Ds. M. Karens - 1 Johannes 4 : 7 - 10

God is liefde

De bron
De openbaring

1 Johannes 4 : 7 - 10

1 Johannes 4
7
Geliefden! Laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren, en kent God;
8
Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde.
9
Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem.
10
Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 86: 3
Lezen : 1 Korinthe 13
Zingen : Psalm 40: 4 en 5
Zingen : Psalm 145: 3
Zingen : Psalm 133: 3

Gemeente, onder biddend opzien om leiding van de Heilige Geest, vervolgen wij de overdenking van de eerste Johannesbrief, en willen wij samen nadenken over het vierde hoofdstuk, de verzen 7 tot en met 10. We schrijven onder dit gedeelte: God is liefde.

Daarbij letten we op een tweetal aandachtspunten:

 

1. de bron (vers 7 en 8);

2. de openbaring (vers 9 en 10).

 

1. De bron

Gemeente, jongelui, we zijn bezig met de brief van de apostel der liefde. Het is niet moeilijk als ik aan jullie vraag, welk woord van vers 7 tot 10 het meeste voorkomt: liefde. Tel het maar eens. Het komt wel veertien keer in deze paar verzen voor. Deze eerste Johannesbrief is er mee vervuld. Het hoofdthema is liefde en liefhebben. Het woord liefhebben komt 28 keer voor, en liefde 18 keer. Dat is ook hier de kern, het hoofdthema. Vers 8b: want God is liefde.

Misschien weet u dat er in het Grieks drie woorden zijn, die vertaald worden met liefde. De Grieken kennen het woord ‘eros’. Dat is een liefde die vandaag de dag hoog in het vaandel staat van de mens. Het is een zinnelijke, wellustige liefde, die niets met echte liefde te maken heeft. Het woord erotiek komt daar vandaan. Daarover gaat het hier niet.

De Grieken hebben ook het woord ‘filia’. In onze bijbel staan dan ‘liefhebben’ of ‘liefde’. Dat ziet meer op vriendschap, een vriendschappelijke verhouding. In onze tekst wordt het bekende woord ‘agape’ gebruikt. Dat is een gevende liefde, een liefde die zichzelf verloochent. Dat wordt van God gezegd. Want God is liefde (1Joh.4:8). Het staat er twee keer, in vers 8 en 16. De apostel onderstreept dit dus. Het is alsof hij zeggen wil: Het kenmerk van God en van Zijn kinderen is liefde. Vandaar mijn eerste punt: de bron.

 

Ik dacht achter mijn bureau: Welk mens is in staat om over deze woorden iets te zeggen? Want ik kan u en jou niet zeggen wie God is, en de goddelijke liefde verklaren. Welke mensentong is in staat te verklaren wie de Heere is? Ik ga het doen met de woorden van Guido de Bres. ‘Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond dat er een enig en eenvoudig geestelijk Wezen is, hetwelk wij God noemen: eeuwig, onbegrijpelijk, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig, volkomen wijs, rechtvaardig, goed, en een zeer overvloedige Bron van al het goede.'

God heeft niet alleen liefde, en geeft niet alleen liefde, maar God is liefde. De drie-enige God is een fontein van eeuwige liefde. In alles wat Hij doet en laat, komt Zijn liefde naar voren. Die openbaart zich in Zijn eeuwig verkiezend welbehagen, in Zijn regering, in Zijn straffen en in Zijn onderhouding. In Zijn scheppen kunnen we zien dat God liefde is. Zo volmaakt is Zijn werk.

 

Nu zijn er mensen die hier graag over spreken. God is liefde. Als je met hen over dit thema spreekt, heb je gretige luisteraars. Je ziet bij hen thuis misschien de tekst aan de muur hangen: God is liefde. Dat is de hele Bijbel voor hen. Zij kunnen alleen over liefde spreken, maar zeggen nooit dat God ook rechtvaardig, wijs, almachtig en wáár is. Dat zijn ook eigenschappen of deugden van God die ons in de Schrift worden verklaard. Al deze eigenschappen zijn volmaakt in God; en ja, ook Zijn liefde.

 

Ik zei zojuist dat er mensen zijn die denken dat God alleen maar liefde is. Maar er zijn ook mensen in de kerk, die zeggen: ‘Dominee, dat moet u niet te vaak zeggen. Want die lege plaats naast me … en ons kind dat we naar het graf moesten brengen’.

