Ds. C.G. Vreugdenhil - Zondag 8

Het geloof in de drie-enige God

Het wordt beleden door de kerk van alle eeuwen
Het is geopenbaard in het Woord van God
Het wordt beleefd door iedere gelovige
Deze preek is eerder in boekvorm uitgegeven door de Gereformeerde Gemeente van Rotterdam-Zuidwijk.
Te bestellen via:
heterensr@wxs.nl
www.bethelkerkrotterdam.nl
www.jongboek.nl/shop/

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 89: 1
Lezen : Openbaring 1: 1 - 8
Zingen : Psalm 19: 1, 2 en 4
Zingen : Psalm 33: 7 en 11
Zingen : Psalm 48: 6

Gemeente, vandaag is Zondag 8 van de Catechismus aan de beurt.

We lezen de vragen 24 en 25.

 

Vraag 24: Hoe worden deze Artikelen gedeeld?

Antwoord: In drie delen. Het eerste is van God de Vader en onze schepping. Het andere van God de Zoon en onze verlossing. Het derde van God de Heilige Geest en onze heiligmaking.

Vraag 25: Aangezien er maar één enig Goddelijk Wezen is, waarom noemt gij de Vader, de Zoon en de Heilige Geest?

Antwoord: Omdat God Zich alzo in Zijn Woord geopenbaard heeft, dat deze drie onderscheiden Personen de enige, waarachtige en eeuwige God zijn.

 

Deze Zondag gaat over

Het geloof in de drie-enige God

 

Drie gedachten vragen onze aandacht:

1. Het wordt beleden door de kerk van alle eeuwen

2. Het is geopenbaard in het Woord van God

3. Het wordt beleefd door iedere gelovige

 

Jongens en meisjes, we gaan het vanmiddag hebben over iets, wat we helemaal niet kunnen begrijpen. Het gaat over de drie-eenheid. Het gaat over God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Dat begrijpen we niet. Jullie niet, ik niet en je papa en mama ook niet. Toch staat het in de Bijbel. Vaak wordt geprobeerd om met een voorbeeld uit te leggen hoe de drie-eenheid is. Er is nauwelijks een voorbeeld te vinden.

Ik zou er één kunnen noemen, wat ons een klein beetje een idee geeft. Als je in Zwitserland komt, of in een ander land waar grote bergen zijn, dan zie je soms één grote berg, een bergmassief, met drie toppen. Het is een beeld, dat je een klein beetje helpt, maar het voorbeeld gaat niet helemaal op. Want je kunt niet zeggen: ‘Die middelste top is de berg en die linkertop is de berg en die rechtertop is de berg.’ Nee, het is een berg met drie toppen.

 

Altijd weer gaat het voorbeeld mank, als we de drie-eenheid willen uitleggen. En toch spreken we erover. Ja, getuigen en belijden is nog beter. Belijden is de Schrift naspreken.

Gemeente, over de drie-eenheid redeneren, is wel mogelijk, maar het is vruchteloos. God laat Zich niet gebruiken als onderwerp van discussie. God wil niet bedebatteerd, beredeneerd of begrepen worden. God is groot, zegt de Bijbel, en wij begrijpen het niet.

 

God openbaart Zich in Zijn Naam. Ziet, hier ben Ik: ‘Vader, Zoon en Heilige Geest.’ Ziet, hier is uw God, uw Verbondsgod in Wiens Naam u gedoopt bent. Hij openbaart Zich in de Bijbel. Hij komt tot ons in de prediking van het Evangelie.

Eigenlijk kan je niet over de drie-eenheid preken. Het is zo dat de drie-enige God Zichzelf predikt. Hij openbaart Zich aan ons in de Bijbel als de drie-enige God. En zo komt Hij ook tot ons in deze dienst.

 

Zondag 8 geeft geen uiteenzetting, u vindt hier geen betoog, geen verhandeling. Waarom zijn er drie Personen en maar één Goddelijk Wezen? Het is geen debat, het is geen verklaring van de drie-eenheid. Zondag 8 getuigt alleen. De drie-eenheid wordt, naar aanleiding van de Twaalf Artikelen, uitgesproken met drie uitdrukkingen.

Het gaat om:

de Vader en onze schepping,

de Zoon en onze verlossing,

de Heilige Geest en onze heiligmaking.

Dat is alles wat de Catechismus ervan zegt.

 

Waarom heb je drie namen nodig: Vader, Zoon en Heilige Geest? Waarom verbindt de Catechismus deze met drie andere woorden: schepping, verlossing en heiligmaking? Wel, omdat God Zich zo in de Bijbel openbaart. Alle nieuwsgierige vragen wordt het zwijgen opgelegd. Het is de Heidelberger er niet om te doen om de leerstelligheid van de drie-eenheid te bewijzen. Het gaat de Catechismus om de troost ervan.

Je mag ook zeggen: deze drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, wil onze God zijn. Daar komt het op neer. Want een verre God, Die verder geen verbinding heeft met ons, daar ontvangen we geen troost van. Nee, deze God wil onze God zijn, uw God, jouw God.

Ook deze Zondag staat dus helemaal in het teken van de vertroosting. Het gaat niet om allerlei bespiegelingen over het wezen van God, maar om wat wij van Hem mogen zien, beleven, weten, merken, ervaren. Het gaat om de werken van God naar buiten toe. Het gaat om de werken van God naar ons toe.

