. Wie Hem vindt, die heeft genoeg…’

Want wie Hem vindt heeft alles!

 

Amen.

 

Slotzang Psalm 119 vers 17:

 

Leer mij, o Heer, den weg, door U bepaald;

Dan zal ik dien ten einde toe bewaren;

Geef mij verstand, met Godd'lijk licht bestraald;

Dan zal mijn oog op Uwe wetten staren;

Dan houd ik die, hoe licht mijn ziel ook dwaalt;

Dan zal zich 't hart met mijne daden paren.