‘Meneer’, zeggen ze op een ziekenzaal, ‘hoe durft u te zeggen, dat God liefde is? Kijkt u eens naar deze wereld. Wat een ontzaglijke rampen. Waar haalt u het vandaan?’

Dus u begrijpt dat er veel kanten zijn aan deze zaak. Nu hoop ik dat de Heere ons door de mond van Johannes onderwijs wil geven. Hij roept de gelovigen op: Geliefden, laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God, en een iegelijk die liefheeft is uit God geboren, en kent God. De kanttekening zegt: ‘dat is: God is een Auteur der liefde, die dezelve in ons werkt, en ons beveelt.’

 

Alle ware liefde is uit God. Hij werkt ze, maar beveelt ook de gelovigen om elkaar lief te hebben. Dat zijn die ‘ons’ en ‘wij’ in dit gedeelte – de gelovigen. Het gaat dus niet over alle kerkmensen. Johannes mag zichzelf er wel bij zetten. Er staat een werkwoordsvorm in het Grieks die aangeeft dat dit voortdurend zo is, en niet maar af en toe. Het ziet op de innerlijke gezindheid van het hart, maar ook op de daden. Let wel: het gaat hier niet om menselijke liefdadigheid, die zo geroemd wordt in evangelische gemeenten. Dat kan trouwens soms wel een voorbeeld voor ons zijn!

Maar hier gaat het over de vruchten van het werk van de Heilige Geest door het zaligmakende geloof. Daar schrijft Paulus over in Galaten 5:22: Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.

 

Johannes levert in dit eerste gedeelte drie stellingen aan. Allereerst zegt hij: Laat ons elkander liefhebben. Vervolgens: want de liefde is uit God. En dan: een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren, en kent God. De natuurlijke mens heeft die liefde niet. Ik zei al dat God de Auteur van deze liefde is, en dat Hij ze werkt en onderhoudt in het hart van een zondaar.

Als je onbekeerd in de kerk zit, heb je deze liefde niet. Dat kan je wel begrijpen, want je weet het: ‘Ik ben van nature geneigd God en mijn naaste te haten.’ Dat is de wortel van mijn bestaan. Heel mijn leven is daarop gericht. Zeg eens eerlijk, geloof je dit wel als het over IS-strijders gaat, maar niet als je over een lid van de Gereformeerde Gemeenten spreekt?

‘Dominee, dan zat ik toch niet hier? Dan vulde ik de zondag wel anders in!’

Als we echter door Gods Geest zaligmakend worden overtuigd, gaan we zien dat dit van ons gezegd moet worden. De natuurlijke mens kan God en zijn naaste niet liefhebben

Ik haast me wel te zeggen, dat er nog veel goeds is, dankzij de algemene genade van God. Er zijn mensen in huwelijken, gezinnen, en gemeenten, bij wie veel natuurlijke liefde gevonden wordt. Ik denk aan mensen in de zorg die zichzelf helemaal geven. Natuurlijke liefde als vrucht van algemene genade.

Maar ware naastenliefde is een vrucht van bijzondere genade. Dat bedoelt Johannes hier als hij zegt: Geliefden, laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God.

 

Ik las bij een verklaarder: ‘De natuurlijke naastenliefde, de algemene goedheid van God, en de liefde die openbaar komt, is groot. Maar het is kunstlicht vergeleken met de zon. De liefde uit God is de zon. Zonder de menselijke liefde, en we zijn God daar dankbaar voor, zou deze wereld veranderd zijn in een hel.’

Maar wij hebben de liefde nodig waarover de apostel Johannes hier schrijft. De liefde uit God, de ware liefde gewerkt in het hart. Dat kun je weten, want een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren. Die liefde leeft in het hart van een wedergeboren mens. De kanttekening zegt: ‘dat is een zeker teken, dat hij waarlijk door de Geest Gods is wedergeboren.’ Een ieder die God en de naaste liefheeft, is een nieuwe schepping. Dan is er een nieuw hart en nieuw leven. Een onbekeerd mens is een vijand van God, maar goddelijke genade werkt het wonder van een nieuwe geboorte. Het zaad van het Woord brengt vruchten voort door de Heilige Geest.