 

God en onze schepping, God en onze verlossing, God en onze heiligmaking. De Heidelberger wil zeggen: voor de schepping, voor de verlossing en voor de heiliging van mijn bestaan, ben ik strikt aangewezen op de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, op God drie-enig. Met minder kan ik niet toe.

Hebt u dat al ontdekt in uw leven? Kijk, zo alleen kun je iets verstaan, merken en geloven van de drie-eenheid. Begrijpen doe je het niet. Het wordt beleefd, dat we deze drie-enige God niet kunnen missen. De grote God heeft mij geschapen en Hij wil mijn Vader zijn om Christus’ wil, dwars door de zondeval heen.

De Zoon gaf Zijn bloed voor mij, Zijn leven aan het vloekhout des kruises. De Geest, zonder Wiens toepassing ik geen deel kan krijgen aan de verlossing, aan het heil, is mijn Leidsman en Trooster. Zo alleen, door de kennis van deze drie-enige God, kan ik weer gelukkig worden.

En u ook en jullie ook. Voor dat alles, zo zegt de Catechismus, zijn we aangewezen op het werk van de drie-enige God.

God is Eén, enig in Zijn Wezen. Er zijn geen drie goden, dat druist helemaal tegen Gods Wezen in. Hij is Eén, enig, uniek in de allerdiepste, onafscheidelijke en onopsplitsbare zin van het woord. God is niet op te splitsen of in drie stukken te knippen. Deze ene en enige God is, om het zo eens te zeggen, driemaal God. Het is niet één plus één plus één, want dan krijg je drie. Als je het rekenkundig wilt aanduiden, zou je kunnen zeggen: ‘Het is één maal één maal één en dat blijft één.’ Hij is driemaal God, ons ten goede. Daar gaat het om. Wij noemen dat ‘de drie-eenheid’.

 

We moeten het een naam geven en zo gebruiken we de namen, die klassiek geworden zijn in de geschiedenis van de kerk. Het zijn drie Personen, Die één in Wezen zijn. Heel het christelijk geloof rust op deze belijdenis. Onze zaligheid is ervan afhankelijk en staat of valt met de belijdenis van de drie-eenheid, met het kennen van de drie-enige God.

Athanasius zegt: ‘Wie dat niet gelooft, kan niet zalig worden.’

 

In Zondag 7 werden we onderwezen in het geloof, waardoor we deel krijgen aan de weldaden van Christus. Dat geloof richt zich op de beloften van het Evangelie, op het Woord van God. Al die beloften worden samengevat in de Twaalf Artikelen van ons algemeen, ongetwijfeld, christelijk geloof.

In Zondag 8 gaat het over de verdeling van die stof, van de hoofdsom van het geloof. Vandaar dat we lezen:

Hoe worden deze artikelen verdeeld?

Het antwoord is:

In drie delen. Het eerste is van God de Vader en onze schepping. Het andere van God de Zoon en onze verlossing en het derde van God de Heilige Geest en onze heiligmaking.

 

Dat moet u niet verkeerd opvatten. De Catechismus bedoelt dat niet als een droge indeling van de stof. Zo op de manier van: één artikel over de Vader, zes artikelen over de Zoon en dan nog vijf over de Heilige Geest. Nee, het is ook niet bedoeld als een taaie, dogmatische uiteenzetting van de leer van de drie-eenheid. Het gaat in de Catechismus, ons troostboek, over het levende geloof in de drie-enige God: Vader, Zoon en Heilige Geest, om het geloof in de Schepper, de Verlosser en de Heiligmaker.

Het gaat erom dat u en jullie, jongelui, Hem kent als Schepper en Vader, als Verlosser en Heiland, als Heiligmaker en Trooster.

 

Dat geloof is door de Kerk van alle eeuwen beleden tegenover allerlei ketters. Vandaar onze eerste gedachte: Het geloof van de drie-eenheid beleden door de kerk van alle eeuwen.

Die belijdenis klinkt voor de eerste maal bij de inlijving in de christelijke gemeente, bij de Heilige Doop. Als vroeger aan de catechumenen - dat waren de belijdeniscatechisanten, die opgeleid en toegerust werden om gedoopt te worden - gevraagd werd: ‘Wat is de inhoud van uw geloof?’ Dan moesten ze antwoorden: ‘Ik geloof in God de Vader. Ik geloof in God de Zoon. Ik geloof in God de Heilige Geest.’ Daarna werden ze ondergedompeld in het water. Daarbij sprak de dienaar: ‘Ik doop u in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest.’

Dat is door alle eeuwen heen herhaald bij ieder doopvont en bij iedere onderdompeling.

 

Nu zijn we precies waar we willen zijn, want de Twaalf Artikelen zijn een uitwerking van deze oudchristelijke doopbelijdenis. Die was trinitarisch, die ging over de drie-enige God. Wie uit het heidendom kwam met zijn veelgodendom, het polytheïsme, of uit het jodendom, dat zo sterk de nadruk legde op de belijdenis ‘Er is maar één God’, en gedoopt wilde worden, moest antwoord geven op de vraag: ‘Gelooft u in de Vader, de Zoon en de Heilige Geest?’

Gelooft u erin? Ik vraag u niet of u in de drie-eenheid gelooft, maar of u in de drie-enige God gelooft.

