Ds. D.W. Tuinier - 1 Johannes 4 : 14

De Zaligmaker der wereld

Aanschouwd
Gezonden
Gekomen

1 Johannes 4 : 14

1 Johannes 4
14
En wij hebben het aanschouwd, en getuigen, dat de Vader Zijn Zoon gezonden heeft tot een Zaligmaker der wereld.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Lofzang van Maria: 7
Lezen : 1 Johannes 4
Zingen : Psalm 89: 3 en 9
Zingen : Psalm 111: 5
Zingen : Psalm 118: 1

Geliefden, het kerstevangelie komt vanuit de eerste brief van de apostel Johannes, het vierde hoofdstuk, naar ons toe. Met Gods hulp vraag ik uw aandacht voor vers 14:

 

En wij hebben het aanschouwd, en getuigen, dat de Vader Zijn Zoon gezonden heeft tot een Zaligmaker der wereld.

 

Het is de kerstboodschap van de apostel Johannes in zijn eerste zendbrief.

Het thema van de preek is ‘de Zaligmaker der wereld’:

 

  1. aanschouwd;
  2. gezonden;
  3. gekomen.

 

Het lijkt alsof de apostel Johannes in zijn brieven in herhaling valt. Veel teksten die hij opschrijft, geïnspireerd door de Heilige Geest, komen op hetzelfde neer. Dat geldt ook voor ons teksthoofdstuk. Steeds weer scherpt hij zijn geliefde kinderkens (tot wie hij zich richt in zijn brief) op om God lief te hebben en als vrucht daarvan elkaar lief te hebben. Wilt u weten of de liefde van God in u is? Dan hebt u elkaar lief. De eeuwige, eenzijdige zondaarsliefde van God noopt tot wederliefde; u leest het in vers 7 en 8. Gods knecht vervolgt in vers 11: Geliefden, indien God ons alzo lief heeft gehad, zo zijn ook wij schuldig elkander lief te hebben. Steeds weer wijst Johannes naar de Bron: de liefde van God, geopenbaard in het zenden van Zijn Zoon. En om dat rijke evangeliewoord nog meer kracht bij te zetten, schrijft hij in onze tekst: En wij hebben het aanschouwd, en getuigen. We hebben het gezien. Ik heb het van dichtbij meegemaakt. Wij zijn ooggetuigen geweest.

 

We kennen Johannes allemaal. Hij is de apostel van de liefde; zo noemt de Heere Jezus hem. Als geen ander heeft hij van dichtbij de Zaligmaker der wereld meegemaakt. Hij was een van de eerste discipelen die de Heere Jezus leerde kennen. Het was omtrent de tiende ure dat hij aan Jezus’ voeten zijn eerste onderwijs ontving. Johannes hoorde bij de drie meest intieme jongeren van de Zaligmaker. Hij was het dichtst bij Hem. Hij was erbij met Petrus en Jacobus op de berg der verheerlijking. Hij was erbij in de nacht dat zijn Meester verraden werd. Hij was erbij toen Jezus voor de laatste keer met Zijn discipelen het paaslam at en het Heilig Avondmaal instelde. Toen Jezus Judas ontmaskerde, was het Johannes die op Zijn borst viel. Hij was als enige van de discipelen aanwezig bij het sterven van zijn Meester. Zijn Meester heeft al stervende nog het een en ander tegen hem gezegd.

 

Daarom: Wij hebben het aanschouwd, en getuigen. Het is écht waar. Op de paasmorgen was Johannes een van de eerste getuigen van het lege graf in de tuin van Jozef van Arimathea. En wie, jongens en meisjes, herkende de Meester een week na Zijn opstanding het eerst toen Hij aan Zijn jongeren verscheen in de wonderbare visvangst? Wie stootte Petrus aan en zei: Het is de Heere! (Joh.21:7)? Het was déze Johannes. En wij hebben het aanschouwd, en getuigen.

 

Wij hebben het aanschouwd – wij zijn erbij geweest.

Als u een getuige bent of een getuigenis aflegt, bent u er heel dicht bij betrokken. Dan is het door u heen gegaan. U weet waarover u het hebt. U hebt het gezien.

Johannes heeft het aanschouwd. En niet alleen dat: Johannes weet heel goed dat zijn Meester tegen hem en zijn elf medebroeders gezegd heeft dat zij ook van Hem moeten getuigen! Daarom doet hij dat hier ook. Wat hij heeft gezien en meegemaakt, wat hij heeft ervaren, geproefd en gesmaakt, daarover mag hij niet zwijgen, zeker niet als Gods kinderen worden belaagd door allerlei wind van leer en dwaalgeesten. Hij roept ze op: Gelooft niet een iegelijken geest, maar beproeft de geesten, of zij uit God zijn; want vele valse profeten zijn uitgegaan in de wereld. Zij loochenen dat Jezus de Christus is! De Geest van God is niet in hen. Daar stelt Johannes de liefde van God tegenover. Hieraan herkent u Zijn kinderen: zij hebben elkaar lief.