 

Wat is de waarachtige bekering? Wat gebeurt er in jouw leven als God door Woord en Geest je in het hart grijpt? Gelukkig kan dit nog. Anders zou al het zaad vallen op steenachtige plaatsen. Maar God heeft beloofd: Het zal voorspoedig zijn, waartoe ik het zend (Jes.55:11). Weet je wat er gebeurt? Bekering, omkering. Mag ik het zo zeggen? Dan wordt wat nu liefde is, haat. Je gaat de wereld en de zonde haten, en God liefhebben. Het goddelijke genadewerk is zo eenvoudig, Het komt openbaar. Want de liefde is uit God; en een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren.

 

Mag je weten dat dit in uw leven waar is geworden? Vroeger was je een vriend en liefhebber van de wereld, maar de glans daarvan is vergaan door de nieuwe geboorte uit God. Dan wordt wat vroeger een last was, een lust. Je krijgt Gods inzettingen, Zijn woord en Zijn kinderen lief, ‘Want,’ zegt Johannes, ‘hij kent God.’ Dit is ook een kenmerk. Nog een keer de kanttekening: ‘namelijk recht, hoedanig Hij is, wat Hem behaagt en wat Hij ons bevolen heeft.’ Wie uit God geboren is, heeft lief en kent God met de bevindelijke kennis uit de Heilige Geest. God heeft Zichzelf in zijn leven geopenbaard. Nu weet hij niet alleen dat er een God is, maar hij kent Hem met zijn hart, want hij is uit God geboren. ‘Gods verborgen omgang vinden zielen waar Zijn vrees in woont’ (Ps.25:7, berijmd).

Dat geloof heeft kenmerken. Een van die kenmerken is dat iemand nu heel anders met zijn naaste en met de medegelovige omgaat dan vroeger. Die omgang wordt namelijk gestempeld door liefde. Dat is een kenmerk of hij van nieuws geboren is. In het elkaar liefhebben komt het werk van God openbaar. Wij zouden misschien heel andere kenmerken noemen. Maar de apostel der liefde wijst erop, en ook Paulus in Romeinen hoofdstuk 5: 5: En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heilige Geest, Die ons is gegeven. Door het wonder van goddelijke genade is de liefde een metgezel van het geloof. We hebben het horen lezen uit 1 Korinthe 13:13: Doch de meeste van deze is de liefde.

 

Johannes werkt met tegenstellingen. In vers 8 schrijft hij dat wanneer iemand niet liefheeft, men er zeker van kan zijn dat hij God niet kent of wedergeboren is. Kanttekening 35 zegt: ‘God heeft lief, niet alleen Zichzelf, maar ook al Zijn schepselen, in het bijzonder Zijn uitverkoren in Christus Jezus, met zodanig een grote liefde en toegenegenheid, dat men met recht mag zeggen, dat Hij niet alleen liefde heeft, maar ook de Liefde zelf is.’ Johannes wijst ons op de bron van al de dingen.

Wie niet liefheeft, is niet uit God geboren en kent Hem niet. Dat is de waarheid, wat de mensen ook van je zeggen en waar ze je ook voor houden. Misschien heb je de naam dat je leeft, maar volgens Johannes ben je dood.

We hebben het horen lezen: Al ware het dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en al ware het dat je je lichaam overgaf om verbrand te worden. Al ware het en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal of luidende schel geworden (1 Kor.13:1).

Hoe staat het in ons leven? Zijn we wederom geboren? Is de liefde uitgestort in ons hart? Ken jij God zoals het in Zondag 47 wordt verwoord: ‘Geef ons eerstelijk, dat wij U recht kennen.’ Want als God niet door u gekend wordt, is alle liefde niet meer dan eigenliefde. Dat houdt Johannes ons hier voor. Daarom, jonge vrienden, als je de wereld nu liefhebt met alles wat ze te bieden heeft, smeek dan om genade. ‘God, ik heb gehoord, dat U liefde bent. Wilt U iets hiervan druppelen op het roestige slot van mijn hart? Zodat ik U ga liefhebben, zoeken en vinden. Het wil niet open en ik krijg mijn hart niet mee om U te dienen.’

 

Als je een vijand van God bent, houd je het overal tegen uit. Ernstige roepstemmen of lieflijke nodigingen stuiten af op het stenen hart. Er is maar één ding, waar iedereen het van verliest; en dat is de liefde van God. Zo gaat Manasse in de gevangenis van Babel zijn schuld belijden. Saulus van Tarsen meende God een dienst te doen, maar hij wordt op de weg naar Damascus geveld – door Gods liefde. Wanneer God liefde in je hart uitstort, ga je naar Hem zoeken en vragen. Je kunt niet meer buiten de Heere. Dit wonder wil God nu nóg werken door de verkondiging van het Woord en de werking van de Heilige Geest.