Kijk, dit eenvoudige maar diepe belijden van de drie-enige God groeide langzamerhand uit tot de Apostolische Geloofsbelijdenis, die twaalf korte zinnen, die heel het christelijke geloof, zoals de apostelen beleden en predikten, omvatten. De Catechismus belijdt met de kerk van alle eeuwen die heilige, onbegrijpelijke drie-eenheid van God. ‘Eén in Wezen, drie in Personen’, wel te onderscheiden en toch niet te scheiden.

Wat we nodig hebben tot onze zaligheid is de kennis van God de Vader en onze schepping, God de Zoon en onze verlossing, God de Heilige Geest en onze heiligmaking.

 

De kennis van de Schepper, de Verlosser en de Heiligmaker is noodzakelijk. Want zo heeft de drie-enige God Zich in de Bijbel geopenbaard. Zo heeft Hij van Zichzelf getuigd.

Als wij dat getuigenis met heel ons hart geloven, dan ontvangen wij de zaligheid. Ja, die God - Vader, Zoon en Heilige Geest - is onze zaligheid!

 

Het zijn geen drie goden, maar het is één God. Ook in de beleving. We kunnen niet met een twee-enig God verzoend zijn, zoals sommige mensen, goed bedoeld, menen, maar nochtans dwalen. Het kan niet, dat we bijvoorbeeld de Persoon van de Heilige Geest nog missen. Dat is een dwaling. We mogen niet scheiden wat God heeft samengevoegd. Daarom staat onze Catechismus erop, om dat zo duidelijk te belijden.

 

In de loop van de eeuwen zijn er heel wat ketters geweest, die de drie-eenheid geloochend hebben. Tegen al die dwaalgeesten gaat het in de verschillende oudchristelijke belijdenissen.

Denk maar aan Arius. Hij zei: ‘Christus is niet de Zoon van God, Hij is het eerst geschapen schepsel.’

Denk aan Sabellius, die ook de drie Personen loochende. Hij zegt: ‘Er is één God, er zijn geen drie Personen, maar die ene God openbaart Zich op drie verschillende manieren.’ Om het zo eens te zeggen: ‘Hij zet drie maskers op. De ene keer doet Hij het masker op van de Vader, de andere keer zet Hij het masker op van de Zoon en een volgende keer zet Hij het masker op van de Heilige Geest.’ Maar zo is het niet. Dat is ook een dwaling.

De Joden leren ook dat Christus niet de Zoon van God is. Ze geloven niet dat Christus de Messias is.

En vandaag de dag, gemeente, rijzen overal in Nederland moskeeën als paddenstoelen de grond uit. De islam loochent de drie goddelijke Personen. Er is één god en dat is Allah en Mohammed is zijn profeet.

De Jehova-getuigen leren: ‘Christus is niet de Zoon van God en de Heilige Geest is een onpersoonlijke kracht.’

Het modernisme, de vrijzinnigheid loochent Christus als de Zoon van God en ook de Heilige Geest als een goddelijk Persoon.

 

U ziet, dat het dus nog steeds nodig is om deze belijdenis te belijden en dat we hierin de Schriften naspreken. Tegen al die dwalingen in belijden wij, met de kerk van alle eeuwen, het apostolische geloof in de drie-enige God als een levende werkelijkheid. God zegt in de Bijbel: Vader, Zoon, Geest, Schepper, Verlosser, Heiligmaker. Het gaat hier niet om een scheiding, maar om een onderscheiding. Je zou kunnen zeggen: ‘Bij de schepping treedt de Vader op de voorgrond, bij de verlossing treedt de Zoon op de voorgrond en bij de heiligmaking treedt de Heilige Geest op de voorgrond.’

 

De schepping wordt specifiek toegeschreven als het werk van de Vader. In den beginne schiep God de hemel en de aarde. Dat wil niet zeggen, dat de Heilige Geest en de Zoon daar niet aan meegedaan hebben, want door het Woord des Heeren zijn de hemelen gemaakt en de Geest Gods zweefde op de wateren.

De Vader en onze schepping. Jongens en meisjes, de Bijbel zegt: ‘Denk aan je Schepper.’ Hij heeft jou geschapen. Hij zorgt voor je. Hij heeft recht op je leven en Hij heeft het teken van Zijn verbond op je voorhoofd gedrukt. ‘Gedenk aan uw Schepper in de dagen van uwer jongelingschap, eer de kwade dagen komen’, zegt de Prediker, ‘van dewelke gij zeggen zult: Ik heb geen lust in dezelve.’

Je kunt zo ziek worden, dat je geen gelegenheid meer hebt om God te zoeken. En al zou je tachtig jaar oud worden in goede gezondheid, dan heeft de Heere nog recht op je leven. De Schepper heeft jou goed geschapen. Hij heeft Zijn Zoon gezonden om ons te verlossen van de zonde.

 

De Vader en onze schepping. God, Die hemel en aarde schiep door slechts één woord te spreken, is mijn Vader. Dat wordt in Zondag 9 nader uitgewerkt. Dat betekent ook, als ik Zijn kind ben, dat Zijn schepping van mij is.

Gemeente, dat heeft consequenties voor de wijze waarop we met de schepping omgaan. We weten allemaal hoe moeilijk dat is. Maar het milieuprobleem moet u niet alleen maar aan milieuactivisten overlaten. Het is een christelijke deugd om de schepping goed te beheren, om er bewust mee om te gaan. We mogen ons best wel eens afvragen wat wij op dat gebied kunnen doen.

 

Het tweede, de verlossing, is het specifieke werk van de Zoon. Daarbij staat de Zoon op de voorgrond. Van eeuwigheid af heeft Hij op Zich genomen om verloren mensen te verlossen. In de Vrederaad heeft Hij het beloofd aan de Vader: ‘Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God.’

