Ds. C. Harinck - Efeze 1 : 4

Een loflied op de uitverkiezing

Efeze 1
De tijd van de uitverkiezing
Het Fundament van de uitverkiezing
Het doel van de uitverkiezing

Efeze 1 : 4

Efeze 1
4
Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 108: 1
Lezen : Efeze 1: 1 - 14
Zingen : Psalm 65: 1, 2 en 3
Zingen : Psalm 89: 8
Zingen : Psalm 150: 1

Gemeente,

We weten dat de Remonstranten de vrije wil hoog in het vaandel hebben staan. Ze zeggen: ‘Een mens kiest er helemaal zélf voor te geloven of níét te geloven, God te dienen of níét te dienen.’ Maar nu is er iets wat opvalt. Zij staan niet toe dat Gód een vrije wil heeft, dat het God vrijstaat lief te hebben die Hij liefhebben wil. Ze ontzeggen Christus het recht om Zijn eigen bruid uit te kiezen. Over die keus willen we spreken.

Onze tekst kunt u vinden in Efeze 1: 4. Daar lezen wij:

 

Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, vóór de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde.

 

Het thema is: Een loflied op de uitverkiezing.

We letten op:

1. de tijd van de uitverkiezing;

2. het Fundament van de uitverkiezing;

3. het doel van de uitverkiezing.  

 

1. De tijd van de uitverkiezing

Wie is de schrijver van deze brief? Paulus. Hij zit in de gevangenis te Rome. Wat deprimerend, als je geroepen bent om apostel te zijn, om het Evangelie te verkondigen, en je zit dan in de gevangenis! Hij kan zijn roeping niet vervullen.

Hij hoort dat het in de door hem gestichte gemeenten niet zo goed gaat. Hij hoort voorál dat het niet goed gaat in de gemeente van Efeze.

Efeze, een grote havenstad. Daar was een – toch behoorlijke – christelijke kerk ontstaan. Paulus heeft daar anderhalf jaar gewerkt. Maar Efeze was óók de stad van Diana, van de godin van de liefde. Er was een grote tempel voor Diana in die stad, en die werd ook druk bezocht. Tempelprostitutie was daar aan de gang. Als je een offer aan Diana bracht, stonden de priesteressen van Diana voor je klaar. De zeelieden, ook de burgers uit Efeze, bezochten regelmatig de tempel van Diana. En ze vonden dat heel gewoon. Dat hóórde gewoon bij het leven in Efeze.

 

De christenen in Efeze hebben er vroeger óók zo over gedacht. Maar dat was door Gods genade veranderd. Paulus kon schrijven: Want Gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere (Ef. 5:8). Eertijds zocht u het in allerlei begeerlijkheden, maar nu zoekt u God te behagen.

Er waren in Efeze genadewonderen gebeurd. Er was een gemeente van Christus ontstaan in de stad van Diana. Toch waren er nu grote zorgen in de gemeente van Efeze. Er was een terugval in oude zonden, in bekende zonden: drank en vrouwen.

Je leest ervan. Paulus vermaant hen: Wordt niet dronken door de wijn (…) maar wordt vervuld met de Heilige Geest’ (Ef. 5:18). En hij vermaant hen dat hoererij en onreinheid ver van hen zullen blijven. Maar hoererij en alle onreinigheid, laat ook onder u niet genoemd worden (Ef. 5:3). Paulus vermaant de mannen hun eigen vrouwen lief te hebben, gelijk Christus Zijn gemeente heeft liefgehad.

Het ging óók niet goed in huwelijken en in gezinnen. De vrouwen waren de mannen niet onderdanig, maar ze rebelleerden tegen hun mannen. En de mannen behandelden hun vrouwen niet goed: ze behandelden hen als een soort slavinnen. Er was ook rebellie en opstand in de harten van de kinderen. Hij moest de kinderen vermanen om hun ouders gehoorzaam te zijn.

 

Nu zou je verwachten: Paulus schrijft een brief aan die gemeente; dat zal een brief worden vol verwijten, vol bestraffingen en vol beschuldigingen. Maar daar begint Paulus helemaal niet mee. Hij begint met heel wat anders!

Hij begint met die christenen te wijzen op de grote genade die God hen heeft bewezen. Hij brengt hen onder de aandacht dat ze rijk door God gezegend zijn. We lezen het in vers 3: Gezegend zij de Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemel in Christus. Paulus wijst op de rijke zegen, die vanuit Christus in de hemel op hemel is neergedaald.

Je zou je kunnen afvragen: is dat nu wel de juiste aanpak, om een gemeente waarin vele misstanden zijn, te benaderen? Wij zouden het beslist anders doen. Maar, gemeente, Paulus’ manier is beste manier om de harten van mensen te treffen, die door God begenadigd zijn. Het is de Bijbelse manier om kinderen van God die van de rechte weg afwijken en die hun eerste liefde verlaten hebben, op te wekken om God weer te dienen en in Zijn wegen te wandelen.