Johannes zegt: want God is liefde. God staat, zoals in de gelijkenis van de verloren zoon, op de uitkijk. De naam van deze gelijkenis is eigenlijk niet goed. We moeten die voortaan maar noemen: de gelijkenis van de uitziende vader. De zoon is naar een ver gelegen land gereisd en heeft al zijn geld uitgegeven. Maar de vader wacht en ziet met een hart vol liefde uit naar de terugkomst van zijn zoon. Zo is er nog een God van Wie Johannes belijdt dat Hij liefde is. Deze roept je toe: Wendt u naar Mij toe, en wordt behouden (Jes.45:22). Daar komt hij, stinkend naar de zwijnen, vermagerd en ellendig. Getrokken met koorden van liefde ligt hij in de armen van zijn vader. Daar valt het altijd mee. Kon ik je maar iets laten zien van de wonderlijke liefde Gods in het hart van een zondaar. Dat is de bron. Deze liefde heeft God geopenbaard. Dat is onze tweede gedachte, de openbaring. Laten we eerst maar gaan zingen.

 

 

 

Psalm 145 vers 3:

 

Zij zullen, uit de volheid van ’t gemoed,

Gedachtig aan den milden overvloed

Van Uwe gunst, die roemen bij elkeen,

En juichen van al Uw gerechtigheên.

De HEER’ is goed en vriend’lijk en weldadig,

Barmhartig, mild, lankmoedig en genadig;

Hij doet Zijn gunst aan allen klaar bemerken;

Zijn goedheid is verspreid op al Zijn werken.

 

2. De openbaring

De apostel der liefde wijst ons op de bron, de volmaakte liefde. Die is niet te vergelijken met alle woorden die wij hiervoor gebruiken. Hoe heeft God dit geopenbaard?  Daar willen we vervolgens over nadenken. Johannes schrijft: Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard (1Joh.4:9). De Heere openbaart de bron van liefde, of anders gezegd: Zijn welbehagen. De Heere doet dit in het leven van elk mens. Wij mogen allemaal weten van liefde-, en gunstbewijzen. Wat bewijst de Heere ons veel weldaden, ook in je jonge leven. ‘Hij doet Zijn gunst aan allen klaar bemerken; Zijn goedheid is verspreid op al Zijn werken. (Ps. 145:3 berijmd)’ De Heere maakt Zijn liefde zichtbaar in heel veel dingen, bijvoorbeeld in de lankmoedigheid waarmee Hij je draagt. Het woord openbaren betekent daarnaast: onthullen, of uitstralen.

 

Weet je waar de Heere in het bijzonder Zijn liefde heeft laten zien?  1 Johannes 4:9 zegt het: Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. En in vers 10 staat: maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden. Het grootste bewijs en de grootste openbaring van goddelijke liefde kun je daaraan zien dat God de Vader Zijn enige, geliefde Zoon in de wereld gezonden heeft. Daardoor kunnen vijanden met God worden verzoend! Hij bracht verzoening aan tussen God en Zijn vijanden. Die liefde vinden we in de kribbe van Bethlehem, maar ook aan het vloekhout van Golgotha.

 

In de vorige preek ging het over dwaalleerraars: Geliefden, gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten of ze uit God zijn (1Joh.4:1). Het docetisme en de gnostiek leerden dat Jezus een schijnlichaam had, en niet de Zoon van God was, Die vlees en bloed had aangenomen. Tegen die achtergrond schrijft Johannes onze tekst. De vader had maar één Zoon. Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik al Mijn welbehagen heb (Matth.3:17). Daarvan lezen we in Spreuken 8:30: Toen was Ik een Voedsterling bij Hem, en Ik was dagelijks Zijn vermakingen, te allen tijde voor Zijn aangezicht spelende. Zijn Vader had Hem onuitsprekelijk lief, maar heeft de eeuwig Beminde naar deze aarde gezonden. Johannes heeft hierover al eerder geschreven in de overbekende tekst in zijn Evangelie: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve (niet voor eeuwig wegzinkt in de rampzaligheid), maar het eeuwige leven hebbe (Joh.3:16).