 

  1. De Zaligmaker der wereld aanschouwd

Ons eerste punt. U proef iets van een onderherder die achter de kudde aandringt, die waarschuwt en vermaant voor dwaalgeesten. De schrik des Heeren vervult hem. De liefde van Christus dringt hem als hij zegt: En wij hebben het aanschouwd, en getuigen.

Johannes, wat bent u gelukkig. Het is kerstfeest voor u.

Zijn geloof is eeuwen geleden overgegaan in aanschouwen. Het is voor hem al eeuwenlang kerstfeest in de hemel! Hoe is het met u, geliefden? Wat hebt u aanschouwd? Wat getuigen wij?

 

De herders in de velden van Efratha (Luk.2) hebben iets onuitsprekelijks aanschouwd en gehoord van de engel. Ze hebben de engelen met hun hemelse gezang gezien en gehoord en zij kwamen met haast (Luk.2:16). Ze hebben in de kribbe van Bethlehem het kind Jezus aanschouwd. Ze hebben hun Zaligmaker gezien. Ze hebben diep voor Hem gebogen. De woorden van de engel zijn teruggekomen: Gij zult het Kindeken vinden in doeken gewonden, en liggende in de kribbe (Luk.2:12). Ze hebben het aanschouwd! Ze zijn er getuige van. Als ze teruggaan, getuigen ze. Waar hun hart vol van is, daar loopt hun mond van over.

 

Geliefden, wat hebben wij elkaar te vertellen? Hebt u ook met de herders en met Johannes hét Kind aanschouwd? Of bent u wellicht als Maria? Die mensen zijn er ook. Zij zijn ‘stillen in den lande’, die net als Maria alles overleggen in hun hart. Maar ook van hen geldt: Wij hebben Het aanschouwd, en getuigen!

Ouden onder ons, het was kerstfeest voor de 84-jarige Anna. Zij beleed ook de Heere. Zij sprak van Hem tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten. Anna heeft aanschouwd en getuigd. Waar zijn de Anna’s onder ons? Waar zijn de herders? Waar zijn de jonge Maria’s? Ik denk aan de Samaritaanse vrouw – wij hebben het aanschouwd, en getuigen. Of bent u net als de inwoners van Bethlehem? We lezen dat zij het kerstevangelie uit de mond van de herders hoorden, dat ze zich verwonderden en … meer niet! Daar blijft het bij. Geen aanschouwen en geen getuigen. Wat arm! Zijn uw kerstdagen niet meer dan dat? Dat is bij Johannes anders. Hij schrijft: Wij hebben het aanschouwd, en getuigen.

Misschien zegt u: ‘Ik kan niet met die herders mee; dat durf ik niet. Ik durf me niet onder de Maria’s te rekenen.’ Ik begrijp u. Toch neem ik u mee naar de vloekheuvel Golgotha. Wie staan daar op Goede Vrijdag rondom het kruis van hun dierbare Zaligmaker? Sommigen staan van verre …: Zijn bekenden! Bent u zo’n van verre staande? Ook zij hebben, al was het vanuit de verte, aanschouwd en getuigd.

We gaan naar ons tweede punt.

 

  1. De Zaligmaker der wereld gezonden

We lezen in de tekst dat de Vader Zijn Zoon gezonden heeft. Dan gaan we terug in de stilte van de eeuwigheid. God de Vader heeft gedachten van vrede gehad over een verloren Adamsgeslacht. Hij dacht een weg uit waardoor zij die verloren liggen in zonden en schuld weer zalig kunnen worden. Zijn heilsplan heeft Hij geopenbaard en Zijn woorden in daden omgezet.

God de Vader heeft Zijn Zoon gezonden. God is liefde! Tot twee keer toe schrijft Johannes dit, met nadruk. In het verloren paradijs zoekt God de mens op. Adam en Eva waren al vrezende voor Hem gevloden en probeerden zich voor Hem te verschuilen. Hij troost ze en belooft hun Zijn Zoon te zullen zenden: de Beloofde der vaderen zal uit het vrouwenzaad voortkomen. De patriarchen hebben Hem in de belofte, door het geloof, van verre gezien en omhelsd. Zij hebben over Hem gesproken. De oudtestamentische ceremoniële eredienst was één zichtbare preek dat God de Vader Zijn Zoon zou zenden als Zaligmaker van de wereld. De psalmen en de profetieën staan er vol van. En in de volheid van de tijd heeft God daadwerkelijk Zijn belofte vervuld en Zijn gedachten, Zijn woorden, omgezet in daden. God is een God van Woord en van daad!