 

De apostel zegt: ‘Jullie zijn zo rijk gezegend door God. Jullie zijn zo duur gekocht; er is zo’n dure prijs voor je verlossing betaald. Je behoort nu God te dienen in lichaam en geest en je ver te houden van de dienst van Diana. Zo zoekt hij de christenen in Efeze op te wekken om voor de Heere te leven.

Paulus heeft het over rijke zegeningen, die de christenen in Efeze geschonken zijn. Hij somt die zegeningen op van vers 3 tot en met vers 14. Het klinkt als een lóflied. Het is een loflied op God de Vader. Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem voor de grondlegging der wereld (vs. 4). Het is een loflied op God de Zóón - in Welke wij hebben de verlossing door Zijn bloed, namelijk de vergeving van onze misdaden (vs. 7). Het is een loflied op de Heilige Geest. – Die het onderpand is van onze erfenis en onze verlossing (vs. 14). Het is een loflied op de Drie-enige God. Het is één grote lofzang, dit begin van de brief aan de gemeente te Efeze.

De eerste zegen die de apostel noemt, is de uitverkiezing: gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, vóór de grondlegging der wereld.

 

Wij horen niet graag over de uitverkiezing. Dan raken we gedeprimeerd. Dat maakt somber en soms zelfs wanhopig. En het werkt ook zo verlammend. Want waarom zou je bidden en de Bijbel lezen en de kerk bezoeken? Als je niet uitverkoren bent, helpt dat alles immers niet? Ik denk dat velen van ons, als ze horen over de uitverkiezing, zeggen: ‘Daar heb ik al genoeg over gehoord.’ Vroeger – zegt u misschien – ging het altíjd over de uitverkiezing. En er werd steeds in de preek gezegd: Maar dát is voor de uitverkorenen. Er zijn sommige predikers die menen een beschermende muur rondom het Evangelie te moeten optrekken en steeds zeggen: Maar dat is voor Gods volk, hoor. Soms werd zelfs gezegd dat het maar voor enkelen is. Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren (Matth. 22:14). Het getal van de verworpenen is immers vele malen groter dan dat kleine getal van de uitverkorenen. De mensen zijn moe en moedeloos van de uitverkiezing.

Daarom zegt men tegenwoordig nogal eens: ‘Het is maar beter om daarover te zwijgen! Je moet daar maar niet te veel aan denken. En er voorál moet er niet over gepreekt worden. Zo komen wij mensen nogal eens van het éne uiterste in het andere uiterste terecht.

Maar Paulus zwijgt er níet over! Hij zíngt erover. Het is bij Paulus geen somber stuk, het is bij hem ook geen discussiestuk. Bij Paulus is de verkiezing iets om je over te verwonderen en je over te verbazen. Om erover te zingen: Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons heeft uitverkoren in Hem, vóór de grondlegging der wereld.

Een lofzang ter ere van God vanwege de uitverkiezing.

In de Bijbel is de uitverkiezing oorzaak van verwondering, een reden om God te loven en te prijzen. De uitverkiezing wordt níet gezien als een daad van willekeur of discriminatie, maar als een daad van de hoogste en de meest onbevattelijke liefde. Liefde en uitverkiezing worden in de Bijbel met elkaar verboden. We hebben dat erg uit het oog verIoren! Wij verbinden verkiezing met noodlot. En wij denken dat het daardoor onmogelijk is het Evangelie met zijn beloften alle mensen te verkondigen.

In de Bijbel staat de verkiezing de prediking van het Evangelie echter niet in de weg.

 

In Handelingen 20 kun je lezen dat Paulus in Efeze komt. En wat preekt hij dan? Waar begint hij dan mee? Hoe begint hij zijn werk? Begint hij met de uitverkiezing? Je leest het in vers 21 van Handelingen 20. Daar lees je hoe Paulus in Efeze te werk ging. Er staat: Betuigende beide Joden en Grieken de bekering tot God en het geloof in Jezus Christus. Hij begon niet met de uitverkiezing. Hij begon met de prediking van de bekering: van het breken met de zonde, van het zoeken naar God met berouw over de zonde. En hij begon met de prediking van het geloof: het geloof in Jezus Christus, de Messias van Israël, Die met Zijn dierbaar bloed verzoening met God en het eeuwige leven heeft verworven voor ieder die in Hem gelooft.

