Ds. W. Visscher - Numeri 21 : 4 - 9

De koperen slang

Numeri 21
Het volk
De slang
Het leven

Numeri 21 : 4 - 9

Numeri 21
4
Toen reisden zij van den berg Hor, op den weg der Schelfzee, dat zij om het land der Edomieten heentogen; doch de ziel des volks werd verdrietig op dezen weg.
5
En het volk sprak tegen God en tegen Mozes: Waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte, opdat wij sterven zouden in de woestijn? Want hier is geen brood, ook geen water, en onze ziel walgt over dit zeer lichte brood.
6
Toen zond de HEERE vurige slangen onder het volk, die beten het volk; en er stierf veel volks van Israel.
7
Daarom kwam het volk tot Mozes, en zij zeiden: Wij hebben gezondigd, omdat wij tegen den HEERE en tegen u gesproken hebben; bid den HEERE, dat Hij deze slangen van ons wegneme. Toen bad Mozes voor het volk.
8
En de HEERE zeide tot Mozes: Maak u een vurige slang, en stel ze op een stang; en het zal geschieden, dat al wie gebeten is, als hij haar aanziet, zo zal hij leven.
9
En Mozes maakte een koperen slang, en stelde ze op een stang; en het geschiedde, als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan, en hij bleef levend.

Delen & Download

Download preek

Leespreek tekst

Zingen : Psalm 49: 1
Lezen : Numeri 21: 1-9
Zingen : Psalm 89: 7, 8 en 9
Zingen : Psalm 72: 7
Zingen : Psalm 32: 4

Gemeente, wij vragen uw aandacht voor Numeri 21 vers 4 tot en met 9. We lezen u het negende vers:

 

En Mozes maakte een koperen slang, en stelde ze op een stang; en het geschiedde, als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan, en hij bleef levend.

 

Het gaat in de preek over: De koperen slang

 

En we staan dan stil bij:

1. Het volk.

2. De slang.

3. Het leven.

 

1. Het volk

 

En het geschiedde, als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan en hij bleef levend. Deze boodschap heeft Mozes vierendertig eeuwen geleden opgeschreven en wij vinden daarin de kern van het Evangelie.

Het zou kunnen zijn dat we de boodschap van deze tekst niet verstaan. Dan doen we er goed aan om extra goed te luisteren. De Heere zou deze woorden kunnen gebruiken om u stil te zetten.

Het zou ook kunnen zijn dat we worstelen met de vraag of we deelhebben aan Gods genade. Ook in dat geval is het onderwijs van onze tekst heel belangrijk. We doen er dan goed aan om ons te toetsen aan deze woorden.

Het zou ook kunnen zijn dat we in ons leven afweten van dat gelovig zien op de koperen slang. Dan mogen we wel extra goed luisteren. Want het is niet alleen belangrijk dat we één keer op die slang hebben gezien, maar dat we steeds weer opnieuw het Evangelie nodig hebben. Kortom, er is dus onderwijs voor u allen. Want het gaat in onze tekst om het Evangelie van de gekruisigde Christus.

 

De tekst en het tekstgedeelte brengen ons bij de geschiedenis van het volk van Israël. We weten dat de Heere Israël uit Egypte heeft verlost. Het volk werd door de Heere, die daarvoor Mozes gebruikte, uitgeleid uit Egypte. De Heere bracht het volk van Israël voor de Rode Zee en Hij heeft het door de Rode Zee geleid.

Daarna ging de tocht naar de Sinaï. Daar bij de Sinaï heeft het volk Gods heilige wet gekregen. Ook ontving het daar de wetten voor de ceremoniële eredienst. Deze eredienst gaat over offers, priesters, tabernakel, en vele andere zaken. De Heere gaf bij de Sinaï aan het volk de wet én het Evangelie. De hele ceremoniële eredienst is een heenwijzing naar het Evangelie van Christus Jezus onze Heere.

Na het verblijf bij de Sinaï bracht de Heere het volk in Kades. Vanuit Kades werd het beloofde land, het land Kanaän, door twaalf verspieders verkend. U kunt de geschiedenis lezen in hoofdstuk 13 en 14 van het boek Numeri. Kanaän bleek een goed land te zijn, maar tien verspieders brachten een verkeerd bericht over dit land. Daardoor kwam het volk in opstand tegen de Heere. Als straf moest Israël toen veertig jaar lang zwerven in de woestijn ten zuiden van het huidige Kanaän. Die periode van veertig jaar is in ons tekstgedeelte zo ongeveer ten einde gekomen en het volk maakt zich nu op om weer verder te trekken.

 

De Heere had aan het volk Israël de wolkkolom en de vuurkolom gegeven. We weten dat het volk uit Egypte vertrok met 600.000 mannen. Die mannen waren waarschijnlijk getrouwd en dus gaat het om 1,2 miljoen gehuwde mensen. Deze mensen hadden natuurlijk ook kinderen. Alles bij elkaar genomen komen we dan al snel op ongeveer 3 miljoen mensen die uit Egypte zijn vertrokken. Daar kunnen we ook nog de dieren bij optellen. Dan komen we tot een omvang van 10 miljoen levende wezens.