In de volheid des tijds is Hij gekomen en Hij heeft het uitgevoerd. Denk maar aan Goede Vrijdag, Pasen en Hemelvaart. Die verlossing, dat begrijpt u wel, gaat echter niet buiten de Vader om, die gaat ook niet buiten de Heilige Geest om. De Vader heeft de wereld zo liefgehad, dat Hij Zijn Zoon gaf tot onze verlossing. De Heilige Geest heeft Zijn lichaam toebereid in de schoot van Maria. De verlossing is dus het werk van de drie-enige God, maar in het bijzonder van God de Zoon. Hij verlost van de zonde, van de dood, van het verderf, van machten en angsten. Daarvoor heeft Hij gehangen aan het vloekhout des kruises en Zijn handen en voeten laten doorboren.

 

Vindt u het geen wonder, dat er verlossing is? U, jullie en ik kunnen verlost worden. We kunnen zalig worden. Dat kan omdat de Zoon dat werk op Zich genomen heeft, zodat de zonde geen heerschappij meer over ons heeft, maar de macht van de zonde gebroken wordt door de kracht van Zijn bloed, toegepast door de Heilige Geest. Dan wordt ons leven totaal anders. Dan gaan we God zoeken in plaats van de wereld, dan zoeken we de dingen die boven zijn in plaats van de dingen die van beneden zijn. Dan blijkt dat in de uitgangen van je hart, in onze woorden, werken en levenswandel.

 

Het derde is de heiligmaking. Dat is het meest specifieke, het meest eigenlijke werk van de Heilige Geest, hoewel hier ook weer de Vader en de Zoon bij betrokken zijn. Want de Bijbel zegt: ‘De Geest des Zoons doet roepen: Abba, Vader.’ De Vader heeft Zijn gemeente verkoren om onberispelijk voor Hem te zijn in de liefde. Christus heeft Zijn gemeente gereinigd door het bad des waters, door het Woord.

Hij kastijdt Zijn kinderen tot hun nut. Neemt u dat mee? U, die Gods kastijding ervaart en voor wie het een droefheid is? U, die eronder zucht, en zegt: ‘Heere, hoe moet ik nu verder? ik weet het niet.’ Maar de Heere weet het wel, want Hij kastijdt een iegelijk zoon, die Hij aanneemt en als Hij kastijdt, dan doet Hij dat tot ons nut, opdat we Zijn heiligheid deelachtig zouden worden.

Ziet u het werk van de drie-enige God, maar in het bijzonder dat van de Heilige Geest in de heiligmaking?

 

Ja, we worden heilig gemaakt, zo mag je het zeggen. Want, als wij na ontvangen genade precies dezelfde mensen blijven die we altijd geweest zijn, dan klopt het niet in ons leven. Dan hebben we er niets van begrepen. Zeker, helaas, zelfs onze beste werken blijven nog met zonde bevlekt. Pas in de hemel, in het hiernamaals zal alles volmaakt zijn, maar hier zal het toch al in beginsel zijn.

 

Als hier iemand zit, die zegt: ‘Ik wil heilig voor de Heere leven’, dan is dat het werk van de Geest in uw hart.

De Geest maakt nieuwe mensen, andere mensen. De Geest breekt de weerstand, Hij breekt het harde hart en Hij werkt de wedergeboorte onwederstandelijk.

De Heilige Geest brandt dagelijks dat wat riekt naar eigenzinnigheid en zelfzucht weg uit ons hart. Onze hoogmoed, wereldzin, zinnenlusten, kortom de werken des vleses, moeten gekruisigd worden. Daar helpt de Heilige Geest ons bij en dan gaan we de werken des Geestes doen.

Dan zijn we vergevingsgezind, zelfverloochenend, verdraagzaam, nederig, zachtmoedig en matig. Kijk maar naar Zacheüs. Hij was een geldwolf; hij had de mensen afgezet, afgeperst en bestolen. Maar als hij tot bekering komt, als de Geest der heiligmaking in zijn hart begint te werken, dan komt het in zijn daden en woorden openbaar. Hij zegt tegen de Heere Jezus: ‘Zie, de helft van mijn goederen, Heere, geef ik den armen; en indien ik iemand iets door bedrog ontvreemd heb, dat geef ik vierdubbel weder.’ Kijk, dat is bekering, dat is heiligmaking.

 

Tot zover onze eerste gedachte: Het geloof in de drie-enige God, beleden met de kerk van alle eeuwen.

 

2. Het is geopenbaard in het Woord van God

 

We lezen nog een keer vraag en antwoord 25:

Aangezien er maar één enig Goddelijk Wezen is, waarom noemt gij de Vader, de Zoon en de Heilige Geest?

En dan zegt de onderwijzer:

Omdat God Zich alzo in Zijn Woord geopenbaard heeft, dat deze drie onderscheidene Personen de enige, waarachtige en eeuwige God zijn.

 

Tegenover de polytheïstische heidense religies, belijdt de Catechismus hier de eenheid van God. Er is maar één God. Een heiden zou deze vraag niet stellen. Die is gewend aan veel machten, krachten en goden. Alles in de natuur is magisch bezield.

Een christen zegt: ‘Als God Zijn Godheid met anderen moet delen, dan is Hij geen God op

Wie ik me verlaten kan in nood en dood. Dan gaat mijn zaligheid aan het wankelen.’