Niet voor, maar nadat de mensen in Efeze tot geloof kwamen, wees hij hen op de onverdiende uitverkiezing van God. Hij vertelde hen en schreef het ook later aan hen: ‘Dat jullie met je zonden hebben gebroken en het Evangelie hebben omhelsd is niet júllie prestatie!’ Paulus schreef hen: Uit genáde zijt gij zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave (Ef. 2:8). Zo zien we in de Bijbel dat de verkiezing een leer is voor achteráf.

 

Voor achteraf! Jezus sprak over de uitverkiezing, maar pas na drie jaar. Aan het einde van de drie jaren zei Hij tegen Zijn discipelen: Jullie hebben Míj niet uitverkoren, maar Ik heb júllie uitverkoren. Joh.15:16.

De verkiezing is dus een boodschap achteraf. De leer van de verkiezing behoort verder tot het vaste voedsel en níét tot de melk voor de baby’s, voor de zuigelingen. Daarom, nu de mensen in Efeze reeds enkele jaren christen zijn, nú neemt de apostel hen in zijn brief mee naar de eeuwigheid, naar de tijd vóór de schepping, en Hij laat hun iets aanbiddelijks zien, namelijk: dat God tóén reeds aan hen heeft gedacht en hen heeft liefgehad.

Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem vóór de grondlegging der wereld. De apostel kijkt terug naar de tijd toen er nog niets was geschapen. Geen engelen, geen mensen, geen universum, geen zon, geen maan, geen sterren. Wat was er toen? Wat denken jullie, kinderen? Wíé was er toen? God! Lees maar in Psalm 90: Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht had, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God. Toen was alleen Gód er. Nog een vraag voor de kinderen: Was God toen niet erg eenzaam? Je moet het je eens proberen vóór te stellen, dat je helemaal alleen in de wereld bent. Geen engelen, geen mensen, geen dieren: hélemaal alleen. God was alleen! Was Hij toen niet erg eenzaam?

 

Als Calvijn over het leerstuk van de Drie-eenheid spreekt, zegt hij: ‘Dat is een onbegrijpelijk leerstuk.’ Hij geeft ons dan echter een advies. Hij zegt: Je krijgt de beste indruk van de Drie-eenheid, als je bedenkt dat God in de eeuwigheid geen eenzaam God was. God was toen niet eenzaam, want daar was de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en Die vonden in Elkaar het hoogste geluk.

De Zoon was in de schoot van de Vader. Hij was niet zomaar bij de Vader, Hij was in de schóót van de Vader. Dat wijst op intimiteit, op liefde. In de schoot van de Vader. En de Geest ging uit van de Vader én van de Zoon, en bracht zo die wonderlijke band van Drie- eenheid tot stand. God was dus in de eeuwigheid geen eenzame God!

Weet je welke god eenzaam is? De god van de moslims, Allah. ‘Allah heeft geen medegenoten’, zegt de moslim. Allah is alleen, eenzaam, in de hoge hemelen, opgesloten in zijn eeuwigheid. Hij heeft niemand om gemeenschap me te hebben.

Maar de God van de Bijbel is de God van liefde, van relatie, van gemeenschap: Vader, Zoon en Heilige Geest.

 

We lezen dat de Zoon bij de Vader was. In Spreuken 8 lees je daar iets over. Daar lees je op een heel mooie manier over de relatie tussen God de Vader en God de Zoon. Vaders, ik denk dat je weleens met je kind in een park bent geweest. En dan ging je op een bankje zitten en je kind speelde dan voor je op het gras en met de bloemen. Je keek dan als vader met welgevallen op je spelende kind. Welnu, zo wordt er in Spreuken 8 gesproken over de relatie tussen God de Vader en God de Zoon. We lezen daar: ‘Ik was dagelijks Zijn vermakingen, te allen tijde voor Zijn aangezicht spelende’ (Spr. 8:30). Maar daar direct achteraan lees je nog iets bijzonders: ‘En Mijn vermakingen zijn met der mensen kinderen.’ Gods vermakingen, Gods gedachten gingen toen over mensenkinderen. Om zondaren te verkiezen en hen deelgenoten te maken van het geluk van de Drie-enige, hen te adopteren tot Zijn kinderen en erfgenamen.

 

Daar gaat het hier over: uitverkoren in Hem, vóór de grondlegging der wereld.

Gemeente, Paulus heeft gewild dat de christenen dat zouden weten. Zij moesten weten dat de diepste oorzaak van hun redding uit het algemene verderf, gezocht moest worden in Gods verkiezende liefde. God wil dat Zijn kinderen zullen weten, dat Hij hen heeft uitverkoren van vóór de grondlegging der wereld. Een waar gelovige mag zeggen: Toen heeft de Heere al aan mij gedacht, mij liefgehad, gedachten van vrede over mij gehad en niet van kwaad. Toen reeds heeft Hij besloten mij te bekeren, mij tot geloof in Christus te brengen. Voordat ik bestond, kende Hij reeds mijn naam, was ik al in Zijn hart en had Hij mij reeds lief. Als je dát ziet, gemeente, dan begin je te zingen zoals Paulus dit hier doet. Dan zing je over Gods verkiezing.