Al die mensen leefden onder de wolkkolom. We moeten bij die wolkkolom dus niet denken aan een of ander klein wolkje aan de strakblauwe lucht, maar aan een enorme wolk met een omvang van ongeveer de oppervlakte van de provincie Utrecht. Onder de beschutting van die wolk trok het volk door de woestijn. De wolk was een zichtbaar teken van Gods majesteit en grootheid. Zo zien we dat volk daar liggen en voortrekken in het gebied ten zuiden van het huidige Israël.

 

We lezen in vers 3 de plaatsnaam Horma. Kades en Horma zijn plaatsen ten zuiden van het huidige Israël. Er vindt in het begin van hoofdstuk 21 een belangwekkend incident plaats. Er ontstaat een strijd tussen de koning van Harad en het volk Israël. In die strijd behaalt Israël de overwinning. We kunnen ons dus zomaar voorstellen dat er onder het volk een groot enthousiasme ontstaat. Na al die lange jaren zwerven door de woestijn van Sinaï breekt nu eindelijk het grote moment aan dat ze Kanaän zullen gaan veroveren.

Het volk verwacht dus het land Kanaän binnen te zullen komen vanuit het zuiden. De eerste slag is inmiddels geleverd en Israël heeft overwonnen. Wat zal er een blijdschap, een enthousiasme en een bereidheid zijn bij de Israëlieten om Kanaän binnen te trekken. U ziet bij wijze van spreken de mensen de volgende dag uit hun tent komen en naar boven kijken. De wolkkolom zal natuurlijk nu wel naar het noorden gaan, richting het beloofde land. Hij gaat echter niet naar het noorden, maar naar het zuiden. Israël moet nog een hele lange weg gaan, om het land der Edomieten heen. Nog circa driehonderd kilometer moeten ze door de woestijn trekken voordat ze zullen aankomen in het Over Jordaanse land.

 

De weg van de Heere is dus heel anders dan het volk verwacht. Weer moeten ze dagenlang door de woestijn trekken. Wat een teleurstelling en wat een sombere gedachten maken zich van het volk meester. U kunt dat allemaal wel begrijpen. We hebben zo onze plannen en dan onverwachts gaat het totaal anders dan we hadden verwacht.

Zo gaan de Israëlieten dan onder de wolkkolom die hele moeilijke weg door de woestijn. De kinderen vragen aan hun ouders of ze nog niet in het beloofde land zijn gekomen. De ouders spreken er met elkaar over of de tocht door de woestijn weer zo lang zal duren. Het valt ook niet mee om dag in dag uit door de woestijn te trekken. Want in plaats dat ze dichter bij de grenzen van het beloofde land komen leidt de weg hen in een heel andere richting.

Nu gaat u vers 4 goed begrijpen. Daar lezen we immers: de ziel des volks werd verdrietig op deze weg. De Israëlieten begrijpen niet waarom ze nu helemaal om dat land van Edom heen moeten. Als snel komt een soort algemeen ongenoegen openbaar. Het volk van Israël is het gewoon niet eens met de Heere en met de weg die Hij gaat. Zuchtend en mopperend gaan ze hun weg. Ze zijn het ook niet met Mozes eens en er ontstaat zomaar een sfeer van opstand en tegenstand.

 

Kijk, gemeente, daar heb je nu de zonde. In het vierde vers lezen we over een zondig volk. Want zonde betekent heel eenvoudig dat we het niet eens zijn met God. Dat was 34 eeuwen geleden zo. Dat was 2000 jaar geleden zo. En vandaag is het niet anders. De mens van nature is het gewoon niet eens met God. Hij is het niet eens met Gods geboden. Denk bijvoorbeeld maar aan het vierde gebod: ‘Gedenkt de sabbat dat ge dien heiligt.’ Maar als we zaterdagavond wat te laat naar bed zijn gegaan en we dan zondagsmorgens een beetje moe zijn, dan wordt naar de kerk gaan natuurlijk heel erg moeilijk. Dan zien we het heilzame karakter niet van het vierde gebod. En als er moeilijke dingen op onze weg komen, dan zijn we het daar vaak niet mee eens. En zo kan er heel wat zijn in het leven waarom we ons verzetten tegen God en tegen Zijn leiding.

De mens van nature is het ook niet eens met Gods Woord. In dat Woord wordt bijvoorbeeld gezegd dat onze keel een geopend graf is, en dat we daarom erg moeten oppassen met de dingen die we zeggen. Hoe makkelijk komen niet de ergste dingen zomaar over onze lippen.