Daarom laat de Catechismus er geen twijfel over bestaan. God is de enige God. Dat staat als een paal boven water.

Athanasius heeft zijn belijdenis vooral gemaakt in de strijd over de loochening van de Godheid van Christus tegenover Arius. Dat is een belijdenis geworden over de drie-eenheid. Hij zegt: ‘De Vader is God, de Zoon is God en de Heilige Geest is God.  Nochtans zijn het niet drie Goden, maar één God.’ Snapt u het? Snappen jullie het, jongens en meisjes? Nee? Ik ook niet. En Athanasius niet en Augustinus ook niet, maar de Bijbel zegt het zo. Het staat er. Zo openbaart God Zich en dat spreekt de Catechismus na.

 

Laat niemand zeggen: ‘Het klopt niet, dus ik geloof het niet.’ Het geloof zegt: ‘Ik begrijp het niet, maar ik geloof het wel.’ Ik aanvaard het, want zo heeft God het in Zijn Woord geopenbaard.’ Zo noemt Hij Zich en daarom noemen wij Hem ook zo. Wij spreken na wat de Schrift zegt. Belijden is: eerbiedig nazeggen wat de Heere ons voorzegt in Zijn Woord. Hij noemt Zich: Vader, Zoon en Heilige Geest en daarom doen wij het ook.

Gemeente, dat is het einde van alle tegenspreken. Ik weet het niet en ik begrijp het niet, maar het staat in de Bijbel. Daarom geloof ik het en daarom is het waar. Er is één God, maar die ene God openbaart Zich in drie Personen: Vader, Zoon en Heilige Geest.

 

Waar lezen we in de Bijbel over de drie-heid en over die een-heid? Op heel veel plaatsen. Het begint al op de eerste bladzijde. Daar zegt de Heere: ‘Laat Ons mensen maken.’ Hij gebruikt het woordje ‘Elohim’ en ‘im’ is altijd een meervoudsuitgang in het Hebreeuws.

U kunt denken aan de oudtestamentische hogepriester, die de zegen legde op het volk van Israël met de woorden: ‘De Heere zegene u en Hij behoede u; de Heere doe Zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig; de Heere verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede.’

Als we dat met de nieuwtestamentische bril lezen, dan kunnen we daar de drie-eenheid in lezen. Wat in het Oude Testament nog versluierd was, wordt in het Nieuwe Testament veel duidelijker. U vraagt misschien: ‘Dominee, geloofde Abraham ook in de drie-eenheid?’ Ik denk, dat hij niet geweten zou hebben wat hij moest antwoorden op deze vraag. Maar ik weet zeker, dat hij geloofde in de drie-enige God. Want God sprak tot hem en hij heeft Christus van verre gezien, geloofd en omhelsd en dat wist hij door de Heilige Geest.

 

Als u een heel duidelijk voorbeeld wilt hebben uit het Nieuwe Testament, lees dan de geschiedenis van de doop van de Heere Jezus maar eens. De Vader sprak van de hemel: ‘Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde.’ De Zoon staat in het water om gedoopt te worden en de Geest daalt op Hem neer in de vorm van een duif.

Denk maar aan het doopbevel. Vlak voor Zijn hemelvaart draagt de Heere Jezus aan Zijn discipelen op, dat ze de wereld in moeten gaan om het Evangelie van het kruis te prediken. Hij zegt dan: ‘Wie gelooft zal hebben, moet gedoopt worden in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.’

Om nog één ding te noemen: de nieuwtestamentische priesterzegen: ‘De genade van de Heere Jezus Christus en de liefde van God de Vader en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen.’

Het woordje drie-eenheid staat niet in de Bijbel, maar de drie-enige God openbaart Zich zo in de Bijbel aan ons.

 

Die God is niet alleen drie-enig, maar ook enig. Er is één God. Elia is de grote profeet geweest, die de eén-heid van God beleden heeft tegenover het veelgodendom van de heidenen: Hoor, Israël, de Heere, onze God, is een enig Heere. Ook Jesaja heeft de enige God verkondigd: ‘Ik ben de Eerste en Ik ben de Laatste, en behalve Mij is er geen God.’

In het Nieuwe Testament komen we ook de ene God tegen. Christus zegt: ‘Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.’

Paulus zegt: ‘Hoewel er zijn die goden genaamd worden in de hemel of op de aarde, nochtans hebben wij maar één God en Vader, uit Wie alle dingen zijn, en wij tot Hem.’

 

Gemeente, duidelijk is, dat het Woord ons de drie-enige God openbaart. Anders gezegd: de drie-enige God openbaart Zich aan ons in het Woord. De enige, waarachtige, eeuwige God. Korter en duidelijker kan de Catechismus het niet formuleren.

U zegt misschien: ‘Is dat nu zo belangrijk?’ Ja, dat is zeer belangrijk, want onze zaligheid hangt ervan af. Die staat of valt met deze belijdenis. Wie dit niet gelooft, kan niet zalig worden. Die plaatst zich buiten de ene, algemene, christelijke kerk van alle eeuwen.

Daarom begrijpt u wel hoe nodig het is, dat wij de leer van de drie-eenheid niet alleen zuiver belijden, maar dat we die ook recht beleven. Niet als een dorre beschouwing, maar als een bron van troost. Het gaat erom, dat we deze drie-enige God heel persoonlijk leren kennen.

 

Dat is onze derde gedachte: Het wordt beleefd door de kerk van alle eeuwen.