Gods verkiezing heeft te maken met het hart van God – ook met Zijn gedachten – maar vooral met Zijn hart. De Heere zegt: Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid (Jer. 31:3).

 

De verkiezing is geen noodlotsleer, maar een leer die tot aanbidding brengt. Wonderlijk zijn – o, HEERE – Uw werken; ook weet het mijn ziel zeer wel (Ps. 139:14). Het is een leer die al de eer aan God brengt. Johannes schrijft het: Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad (1 Joh. 4:19). Zijn liefde is aan onze liefde voorafgegaan. God heeft u gezocht, toen u niet naar God zocht. Ik ben gevonden van hen die naar Mij niet vraagden, Ik ben gevonden van degenen die Mij niet zochten (Jes. 65:1).

‘Het is niet met mijn keus begonnen’, zegt een waar christen, ‘het is begonnen met Gods keus. Hij heeft Zijn oog op mij laten vallen. Hij heeft mij uitverkoren om tot het getal van Zijn kinderen te behoren.` Dat maakt pas echt ootmoedig. Wanneer de leer van de verkiezing je hoogmoedig maakt, heb je er nog niets van begrepen. God heeft mij liefgehad en uitverkoren. Zó iemand als ik ben. Zo gering, onwaardig, zondig en dwaas. De christen mag zeggen: In Gods hart is mijn zaligheid begonnen.

In Deuteronomium 7 vers 7 en 8 spreekt Mozes tot Israël. De Heere heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren om uw veelheid boven alle andere volken; want gij waart het weinigste van alle volken. Maar omdat de Heere ulieden liefhad. Dat is de enige reden: Omdat Hij ulieden liefhad!

Dat is de enige verklaring voor het leerstuk van de verkiezing. Het heeft te maken met liefde, met eeuwige liefde, én het heeft te maken met Christus.

Daarop letten we in de tweede gedachte en spreken over het fundament van de verkiezing.

 

2. Het Fundament van de verkiezing

We lezen in vs. 4: Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem. Dat is: in Christus!

De uitverkiezing heeft ín Christus plaatsgevonden. Niet buiten Christus, niet zonder Christus, maar ín Christus. Wat opvalt in de eerste verzen van dit hoofdstuk, is dat Christus steeds in het centrum staat: in het centrum van de verkiezing, in het centrum van de aanneming tot kinderen, van de verlossing, van de oprichting van alle dingen, van de eeuwige erfenis en van de verzegeling van de Heilige Geest. Steeds gaat het in die eerste veertien verzen van Efeze 1 over: ‘in Hem’, of ‘door Jezus Christus’, en een paar keer over ‘in Welke’. Tot tíenmaal toe. Tienmaal wordt de Naam van Christus in het centrum geplaatst. Al de zegeníngen komen door Christus tot ons. We zeggen terecht: ‘Waar al onze ellende van Adam komt, daar komt al onze zegen van Christus.’

 

In vers 4 wordt de aandacht op de verkiezing gevestigd, en er wordt nadrukkelijk bij gezegd dat die ‘ín Hem’ heeft plaatsgevonden. Je kunt vragen waarom dat erbij staat. Dat had toch best zonder Jezus gekund. God de Vader verkiest en dat is het dan. Maar dan moet je je eens afvragen hoe God dat heeft kunnen doen: zondige mensen verkiezen, mensen van wie Hij wist dat ze Hem ongehoorzaam zouden worden, dat ze de zijde van de duivel zouden kiezen, dat ze Zijn goedheid zouden verachten en dat ze Zijn schone schepping zouden verderven. Zou Hij zulke mensen kunnen en willen verkiezen om altijd bij Hem te zijn? Om hen voor eeuwig te laten delen in Zijn heerlijkheid?

Ja, dat wilde Hij, maar dat kon alleen in Hém, in Christus. God heeft op Chrístus gezien voordat Hij op ons zag. En dan zegt Calvijn het zo mooi: ‘Indien Hij alléén op ons had gezien, zou Hij met afschuw en toorn zijn vervuld. Maar Hij zag eerst op Christus, en daarna op ons.’ God heeft in Hém, dat is in de Middelaar Jezus Christus uitverkoren. Dat kon niet anders. In Christus kon God liefhebben en verkiezen tot zaligheid zonder Zijn rechtvaardigheid geweld aan te doen en zonder de zonde ongestraft te laten.