We lezen ook in het Woord dat er maar één weg is tot behoud. Die ene weg heeft God aangewezen het Evangelie. Maar staat het Evangelie ook op de eerste plaats in ons leven? Of zijn er misschien andere dingen die veel belangrijker zijn dan het Evangelie?

Gemeente, als de Heilige Geest in ons leven komt, dan gaan we deze dingen zien. Dan worden we onrustig en worden wij zondaar voor God. Dat was 34 eeuwen geleden nodig, en het is ook vandaag nodig. En het blijft nodig…

 

Maar er is natuurlijk nog meer aan de hand. Want we lezen in vers zes dat het volk spreekt tegen God en tegen Mozes. We zien dat er een opstandige geest openbaar komt. Bij de kinderen, de ouders, de familiehoofden en de leiders van het volk komt een grote weerzin tegen God en Zijn weg op.

Overigens is dit niet de eerste keer dat zo’n massale opstand ontstaat. Ook in hoofdstuk 11 lezen we dat het volk gaat morren over het voedsel. En in hoofdstuk 16 lezen we dat het in opstand komt tegen de leiding van Mozes omdat er geen water is. In ons teksthoofdstuk is het de zevende keer dat het volk in opstand komt tegen God en tegen Mozes. Het blijkt dat we niet alleen te maken hebben met een zondig, maar ook met een hardnekkig volk. Hardnekkigheid betekent dat de mens gewoon doorgaat in de zonde en in zijn opstand tegen God.

Dat is vandaag niet anders. Keer op keer komen we het in de Bijbel, en ook in de praktijk tegen, dat mensen voortgaan in hun verzet tegen God. Kaïn kwam niet tot berouw na zijn doodslag op Abel, maar hij ging weg van God. Ezau liet zich niet waarschuwen maar ging voort op het pad van de zonde. Judas liet zich niet terugroepen door de Heere Jezus maar ging door totdat hij Hem verraden had.

Zo gaat het vandaag nog. Een mens gaat voort in de zonde en ongeloof. Hij heeft geen lust aan de kennis van Gods wegen. Je ziet het bij jonge kinderen. Je merkt het ook bij ouderen.

 

Maar er komt nog iets bij. We lezen in vers 6 dat er velen van het volk van Israël stierven. We moeten dan niet denken aan enkele honderden maar meer aan duizenden. Duizenden mensen kwamen om door de beet van een slang. De Heere had gezegd dat allen die uit Egypte waren gekomen zouden sterven in de woestijn. Dagelijks kwamen er ongeveer 100 mensen om door een slangenbeet. Het waren vurige slangen. Waarschijnlijk wijst het woordje ‘vurig’ op het gif en op het effect ervan in het leven van mensen. In ieder geval stierven er door de slangen heel veel mensen.

Die slangen zijn een oordeel van God over de zonde. We zien dus een schuldig volk. En dat schuldige volk wordt met tijdelijke en eeuwige straffen bestraft. De zonde maakt ons strafwaardig voor God. Als we alles zo overzien dan zien we een zondig, hardnekkig en een strafwaardig volk.

Er is voor die hele menigte die door die slangen gebeten was totaal niets te verwachten. Het is een hopeloze toestand. Nergens is er uitkomst en het oordeel gaat door! In veel huizen is verdriet, veel mensen sterven en alles lijkt totaal hopeloos. En dat komt door de zonde. Omdat dit volk het niet eens is met de weg die God gaat. Waar is er redding voor dit volk? Is er eigenlijk nog wel redding? Dat brengt bij onze tweede gedachte:

 

2. De slang

 

Daar in de woestijn ten zuiden van Israël, vierendertig eeuwen geleden, is er sprake van een buitengewoon ernstige situatie. Hoe komt daarin ooit een keer ten goede?

Het volk gaat naar Mozes en zegt: ‘wij hebben gezondigd’ en vraagt aan Mozes of hij voor hen wil bidden. Dat zijn goede dingen, maar daarmee is het volk nog niet gered. Mozes echter gaat naar de Heere en bidt voor het volk. De Heere geeft Mozes dan de opdracht om een koperen slang te maken.

Er was in die plaats veel koper en Mozes maakt daarvan een slang. We moeten dan niet denken aan een slang van bijvoorbeeld zo’n dertig centimeter. Die zou voor de mensen veraf niet goed zichtbaar zijn. We moeten eerder denken aan een grote koperen slang van wel twee of drie meter. Bovendien is die slang waarschijnlijk gemaakt van roodkoper zodat hij in de zon geweldig kon schitteren. Mozes moet die slang op een stang zetten. En als de Israëlieten naar die slang kijken zullen ze genezen worden.