 

Aurelius Augustinus schrijft in een preek: ‘De Zoon van God is tweemaal geboren. De eerste keer zonder moeder, en de tweede maal zonder vader. De eerste keer zonder moeder, krachtens de eeuwige generatie van God de Vader, naar Zijn godheid op deze aarde. De tweede maal is Hij geboren zonder vader. Want de Heilige Geest zal over u komen. () Dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden (Luk.1:35).

Tegen ons zegt Johannes: ‘Wil je zien dat God liefde is, kijk dan in de kribbe van Bethlehem.’ De Vader zond Zijn Zoon, Zijn enige, en Zijn liefste uit de hemel naar de aarde. De Zoon van God kwam uit het hemelse licht en de hemelse heerlijkheid in deze duistere wereld. Hij kwam in een wereld die blaakte van vijandschap tegen God en Christus.

Kijk maar naar het bewijs daarvan in de Bijbel. Lees de gelijkenis van de wijngaard en zijn heer. Eerst stuurt de landeigenaar een knecht. En dan staat in Mattheüs 21:37: ten laatste zond hij zijn zoon zeggende: Zij zullen mijn zoon ontzien. De landlieden in de wijngaard zeggen tegen elkaar als zij de zoon zien: ‘Hij is de erfgenaam. Laat ons hem doden, en de erfenis zal van ons zijn.’

God heeft uit eeuwige liefde Zijn Zoon in de wereld gezonden, terwijl Hij wist wat Hem zou overkomen. Daarin openbaarde God Zijn liefde. Over Zijn onpeilbare liefde mag je mediteren. De Vader zond Hem van de kribbe naar Gethsémané, waar Hij kroop als een worm en geen man. Op Gabbatha stond de Zoon van God in het gericht met de doornenkroon op Zijn voorhoofd, en een kapot geslagen rug om daarna gekruisigd te worden op Golgotha.

 

Waarom moest dit? God heeft Zijn liefde jegens ons geopenbaard. Vanuit het Grieks kun je het ook vertalen met ‘onder ons ’ of ‘in ons’. De kanttekening wijst daar ook op. Het gaat over die ‘ons’. Er kan veel in uw leven gebeurd zijn, maar … weten wij dat God Zijn Zoon ook in uw leven heeft geopenbaard?  Zoals de apostel het schreef: Maar wanneer behaagde het Gode behaagd heeft, (…) Zijn Zoon in Mij te openbaren (Gal.1:15-16)? Dat is nodig! Overdenk het maar voor jezelf.

 

Wie zijn dan die ‘ons’? Dat zijn opstandelingen, haters. Het zijn mensen zonder liefde tot God en Zijn dienst en zonder liefde tot de naaste. Ze hebben alleen maar liefde tot de zonde, de wereld, en zichzelf. Ze zijn mensen, gericht op eigen eer en heerlijkheid.

God zond Zijn Zoon voor zulke mensen, omdat hierin de liefde Gods is geopenbaard. Johannes mag weten dat hij bij deze ‘ons’ hoort. Door de Heilige Geest van Pinksteren mag Johannes weten dat de liefde van God in zijn hart is verzegeld.

Ik heb het al eerder gezegd: tijdens het schrijven van deze brief heeft Johannes zijn pen weleens een ogenblik stil gehouden, en druppelden er tranen van verwondering, blijdschap en vreugde op zijn papyrusrol. Niet alleen voor anderen, maar ook voor mij!

Neem van mij maar aan dat deze liefde niet te begrijpen is. Die liefde zal eeuwig de aanbidding en verwondering voor de Kerk zijn. Daar zullen Gods kinderen in de hemelse gewesten eeuwig zingen van deze liefde. Dan zullen ze zich erover verwonderen, dat de Vader Zijn Zoon voor hen zond. ‘Mijn God, U zal ik eeuwig loven, omdat Gij ‘t hebt gedaan’ (Ps 52:7 berijmd).

 

Opnieuw de vraag: hoor je al bij die ‘ons’? Deze vraag moet u niet uit de weg gaan, want daar gaat het nu juist over in de preek. Het wordt eeuwigheid, en dan staan we voor de troon. Wij zijn kinderen des toorn, die in het rijk van God niet kunnen komen. We zijn vreemdelingen en haters van God, die nooit naar God hebben gezocht. Maar nu het wonder, zoals verwoord in Efeze 2: 4-6: Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden), en heeft ons mede-opgewekt, en heeft ons medegezet in den hemel in Christus Jezus .