Uitverkoren in Hem. Hij zag eerst op Hem, Die geroepen had: Zie, Ik kom; in de rol des boeks is van Mij geschreven. Ik heb lust, o Mijn God, om en Uw welbehagen te doen (Ps. 40:8, 9). En toen zag Hij op ons, die gezondigd hebben en zich Gods toorn hebben waardig gemaakt.

 

Daarom wordt in de Vijf artikelen tegen de Remonstranten ‘Christus, het Fundament van onze verkiezing’ genoemd. Hij wordt niet de Oorzaak van onze verkiezing genoemd; dát is Gods eeuwig liefde en welbehagen. Maar wél het Fundament.

Uitverkiezing betekent dan ook niet dat God Zijn rechtvaardigheid terzijde schuift en het met de zonde niet zo nauw neemt. Het Fundament is: In Hem, dat is: in Chrístus uitverkoren. Híj is er het Middelpunt van. En daarom wordt Christus in goede reformatorische theologie ‘de Spiegel van Gods verkiezing’ genoemd. Wat krijgt dan de verkiezing een ander gelaat! Buiten Christus over de verkiezing spreken, maakt de verkiezing koud en willekeurig.

We zijn uitverkoren in Hem. Gemeente, dat is ontzettend belangrijk! Ik zal het u proberen uit te leggen. Wij zouden graag in het verborgen Boek des levens kijken. Maar dat kan niet. De uitverkiezing is een geheim. Alleen God kent de verkorenen bij name. Om toch iets te verstaan van Gods verkiezing moeten we in de spiegel kijken. En die spiegel is: Christus! Zo spreken oude kerkvaders erover, en Calvijn en Luther en alle goede theologen. Wat bedoelden zij ermee als ze zeggen: ‘Jezus Christus is de Spiegel van Gods verkiezing’?

 

Het wil zeggen dat Gods verkiezing – die eerst een geheim was in Gods hart – in Christus zíchtbaar wordt! De verkiezing van mensen tot de zaligheid wordt zichtbaar in Christus: In Zijn geboorte, in Zijn menswording, in de naam Immanuël. Gods verkiezing wordt dan vlees en bloed. Gods verkiezing van zondaren tot de zaligheid wordt vooral zichtbaar in Jezus' lijden en sterven, in Zijn opstanding, in Zijn triomfantelijke hemelvaart, in Zijn plaatsnemen aan Gods rechterhand, in Zijn Hogepriesterschap dat Hij nu bedient in de hemelse tabernakel.

Want indien er van eeuwigheid géén zondaren tot de zaligheid waren uitverkoren, zou het nóóit Kerst zijn geworden; dan zou God nooit Zijn Zoon in de wereld hebben gezonden. En dan zou Christus nooit als een Lam ter slachting zijn geleid. Dan zou Hij nooit Zijn leven hebben afgelegd op het kruis. Dan zou Hij óók nooit uit de doden zijn opgestaan en ten hemel zijn gevaren. We zeggen dus dat in Christus de verkiezing zichtbaar wordt. ‘Christus, de Spiegel van onze verkiezing.’

 

Ik wil het niet moeilijk maken voor u, maar het is toch wel goed om je best te doen de Bijbel te begrijpen. Kijk eens naar Efeze 1:9. Daar lezen we: Ons bekend gemaakt hebbende de verborgenheid van Zijn wil naar Zijn welbehagen, welken Hij voorgenomen had in Zichzelven. Er wordt hier gezegd, dat de wil van God verborgen was; en dat het voornemen om mensen op te richten uit het algemeen verderf een zaak was, die ‘in Zichzelven’ was. Nu, zegt Paulus. Dat alles is ons nu bekend is gemaakt. Wat God van eeuwigheid in Zijn hart had, wordt nu zíchtbaar. Dat wordt zichtbaar in Chrístus. In Zijn verzoeningsarbeid. Daarom is Christus ‘de Spiegel van de verkiezing’. Dat is een belangrijke zaak.

Waarom is dat belangrijk? Het leert je om via Chrístus naar de verkiezing te kijken. De verkiezing losmaken van Christus is een zonde, een doodzonde. Dan wordt de verkiezing, zegt Calvijn, ‘een afgrond van vertwijfeling en van willekeur en een draaikolk waarin wij verzinken.’

Via het kruis van Golgotha moet je naar de verkiezing kijken! Heb je zo al eens naar de verkiezing gekeken, via het kruis van Golgotha? Daar zie je als in een spiegel Gods verkiezing. En daar zie je vooral welke príjs dat God heeft gekost. Die ook Zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven (Rom. 8:32).