 

Wat is nu de betekenis van deze slang en van dit geneesmiddel? Als we de Bijbel verder doorlezen vinden we het antwoord in Johannes 3. De Heere Jezus vertelt in dat hoofdstuk aan Nicodemus waarop deze slang wijst. We lezen dan in vers 14 en 15 het volgende: En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden; Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

De slang in de woestijn wijst op Christus Die verhoogd is. De Heere Jezus bedoelt hiermee zijn verhoging aan het kruis van Golgotha. De koperen slang is dus een heenwijzing naar de kruisdood van Christus. De koperen slang wijst in het bijzonder op een element uit het priesterlijke werk van de Heere Jezus. De Heere Jezus heeft Zich opgeofferd voor Zijn Kerk.

Wat een duidelijk beeld is de koperen slang dan van het borgwerk van Christus. Laten we maar eens enkele dingen noemen:

Ten eerste is de koperen slang het enige middel tot genezing. Uiteraard wisten de Israëlieten ook wel middelen om van slangenbeten genezen te worden. In Egypte hadden daar mogelijk wel kennis mee gemaakt. In de woestijn, waar veel slangen voorkomen, hadden ze best wel middelen ter beschikking tegen slangenbeten. Heel eenvoudig is bijvoorbeeld het gif van een slang uitzuigen. Ook kunnen we denken aan bepaalde kruiden of andere middelen. Het is bepaald niet zo dat de geneeskunde in die tijd niet werd beoefend. Maar één ding is duidelijk: geen enkel middel helpt. Alleen die koperen slang kan uitkomst bieden en andere middelen zijn volstrekt waardeloos.

Zo is het ook met het offer van de Heere Jezus. Verloren mensen hebben dat offer nodig. Heel de Bijbel leert ons dat een mens zichzelf niet kan helpen en dat hij reddeloos verloren ligt. Hij kan zichzelf niet helpen. Ook mensen met wat godsdienst kunnen hem niet helpen. Hij ligt hopeloos verloren. Er is maar een middel tot redding. En dat ene middel is de enige Naam onder de hemel. De Heere Jezus Christus is de enige Redder en Zaligmaker waardoor schuldige en zondige mensen behouden kunnen worden.

In de woestijn van deze wereld is er voor gebeten mensen geen ander middel. Laten we toch niet denken dat een keurige levenswandel ons terug zal brengen bij God. Laten we niet denken dat we door de goedkeuring van mensen aangenaam zijn voor God. We hebben verzoening nodig. En die verzoening kon alleen door een borgwerk van Christus tot stand. Laat dat toch klemmen in uw en jouw leven. We hebben een Zaligmaker nodig. We hebben een Zaligmaker nodig in het leven en in het sterven. Wee ons als we zonder persoonlijke kennis van Christus de eeuwigheid binnen gegaan. Dan is het een verloren zaak. Voor eeuwig verloren.

 

In de tweede plaats is de koperen slang een ingrijpend middel. De Israëlieten werden door slangen gebeten. In Genesis drie lezen we over een slang die Eva en Adam heeft verleid. Keer op keer komen we in de Bijbel de gedachte tegen dat de slang een verschrikkelijke zaak in zich heeft. En nu moet Mozes een slang maken als middel tot genezing.

We zouden kunnen denken dat Mozes een olijfboom zou maken. We denken misschien ook aan een prachtige tros druiven. Dat echter moet Mozes niet maken. Hij moet een slang maken. Hij moet zo’n afschuwelijk beest namaken opdat het volk daarnaar zou kijken.

Waarom moet Mozes zo’n slang maken?

Gemeente, we kunnen soms zo gemakkelijk spreken over het kruis van Christus. We hebben zelfs allerlei soorten kruizen. Er zijn kruisjes van mooi hardhout, van goud, van zilver en wat niet al. We proberen van het hart van het Evangelie nog iets moois, iets aantrekkelijks, te maken.

Maar dat is niet de Bijbelse realiteit. Het kruis brengt ons bij een executie. Aan het kruishout wordt iemand gerechtelijk gedood. Er wordt een doodsvonnis voltrokken. Nee, met eerbied gesproken, we gaan echt niet met ons gezin naar een kruisdood staan kijken. We zouden er wellicht een trauma aan overhouden. Maar toch is de kruisdood van Christus het enige middel waardoor zondaren behouden kunnen worden.

Mozes moet dus een slang maken en Christus wordt tot de kruisdood veroordeeld omdat aan Gods recht moet worden voldaan. Er moet voor de zondeschuld betaald worden. En daarom wordt een kruis in deze wereld opgericht. In de kruisdood van de Heere Jezus zien we het afschuwelijke karakter van de zonde en de ernst die God met de zonde maakt. Voor verlorenen schuldige mensen is er daarom maar één weg tot behoud; de weg van de gekruisigde Christus.

Dit Evangelie gaan we pas verstaan als we geleerd hebben dat wij vanwege onze zonden de dood hebben verdiend. En voor een doodschuldige zondaar, die gebeten is met het gif van de zonde, krijgt dit kruis van Christus de allergrootste betekenis. Aan dat kruis hangt de Heiland om voor de zondeschuld te betalen. Het kruis van Christus verkondigt: ‘Ik voor u daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven.’ Paulus wist bij ondervinding van de schuld van zijn zonden. En daarom wenst hij niets anders te prediken dan Jezus Christus en Die gekruisigd.