Mogen wij weten van die wonderlijke liefde? Weet je wat Matthew Henry schrijft? ‘Hij heeft ons liefgehad, toen wij nog geen liefde hadden voor Hem, toen wij lagen in onze schuld, in onze ellende, in ons bloed; toen wij onverdienstelijk, besmet en onrein waren.’

Mag u uzelf daarbij rekenen? Heeft de Heere uw naam geschreven in Zijn boek? Mogen we weten, van die opzoekende genade, en het wederbarende werk?

 

Waarom zond de Vader Zijn Zoon dan? In vers 9 en 10 lezen we het antwoord: om leven en verzoening te schenken. Onze geloofsleer kun je vanuit de tekst met twee woorden weergeven: rechtvaardigmaking en heiligmaking.
Er wordt gesproken over rechtvaardigmaking en verzoening, want God zond Zijn Zoon tot ons. Christus is voor de zondaren, voor de Kerk, geworden tot wijsheid, rechtvaardigmaking en heiligmaking; ja, tot volkomen verzoening, opdat wij zouden leven door Hem.

In dat laatste horen we al over de heiligmaking: opdat wij zouden leven door Hem tot Zijn eer. Alles is uit Christus door de Vader gegeven. Kanttekening 37 zegt dan: ‘namelijk die in Hem geloven’; en kanttekening 38: ‘namelijk geestelijk en eeuwig.

 

God zond Zijn Zoon. Wat een onbevattelijke liefde! Het eerste doel daarvan is dat zondaren zouden leven door Hem – mensen die in een drievoudige dood lagen. Maar God zond Zijn Zoon. Wanneer de doden zullen horen de stem des Zoons Gods en die ze gehoord hebben, zullen leven (Joh.5:25), Zet maar een streepje onder de woorden: de Zoon van God. Hij – Jezus Christus - verwierf dat leven, en schenkt het door de kracht van Zijn Heilige Geest. Dat leven is echt leven! Geestelijk leven, eeuwig leven. Ook onderhoudt Hij dit leven.

Misschien zeg je: ‘Geef mij dit aardse leven maar. Geef mij de wereld maar ’. Ik zeg nogmaals: het leven waar het hier over gaat, is iets anders dan alleen maar een natuurlijk bestaan. Als je onbekeerd bent, leef je niet echt. Je kunt alleen echt leven door een genadegave uit God. Het ware leven komt uit, door en tot God. Wanneer het anders is, besla je nutteloos de aarde. Als je onbekeerd sterft, kunnen mensen je prijzen als je begraven wordt. Dan klinkt vaak de loftrompet bij het graf: Hij heeft dit en dat gedaan, hij heeft veel gepresteerd en van alles voor elkaar gekregen. Wat was hij of zij een  bijzonder goed mens ... Dat mag allemaal waar zijn, maar toch: dan heb je geen ogenblik echt geleefd.

 

Wij moeten immers leven door de Heere Jezus Christus! Dat kan alleen door het wonderlijke werk van de levendmaking uit Christus. Hij ging de dood in om op de Paasmorgen te verrijzen. Hij heeft door Zijn kruisdood een eeuwige gerechtigheid verworven. Die past de Heilige Geest toe in het hart, zodat we leven. Hoor dan: En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt (Joh.17:3). Het ware leven, lieven, loven is alleen bij God, waar men Jezus ziet. Hij is gezonden door de Vader om blinden de ogen te openen, geestelijk doden op te wekken en armen het evangelie te verkondigen.

 

Volgens Johannes is één van de grote doelen van ons bestaan dat wij zouden leven uit en door Hem. Dat kan alleen als wij door het zaligmakend geloof in Christus worden ingeplant. Dan spreken we over het noodzakelijke wonder van de wedergeboorte. Het leven uit Christus vloeit in je ziel door het geloof met de liefde en de hoop. Dat leven is wel een stervend leven, en nog geen overwinningsleven. Mijn eigen ik en mijn oude verdorven natuur worden meer en meer gekruisigd. Ze moeten sterven en begraven worden, zoals het tarwegraan dat in de aarde valt. Hij moet wassen, en zij minder worden.