Maarten Luther was radeloos. Hij riep niet alleen: ‘Mijn zónden, mijn zónden! Ik word verteerd door de toorn van God!’ Maar hij was ook dag en nacht bezig met de verkiezing. ‘Ben ik verkoren? Ben ik niet verkoren? En als ik niet verkoren ben: eeuwige duisternis zal mijn toekomst zijn.’ Toen ontmoette hij de vrome Von Staupitz. Hij vertelde hem zijn strijd. De vrome abt Von Staupitz zei toen tegen hem: ‘Maarten, zoek je zaligheid niet in de verborgen verkiezing, maar in de wonden van Christus. Kijk door het kruis naar Gods verkiezing.’ Door alleen te staren op de verkiezing, door in een verkiezing zonder Christus naar redding te zoeken, ben je in je denken en beleven aan willekeur, noodlot en een koud en vreselijk besluit overgeleverd. Er is geen licht en hoop in de draaikolk waarin je dan terecht komt.

Maar als we begrijpen wat Paulus zegt: uitverkoren in Hem, zie je Jezus in de verkiezing. ‘De spiegel van de verkiezing is Christus.’ Het betekent: Indien je in Christus gelooft, wanneer je door een waar geloof met Christus verbonden bent, wanneer Jezus je enige toevluchtsoord is geworden, dan heb je het bewijs van je verkiezing in jezelf. Wanneer je als een arme, schuldige, vervloekte zondaar je zaligheid in Christus zoekt; wanneer de Heere Jezus Christus je dierbaar is geworden; wanneer Hij door het geloof in je hart woont en je aan Hem verbonden bent; wanneer je Zijn smaadheid meerdere rijkdom acht dan al de schatten van Egypte; wanneer je alle dingen schade en drek acht om Hem te gewinnen en niemand en niets weet dan Chrístus en Dien gekruisigd, dan heb je daarin het bewijs van je eeuwige verkiezing. Dus níet door in het boek des levens te willen lezen en níet door een heel bijzondere openbaring te willen ontvangen, Maar door het geloof in Jezus Christus weet ik tot de uitverkorenen te behoren.

Verder zijn het de merktekenen van de verkorenen, die duidelijk maken wie van God is uitverkoren. Paulus schrijft aan de christenen te Thessalonica. Wetende, geliefde broeders, uw verkiezing van God (1 Thess. 1:4).

Paulus schrijft hij toch wel iets vréémds. Hij schrijft aan die mensen in Thessalonica dat hij weet dat ze uitverkoren zijn door God. Hoe wíst Paulus dat? Had Paulus dan wél in het boek des levens gelezen? Of had God hem dit op een bijzondere manier bekénd gemaakt? Nee, dat niet! Hoe wist hij het dán?

Hij schrijft: Wetende, geliefde broeders, uw verkiezing van God. Zonder ophouden gedenkende het werk uws geloofs, en den arbeid van uw liefde en de verdraagzaamheid van de hoop op onzen Heere Jezus Christus (1 Thess. 1:4, 5). Paulus wíst het uit de vrúchten. Hij wist het uit: Het werk van uw geloof, en de arbeid van uw liefde en de verdraagzaamheid van de hoop op onzen Heere Jezus Christus (1 Thess. 1:4). De apostel somt de drie voornaamste elementen op van het christenleven. Hij noemt ze alle drie: geloof, hoop en liefde.

De Dordtse Leerregels wijzen ons daar ook op. Men kan van zijn verkiezing verzekerd zijn uit de onfeilbare vruchten van de verkiezing, zoals die in het Woord van God worden aangewezen als daar zijn: het waar geloof in Christus, kinderlijke vreze Gods, droefheid die naar God is over de zonde, honger er dorst naar de gerechtigheid, enz. ( DL, hoofdstuk 1, par. 12).

 

Uit deze merktekenen, zeggen onze vaderen, kun je je verkiezing weten. Dat zijn allemaal tekenen van uitverkiezing: die hartelijke droefheid over de zonde naar God, het geloof in Jezus Christus, die honger en dorst naar de gerechtigheid. Daardoor mag ik verzekerd zijn van mijn verkiezing, even zeker als had ik mijn naam in de hemelse rol gelezen. Zo spreken de Dordtse Leerregels over de verkiezing.

De Dordtse Leerregels spreken dan over ‘onfeilbare vruchten der verkiezing’. Dat zijn vruchten die niet bedriegen, waar je van op aan kunt. De apostel Paulus wijst ook op een vrucht van de verkiezing als hij schrijft aan de christenen te Efeze: Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, ópdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde (Efeze 1:4). Daarop letten we in de laatste gedachte en spreken over het doel van de verkiezing.

Maar laten we eerst zingen uit Psalm 89, het achtste vers:

 

Gij toch, Gij zijt hun roem, de kracht van hunne kracht;

Uw vrije gunst alleen wordt d ‘ ere toegebracht;

Wij steken ’t hoofd omhoog en zullen d’ eerkroon dragen,

Door U, door U alleen, om ’t eeuwig welbehagen;

Want God is ons ten schild in ’t strijdperk van dit leven,

En onze Koning is van Isrels God gegeven.