 

In de derde plaats is de slang een omhooggestoken middel. Mozes had de slang natuurlijk in zijn eigen tent kunnen plaatsen. Ook zou de slang geplaatst kunnen worden in de tabernakel. Dan zou de slang toegankelijk zijn voor de mensen die Mozes ertoe geschikt achtte.

Maar de Heere geeft aan Mozes bevel om de slang op een hoge stang te plaatsen. We kunnen daarbij gerust denken aan een stang van 3-4 m hoog. Iedereen moest die slang goed kunnen zien. Zo ook werd de Heere Jezus publiekelijk gekruisigd. Hij hing zichtbaar tussen de hemel en de aarde aan het kruis van Golgotha. En alle zondaars mogen een blik werpen op deze Heiland. God verbiedt geen enkele zondaar om de toevlucht te nemen tot deze Zaligmaker. In het Evangelie komt er een nodiging van een gewillige en volkomen Zaligmaker tot alle zondaren die het horen. We lezen in de Bijbel dat God zelf zegt: Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer (Jes.45:22). En op het andere plaats in de Bijbel lezen we: Tot u, o mannen! roep Ik, en Mijn stem is tot de mensenkinderen (Spr.8:4). En op weer een andere plaats zegt de Heere Jezus in de tempel: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke (Joh.7:37).

Het Evangelie nodigt zondaren om de toevlucht te nemen tot de gekruisigde Christus. Niemand wordt van deze nodiging uitgesloten. Bekeerde zondaren en onbekeerde zondaren, oude zondaren en jonge, kerkmensen en wereldse mensen; wie dit Evangelie ook maar hoort is welkom bij deze Christus. Mensen gaan niet verloren omdat God ze afwijst. Mensen gaan verloren omdat ze de gekruisigde Christus niet nodig hebben. Mensen gaan verloren omdat ze deze Zaligmaker in ongeloof en in zonde afwijzen. Het ongeloof houdt God verdacht. En daarom is dat de allerergste zonde. Er komt echter een aanbieding van Christus in het Evangelie tot u allemaal. Heden zo gij Zijn stem hoort verhardt u niet maar laat u leiden.

In de vierde plaats is de koperen slang is ook het middel dat gebruikt moet worden. We lezen in de Bijbel dat de mensen op de slang moesten zien om genezen te worden. Kijk, ze konden natuurlijk over de slang gaan praten. Ze zouden ook tegen elkaar kunnen zeggen dat Mozes zo’n wonderlijk middel had aangewezen. De Heere zegt echter dat de mensen naar die slang moesten kijken. En ieder die keek werd genezen. Ieder die niet keek stierf.

Eeuwen later legt Heere Jezus dat kijken uit met het woord geloven. Ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, die wordt behouden. En iedereen die niet in de gekruisigde Christus gelooft, gaat zeker verloren want de toorn Gods blijft op hem. Geloven betekent in dit verband gebruik maken van het Borgwerk van Christus. Kijken naar de slang is gebruik maken van de slang. Het is gebruik maken van de Heere Jezus in onze gebeden. Het is gebruik maken van de Heere Jezus in ons luisteren naar een preek. Het is gebruik maken van de Heere Jezus in het lezen van de Bijbel. Het is gebruik maken van de Heere Jezus in ons dagelijks werk en in ons dagelijkse leven. Het is gebruik maken van de Heere Jezus bij de opvoeding van onze kinderen. Het is gebruik maken van de Zaligmaker op reis door de woestijn van deze wereld.

Hoe maken zondaren op de juiste wijze gebruik van deze Zaligmaker?

Wel, geloven is een wonderlijke zaak. Geloven of gebruik maken van de Heere Jezus gaat in de eerste plaats altijd gepaard met diepe verootmoediging. Het gaat gepaard met de wetenschap dat wij een gebeten mens zijn en geen enkel recht hebben voor God. Het gaat gepaard met het besef dat ik in mezelf een goddeloos en hopeloos mensenkind ben. Het gaat gepaard met het besef dat het aan mijn kant totaal verloren is, en ik verloren lig. Het gaat gepaard met de wetenschap dat ik een gebeten mens ben, die de dood verdiend heeft, iemand die de dood voor ogen heeft. Laten we daarom oppassen voor gemakkelijk geloven waarbij een mens nog waarde heeft in zichzelf. Dat is niet het ware geloof waarvan de Bijbel spreekt.

 

Aan de andere kant is geloven ook de toevlucht nemen tot Christus. Het ware geloof maakt gebruik van de Heere Jezus en vindt alles in Hem. Het ware geloof richt zich op de gewilligheid, de schoonheid en de heerlijkheid van de Heere Jezus. Het ware geloof is een kennis en vertrouwen dat Christus een getrouwe Zaligmaker is. Het ware geloof weet van de ruimte en van het wonder dat de Heere in Zijn genade naar de schuldig mensheid wilde omzien.