 

We zingen eerst uit Psalm 33:7 en 11.

 

De grote Schepper aller dingen

Ziet, uit het ongenaakbaar licht,

Het gans gedrag der stervelingen;

Niets is bedekt voor Zijn gezicht.

Uit Zijn vaste woning,

Waar Hij heerst als Koning,

Waar Zijn lof, Zijn eer,

Klinkt door al de bogen,

Zien Zijn Godd’lijk’ ogen

Op al ’t mensdom neer.

 

Laat ons alom Zijn lof ontvouwen;

In Hem verblijdt zich ons gemoed,

Omdat wij op Zijn Naam vertrouwen,

Dien Naam, zo heilig, groot en goed.

Goedertieren Vader,

Milde zegenader,

Stel Uw vriend’lijk hart,

Op Wiens gunst wij hopen,

Eeuwig voor ons open;

Weer steeds alle smart.

 

3. Het wordt beleefd door iedere gelovige

 

Gemeente, we lezen in de schitterende belijdenis van Guido de Brès in artikel 8, als het gaat over de drie-eenheid:

Dit alles weten wij zowel uit het getuigenis van de Heilige Schrift, de Bijbel, als uit hun werkingen, voor namelijk uit degenen, die wij in ons gevoelen.

 

De leer van de drie-eenheid, het geloof in de drie-enige God vindt zijn diepte in de beleving van het geloof. We hebben hier het leerboek voor ons, dat vooral troostboek wil zijn. Het gaat uiteindelijk in deze Zondag om ‘de enige troost in leven en sterven’, dat u en ik zingen kunnen:

O Vader, dat Uw liefd’ ons blijk’;

O Zoon, maak ons Uw beeld gelijk;

O Geest, zend Uwen troost ons neer;

Drie-enig God, U zij al d’ eer!

 

Deze God is onze God.

In de beleving van het geloof komt dat wonderlijke mysterie van de drie-eenheid veel dichter naar ons toe, dan bijvoorbeeld in een dogmatisch leerboek. Dat dogmatische leerboek is wel goed en nodig, maar de Catechismus reikt het ons op een andere manier aan. God komt naar ons toe in het Woord. Al kunnen wij de drie-eenheid niet begrijpen, we kunnen wel de drie-enige God leren kennen.

In het gewone leven kun je veel over iemand horen, maar je leert hem pas kennen door persoonlijke omgang. Dat is met God ook zo.

Wij kunnen Hem in Zijn drie onderscheiden Personen leren kennen door de omgang met Hem.

De Vader leren we kennen in Zijn schepping, in Zijn Vaderliefde, in Zijn Vaderschap.

De Zoon leren we kennen in Zijn verlossing, in het bloed dat Hij gaf aan het kruis. Zo komt Hij tot ons in het gewaad van het Woord.

De Heilige Geest leren we kennen in Zijn heiligende en verzekerende werking in ons hart.

 

Daar hoef je geen knappe kop voor te zijn, want het is God, Die Zich aan ons openbaart als de drie-enige God. Hij openbaart aan Zijn kinderen wat voor wijzen en verstandigen verborgen is.

Ja, dat is werkelijk waar, jongens en meisjes. Weet je wanneer de Heere God al begonnen is om Zich te openbaren in jouw leven? Toen je er zelf nog niets vanaf wist. Als het goed is, hebben je papa en mama dat aan je verteld. Toen je gedoopt werd, heeft de drie-enige God Zich over je heen gebogen, je naam genoemd en Zijn Naam geschreven op je voorhoofd. ‘Ik doop u in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest.’

Door die Naam heeft God je willen afzonderen van de wereld en je een aparte plaats gegeven in de kerk, in Zijn gemeente, in Zijn huis onder het Woord en op de Catechisatie. De drie-enige God roept je steeds toe: ‘Ik heb geen lust in je dood, maar daarin, dat je je bekeert en leeft.’ ‘Mijn zoon, mijn dochter, geef toch je hart aan Mij.’

 

Toen het doopwater op je voorhoofd gesprenkeld werd, heeft God de Vader gesproken en gezegd: ‘Ik wil met jou een eeuwig verbond der genade oprichten, je tot Mijn kind aannemen.’

Toen je gedoopt werd in de Naam van de Zoon, toen heeft de Zoon gezegd: ‘Ik wil je wassen in Mijn bloed.’

Toen je gedoopt werd in de Naam van de Heilige Geest, toen heeft de Geest gezegd: ‘Ik wil dat in je hart uitwerken. Ik wil in je hart komen wonen. Ik wil je alles geven wat Christus verworven heeft.’

 

Je zegt misschien: ‘Dat was ik me helemaal niet bewust, toen ik gedoopt werd.’ Dat begrijp ik. Des te groter is het wonder en het is de opdracht aan je vader en moeder om het aan jou te vertellen. En iedere Zondag herhaalt God Zijn beloften. Hij zegt: ‘Ik ben de Heere, uw God.’

Misschien ben je er al zo aan gewend geraakt, dat je het niet eens meer hoort, maar de Heere houdt vol: ‘Ik wil jouw God zijn.’ Dat zegt Hij nu ook in de prediking. Daarom zijn we toch hier?

Gemeente, twijfel daar niet aan. Kom niet met: ‘Ja, maar...’ De Heere zei tegen Abraham: ‘Om u te zijn tot een God en uw zaad na u.’ Is dat ook uw verlangen? En dat van jullie, jongens en meisjes? Zouden jullie graag het eigendom willen zijn van deze God, Vader, Zoon en Heilige Geest?