De apostel Paulus had hierin veel oefeningen. Het wordt vaak uitgesproken, maar het is een wonderlijk genadewerk als je door het geloof mag zeggen: En ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij (Gal.2:20). Gestorven aan de werken der wet, om het leven te vinden in Christus.

 

Johannes schrijft dat het begin van dit leven ligt in die wonderlijke goddelijke liefde. In vers 10 staat: Niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad. God is de Eerste in het leven van een mens. Dat geldt tot op de dag van vandaag! Dan vallen alle goede bedoelingen en goede werken van de mens erbuiten. Maar als de liefde van Gods in het hart is uitgestort, nodigt dat tot wederliefde. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde (Openb.21:6). Gods kinderen zullen het leren naar de mate van het geloof: De HEERE is mij verschenen van verre tijden. Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid (Jer.31:3). Daar komen ze nooit bovenuit. De dichter Boddaert schreef: ‘Waarom was het op mij gemunt, daar er duizend gaan verloren?’

 

Wil je weten hoe het komt dat een vroegere vijand van God Hem nu lief heeft? Omdat Hij ons eerst liefgehad heeft (1 Joh.4:19). Daar hebt u de bron en de oorsprong van de goddelijke liefde. De Vader zond Zijn Zoon in de wereld, opdat dode zondaren zouden leven.

Volgens Johannes lag het bewijs van Gods liefde in de kribbe te Bethlehem. Van kribbe naar kruis. Daar is Golgotha. Daar hing Christus aan het kruis als het grootste bewijs van de liefde van een drie-enig God aan het kruis. Doch het behaagde de Heere Hem te verbrijzelen, Hij heeft Hem krank gemaakt (Jes.53:10). Zegt Paulus het zo ook niet in de Romeinenbrief? Maar God bevestigt Zijn liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is als wij nog zondaars waren (Rom.5:8).

 

Izaäk liet zich vrijwillig binden op het altaar op Moria. Méér dan Izaäk is hier! Christus is in de wereld gezonden, opdat Hij een volkomen verzoening zou aanbrengen. Hij heeft genoegdoening gegeven aan het recht van de Vader. Er staat in 1 Joh 4:10: tot een verzoening van onze zonden. In 1 Joh 2:2 is hierover ook al geschreven: En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld. Daar staat bij ‘verzoening’ in de kanttekening: ‘dat is: verzoener, gelijk in dezelfde zin Paulus hem noemt.’ Hij wordt hier de Verzoening zelf genoemd, omdat Hij Zichzelf heeft opgeofferd. Johannes zegt hier dus: ‘Kinderen van God in Turkije, bestreden en aangevochten, de liefde van God kwam openbaar doordat Christus kwam. Hij werd een volkomen verzoening voor de zonden, opdat jullie zouden leven.

 

Gemeente, weten wij wat zonde is? Kent u uw zonden en schuld? Zonde is scheiding, schuld en schande. Als je die laatste drie woorden maar onthoudt en naar huis meeneemt om te overdenken. Elke zonde maakt scheiding. Elke zonde maakt schuld. Elke zonde is een schande tegenover Gods liefde.

Hebben we onze zonden zó leren kennen in het licht van Gods heiligheid? Hebben we ooit geloofd: ‘Wil God zulke ongehoorzaamheid en afval ongestraft laten? Neen, Hij, geenszins; maar Hij vertoornt Zich schrikkelijk beide over de aangeboren en werkelijke zonden, en die wil Hij door een rechtvaardig oordeel tijdelijk en eeuwiglijk straffen’ (HC vr. en antw.10). Wanneer we het hartelijke leedwezen over de zonden gaan kennen, is de rust weg in je leven, en de wereld is zijn smaak kwijt. Je werk staat dan niet meer bovenaan, maar dan wordt het: ‘Want ik gevoel de grootheid van mijn kwaad. Mijn zonde zie ‘k mij steeds voor ogen zweven’ (Ps. 51:2 berijmd).

 

Onze zonden brengen het oordeel en de toorn van God over ons leven. Die doen de vloek ervaren. Je gaat proberen om de Heere alles te betalen, maar door de werkingen van de Geest ga je inleven dat van jouw kant alles te kort is. Jacqueline van der Waals dichtte: ‘Niet het offer, dat ik breng; niet de tranen, die ik pleng, schoon ik ganse nachten ween, kunnen redden, Gij alleen.’ Er moet voldaan worden. Asaf wist het al: ‘verzoen de zware schuld, die mij met schrik vervult, bewijs ons eens genade’ (Ps. 79:4, berijmd).’ Mensen raken verlegen om verzoening, om een Verzoener, Die de schuld bij God kan voldoen. Zijn er hier mensen in de kerk met een hemelhoge schuld – mensen die niets hebben om te betalen? Hoor het hier, dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een Verzoening voor onze zonden. Zijn deze verzen geen evangelie voor u?