Het ware geloof is een vertrouwen op Christus en op Christus alleen! De gelovige raakt nooit uitgedacht over de diepte en de hoogte, de lengte en de breedte van deze Heiland. Het geloof vindt alles alleen in de Heere Jezus Christus. Alle andere dingen zijn waardeloos in vergelijking tot deze Zaligmaker.

In de Heere Jezus Christus heeft God een welbehagen in zijn volk. In en door de Heere Jezus Christus staan Gods kinderen volkomen rechtvaardig voor God. In en door de Heere Jezus Christus worden zij bewaard tot de dag van de volkomen verlossing. Ons verstand schiet tekort om de grootheid en de heerlijkheid van Christus voor de gelovigen uit te spreken. Paulus zegt het heel eenvoudig: Christus is alles.

 

Gemeente, dat zijn nu de dingen waarom het gaat in het leven der genade. Het gaat om de Persoon van de Middelaar en dat het leven alleen in Hem ligt. In het leven van de Kerk des Heeren wordt steeds opnieuw plaats gemaakt voor deze Heiland, en voor deze Zaligmaker. Er is geen andere rustplaats en er is geen andere weg waardoor wij moeten zalig worden.

Kom, kent u ook dat geheim? Heeft deze Zaligmaker zich voor uw zielsoog geopenbaard?

O, wees dan God eeuwig dankbaar dat hij naar u wilde omzien.

Is het nu de grote vraag in uw leven of u deelhebt aan deze Heiland?

Rust dan niet voordat u het heel persoonlijk weten mag. U heeft een persoonlijke Zaligmaker nodig. De Catechismus begint met de vraag: ‘Welke is uw enige troost beide in leven en in sterven…’

 

We gaan tenslotte naar onze derde gedachte:

 

3. Het leven

 

We lezen in het slot van vers 8 dat als iemand de slang aanziet; zo zal hij leven. We lezen dat ook weer in vers 9. Daar staat: en hij bleef leven

Wanneer de gebeten Israëliet naar de slang keek, dan werd hij genezen. In het verband van onze tekst gaat het natuurlijk in de eerste plaats over een lichamelijke genezing. Dus vierendertig eeuwen geleden werden mensen lichamelijk weer genezen. Een wonder van de Heere in het tijdelijke leven. Ook vandaag kan de Heere nog door middel van een wonder mensen genezen. Uiteraard moeten wij de middelen gebruiken. Maar laten we niet uitsluiten dat God ook vandaag nog wonderen doet.

De uitleg van de Heere Jezus bij deze geschiedenis gaat echter iets verder. De Heere wijst erop dat het zien op de verhoging van de Zoon des mensen brengt tot het leven. De Heere wijst op de belofte van het Evangelie. Het Evangelie is de boodschap van de gekruisigde Christus en het heil voor zondige mensen door Hem. De belofte van het Evangelie betekent dat eenieder die door een waar geloof gebruik maakt van de gekruisigde Christus vergeving der zonden ontvangt, en het eeuwige leven deelachtig wordt.

De belofte van het Evangelie is dus de belofte van vergeving en het eeuwige leven. De Heere belooft aan zijn kinderen de wegneming van hun zonden en de zekerheid van het eeuwige leven. Gods kinderen leven ook op de belofte. De belofte van God heeft een hele belangrijke plaats in hun leven. De Heere beloofde grote dingen en de Heere zal die beloften ook vervullen. De vervulling van de belofte gaat altijd in de weg van gebed en verootmoediging.

 

De mensen die op die slang zagen werden dus genezen. Zondaren die met een waar geloof gebruik maken van de Heere Jezus worden voor eeuwig behouden. Deze zondaren ontvangen het nieuwe leven.

Waaruit bestaat nu dat nieuwe leven?

Laat ik daarover een paar dingen zeggen: In de eerste plaats bestaat het nieuwe leven in een leven van gehoorzaamheid aan Gods geboden. Het volk was ongehoorzaam aan God en aan Mozes. Door middel van het oordeel van de beet van de slangen brengt de Heere het volk tot bezinning. Ze gaan bidden en vragen naar de wil van God.

Zo is het nou ook vandaag. Als God een jongen of een meisje, of een vader of moeder bekeert, dan ontvangen zij een nieuw leven. Een nieuw leven is een gehoorzaam leven; een leven in gehoorzaamheid aan Gods geboden. De apostel Paulus heeft dat heel duidelijk gemaakt in al zijn brieven in het Nieuwe Testament. Keer op keer wijst hij op een Godzalige levenswandel.