 

Hij heeft Zijn Zoon gezonden. Weet u hoe dat heet? Welbehagen! Dat is een liefdesdaad. Wie zal onder woorden kunnen brengen hoe innig en diep, hoe teer de band tussen de Vader en de Zoon is? Toch heeft de Vader Zijn enige Zoon gegeven, gezonden.

Abraham moest zijn zoon Izak offeren. Die liet zich gewillig binden, maar uiteindelijk hoefde hij niet te sterven. God heeft Zijn Zoon gezonden! En Hij is wél gestorven. Johannes schrijft: ‘Dit is het heilsfeit van kerstfeest. Daarover mag ik niet zwijgen. Ik moet daarvan getuigen! De Vader heeft Zijn Zoon gezonden. Jezus Christus is de Gezondene.’ Hij is de grootste Gave van God. Zijn geboorte en eigenlijk heel Zijn leven is één gave, één zending.

De Gezondene heeft een Zender. Maar Hij heeft ook een opdracht. Die opdracht heeft Hij op Zich genomen in de stille vrederaad, toen het klonk: ‘Vader, Ik kom om Uw wil, om Uw welbehagen te doen. Ik, Uw Zoon, zal de Zoon des mensen worden, opdat die mensenwereld zalig zal worden.’ Bij Zijn doop heeft God de Vader dit bevestigd.

Op de berg der verheerlijking laat Hij dit heerlijke werk nog eens zien. Johannes schrijft: ‘Wij zijn aanschouwers. Wij hebben het gezien en wij getuigen dat het kerstfeest is geworden.’ En terwijl hij dit opschrijft, vervult een bijzondere liefde, een kinderlijke vrijmoedigheid, maar ook een grote blijdschap en een diepe vreugde zijn ziel dat de Vader, dé Vader, Zijn Zoon gezonden heeft, met een doel. Welk doel? De Vader heeft Hem gezonden tot een Zaligmaker der wereld.

 

We gaan eerst samen zingen uit Psalm 111 en daarvan het vijfde vers:

 

’t Is trouw, al wat Hij ooit beval;

Het staat op recht en waarheid pal,

Als op onwrikb’re steunpilaren;

Hij is het, Die verlossing zond

Aan al Zijn volk; Hij zal ’t verbond

Met hen in eeuwigheid bewaren.

 

De Zaligmaker der wereld – ten eerste aanschouwd, ten tweede gezonden en ten derde:

 

  1. Gekomen

Johannes schrijft dat God de Vader Zijn Zoon gezonden heeft tot een Zaligmaker der wereld. Dat heeft hij zelf van dichtbij meegemaakt, heel persoonlijk. Hij heeft het ervaren. De apostel weet Wie Hij is. Hij heeft Zijn preken gehoord en Zijn wondertekenen gezien. Hij ontving een plekje binnen Zijn discipelkring, aan Zijn voeten. Ja, hij nam een bijzondere vertrouwenspositie onder de discipelen in. Johannes schrijft: ‘Van heel dichtbij heb ik Hem aanschouwd. Ik ben getuige geweest van Zijn lijden en sterven. Ik ben Hem gevolgd in de gangen van Zijn vernedering. Ik heb Zijn voetstappen naar Golgotha leren drukken. Ik ben getuige geweest van het heerlijke heilsfeit van Pasen. Ik mag weten dat Hij om míjn zonden is overgeleverd op Goede Vrijdag. Ik mag ook weten dat Hij is opgestaan tot míjn rechtvaardigmaking. Het is Hemelvaartsdag voor mij geworden. Met zegenende handen is Hij heengegaan. Daarin heeft Hij niet alleen anderen, maar ook míj meegenomen; dat is het grootste wonder. Ook voor míj bereidt Hij een plaats in het Vaderhuis met zijn vele woningen, en dat op grond van recht en gerechtigheid. Op het eiland Patmos heb ik Hem ontmoet; daar is Hij aan mij verschenen. Ik lag als dood aan Zijn voeten, maar Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei: Vrees niet (Openb.1:17). Ik heb Hem leren kennen als Sions betalende Borg. Ik mag Hem ook beminnen als Middelaar van toepassing. Hij is míjn Zaligmaker.’

 

Het is zo’n persoonlijke zaak, geliefden. De engel geeft de heerlijke kerstboodschap aan de herders en zegt: ‘Ú is heden geboren!’ U! Persoonlijker kan het niet. Gods knecht en kind mag dit geloven. Hij getuigt dat God de Vader Zijn Zoon heeft gezonden tot een Zaligmaker der wereld.