 

Gemeente, aan het begin van iedere dienst groet Hij u:

Genade, vrede en barmhartigheid zij u van God de Vader en van de Heere Jezus Christus en van de Heilige Geest.

En aan het eind van de dienst groet Hij u nog eens:

De genade van onze Heere Jezus Christus, de liefde van God de Vader en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen.

Neemt u dat voor kennisgeving aan? Dan kunt u toch nooit volhouden, dat de drie-enige God Zich niet in uw leven heeft geopenbaard? Integendeel, dan moet u zeggen: ‘Ik heb er nooit over nagedacht. Ik heb het maar over me heen laten komen.’ ‘Ik heb eigenlijk geen lust in de kennis van Zijn wegen.’ Dat is erg. Als het zo bij u is, dan heb ik een boodschap voor u. Dan moet u vanaf nu maar eens ophouden met uw geredeneer over de drie-eenheid. U moet buigen voor deze drie-enige God in ootmoed en schuldbelijdenis. U moet met al uw zonden, vooral die van uw ongeloof, vluchten tot de Heere Jezus, Die onvoorwaardelijk nodigt.

Nee, dan hebt u nog geen onderscheiden kennis van de drie Personen. Vlucht tot de Heere. U hoeft zich niet af te vragen: ‘Tot Wie moet ik gaan?’ Dat dacht de tollenaar ook niet, toen hij achterin de tempel riep: ‘O God, wees mij zondaar, genadig.’ Dat wist Saulus ook niet, toen de Heere Zich aan hem openbaarde en zei: ‘Saul, Saul.’ Zijn antwoord was: ‘Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?’

 

Is het dan niet nodig, dat we deze drie-enige God leren kennen in Zijn onderscheiden Personen? Jawel, zeker wel, vraag dat maar aan Paulus en lees zijn brieven maar. Waar heeft Paulus dat geleerd? Dat heeft hij geleerd op de leerschool van Christus.

Dat is ook de orde van de Catechismus. Christus is de Weg tot de Vader. We leren Hem kennen door de Heilige Geest. De drie-enige God openbaart Zich uitsluitend in en door Christus. U mag niet over God denken of spreken buiten Christus om. Dan hebt u een verkeerd beeld van God. Door Hem leren wij de Vader kennen in Zijn eeuwige zondaarsliefde en de Heilige Geest in Zijn toepassende werk.

Mag u Hem zo kennen?

 

Er zijn wel eens mensen, die vragen: ‘Is daar ook een bepaalde volgorde in?’ Als je dat bevindelijk leert door het geloof, kun je dan zeggen: ‘Wie leer je het eerst kennen en Wie daarna? Hoe zit dat? Wie leer je het laatst kennen?’ Gemeente, die vraag is verkeerd. Daar loop je mee vast, want die vraag gaat uit van drie goden en niet van één God, Die we kennen tot zaligheid.

De ene keer staat het werk van de Vader op de voorgrond, een andere keer staat het werk van de Zoon op de voorgrond en weer een andere keer staat het werk van de Heilige Geest op de voorgrond. Maar hoe het ook zij, al het zaligmakende werk in het hart van een zondaar is het werk van de drie-enige God. De driedeling in vraag 24 gaat niet in de eerste plaats over het werk van God in ons, maar over het werk van God voor ons, voorwerpelijk dus.

 

Hoe wordt dat dan onderwerpelijk toegepast? Ach, breng daar toch alstublieft geen systeem in aan! De Vader stort Zijn liefde uit in het hart van de zondaar, dat weten we uit de Bijbel. Dan worden we wedergeboren tot een levende hoop en gaan we als een verloren zoon de weg terug tot de Vader met de belijdenis: ‘Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u.’ En Vader vergeeft om Christus’ wil. Dan wordt Vaders wil wet in je leven.

 

U leert de Vader kennen in Zijn schepping. Hij heeft u goed geschapen, maar u bent diep gevallen. Deze liefhebbende Vader is uw Rechter geworden. Hij haat en straft de zonde. U moet gaan inleven, dat u Zijn gramschap dubbel waardig bent. Wat is dan het wonder groot, als u uit de Schriften mag horen, dat deze God om Christus’ wil uw genadige Vader wil zijn! Daarover leest u in Zondag 9, waarin dat Vaderschap wordt uitgewerkt. Dan mag u geloven, dat de Vader van onze Heere Jezus Christus, Die hemel en aarde en alles wat daarin is uit niets geschapen heeft, om Zijn Zoons Christus’ wil, uw God en uw Vader is. Is dat niet groot?

Ik mag ook iets leren van de beminnelijkheid van de Heere Jezus in Zijn offerande voor zondaren. Hij is blank en rood en Hij draagt de banier boven tienduizend. Uw hart hunkert naar Hem, naar Zijn gemeenschap en naar de kennis van Hem. U mag uw hand, uw schuldige hand, maar nochtans de hand des geloofs, leggen op dat Lam Gods. U mag iets smaken van de vergevende liefde en van de vrede met God. Dat heeft te maken met de kennis van de Zoon. Hebt u de Heere Jezus lief?