Natuurlijk kunnen wij met onze levenswandel de hemel niet verdienen want dat heeft Christus door zijn lijden en sterven gedaan. Maar Gods kinderen worden wel door de Heilige Geest tot een nieuw leven aangespoord. De vreugde van het heil hangt samen met een gehoorzaam en Godzalig leven. Vreugdeloze christenen zijn meestal ook zondige christenen die niet leven in gehoorzaamheid aan Gods geboden. De ware geestelijke blijdschap hangt altijd samen met het beoefenen van de oprechte vroomheid.

Jonge mensen, er is geen heerlijker leven dan een leven in gehoorzaamheid aan Gods geboden. Dat is het echte, ware leven. Gehoorzaamheid en leven horen voor de oprechte christen bij elkaar.

 

In de tweede plaats lezen we ook over het gebed van het volk. Het volk vraagt of Mozes voor hen wil bidden. Bidden betekent leven in afhankelijkheid van God. Bidden is het voornaamste stuk van de dankbaarheid. Bidden is in alles de Heere nodig hebben, elke dag opnieuw. Bidden is vragen of de Heere ons wil helpen en ons bij wil staan. Bidden is spreken met God.

Het nieuwe leven is ook een biddend leven. In de psalmen vinden we de levenservaring van Gods kinderen. In de psalmen vinden we daarom ook veel gebeden. In de psalmen horen we mensen spreken met God. Wie bidden wil leren doet er goed aan om veel in de psalmen te lezen. De psalmen zijn de door Gods Geest opgeschreven elementen van de ware bevinding.

De Heere Jezus heeft tijdens Zijn omwandeling op aarde ook veel gebeden. Een heel belangrijk gebed vinden we in Johannes 17: het hogepriesterlijke gebed. Gods kinderen zijn biddende mensen en die hebben de Heere in alles nodig. Hoe staat het met uw gebedsleven?

 

Tenslotte, gemeente, zal het leven eindigen in het eeuwig en zalig leven. Het aardse leven gaat voorbij. Eenmaal komt het tijdstip dat wij allen het tijdelijke met het eeuwige zullen verwisselen. Eenmaal komt de tijd dat ook wij zullen sterven.

Sterven is een hele ingrijpende gebeurtenis. Laten we daar nooit geringschattend over spreken. Wie echter in zijn sterven gebruik mag maken van de Heere Jezus, die zal eeuwig erven. Voor Gods kinderen is de dood een doorgang naar het eeuwige leven. Gods kinderen zijn op reis naar het Vaderhuis met zijn vele woningen. In het Vaderhuis is de Heere Jezus. In het Vaderhuis zijn de zielen van alle gelovigen. In het Vaderhuis komen ook vandaag nog mensen aan die de pelgrimsreis hebben gemaakt door dit leven. Ze zullen aankomen in de stad die fundamenten heeft.

Wat zal dat groot en heerlijk zijn als een kind van God de ogen opendoet in de heerlijkheid. Daar zal hij zijn Koning zien. Daar zal hij zich eeuwig verblijden en vermaak hebben in de God van zijn heil. Daar zijn alle strijd en alle zonden voorbij. Daar zijn geen vurige slangen meer. Daar is geen ongeloof meer, maar daar is eeuwige zaligheid, samen met al de heiligen en daar zal de Heere eeuwig worden grootgemaakt voor Zijn genade en voor Zijn gunst.

O, wat groot als dat onze verwachting mag zijn. Dan zijn we op reis naar de eeuwige toekomst er naar de zalige gemeenschap met Christus. Dan zal God zijn alles en in allen.

 

Zingen we nu eerst uit Psalm 72 vers 7:

 

Nooddruftigen zal Hij verschonen;
Aan armen, uit genâ,
Zijn hulpe ter verlossing tonen;
Hij slaat hun zielen gâ,
Als hen geweld en list bestrijden,
Al gaat het nog zo hoog;
Hun bloed, hun tranen en hun lijden,
Zijn dierbaar in Zijn oog.

 

Kom gemeente, laten we nog als toepassing enkele woorden tot u zeggen. In de eerste plaats tot u die nog stil en gerust voortleeft. U leeft onder de last van de zonde, alleen u of jij hebt er waarschijnlijk geen hinder van. Onze grootste ellende is immers dat wij onze ellende niet eens kennen en dat we daarom zo gerust kunnen doorleven.

Mogelijk bent u wel eens onrustig geweest. Er zal hier niemand in de kerk zijn die nooit eens onrustig is geweest als hij nadenkt over de dood of over de zonde. Maar het gaat vaak weer over en we kunnen dan weer gemakkelijk verder leven. Keer op keer blijkt dat wij geen lust hebben aan de kennis van Gods wegen. Laat ik u dan waarschuwen voor het eeuwig verderf. Laat ik u dan bovenal wijzen op de gewilligheid van een Zaligmaker die ook vandaag nog tot u komt in het gewaad van zijn Woord. Acht het toch niet gering dat u hier mag samenkomen om te luisteren naar de boodschap van het Evangelie. De Heere heeft geen lust in uw dood maar daarin dat u zich bekeert en leeft.