‘Zaligmaker’ moet u hier vertalen met het Griekse woord ‘sotèr’. Dat betekent: redder, verlosser of heilbrenger. Alleen goden ontvingen in die dagen deze naam. Keizer Augustus liet zich de sotèr der wereld noemen. ‘Nee!’, zegt Johannes. ‘Er is maar één Sotèr! Er is maar één Redder der wereld. Eén komt deze naam werkelijk toe: aan de van God Gezondene, de Heere Jezus Christus, de Zaligmaker der wereld!’

 

Nee, u moet niet denken dat Johannes een aanhanger is van de leer van de algemene verzoening. Niet alle mensen worden zalig. Toch schrijft hij heel nadrukkelijk ‘wereld’. De Zaligmaker, Zijn volbrachte werk, Zijn gezegende Persoon, Zijn genade en liefde worden gepredikt in heel de wereld en aan heel de wereld. Wie zijn dat: ‘wereld’? Aan wie denkt u dan? Blijf dicht bij huis, want ‘wereld’ bent u zelf. De van God gezonden Zaligmaker wordt eenieder aangeboden – alle hoorders van het Evangelie – als de volkomen en gewillige Zaligmaker, Die Zijn Kerk bouwt uit Jood en heiden. Zijn kinderen komen uit alle delen van de wereld, alle volkeren, alle geslachten, alle natiën, tongen en talen. Voor hen zal Hij dé Zaligmaker zijn.

In zijn evangelie beschrijft Johannes de geschiedenis van de Samaritaanse vrouw (Joh.4). Op een gegeven moment krijgt ze het voor elkaar dat veel dorpsgenoten bij Jezus komen en Hem horen. Zij komen zelfs tot geloof. Als ze terugkomen in het dorp zeggen ze tegen haar: Wij geloven niet meer om uws zeggens wil; want wij zelven hebben Hem gehoord, en weten, dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld (Joh.4:42).

Johannes, wat ben je gunnend! Dat kan ook niet anders. Genade maakt gunnend. Als de liefde van God in uw hart is, wilt u heel de wereld meenemen; dan hebt u niemand over voor de rampzaligheid. Johannes heeft door ontdekkend licht zijn eigen hart als ‘wereld’ leren kennen. Hij heeft de Zaligmaker nodig gekregen. Hij heeft zichzelf als een rampzalige leren kennen. Daarom wordt het voor hem een onbevattelijk wonder: wij hebben Hem aanschouwd en wij getuigen. Dat is meer dan een tekst opzeggen, hoewel dat ook groot en mooi is. Dat is meer dan twee kerstpreken horen. Dat is meer dan zingen over de Heere Jezus. Nodig is: wij hebben Hem aanschouwd en getuigen! Alzo lief heeft God de wereld gehad … Johannes mag hier invullen: alzo lief heeft God míj, de grootste van de zondaren, gehad – eeuwig wonder – dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe (Joh.3:16). Zo getuigt de apostel der liefde van de Zaligmaker der wereld.

 

Wat is uw getuigenis, geliefden? Waarvan mag u getuigen, als vrucht van het zaligmakende werk van Gods Geest? Want het gaat om de Zaligmaker. In Lukas 19 haalt Hij Zachéüs uit de boom. Dan zegt Hij: Heden is dezen huize zaligheid geschied (…). Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was (Luk.19:9).

Hij is een Zaligmaker der wereld. Onze Dordtse vaderen zeggen dat Zijn offer van oneindige kracht is en van oneindige waarde, overvloediglijk genoegzaam tot verzoening van de zonden van de ganse wereld!

 

Jongens, meisjes, zoek deze Zaligmaker te kennen. En als je Hem liefhebt, zoek Hem meer te kennen. Je raakt nooit uitgeleerd. Bij Hem ben je welkom. Bij Hem is plaats, ook voor jou, wie je ook bent. De andere kant is: als je niet luistert en je deze hartelijke kerstnodiging naast je neerlegt, krijg je daar vroeg of laat voor eeuwig spijt van.

 

U die de Heere vreest, Gods Geest geve u veel ontdekkend licht. Hoe meer ontdekking, hoe meer waarde de Zaligmaker voor u heeft. Zijn bediening is vergif voor de zonde, de wereld en de duivel. Leven uit Hem, dat is het echte, ware leven. Dan is uw leven Jezus Christus. Dan is uw sterven eeuwige winst – voor eeuwig Christusfeest in de hemel!

Amen.

 

Slotzang: Psalm 118 vers 1

 

Laat ieder ’s HEEREN goedheid loven;

Want goed is d’Oppermajesteit;

Zijn goedheid gaat het al te boven;

Zijn goedheid duurt in eeuwigheid.

Laat Isrel nu Gods goedheid loven,

En zeggen: “Roemt Gods majesteit;

Zijn goedheid gaat het al te boven;

Zijn goedheid duurt in eeuwigheid.”