 

Gemeente, hier klinkt het door dat God verzoening heeft geschonken en een middel tot genoegdoening. Hij heeft Zichzelf een Lam ten brandoffer gesteld. Als het Lam van God heeft Christus de schuld van Zijn Kerk op Zich geladen. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden (Jes.53:5). Johannes mag zeggen: Wij mogen leven door Gods genade en het geloof.

De Catechismus leert ons in Zondag 21 vr. 56: ‘Wat gelooft gij van de vergeving der zonden?’ En het antwoord luidt: ‘Dat God om des genoegdoens van Christus wil al mijn zonden, ook mijn zondigen aard, (…) nimmermeer wil gedenken, maar mij uit genade de gerechtigheid van Christus schenkt, opdat ik nimmermeer in het gericht Gods kome.’

Wanneer in het geloof verzoening wordt gesmaakt door het werk van de Heilige Geest, wordt iets gezien van het offer tot verzoening. Dan legt de schuldige zondaar zijn hand op het grote brandoffer, het Lam van God. Hierin is de liefde van God geopenbaard: ‘Ik voor u, daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven. Zo spreekt het formulier voor de bediening van het Heilig Avondmaal.

 

Gemeente, kent u het evangelie, de blijdschap die hierin doorklinkt? Voor veel mensen is het evangelie dat er verzoening is voor mensen die de Heere zoeken. Zij bestuderen Calvijn en bezoeken Bijbelkringen. Onderzoek is een goede zaak en ik pleit niet voor domheid. Maar het evangelie predikt geen verzoening met God van vrome of godsdienstige mensen. Weet je wat mijn evangelie leert? Vijanden worden met God verzoend, en goddelozen worden om niet gerechtvaardigd, door de verzoenende arbeid van Christus Jezus.

Rust nu niet voordat u mag weten wat de apostel zegt: Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende, en heeft het woord der verzoening in ons gelegd (2Kor.5:19). Dan zeggen we het Paulus na: Zo zijn wij dan, gezanten, (Johannes, Paulus en al Gods dienaren) van Christuswege, alsof God door ons bade; wij bidden van Christuswege: Laat u met God verzoenen (2Kor.5:20).

God heeft het laten zien, dat er verzoening is voor de grootste der zondaren, voor vijanden.

 

Er is ook een keerzijde. God openbaart ook Zijn volkomen haat. Bij God is dit gekrenkte liefde. Hij vertoornt Zich schrikkelijk als je geen acht slaat op Zijn nodigingen. Als we Zijn liefde versmaden en verwerpen. Als we de verzoening, die Hij in het evangelie laat verkondigen, afslaan. De zorgen van het leven kunnen ons zo in beslag nemen, en wereldse zaken kunnen ons zo trekken. We zeggen dan vaak dat wij het evangelie later wel zullen onderzoeken. Als wij zo sterven, zal Hij Zijn Zoon niet meer tot een verzoening zenden, maar om te oordelen de levenden en de doden.

Gemeente, het is voor honderd procent waar, en al Gods kinderen zullen het in verwondering uitroepen, dat God liefde is. Maar de Bijbel leert méér. Onze God is ook een verterend vuur en een eeuwige gloed, bij Wie niemand wonen kan. Wij dan, wetende den schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof (2Kor.5:11). Zoek den Heere terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan terwijl Hij nabij is (Jes.55:6).

Wie een vriend van deze wereld is, wie de zonde en zichzelf liefheeft, zal vergaan. Maar wie Christus nederig te voet valt en, zoals Bartimeüs, niet ophoudt te roepen: Jezus, Gij Zone Davids, ontferm U mijner (Mark.10:47) – die zal ervaren: Deze is Mijn grote liefde.

Amen.

 

De slotzang is Psalm 133 vers 3.

 

Waar liefde woont, gebiedt de HEER’ den zegen;

Daar woont Hij Zelf, daar wordt Zijn heil verkregen,

En ’t leven tot in eeuwigheid.