 

3. Het doel van de verkiezing

Gemeente, de verkiezing heeft een doel. De apostel zegt het: Opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem, in de liefde (Efeze 1:4). God had een doel, een bedoeling, met het verkiezen van mensen. Opdat ze heilig zouden zijn. Iets wat heilig is, is apart gezet. Daarmee is bedoeld: apart voor God.

De schalen en de lepels, de kleinste dingen in de tempel waren heilig, apart gezet, voor de dienst des Heeren. Ook het dier dat geofferd werd, moest zonder gebrek zijn, onberispelijk. Opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn. God wil dat de uitverkorenen Zijn bijzonder eigendom zullen zijn.

Er staat: voor Hem. Gods kinderen zijn voor Hém bestemd. Ze zijn voor God bestemd, tot Zijn eer en tot Zijn heerlijkheid. En wel: in de liefde. Niet koud en kil, maar in de liefde.

De wetenschap dat God ons uitverkoren heeft, moet dringen om voor Hem te leven en Hem toe te behoren.

Een preek over de verkiezing. Moeilijk en niet aantrekkelijk. Maar tóch o zo nodig om Bijbelse gedachten over de verkiezing te krijgen. Wij maken er zo snel een noodlotsleer van. Dan zeggen we: ‘Als ik niet uitverkoren ben, helpt al het andere niet.’

We moeten het omdraaien en zeggen: ‘Als er geen verkiezing was, was Gods Zoon nooit naar de aarde gekomen. Dan was het nooit Kerst geworden. Dan was er nooit een offer gebracht op Golgotha. Dan had Jezus Zijn bloed niet gestort, dat reinigt van alle zonde. Dan was er geen Evangelieprediking geweest. Dan werden er geen gezanten tot u gezonden die bidden: ‘Laat u met God verzoenen.’ Dan hoorde u niet de nodigende roep: Wie dorst heeft, kome; en neme het water des levens om niet (Openb. 22:17). God zou u dan Zijn genade niet aanbieden. Johannes zou niet kunnen schrijven; En het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt ons van alle zonde (1 Joh.1:8).

De uitverkiezing staat de prediking van het Evangelie niet in de weg. Als dat wél gebeurt, is de prediking van de uitverkiezing niet Bijbels. In dezelfde Dordtse Leerregels waar de verkiezing verdedigd wordt, zeggen de opstellers: ‘Doch zovelen als er door het Evangelie geroepen worden, die worden ernstig geroepen. Want God betoont ernstig en waarachtig in Zijn Woord, wat Hem aangenaam is; namelijk, dat de geroepenen tot Hem komen. Hij belooft ook met ernst allen, die tot Hem komen en geloven, de rust der zielen en het eeuwige leven’ (DL, hoofdstuk 3-4, art. 8). Lees het thuis nog maar eens na en dan zal u opvallen: vier keer het woord ‘ernstiglijk’, het Latijnse woord ‘serio’. God is serieus. Hij meent het als Hij in de prediking van het Evangelie ons roept om tot Hem te komen.

 

Wanneer Calvijn over de verkiezing spreekt, doet hij dat op een bijzondere manier, die de ‘graduele verkiezing’ wordt genoemd. Hij trekt een grote cirkel, en zegt: ‘Binnen die grote cirkel te mogen zijn, is uitverkiezing. Het wil zeggen, dat je een mens bent en geen duivel. Dat is een uitverkiezing. Dan trekt hij daarbínnen een andere cirkel, en zegt: ‘Dat je leven mag onder het Woord, onder de bediening van de verzoening, is een tweede uitverkiezing. Ten slotte trekt hij een binnenste cirkel en zegt: dat je behoort tot hen die zich hebben bekeerd en in Christus geloven is de verkiezing tot zaligheid. Hij benadrukt het onverdiende van te behoren tot de binnenste cirkel en haalt de tekst aan uit Filippenzen: U is uit genade gegeven in Jezus Christus te geloven ( Filipp. 1:29). Díe mensen zijn in de bínnenste cirkel.

Uitverkiezing. Je moet dat woord goed lezen. Het is ‘uit-verkiezing’: uit de massa verkiezen. Jongens en meisjes, gemeente, u bént uitverkoren. U bent uit de massa der mensen uitverkoren om Bijbels in huis te hebben, om de prediking van het Evangelie te horen, om gedoopt te zijn, om de weg der zaligheid te weten, om van jongs af de Schriften te kennen, die wijs kunnen maken tot zaligheid. Om tot de bruiloft van de Koningszoon genodigd te worden. Uitverkoren om God te horen zweren: Zo waarachtig als Ik leef, Ik heb geen lust in den dood des goddelozen; daarin heb Ik lust, dat Hij zich bekere en leve (Ez. 33:11). Schep daar moed uit en laat dat je tot bekering en tot geloof brengen.