We weten dat de bekering voor honderd procent Gods werk is. Maar we weten ook dat bekering niet betekent dat u niets hoeft te doen. Bekering betekent dat u deze dingen ernstig neemt en daarmee werkzaam bent aan de troon van Gods genade. En daar moet u vandaag nog mee beginnen. Zoek de Heere en leeft.

 

Laat ik ook iets zeggen tegen twijfelende en bekommerde zielen. Bekommerde zielen zijn mensen die gebukt gaan onder hun zonde en onder hun ellende, maar die niet weten of ze de Heere Jezus nu in waarheid en door een waar geloof hebben aangenomen. Het kan zo duister liggen in hun leven. Ze vinden ook nergens rust en ze zijn met hun kennis van        ellende echt niet geholpen, maar ze gaan, in tegendeel, zwijgend en gebukt over de wereld.

Nog minder af zijn bekommerde zielen die overal kritiek op hebben en het altijd veel beter weten dan andere mensen. Dat is allemaal hoogmoed en heeft met bekommering helemaal niets te maken. Bekommerde mensen zijn ook geen mensen die zo makkelijk kunnen praten en etaleren wat ze allemaal wel weten. Nee, bekommerde zielen zijn vaak stil en worstelen met de grote vragen in hun leven. Zij stellen zichzelf de vraag: hoe kom ik tot God bekeerd? Hoe krijg ik deel aan de Heere Jezus? Zou ik me niet voor de eeuwigheid bedriegen? Het zijn mensen die worstelen met de grote vragen van het hart.

Kom laat u dan eens onderwijzen. De Heere wandelt onder ons in het gewaad van Zijn Woord. Hij wijst u in het Evangelie de gekruisigde Christus als het ware aan. Hij biedt Zichzelf u aan als het enige zoenmiddel voor God. Gemeente, deze Zaligmaker is volkomen gewillig om een ellendig zondaar op te rapen. Christus is volkomen bereid om u te ontvangen en u de weg te wijzen. Wacht u voor harde gedachten over deze Heiland. Nooit kwam een arme ziel beschaamd met deze Jezus uit.

 

Tenslotte, volk van God, wat een wonder is het dat de Heere u heeft opgeraapt en dat u heeft gezien op de gekruisigde Christus. Het ogenblik dat u voor het eerst op Hem mocht zien zult u ongetwijfeld nooit meer vergeten. Een volkomen gewillige Zaligmaker voor een verloren en rampzalige zondaar of zondares; dat is de doorleving als we de Heere Jezus door het geloof mogen aanschouwen en omhelzen. Eén keer is het de eerste keer, maar dat is niet de enige keer in het leven van Gods kinderen. Elke keer opnieuw hebben we de bediening uit Christus nodig. Steeds opnieuw is het nodig dat Hij een gestalte krijgt in ons leven.

 

Calvijn spreekt in dit verband over vordering in de leerschool van Christus. Het is zeker groot als we onderwijs van Hem mogen ontvangen. Maar zijn priesterlijk werk wijst op de verzoening met God door Zijn bloed. In de brief aan de Hebreeën worden de gelovigen aangespoord om te staan naar de volkomenheid van Zijn bediening. De hoofdsom van de dingen waarvan we spreken is dat wij een Hogepriester hebben aan de rechterhand van de troon Gods.

Het is nodig dat we vorderen in de kennis van de diepte van onze schuld en verlorenheid. Er schiet van ons helemaal niets over. Het is echter ook nodig dat we, uit een verzoende betrekking met God door het borgwerk van Christus, meer en meer door het geloof leren leven. Het gaat om Zijn gerechtigheid alleen. Alleen Jezus' verzoenend sterven is het rustpunt van ons hart.

Steeds opnieuw geldt de boodschap: Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt! (Joh.1:29). Alleen in dit Lam zijn we veilig en alleen door Zijn striemen is ons genezing geworden. Ach, wat hebben we vaak geringe gedachten van deze Heiland. Wat is het ongeloof toch een vreselijke zonde. En wat is het een onbegrijpelijk wonder als de Heere weer opnieuw zich in Christus openbaart. Dan stamelen we Thomas na en zeggen: Mijn Heere en mijn God (Joh.20:28). Dat is het leven dat nooit vergaat.

 

Amen.

 

Psalm 32 vers 4:

 

Gij zijt mij, Heer, ter schuilplaats in gevaren;

Gij zult mij voor benauwdheid trouw bewaren;

 G' Omringt me, daar Gij mij in ruimte stelt,

 Met blij gezang, dat mijn verlossing meldt.

 Mijn leer zal u, o mens, naar't recht doen hand'len,

 En wijzen u den weg dien gij zult wand'len;

 Ik zal u trouw verzellen met mijn raad,

 Terwijl mijn oog op u gevestigd staat.