 

Maar Wie maakt er plaats voor Christus als de grote Hogepriester en voor de kracht van Zijn bloed in een weg van ontdekking? Wie plant het geloof in het hart van een zondaar, zodat hij zich gaat zien in al zijn goddeloosheid en schuld voor God? Wie drijft zondaren uit tot Christus en Wie maakt Hem beminnelijk voor het oog des geloofs, zodat u Hem mag omhelzen en gaat uitroepen: ‘Zulk een is mijn Liefste.’? Dat is allemaal het werk van de Heilige Geest.

 

U begrijpt, je kunt niet zeggen dat je eerst de Vader leert kennen als Rechter of als Schepper, dat je daarna de Heere Jezus leert kennen als Borg en als Verlosser en tenslotte de Heilige Geest als Toepasser. Dat kan niet. Van het begin af aan is de Heilige Geest erbij, reeds in het eerste wederbarende werk in het hart van een zondaar. Hij is zelfs de Eerste in ons leven als Hij het geloof plant. De drie-enige God openbaart Zich uitsluitend en alleen in en door Christus. Hij laat Zich zien door de Geest in het Woord.

 

God wil uw Vader zijn. Hij wil u, arme zondaar, aannemen tot Zijn kind. Dat heeft Hij beloofd toen u gedoopt bent en daar mag u op pleiten.

De Heere Jezus Christus wil uw Verlosser zijn en ook Die van jullie, jongelui. Dat heeft Hij beloofd toen je gedoopt bent en daar mag je op pleiten: ‘Heere, doe gelijk Gij gesproken hebt.’ Gaat uw hart ernaar uit om Hem te mogen kennen als uw Verlosser? Zonder deze Verlosser gaan we voor eeuwig verloren.

De Heilige Geest wil in uw hart wonen, Hij wil uw Heiligmaker zijn en het werk van Christus toepassen. Het staat in de Bijbel en het is beloofd toen we gedoopt werden.

De bekering en de zaligheid is het werk van de drie-enige God. Breng er toch alstublieft geen volgorde in aan. Zet het niet in schema’s. God brengt alles op zijn plaats, Zijn recht zal zijn loop hebben. Wij zullen ons leren kennen als zondaar. Christus laat Zich kennen als Borg en Zaligmaker. En dat alleen door het toepassend werk van de Heilige Geest.

 

Het gaat om deze vraag: ‘Hebt u, en heb jij, die drie-enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest al ontmoet in het Woord? Kent u Hem?’

We hebben allen gezondigd tegen onze Schepper. Bent u er ooit bedroefd over geraakt? Hebt u hartstochtelijk leren zoeken naar het bloed der verzoening, naar Jezus Christus? Pleit u op Zijn offer? Hebt u Hem aangenomen? Alleen degenen, die Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden.

Kent u de Heilige Geest in Zijn werking? Als u het Woord opent en u leest daarin, begint het dan te werken in uw hart? Wordt u daardoor gepakt, gegrepen? De Geest getuigt in uw hart dat het Woord van God waar is en dat het voor u is.

U wordt erbij ingesloten en u zegt: ‘Dank U, Heere, U bent mijn goede Herder. Wat rijk, wat groot zijt Gij!’

 

Misschien zegt u: ‘Ach, ik voel me net als die achtendertigjarige kranke. Ik heb niemand om mij te werpen in het badwater. Ik heb geen handen om te grijpen en geen voeten om te gaan.’ Weet u, wat de Heere u daarmee leren wil? De noodzakelijkheid van het werk van de Heilige Geest, de Toepasser, Die de verworven heilsweldaden van Christus uit Hem neemt en ze ons verkondigt. Hij verheerlijkt Christus, Hij zet de schijnwerper op Jezus, op Zijn Naam, Zijn werken, Zijn ambten en alles wat Hij gedaan heeft. Hij laat deze Koning blinken en schitteren, zodat u zegt: ‘Ja, deze Koning wil ik dienen, Hij mag Koning zijn in mijn leven.’ Het is het werk van de Geest, om u over te halen, om u te overreden, om u te overtuigen, zo, dat u niet anders meer kunt, dan u overgeven aan deze Christus. Hij leert u in geloofsvertrouwen zeggen: ‘Ja, Hij is niet alleen aan anderen, maar ook aan mij geschonken tot vergeving van mijn zonden.’

 

Gemeente, het geloof in de drie-enige God is een eeuwig wonder. Dat is zo rijk en zo diep.

Er is een Vader, Die Zijn Zoon gegeven heeft tot een verzoening van onze zonden.

Er is een Zoon, Die Zijn offer gebracht heeft aan het kruis en Zijn Geest zonder mate uitstort.

Er is een Geest, Die alle dingen doorzoekt, zelfs de diepten Gods, de diepte van de liefde des Vaders, de genade van de Zoon en de gemeenschap van de Geest.

 

En die God wil uw God zijn!

De Vader van onze Heere Jezus Christus is mijn Vader.

 

Hij zal mij geleiden door de woestijn van dit leven naar het Kanaän der rust. Geen haar zal van mijn hoofd vallen zonder Zijn wil. Wat een God!

De Zoon van deze Vader heeft mij zo liefgehad, dat Hij Zich voor mij heeft overgegeven tot in de dood aan het kruis. Kent u iemand die groter liefde heeft gehad dan Hij?

De Heilige Geest is in mijn hart komen wonen. Hij heeft mijn hart vernieuwd, mijn leven vernieuwd naar het evenbeeld van Hem.

 

Alles is uit Hem en niets uit ons.

Ere zij aan God de Vader,

ere zij aan God de Zoon,

ere zij aan de Heilige Geest, de Trooster,

de drie-enige in Zijn troon.

 

Amen.