Er zijn ook merktekenen van verwerping. Die noemen onze vaderen ook: God en Zijn gebod niet achten, in allerlei wellusten en zonden leven, je verharden, geveinsd geloven en onoprecht zijn. Zorg toch dat je die niet draagt, maar dat je de gezegende merktekenen vertoont van de droefheid naar God over de zonde, de honger en dorst naar Christus en een verlangen om, kon het zijn, zonder zonde te leven.

 

Nu zijn er sommigen – en ik denk dat die ook hier zijn – die zeggen: ‘Ik haat die leer.’ Dat komt, omdat wij menen rechten te hebben om een uitverkorene te zijn. En omdat de verkiezing ook een keerzijde heeft, namelijk de verwerping. Paulus schrijft: Jakob heb Ik liefgehad, Ezau heb Ik gehaat (Rom. 9: 13).

Nu zeggen de mannen van Dordt dat de verkiezing een barmhartige en evenzeer rechtvaardige onderscheiding der mensen is (DL, hoofdstuk 1, par. 6). Zij wijzen dan vervolgens ook op Jakob en Ezau.

Het is een barmhartige onderscheiding. Als ik u vraag: Verdiende Jakob het om uitverkoren te zijn?’ Dan zegt u: ‘Nee, hij was een bedrieger, een zondaar. Zijn verkiezing is enkele barmhartigheid.’ En als ik u vraag: Verdiende Ezau het om gehaat te worden? Dan zegt u: ‘Ja, hij was een onheilige, zegt de Schrift, en verkocht zijn eerstgeboorterecht. Hij zei ook: ‘Wat baat mij die eerstgeboorte? Laat mij slurpen, slurpen van dat rode daar’ (vgl. Gen. 25:30). Zijn verwerping is een daad van rechtvaardigheid.

Niemand zal een vinger op God kunnen leggen, óók niet wat betreft het leerstuk van de predestinatie. God is ver van onrecht!

Maar, ik heb nog een andere vraag: ‘Wat wín je ermee door je zo tegen deze leer te verzetten? Er is iets beters! Wat is dan dat betere? Om met de Kananese vrouw te zeggen: ‘Ja, Heere, ik verdien het ook niet om uitverkoren te zijn. Maar ik kan U niet missen!’ Toen heeft Jezus Zich over deze vrouw verwonderd en gezegd: Uw geloof heeft u behouden.

De uitverkiezing is een werkelijkheid. Kijk maar om je heen. Denk aan de jonge mensen, jongens en meisjes met wie je naar de catechisatie ging, die naast je zaten in de kerkbank, en die God en Zijn dienst vaarwel hebben gezegd. Jij bent gebleven en hopelijk tot bekering gekomen. Hoe zou dat komen? Omdat je beter en intelligenter bent? Nee, dat is een uitverkiezing, dat is Gods bewarende hand. De bekende prediker Spurgeon zegt: ‘Ik geloof in uitverkiezing, omdat ik zeker weet, dat wanneer God míj niet had gezocht, ik Hém nooit gezocht zou hebben.’

Uitverkiezing. Daar kun je alleen maar van zingen, die kun je alleen maar bewonderen, zoals Paulus hier doet. En, gemeente, als je ervan zíngen kunt, dan is dat tegelijk het bewijs dat je het hebt begrepen.

Een zekere dominee Scharp – in de jaren rond 1800 was hij predikant te Rotterdam – was een man met veel vrucht op zijn werk. Hij heeft van de uitverkiezing gezongen, gezongen in een lied. Dat lied zingt het uit:

 

Alle roem is uitgesloten,

Onverdiende zaligheên

Heb ik van mijn God genoten,

‘k Roem in vrije gunst alleen!

Ja, éér ik nog was geboren,

Eér Gods hand, die alles schiep,

Iets uit niets ten aanzijn riep,

Heeft Zijn liefde mij verkoren;

God is Liefde, o, engelenstem,

Mensentong, verheerlijk Hem!

 

Dat heet gadelooz’ ontferming,

Dat heet genade, rijk en vrij!

God schenkt redding, schenkt bescherming

Schenkt ze aan zondaars, schenkt ze ook aan mij.

 

Amen.

 

Slotzang: Psalm 150: 1

 

Looft God, looft Zijn Naam alom;

Looft Hem in Zijn heiligdom;

Looft des Heeren grote macht,

In den hemel Zijner kracht;

Looft Hem, om Zijn mogendheden,

Looft Hem, naar zo menig blijk

Van Zijn heerlijk koninkrijk,

Voor Zijn troon en hier beneden.